32000R1917

Verordening (EG) nr. 1917/2000 van de Commissie van 7 september 2000 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad wat de statistiek van de buitenlandse handel betreft (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 229 van 09/09/2000 blz. 0014 - 0026


Verordening (EG) nr. 1917/2000 van de Commissie

van 7 september 2000

tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad wat de statistiek van de buitenlandse handel betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad van 22 mei 1995 betreffende de statistieken van het goederenverkeer van de Gemeenschap en haar lidstaten met derde landen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 374/98(2), en met name op artikel 21,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Met het oog op de opstelling van de statistiek van de buitenlandse handel moeten de uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld die nodig zijn voor de verzameling van de gegevens en voor de uitwerking, indiening en verspreiding van de resultaten, zodat geharmoniseerde statistieken worden verkregen.

(2) Het voorwerp van de statistiek van de buitenlandse handel moet duidelijk worden afgebakend, met name om dubbeltellingen te vermijden of om bepaalde verrichtingen uit te sluiten, en de frequentie ervan moet worden vastgesteld.

(3) De definitie van de aan te geven informatie en de wijze waarop de gegevens op de drager van de statistische informatie worden vermeld, behoeven nadere aanvulling.

(4) Het is nodig de bijzondere goederenbewegingen vast te stellen waarvoor specifieke bepalingen noodzakelijk zijn; er moeten communautaire harmonisatiemaatregelen ten uitvoer worden gelegd.

(5) Er moet een termijn voor de indiening van de resultaten bij de Commissie worden vastgesteld en ook moet worden bepaald hoe correcties moeten worden aangebracht, zodat een periodieke verspreiding op uniforme wijze mogelijk is.

(6) Er bestaat een verband tussen de statistiek van de buitenlandse handel en de douaneprocedures; daarom moet rekening worden gehouden met de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(3), zoals gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1602/2000(5).

(7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de statistiek van het goederenverkeer met derde landen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1

Voorwerp en referentieperiode

Artikel 1

Voor de doeleinden van deze verordening wordt verstaan onder "invoer", de goederenbewegingen bedoeld in artikel 6, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1172/95, hierna "basisverordening" genoemd, en onder "uitvoer", de goederenbewegingen bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), van de basisverordening.

Artikel 2

Ingevolge artikel 6, lid 2, van de basisverordening worden niet onder de statistiek van de buitenlandse handel begrepen de goederen:

- die in het vrije verkeer zijn gebracht na onder de douaneregeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht geplaatst te zijn geweest;

- die in de lijst van uitzonderingen in bijlage I zijn opgenomen.

Artikel 3

1. De in artikel 12 van de basisverordening bedoelde statistische drempel wordt per goederensoort op zodanige wijze vastgesteld dat in- of uitvoer met een waarde van meer dan 800 EUR of een nettomassa van meer dan 1000 kg onder de statistiek van de buitenlandse handel wordt begrepen.

2. Elke lidstaat deelt aan de Commissie de statistische drempel mee die hij in nationale valuta heeft vastgesteld.

Artikel 4

1. De referentieperiode is de kalendermaand waarin de goederen worden in-, respectievelijk uitgevoerd.

2. Wanneer de drager van de statistische informatie het enig document is, wordt de kalendermaand waaraan de gegevens worden toegerekend, bepaald door de datum van aanvaarding van dat document door de douane.

HOOFDSTUK 2

Definitie van de gegevens

Artikel 5

De artikelen 6 tot en met 14 behelzen de definitie van de in artikel 10, lid 1, lid 2 en lid 3, eerste streepje, van de basisverordening genoemde gegevens en de wijze waarop deze op de informatiedrager worden vermeld.

Artikel 6

1. De "douanebestemming" wordt bepaald door de regeling waarvan de aan te geven codes in bijlage 38 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 zijn vermeld.

2. Onverminderd de bepalingen betreffende het enig document wordt, wanneer vermelding van de douanebestemming niet door de lidstaten wordt vereist, op de informatiedrager het statistisch stelsel aangegeven.

3. Iedere lidstaat die van de in lid 2 geboden mogelijkheid gebruik maakt, stelt een lijst van de op de informatiedrager te vermelden statistische stelsels op, zodat het mogelijk wordt de Commissie de statistieken overeenkomstig de in lid 4 opgenomen codes te verstrekken.

4. De codes van de statistische stelsels zijn:

a) invoer:

1- normaal

3- na passieve veredeling

5- voor actieve veredeling, schorsingssysteem

6- voor actieve veredeling, terugbetalingssysteem

7- na economische passieve veredeling van textielproducten;

b) uitvoer:

1- normaal

3- na passieve veredeling

5- voor actieve veredeling, schorsingssysteem

6- voor actieve veredeling, terugbetalingssysteem

7- na economische passieve veredeling van textielproducten.

