31998R0971

Verordening (EG) nr. 971/98 van de Commissie van 7 mei 1998 tot opening van een onderzoek naar een mogelijke ontwijking van het bij Verordening (EEG) nr. 3433/91 ingestelde antidumpingrecht op niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje uit de Volksrepubliek China, door verzending via Hongkong, Macau en Taiwan en door de invoer van bepaalde navulbare wegwerpzakgasaanstekers uit de Volksrepubliek China en tot instelling van de registratie van deze invoer

Publicatieblad Nr. L 135 van 08/05/1998 blz. 0038 - 0041


VERORDENING (EG) Nr. 971/98 VAN DE COMMISSIE van 7 mei 1998 tot opening van een onderzoek naar een mogelijke ontwijking van het bij Verordening (EEG) nr. 3433/91 ingestelde antidumpingrecht op niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje uit de Volksrepubliek China, door verzending via Hongkong, Macau en Taiwan en door de invoer van bepaalde navulbare wegwerpzakgasaanstekers uit de Volksrepubliek China en tot instelling van de registratie van deze invoer

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 905/98 (2), inzonderheid op de artikelen 13 en 14;

Na raadpleging van het Raadgevend Comité;

Overwegende hetgeen volgt:

a) VERZOEK

(1) De Commissie heeft op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (hierna "basisverordening" genoemd) het verzoek ontvangen een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontwijking van het antidumpingrecht op niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje (hierna ook "wegwerpaanstekers" genoemd) uit de Volksrepubliek China, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3433/91 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 423/97 (4). Volgens dit verzoek zou het antidumpingrecht worden ontweken door:

- de invoer van wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China, door verzending via Hongkong, Macau en Taiwan;

- de invoer van wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China die, na kleine wijzigingen, als aanstekers worden aangegeven die wel nagevuld en/of van een nieuw vuursteentje kunnen worden voorzien, hoewel dit in werkelijkheid niet het geval is.

Voorts werd verzocht dat de invoer van deze aanstekers overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening door de douane geregistreerd zou worden en, indien dit gerechtvaardigd zou blijken, om de uitbreiding van bovengenoemd antidumpingrecht tot deze aanstekers.

b) INDIENER VAN HET VERZOEK

(2) Het verzoek is op 24 maart 1998 ingediend door de European Lighters Manufacturers' Federation namens de volgende producenten in de Gemeenschap:

- Bic SA, Clichy Cedex, Frankrijk;

- Flamagas SA, Barcelona, Spanje;

- Tokai Seiki GmbH, Mönchengladbach, Duitsland.

Volgens het verzoek vervaardigen al deze ondernemingen wegwerpaanstekers; de ondernemingen zijn goed voor ongeveer 60 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Gemeenschap.

c) PRODUCT

(3) De producten waarop het onderzoek in het kader van de oorspronkelijke procedure en de herzieningsprocedure betrekking hadden (hierna "vorige onderzoek" genoemd), welke laatste procedure ertoe leidde dat het antidumpingrecht bij Verordening (EG) nr. 1006/95 van de Raad (5) werd gewijzigd, waren niet-navulbare zakgasaanstekers met vuursteentje of wegwerpaanstekers. Wegwerpaanstekers zijn momenteel ingedeeld onder GN-code ex 9613 10 00. Deze GN-code wordt slechts ter informatie vermeld.

Zoals hieronder nader wordt omschreven, wordt in het verzoek tot opening van een onderzoek onder meer aangevoerd dat de geldende maatregelen ontweken worden door het aanbrengen van wijzigingen aan de wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China, welke wijzigingen uitsluitend ten doel hebben dat de aanstekers bij invoer onder een andere tariefpost worden ingedeeld dan de tariefpost waaronder wegwerpaanstekers zijn ingesteld.

d) REGISTRATIE

(4) Daar in het verzoek onder meer wordt aangevoerd dat de rechten worden ontweken doordat wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China worden aangegeven als aanstekers die nagevuld en/of van een nieuw vuursteentje kunnen worden voorzien hoewel dit in praktische termen niet het geval is, dient de registratie van onder de GN-code ex 9613 20 90 vallende producten (navulbare aanstekers) te worden beperkt tot aanstekers met een gemiddelde waarde per stuk, franco grens Gemeenschap, vóór inklaring, van minder dan 0,5 ECU (goedkope aanstekers). Deze beperking van de registratie lijkt redelijk, daar kan worden aangenomen dat aanstekers die per stuk 0,5 ECU of meer kosten geen wegwerpaanstekers zijn.

De registratie dient ook betrekking te hebben op de invoer van wegwerpaanstekers uit Hongkong, Macau en Taiwan.

Doel van de registratie is ervoor te zorgen dat, indien het antidumpingrecht op wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China uitgebreid wordt tot goedkope, gewijzigde aanstekers uit de Volksrepubliek China die niet als wegwerpaanstekers worden aangegeven en/of tot wegwerpaanstekers die via Hongkong, Macau en Taiwan zijn verzonden, het recht vanaf de datum van registratie kan worden geheven.

e) BEWIJSMATERIAAL

(5) Overeenkomstig de voorwaarden van artikel 13 van de basisverordening bevat het verzoek voldoende materiaal waaruit blijkt dat het antidumpingrecht op wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China wordt ontweken.

