32003R0453

Verordening (EG) nr. 453/2003 van de Raad van 6 maart 2003 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld

Publicatieblad Nr. L 069 van 13/03/2003 blz. 0010 - 0011


Verordening (EG) nr. 453/2003 van de Raad

van 6 maart 2003

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, onder b), i),

Gezien het voorstel van de Commissie(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Naar aanleiding van de conclusies van de Europese Raad van Sevilla van 21 en 22 juni 2002 waarin absolute prioriteit is gegeven aan de herziening van Verordening (EG) nr. 539/2001(3) vóór het einde van het jaar 2002, heeft de Commissie de antwoorden van de lidstaten op de hun toegezonden vragenlijst beoordeeld in het licht van de toepasselijke criteria voor de herziening van Verordening (EG) nr. 539/2001, te weten, illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, de externe betrekkingen van de Unie met de derde landen, regionale samenhang en wederkerigheid. De Commissie heeft geconcludeerd dat het om redenen van illegale immigratie noodzakelijk is Ecuador van bijlage II naar bijlage I van Verordening (EG) nr. 539/2001 te verplaatsen.

(2) De ontwikkelingen in het internationaal recht, die een wijziging van de rechtspositie of de benaming van bepaalde staten of entiteiten tot gevolg hebben, moeten in de bijlagen van Verordening (EG) nr. 539/2001 worden weergegeven. In bijlage I van die verordening moet Oost-Timor worden geschrapt uit deel 2 (territoriale entiteiten) en worden opgenomen in deel 1 (staten).

(3) Aangezien de tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, gesloten Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen voorziet in visumvrijstelling voor het verkeer van onderdanen van Zwitserland en van de lidstaten, is er geen reden meer om Zwitserland te vermelden in bijlage II van Verordening (EG) nr. 539/2001.

(4) Uit de antwoorden van de lidstaten op de vragenlijst blijkt dat het noodzakelijk is de wederkerigheid nader te onderzoeken. Hierover moet op een later tijdstip door de Commissie verslag worden uitgebracht.

(5) De visumplicht ten aanzien van onderdanen van Ecuador dient door de lidstaten op uniforme wijze te worden toegepast. Bijgevolg moet er een datum worden bepaald met ingang waarvan alle lidstaten de visumplicht moeten toepassen.

(6) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een verdere ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis die vallen onder artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen(4) van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(5).

(7) Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen niet deel aan de aanneming van deze verordening en zijn hieraan niet gebonden noch onderworpen aan de toepassing ervan.

(8) Deze verordening vormt een rechtshandeling die voortbouwt op het Schengenacquis of daaraan is verbonden als bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 539/2001 wordt als volgt gewijzigd:

1. in bijlage I:

a) wordt "Oost-Timor" verplaatst van deel 2 ("Territoriale entiteiten en autoriteiten die door ten minste één lidstaat niet als staat worden erkend") naar deel 1 ("Staten"), waarbij de alfabetische volgorde wordt aangehouden.

b) in deel 1 wordt "Ecuador" ingevoegd, waarbij de alfabetische volgorde wordt aangehouden;

2. in bijlage II, deel 1, worden Ecuador en Zwitserland geschrapt.

Artikel 2

De Commissie legt vóór 30 juni 2003 een verslag over de implicaties van de wederkerigheid voor aan het Europees Parlement en de Raad en dient desgevallend de nodige voorstellen in.

Artikel 3

1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. De lidstaten passen met ingang van 1 juni 2003 de visumplicht toe ten aanzien van de onderdanen van Ecuador.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, 6 maart 2003.

Voor de Raad

De voorzitter

D. Reppas

(1) Nog niet verschenen in het Publicatieblad.

(2) Advies uitgebracht op 12 februari 2003.

(3) PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2414/2001 (PB L 327 van 12.12.2001, blz. 1).

(4) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

(5) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.