32001D0606

2001/606/EG: Beschikking van de Commissie van 6 augustus 2001 betreffende financiële bijstand van de Gemeenschap voor noodmaatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer in bepaalde delen van Zuidoost-Europa (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 2470)

Publicatieblad Nr. L 212 van 07/08/2001 blz. 0042 - 0043


Beschikking van de Commissie

van 6 augustus 2001

betreffende financiële bijstand van de Gemeenschap voor noodmaatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer in bepaalde delen van Zuidoost-Europa

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 2470)

(Voor de EER relevante tekst)

(2001/606/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied(1), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/12/EG(2), en met name op artikel 13,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In Anatolië (Turkije) is mond- en klauwzeer van de typen A, O en ASIA 1 endemisch. De aanwezigheid van verschillende typen en subtypen van het mond- en klauwzeervirus in Turkije vormt een rechtstreekse bedreiging voor de Gemeenschap, met name Griekenland, en voor Bulgarije.

(2) In verband met uitbraken van mond- en klauwzeer van het type ASIA 1 in het westelijke deel van Anatolië heeft de Commissie in juli 2000 overeenkomstig het bepaalde in Beschikking 2000/494/EG(3) vaccins ter beschikking gesteld van Turkije. Na afloop van de vaccinatiecampagne hebben het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) en de Europese Commissie voor de Bestrijding van Mond- en Klauwzeer (EUFMD) van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) in oktober 2000 gezamenlijk een veterinair inspectiebezoek verricht. Naar aanleiding van dit bezoek is een aantal aanbevelingen gedaan ter verbetering van de met steun van de Gemeenschap uitgevoerde vaccinatiecampagnes in Turks Thracië.

(3) Op 29 juni 2001 heeft de bevoegde autoriteit van Turkije, het ministerie van Landbouw en Plattelandszaken, officieel melding gedaan van een uitbraak van mond- en klauwzeer van het type O1 in de provincie Tekirdag in Turks Thracië, dicht bij de grens met Griekenland.

(4) Voorts heeft het Wereldreferentielaboratorium (WRL) voor mond- en klauwzeer in Pirbright, Verenigd Koninkrijk, aan de hand van in-vitrotests vastgesteld dat het tot dusver in Turkije gebruikte vaccin O1-Manisa voor bepaalde in Turkije voorkomende en door het WRL gekarakteriseerde O1-isolaten slechts een beperkte kruisbescherming biedt. Uit dezelfde tests is evenwel gebleken dat de in de antigeenbanken van de Gemeenschap beschikbare vaccinstam O 1BFS een betere kruisbescherming biedt.

(5) Op grond van de epizoötiologische situatie moet de Gemeenschap Turkije onverwijld bijstand verlenen om in Thracië een noodvaccinatie tegen mond- en klauwzeer bij alle dieren van de voor de ziekte gevoelige soorten uit te voeren. De bevoegde autoriteit van Turkije heeft de Gemeenschap om dergelijke bijstand verzocht. Voorts dient men voorbereid te zijn op een noodvaccinatie in naburige landen, voor het geval dit op grond van de epizoötiologische situatie nodig zou zijn.

(6) Overeenkomstig Beschikking 2001/300/EG van de Commissie van 30 maart 2001 inzake de samenwerking tussen de Gemeenschap en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), vooral met betrekking tot de werkzaamheden van de Europese Commissie van de FAO voor de Bestrijding van Mond- en Klauwzeer ("European Commission for the Control of Foot and Mouth Disease")(4), maakt de coördinatie van de bestrijding van mond- en klauwzeer in Turks Thracië, inclusief de organisatie van en het toezicht op de vaccinatiecampagnes, deel uit van de uitvoeringsovereenkomst.

(7) De bevoegde autoriteiten van Turkije hebben ermee ingestemd om, in het kader van het Turkse programma ter bestrijding van mond- en klauwzeer, alle voor mond- en klauwzeer gevoelige dieren in Turks Thracië onverwijld te vaccineren tegen mond- en klauwzeer, serotypen O1, A en ASIA 1.

(8) Het lijkt dienstig de directeur-generaal van het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming te machtigen om via een briefwisseling tussen de Europese Commissie en de FAO passende regelingen vast te stellen met het oog op de aankoop en de levering aan Turkije van de nodige hoeveelheden trivalent vaccin dat voldoende doeltreffend is tegen de momenteel in Thracië voorkomende serotypen van het mond- en klauwzeervirus. Bovendien zal de EUFMD een bezoek ter plaatse door Europese mond- en klauwzeerdeskundigen organiseren om te garanderen dat het geleverde vaccin doeltreffend gebruikt wordt, rekening houdend met de bij het vorige bezoek gedane aanbevelingen, en zal zij in overleg met de deskundigen van het onderzoeksteam van de EUFMD toezicht houden op de organisatie door de Turkse autoriteiten van het toezicht op de vaccinatiecampagne aan de hand van serologische tests.

(9) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Overeenkomstig Beschikking 2001/300/EG zal het Trustfonds 911100/MTF/INT/003/EEG worden gebruikt voor de volgende maatregelen:

a) de aankoop van 1500000 doses trivalent vaccin, met AlOH3 als adjuvans, tegen mond- en klauwzeer, virustypen O1, A-Iran 96 en ASIA 1, met een immuniserend vermogen van 6 PD50,

b) de levering van 1300000 doses van het onder a) bedoelde vaccin aan het Pendik Instituut in Turkije voor een noodvaccinatie in Turks Thracië, met name in de provincies Edirne, Kirklareli en Tekirdag en in de Europese delen van de provincies Canakkale en Istanbul, overeenkomstig het door de Turkse bevoegde autoriteiten aan de Commissie voorgelegde vaccinatieprogramma,

c) de opslag van 200000 doses van het onder a) bedoelde vaccin in het bedrijf van de fabrikant voor eventuele, op grond van de epizoötiologische situatie noodzakelijke noodvaccinaties,

d) een controle ter plaatse van de vaccinatiecampagne door Europese deskundigen en

e) het organiseren van het toezicht op de vaccinatiecampagne aan de hand van serologische tests, teneinde met name het verloop van de gezondheidssituatie te kunnen volgen.

2. De directeur-generaal van het directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming wordt gemachtigd om samen met de Europese Commissie voor de Bestrijding van Mond- en Klauwzeer (EUFMD) van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) passende regelingen vast te stellen voor de uitvoering van de in lid 1 genoemde maatregelen.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 6 augustus 2001.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19.

(2) PB L 3 van 6.1.2001, blz. 27.

(3) PB L 199 van 5.8.2000, blz. 85.

(4) PB L 102 van 12.4.2001, blz. 71.