(6) Het voorgelegde bewijsmateriaal bestaat uit het volgende:

A. Ten aanzien van de invoer van wegwerpaanstekers die in de Volksrepubliek China zouden zijn vervaardigd, maar die via Hongkong, Macau of Taiwan zijn verzonden

i) Volgens het verzoek is er een wijziging opgetreden in de handelsstromen tussen derde landen en de Gemeenschap ten gevolge van praktijken waarvoor geen andere reden of economische rechtvaardiging bestaat dan het bestaan van het antidumpingrecht.

Het verzoek bevat op Eurostat-cijfers gebaseerde gegevens waaruit blijkt dat de rechtstreekse invoer van wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China in de periode 1994-1997 (eerste negen maanden van 1997 op jaarbasis geëxtrapoleerd) met meer dan 70 % is gedaald, dat wil zeggen vanaf de inleiding van het vorige onderzoek. Deze invoer schijnt gedeeltelijk te zijn vervangen door de invoer van wegwerpaanstekers uit Hongkong, Macau en Taiwan, die in dezelfde periode meer dan verdrievoudigd is.

De wegwerpaanstekers die vanuit Hongkong, Macau of Taiwan worden ingevoerd, zouden in werkelijkheid van oorsprong zijn uit de Volksrepubliek China. Dit argument wordt nog geschraagd door het feit dat de aanzienlijke daling van de rechtstreekse invoer uit de Volksrepubliek China samenvalt met de stijging van de invoer uit de drie genoemde gebieden.

ii) Voorts heeft de indiener van het verzoek stukken voorgelegd waaruit blijkt dat de wegwerpaanstekers die uit Hongkong, Macau en Taiwan worden ingevoerd tegen prijzen worden verkocht die lager zijn dan die van de wegwerpaanstekers die in de onderzoeksperiode van de vorige procedure uit de Volksrepubliek China in de Gemeenschap werden ingevoerd. Daarom zou er nog in sterkere mate sprake zijn van dumping dan bij het vorige onderzoek het geval was en zou het neutraliserende effect van het antidumpingrecht worden tenietgedaan door de prijzen en de hoeveelheden van de wegwerpaanstekers die via Hongkong, Macau of Taiwan in de Gemeenschap worden ingevoerd.

B. Ten aanzien van wijzigingen aan de wegwerpaanstekers waardoor deze onder een andere tariefpost worden ingedeeld

i) Het verzoek bevat stukken waaruit blijkt dat een deel van de wijziging van de handelsstromen het gevolg is van het feit dat de invoer van Chinese wegwerpaanstekers voor een groot deel vervangen is door de invoer van aanstekers die zo zijn gewijzigd dat zij onder de tariefpost lijken te vallen voor navulbare aanstekers. De invoer van zogenaamde navulbare aanstekers uit de Volksrepubliek China is in de periode 1994-1997 sterk toegenomen (met meer dan 400 % - de cijfers voor de eerste negen maanden van 1997 werden op jaarbasis geëxtrapoleerd).

Volgens de indiener van het verzoek zijn de wegwerpaanstekers slechts gewijzigd door de toevoeging van een klep, waardoor deze nagevuld en opnieuw gebruikt zouden kunnen worden. Uit technische proeven blijkt echter dat het noch praktisch noch economisch zinvol is deze gewijzigde aanstekers na te vullen en opnieuw te gebruiken. Tenslotte maken importeurs in de Gemeenschap in hun advertenties geen melding van het feit dat de aanstekers nagevuld kunnen worden.

Volgens het verzoek is het dus economisch niet zinvol een klep aan de aanstekers toe te voegen. De enige reden om de aanstekers te wijzigen zou het bestaan zijn van een antidumpingrecht op de invoer van wegwerpaanstekers uit de Volksrepubliek China.

ii) Voorts bevat het verzoek bewijsmateriaal dat de neutraliserende werking van het antidumpingrecht teniet wordt gedaan, in termen van prijs en hoeveelheden, door de invoer van zogenaamde navulbare aanstekers uit de Volksrepubliek China, dat wil zeggen aanstekers die de hierboven omschreven wijziging hebben ondergaan, en dat er sprake is van dumping gezien de bij het vorige onderzoek vastgestelde normale waarde. De aanvrager heeft aangetoond dat de zogenaamde navulbare aanstekers in de Gemeenschap tegen lagere prijzen worden verkocht dan de bij het vorige onderzoek vastgestelde normale waarde, ondanks de toevoeging van een klep, waardoor de productiekosten en de prijs normalerwijze zouden moeten stijgen.

f) PROCEDURE

(7) De Commissie is tot de conclusie gekomen dat het verzoek voldoende bewijsmateriaal bevat om op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening een onderzoek in te stellen en om op grond van artikel 14, lid 5, van genoemde verordening over te gaan tot de registratie van de in overweging 4 genoemde aanstekers.

i) Vragenlijsten

(8) Om de gegevens te verkrijgen die zij voor haar onderzoek noodzakelijk acht, zal de Commissie vragenlijsten toezenden aan de in het verzoek genoemde exporteurs en producent, alsmede aan de twee exporteurs en de producent in de Volksrepubliek China die aan het vorige onderzoek deelnamen. De Commissie zal zo nodig ook gegevens opvragen bij producenten en importeurs in de Gemeenschap.