Artikel 7

1. Verstaan wordt onder:

a) "land van oorsprong", het land waaruit de goederen van oorsprong zijn in de zin van titel II, hoofdstuk 2, afdeling 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92;

b) "land van herkomst", het land vanwaar de goederen aanvankelijk naar de lidstaat van invoer zijn verzonden, zonder enig oponthoud in een tussenliggend land, noch enige rechtshandeling aldaar die geen nauw verband houdt met het vervoer; indien er wel een dergelijk oponthoud is geweest of dergelijke rechtshandelingen zijn verricht, wordt het laatste tussenliggende land als land van herkomst beschouwd;

c) "land van bestemming", het laatste land dat op het tijdstip van de uitvoer bekend is als het land waarheen de goederen moeten worden uitgevoerd;

d) "lidstaat van uit- of van invoer", de lidstaat waar de uitvoer-, respectievelijk de invoerformaliteiten worden vervuld;

e) "lidstaat van bestemming", de lidstaat die op het tijdstip van de invoer bekend is als de lidstaat waarvoor de goederen uiteindelijk zijn bestemd;

f) "werkelijke lidstaat van uitvoer", een andere lidstaat dan die van uitvoer, vanwaar de goederen voordien met het oog op de uitvoer ervan zijn verzonden, voorzover de exporteur niet in de lidstaat van uitvoer is gevestigd.

Wanneer de goederen niet voordien vanuit een andere lidstaat zijn verzonden met het oog op de uitvoer ervan of wanneer de exporteur in de lidstaat van uitvoer is gevestigd, valt de werkelijke lidstaat van uitvoer samen met de lidstaat van uitvoer.

2. Onverminderd de douanewetgeving moet ingevolge artikel 10, lid 1, onder b), van de basisverordening op de drager van de statistische informatie het land van oorsprong worden vermeld.

In de volgende gevallen moet evenwel het land van herkomst worden opgetekend:

a) voor goederen waarvan de oorsprong onbekend is;

b) voor de volgende goederen, ook al is de oorsprong ervan bekend:

- goederen van hoofdstuk 97 van de gecombineerde nomenclatuur,

- goederen die na passieve veredeling zijn ingevoerd,

- terugkerende goederen en andere goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

De maandelijkse resultaten met betrekking tot de onder a) en b) bedoelde verrichtingen, die de lidstaten aan de Commissie doorgeven, hebben betrekking op het land van herkomst wanneer het gaat om een land dat geen lid is van de Europese Unie. In de andere gevallen wordt code QW (of 960) gebruikt.

3. Voor de bijzondere goederenbewegingen die het voorwerp van titel II uitmaken, moet, als daar reden toe is, het in die titel genoemde partnerland worden gebruikt.

4. De in lid 1 omschreven landen worden overeenkomstig artikel 9 van de basisverordening aangeduid en gecodeerd.

Artikel 8

Voor de vaststelling van de op de informatiedrager te vermelden hoeveelheid goederen wordt verstaan onder:

a) "nettomassa", de eigen massa van het goed, ontdaan van alle verpakkingen ervan; tenzij krachtens artikel 10, lid 4, van de basisverordening andersluidende bepalingen zijn vastgesteld, wordt de nettomassa voor iedere onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur in kilogram vermeld;

b) "bijzondere maatstaf", de meeteenheden van hoeveelheid, behalve de in kilogram uitgedrukte meeteenheden van de massa; deze moeten worden vermeld overeenkomstig de aanwijzingen die in de geldende versie van de gecombineerde nomenclatuur voor de betrokken onderverdelingen zijn opgenomen en waarvan de lijst in het eerste deel "Inleidende bepalingen" van die nomenclatuur is gepubliceerd.

Artikel 9

1. De statistische waarde is:

- bij uitvoer, gelijk aan de waarde van de goederen op de plaats waar en op het tijdstip waarop zij het statistische registratiegebied van de lidstaat van uitvoer verlaten;

- bij invoer, gelijk aan de waarde van de goederen op de plaats waar en op het tijdstip waarop zij het statistische registratiegebied van de lidstaat van invoer binnenkomen.

2. De berekening van de in lid 1 bedoelde waarde van de goederen geschiedt:

- bij verkoop of bij aankoop, op basis van het bedrag dat voor deze goederen in rekening is gebracht;

- in de overige gevallen, op basis van het bedrag dat bij verkoop of bij aankoop in rekening zou zijn gebracht.

In de gevallen waarin de douanewaarde, zoals omschreven in Verordening (EEG) nr. 2913/92, wordt vastgesteld, vormt die de grondslag voor de vaststelling van de waarde van de goederen.

3. In de statistische waarde mogen alleen bijkomende kosten, zoals vervoer- en verzekeringskosten, zijn begrepen die betrekking hebben op het gedeelte van het traject dat:

- bij uitvoer, zich in het statistische registratiegebied van de lidstaat van uitvoer bevindt;

- bij invoer, zich buiten het statistische registratiegebied van de lidstaat van invoer bevindt.

