14.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 367/30


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2004/847/GBVB VAN DE RAAD

van 9 december 2004

inzake de politiemissie van de Europese Unie in Kinshasa (DRC) met betrekking tot de geïntegreerde politie-eenheid (EUPOL „Kinshasa”)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14, artikel 25, derde lid, artikel 26 en artikel 28, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 26 januari 2004 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2004/85/GBVB over de preventie, beheersing en oplossing van conflicten in Afrika (1) vastgesteld.

(2)

In het kader van de operatie Artemis in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2003 op grond van Gemeenschappelijk Optreden 2003/423/GBVB van 5 juni 2003 inzake de militaire operatie van de EU in de Democratische Republiek Congo (2) heeft de Europese Unie reeds concrete stappen genomen om de veiligheid in het land te doen terugkeren.

(3)

Op 14 december 2000 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2000/792/GBVB (3) vastgesteld, waarbij de heer Aldo Ajello is benoemd tot speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor het gebied van de Grote Meren in Afrika en Gemeenschappelijk Optreden 96/250/GBVB is ingetrokken. Het mandaat van de speciale vertegenwoordiger is laatstelijk verlengd bij Gemeenschappelijk Optreden 2004/530/GBVB (4).

(4)

De Raad heeft op 29 september 2003 Gemeenschappelijk Standpunt 2003/680/GBVB (5) tot wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/829/GBVB betreffende de levering van bepaalde uitrusting aan de DRC vastgesteld.

(5)

Zowel de algemene en alomvattende overeenkomst betreffende de overgang in de DRC, die op 17 december 2002 in Pretoria is ondertekend, als het memorandum over de veiligheid en het leger van 29 juni 2003 voorzien in de oprichting van een geïntegreerde politie-eenheid (GPE).

(6)

Op 28 juli 2003 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1493 (2003) aangenomen, waarin hij zijn waardering uitdrukt voor de afkondiging, op 4 april 2003, van de voorlopige Grondwet van de DRC en voor de vorming van de overgangsregering van nationale eenheid die op 30 juni 2003 is bekendgemaakt. De Veiligheidsraad spoort tevens donoren aan, de oprichting van een geïntegreerde Congolese politie-eenheid te steunen, en gaat ermee akkoord dat MONUC, de VN-missie in de DRC, de extra steun verleent die voor de opleiding van die politie-eenheid nodig zou zijn.

(7)

In de gemeenschappelijke verklaring over de samenwerking tussen de VN en de EU inzake crisisbeheersing van 29 september 2003 toonden de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie zich ingenomen met de huidige samenwerking tussen de Verenigde Naties en de Europese Unie op het gebied van civiele en militaire crisisbeheersing, en zochten zij naar manieren om bijstand te bieden bij de oprichting van een geïntegreerde politie-eenheid in Kinshasa die de veiligheid van de overgangsregering en-instellingen moet waarborgen.

(8)

Op 20 oktober 2003 heeft de regering van de DRC bij de hoge vertegenwoordiger voor het GBVB een officieel verzoek ingediend om steun van de Europese Unie voor de oprichting van een GPE, die de overheidsinstellingen moet helpen beschermen en het interne veiligheidsapparaat moet helpen versterken.

(9)

Op 15 december 2003 heeft het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) ermee ingestemd dat de Europese Unie de oprichting van de GPE zou steunen volgens een aanpak in drie fasen: renovatie en herstelling van een opleidingscentrum en levering van basisuitrusting; opleiding van de GPE; en follow-up, monitoring en begeleiding van de concrete uitvoering van het mandaat van de GPE na de eerste opleidingsfase.

(10)

De Commissie heeft in het kader van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) een financieringsbesluit vastgesteld voor een project betreffende technische bijstand, renovatie van het opleidingscentrum, de levering van bepaald materiaal voor de GPE en het verstrekken van de nodige opleidingen.

(11)

Op 17 mei 2004 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2004/494/GBVB (6) vastgesteld, waarin de Europese Unie zich ertoe verbindt „de consolidering van de interne veiligheid in de DRC - een essentiële factor voor het vredesproces en de ontwikkeling van het land - te steunen door in Kinshasa een geïntegreerde politie-eenheid (GPE) te helpen oprichten”. De Europese Unie en de lidstaten hebben hiertoe, naast de in het kader van het EOF gefinancierde activiteiten, bijdragen in geld en/of in natura geleverd, zodat de regering van de DRC kan beschikken over de ordehandhavingsuitrusting, de wapens en munitie die nodig worden geacht voor de oprichting van de GPE.

