32000R1648

Verordening (EG) nr. 1648/2000 van de Commissie van 25 juli 2000 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad wat het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak betreft, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2427/93

Publicatieblad Nr. L 189 van 27/07/2000 blz. 0009 - 0012


Verordening (EG) nr. 1648/2000 van de Commissie

van 25 juli 2000

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad wat het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak betreft, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2427/93

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1336/2000(2), en met name op artikel 14 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2075/92 is een Gemeenschappelijk Fonds voor tabak opgericht. Terzake moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld, met name wat de inhouding van 2 % op de premie betreft.

(2) Het is dienstig acties op het gebied van de bestrijding van tabaksverslaving te financieren, en met name acties om het publiek beter te informeren over de schadelijke effecten van tabaksgebruik.

(3) Het onderzoek met het oog op de omschakeling van de tabaksteelt op variëteiten en teeltmethoden die zo weinig mogelijk schade toebrengen aan de volksgezondheid, die beter zijn afgestemd op de marktomstandigheden, en om het milieu meer te ontzien, moet worden gefinancierd.

(4) Het onderzoek naar alternatieve gebruiksmogelijkheden voor ruwe tabak en de verdere ontwikkeling daarvan moet worden ondersteund.

(5) De financiering van onderzoek naar de mogelijkheden voor producenten om op andere teelten of activiteiten over te schakelen, moet worden gegarandeerd.

(6) Ook moet worden gegarandeerd dat de behaalde wetenschappelijke of praktische resultaten aan de nationale autoriteiten en de belanghebbende sectoren worden meegedeeld.

(7) Het is opportuun de financiële middelen op de juiste manier te spreiden over de verschillende doelstellingen van het Fonds. Wanneer echter zou blijken dat de voor een bepaalde doelstelling toegewezen middelen niet volledig worden besteed, zou de oorspronkelijke verdeling moeten worden herzien ten voordele van de andere doelstellingen.

(8) De voorstellen die in het kader van de vastgestelde procedures worden ingediend, moeten worden beoordeeld aan de hand van criteria die een optimale keuze garanderen. Ook moet worden voorzien in de mogelijkheid projecten op initiatief en voor rekening van de Commissie uit te voeren. Hiertoe lijken, afhankelijk van het geval, oproepen tot het indienen van voorstellen of aanbestedingsprocedures de aangewezen methoden.

(9) Er moeten criteria worden opgesteld aan de hand waarvan kan worden bepaald welke natuurlijke of rechtspersonen voorstellen mogen indienen.

(10) Met het oog op een deugdelijk beheer is het dienstig dat de door de Commissie goedgekeurde informatie- en onderzoeksprojecten binnen een vastgestelde termijn worden uitgevoerd. Soms blijkt dat het moeilijk is de oorspronkelijke termijn in acht te nemen. Derhalve moet worden bepaald dat die termijn onder bepaalde voorwaarden mag worden verlengd.

(11) Om de beste projecten te kunnen uitkiezen en om te garanderen dat de goedgekeurde projecten naar behoren worden uitgevoerd, moet worden bepaald dat de Commissie bij de selectie van de projecten wordt bijgestaan door een Wetenschappelijk en Technisch Comité. Voor de beoordeling moet de Commissie de hulp van onafhankelijke deskundigen kunnen inroepen.

(12) Om te garanderen dat alle door het Fonds gefinancierde projecten naar behoren worden uitgevoerd, moeten de voorwaarden voor de uitvoering van deze projecten nader worden omschreven in het met de Commissie gesloten contract. Wanneer de contractant een voorschot vraagt, moet hij ten gunste van de Commissie een zekerheid stellen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1932/1999(4).

(13) Voorkomen moet worden dat hetzelfde project ten onrechte ook op grond van andere maatregelen wordt gefinancierd.

(14) Bepaald moet worden dat de uitbetaalde bedragen in sommige gevallen, met name bij onregelmatigheden, worden teruggevorderd.

(15) Verordening (EEG) nr. 2427/93 van de Commissie van 1 september 1993 houdende nadere voorschriften van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad wat het Communautair Fonds voor onderzoek en informatie over tabak betreft(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1620/95(6), moet worden ingetrokken, aangezien ze hierbij wordt vervangen. Zij moet echter van toepassing blijven op de projecten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn goedgekeurd.

(16) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor tabak,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak, hierna "het Fonds" genoemd, financiert informatie- en onderzoeksprogramma's overeenkomstig deze verordening.

