32001R0825

Verordening (EG) nr. 825/2001 van de Commissie van 27 april 2001 houdende bijzondere maatregelen in de sector van de producten uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 800/1999 en Verordening (EG) nr. 1520/2000

Publicatieblad Nr. L 120 van 28/04/2001 blz. 0005 - 0006


Verordening (EG) nr. 825/2001 van de Commissie

van 27 april 2001

houdende bijzondere maatregelen in de sector van de producten uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, tot afwijking van Verordening (EG) nr. 800/1999 en Verordening (EG) nr. 1520/2000

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2580/2000(2), en met name op artikel 8, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Gevallen van mond- en klauwzeer die respectievelijk op 20 februari, 13 maart en 21 maart 2001 zijn geconstateerd in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en Ierland hebben aanleiding gegeven tot het nemen van beschermende maatregelen in het Verenigd Koninkrijk door Beschikking 2001/145/EG van de Commissie(3), vervangen door Beschikking 2001/172/EG(4), op haar beurt gewijzigd bij Beschikking 2001/190/EG(5), in Frankrijk door Beschikking 2001/208/EG van de Commissie(6), in Nederland door Beschikking 2001/223/EG van de Commissie(7) en in Ierland door Beschikking 2001/234/EG van de Commissie(8).

(2) In Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie(9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 90/2001(10), worden gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij de uitvoer voor landbouwproducten vastgesteld.

(3) Verordening (EG) nr. 1520/2000 van de Commissie(11), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2390/2000(12), stelt, voor bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag vast, en met name artikel 1, de artikelen 5 tot en met 15 en bijlage F betreffende de wijze van toepassing van de restitutiecertificaten.

(4) De procedures voor het afgeven van gezondheidscertificaten die door sommige lidstaten in het kader van de in de desbetreffende beschikkingen goedgekeurde beschermende maatregelen, worden gehanteerd, alsmede sommige maatregelen die sommige landen hebben genomen en tot beperking van de invoer hebben geleid, hebben schade toegebracht aan de economische belangen van de exporteurs. De op die manier ontstane situatie heeft de uitvoermogelijkheden onder de in de Verordeningen (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1520/2000 vastgelegde voorwaarden negatief beïnvloed.

(5) Het is derhalve noodzakelijk deze schadelijke gevolgen te beperken door bijzondere maatregelen te nemen en sommige termijnen te verlengen die zijn vastgesteld in de Verordening (EG) nr. 800/1999 en (EG) nr. 1520/2000 in verband met uitvoeroperaties die vanwege de hier aangegeven omstandigheden niet konden worden voltooid. Met name verdient het aanbeveling de bedrijven die reeds de douaneformaliteiten voor de uitvoer hebben vervuld of de goederen in douane-entrepots hebben opgeslagen, hetzelfde voordeel van de verlenging van de geldigheidsduur van de certificaten toe te kennen door de in Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde termijn te verlengen.

(6) Het voordeel van deze afwijkingen moet worden toegekend aan de bedrijven die met name op basis van de documenten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad(13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3235/94(14), kunnen aantonen dat zij de uitvoeroperaties wegens de hierboven vermelde omstandigheden niet binnen de vastgestelde termijnen hebben kunnen voltooien.

(7) Gezien de ontwikkeling van de gebeurtenissen dient deze verordening onmiddellijk van kracht te worden.

(8) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer in verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op producten uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen, zoals bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) 1520/2000, op voorwaarde dat de betrokken exporteur een door de bevoegde autoriteiten aanvaard bewijs levert dat hij de uitvoeroperaties niet heeft kunnen voltooien wegens in overeenstemming met de communautaire wetgeving genomen maatregelen of wegens gezondheidsmaatregelen die de autoriteiten van de landen van bestemming hebben genomen naar aanleiding van de ontdekking van gevallen van mond- en klauwzeer in de Gemeenschap.

De autoriteiten baseren zich voor hun beoordeling op de handelsdocumenten zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89.

2. In afwijking van artikel 9, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 wordt de geldigheidsduur van de uit hoofde van deze verordening afgegeven restitutiecertificaten die uiterlijk op 22 maart 2001 zijn aangevraagd en waarvan de geldigheidsduur niet vóór 30 maart 2001 verstrijkt, op verzoek van de houder tot 30 september 2001 verlengd voor het bedrag dat overeenkomt met de in lid 1 hierboven bedoelde uitvoeroperaties.

3. In afwijking van artikel 7, lid 1, en artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999 wordt op verzoek van de exporteur en voor de producten waarvoor uiterlijk op 29 maart 2001 de douaneformaliteiten waren vervuld, de termijn van 60 dagen om het douanegebied van de Gemeenschap te verlaten op 150 dagen vastgesteld.

4. De verhogingen van 10 % en 15 % zoals bedoeld in respectievelijk artikel 25, lid 1, en artikel 35, lid 1, van Verordening (EG) nr. 800/1999, zijn niet van toepassing voor uitvoeroperaties die hetzij voor uiterlijk 22 maart 2001 uit hoofde van de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1520/2000 bedoelde afwijking, hetzij uit hoofde van de uiterlijk op 22 maart 2001 aangevraagde certificaten worden verricht.

Wanneer het recht op restitutie niet meer geldt, is de in artikel 51, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde sanctie niet van toepassing.

Artikel 2

De lidstaten geven kennis van de bedragen die met elke van de in deze verordening genoemde maatregelen zijn gemoeid, waarbij het nummer en de datum van de afgifte van het certificaat, de nomenclatuurcode van de desbetreffende goederen, de oorspronkelijke geldigheidsperiode en de verlengde geldigheidsperiode duidelijk moeten worden aangegeven.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 april 2001.

Voor de Commissie

Erkki Liikanen

Lid van de Commissie

(1) PB L 318 van 20.12.1993, blz. 18.

(2) PB L 298 van 25.11.2000, blz. 5.

(3) PB L 53 van 23.2.2001, blz. 25.

(4) PB L 62 van 2.3.2001, blz. 22.

(5) PB L 67 van 9.3.2001, blz. 88.

(6) PB L 73 van 15.3.2001, blz. 38.

(7) PB L 82 van 22.3.2001, blz. 29.

(8) PB L 84 van 23.3.2001, blz. 62.

(9) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

(10) PB L 14 van 18.1.2001, blz. 22.

(11) PB L 177 van 15.7.2000, blz. 1.

(12) PB L 276 van 27.10.2000, blz. 3.

(13) PB L 388 van 30.12.1989, blz. 18.

(14) PB L 338 van 28.12.1994, blz. 16.