Verordening (EG) nr. 1921/2000 van de Europese Centrale Bank van 31 augustus 2000 houdende wijzigingen op Verordening (EG) nr. 2818/98 van de Europese Centrale Bank inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/1998/15) en houdende wijzigingen op Verordening (EG) nr. 2819/98 van de Europese Centrale Bank met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/1998/16) (ECB/2000/8)
Publicatieblad Nr. L 229 van 09/09/2000 blz. 0034 - 0043
Verordening (EG) nr. 1921/2000 van de Europese Centrale Bank van 31 augustus 2000 houdende wijzigingen op Verordening (EG) nr. 2818/98 van de Europese Centrale Bank inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/1998/15) en houdende wijzigingen op Verordening (EG) nr. 2819/98 van de Europese Centrale Bank met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/1998/16) (ECB/2000/8) DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK, Gelet op de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna aangeduid als de "statuten" ), inzonderheid op artikel 19, lid 1, daarvan, Gelet op Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank en inzonderheid op artikel 6, lid 4, daarvan(1) en op Verordening (EG) nr. 2532/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank om sancties op te leggen(2), Gelet op Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank(3), inzonderheid op artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4, daarvan, Overwegende hetgeen volgt: Verordening (EG) nr. 2818/98 van de Europese Centrale Bank van 1 december 1998 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/1998/15)(4) en Verordening (EG) nr. 2819/98 van de Europese Centrale Bank van 1 december 1998 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/1998/16)(5) om de volgende redenen dienen te worden gewijzigd: 1. om het liquiditeitenbeheer van de Europese Centrale Bank en de kredietinstellingen te vergemakkelijken, dienen reserveverplichtingen ten laatste op de eerste dag van de reserveperiode te worden bevestigd; 2. bij uitzondering dienen kredietinstellingen wellicht herzieningen van de reservebasis of van bevestigde reserveverplichtingen te rapporteren; 3. de procedures voor bevestiging of aanvaarding van reserveverplichtingen laten de verplichting van informatieplichtigen onverlet om altijd correcte statistische informatie te rapporteren en eventueel reeds gerapporteerde onjuiste statistische informatie te herzien. 4. de vaststelling van specifieke procedures voor fusies en splitsingen van kredietinstellingen is noodzakelijk ter verduidelijking van de reserveverplichtingen van deze instellingen; 5. de in deze verordening vastgelegde definities van fusies en splitsingen zijn gebaseerd op bestaande definities in aanvullende communautaire wetgeving inzake naamloze vennootschappen; deze definities zijn aangepast voor de toepassing van deze Verordening; 6. deze procedures laten de mogelijkheid onverlet dat minimumreserves via een bemiddelende instelling worden aangehouden, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 2818/98 wordt als volgt gewijzigd: 1. De volgende definities worden aan het einde van artikel 1 ingevoegd: "- 'fusie': een rechtshandeling, waarbij één of meer kredietinstellingen (de 'fuserende instellingen'), die in ontbinding gaan zonder vereffening, zowel rechten als verplichtingen in hun geheel doen overgaan op een andere kredietinstelling ('de overnemende instelling'), een eventueel nieuw opgerichte kredietinstelling; - 'splitsing': een rechtshandeling, waarbij één kredietinstelling (de 'instelling die aan de splitsing deelneemt'), die in ontbinding gaat zonder vereffening, zowel rechten als verplichtingen in hun geheel doet overgaan op meer dan één instelling (de 'verkrijgende instellingen'), eventueel nieuw opgerichte kredietinstellingen.". 2. Artikel 3, lid 3, wordt als volgt vervangen: "3. De reservebasis met betrekking tot een specifieke reserveperiode wordt door de instelling berekend op basis van de gegevens van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de reserveperiode begint. De reservebasis wordt door de instelling gerapporteerd aan de desbetreffende deelnemende NCB vóór aanvang van de desbetreffende reserveperiode als vereist binnen het rapportagekader voor de monetaire en bancaire statistieken van de ECB als neergelegd in Verordening (EG) nr. 2819/98 van de Europese Centrale Bank van 1 december 1998 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/1998/16)(6). 4. Voor instellingen met een derogatie als vastgelegd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2819/98 wordt de reservebasis voor de drie reserveperiodes volgend op de reserveperiode die begint na het einde van een kwartaal, berekend op basis van overeenkomstig bijlage II van Verordening (EG) nr. 2819/98 gerapporteerde kwartaalultimo-gegevens. Deze instellingen bevestigen hun reserveverplichtingen en kunnen de gerapporteerde gegevens overeenkomstig artikel 5 herzien.". 