De programma's omvatten informatie- en onderzoeksprojecten op de volgende gebieden, met inbegrip van het meedelen van de verkregen resultaten aan de nationale autoriteiten en aan de betrokken sectoren:

a) betere informatie van het publiek over de schadelijke gevolgen van tabaksgebruik in welke vorm dan ook, en met name door voorlichting en educatie; steun voor de gegevensverzameling met het oog op het vaststellen van de tendensen in het tabaksgebruik, en op de uitvoering van epidemiologisch onderzoek inzake tabaksverslaving voor de hele Gemeenschap; onderzoek inzake de preventie van tabaksverslaving;

b) omschakeling van de tabaksteelt op variëteiten en teeltmethoden die minder schadelijk zijn voor de volksgezondheid, die beter zijn afgestemd op de markt, en die het milieu meer ontzien, met name door nieuwe variëteiten en adequate teelt- en droogmethoden te ontwikkelen en door de invloed van de tabaksteelt op het milieu te analyseren en de negatieve effecten daarvan te verminderen; bepalen en verder ontwikkelen van alternatieve gebruiksmogelijkheden voor ruwe tabak; onderzoek naar de mogelijkheden voor producenten om van tabak op andere teelten of activiteiten over te schakelen.

De betrokken projecten moeten concrete acties omvatten met het oog op een zowel brede als gerichte verspreiding van de resultaten, waardoor het met name mogelijk wordt knowhow van het ene productiegebied aan het andere door te geven.

2. Naar elk van de twee in lid 1 bedoelde gebieden gaat in principe 50 % van de middelen van het Fonds.

Wanneer er echter sprake is van onderbesteding van de beschikbare middelen voor een van beide gebieden, wijst de Commissie bedragen opnieuw toe voor het andere gebied, op voorwaarde dat er daarvoor nog in aanmerking komende projecten zijn.

Artikel 2

Projectvoorstellen moeten worden ingediend op basis van, naar gelang van het geval, oproepen tot het indienen van voorstellen, dan wel aanbestedingsberichten, die worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, reeks C, volgens de terzake geldende bepalingen en binnen de in de betrokken bekendmaking gestelde termijn.

Artikel 3

1. Een informatie- of onderzoeksproject kan worden ingediend door iedere in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die:

- bekendstaat om zijn vakbekwaamheid op het betrokken gebied en op dit gebied ten minste vijf jaar beroepservaring heeft,

- zich ertoe verbindt zelf ten minste 25 % van de voor het project benodigde totale financiële middelen in te brengen; projecten die op initiatief en voor rekening van de Commisie worden uitgevoerd, worden voor de volle 100 % uit het Fonds gefinancierd,

- zich ertoe verbindt het voorgestelde programma binnen de vastgestelde termijn uit te voeren,

- aanvaardt op gezette tijden voortgangsrapporten in te dienen,

- aanvaardt aan de Commissie inzage te geven van zijn boekhouding en andere bewijsstukken in verband met de uitgaven,

- de in de artikelen 6, 7 en 8 vermelde voorwaarden aanvaardt.

2. De informatie- en onderzoeksprojecten mogen over een periode van een of meer jaren worden uitgevoerd, maar moeten binnen vijf jaar na de ondertekening van het contract beëindigd zijn.

De uitvoeringstermijn kan echter worden verlengd wanneer de belanghebbende daartoe bij de Commissie een verzoek indient waarin hij aantoont dat hij door buitengewone omstandigheden buiten zijn wil niet in staat was de oorspronkelijke termijn in acht te nemen.

Artikel 4

1. Het Fonds wordt beheerd door de Commissie, bijgestaan door een Wetenschappelijk en Technisch Comité.

2. Het Wetenschappelijk en Technisch Comité bestaat uit negen door de Commissie benoemde leden. De producenten enerzijds en de volksgezondheidssector anderzijds zijn elk met ten minste twee leden in dit comité vertegenwoordigd. De Commissie levert de voorzitter van het comité. De Commissie ziet toe op de onafhankelijkheid van de leden van het comité ten opzichte van de projecten die aan hen worden voorgelegd.