(12)

Op 1 oktober 2004 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1565 (2004) aangenomen, waarin hij besluit de inzet van MONUC te verlengen tot en met 31 maart 2005. Voorts besluit de VN-Veiligheidsraad dat MONUC ter ondersteuning van de overgangsregering van nationale eenheid onder meer tot taak zal hebben bij te dragen tot regelingen die worden getroffen voor de veiligheid van de instellingen en de bescherming van functionarissen van de overgang in Kinshasa totdat de geïntegreerde politie-eenheid klaar is om deze verantwoordelijkheid op zich te nemen en de Congolese autoriteiten bij te staan bij de ordehandhaving op andere strategische gebieden.

(13)

De huidige veiligheidssituatie in de DRC kan verslechteren, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor het proces van versterking van de democratie, de rechtsstaat en de veiligheid op internationaal en regionaal vlak. Een bestendige toezegging van politieke steun en middelen van de EU zal ertoe bijdragen de stabiliteit in de regio te versterken.

(14)

Volgens overweging 12 van Gemeenschappelijk Optreden 2004/494/GBVB kan de Raad zo nodig besluiten tot een vervolg op het EOF-project en de levering van uitrusting voor ordehandhaving, wapens en munitie aan de GPE, in de vorm van een EVDB-onderdeel betreffende toezicht, opleiding en advies.

(15)

Het PVC heeft tijdens zijn vergadering van 16 november 2004 ingestemd met het concept van een EVDB-missie om het EOF-project te volgen.

(16)

Op 22 november 2004 heeft de Raad zijn toezegging herhaald om zeer nauw met MONUC samen te werken en deze missie doeltreffend te steunen opdat deze haar mandaat, waaronder het opleiden van de politie, kan volbrengen.

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

Missie

1.   De Europese Unie stelt hierbij een politiemissie van de Europese Unie (EUPOL „KINSHASA”) in ten behoeve van de follow-up van het in Gemeenschappelijk Optreden 2004/494/GBVB bedoelde EOF-project inzake de oprichting van een geïntegreerde politie-eenheid (GPE) in Kinshasa (DRC) vanaf begin januari 2005. Voor die datum wordt uiterlijk op 1 december 2004 ter voorbereiding van de politiemissie een planningsteam opgericht dat operationeel is tot de missie aanvangt.

2.   EUPOL „KINSHASA” treedt op in overeenstemming met de doelstellingen en andere bepalingen vervat in de taakopvatting in artikel 3.

Artikel 2

Planningsfase

1.   Tijdens de planningsfase omvat het planningsteam een politiehoofd van de missie/hoofd van het planningsteam en het nodige personeel voor het uitvoeren van de taken die voortvloeien uit de behoeften van de missie.

2.   Als prioriteit in het planningsproces zal een alomvattende risicobeoordeling worden verricht die eventueel kan worden bijgewerkt.

3.   Het secretariaat-generaal van de Raad stelt het operationeel concept (CONOPS) op. Vervolgens stelt het planningsteam het operatieplan (OPLAN) op en ontwikkelt het alle technische instrumenten die nodig zijn voor de verwezenlijking van de EUPOL „KINSHASA”. Het CONOPS en het OPLAN zullen rekening houden met de alomvattende risicobeoordeling. De Raad keurt het CONOPS en het OPLAN goed.

Artikel 3

Taak

De Europese Unie voert in Kinshasa (DRC) een politiemissie uit teneinde bij de oprichting en in de aanloopfase van de GPE toezicht te houden, begeleiding te bieden en advies te verlenen om ervoor te zorgen dat de GPE optreedt volgens de opleiding die zij in het opleidingscentrum heeft gekregen en overeenkomstig de internationale beste praktijken op dit gebied. Bij deze activiteiten moet de commandostructuur van de GPE centraal staan, om het beheersvermogen van de GPE te versterken en om op de operationele eenheden toezicht uit te oefenen bij de uitvoering van haar taken en haar te begeleiden en van advies te dienen.

Artikel 4

Structuur van de missie

De missie bestaat uit een hoofdkwartier dat in de operationele basis van de GPE gestationeerd is. Het hoofdkwartier bestaat uit het bureau van het hoofd van de missie, een afdeling die voor toezicht, begeleiding en advies zorgt, een afdeling voor administratieve ondersteuning en officieren voor de verbinding met de belangrijkste actoren wat de GPE betreft.

