32001G0720(02)

Resolutie van de Raad van 13 juli 2001 betreffende e-Learning

Publicatieblad Nr. C 204 van 20/07/2001 blz. 0003 - 0005


Resolutie van de Raad

van 13 juli 2001

betreffende e-Learning

(2001/C 204/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De conclusies van de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000, waarin de totstandbrenging van een concurrerende en dynamische kenniseconomie als strategisch doel wordt gesteld en specifieke doelstellingen inzake informatie- en communicatietechnologie (ICT) en onderwijs worden bepaald, alsmede de conclusies van de Europese Raad van Stockholm van 23 en 24 maart 2001, waarin wordt bevestigd dat de verbetering van de basisvaardigheden, met name van de informatietechnologie en digitale vaardigheden, een topprioriteit voor de Unie is.

(2) Het verslag van de Raad "Onderwijs" aan de Europese Raad van Stockholm over concrete toekomstige doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels, waarin met name wordt gewezen op het belang van het ontwikkelen van vaardigheden voor de kennismaatschappij en de verwezenlijking van de door de Europese Raad van Lissabon vastgestelde doelstellingen om te zorgen voor toegang tot ICT voor iedereen.

(3) Het verzoek van de Europese Raad van Stockholm om aan de Europese Raad in diens voorjaarsbijeenkomst in 2002 een nieuw verslag voor te leggen met een gedetailleerd werkprogramma over de follow-up van de doelstellingen inzake onderwijs- en opleidingsstelsels.

(4) De belangrijke verbintenis inzake het gebruik van ICT in onderwijs en opleiding die al neergelegd is in het Socrates- en Leonardo-programma en in andere bestaande communautaire instrumenten.

(5) De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2001(1), waarin wordt benadrukt dat de lidstaten in verband met de ontwikkeling van vaardigheden voor de nieuwe arbeidsmarkt in het kader van levenslang leren, moeten streven naar de ontwikkeling van e-Learning voor alle burgers.

(6) De resolutie van de Raad van 6 mei 1996 inzake educatieve multimediasoftware op het gebied van onderwijs en opleiding en de conclusies van de Raad van 22 september 1997 inzake onderwijs, informatie- en communicatietechnologie en de opleiding van leraren voor de toekomst(2);

(7) De mededeling van de Commissie "e-Learning - Het onderwijs van morgen uitdenken" van 24 mei 2000, die doelstellingen in het licht van de conclusies van Lissabon bevat en een aanvulling is op het algemene actieplan "eEurope" van de Commissie.

(8) De mededeling van de Commissie met als titel "e-Learning-actieplan - Het onderwijs van morgen uitdenken" van 28 mart 2001, waarin gemeenschappelijke actiegebieden en specifieke maatregelen voor het gebruik van nieuwe multimediatechnologie en internet worden vastgesteld ter verbetering van de kwaliteit van het leren, en die betrekking heeft op infrastructuur, opleiding, multimediadiensten en inhoud van hoge kwaliteit en dialoog en samenwerking op alle niveaus.

(9) VERZOEKT de lidstaten:

i) te blijven streven naar werkelijke integratie van ICT in de onderwijs- en opleidingsstelsels als een belangrijk onderdeel van de aanpassing van de onderwijs- en opleidingsstelsels waarom werd verzocht in de conclusies van de Europese Raad van Lissabon en in het verslag over concrete doelstellingen van de onderwijsstelsels;

ii) de mogelijkheden van internet, multimedia en virtuele leeromgevingen te benutten om levenslang leren als een fundamenteel onderwijsbeginsel beter en sneller te verwezenlijken en iedereen toegang tot onderwijs en opleiding te bieden, met name mensen die om sociale, economische, geografische of andere redenen minder toegangsmogelijkheden hebben;

iii) de noodzakelijke verstrekking van ICT-leermogelijkheden binnen de onderwijs- en opleidingsstelsels te stimuleren, door de integratie van ICT te versnellen en de leerplannen van alle relevante vakken op de middelbare scholen en in het hoger onderwijs te herzien, zonder de doelstellingen op lange termijn en de kritische benadering die onderwijsstelsels vereisen, uit het oog te verliezen;

iv) te blijven streven naar initiële en vervolgopleiding van onderwijsgevenden en opleiders inzake het pedagogisch gebruik van ICT, aangezien de digitale cultuur als een essentieel element in de basisvaardigheden van de leraar ontwikkeld moet worden, en onderwijsgevenden en opleiders te motiveren om in hun eigen lessen optimaal pedagogisch gebruik te maken van ICT;