3. Artikel 5 wordt als volgt vervangen: "Artikel 5 Berekening en bevestiging van reserveverplichtingen 1. Het bedrag aan minimumreserves dat door elke instelling met betrekking tot een specifieke reserveperiode dient te worden aangehouden, wordt berekend door toepassing van de reserveratio's op elke relevante post van de reservebasis voor die periode, zoals beschreven in artikel 4. Het bedrag aan minimumreserves, dat door de betreffende deelnemende NCB en de instelling werd vastgesteld overeenkomstig de in dit artikel vastgelegde procedures, vormt de basis voor i) de compensatie voor het aanhouden van de vereiste reserves en ii) de beoordeling of een instelling voldoet aan de verplichting tot het aanhouden van de vereiste minimumreserves. 2. Een vergoeding van 100000 EUR, in mindering te brengen op het bedrag van de reserveverplichting, wordt, behoudens de in artikel 11 en 13 vastgelegde bepalingen, aan elke instelling toegekend. 3. Procedures voor de bevestiging van individuele reserveverplichtingen van instellingen worden door elke deelnemende NCB overeenkomstig de hiernavolgende principes vastgesteld. Hetzij de betreffende deelnemende NCB, hetzij de instelling neemt het initiatief tot het berekenen van de reserveverplichting van de instelling voor de betreffende reserveperiode op basis van de statistische gegevens en de overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2819/98 gerapporteerde reservebasis. De partij die de berekening uitvoert, stelt de andere partij van de berekende reserveverplichting in kennis ten laatste op de 2e kalenderdag van de maand waarin de reserveperiode begint of op de voorafgaande werkdag van de NCB als de 2e kalenderdag geen werkdag van de NCB is. De betreffende deelnemende NCB kan als einddatum voor het rapporteren van reserveverplichtingen een vroegere datum vaststellen. De berekende reserveverplichting wordt ten laatste op de eerste dag van de reserveperiode bevestigd. Het ontbreken van een reactie aan het einde van de eerste dag van de reserveperiode wordt beschouwd als een bevestiging van de reserveverplichting van de instelling voor de betreffende reserveperiode. 4. De betreffende deelnemende NCB kan, na de bevestiging van de reserveverplichting van de instelling overeenkomstig de in lid 3 van dit artikel genoemde procedure, van de instelling wijzigingen van de reservebasis, gerapporteerd overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2819/98 en van de bevestigde reserveverplichting aanvaarden. De partij die herzieningen indient, stelt de andere partij van de herzieningen in kennis ten laatste op de l4e kalenderdag van de maand volgende op de maand waarin de reserveperiode begon of op de voorafgaande werkdag als de l4e kalenderdag geen werkdag van de NCB is. De betreffende deelnemende NCB kan als einddatum voor het indienen van herzieningen een vroegere datum vaststellen. Herzieningen worden door de in kennis gestelde partij aanvaard ten laatste op de 15e kalenderdag van de maand volgende op de maand waarin de reserveperiode begon of op de volgende werkdag van de NCB als de 15e kalenderdag geen werkdag van de NCB is. Het ontbreken van een reactie van de in kennis gestelde partij aan het einde van de 15e kalenderdag of op de volgende werkdag van de NCB als de 15e kalenderdag geen werkdag van de NCB is, wordt beschouwd als een aanvaarding van de reserveverplichting van de instelling voor de betreffende reserveperiode. Indien een instelling van de in dit lid vastgelegde mogelijkheid tot herziening van de reservebasis en de reserveverplichting misbruik maakt, dan kan de mogelijkheid tot het accepteren van herzieningen voor deze instelling opgeschort worden. 5. Door een deelnemende NCB vastgestelde termijnen inzake kennisgeving, bevestiging, herziening of aanvaarding van individuele gegevens, relevant met betrekking tot reserveverplichtingen, mogen afwijken van de in dit artikel vastgelegde termijnen. De deelnemende NCB's kunnen kalenders publiceren van komende termijnen voor de toepassing van de in dit artikel genoemde procedures. 6. Indien een instelling de betreffende statistische informatie niet rapporteert overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2819/98, dan stelt de betreffende deelnemende NCB de betrokken kredietinstelling, voor bevestiging dan wel aanvaarding overeenkomstig de in dit artikel vastgelegde procedures, in kennis van het bedrag van de reserveverplichting van de instelling voor de betreffende reserveperiode(s), geraamd op basis van door de instelling gerapporteerde historische en verdere relevante gegevens. Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2531/98 en de bevoegdheid van de ECB om een sanctie op te leggen wegens het schenden van de statistische rapportagevereisten van de ECB blijven onverlet.". 4. Artikel 6, lid 2, wordt als volgt vervangen: "2. Een instelling heeft aan haar reserveverplichting voldaan wanneer de gemiddelde dagbalans van haar reserverekeningen gedurende de reserveperiode niet lager is dan het voor die periode volgens de procedures van artikel 5 bepaalde bedrag.". 5. In artikel 8, lid 1, wordt de zinsnede "(waarbij het resultaat tot op één cent nauwkeurig wordt afgerond)" aan het einde van de eerste zin ingevoegd. 6. Artikel 13 wordt als volgt vervangen: "Artikel 13 Fusies en splitsingen 1. Inzake de reserveperiode binnen welke de fusie van kracht wordt, worden de reserveverplichtingen van de fuserende instellingen vervuld door de overnemende instelling, die in aanmerking komt voor iedere in artikel 5, lid 2, genoemde vergoeding, die werd toegekend aan de fuserende instellingen. Alle reserves die de fuserende instellingen aanhouden gedurende de reserveperiode waarin de fusie van kracht wordt, worden bij elkaar opgeteld voor het nakomen van de reserveverplichtingen van de overnemende instelling. 2. Vanaf de reserveperiode volgend op de reserveperiode waarin de fusie van kracht wordt, wordt aan de overnemende instelling slechts één in artikel 5, lid 2, genoemde vergoeding toegekend. Voor de op de fusie volgende reserveperiode wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis, zijnde de samenvoeging van de reservebases van de fuserende instellingen en, indien van toepassing, van de overnemende instelling. De samen te voegen reservebases zijn die reservebases, die voor deze reserveperiode van toepassing zouden zijn geweest, indien de fusie niet zou zijn aangegaan. Voorzover voor ieder van de fuserende instellingen adequate statistische informatie verschaft dient te worden, worden de statistische rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen door de overnemende instelling vervuld. Specifieke bepalingen, al naar gelang de kenmerken van de bij de fusie betrokken instellingen, zijn vastgelegd in bijlage II van Verordening (EG) nr. 2819/98. 3. Voor de reserveperiode binnen welke een splitsing van kracht wordt, wordt de reserveverplichting van de instelling die aan de splitsing deelneemt, vervuld door de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen. De aansprakelijkheid van elk van de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen is evenredig aan het aan elk van die kredietinstellingen toegewezen deel van de reservebasis van de instelling die aan de splitsing deelneemt. Reserves die werden aangehouden door de aan de splitsing deelnemende instelling tijdens de reserveperiode binnen welke de splitsing van kracht wordt, worden in dezelfde verhouding toegewezen aan de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen. Voor de reserveperiode binnen welke de splitsing van kracht wordt, wordt de in artikel 5, lid 2, genoemde vergoeding toegekend aan elk van de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen. 4. Vanaf de reserveperiode volgend op de reserveperiode binnen welke de splitsing van kracht wordt en totdat de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen hun respectievelijke reservebases hebben gerapporteerd overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2819/98, zal elk van de kredietinstellingen onder de verkrijgende instellingen, wellicht naast haar eigen reserveverplichting, de reserveverplichting vervullen, berekend op basis van het aan de desbetreffende verkrijgende instelling toegewezen deel van de reservebasis van de instelling die aan de splitsing deelneemt. Vanaf de reserveperiode volgend op de reserveperiode waarin de splitsing van kracht wordt, wordt aan elke kredietinstelling onder de verkrijgende instellingen één in artikel 5, lid 2, genoemde vergoeding toegekend.". Artikel 2 Verordening (EG) nr. 2819/98 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het volgende lid 6 wordt aan het einde van artikel 4 ingevoegd: "6. Inzake een fusie of een splitsing stelt de betreffende informatieplichtige, eens dat het voornemen tot het uitvoeren van een dergelijke rechtshandeling openbaar geworden is en tijdig voor de fusie of de splitsing van kracht wordt, de betreffende NCB in kennis van de voorgenomen procedures ter nakoming van de in deze verordening neergelegde statistische informatieverplichtingen.". 2. Artikel 5 wordt als volgt vervangen: "Artikel 5 Het gebruiken van gerapporteerde statistische informatie uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2818/98 van de ECB 1. De statistische informatie die conform de onderhavige verordening door kredietinstellingen is gerapporteerd, wordt door iedere kredietinstelling gebruikt voor het berekenen van haar reservebasis overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2818/98 van de Europese Centrale Bank van 1 december 1998 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/1998/15)(7). Meer bepaald gebruikt iedere kredietinstelling deze informatie bij de verificatie van het nakomen van haar reserveverplichting voor de reserveperiode. 