32004R0638

Verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad

Publicatieblad Nr. L 102 van 07/04/2004 blz. 0001 - 0008


Verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad

van 31 maart 2004

betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad van 7 november 1991 betreffende de statistieken van het goederenverkeer tussen lidstaten(3) is een geheel nieuw systeem voor het verzamelen van gegevens ingevoerd, dat twee keer is vereenvoudigd. Teneinde het systeem doorzichtiger en begrijpelijker te maken, dient Verordening (EEG) nr. 3330/91 door de onderhavige verordening te worden vervangen.

(2) Dit systeem moet worden gehandhaafd, daar een voldoende gedetailleerd niveau aan statistische informatie noodzakelijk blijft voor het communautaire beleid inzake de ontwikkeling van de interne markt en voor het onderzoek van de communautaire ondernemingen naar hun bijzondere markten. De analyse van de ontwikkeling van de Economische en Monetaire Unie vereist eveneens een snelle beschikbaarheid van de verzamelde gegevens. De lidstaten moeten zo nodig informatie kunnen verzamelen die aan hun eigen specifieke behoeften voldoet.

(3) De regels betreffende het opstellen van statistieken over het goederenverkeer tussen de lidstaten dienen evenwel beter te worden geformuleerd, zodat de ondernemingen die de gegevens dienen te verschaffen, de nationale diensten die deze verzamelen, en de gebruikers deze regels gemakkelijker kunnen begrijpen.

(4) Het systeem van drempels dient te worden gehandhaafd, doch in een vereenvoudigde vorm, teneinde op bevredigende wijze in de behoeften van de gebruikers te voorzien, terwijl de belasting voor degenen die de statistische informatie moeten verschaffen, in het bijzonder de kleine en middelgrote ondernemingen, beperkt blijft.

(5) Het systeem voor het verzamelen van statistische gegevens dient nauw verbonden te blijven met de bestaande belastingformaliteiten in het kader van het goederenverkeer tussen de lidstaten. Deze band maakt het met name mogelijk de kwaliteit van de verzamelde informatie te onderzoeken.

(6) De kwaliteit van de opgestelde statistische informatie, de evaluatie ervan aan de hand van indicatoren en de doorzichtigheid terzake zijn belangrijke doelstellingen die communautaire voorschriften noodzakelijk maken.

(7) Aangezien de doelstellingen van het voorgenomen optreden, namelijk het scheppen van een regeling voor het systematisch ter beschikking stellen van communautaire statistieken over het goederenverkeer tussen de lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te bereiken.

(8) Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek(4) bepaalt het referentiekader voor de onderhavige verordening. Het zeer gedetailleerde niveau van de statistische informatie over het goederenverkeer tussen de lidstaten vereist echter speciale geheimhoudingsvoorschriften.

(9) Het is van belang de eenvormige toepassing van deze verordening te waarborgen en derhalve te voorzien in een communautaire procedure waarmee de uitvoeringsbepalingen van deze verordening binnen redelijke termijnen kunnen worden vastgesteld en de nodige technische aanpassingen kunnen worden aangebracht.

(10) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(5),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

Deze verordening stelt een gemeenschappelijke regeling vast voor de systematische voortbrenging van communautaire statistieken betreffende het goederenverkeer tussen de lidstaten.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "goederen": alle roerende goederen, met inbegrip van elektrische stroom;

b) "bijzondere goederen of bewegingen": de goederen en bewegingen die wegens hun aard bijzondere bepalingen vereisen, met name complete fabrieksinstallaties; schepen en luchtvaartuigen; producten van de zee; aan schepen en luchtvaartuigen geleverde goederen; deelzendingen; militaire goederen; goederen bestemd voor of afkomstig van installaties op volle zee; ruimtevaartuigen; delen van automobielen en van luchtvaartuigen; afval;

c) "nationale diensten": nationale instituten voor de statistiek en andere organisaties die door de lidstaten met de opstelling van communautaire statistieken over het goederenverkeer tussen de lidstaten zijn belast;

d) communautaire goederen:

i) goederen die geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap, zonder toevoeging van goederen uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap,

ii) goederen uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap, maar die zich in een lidstaat in het vrije verkeer bevinden,

iii) goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen, uitgaande hetzij uitsluitend van in punt ii) bedoelde goederen, hetzij van in de punten i) en ii) bedoelde goederen;

