25.10.2003   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 275/12


VERORDENING (EG) Nr. 1874/2003 VAN DE COMMISSIE

van 24 oktober 2003

tot goedkeuring van de nationale scrapiebestrijdingsprogramma's van bepaalde lidstaten, tot vaststelling van aanvullende garanties en tot verlening van afwijkingen betreffende fokprogramma's ter verkrijging van TSE-resistentie bij schapen krachtens Beschikking 2003/100/EG

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1234/2003 van de Commissie (2), en met name op hoofdstuk A, deel I, onder b), punt ii), van bijlage VIII,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 999/2001 voorziet in de goedkeuring van nationale scrapiebestrijdingsprogramma's van de lidstaten indien die programma's voldoen aan bepaalde criteria die in die verordening zijn vastgelegd. Voorts bepaalt Verordening (EG) nr. 999/2001 dat overeenkomstig die verordening de nodige aanvullende garanties voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer moeten worden vastgesteld.

(2)

Beschikking 2003/100/EG van de Commissie van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma's ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (3) bepaalt dat elke lidstaat een fokprogramma moet invoeren om te selecteren op resistentie tegen TSE's bij bepaalde schapenrassen. Die beschikking biedt tevens de mogelijkheid om van de verplichting van de lidstaten om een fokprogramma in te voeren af te wijken op grond van een overeenkomstig Verordening (EG) nr. 999/2001 ingediend en goedgekeurd nationaal scrapiebestrijdingsprogramma dat voorziet in doorlopend actief toezicht op op het landbouwbedrijf gestorven schapen en geiten in alle koppels in de betrokken lidstaat.

(3)

Met het oog op de diergezondheid mogen nationale scrapiebestrijdingsprogramma's alleen worden goedgekeurd als scrapie op het grondgebied van de betrokken lidstaat waarschijnlijk een geringe prevalentie heeft of niet voorkomt. Zweden en Denemarken hebben respectievelijk op 7 maart 2003 en 5 september 2003 een nationaal scrapiebestrijdingsprogramma ingediend dat aan de criteria van Verordening (EG) nr. 999/2001 voldoet; voorts heeft scrapie op het grondgebied van die lidstaten waarschijnlijk een geringe prevalentie of komt de ziekte daar niet voor. Daarom moet het nationale scrapiebestrijdingsprogramma van die lidstaten worden goedgekeurd.

(4)

Op grond van hun nationale scrapiebestrijdingsprogramma's moet Zweden en Denemarken worden toegestaan af te wijken van het fokprogramma als bedoeld in Beschikking 2003/100/EG en moeten de aanvullende handelsgaranties als voorgeschreven in hoofdstuk A van bijlage VIII en hoofdstuk E van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 999/2001 worden vastgesteld.

(5)

In de toekomst zullen mogelijk ook voor andere lidstaten nationale scrapiebestrijdingsprogramma's, in combinatie met aanvullende garanties, worden goedgekeurd en afwijkingen van de verplichting om fokprogramma's in te voeren worden toegestaan. Daarom dienen die maatregelen in een verordening te worden vastgelegd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Goedkeuring van nationale scrapiebestrijdingsprogramma's

De nationale scrapiebestrijdingsprogramma's van de in de bijlage vermelde lidstaten worden goedgekeurd.

Artikel 2

Aanvullende garanties betreffende bedrijven

1.   Schapen en geiten, bestemd voor de in de bijlage vermelde lidstaten en afkomstig van lidstaten die niet in de bijlage zijn vermeld of van derde landen, moeten sinds de geboorte ononderbroken gehouden zijn op bedrijven die al ten minste zeven jaar vóór de verzending van de dieren aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

er zijn geen gevallen van scrapie vastgesteld,

b)

er zijn geen uitroeiingsmaatregelen getroffen in verband met scrapie;

c)

op de bedrijven zijn geen dieren aanwezig die overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 999/2001 zijn geïdentificeerd als dieren waarvoor een risico bestaat.

2.   Sperma, embryo's en eicellen van schapen en geiten, bestemd voor in de bijlage vermelde lidstaten en afkomstig van lidstaten die niet in de bijlage zijn vermeld of van derde landen, moeten afkomstig zijn van donordieren die sinds hun geboorte zonder onderbreking zijn gehouden op bedrijven die aan de in lid 1 beschreven voorwaarden voldoen.

Artikel 3

Officiële verplaatsingsbeperkingen

1.   De in de bijlage vermelde lidstaten passen op bedrijven die schapen of geiten dan wel sperma, embryo's of eicellen van schapen of geiten ontvangen, gedurende zeven jaar vanaf de datum van de laatste ontvangst van de dieren, het sperma, de embryo's respectievelijk de eicellen de in lid 2 genoemde officiële verplaatsingsbeperkingen toe indien:

a)

de dieren, het sperma, de embryo's respectievelijk de eicellen zijn ontvangen van niet in de bijlage vermelde lidstaten of van derde landen, en

b)

in de drie jaar vóór of na de datum van verzending van de dieren, het sperma, de embryo's respectievelijk de eicellen in de lidstaat of het derde land van verzending als bedoeld onder a) scrapie is vastgesteld.

2.   Voor bedrijven die dieren, sperma, embryo's of eicellen ontvangen waarop het in lid 1, onder a) en b) vermelde van toepassing is, geldt een officiële verplaatsingsbeperking, inhoudende dat schapen en geiten, sperma, embryo's en eicellen het bedrijf niet mogen binnenkomen of verlaten, met uitzondering van dieren die rechtstreeks naar de slacht gaan.

3.   De in lid 2 bedoelde verplaatsingsbeperkingen gelden niet voor de ontvangst van schapen met prioneiwitgenotype ARR/ARR en voor sperma, embryo's en eicellen van een donordier met prioneiwitgenotype ARR/ARR.

Artikel 4

Afwijkingen van de verplichting om een fokprogramma in te voeren

Krachtens artikel 3, lid 1, van Beschikking 2003/100/EG wordt de in de bijlage vermelde lidstaten toegestaan af te wijken van de verplichting om een fokprogramma als bedoeld in artikel 2, lid 1, van die beschikking in te voeren.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 oktober 2003.

Voor de Commissie

David BYRNE

Lid van de Commissie


(1)  PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

(2)  PB L 173 van 11.7.2003, blz. 6.

(3)  PB L 41 van 14.2.2003, blz. 41.


BIJLAGE

Lidstaten waarvan het nationale scrapiebestrijdingsprogramma is goedgekeurd

Zweden

Denemarken.