Artikel 5

Hoofd van de missie/directeur van politie

1.   Op voorstel van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger benoemt het PVC een hoofd van de missie/directeur van politie. Het hoofd van de missie/de directeur van politie wordt belast met de operationele controle (OPCON) van EUPOL „KINSHASA” en draagt zorg voor het dagelijks beheer van de EUPOL „KINSHASA”-functies.

2.   Het hoofd van de missie/de directeur van politie wordt aangeworven op contractbasis bij de Commissie.

3.   Alle politiefunctionarissen blijven volledig onder bevel van de daartoe geëigende nationale autoriteit. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over aan het hoofd van EUPOL „KINSHASA”.

4.   Het hoofd van de missie/de directeur van politie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel. Voor gedetacheerd personeel worden tuchtrechtelijke maatregelen uitgevoerd door de betrokken nationale of EU-autoriteit.

Artikel 6

Personeel

1.   Het aantal en het niveau van de EUPOL „KINSHASA”-personeelsleden zijn in overeenstemming met de in artikel 3 bedoelde taakopvatting en met de in artikel 4 bedoelde structuur van de missie.

2.   De politiefunctionarissen worden door de lidstaten gedetacheerd. Elke lidstaat draagt de kosten in verband met de door hem gedetacheerde politiefunctionarissen, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, vergoedingen met uitzondering van dagvergoedingen en huisvestingstoelagen, en kosten voor vervoer van en naar de DRC.

3.   Internationaal civiel personeel en lokaal personeel wordt naar gelang van de behoeften op contractbasis door EUPOL „KINSHASA” aangeworven.

4.   De bijdragende staten of communautaire instellingen kunnen ook, indien nodig, internationaal civiel personeel detacheren. Elke bijdragende staat of communautaire instelling draagt de kosten in verband met elk door hem gedetacheerd personeelslid, met inbegrip van salarissen, ziektekosten, vergoedingen met uitzondering van dagvergoedingen en huisvestingstoelagen, en kosten voor vervoer van en naar de DRC.

Artikel 7

Commandostructuur

EUPOL „KINSHASA” heeft, als crisisbeheersingsoperatie, een gemeenschappelijke commandostructuur.

De speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) rapporteert via de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger aan de Raad,

Het PVC zorgt voor politieke controle en strategische aansturing,

Het hoofd van de missie/de directeur van politie leidt de EUPOL „KINSHASA” en neemt het dagelijks beheer op zich,

Het hoofd van de missie/de directeur van politie rapporteert via de SVEU aan de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger,

De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger verstrekt via de SVEU richtsnoeren aan het hoofd van de missie/de directeur van politie.

Artikel 8

Politieke controle en strategische aansturing

1.   Onder de verantwoordelijkheid van de Raad oefent het PVC de politieke controle op en de strategische leiding van de operatie uit. Daarbij machtigt de Raad het PVC om de noodzakelijke besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het operatieplan en de commandostructuur te wijzigen. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de operatie blijven berusten bij de Raad, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger.

2.   De SVEU stuurt het politiehoofd van de missie op lokaal niveau aan. De SVEU staat in voor de coördinatie met andere EU-actoren en voor de betrekkingen met de autoriteiten van het gastland.

3.   Het PVC rapporteert op geregelde tijdstippen aan de Raad, rekening houdend met de SVEU-rapporten.

4.   Het PVC ontvangt op geregelde tijdstippen verslagen van het hoofd van de missie/de directeur van politie over het verloop van de missie. Het PVC mag het hoofd van de missie/de directeur van politie in voorkomend geval op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 9

Deelname door derde landen

1.   Onder volledige eerbiediging van de beslissingsautonomie van de EU en het ene institutionele kader van de Unie worden de toetredende landen uitgenodigd en kunnen kandidaat-lidstaten en andere derde landen worden uitgenodigd om bij te dragen aan EUPOL „KINSHASA”, met dien verstande dat zij de kosten dragen van het uitzenden van de politiefunctionarissen en/of het door hen gedetacheerde internationaal civiel personeel, met inbegrip van salarissen, vergoedingen en kosten voor vervoer van en naar de DRC, en dat zij in voorkomend geval in een evenredig deel van de bedrijfskosten van EUPOL „KINSHASA” bijdragen.

2.   Hierbij machtigt de Raad het PVC om, op aanbeveling van de operationeel commandant en van het Comité voor de civiele aspecten van crisisbeheersing, de noodzakelijke besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen.