2. Onverminderd de verplichtingen van de informatieplichtigen ex artikel 4 en bijlage IV van deze verordening kunnen aan minimumreserves onderworpen kredietinstellingen herzieningen van de reservebasis en de reserveverplichting rapporteren overeenkomstig de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2818/98 vastgelegde procedures. 3. De overgangsbepalingen en de specifieke bepalingen die gelden voor de toepassing van het stelsel van reserveverplichtingen van het ESCB, zijn neergelegd in bijlage II van deze verordening. De specifieke bepalingen in deze bijlage derogeren aan de in Verordening (EG) nr. 2818/98 neergelegde bepalingen.". 3. Bijlage II wordt vervangen door de bijlage bij deze verordening. Artikel 3 Inwerkingtreding Overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2818/98 wordt deze verordening van kracht ten aanzien van de reserveperiode die aanvangt in de maand volgende op de publicatie van deze verordening in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Gedaan te Frankfurt am Main, 31 augustus 2000. Namens de Raad van Bestuur van de ECB De voorzitter Willem F. Duisenberg (1) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1. (2) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 4. (3) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8. (4) PB L 356 van 30.12.1998, blz. 1. (5) PB L 356 van 30.12.1998, blz. 7. (6) PB L 356 van 30.12.1998, blz. 7. (7) PB L 356 van 30.12.1998, blz. 1. BIJLAGE "BIJLAGE II SPECIFIEKE EN OVERGANGSBEPALINGEN EN BEPALINGEN INZAKE FUSIES MET BETREKKING TOT KREDIETINSTELLINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING VAN HET STELSEL VAN MINIMUMRESERVES DEEL 1 SPECIFIEKE BEPALINGEN I. Volledig rapporterende kredietinstellingen 1. Voor een correcte berekening van de reservebasis waarop een positieve reserveratio wordt toegepast, is een gedetailleerde maandelijkse specificatie vereist van deposito's met een vaste looptijd van meer dan twee jaar, van deposito's met een opzeggingstermijn van meer dan twee jaar en van overeenkomsten tot verkoop met terugkoopverplichting die kredietinstellingen zijn aangegaan met ("binnenlandse" en "andere landen die aan de monetaire unie deelnemen"), MFI's, "kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's" en de "centrale overheid" en met de rest van de wereld. Kredietinstellingen kunnen ook informatie verstrekken over posities ten opzichte van "andere MFI's dan kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's", in plaats van posities ten opzichte van MFI's en kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van de gedetailleerdheid van gegevens en geen gevolgen heeft voor vetgedrukte posities. Voorts bestaat de alternatieve mogelijkheid dat kredietinstellingen met reserveverplichtingen, afhankelijk van de nationale inzamelingssystemen en zonder dat dit afbreuk doet aan de verplichting geheel te moeten voldoen aan de definities en classificatiebeginselen met betrekking tot de MFI-balans als neergelegd in deze verordening, de noodzakelijke gegevens voor het berekenen van de reservebasis, uitgezonderd die welke betrekking hebben op verhandelbare waardepapieren, kunnen rapporteren overeenkomstig bijlage I, tabel 1, voetnoot 7, mits dit niet ten koste gaat van vetgedrukte posities. II. Wijze van rapportage voor kredietinstellingen die bij de zogenoemde "cutting-off-the-tail"-procedure betrokken zijn 2. Ten behoeve van het stelsel van reserveverplichtingen van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) rapporteren kleine kredietinstellingen die bij de zogenoemde "cutting-off-the-tail"-procedure betrokken zijn, ten minste de kwartaalgegevens benodigd voor de berekening van de reservebasis overeenkomstig tabel 1A. Kredietinstellingen die bij de zogenoemde "cutting-off-the-tail"-procedure betrokken zijn, dragen er zorg voor dat rapportage overeenkomstig tabel 1A volledig overeenstemt met de in tabel 1 toepasselijke definities en classificaties. De gegevens over de reservebasis van kleine kredietinstellingen met reserveverplichtingen zijn voor drie (éénmaandelijkse) reserveperiodes gebaseerd op kwartaalultimogegevens zoals die door de nationale centrale banken (NCB's) zijn verzameld en die binnen 28 werkdagen na kwartaalultimo waarop zij betrekking hebben, moeten worden verstrekt. III. Rapportage als groep op geconsolideerde basis door kredietinstellingen die aan het stelsel van reserveverplichtingen van het ESCB zijn onderworpen 3. Na goedkeuring door de Europese Centrale Bank (ECB) kunnen kredietinstellingen met reserveverplichtingen statistische informatie op geconsolideerde basis verstrekken voor een groep kredietinstellingen met reserveverplichtingen binnen één nationaal grondgebied, op voorwaarde dat alle betrokken instellingen afstand hebben gedaan van de mogelijkheid om een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering te brengen. De mogelijkheid van deze vaste aftrek blijft voor de groep als geheel echter bestaan. Alle betrokken instellingen worden afzonderlijk in de lijst van monetaire financiële instellingen (MFI's) van de ECB opgenomen. 