3. De projecten die naar aanleiding van een oproep tot het indienen van voorstellen worden ingediend, worden ter beoordeling voorgelegd aan een door de Commissie gekozen groep onafhankelijke deskundigen. Bij deze beoordeling van de projecten wordt rekening gehouden met de volgende punten:

a) Wat de twee in artikel 1, lid 1, bedoelde gebieden betreft, moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd door samenwerkingsverbanden van in verschillende lidstaten gevestigde natuurlijke of rechtspersonen.

b) Wat het in artikel 1, lid 1, onder a), bedoelde gebied betreft:

- moeten de projecten, met name wat de voorlichtingscampagnes voor een breed publiek betreft, terdege rekening houden met de culturele en taalkundige situatie in de lidstaten, en moeten zijn afgestemd op de risicogroepen;

- moeten de projecten methodologisch verantwoord en in wetenschappelijk opzicht degelijk onderbouwd zijn. Zij moeten innoverend zijn, en rekening houden met het werk dat is verricht en de ervaring die is opgedaan in het kader van lopende of voorbije nationale of communautaire programma's, teneinde doublures bij de toewijzing van communautaire middelen te voorkomen;

- moeten de projecten, naar gelang van het geval, objectief en doeltreffend bijdragen aan de verbetering van de kennis van het publiek inzake de voor de gezondheid schadelijke gevolgen van het gebruik van tabak en aan de verzameling en de analyse van relevante epidemiologische gegevens, dan wel de snelle uitvoering van concrete preventieve acties mogelijk maken;

- moeten de acties worden geëvalueerd. De contractsluitende partijen moeten erop toezien dat de resultaten van hun acties via erkende wetenschappelijke publicaties worden verspreid en/of tijdens internationale congressen worden gepresenteerd.

De voorkeur wordt gegeven aan projecten die het hele grondgebied van de Gemeenschap bestrijken en die zijn ingediend door erkende volksgezondheidsorganisaties en/of die uitdrukkelijk worden gesteund door de nationale of regionale volksgezondheidsautoriteiten.

c) Wat het in artikel 1, lid 1, onder b), bedoelde gebied betreft:

- een hoge waarde van het onderzoek op wetenschappelijk en technologisch gebied, en zijn vernieuwende karakter,

- de middelen, het partnerschap en het beheer,

- de toegevoegde waarde voor de Gemeenschap en de potentiële bijdrage aan het beleid van de Unie,

- de bijdrage aan de sociale doelstellingen van de Gemeenschap,

- de perspectieven inzake verspreiding en het gebruik van de resultaten,

zoals vastgesteld in het kader van Beschikking 1999/167/EG van de Raad(7).

Voorrang zal worden gegeven aan projecten die op een concrete toepassing zijn gericht en die snel de productie kunnen beïnvloeden, en aan projecten die gericht zijn op een snelle verspreiding van de kennis of de verkregen resultaten onder de producenten.

4. Op basis van deze evaluatie, legt de Commissie aan het Wetenschappelijk en Technisch Comité een lijst van voor financiering in aanmerking komende projecten voor. Het comité brengt advies uit over deze lijst.

5. Bij aanbestedingsprocedures worden ook de projecten die op initiatief en voor rekening van de Commissie worden uitgevoerd en die voor financiering in aanmerking moeten worden genomen, door de Commissie aan het Wetenschappelijk en Technisch Comité voorgelegd. Het comité brengt advies uit over deze projecten.

6. Overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Besluit 646/96/EG van het Europees Parlement en de Raad(8) informeert de Commissie het in artikel 5 van dat besluit bedoelde comité over de voor financiering in aanmerking te nemen projecten op het in artikel l, lid 1, onder a), van deze verordening bedoelde gebied, vergezeld van het advies van het Wetenschappelijk en Technisch Comité.

7. Overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2075/92 informeert de Commissie het Comité van beheer voor tabak over de voor financiering in aanmerking te nemen projecten op het in artikel 1, lid 1, onder b), van deze verordening bedoelde gebied, vergezeld van het advies van het Wetenschappelijk en Technisch Comité.

Artikel 5

1. De Commissie selecteert de projecten, rekening houdend met de in artikel 4, leden 4 en 5, van deze verordening bedoelde adviezen, en neemt een besluit over financiering ervan door het Fonds. Zij kan besluiten aan geen enkel project gevolg te geven.

2. Voor de projecten die voor financiering door het Fonds in aanmerking worden genomen, wordt met de Commissie een contract gesloten. De lijst van gefinancierde projecten wordt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

3. De Commissie volgt de uitvoering van de projecten die uit het Fonds worden gefinancierd. Zij houdt het Comité van beheer voor tabak regelmatig op de hoogte van de gesloten contracten en de stand van de werkzaamheden.

