32003R0813

Verordening (EG) nr. 813/2003 van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 117 van 13/05/2003 blz. 0022 - 0023


Verordening (EG) nr. 813/2003 van de Commissie

van 12 mei 2003

inzake overgangsmaatregelen krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten(1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 808/2003 van de Commissie(2), en met name op artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EG) nr. 1774/2002 voorziet in een volledige herziening van de communautaire voorschriften betreffende niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, waarbij onder meer een aantal strikte eisen is ingevoerd. Voorts bepaalt die verordening dat er passende overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld.

(2) In verband met de strikte aard van de bedoelde eisen moet worden voorzien in overgangsmaatregelen voor de lidstaten om het bedrijfsleven voldoende tijd te geven zich aan te passen. Bovendien moeten alternatieve wijzen van verzameling, vervoer, opslag, hantering, verwerking en gebruik van dierlijke bijproducten alsmede verwijderingsmethoden voor die bijproducten verder worden ontwikkeld.

(3) Daarom moet als tijdelijke maatregel aan de lidstaten een afwijking worden toegestaan zodat deze lidstaten exploitanten kunnen toestaan om de nationale voorschriften voor het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen te blijven toepassen.

(4) Om risico's voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren te voorkomen moeten in de lidstaten voor de duur van de overgangsmaatregelen passende controlesystemen gehandhaafd blijven.

(5) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Afwijking met betrekking tot het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen

1. Krachtens artikel 32, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1774/2002 mogen de lidstaten in afwijking van artikel 6, lid 2, onder f), en artikel 7 van die verordening aan exploitanten van bedrijfsruimten en voorzieningen individuele toestemming verlenen voor de toepassing, uiterlijk tot en met 31 december 2005, van de nationale voorschriften voor het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder f), van voornoemde verordening, mits de nationale voorschriften:

a) onverminderd lid 2 waarborgen dat voormalige voedingsmiddelen niet met categorie 1- en categorie 2-materiaal wordt vermengd, en

b) in overeenstemming zijn met de overige eisen van Verordening (EG) nr. 1774/2002.

2. Het vermengen van voormalige voedingsmiddelen met categorie 1- of categorie 2-materiaal kan echter worden toegestaan wanneer het materiaal met het oog op verbranding of verwerking in een categorie 1- of categorie 2-bedrijf wordt verzonden voordat het overeenkomstig de communautaire wetgeving als afval wordt verwijderd door verbranding, meeverbranding of storting op een stortplaats.

3. Wanneer voormalige voedingsmiddelen voor verwijdering als afval op een erkende stortplaats worden verzonden, worden alle nodige maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de voormalige voedingsmiddelen niet worden vermengd met niet-verwerkt materiaal van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 4, artikel 5 en artikel 6, lid 1, onder a) tot en met e) en g) tot en met k).

Artikel 2

Controlemaatregelen

De bevoegde autoriteit neemt de nodige maatregelen om te controleren of de erkende exploitanten van bedrijfsruimten en voorzieningen de voorwaarden van artikel 1 naleven.

Artikel 3

Intrekking van toestemmingen en verwijdering van materiaal dat niet in overeenstemming is met deze verordening

1. Individuele toestemmingen van de bevoegde autoriteit voor het verzamelen, het vervoer en de verwijdering van voormalige voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong wordt ten aanzien van elke exploitant, bedrijfsruimte of voorziening onmiddellijk en permanent ingetrokken indien niet langer aan de in deze verordening vastgelegde voorwaarden wordt voldaan.

2. De bevoegde autoriteit trekt krachtens artikel 1 verleende toestemmingen uiterlijk op 31 december 2005 in.

De bevoegde autoriteit verleent slechts definitieve erkenning krachtens Verordening (EG) nr. 1774/2002 indien zij zich er aan de hand van haar inspecties van heeft vergewist dat de in artikel 1 bedoelde bedrijfsruimten en voorzieningen aan alle eisen van die verordening voldoen.

3. Materiaal dat niet aan de eisen van deze verordening voldoet, wordt overeenkomstig de instructies van de bevoegde autoriteit verwijderd.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 mei 2003 tot en met 31 december 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 mei 2003.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 273 van 10.10.2002, blz. 1.

(2) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.