v) de verantwoordelijken van onderwijs- en opleidingsinstellingen, en lokale, regionale en nationale autoriteiten en andere relevante belanghebbenden ertoe aan te moedigen het nodige inzicht te verwerven in de mogelijkheden van ICT om nieuwe methoden van leren en pedagogische ontwikkeling te versterken, teneinde ICT efficiënt te integreren en te beheren;

vi) het verstrekken van uitrusting en kwaliteitsinfrastructuur voor onderwijs en opleiding te versnellen, met inachtneming van de technische vooruitgang; apparatuur, programmatuur en toegang tot internet binnen de onderwijs- en opleidingsinstellingen, alsmede de relevante menselijke hulpbronnen voor hulp-, ondersteunings- en onderhoudsdiensten;

vii) de ontwikkeling van digitaal onderwijs- en leermaterieel van hoge kwaliteit aan te moedigen teneinde de kwaliteit van online-aanbiedingen te garanderen; passende ondersteuningsmechanismen te verstrekken om de keus uit kwaliteitsproducten voor onderwijsgevenden en hoofden van onderwijs- en opleidingsinstellingen te vergemakkelijken;

viii) gebruik te maken van de voordelen die de digitalisering en de standaardisering van documenten bieden inzake het vergemakkelijken van de toegang en het uitbreiden van het educatieve en pedagogische gebruik van openbare culturele hulpmiddelen, zoals bibliotheken, musea en archieven;

ix) de ontwikkeling en aanpassing te steunen van vernieuwende pedagogie, waarbij technologie in een ruimer, diverse leerplannen bestrijkend, kader wordt geïntegreerd; nieuwe benaderingen aan te moedigen, op basis van een extensiever gebruik van vernieuwende pedagogische mehtoden en programmatuur en het gebruik van nieuwe middelen en ervaringen, teneinde de kennis en motivering van de lerenden te stimuleren, en als onderdeel van het leerpakket de lerenden een kritische attitude ten aanzien van de inhoud op het internet en in andere media bij te brengen;

x) het communicatiepotentieel van ICT te exploiteren om Europees bewustzijn, uitwisselingen en samenwerking op alle onderwijs- en opleidingsniveaus, en meer bepaald op school, te bevorderen; de mogelijkheid te onderzoeken om deze Europese ervaringen in leerplannen op te nemen, en fysieke en virtuele mobiliteit te steunen en te versterken als belangrijk onderdeel van het onderwijs, daarbij de nieuwe vaardigheden en bevoegdheden ontwikkelend die nodig zijn om in een meertalige en multiculturele maatschappij te kunnen leven en werken;

xi) virtuele ontmoetingsplaatsen voor samenwerking en uitwisseling van informatie, ervaring en goede praktijken te steunen en te stimuleren, rekening houdend met nieuwe pedagogische benaderingen en nieuwe vormen van samenwerking tussen lerenden, en tussen onderwijsgevenden of opleiders, alsmede Europese netwerken op alle niveaus op het gebied van educatieve multimedia, gebruik van internet in het onderwijs, samenwerking en leren op basis van ICT-media en andere toepassingen van ICT in het onderwijs en in opleidingen te stimuleren;

xii) de ervaringen die zijn opgedaan in het kader van initiatieven zoals het "European School-Net" en het "European Network of Teacher Education Policies" (ENTEP) te benutten en daarop voort te bouwen;

xiii) de Europese dimensie te bevorderen van de gezamenlijke ontwikkeling in het hoger onderwijs van leerplannen waaraan ICT als medium of als aanvulling ten grondslag ligt, door (in het verlengde van het Sorbonne/Bologna-proces) verdere gemeenschappelijke aanpakken van certificatiemodellen en kwaliteitswaarborg in het hoger onderwijs aan te moedigen; stimulansen te geven aan instellingen, faculteiten of departementen die op dit gebied innoverend en pedagogisch verantwoord werk op Europees niveau leveren;

xiv) het onderzoek van e-Learning uit te breiden, en meer bepaald na te gaan hoe de leerprestaties door ICT, pedagogische ontwikkeling, onderwijs en leren op basis van ICT kunnen worden verbeterd, en internationale samenwerking op dit gebied te stimuleren;

xv) partnerschappen tussen de openbare en de particuliere sector te bevorderen als een bijdrage aan de ontwikkeling van e-Learning, teneinde de uitwisseling van ervaringen en de dialoog over toekomstige eisen voor multimedialeermateriaal en overdracht van technologie aan te moedigen.

xvi) de integratie en het gebruik van ICT in onderwijs, opleiding en leren te volgen en te analyseren, bestaande kwantitatieve en kwalitatieve informatie te verstrekken, en verbeterde observatie- en evaluatiemethoden te ontwikkelen, teneinde ervaringen en goede praktijken uit te wisselen en zo bij te dragen tot de follow-up van het verslag over de concrete toekomstige doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels.