De statistische waarde omvat daarentegen niet de bij uit-, respectievelijk invoer verschuldigde belastingen zoals douanerechten, de belasting over de toegevoegde waarde, accijnzen, heffingen, exportrestituties of andere heffingen van gelijke werking.

4. Voor goederen die uit veredelingshandelingen resulteren, wordt de statistische waarde vastgesteld als waren deze goederen volledig in het land van veredeling geproduceerd.

5. Voor informatiedragers zoals diskettes, magneetbanden, films, ontwerpen, audio- en videocassettes en cd-rom's, die worden verhandeld om informatie te verstrekken, is de statistische waarde gebaseerd op de kosten van het goed in zijn geheel, die niet alleen de informatiedrager betreffen, maar ook de informatie zelf.

6. De op de informatiedrager te vermelden statistische waarde wordt in de nationale munteenheid uitgedrukt. De lidstaten kunnen toestemming verlenen tot vermelding van een in een andere munteenheid uitgedrukte waarde.

De voor de vaststelling van de statistische waarde toe te passen wisselkoers is hetzij de voor de berekening van de douanewaarde vastgestelde wisselkoers, hetzij de officiële wisselkoers op het tijdstip van uit-, respectievelijk invoer.

Onverminderd de douanewetgeving kunnen de lidstaten bij een periodieke aangifte voor de betrokken periode voor de omrekening in de nationale munteenheid één enkele koers vaststellen.

Artikel 10

1. Onder "wijze van vervoer aan de buitengrens" wordt verstaan de wijze van vervoer die wordt bepaald door het actieve vervoermiddel waarmee de goederen:

- bij uitvoer, worden geacht het statistische registratiegebied van de Gemeenschap te verlaten;

- bij invoer, worden geacht het statistische registratiegebied van de Gemeenschap te zijn binnengekomen.

2. Onder "wijze van vervoer in de Gemeenschap" wordt verstaan de wijze van vervoer die wordt bepaald door het actieve vervoermiddel waarmee de goederen:

- bij uitvoer, worden geacht de plaats van vertrek te verlaten;

- bij invoer, de plaats van aankomst bereiken.

Dit gegeven wordt slechts verlangd in de door de douanewetgeving bepaalde gevallen.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde wijzen van vervoer zijn:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. De wijzen van vervoer worden op de informatiedrager aangeduid met de codes van kolom A van de in lid 3 opgenomen lijst.

De lidstaten kunnen verlangen dat de wijzen van vervoer op de informatiedrager worden aangeduid met de codes van kolom B van die lijst.

5. Het vervoer in containers in de zin van artikel 670, onder g), van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bij het passeren van de buitengrens moet als zodanig worden aangegeven, tenzij de wijze van vervoer met de codes 5 (50), 7 (70) of 9 (90) wordt aangeduid.

De daartoe te gebruiken codes zijn:

0: niet in containers vervoerde goederen;

1: in containers vervoerde goederen.

6. De nationaliteit van het actieve vervoermiddel aan de buitengrens, zoals dit bij de uit-, respectievelijk de invoer bekend is, moet worden aangegeven, tenzij de wijze van vervoer aan de buitengrens met de codes 2 (20 of 23), 5 (50), 7 (70) of 9 (90) wordt aangeduid.

Daartoe moeten de krachtens artikel 9 van de basisverordening vastgestelde landencodes worden gebruikt.

7. Onder "actief vervoermiddel" wordt verstaan het vervoermiddel dat voor de voortbeweging zorgt; bij gecombineerd vervoer of bij gebruik van verscheidene vervoermiddelen is het actieve vervoermiddel het vervoermiddel dat het geheel doet voortbewegen.

De nationaliteit van het actieve vervoermiddel is die van het land van registratie, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten bekend is.

Artikel 11

1. Onder "preferentie" wordt verstaan de tariefregeling uit hoofde waarvan volledig of gedeeltelijk krachtens overeenkomsten, akkoorden of bijzondere verordeningen van de Gemeenschap geschorste preferentiële rechten van toepassing zijn.

2. De preferentie wordt aangegeven op de in Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde wijze.

Artikel 12

1. Onder "factuurbedrag" wordt verstaan het op de factuur of op de hiervoor in de plaats komende documenten vermelde bedrag.

2. Onder "munteenheid" wordt verstaan de munteenheid waarin het factuurbedrag is uitgedrukt.

Artikel 13

1. Verstaan wordt onder:

a) "transactie", iedere al dan niet commerciële verrichting die tot een in de statistiek van de buitenlandse handel begrepen goederenbeweging leidt;

b) "aard van de transactie", alle kenmerken die de transacties van elkaar onderscheiden.

