9.2.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 38/36


RICHTLIJN 2006/15/EG VAN DE COMMISSIE

van 7 februari 2006

tot vaststelling van een tweede lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling ter uitvoering van Richtlijn 98/24/EG van de Raad en tot wijziging van de Richtlijnen 91/322/EEG en 2000/39/EG

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (1), en met name op artikel 3, lid 2,

Gezien het advies van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie dient op grond van Richtlijn 98/24/EG Europese doelstellingen inzake de bescherming van de werknemers tegen chemische risico's in de vorm van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling voor te stellen, die op communautair niveau moeten worden vastgesteld.

(2)

De Commissie wordt bij de uitvoering van deze taak bijgestaan door het bij Besluit 95/320/EG van de Commissie (2) opgerichte Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia (SCOEL).

(3)

Indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling zijn gezondheidskundige, niet-bindende waarden, afgeleid van de meest recente wetenschappelijke gegevens en rekening houdend met de beschikbaarheid van meettechnieken. Zij stellen drempelniveaus voor de blootstelling vast, waaronder geen schadelijke effecten voor een bepaalde stof worden verwacht. Zij zijn nodig voor de bepaling en de beoordeling van de risico’s door de werkgever overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 98/24/EG.

(4)

De lidstaten moeten voor elk chemisch agens waarvoor op communautair vlak een indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling is vastgesteld, rekening houdend met de communautaire grenswaarde een nationale grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling vaststellen, waarvan de aard in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk wordt bepaald.

(5)

Indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling dienen te worden beschouwd als een belangrijk element van het algemene streven naar de bescherming van de gezondheid van de werknemers op de arbeidsplaats tegen de risico's van gevaarlijke chemische stoffen.

(6)

Op grond van de resultaten van de risicobeoordelingen en de risicobeperkingsstrategieën die zijn ontwikkeld in het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (3) inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen worden voor een aantal stoffen grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vastgesteld of herzien.

(7)

Bij Richtlijn 91/322/EEG van de Commissie (4) is een eerste, en bij Richtlijn 96/94/EG van de Commissie (5) een tweede lijst van indicatieve grenswaarden vastgesteld in het kader van Richtlijn 80/1107/EEG van de Raad van 27 november 1980 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan chemische, fysische en biologische agentia op het werk (6).

(8)

Richtlijn 80/1107/EEG is krachtens Richtlijn 98/24/EG met ingang van 5 mei 2001 ingetrokken.

(9)

Richtlijn 98/24/EG bepaalt dat de Richtlijnen 91/322/EEG en 96/94/EG van kracht blijven.

(10)

Richtlijn 96/94/EG van de Commissie is met ingang van 31 december 2001 ingetrokken bij Richtlijn 2000/39/EG van de Commissie van 8 juni 2000 tot vaststelling van een eerste lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling ter uitvoering van Richtlijn 98/24/EG van de Raad betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (7).

(11)

In het licht van de evaluatie van de meest recente wetenschappelijke gegevens dienen de bij Richtlijn 91/322/EEG vastgestelde indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling opnieuw te worden bekeken.

(12)

Overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 98/24/EG heeft het SCOEL in totaal 33 stoffen beoordeeld, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze richtlijn. Van deze 33 stoffen stonden al 17 in de bijlage bij Richtlijn 91/322/EEG. Voor vier van deze stoffen beveelt het SCOEL de vaststelling van nieuwe indicatieve grenswaarden aan, terwijl voor 13 stoffen de vorige grenswaarden gehandhaafd kunnen blijven. Daarom moeten die 17 stoffen die nu in de bijlage bij deze richtlijn zijn opgenomen, uit de bijlage bij Richtlijn 91/322/EEG worden geschrapt, terwijl de overige tien stoffen in de bijlage bij Richtlijn 91/322/EEG blijven staan.

(13)

Tien stoffen blijven in de bijlage bij Richtlijn 91/322/EEG staan. Voor negen van deze stoffen heeft het SCOEL nog geen indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling vastgesteld en voor één resterende stof wordt verwacht dat in de nabije toekomst aanvullende wetenschappelijke gegevens beschikbaar zullen zijn en ter bestudering aan het SCOEL zullen worden voorgelegd.

(14)

De lijst in de bijlage bij deze richtlijn bevat ook 16 andere stoffen waarvoor het SCOEL overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 98/24/EG indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling heeft aanbevolen op grond van een evaluatie van de meest recente wetenschappelijke gegevens inzake de uitwerkingen op de gezondheid en met inachtneming van de beschikbare meettechnieken.

(15)

Een van deze 16 stoffen, chloorbenzeen, is opgenomen in de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG. Het SCOEL heeft de indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling in het licht van de recente wetenschappelijke gegevens opnieuw bekeken en heeft de vaststelling van een nieuwe indicatieve grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling aanbevolen. Daarom moet deze stof, die nu is opgenomen in de bijlage bij deze richtlijn, uit de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG worden geschrapt.

(16)

Het is ook noodzakelijk voor bepaalde stoffen grenswaarden voor de blootstelling gedurende een kortere periode vast te stellen om rekening te houden met de gevolgen van blootstelling gedurende korte tijd.

(17)

Bij sommige stoffen is het ter verzekering van het hoogst mogelijke beschermingsniveau noodzakelijk ook met de mogelijkheid van doordringing via de huid rekening te houden.

