2.4.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 84/9


VERORDENING (EG) Nr. 523/2005 VAN DE COMMISSIE

van 1 april 2005

tot inleiding van een procedure ten behoeve van een nieuwe exporteur, voor de herziening van Verordening (EG) nr. 1467/2004 van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op polyethyleentereftalaat (PET) uit, onder meer, de Volksrepubliek China, tot intrekking van het recht ten aanzien van de invoer door een Chinese exporteur en tot registratie van deze invoer

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende bescherming tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 11, lid 4,

Na overleg in het raadgevend comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   VERZOEKEN OM HERZIENING

(1)

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening is bij de Commissie een verzoek ingediend om de inleiding van een herzieningsprocedure ten behoeve van een nieuwe exporteur. Het verzoek is ingediend door Jiangyin Chengsheng New Packaging Material Co., Ltd (hierna „de indiener van het verzoek” genoemd). De indiener van het verzoek is een producent/exporteur uit de Volksrepubliek China.

B.   PRODUCT

(2)

Het herzieningsonderzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaat (PET) met een viscositeitscoëfficiënt van 78 ml/g of meer volgens ISO-norm 1628-5, ingedeeld onder GN-code3907 60 20, uit de Volksrepubliek China (hierna „het betrokken product” genoemd).

C.   THANS GELDENDE MAATREGELEN

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1467/2004 van de Raad (2) werd op de invoer van het betrokken product uit de Volksrepubliek China een definitief antidumpingrecht van 184 EUR per ton ingesteld, dat van toepassing is op de indieners van het verzoek. Voor enkele in die verordening met name genoemde producenten geldt een individueel antidumpingrecht.

D.   MOTIVERING VAN HET VERZOEK

(4)

De indiener van het verzoek beweert dat hij zijn activiteiten op marktvoorwaarden verricht in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening, dat hij het betrokken product niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd in het onderzoekstijdvak waarop de thans geldende antidumpingmaatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen de periode van 1 april 2002 tot en met 31 maart 2003 (hierna „het oorspronkelijke onderzoekstijdvak” genoemd) en dat hij geen banden heeft met een producent/exporteur van het betrokken product die aan bovengenoemde antidumpingmaatregelen is onderworpen.

(5)

De indiener van het verzoek beweert voorts dat hij pas na afloop van het oorspronkelijke onderzoekstijdvak begonnen is met de uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap.

E.   PROCEDURE

(6)

De Commissie heeft de haar bekende belanghebbende producenten in de Gemeenschap van de aanvraag in kennis gesteld en deze in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen.

(7)

Na onderzoek van het bewijsmateriaal is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit toereikend is om over te gaan tot opening van een onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 4, van de basisverordening. Hierbij moet worden vastgesteld of de indiener van het verzoek op marktvoorwaarden werkt in de zin van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening of dat hij, indien dit niet het geval is, aan de voorwaarden voor een individuele behandeling voldoet overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening, in welk geval voor hem een individuele dumpingmarge zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat er sprake is van dumping zal voor hem een antidumpingrecht worden vastgesteld.

a)   Vragenlijsten

(8)

Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor het onderzoek nodig acht, zal de Commissie de indieners van het verzoek een vragenlijst toezenden.

b)   Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

(9)

Alle belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de Commissie bewijsmateriaal toe te zenden. Voorts kan de Commissie de belanghebbenden horen die dit schriftelijk aanvragen en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

c)   Status van marktgericht bedrijf

(10)

De normale waarde wordt overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening vastgesteld indien de indieners van het verzoek kunnen aantonen dat zij op marktvoorwaarden werken, dat wil zeggen dat zij voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de basisverordening. In verband hiermee dienen zij een met bewijsmateriaal ondersteunde aanvraag in te dienen binnen de in artikel 4, lid 3, van deze verordening vermelde termijn. De Commissie zal aanvraagformulieren toezenden aan de indieners van het verzoek en aan de autoriteiten van de Volksrepubliek China.

d)   Selectie van een derde land met markteconomie

(11)

Indien de indiener van het verzoek niet de status van marktgerichte onderneming wordt toegekend, maar wel voor de vaststelling van een individueel recht in aanmerking komt overeenkomstig artikel 9, lid 5, van de basisverordening, wordt, overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening een vergelijkbaar derde land met markteconomie gekozen om de normale waarde voor de Volksrepubliek China vast te stellen. De Commissie is voornemens hiervoor de Verenigde Staten van Amerika (hierna „VS” genoemd) te gebruiken, zoals bij het onderzoek dat heeft geleid tot de instelling van het antidumpingrecht op het betrokken product uit de Volksrepubliek China. Eventuele op- of aanmerkingen over de keuze van dit land moeten binnen de in artikel 4, lid 2, van deze verordening vermelde termijn kenbaar worden gemaakt.

