Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve anti- dumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer
Publicatieblad Nr. L 016 van 18/01/1997 blz. 0055 - 0063
VERORDENING (EG) Nr. 71/97 VAN DE RAAD van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve anti-dumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op de artikelen 13 en 14, Gezien het door de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité voorgelegde voorstel, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) Bij Verordening (EG) nr. 703/96 (2) is de Commissie een onderzoek begonnen naar de ontwijking van de anti-dumpingrechten die waren ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad (3) betreffende de invoer van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, door de invoer van delen van oorsprong uit dat land die bij de assemblage van rijwielen in de Gemeenschap worden gebruikt, en heeft zij de douaneautoriteiten ingevolge artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96, hierna "basis-verordening" te noemen, opgedragen de invoer te registreren van frames, vorken, velgen en naven van rijwielen, die de hoofdbestanddelen van een rijwiel vormen. (2) De producten in dit onderzoek zijn delen en toebehoren van rijwielen uit de Volksrepubliek China die bij de assemblage van rijwielen in de Gemeenschap worden gebruikt. Deze producten zijn thans ingedeeld onder de GN-codes 8714 91 10 tot en met 8714 99 90. (3) De Commissie heeft de vertegenwoordigers van de Volksrepubliek China officieel van de inleiding van het onderzoek in kennis gesteld en heeft de in de klacht genoemde betrokken EG-ondernemingen en andere EG-ondernemingen die zich bij de Commissie bekend hebben gemaakt of die in een latere fase door de klager werden genoemd, vragenlijsten toegezonden. (4) Het onderzoek bestreek het tijdvak van 1 april 1995 tot en met 31 maart 1996. (5) Van de navolgende in de klacht genoemde of vervolgens door de klager genoemde ondernemingen en de ondernemingen die zich binnen de termijn van 40 dagen van Verordening (EG) nr. 703/96 bekend hebben gemaakt, heeft de Commissie volledige antwoorden gekregen van: - Helmig, Overath, Duitsland - Moore Large & Co, Derby, Verenigd Koninkrijk - One + One, Oostvoorne, Nederland - Promiles, Villeneuve d'Ascq, Frankrijk - Reece, Birmingham, Verenigd Koninkrijk - Splendor, Naninne, België - Starway, Luynes, Frankrijk - Tandem, Brigg, Verenigd Koninkrijk. De Commissie heeft alle gegevens die zij noodzakelijk achtte, verzameld en geverifieerd en heeft onderzoeken uitgevoerd ten kantore van de bovengenoemde ondernemingen. Van deze ondernemingen werd geconstateerd dat Tandem en Promiles echte EG-producenten waren terwijl Helmig een importeur bleek. (6) Aan ondernemingen die verzochten om binnen de termijn van Verordening (EG) nr. 703/96 te worden gehoord, werd dit toegestaan. (7) De navolgende EG-producenten verzochten om een certificaat van niet-ontwijking overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening: - Batavus, Nederland - BH, Spanje - Cycleurope, Frankrijk - Dawes, Verenigd Koninkrijk - Hercules, Duitsland - Mercier, Frankrijk - MICMO, Frankrijk - Promiles, Frankrijk - Raleigh, Verenigd Koninkrijk - Tandem, Verenigd Koninkrijk. (8) De navolgende ondernemingen meldden zich aan buiten de termijn van 40 dagen van Verordening (EG) nr. 703/96 en verzochten eveneens om een certificaat van niet-ontwijking: - Buechel, Duitsland - Horlacher, Duitsland - Monark Crescent, Zweden - Pantherwerke, Duitsland - Quantum, Frankrijk - PRO-FIT Sportartikel GmbH, Duitsland - Tekno Cycles, Frankrijk - TNT, Spanje. B. OMVANG VAN HET ONDERZOEK (9) Met betrekking tot de bij de ontwijkingsoperaties gebruikte delen, is in artikel 13, leden 1 en 2, van de basisverordening bepaald dat de van kracht zijnde anti-dumpingrechten moeten worden uitgebreid tot de invoer van delen uit het land waarvoor de maatregelen gelden, dat wil zeggen zij kunnen hetzij van oorsprong zijn uit dat land dan wel er van uit geconsigneerd zijn. Aan belanghebbende partijen die de betrokken delen uit China invoeren, werd derhalve voor de vanuit China geconsigneerde delen de mogelijkheid opengesteld om in voorkomend geval te bewijzen dat de delen niet van oorsprong uit China waren. Het onderzoek bestreek delen van rijwielen die in de Europese Gemeenschap uit China worden ingevoerd en die worden geassembleerd tot voor verkoop in de Europese Gemeenschap gereed gemaakte rijwielen onder omstandigheden die, overeenkomstig de beweringen van de klager, overeenkomen met de criteria van artikel 13, lid 1 en lid 2, onder a), b), en c), van de basisverordening. C. UITKOMSTEN VAN HET ONDERZOEK 1. Aard van de ontwijkingspraktijk (10) Uit het onderzoek is gebleken dat van de in punt 5 hierboven geïdentificeerde acht ondernemingen, vier assembleurs gedurende het onderzoektijdvak bijna volledige, maar nog niet geassembleerde rijwielen bij de producenten in China hadden besteld. De