32004L0044

Richtlijn 2004/44/EG van de Commissie van 13 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2002/69/EG tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op dioxinen en de gehaltebepaling van dioxineachtige PCB's in levensmiddelen (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 113 van 20/04/2004 blz. 0017 - 0018


Richtlijn 2004/44/EG van de Commissie

van 13 april 2004

tot wijziging van Richtlijn 2002/69/EG tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op dioxinen en de gehaltebepaling van dioxineachtige PCB's in levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 85/591/EEG van de Raad van 20 december 1985 betreffende de invoering van communautaire bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de controle van voor menselijke voeding bestemde levensmiddelen(1), en met name op artikel 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 2002/69/EG van de Commissie van 30 juli 2002 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op dioxinen en de gehaltebepaling van dioxineachtige PCB's in levensmiddelen(2) stelt specifieke bepalingen vast betreffende de bemonsteringsprocedure en de analysemethoden voor de officiële controle.

(2) De bemonstering van zeer grote vissen moet nauwkeurig worden omschreven om een geharmoniseerde methode in de hele Gemeenschap te waarborgen.

(3) Het is met het oog op een geharmoniseerde handhaving in de hele Europese Unie van groot belang dat de analyseresultaten op uniforme wijze gerapporteerd en geïnterpreteerd worden.

(4) Richtlijn 2002/69/EG moet dus dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Richtlijn 2002/69/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn.

Bijlage II bij Richtlijn 2002/69/EG wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn.

Artikel 2

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding ervan aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede, alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 13 april 2004.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 372 van 31.12.1985, blz. 50. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2) PB L 209 van 6.8.2002, blz. 5.

BIJLAGE I

Bijlage I bij Richtlijn 2002/69/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. In punt 4 "Bemonstering" wordt het volgende punt 4.1 "Specifieke bepalingen voor de bemonstering van partijen die hele vissen bevatten" na tabel 2 ingevoegd:

"4.1 Specifieke bepalingen voor de bemonstering van partijen die hele vissen bevatten

Tabel 1 preciseert hoeveel basismonsters van de partij moeten worden genomen. Het verzamelmonster (totaal van alle basismonsters) moet een gewicht van minstens 1 kg hebben (zie punt 3.5).

- Als de te bemonsteren partij kleine vissen (met een gewicht van minder dan 1 kg per vis) bevat, wordt de hele vis als basismonster genomen om het verzamelmonster te vormen. Als het resulterende verzamelmonster meer dan 3 kg weegt, kunnen de basismonsters bestaan uit het middendeel (met een minimumgewicht van 100 g per stuk) van de vissen van het verzamelmonster. Het totale deel waarop het maximumgehalte van toepassing is, wordt gebruikt voor de homogenisering van het monster.

- Als de te bemonsteren partij grotere vissen (met een gewicht van meer dan 1 kg per vis) bevat, bestaat het basismonster uit het middendeel van de vis. Elk basismonster weegt minstens 100 g. Als de te bemonsteren partij uit zeer grote vissen (bv. > 6 kg) bestaat en het nemen van een stuk van het middendeel van de vis tot aanzienlijk economisch verlies leidt, kan het nemen van drie basismonsters van minstens 350 g elk als toereikend worden beschouwd, onafhankelijk van de omvang van de partij.".

2. Punt 5 "Overeenstemming van de partij of subpartij met de eisen" wordt vervangen door:

"5. Overeenstemming van de partij of subpartij met de eisen

De partij wordt aanvaard als het analyseresultaat van één analyse het respectieve maximumgehalte zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 466/2001 niet overschrijdt, rekening houdend met de meetonzekerheid.

De partij is niet in overeenstemming met het in Verordening (EG) nr. 466/2001 vastgelegde maximumgehalte, als het door een duplobepaling bevestigde en als gemiddelde van minstens twee afzonderlijke bepalingen berekende analyseresultaat het maximumgehalte buiten redelijke twijfel overschrijdt, rekening houdend met de meetonzekerheid.

Met de meetonzekerheid kan op een van de volgende wijzen rekening worden gehouden:

- door de uitgebreide onzekerheid te berekenen met een dekkingsfactor 2, wat een betrouwbaarheidsniveau van ongeveer 95 % oplevert;

- door de beslissingsgrens (CCα) te bepalen overeenkomstig Beschikking 2002/657/EG van de Commissie van 14 augustus 2002 ter uitvoering van Richtlijn 96/23/EG van de Raad wat de prestaties van analysemethoden en de interpretatie van resultaten betreft(1) (punt 3.1.2.5. van de bijlage - stoffen waarvoor een toelaatbaar gehalte is vastgesteld).

Deze interpretatievoorschriften gelden voor het analyseresultaat van het monster voor officiële controledoeleinden. Op de analyse voor verhaal- en arbitragedoeleinden zijn de nationale voorschriften van toepassing.".

(1) PB L 221 van 17.8.2002, blz. 8. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/25/EG (PB L 6 van 10.1.2004, blz. 38).

BIJLAGE II

Bijlage II bij Richtlijn 2002/69/EG wordt als volgt gewijzigd:

De volgende alinea wordt toegevoegd aan het eind van punt 2 "Achtergrond"

"Uitsluitend met het oog op de toepassing van deze richtlijn is de aanvaarde specifieke bepaalbaarheidsgrens van een afzonderlijke congeneer gelijk aan de concentratie van een analyt in een monsterextract die voor de twee te meten ionen een instrumentele respons geeft met een signaal-ruisverhouding van 3:1 voor het zwakste signaal waarbij voldaan wordt aan de basiseisen zoals retentietijd en isotopenverhouding overeenkomstig de bepalingsmethode die wordt beschreven in EPA method 1613 revision B.".