(12)

Indien de indiener van het verzoek beschouwd wordt als een marktgericht bedrijf, kan de Commissie de gegevens over de normale waarde in het referentieland zo nodig voor hem gebruiken indien in de Volksrepubliek China geen betrouwbare gegevens beschikbaar zijn over, bijvoorbeeld, kosten of prijzen. De Commissie is voornemens in dit geval ook de VS te gebruiken.

F.   INTREKKING VAN HET RECHT EN REGISTRATIE VAN DE INVOER

(13)

Op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening moet het antidumpingrecht worden ingetrokken dat van toepassing is op het betrokken product dat door de indiener van het verzoek wordt geproduceerd en naar de Gemeenschap uitgevoerd. Tevens moet de invoer van dit product, overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, worden geregistreerd zodat eventueel met terugwerkende kracht antidumpingrechten kunnen worden geheven vanaf de datum van inleiding van deze herzieningsprocedure, indien bij het onderzoek blijkt dat de indiener van het verzoek het betrokken product met dumping in de Gemeenschap invoert. In dit stadium kan geen raming worden gemaakt van het bedrag dat de indiener van het verzoek in de toekomst eventueel verschuldigd zal zijn.

G.   TERMIJN

(14)

In het belang van een behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de belanghebbenden:

zich bij de Commissie kunnen aanmelden, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten en hun antwoorden op de in overweging 8 genoemde vragenlijst en alle andere gegevens die zij voor het onderzoek nuttig achten, kunnen inzenden;

schriftelijk kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord;

op- of aanmerkingen kunnen maken over de keuze van de VS als vergelijkbaar derde land met markteconomie voor de vaststelling van de normale waarde van het betrokken product in de Volksrepubliek China, ingeval de indiener van het verzoek niet de status van marktgerichte onderneming wordt toegekend;

de indiener van het verzoek zijn aanvraag, vergezeld van bewijsmateriaal, om de toekenning van de status van marktgerichte onderneming moet indienen.

H.   NIET-MEDEWERKING

(15)

Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

(16)

Indien blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, kan de Commissie deze buiten beschouwing laten en overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikmaken van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts ten dele medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beste beschikbare gegevens, kan het resultaat voor de belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt een procedure tot herziening van Verordening (EG) nr. 1467/2004 geopend teneinde vast te stellen of en in welke mate de invoer van polyethyleentereftalaat (PET), vallende onder GN-code 3907 60 20, uit de Volksrepubliek China, vervaardigd en verkocht voor uitvoer naar de Gemeenschap door Jiangyin Chengsheng New Packaging Material Co., Ltd (aanvullende Taric-code A510), moet worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1467/2004 is ingesteld.

Artikel 2

Het bij Verordening (EG) nr. 1467/2004 ingestelde antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product.

Artikel 3

Op grond van artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt de douaneautoriteiten opdracht gegeven passende maatregelen te nemen om de invoer van het in artikel 1 van deze verordening omschreven product te registreren. De registratie wordt negen maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beëindigd.

Artikel 4

1.   Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen zich binnen 40 dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, tenzij anders vermeld, bij de Commissie aan te melden, hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijsten te geven en overige informatie te verstrekken. Er wordt op gewezen dat de meeste in Verordening (EG) nr. 384/96 vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt.

Verzoeken om te worden gehoord dienen binnen dezelfde termijn van 40 dagen te worden ingediend.

2.   Betrokkenen bij dit onderzoek kunnen opmerkingen maken over de voorgenomen keuze van de Verenigde Staten van Amerika als derde land met markteconomie voor de vaststelling van de normale waarde van het betrokken product in de Volksrepubliek China. Deze opmerkingen moeten binnen tien dagen na inwerkingtreding van deze verordening door de Commissie zijn ontvangen.

3.   Aanvragen voor toekenning van de status van marktgerichte onderneming, vergezeld van bewijsmateriaal, moeten binnen 15 dagen na inwerkingtreding van deze verordening door de Commissie zijn ontvangen.

4.   Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, inclusief de in deze verordening gevraagde gegevens, antwoorden op de vragenlijst en briefwisselingen die als vertrouwelijk zijn te beschouwen, moeten van het opschrift „Limited” (3) worden voorzien en, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 384/96, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.

Alle gegevens betreffende deze zaak en/of verzoeken om te worden gehoord dienen aan het volgende adres te worden gericht:

Commissie van de Europese Gemeenschappen

Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

J-79 5/16

B-1049 Brussel

Fax (32-2) 295 65 05

Telex: 21877 COMEU B.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 april 2005.

Voor de Commissie

Peter MANDELSON

Lid van de Commissie


(1)  PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)  PB L 271 van 19.8.2004, blz. 1.

(3)  Dit betekent dat het document slechts voor intern gebruik is bestemd en beschermd is in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Het is een vertrouwelijk document overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 384/96 en artikel 6 van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).