4. Als de groep als geheel bij de zogenoemde "cutting-off-the-tail"-procedure betrokken is, dient zij alleen te voldoen aan de regels betreffende vereenvoudigde rapportage voor kleine instellingen met reserveverplichtingen. In alle andere gevallen blijft het volledige rapportageschema van toepassing. IV. De kolom "w.v. kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's" 5. De kolom "w.v. kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's" bevat niet de passiva van rapporterende instellingen jegens instellingen die in de lijst van instellingen worden genoemd die zijn vrijgesteld van het aanhouden van minimumreserves in het kader van het stelsel van reserveverplichtingen van het ESCB, d.w.z. instellingen die zijn vrijgesteld om andere redenen dan reorganisatie. 6. De lijst van vrijgestelde instellingen bevat alleen die instellingen die om andere redenen dan reorganisatie zijn vrijgesteld. Instellingen die op grond van reorganisatie tijdelijk van hun verplichting tot het aanhouden van minimumreserves zijn ontheven, worden behandeld als instellingen met reserveverplichtingen. Passiva jegens deze instellingen vallen derhalve onder de kolom "w.v. kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's". Onder deze kolom vallen ook de verplichtingen jegens instellingen die door toepassing van de vasteaftrekregeling feitelijk niet verplicht zijn tot het aanhouden van reserves bij het ESCB. DEEL 2 OVERGANGSBEPALINGEN 7. Het rapporteren in het geval van deposito's, die met opzegging over een periode van meer dan twee jaar kunnen worden afgelost, is tot nader order vrijwillig. De informatieplichtigen hebben de mogelijkheid om aan deze verplichtingen te voldoen middels vrijwillige rapportage, d.w.z. zij mogen hetzij waarheidsgetrouwe cijfers (inclusief nulposities) of "ontbrekende informatie" (gebruik makend van het daarvoor bestemde symbool) rapporteren. Zodra de keuze is gemaakt om waarheidsgetrouwe cijfers te rapporteren, is het voor informatieplichtigen niet langer mogelijk "ontbrekende informatie" te rapporteren. DEEL 3 FUSIES MET BETREKKING TOT KREDIETINSTELLINGEN 8. Ten behoeve van deze bijlage hebben de termen "fusie", "fuserende instellingen" en "overnemende instelling" dezelfde betekenis als neergelegd in Verordening (EG) nr. 2818/98. 9. Voor de reserveperiode binnen welke een fusie van kracht wordt, dienen de reserveverplichtingen van de overnemende instelling te worden berekend en vervuld overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2818/98. 10. Voor de opeenvolgende reserveperiodes wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis en statistische informatie, die overeenkomstig de regels in de appendix van deze bijlage II werd gerapporteerd, indien van toepassing. In andere gevallen zijn de normale regels voor het rapporteren van statistische informatie en het berekenen van de reserveverplichting, zoals vastgelegd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2818/98, van toepassing. 11. Tijdelijke derogatie van de normale rapportageprocedures voor de overnemende instelling Onverminderd de verplichtingen zoals vastgelegd in de voorafgaande paragrafen, kan de betreffende NCB aan de overnemende instelling toestaan, dat deze zich middels tijdelijke procedures van haar statistische rapportageverplichting kwijt, bijvoorbeeld door middel van afzonderlijke formulieren voor elk van de fuserende instellingen gedurende een aantal periodes nadat de fusie van kracht geworden is. Deze derogatie van de normale rapportageprocedures dient tot de kortst mogelijke tijd te worden beperkt en mag een periode van zes maanden nadat de fusie van kracht geworden is niet overschrijden. Deze derogatie laat de verplichting voor de overnemende instelling onverlet om haar rapportageverplichtingen te vervullen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2819/98 en, indien toepasselijk, haar verplichting om de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen te vervullen overeenkomstig deze bijlage. Tabel 1A >PIC FILE= "L_2000229NL.004001.EPS"> Appendix Specifieke regels voor de berekening van reserveverplichtingen van bij de fusie betrokken kredietinstellingen£>RUIMTE VOOR DE TABEL>"