4. Het programma wordt geëvalueerd, met name in de loop van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De verslagen worden aan het Comité van beheer voor tabak voorgelegd.

Artikel 6

1. De contracten worden opgesteld op basis van het speciale modelcontract dat door de Commissie is opgesteld, rekening houdend met de verschillende betrokken activiteiten. In deze contracten wordt met name het volgende bepaald:

- de mogelijkheid dat het Fonds binnen twee maanden na ondertekening van het contract een voorschot betaalt,

- de aard van de documenten die in het kader van het project moeten worden geleverd om in aanmerking te komen voor verdere betalingen die, naarmate de werkzaamheden vorderen, worden gedaan op basis van facturen en deugdelijke bewijsstukken,

- de termijn voor de indiening van de saldoaanvraag, na voltooiing van de in het contract vastgestelde acties, en de aard van de te leveren documenten waarvan deze aanvraag vergezeld moet gaan en die minstens omvatten: een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden, de nodige bewijsstukken, de evaluatie van de behaalde resultaten en van het gebruik dat ervan kan worden gemaakt,

- een maximumtermijn van zestig dagen voor de betalingen van het Fonds, te rekenen vanaf de dag van goedkeuring door de Commissie van de in het kader van het project te leveren documenten, waarbij de Commissie deze termijn kan verlengen om aanvullende controles uit te voeren.

2. Er kan slechts een voorschot uit het Fonds worden betaald nadat de contractant overeenkomstig het bepaalde in titel III van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie ten gunste van de Commissie een zekerheid heeft gesteld die gelijk is aan 110 % van dit voorschot. Overheidsinstellingen kunnen echter van deze verplichting worden ontheven.

3. De zekerheid wordt pas vrijgegeven nadat het saldo van de bijdrage voor de betrokken werkzaamheden is betaald.

4. Wanneer blijkt dat het voorschot hoger was dan het bedrag waarvoor bewijsstukken zijn ingediend, wordt, totdat het ten onrechte uitbetaalde bedrag is ingevorderd, een deel van de zekerheid verbeurd, namelijk een bedrag dat gelijk is aan het ten onrechte uitgekeerde bedrag.

Artikel 7

Uit de middelen van het Fonds gefinancierde projecten komen niet voor andere financiële bijdragen van de Gemeenschap in aanmerking.

Artikel 8

1. Wanneer een bedrag voor de financiering van een project ten onrechte blijkt te zijn betaald, vordert de Commissie het betrokken bedrag terug, vermeerderd met een rente die loopt vanaf de dag waarop het bedrag is uitgekeerd tot de dag waarop het daadwerkelijk wordt terugbetaald. De toe te passen rentevoet is de door de Europese Centrale Bank voor zijn verrichtingen in euro toegepaste rentevoet, die de eerste werkdag van elke maand in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt.

2. De terugbetaalde bedragen en de rente worden overgemaakt aan de Commissie, en worden in mindering gebracht op de uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw te financieren uitgaven voor de tabakssector.

Artikel 9

Het bedrag van de door de lidstaten aan de telers uit te keren premie, respectievelijk aan de bedrijven van eerste bewerking over te maken vergoeding, overeenkomstig respectievelijk artikel 18 en artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2848/98 van de Commissie van 22 december 1998 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2075/92 van de Raad ten aanzien van de premieregeling, de productiequota en de aan de telersverenigingen toe te kennen specifieke steun in de sector ruwe tabak(9), wordt verminderd met de in artikel 13, lid 1, van Verordening 2075/92 bedoelde inhouding.

De lidstaten declareren het aldus verlaagde bedrag als uitgave van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie.

Artikel 10

Verordening (EEG) nr. 2427/93 wordt ingetrokken. Zij blijft echter van toepassing voor projecten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn goedgekeurd.

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juli 2000.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 215 van 30.7.1992, blz. 70.

(2) PB L 154 van 27.6.2000, blz. 2.

(3) PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.

(4) PB L 240 van 10.9.1999, blz. 11.

(5) PB L 223 van 2.9.1993, blz. 3.

(6) PB L 154 van 5.7.1995, blz. 12.

(7) PB L 64 van 12.3.1999, blz. 1.

(8) PB L 95 van 1.4.1996, blz. 9.

(9) PB L 358 van 31.12.1998, blz. 17.