2. De lijst van transacties is opgenomen in bijlage II.

De transacties worden op de informatiedrager aangeduid met de codenummers uit kolom A of met een combinatie van de codes uit kolom A en de onderverdelingen daarvan in kolom B, als vermeld in bovenbedoelde lijst.

Artikel 14

1. Onder "leveringsvoorwaarden" wordt verstaan de bepalingen van de verkoopovereenkomst waarin de verplichtingen van de verkoper en de koper volgens de Incoterms van de Internationale Kamer van Koophandel worden gespecificeerd.

2. De leveringsvoorwaarden worden op de informatiedrager aangeduid met hun code en, in voorkomend geval, met de overeenkomstig bijlage III te vermelden gegevens.

TITEL II

BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1

Definities en algemene bepalingen

Artikel 15

1. Onder "bijzondere goederenbewegingen" wordt verstaan de goederenbewegingen die worden gekenmerkt door voor de interpretatie van de informatie significante bijzonderheden, die verband houden met, naar gelang van het geval, de goederenbeweging als zodanig, de aard van de goederen, de transactie die de goederenbeweging tot gevolg heeft of de exporteur of de importeur van de goederen.

2. De bijzondere goederenbewegingen betreffen:

a) complete fabrieksinstallaties;

b) schepen en luchtvaartuigen in de zin van hoofdstuk 3 van deze titel;

c) producten van de zee;

d) boordproviand en bunkergoederen;

e) deelzendingen;

f) militaire goederen;

g) installaties op volle zee;

h) ruimtevaartuigen;

i) delen van automobielen en van luchtvaartuigen;

j) postzendingen;

k) aardolieproducten;

l) afvallen.

3. Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening of bepalingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening, worden de bijzondere bewegingen volgens de nationale voorschriften terzake vermeld.

4. De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van dit hoofdstuk en maken zo nodig gebruik van andere bronnen voor statistische informatie dan de bron die bedoeld is in artikel 7 van de basisverordening.

HOOFDSTUK 2

Complete fabrieksinstallaties

Artikel 16

1. Onder "complete fabrieksinstallatie" wordt verstaan een combinatie van machines, apparaten, toestellen, uitrustingen, instrumenten en materiaal, hierna "componenten" genoemd, die in de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem onder verschillende posten vallen en samen als installatie voor de vervaardiging van goederen of het verrichten van diensten moeten dienen.

Alle overige goederen die voor de bouw van een complete fabrieksinstallatie moeten dienen, mogen als componenten worden behandeld, mits zij niet op grond van de basisverordening van statistische verwerking zijn uitgesloten.

2. Voor de statistische registratie van de uitvoer van complete fabrieksinstallaties kan een vereenvoudigde aangifte worden ingediend. Aan de informatieplichtigen voor de statistiek wordt het op hun verzoek toegestaan deze vereenvoudiging onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden toe te passen.

3. De vereenvoudiging geldt slechts voor de uitvoer van complete fabrieksinstallaties met een totale statistische waarde per installatie van meer dan 1,5 miljoen EUR, tenzij het complete fabrieksinstallaties voor hergebruik betreft; in dat geval delen de lidstaten de toegepaste criteria aan de Commissie mee.

De totale statistische waarde van een complete fabrieksinstallatie is gelijk aan de som van de statistische waarden van de componenten en die van de in lid 1, tweede alinea, bedoelde goederen.

Artikel 17

1. Voor de doeleinden van dit hoofdstuk zijn de verzamelrubrieken van hoofdstuk 98 van de gecombineerde nomenclatuur van toepassing voor de componenten van complete fabrieksinstallaties vallende onder de hoofdstukken 63, 68, 69, 70, 72, 73, 76, 82, 84, 85, 86, 87, 90 en 94 op het niveau van elk dezer hoofdstukken en op dat van elk van de posten waaruit deze bestaan.

2. Voor de doeleinden van dit hoofdstuk worden componenten die onder een bepaald hoofdstuk vallen, in de verzamelrubriek van hoofdstuk 98 voor het betrokken hoofdstuk ingedeeld, tenzij de bevoegde diensten, waarvan de lijst in dat hoofdstuk is opgenomen, voorschrijven deze, in hoofdstuk 98, in te delen onder de desbetreffende verzamelrubrieken op het niveau van de posten van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem of om lid 3 toe te passen.

De vereenvoudiging belet de bevoegde dienst evenwel niet om in bepaalde onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur, in de zin van artikel 1, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad(6), componenten in te delen die daaronder vallen.

3. In de gevallen waarin de in lid 2 bedoelde bevoegde diensten de waarde van de complete fabrieksinstallaties te gering achten om registratie onder de verzamelrubrieken voor de desbetreffende hoofdstukken te rechtvaardigen, zijn specifieke, in de gecombineerde nomenclatuur opgenomen verzamelrubrieken van toepassing.