e) "lidstaat van verzending": de lidstaat gedefinieerd als zijn statistisch registratiegebied vanwaar goederen naar een andere lidstaat worden verzonden;

f) "lidstaat van aankomst": de lidstaat gedefinieerd als zijn statistisch registratiegebied waar goederen uit een andere lidstaat aankomen;

g) "goederen in gewoon verkeer tussen lidstaten": communautaire goederen die van de ene naar de andere lidstaat worden verzonden en op hun weg naar de lidstaat van bestemming rechtstreeks door een derde lidstaat worden vervoerd of daar een tussenstop maken om redenen die uitsluitend verband houden met dat vervoer.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1. De statistieken van de handel tussen de lidstaten betreffen verzendingen en aankomsten van goederen.

2. Verzendingen omvatten de navolgende goederen die de lidstaat van verzending verlaten om naar een bestemming in een andere lidstaat te worden vervoerd:

a) communautaire goederen, met uitzondering van goederen in gewoon verkeer tussen lidstaten;

b) goederen die in de lidstaat van verzending onder de douaneregeling actieve veredeling of onder de regeling behandeling onder douanetoezicht geplaatst zijn.

3. Aankomsten omvatten de navolgende goederen die de lidstaat van aankomst binnenkomen en oorspronkelijk uit een andere lidstaat zijn verzonden:

a) communautaire goederen, met uitzondering van goederen in gewoon verkeer tussen lidstaten;

b) goederen die eerder in de lidstaat van verzending onder de douaneregeling actieve veredeling of onder de regeling behandeling onder douanetoezicht waren geplaatst en die in de lidstaat van aankomst onder de douaneregeling actieve veredeling of onder de regeling behandeling onder douanetoezicht geplaatst blijven of in het vrije verkeer worden gebracht.

4. Op bijzondere goederen of bewegingen kunnen andere of bijzondere voorschriften van toepassing zijn, die overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld.

5. Een aantal goederen, waarvan de lijst overeenkomstig de in artikel 14, lid 2 bedoelde procedure wordt vastgesteld, blijft om methodologische redenen in de statistieken buiten beschouwing.

Artikel 4

Statistisch registratiegebied

1. Het statistisch registratiegebied van de lidstaten komt overeen met hun douanegebied, zoals omschreven in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(6).

2. In afwijking van lid 1 maakt Helgoland deel uit van het statistisch registratiegebied van Duitsland.

Artikel 5

Gegevensbronnen

1. Op de verstrekking van statistische informatie over verzendingen en aankomsten van communautaire goederen waarvoor geen enig document voor fiscale of douanedoeleinden vereist is, is een speciaal systeem voor het verzamelen van gegevens (hierna "systeem Intrastat" genoemd) van toepassing.

2. Statistische informatie over verzendingen en aankomsten van andere goederen wordt ten minste een keer per maand door de douane rechtstreeks aan de nationale diensten verstrekt.

3. Voor de bijzondere goederen of bewegingen kunnen andere informatiebronnen dan het systeem Intrastat of douaneaangiften worden gebruikt.

4. Iedere lidstaat organiseert zelf de wijze waarop de informatieplichtigen Intrastat-gegevens verstrekken. Om dit voor de informatieplichtigen gemakkelijker te maken, scheppen de Commissie (Eurostat) en de lidstaten de nodige voorwaarden ter bevordering van de automatische gegevensverwerking en elektronische gegevensoverdracht.

Artikel 6

Referentieperiode

1. De referentieperiode voor de ingevolge artikel 5 te verstrekken informatie is de kalendermaand van verzending of van aankomst van de goederen.

2. De referentieperiode kan, volgens overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde bepalingen, worden aangepast om rekening te houden met het verband met de belasting over de toegevoegde waarde (BTW-verplichtingen) en douaneverplichtingen.

Artikel 7

Informatieplichtigen

1. Tot het verstrekken van Intrastat-informatie zijn verplicht:

a) de natuurlijke of rechtspersonen die in de lidstaat van verzending BTW-plichtig zijn en die:

i) de overeenkomst - met uitzondering van een vervoerovereenkomst - die tot verzending van de goederen leidt, hebben gesloten of, bij gebreke hiervan

ii) de goederen verzenden of doen verzenden, of, bij gebreke hiervan

iii) in het bezit zijn van de goederen die worden verzonden;

b) de natuurlijke of rechtspersonen die in de lidstaat van aankomst BTW-plichtig zijn en die:

i) de overeenkomst - met uitzondering van een vervoerovereenkomst - die tot de levering van de goederen leidt, hebben gesloten of, bij gebreke hiervan

ii) de goederen in ontvangst nemen of doen nemen, of, bij gebreke hiervan

iii) in het bezit zijn van de goederen die worden geleverd.

