9.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 70/78


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 2 maart 2006

betreffende de financiële steun van de Gemeenschap aan bepaalde communautaire referentielaboratoria in de veterinaire sector (residuen) voor het jaar 2006

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 604)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal zijn authentiek)

(2006/195/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 28, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 90/424/EEG bepaalt dat de Gemeenschap moet bijdragen tot de verbetering van de doeltreffendheid van de veterinaire controles door het verlenen van financiële steun aan referentielaboratoria. Elk laboratorium dat overeenkomstig de communautaire veterinaire wetgeving als referentielaboratorium is aangewezen, kan onder bepaalde voorwaarden communautaire steun ontvangen.

(2)

Verordening (EG) nr. 156/2004 van de Commissie van 29 januari 2004 betreffende de financiële steun van de Gemeenschap aan de communautaire referentielaboratoria overeenkomstig artikel 28 van Beschikking 90/424/EEG (2) bepaalt dat de financiële steun van de Gemeenschap wordt verleend, als de goedgekeurde werkprogramma's efficiënt worden uitgevoerd en de begunstigden alle vereiste gegevens aan de Commissie binnen bepaalde termijnen meedelen.

(3)

De Commissie heeft de door de betrokken communautaire referentielaboratoria voor het jaar 2006 ingediende werkprogramma’s en overeenkomstige begrotingsramingen beoordeeld.

(4)

Dienovereenkomstig moet financiële steun van de Gemeenschap worden verleend aan de aangewezen communautaire referentielaboratoria voor de functies en taken, als bedoeld in Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (3).

(5)

Verdere steun moet ook worden verleend voor de organisatie van workshops op het bevoegdheidsgebied van de communautaire referentielaboratoria.

(6)

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (4) worden veterinaire en fytosanitaire maatregelen die volgens de communautaire voorschriften worden uitgevoerd, gefinancierd uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 op deze beschikking van toepassing.

(7)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1.   De Gemeenschap verleent Duitsland financiële steun voor de in bijlage V, hoofdstuk 2, bij Richtlijn 96/23/EG vastgestelde functies en taken die voor de opsporing van residuen van bepaalde stoffen moeten worden vervuld door het Bundesamt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (voorheen het Bundesinstitut für gesundheitlichen Verbraucherschutz und Veterinärmedizin) in Berlijn, Duitsland.

Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 bedraagt die financiële steun ten hoogste 425 000 EUR.

2.   Naast het in lid 1 bedoelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap Duitsland financiële steun voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 bedoelde laboratorium. Die steun bedraagt ten hoogste 30 000 EUR.

Artikel 2

1.   De Gemeenschap verleent Frankrijk financiële steun voor de in bijlage V, hoofdstuk 2, bij Richtlijn 96/23/EG vastgestelde functies en taken die voor de opsporing van residuen van bepaalde stoffen moeten worden vervuld door het Laboratoire d’études et de recherches sur les médicaments vétérinaires et les désinfectants de L’Agence Française de Sécurité Sanitaire des aliments (het voormalige Laboratoire des médicaments vétérinaires (CNEVA-LMV)) in Fougères, Frankrijk.

Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 bedraagt die financiële steun ten hoogste 425 000 EUR.

2.   Naast het in lid 1 bedoelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap Frankrijk financiële steun voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 bedoelde laboratorium. Die steun bedraagt ten hoogste 30 000 EUR.

Artikel 3

1.   De Gemeenschap verleent Italië financiële steun voor de in bijlage V, hoofdstuk 2, bij Richtlijn 96/23/EG vastgestelde functies en taken die voor de opsporing van residuen van bepaalde stoffen moeten worden vervuld door het Istituto Superiore di Sanità in Rome, Italië.

Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 bedraagt die financiële steun ten hoogste 255 000 EUR.

2.   Naast het in lid 1 bedoelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap Italië financiële steun voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 bedoelde laboratorium. Die steun bedraagt ten hoogste 30 000 EUR.

Artikel 4

1.   De Gemeenschap verleent Nederland financiële steun voor de in bijlage V, hoofdstuk 2, bij Richtlijn 96/23/EG vastgestelde functies en taken die voor de opsporing van residuen van bepaalde stoffen moeten worden vervuld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in Bilthoven, Nederland.

Voor de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 bedraagt die financiële steun ten hoogste 425 000 EUR.

2.   Naast het in lid 1 bedoelde maximumbedrag verleent de Gemeenschap Nederland financiële steun voor de organisatie van een workshop door het in lid 1 bedoelde laboratorium. Die steun bedraagt ten hoogste 30 000 EUR.

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 2 maart 2006.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2006/53/EG (PB L 29 van 2.2.2006, blz. 37).

(2)  PB L 27 van 30.1.2004, blz. 5.

(3)  PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1; gerectificeerd in PB L 191 van 28.5.2004, blz. 1).

(4)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.