Artikel 18

De codenummers van de verzamelrubrieken voor complete fabrieksinstallaties worden overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur volgens onderstaande regels samengesteld:

1. De code bestaat uit acht cijfers.

2. De eerste twee cijfers zijn respectievelijk 9 en 8.

3. Het derde cijfer, een 8, dient ter aanduiding van de uitvoer van complete fabrieksinstallaties.

4.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

5. Het vijfde en zesde cijfer komen overeen met het nummer van het hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur waarop de verzamelrubriek betrekking heeft. Wanneer artikel 17, lid 3, wordt toegepast, zijn dit vijfde en zesde cijfer elk een 9.

6. Bij de verzamelrubrieken zijn het zevende en het achtste cijfer:

- 0 indien het een hoofdstuk van de gecombineerde nomenclatuur betreft;

- gelijk aan, respectievelijk, het derde en het vierde cijfer van de desbetreffende post indien het een post van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem betreft.

7. De in artikel 17, lid 2, bedoelde bevoegde diensten bepalen de benaming en het codenummer van de gecombineerde nomenclatuur die ter identificatie van de componenten van een complete fabrieksinstallatie op de drager van de statistische informatie moeten worden gebruikt.

Artikel 19

1. De informatieplichtigen voor de statistiek mogen de aangifte niet vereenvoudigen zonder, op de wijze die elke lidstaat in het kader van dit hoofdstuk vaststelt, vooraf toestemming daartoe te hebben verkregen.

2. Wanneer de componenten van een complete fabrieksinstallatie door verscheidene lidstaten worden uitgevoerd, geeft elke lidstaat toestemming tot vereenvoudiging voor de hem betreffende uitvoer. Deze toestemming mag echter slechts worden verleend op vertoon van documenten waaruit blijkt dat de in artikel 16, lid 3, vastgestelde totale statistische waarde is bereikt of dat andere criteria die vereenvoudiging rechtvaardigen.

3. Indien de in artikel 17, lid 2, bedoelde bevoegde diensten niet die zijn welke voor de opstelling van de statistiek van de buitenlandse handel van de lidstaat van uitvoer verantwoordelijk zijn, geven zij hun toestemming slechts na gunstig advies van laatstbedoelde diensten.

HOOFDSTUK 3

In- en uitvoer van schepen en van luchtvaartuigen

Artikel 20

Voor de doeleinden van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a) "schepen", de voor de zeevaart bestemde schepen, als bedoeld in de aanvullende aantekeningen 1 en 2 op hoofdstuk 89 van de gecombineerde nomenclatuur, alsmede oorlogsschepen;

b) "luchtvaartuigen", de onder GN-code 8802 begrepen vliegtuigen voor de burgerluchtvaart die bestemd zijn om door een luchtvaartmaatschappij te worden geëxploiteerd of die voor militaire doeleinden dienen;

c) "eigendom van een schip of van een luchtvaartuig", het feit dat een natuurlijke persoon of een rechtspersoon als eigenaar van een schip of van een luchtvaartuig is geregistreerd;

d) partnerland,

- bij invoer, indien het schip of het luchtvaartuig nieuw is, het derde land waar het is gebouwd, en in de overige gevallen het derde land waar de natuurlijke of de rechtspersoon die de eigendom van het schip of het luchtvaartuig overdraagt, gevestigd is;

- bij uitvoer, het derde land waar de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de eigendom van het schip of van het luchtvaartuig wordt overgedragen, gevestigd is.

Artikel 21

1. De statistiek van de buitenlandse handel omvat:

a) de overdracht van de eigendom van een schip of van een luchtvaartuig van een in een derde land gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan een in een lidstaat gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon; deze verrichting wordt gelijkgesteld met invoer;

b) de overdracht van de eigendom van een schip of van een luchtvaartuig van een in een lidstaat gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan een in een derde land gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon; deze verrichting wordt gelijkgesteld met uitvoer. Indien het schip of het luchtvaartuig nieuw is, wordt de uitvoer geregistreerd in de lidstaat waar het schip of het luchtvaartuig is gebouwd;

c) het plaatsen van schepen en van luchtvaartuigen onder de douaneregeling actieve veredeling en het na actieve veredeling wederuitvoeren ervan met als bestemming een derde land;

d) het plaatsen van schepen en van luchtvaartuigen onder de douaneregeling passieve veredeling en het wederinvoeren ervan na passieve veredeling.

Deze informatie moet naar de Commissie worden gezonden.

2. De resultaten met betrekking tot de in lid 1, onder a) en b), bedoelde verrichtingen die de lidstaten naar de Commissie zenden, omvatten de volgende gegevens:

- de code van de desbetreffende onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur;

- het statistische stelsel;

- het partnerland;

- voor schepen, de hoeveelheid in aantal stuks en in de andere eventueel in de gecombineerde nomenclatuur genoemde bijzondere maatstaven, en voor luchtvaartuigen, de hoeveelheid in nettomassa en in bijzondere maatstaven;

- de statistische waarde.