2. Informatieplichtigen kunnen het verstrekken van de informatie aan een derde overdragen, doch zonder dat zulks hun verantwoordelijkheid terzake vermindert.

3. Informatieplichtigen die niet aan de krachtens deze verordening op hen rustende verplichtingen voldoen, kan een door de lidstaten vastgestelde sanctie worden opgelegd.

Artikel 8

Registers

1. De nationale diensten zorgen voor het aanleggen en beheren van een register van deelnemers aan het intracommunautaire goederenverkeer waarin voor verzendingen ten minste de afzenders en voor aankomsten ten minste de geadresseerden worden ingeschreven.

2. Voor de identificatie van de in artikel 7 bedoelde informatieplichtigen en het onderzoek van de verstrekte informatie levert de bevoegde belastingadministratie in een lidstaat aan de nationale dienst:

a) ten minste één keer per maand de lijsten van natuurlijke en rechtspersonen die hebben verklaard in de betrokken periode goederen aan andere lidstaten te hebben geleverd of goederen afkomstig uit andere lidstaten te hebben verworven. De lijsten vermelden de totale waarde van deze goederen die de natuurlijke of rechtspersoon voor fiscale doeleinden heeft aangegeven;

b) uit eigen beweging of op verzoek van de nationale dienst, de hem voor fiscale doeleinden verstrekte informatie die de kwaliteit van de statistieken zou kunnen verbeteren.

De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vast hoe deze informatie wordt geleverd.

De nationale diensten behandelen de hun medegedeelde informatie volgens de regels die de belastingadministratie dienaangaande toepast.

3. De bevoegde belastingadministratie wijst de BTW-plichtigen op de verplichtingen die het systeem Intrastat voor hen als informatieplichtigen met zich mee kan brengen.

Artikel 9

In het kader van het systeem Intrastat te verzamelen gegevens

1. De nationale diensten verzamelen de volgende gegevens:

a) het identificatienummer dat aan de informatieplichtige is toegekend overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder c), van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag(7);

b) de referentieperiode;

c) de aard van de beweging (aankomst, verzending);

d) de goederen, volgens de achtcijfercode van de gecombineerde nomenclatuur zoals vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief(8);

e) de partnerlidstaat;

f) de waarde van de goederen;

g) de hoeveelheid goederen;

h) de aard van de transactie.

De definities van de in de eerste alinea, onder e) tot en met h), vastgestelde statistische gegevens zijn opgenomen in de bijlage. De Commissie stelt zo nodig overeenkomstig de in artikel 14, lid 2 bedoelde procedure, nadere bepalingen vast aangaande het verzamelen van deze informatie, en in het bijzonder aangaande de te gebruiken codes.

2. De lidstaten kunnen ook andere gegevens verzamelen, zoals:

a) de identificatie van de goederen op een gedetailleerder niveau dan in de gecombineerde nomenclatuur;

b) het land van oorsprong, bij aankomsten;

c) het gebied van oorsprong, bij verzendingen, en het gebied van bestemming, bij aankomsten;

d) de leveringsvoorwaarden;

e) de wijze van vervoer;

f) het statistisch stelsel.

Definities van de onder b) tot en met f) bedoelde statistische gegevens zijn opgenomen in de bijlage. De Commissie stelt zo nodig volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure nadere bepalingen vast aangaande het verzamelen van deze informatie, en in het bijzonder aangaande de te gebruiken codes.

Artikel 10

Vereenvoudiging van het systeem Intrastat

1. Om aan de behoeften van de gebruikers van statistische informatie te voldoen zonder de deelnemers aan het economisch verkeer buitensporig te belasten, stellen de lidstaten jaarlijks in jaarwaarden van intracommunautaire handel uitgedrukte drempels vast beneden welke de informatieplichtigen van het verstrekken van Intrastat-informatie zijn vrijgesteld, of vereenvoudigde informatie kunnen verstrekken.

