31998R1635

Verordening (EG) nr. 1635/98 van de Raad van 20 juli 1998 houdende afwijking van een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen

Publicatieblad Nr. L 210 van 28/07/1998 blz. 0021 - 0022


VERORDENING (EG) Nr. 1635/98 VAN DE RAAD van 20 juli 1998 houdende afwijking van een aantal bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Overwegende dat in de steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen die is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 1765/92 (2) is bepaald dat de producenten een vooraf vastgesteld percentage van hun bouwland braak moeten leggen om voor de compensatiebedragen in het kader van de algemene regeling in aanmerking te komen; dat dit percentage op grond van de ontwikkeling van de productie en van de markt opnieuw dient te worden bezien;

Overwegende dat de graanmarkt na de instelling van deze regeling weer beter in evenwicht is geraakt, met name dankzij de stijging van het interne verbruik; dat in verband met die situatie, gecombineerd met zeer kleine voorraden en vaste marktprijzen, het percentage verplichte braaklegging voor de voorgaande verkoopseizoenen sterk werd verlaagd ten opzichte van het vooraf vastgestelde peil;

Overwegende dat de recente ontwikkeling op zowel de communautaire als de wereldmarkt voor granen een omslag van de tendens heeft veroorzaakt wat betreft met name de omvang van de openbare voorraden en het prijspeil op de wereldmarkt;

Overwegende dat met deze situatie rekening moet worden gehouden bij de vaststelling van het percentage verplichte braaklegging voor het verkoopseizoen 1999/2000; dat dit percentage derhalve dient te worden vastgesteld op een niveau dat hoog genoeg is om te voorkomen dat vlak vóór het eerste verkoopseizoen dat onder Agenda 2000 valt, weer te grote openbare voorraden ontstaan,

Overwegende dat de opschorting van de toepassing van de buitengewone braaklegging moet worden gecontinueerd; dat daarnaast het niveau van de sanctie voor overschrijding van een maximum voor bevloeide oppervlakten moet worden versoepeld; dat de verhoging in geval van overdracht van de verplichting tot braaklegging moet worden aangepast en niet moet gelden bij overdacht van milieugevoelige zones,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het verkoopseizoen 1999/2000 wordt, in afwijking van artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 1765/92:

- de in lid 1 van genoemd artikel bedoelde braakleggingsverplichting op 10 % vastgesteld,

- de in lid 7, tweede streepje, van genoemd artikel bedoelde verhoging vastgesteld op 1 procentpunt. Er wordt evenwel geen verhoging toegepast voor overdrachten naar een bepaalde regio waar milieudoelstellingen worden nagestreefd.

Artikel 2

Bij overschrijding van een basisareaal voor het verkoopseizoen 1998/1999 is de buitengewone braaklegging als bedoeld in artikel 2, lid 6, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 1765/92 niet van toepassing.

Artikel 3

Voor het verkoopseizoen 1998/1999 worden, in afwijking van artikel 3, lid 1, zesde alinea, van Verordening (EEG) nr. 1765/92, bij overschrijding van een maximum voor bevloeide oppervlakten, de compensatiebedragen voor de bevloeide oppervlakten in alle gevallen proportioneel met het geconstateerde overschrijdingspercentage gekort.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juli 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. MOLTERER

(1) PB C 210 van 6. 7. 1998.

(2) PB L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2309/97 (PB L 321 van 22. 11. 1997, blz. 3).