Artikel 22

Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk gebruiken de lidstaten alle beschikbare informatiebronnen.

HOOFDSTUK 4

Boordproviand en bunkergoederen

Artikel 23

Voor de doeleinden van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

- "boordproviand", allerlei producten die zijn bestemd voor consumptie door de bemanning en de passagiers van schepen of luchtvaartuigen;

- "bunkergoederen", producten die nodig zijn voor de werking van de motoren, machines en andere toestellen van schepen of luchtvaartuigen, zoals brandstoffen, olie en smeermiddelen.

Artikel 24

1. De statistiek van het goederenverkeer met derde landen omvat:

a) de levering van boordproviand en bunkergoederen aan zich in een haven of op een luchthaven van de meldende lidstaat bevindende schepen en luchtvaartuigen waarvan de natuurlijke of rechtspersoon die deze commercieel exploiteert, in een derde land gevestigd is, voorzover het gaat om communautaire goederen of om niet-communautaire goederen die voordien onder de douaneregeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht waren geplaatst; deze verrichting wordt als uitvoer aangemerkt;

b) de levering van boordproviand en bunkergoederen aan binnenlandse schepen en luchtvaartuigen die zich in een haven of op een luchthaven van de meldende lidstaat bevinden, voorzover het gaat om niet-communautaire goederen die voordien niet in het vrije verkeer waren gebracht dan wel onder de douaneregeling actieve veredeling of behandeling onder douanetoezicht waren geplaatst; deze verrichting wordt als invoer aangemerkt.

Deze informatie moet naar de Commissie worden gezonden.

2. De maandresultaten met betrekking tot de in lid 1, onder a), bedoelde leveringen, die de lidstaten naar de Commissie zenden, omvatten de volgende gegevens:

a) de productcode, ten minste volgens de volgende vereenvoudigde codering:

- 9930 24 00: goederen van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem;

- 9930 27 00: goederen van hoofdstuk 27 van het geharmoniseerde systeem;

- 9930 99 00: elders ingedeelde goederen;

b) de speciale landencode QS (of 952);

c) het statistische stelsel;

d) de hoeveelheid in nettomassa;

e) de statistische waarde.

HOOFDSTUK 5

Deelzendingen

Artikel 25

Voor de doeleinden van dit hoofdstuk wordt onder "deelzendingen" verstaan de in- of uitvoer, in diverse zendingen, van de verschillende onderdelen van een compleet goed in niet-gemonteerde staat, om redenen die verband houden met commerciële of transportvereisten.

Artikel 26

In de maandresultaten die de lidstaten naar de Commissie zenden, worden gegevens betreffende de in- en uitvoer van deelzendingen in één keer verwerkt in de maand waarin de laatste deelzending is in- dan wel uitgevoerd, tegen de totale waarde van het goed in complete staat en onder de code voor dat goed in de nomenclatuur.

HOOFDSTUK 6

Militaire goederen

Artikel 27

1. De statistiek van de handel met derde landen omvat de in- en uitvoer van goederen voor militair gebruik, overeenkomstig de in de lidstaten geldende definitie van deze goederen. Deze informatie moet naar de Commissie worden gezonden.

2. De maandresultaten met betrekking tot de in het voorgaande lid bedoelde verrichtingen, die de lidstaten naar de Commissie zenden, omvatten de volgende gegevens:

a) de code van de desbetreffende onderverdeling van de in artikel 8 van de basisverordening bedoelde nomenclatuur;

b) de code van het partnerland;

c) het statistische stelsel;

d) de hoeveelheid in nettomassa en, als daar reden toe is, in de bijzondere maatstaf;

e) de statistische waarde.

3. Lidstaten die de bepalingen van lid 2 om redenen van militaire geheimhouding niet kunnen toepassen, nemen de nodige maatregelen om ten minste de statistische waarde van de in- en uitvoer van goederen voor militair gebruik in de naar de Commissie gezonden maandresultaten op te nemen.

HOOFDSTUK 7

Installaties op volle zee

Artikel 28

1. Voor de doeleinden van dit hoofdstuk wordt onder "installaties op volle zee" verstaan de inrichtingen en het materieel die op volle zee zijn geïnstalleerd om bodemschatten te zoeken en te winnen.

2. Onder "buitenlandse" installatie, in tegenstelling tot "binnenlandse" installatie, wordt verstaan een installatie waarvan de natuurlijke of rechtspersoon die deze commercieel exploiteert, in een derde land gevestigd is.