2. Elke lidstaat stelt de drempels voor de aankomsten en verzendingen afzonderlijk vast.

3. Bij de vaststelling van de drempels beneden welke de informatieplichtigen van het verstrekken van Intrastat-informatie zijn vrijgesteld, zien de lidstaten erop toe dat de in artikel 9, lid 1, eerste alinea, onder a) tot en met f), bedoelde informatie door de informatieplichtigen zodanig wordt verstrekt, dat ten minste 97 % van de waarde van de totale handel van de betrokken lidstaten wordt gedekt.

4. De lidstaten mogen andere drempels vaststellen beneden welke voor informatieplichtigen de volgende vereenvoudigingen kunnen gelden:

a) er behoeft geen informatie te worden verstrekt over de hoeveelheid goederen;

b) er behoeft geen informatie te worden verstrekt over de aard van de transactie;

c) de mogelijkheid maximaal tien gedetailleerde onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur die naar waarde het meest worden gebruikt, op te geven en de andere producten volgens door de Commissie, overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde voorschriften samen te voegen.

Elke lidstaat die deze drempels hanteert, ziet erop toe dat de handel van de betrokken informatieplichtigen niet meer dan 6 % van zijn totale handel bedraagt.

5. Onder bepaalde volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vastgestelde kwaliteitsvoorwaarden, mogen de lidstaten de voor kleine afzonderlijke transacties verstrekte informatie vereenvoudigen.

6. De informatie over de door de lidstaten te hanteren drempels wordt de Commissie (Eurostat) uiterlijk op 31 oktober voorafgaande aan het jaar van toepassing ervan meegedeeld.

Artikel 11

Statistische geheimhouding

Wanneer de informatieplichtige daartoe een verzoek indient, besluiten de nationale diensten of de statistische resultaten waaruit indirect blijkt op wie deze betrekking hebben, niet worden verspreid of zodanig worden aangepast dat de verspreiding ervan het belang van de statistische geheimhouding niet schaadt.

Artikel 12

Toezending van de gegevens aan de Commissie

1. De lidstaten zenden hun maandelijkse statistieken over de handel tussen de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) toe, uiterlijk:

a) 40 kalenderdagen na afloop van de referentiemaand, voor de volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure te bepalen verzamelde gegevens;

b) 70 kalenderdagen na het einde van de referentiemaand, voor de gedetailleerde resultaten, die overeenkomen met de in artikel 9, lid 1, eerste alinea, onder b) tot en met h), bedoelde gegevens.

Wat de waarde van de goederen betreft, hebben deze resultaten alleen betrekking op de statistische waarde, zoals gedefinieerd in de bijlage.

De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) de gegevens die vertrouwelijk zijn.

2. De lidstaten delen de Commissie (Eurostat) maandstatistieken mede over hun totale goederenverkeer, zo nodig met behulp van schattingen.

3. De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) de gegevens in elektronische vorm volgens een uitwisselingsnorm. De wijze waarop deze informatie in de praktijk wordt ingediend, wordt volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

Artikel 13

Kwaliteit

1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de kwaliteit van de ingediende gegevens overeenkomstig de van kracht zijnde kwaliteitsindicatoren en -normen te waarborgen.

2. De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) een jaarverslag in over de kwaliteit van de doorgezonden gegevens.

3. De indicatoren en normen voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit, de structuur van de door de lidstaten in te dienen kwaliteitsverslagen en alle nodige maatregelen ter beoordeling en verbetering van de gegevenskwaliteit worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

Artikel 14

Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de statistiek van het goederenverkeer tussen de lidstaten.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 15

Intrekking

1. Verordening (EEG) nr. 3330/91 wordt ingetrokken.

2. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 16

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 31 maart 2004.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

P. Cox

Voor de Raad

De voorzitter

D. Roche

(1) PB C 32 van 5.2.2004, blz. 92.

(2) Advies van het Europees Parlement van 16 december 2003 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 22 maart 2004.

(3) PB L 316 van 16.11.1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(4) PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003.

(5) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(6) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311van 12.12.2000, blz. 17).

(7) PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/15/EG (PB L 52 van 21.2.2004, blz. 61).

(8) PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2344/2003 van de Commissie (PB L 346 van 31.12.2003, blz. 38).