(18)

Deze richtlijn moet een praktische stap in de richting van de voltooiing van de sociale dimensie van de interne markt vormen.

(19)

De in deze richtlijn vervatte bepalingen zijn in overeenstemming met het advies van het krachtens artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (8) ingestelde comité.

(20)

Richtlijn 91/322/EEG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Ter uitvoering van Richtlijn 98/24/EG wordt hierbij een tweede lijst van communautaire indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling voor de in de bijlage opgenomen chemische agentia vastgesteld.

Artikel 2

De lidstaten stellen voor de in de bijlage opgenomen chemische agentia nationale grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling vast, waarbij zij rekening houden met de communautaire grenswaarden.

Artikel 3

In de bijlage bij Richtlijn 91/322/EEG worden de vermeldingen betreffende de stoffen nicotine, mierenzuur, methanol, acetonitril, nitrobenzeen, resorcinol, diethylamine, koolstofdioxide, oxaalzuur, cyaanamide, difosforpentaoxide, difosforpentasulfide, broom, fosforpentachloride, pyrethrum, barium (oplosbare verbindingen als Ba), zilver (oplosbare verbindingen als Ag) en de bijbehorende indicatieve grenswaarden geschrapt.

In de bijlage bij Richtlijn 2000/39/EG wordt de vermelding van de stof chloorbenzeen geschrapt.

Artikel 4

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding aan deze richtlijn te voldoen.

Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 7 februari 2006.

Voor de Commissie

Vladimír ŠPIDLA

Lid van de Commissie


(1)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

(2)  PB L 188 van 9.8.1995, blz. 14.

(3)  PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(4)  PB L 177 van 5.7.1991, blz. 22.

(5)  PB L 338 van 28.12.1996, blz. 86.

(6)  PB L 327 van 3.12.1980, blz. 8.

(7)  PB L 142 van 16.6.2000, blz. 47.

(8)  PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.


BIJLAGE

INDICATIEVE GRENSWAARDEN VOOR BEROEPSMATIGE BLOOTSTELLING

EINECS (1)

CAS (2)

Stofnaam

Grenswaarden

Indicatie (3)

8-uur (4)

korte periode (5)

mg/m3  (6)

ppm (7)

mg/m3  (6)

ppm (7)

200-193-3

54-11-5

Nicotine

0,5

huid

200-579-1

64-18-6

Mierenzuur

9

5

200-659-6

67-56-1

Methanol

260

200

huid

200-830-5

75-00-3

Chloorethaan

268

100

200-835-2

75-05-8

Acetonitril

70

40

huid

201-142-8

78-78-4

Isopentaan

3 000

1 000

202-716-0

98-95-3

Nitrobenzeen

1

0,2

huid

203-585-2

108-46-3

Resorcinol

45

10

huid

203-625-9

108-88-3

Tolueen

192

50

384

100

huid

203-628-5

108-90-7

Chloorbenzeen

23

5

70

15

203-692-4

109-66-0

Pentaan

3 000

1 000

203-716-3

109-89-7

Diethylamine

15

5

30

10

203-777-6

110-54-3

n-Hexaan

72

20

203-806-2

110-82-7

Cyclohexaan

700

200

203-815-1

110-91-8

Morfoline

36

10

72

20

203-906-6

111-77-3

2-(2-Methoxyethoxy)ethanol

50,1

10

huid

203-961-6

112-34-5

2-(2-Butoxyethoxy)ethanol

67,5

10

101,2

15

204-696-9

124-38-9

Koolstofdioxide

9 000

5 000

205-483-3

141-43-5

2-Aminoethanol

2,5

1

7,6

3

huid

205-634-3

144-62-7

Oxaalzuur

1

206-992-3

420-04-2

Cyaanamide

1

0,58

huid

207-343-7

463-82-1

Neopentaan

3 000

1 000

215-236-1

1314-56-3

Difosforpentaoxide

1

215-242-4

1314-80-3

Difosforpentasulfide

1

231-131-3

 

Zilver (oplosbare verbindingen als Ag)

0,01

Barium (oplosbare verbindingen als Ba)

0,5

Chroom (metallisch), anorganische chroom(II)verbindingen en anorganische chroom(III)verbindingen (onoplosbaar)

2

231-714-2

7697-37-2

Salpeterzuur

2,6

1

231-778-1

7726-95-6

Broom

0,7

0,1

231-959-5

7782-50-5

Chloor

1,5

0,5

232-260-8

7803-51-2

Fosfine

0,14

0,1

0,28

0,2

8003-34-7

Pyrethrum (gezuiverd van sensibiliserende lactonen)

1

233-060-3

10026-13-8

Fosforpentachloride

1


(1)  EINECS: European Inventory of Existing Chemical Substances.

(2)  CAS: Chemical Abstract Service Registry Number.

(3)  De indicatie „huid” bij bepaalde grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling duidt op een mogelijk aanzienlijke opname via de huid.

(4)  Gemeten of berekend op basis van een referentieperiode van acht uur als tijdgewogen gemiddelde.

(5)  Grenswaarde die niet mag worden overschreden en die geldt, behoudens anders vermeld, voor een periode van 15 minuten.

(6)  mg/m3: milligram per kubieke meter lucht bij 20 °C en 101,3 kPa.

(7)  ppm (parts per million): aantal deeltjes per miljoen naar volume in de lucht (ml/m3).