Artikel 29

1. De statistiek van de buitenlandse handel van een bepaalde lidstaat omvat:

a) de levering van goederen aan binnenlandse installaties, direct vanuit een derde land of vanaf een buitenlandse installatie; deze verrichting wordt gelijkgesteld met invoer;

b) de levering van goederen aan een derde land of een buitenlandse installatie vanaf een binnenlandse installatie; deze verrichting wordt gelijkgesteld met uitvoer;

c) de levering van goederen aan binnenlandse installaties, vanuit een douane-entrepot in het statistische registratiegebied van een lidstaat; deze verrichting wordt gelijkgesteld met invoer;

d) de invoer van goederen in het statistische registratiegebied van deze lidstaat vanaf buitenlandse installaties;

e) de uitvoer van goederen vanuit het statistische registratiegebied van deze lidstaat naar buitenlandse installaties.

Deze informatie moet naar de Commissie worden gezonden.

2. De maandresultaten met betrekking tot de in lid 1 bedoelde verrichtingen, die de lidstaten naar de Commissie zenden, omvatten de volgende gegevens:

a) de code van de desbetreffende onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur.

Onverminderd de bepalingen van de douanewetgeving hebben de lidstaten evenwel de mogelijkheid de in artikel 24, lid 2, onder a), genoemde vereenvoudigde codes te gebruiken indien het gaat om goederen bedoeld in artikel 23;

b) de code van het partnerland.

Onverminderd de bepalingen van de douanewetgeving is het partnerland het land waar de natuurlijke of rechtspersoon die de installatie commercieel exploiteert, gevestigd is, indien het gaat om goederen die afkomstig zijn van dan wel bestemd zijn voor dergelijke installaties. Indien deze informatie niet bekend is, wordt code QW (of 960) gebruikt;

c) het statistische stelsel;

d) de hoeveelheid in nettomassa;

e) de statistische waarde.

HOOFDSTUK 8

Ruimtevaartuigen

Artikel 30

Voor de doeleinden van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a) "ruimtevaartuigen", toestellen, zoals satellieten, die zich kunnen voortbewegen in de ruimte buiten de aardatmosfeer;

b) "eigendom van een ruimtevaartuig", het feit dat een natuurlijke of rechtspersoon als eigenaar van een ruimtevaartuig is geregistreerd.

Artikel 31

1. De statistiek van de handel met derde landen omvat:

a) de plaatsing van een ruimtevaartuig onder de douaneregeling actieve veredeling en na beëindiging van deze regeling uitvoer ervan naar een derde land;

b) de plaatsing van een ruimtevaartuig onder de douaneregeling passieve veredeling en na beëindiging van deze regeling invoer ervan;

c) de lancering van een ruimtevaartuig waarvan de eigendom door een in een derde land gevestigde natuurlijke of rechtspersoon is overgedragen aan een in een lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon;

Deze verrichting wordt geregistreerd als invoer in de lidstaat waar de nieuwe eigenaar gevestigd is;

d) de lancering van een ruimtevaartuig waarvan de eigendom door een in een lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon is overgedragen aan een in een derde land gevestigde natuurlijke of rechtspersoon;

Deze verrichting wordt geregistreerd als uitvoer door de lidstaat waar het voltooide ruimtevaartuig is gebouwd;

e) de overdracht van de eigendom van een ruimtevaartuig dat zich in een baan om de aarde bevindt, door een in een derde land gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aan een in een lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon. Deze verrichting wordt geregistreerd als invoer;

f) de overdracht van de eigendom van een ruimtevaartuig dat zich in een baan om de aarde bevindt, door een in een lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon aan een in een derde land gevestigde natuurlijke of rechtspersoon. Deze verrichting wordt geregistreerd als uitvoer.

Deze informatie moet haar de Commissie worden gezonden.

2. De maandresultaten met betrekking tot de in lid 1, onder c) tot en met f), bedoelde verrichtingen, die de lidstaten naar de Commissie zenden, omvatten de volgende gegevens:

a) de code van de desbetreffende onderverdeling van de in artikel 8 van de basisverordening bedoelde nomenclatuur;

b) de code van het partnerland.

Voor de in lid 1, onder c), bedoelde verrichtingen is het partnerland het land waar het voltooide ruimtevaartuig is gebouwd.

Voor de in lid 1, onder d) en f), bedoelde verrichtingen is het partnerland het land waar de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de eigendom van het ruimtevaartuig wordt overgedragen, gevestigd is.

Voor de in lid 1, onder e), bedoelde verrichtingen is het partnerland het land waar de natuurlijke of rechtspersoon die de eigendom van het ruimtevaartuig overdraagt, gevestigd is;

c) het statistische stelsel;

d) de hoeveelheid in nettomassa en bijzondere maatstaf;

e) de statistische waarde.

Bij invoer als bedoeld in lid 1, onder c), omvat de statistische waarde de vervoers- en verzekeringskosten voor het vervoer naar de lanceerbasis en voor de lancering.

TITEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 32

Ingevolge artikel 13 van de basisverordening dienen de lidstaten de maandresultaten van hun statistieken van de buitenlandse handel onverwijld en uiterlijk zes weken na afloop van de referentieperiode bij de Commissie in.