(9) Andere partijen die kunnen aantonen dat zij mogelijk belang hebben bij de resultaten van het onderzoek, dienen binnen 15 dagen na de publicatie van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen een vragenlijst aan te vragen. Verzoeken om vragenlijsten dienen schriftelijk te worden gericht aan het hieronder in artikel 3, lid 3, vermelde adres, onder opgave van naam, adres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de aanvrager.

De autoriteiten van de Volksrepubliek China, Hongkong, Macau en Taiwan zullen van de opening van het onderzoek in kennis worden gesteld en een exemplaar van de vragenlijst en van het verzoek ontvangen.

ii) Afgifte van douanecertificaten

(10) Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening kunnen de douaneautoriteiten certificaten afgeven aan importeurs op grond waarvan het betrokken product van registratie of maatregelen wordt vrijgesteld wanneer de invoer geen ontwijking van het antidumpingrecht inhoudt.

Daar deze certificaten eerst mogen worden afgegeven nadat de instellingen van de Gemeenschap hiervoor toestemming hebben verleend, dienen verzoeken om deze toestemming te verkrijgen zo spoedig mogelijk aan de Commissie te worden gericht, zodat deze voldoende tijd heeft om na te gaan of de verzoeken gerechtvaardigd zijn.

g) TERMIJN

(11) In het belang van een behoorlijk bestuur dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de betrokkenen mits zij kunnen aantonen dat zij mogelijk belang hebben bij de resultaten van het onderzoek, hun standpunt schriftelijk kunnen uiteenzetten. Tevens dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de betrokkenen schriftelijk kunnen verzoeken te worden gehoord en kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn waarom zij gehoord dienen te worden.

h) NIET-MEDEWERKING

(12) Indien belanghebbenden niet binnen de gestelde termijn toegang geven tot de noodzakelijke informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening voorlopige of definitieve conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken uit de beschikbare gegevens,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Op grond van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt een onderzoek ingesteld naar de invoer in de Gemeenschap van:

a) navulbare zakaanstekers met een vuursteentje, vallende onder GN-code ex 9613 20 90, uit de Volksrepubliek China; en

b) niet-navulbare gaszakaanstekers, vallende onder GN-code ex 9613 10 00, die vanuit Hongkong, Macau en Taiwan worden verzonden.

Artikel 2

Op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 wordt de douaneautoriteiten de instructie gegeven de nodige maatregelen te treffen om de invoer in de Gemeenschap van:

a) navulbare zakaanstekers met een vuursteentje, met een waarde per stuk, vóór inklaring, van minder dan 0,5 ecu, vallende onder GN-code ex 9613 20 90 (Taric-code 9613 20 90 10), uit de Volksrepubliek China; en

b) niet-navulbare gaszakaanstekers, vallende onder GN-code ex 9613 10 00 (Taric-code 9613 10 00 10), die vanuit Hongkong, Macau en Taiwan worden verzonden, te registreren.

De registratie zal negen maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden beëindigd.

De invoer behoeft niet te worden geregistreerd wanneer bovengenoemde producten met een douanecertificaat worden ingevoerd dat overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 is afgegeven.

Artikel 3

1. Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen zich binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bij de Commissie bekend te maken, hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de nodige informatie te verstrekken. Belanghebbenden kunnen bovendien binnen deze termijn verzoeken om door de Commissie te worden gehoord. Deze termijn geldt voor alle betrokkenen, met inbegrip van degenen die niet in het verzoek zijn genoemd. Zij hebben er derhalve belang bij zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de Commissie.

2. Vragenlijsten dienen binnen 15 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bij de Commissie te worden aangevraagd.

3. Alle informatie over deze zaak alsmede verzoeken om te worden gehoord, om de toezending van een vragenlijst of om toestemming voor de afgifte van een douanecertificaat waarin wordt verklaard dat een bepaalde invoer geen ontwijking van het antidumpingrecht inhoudt, dienen aan het volgende adres te worden gericht:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Buitenlandse Betrekkingen (Eenheid I-C-1)

(DM 24 8/38)

Wetstraat 200

B-1049 Brussel

Fax: (32-2) 295 65 05.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 mei 1998.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1.

(2) PB L 128 van 30. 4. 1998, blz. 18.

(3) PB L 326 van 28. 11. 1991, blz. 1.

(4) PB L 65 van 6. 3. 1997, blz. 1.

(5) PB L 101 van 4. 5. 1995, blz. 38.