3.   Alle derde landen die bijdragen aan EUPOL „KINSHASA” hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende EU-lidstaten bij de dagelijkse leiding van de operatie.

4.   Het PVC handelt de regelingen voor deelneming af, en legt die zo nodig aan de Raad voor; dat geldt ook voor de mogelijke financiële deelneming van derde landen in de gemeenschappelijke kosten.

5.   Uitvoerige regelingen wat betreft de deelname van derde landen worden vastgelegd in overeenkomsten conform artikel 24 van het Verdrag. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over dergelijke regelingen onderhandelen. Wanneer de EU en een derde land een overeenkomst hebben gesloten tot vaststelling van een kader voor de deelneming van dit derde land aan EU-crisisbeheersingsoperaties, dan zijn de bepalingen van die overeenkomst in het kader van deze operatie van toepassing.

Artikel 10

Financiële regelingen

1.   De kosten voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden gedurende de planningsfase en het jaar 2005 bedragen ten hoogste 4 370 000 EUR.

2.   Ten aanzien van uit de Gemeenschapsbegroting gefinancierde uitgaven is het volgende van toepassing:

a)

uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures van de Gemeenschap die van toepassing zijn op de begroting, met als uitzondering dat eventuele prefinancieringen niet het eigendom van de Gemeenschap blijven. Onderdanen van derde landen mogen inschrijven bij aanbestedingen;

b)

het hoofd van het planningsteam/de directeur van politie brengt over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten volledig verslag uit aan de Commissie, onder wier toezicht hij staat.

3.   De financiële regelingen moeten voldoen aan de operationele vereisten van de EUPOL „KINSHASA”, met inbegrip van de verenigbaarheid van uitrusting en de interoperabiliteit van de teams van de missie.

Artikel 11

Optreden van de Gemeenschap en andere desbetreffende acties

1.   De Raad neemt nota van het voornemen van de Commissie haar optreden te richten op de verwezenlijking van dit gemeenschappelijk optreden, in voorkomend geval door relevante communautaire maatregelen.

2.   De Raad neemt er voorts nota van dat er coördinatieregelingen nodig zijn in Kinshasa en in Brussel, onder meer met betrekking tot eventuele toekomstige EOF-projecten, rekening houdend met de bestaande coördinatiemechanismen.

Artikel 12

Vrijgave van gerubriceerde gegevens

1.   De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „CONFIDENTIEL UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven aan derde staten die bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken zijn.

2.   Voorts is de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger gemachtigd om, naar gelang van de operationele behoeften van de missie, aan de Verenigde Naties gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven. Te dien einde zullen plaatselijke regelingen worden vastgesteld.

3.   Indien er sprake is van een concrete en onmiddellijke operationele behoefte, is de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voorts gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven aan het gastland. In alle andere gevallen worden deze gegevens en documenten vrijgegeven aan het gastland volgens de daartoe bestemde procedures op het niveau van samenwerking tussen het gastland en de Europese Unie.

4.   De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om door de EU niet-gerubriceerde documenten betreffende de beraadslagingen van de Raad over de operatie die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad vallen, vrij te geven aan derde staten die bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken zijn.

Artikel 13

Status van het EUPOL „KINSHASA”-personeel

1.   Over de status van het EUPOL „KINSHASA”-personeel in de DRC, in voorkomend geval inclusief de voorrechten en immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van EUPOL „KINSHASA”, wordt overeenstemming bereikt volgens de procedure van artikel 24 van het Verdrag. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over dergelijke regelingen onderhandelen.

2.   De staat of communautaire instelling die een personeelslid heeft gedetacheerd, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schade-eisen van of betreffende het personeelslid. De betrokken staat of communautaire instelling stelt in voorkomend geval vorderingen tegen het gedetacheerde personeelslid in.

Artikel 14

Inwerkingtreding en duur

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Het verstrijkt op 31 december 2005.

De uitgaven komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum waarop dit gemeenschappelijk optreden wordt vastgesteld.

Artikel 15

Bekendmaking

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 9 december 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

L. J. BRINKHORST


(1)  PB L 21 van 28.1.2004, blz. 25.

(2)  PB L 143 van 11.6.2003, blz. 50.

(3)  PB L 318 van 16.12.2000, blz. 1.

(4)  PB L 234 van 3.7.2004, blz. 13.

(5)  PB L 249 van 1.10.2003, blz. 64.

(6)  PB L 182 van 19.5.2004, blz. 41.