Artikel 33

1. Indien de op een drager van de statistische informatie vermelde gegevens moeten worden gecorrigeerd, worden de correcties aangebracht in de resultaten van de referentieperiode.

2. De lidstaten dienen ten minste om de drie maanden de gecorrigeerde maandgegevens in, alsmede een bestand waarin de gecumuleerde en gecorrigeerde jaargegevens zijn opgenomen.

Artikel 34

De lidstaten bewaren de in de artikelen 7 en 23 van de basisverordening bedoelde dragers van de statistische informatie of in elk geval de daarop vermelde informatie gedurende ten minste twee jaar na het jaar waarop deze dragers betrekking hebben.

Artikel 35

De lidstaten delen hun nationale instructies alsmede alle latere wijzigingen hierop aan de Commissie mede.

Artikel 36

Verordening (EG) nr. 840/96 van de Commissie(7) wordt met ingang van 1 januari 2001 ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 37

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2000.

Voor de Commissie

Pedro Solbes Mira

Lid van de Commissie

(1) PB L 118 van 25.5.1995, blz. 10.

(2) PB L 48 van 19.2.1998, blz. 6.

(3) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(4) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(5) PB L 188 van 26.7.2000, blz. 1.

(6) PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

(7) PB L 114 van 8.5.1996, blz. 7.

BIJLAGE I

Lijst van uitzonderingen, bedoeld in artikel 2

De gegevens met betrekking tot onderstaande goederen worden van verwerking uitgesloten:

a) wettige betaalmiddelen, waardepapieren;

b) zogeheten monetair goud;

c) eerstehulpgoederen bestemd voor rampgebieden;

d) wegens de diplomatieke of soortgelijke aard van de bestemming ervan:

1. goederen die onder de diplomatieke, consulaire of soortgelijke onschendbaarheid vallen,

2. geschenken aan staatshoofden, regerings- en parlementsleden,

3. voorwerpen in het kader van wederzijdse administratieve of juridische bijstand;

e) voorzover zij niet het voorwerp van een handelstransactie zijn:

1. orden, onderscheidingen, prijzen, gedenkpenningen en -tekens;

2. reisbenodigdheden, proviand en bagage, inclusief sportartikelen, voor eigen ge- of verbruik, meegenomen, vooruitgestuurd of nagezonden;

3. huwelijksgiften, verhuis- en erfoederen;

4. doodkisten en urnen, grafversiering en voorwerpen bestemd voor onderhoud van graven en erebegraafplaatsen;

5. reclamedrukwerk, gebruiksaanwijzingen, prijslijsten en ander reclamemateriaal;

6. onbruikbaar geworden of industrieel niet-bruikbare goederen;

7. ballast;

8. postzegels;

9. ter gelegenheid van internationale sportevenementen gebruikte farmaceutische producten;

f) producten die in het kader van uitzonderlijke gemeenschappelijke acties voor personen- of voor milieubescherming worden gebruikt;

g) goederen die het voorwerp vormen van niet-commercieel goederenverkeer tussen natuurlijke personen die in de door de lidstaten bepaalde grensgebieden wonen (grensverkeer); producten die door landbouwproducenten zijn verkregen op landerijen die zijn gelegen buiten, maar in de onmiddellijke nabijheid van het statistische registratiegebied waarin hun bedrijf is gevestigd;

h) voorzover het gaat om handelsverkeer dat van tijdelijke aard is, goederen die worden in- of uitgevoerd in verband met de reparatie van vervoermiddelen, containers en hulpmaterieel voor het vervoer, maar die niet onder een veredelingsregeling zijn geplaats, alsmede de bij deze reparaties vervangen delen;

i) goederen die worden uitgevoerd en die bestemd zijn voor buiten het statistische registratiegebied gelegerde nationale strijdkrachten, goederen die worden ingevoerd nadat ze door de nationale strijdkrachten buiten het statistische registratiegebied waren meegenomen en goederen die in het statistische registratiegebied van een lidstaat worden verkregen of overgedragen door aldaar gelegerde buitenlandse strijdkrachten;

j) informatiedragers, zoals diskettes, magneetbanden, films, ontwerpen, audio- en videocassettes en cd-rom's, die worden verhandeld om informatie te verstrekken, wanneer ze op verzoek van een bepaalde cliënt zijn ontworpen of niet commercieel worden verhandeld, alsmede goederen die worden geleverd als aanvulling op een informatiedrager (in verband met een actualisering bijvoorbeeld) en die de ontvanger van het goed niet in rekening worden gebracht;

k) draagraketten voor ruimtevaartuigen:

- bij invoer en uitvoer met het oog op lancering,

- op het moment van hun lancering.

BIJLAGE II

Lijst van transacties, bedoeld in artikel 13, lid 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Lijst van leveringsvoorwaarden, bedoeld in artikel 14, lid 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>