(10) VERZOEKT de Commissie:

i) tijdens de uitvoering van het e-Learning actieplan bijzondere aandacht te besteden aan het werk in verband met de hoofdprioriteiten die worden aangegeven in het verslag over de concrete toekomstige doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels, zoals de uitwisseling van goede praktijken en ervaringen tussen de lidstaten, met inbegrip van ervaringen uit andere landen;

ii) de bestaande Europese portaalsites te blijven steunen en de ontwikkeling van andere portaalsites aan te moedigen om zo de toegang tot onderwijsinhoud te vergemakkelijken en samenwerking en uitwisseling van ervaringen op het gebied van e-Learning en pedagogische ontwikkeling te bevorderen, vooral teneinde:

- transnationale virtuele ontmoetingsplaatsen te steunen,

- Europese netwerken op alle niveaus te stimuleren en met name netwerken op te richten en ter beschikking te stellen van de opleiding van leraren,

- repertoria van bestaande kwalitatieve internetvoorzieningen te ondersteunen;

iii) ondersteunende acties op Europees niveau uit te voeren, met name ervaring en informatie over producten en diensten op het gebied van multimediaprogrammatuur voor het onderwijs te delen, en in dit verband methoden voor te stellen voor bijstand en advies bij de selectie van pedagogische multimediavoorzieningen van hoge kwaliteit; grensoverschrijdende links tussen producenten, gebruikers en beheerders van onderwijs- en opleidingsstelsels te creëren om de kwaliteit van de producten en diensten alsmede een betere afstemming van het aanbod op de vraag te bevorderen; informatie- en communicatieacties en een Europees debat over al deze aangelegenheden te steunen;

iv) samen met de lidstaten te onderzoeken of "eSchola, een week voor e-Learning in Europa", zich kan ontwikkelen tot een doorlopende activiteit met in het kader daarvan een jaarlijks evenement met een grote uitstraling;

v) het testen van nieuwe leeromgevingen en beanderingen te steunen, teneinde rekening te houden met de groeiende verschillen qua stijl, cultuur en taal van de lerenden en in samenwerking met de lidstaten virtuele mobiliteit en transnationale virtuele mobiliteit en transnationale virtuele campusprojecten aan te moedigen, meer in het bijzonder op het gebied van talen, wetenschap en technologie, kunst en cultuur;

vi) strategische studies te verrichten over vernieuwende aanpakken in het onderwijs, alsmede over de pedagogische aspecten van nieuwe technologiëen, de sterke en zwakke aspecten van de Europese multimediasector voor het onderwijs en de mogeljikheden van cultuurinstellingen en wetenschapscentra om als nieuwe leeromgeving te fungeren;

vii) onderzoek, experimenten en evaluatie van de pedagogische, sociaal-economische en technologische dimensies van nieuwe ICT-mediumbenaderingen, en van de geschiktheid daarvan voor de behoeften van de gebruikers in het kader van de communautaire programma's te intensiveren; het resultaat van dit onderzoek actief te verspreiden om de overdracht naar de onderwijs- en opleidingsstelsels en de professionele uitgevers en aanbieders te vergemakkelijken;

viii) de ontwikkeling te steunen van Europese meertalige onderwijsvoorzieningen, platforms en diensten, waar nodig rekening houdend met aan onderwijs en opleiding gerelateerde aspecten inzake intellectuele eigendomsrechten en het gebruik van nieuwe distributiemethoden, en de ontwikkeling en bevordering van international aanvaarde normen en open-bron-programmatuur;

ix) uiterlijk in december 2002 bij de Raad verslag uit te brengen over het resultaat van de bovengenoemde activiteiten, teneinde een algemene evaluatie van die resultaten alsmede besluiten over verdere acties te vergemakkelijken. Tevens dient in november 2001 een tussentijds verslag aan de Raad te worden voorgelegd.

(1) Besluit 2001/63/EG van de Raad (PB L 22 van 24.1.2001, blz. 18).

(2) PB C 303 van 4.10.1997, blz. 5.