BIJLAGE

STATISTISCHE DEFINITIES

1. Partnerlidstaat

a) Bij aankomsten is de partnerlidstaat de lidstaat van herkomst, dat wil zeggen de lidstaat van verzending als goederen rechtstreeks uit een andere lidstaat het land binnenkomen. Als de goederen voordat ze de lidstaat van aankomst bereiken, door een of meer andere lidstaten zijn vervoerd en er het voorwerp zijn geweest van een tussenstop of een rechtshandeling die geen verband houdt met het vervoer ervan (bv. eigendomsoverdracht), wordt de laatste lidstaat waar een dergelijke tussenstop heeft of juridische transacties hebben plaatsgevonden als de lidstaat van oorsprong aangemerkt.

b) Bij verzendingen is de partnerlidstaat de lidstaat van bestemming, dat wil zeggen de laatste lidstaat, zoals bekend op het moment van verzending, waarheen de goederen worden verzonden.

2. Hoeveelheid goederen

De hoeveelheid goederen wordt op twee wijzen uitgedrukt:

a) in nettomassa, dat wil zeggen de eigen massa van de goederen ontdaan van alle verpakkingen;

b) volgens bijkomende maatstaven, dat wil zeggen de mogelijke meeteenheden van hoeveelheid behalve de nettomassa, zoals genoemd in de jaarlijkse verordening van de Commissie tot wijziging van de gecombineerde nomenclatuur.

3. Waarde van de goederen

De waarde van de goederen kan op twee wijzen worden uitgedrukt:

a) de maatstaf van heffing, dat wil zeggen de waarde die krachtens Richtlijn 77/388/EEG van de Raad voor belastingdoeleinden wordt bepaald;

b) de statistische waarde, dat wil zeggen de aan de grens van de lidstaten berekende waarde, die ook de incidentele kosten (vracht, verzekering) omvat, maar bij verzendingen alleen voor het trajectgedeelte op het grondgebied van de lidstaat van verzending en bij aankomsten voor het trajectgedeelte buiten het grondgebied van de lidstaat van aankomst. Bij verzendingen is dit de fob-waarde ("free on board") en bij aankomsten de cif-waarde ("cost, insurance, freight").

4. Aard van de transactie

Onder "aard van de transactie" verstaat men de verschillende kenmerken (aan- of verkoop, veredelingsbewerking enz.) die van nut zijn om de transacties van elkaar te onderscheiden.

5. Land van oorsprong

a) Onder het "land van oorsprong" wordt het land verstaan waar de goederen hun oorsprong hebben (alleen bij aankomsten).

b) Goederen hebben hun oorsprong in het land waar zij in hun geheel zijn verkregen of geproduceerd.

c) Als bij de vervaardiging van goederen twee of meer landen betrokken waren, zijn die goederen van oorsprong uit het land waar, in een daartoe ingerichte onderneming, de laatste ingrijpende en economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricatiestadium vertegenwoordigt.

6. Gebied van oorsprong of bestemming

a) Onder "gebied van oorsprong", bij verzending, wordt verstaan het gebied in de lidstaat van verzending waar de goederen zijn vervaardigd, gemonteerd, geassembleerd, verwerkt, gerepareerd of onderhouden; indien dit niet bekend is, is het gebied van oorsprong het gebied vanwaar de goederen zijn verzonden, of, indien dit niet bekend is, het gebied waar het handelsproces is geschied;

b) Onder "gebied van bestemming", bij aankomsten, wordt verstaan het gebied in de lidstaat van aankomst waar de goederen zullen worden verbruikt, gemonteerd, geassembleerd, verwerkt, gerepareerd of onderhouden; indien dit niet bekend is, is het gebied van bestemming het gebied waarheen de goederen worden verzonden of, indien dit niet bekend is, het gebied waar het handelsproces zal geschieden.

7. Leveringsvoorwaarden

Onder "leveringsvoorwaarden" wordt verstaan de bepalingen van de verkoopovereenkomst waarin de verplichtingen van de verkoper en de koper worden gespecificeerd volgens de Incoterms van de Internationale Kamer van Koophandel (cif, fob enz.).

8. Wijze van vervoer

De "wijze van vervoer" wordt bij verzendingen bepaald door het actieve vervoermiddel waarmee de goederen worden verondersteld het statistische registratiegebied van de lidstaat van verzending te zullen verlaten en bij aankomsten door het actieve vervoermiddel waarmee de goederen worden verondersteld het statistische registratiegebied van de lidstaat van aankomst te zijn binnengekomen.

9. Statistisch stelsel

Onder "statistisch stelsel" wordt de verschillende kenmerken verstaan die van nut zijn om de verschillende vormen van aankomsten of verzendingen voor statistische doeleinden van elkaar te onderscheiden.