leveranciers hebben ervoor gezorgd dat bij de diverse zendingen daarvan naar Europa de delen, bestemd voor dezelfde assembleur, over verschillende laadkisten verspreid gingen, op verschillende tijdstippen werden verstuurd en soms in verschillende havens werden uitgeladen. Door middel van deze praktijk, die tamelijk kostbaar is en belangrijke aanvullende logistieke eisen stelt, hebben de assembleurs vermeden dat de ingevoerde delen overeenkomstig regel 2 a) van de Algemene Regels voor de interpretatie van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna het GDT) werden ingedeeld als volledig afgewerkte rijwielen waarvoor het anti-dumpingrecht had moeten gelden. Eén van de in punt 5 genoemde ondernemingen paste de hierboven beschreven werkwijze toe op ongeveer 75 % van haar totale assemblage van rijwielen gedurende het onderzoektijdvak. Doch zij wijzigde in die periode evenwel het patroon volgens hetwelk zij de delen betrok en is tegen het einde van die periode begonnen deze rijwielen te assembleren met gebruikmaking van meer dan 40 % niet-Chinese delen, die zij hetzij rechtstreeks van de in de landen van oorsprong gevestigde fabrikanten, hetzij van in de Gemeenschap gevestigde dochterondernemingen van deze fabrikanten aankocht (zie punt 17). Om te bereiken dat bepaalde ingevoerde subassemblages van rijwieldelen niet overeenkomstig regel 3 b) van de Algemene Regels voor de interpretatie van de nomenclatuur van het GDT als volledig afgewerkte rijwielen zouden worden ingedeeld, hebben enkele assembleurs van de nationale douaneautoriteiten bindende tariefinlichtingen gevraagd en gekregen, waarbij deze assemblages als delen werden ingedeeld en derhalve de officiële verzekering werd verkregen dat het anti-dumpingrecht voor deze subassemblages niet van toepassing zou zijn. 2. Voorwaarden van artikel 13 i) Verandering van handelspatroon (11) Tussen 1992 en het onderzoektijdvak is de invoer van rijwielen (in eenheden) van China in de Gemeenschap met meer dan 98 % gedaald, een daling van 1,5 miljoen eenheden, terwijl bijvoorbeeld de invoer van afgewerkte rijwielframes, het belangrijkste via assemblage ingevoerde deel van een rijwiel, gedurende dezelfde periode met meer dan 139 % (in eenheden) toenam, een stijging van ongeveer 450 000 eenheden. Het gevolg van deze substitutie wordt bevestigd door de gegevens die bij onderzoek ter plekke zijn verzameld: de productie van rijwielen die door de vijf onderzochte ondernemingen met behulp van stellen uit de Volksrepubliek China zijn geassembleerd - gebaseerd op de hierboven bij punt 10 omschreven praktijk - steeg met 80 %, alleen al voor deze assembleurs dus een stijging van ongeveer 110 000 eenheden tussen 1992 en het onderzoektijdvak. ii) Geen voldoende reden of economische rechtvaardiging (12) Twee van de onderzochte ondernemingen betoogden dat zij zijn begonnen met het assembleren van rijwielen in de Gemeenschap na de opschorting aan het einde van het jaar van de preferentiële tarieven voor invoerrechten op rijwielen van oorsprong uit China krachtens het stelsel van algemene preferenties (SAP) voor ontwikkelingslanden in 1991 en 1992, en niet vanwege de instelling van anti-dumpingrechten. Dit argument is evenwel niet overtuigend gezien het feit dat het SAP voor rijwielen uit China slechts tijdelijk was opgeschort gedurende die twee jaar en dat de regelingen voor verzending, zoals in punt 10 beschreven, kostbaar waren en belangrijke aanvullende logistieke eisen stelden. Het is echter redelijk tot de slotsom te geraken dat vanwege de in het oorspronkelijk vastgesteld hoge dumpingmarges, de timing, het productievolume, de aankoopregelingen en de geringe mate van toegevoegde waarde, de praktijken van deze twee ondernemingen, alsmede die van de drie genoemde, in de zin van artikel 13 van de basisverordening geen voldoende reden of economische rechtvaardiging hadden, ware het niet de instelling van een anti-dumpingrecht. iii) Begin dan wel aanzienlijke stijging van de verrichtingen (13) Voor alle vijf betrokken ondernemingen zijn de assemblageverrichtingen, dan wel hun invoer van delen van rijwielen uit China met het oog op assemblage van rijwielen, sedert 1992-1993, toen het oorspronkelijke onderzoek plaatsvond, begonnen of aanzienlijk toegenomen. iv) 60 % van de totale waarde van de delen die het geassembleerde product vormen (14) Voor de vijf assembleurs de vrijwel volledige stellen fietsen in de Volksrepubliek China hadden besteld, is vastgesteld dat alle delen voor deze stellen vanuit China waren geconsigneerd. Drie van deze ondernemingen erkenden dat zij bij de douane verklaringen hadden afgelegd dat alle vanuit China ingevoerde delen van Chinese oorsprong waren. Twee andere assembleurs betoogden dat meer dan 40 % van de delen die zij voor de assemblage van rijwielen gebruikten en die op deze stellen waren gebaseerd, van oorsprong waren uit andere landen. Er is evenwel vastgesteld dat de stellen met delen die door deze twee ondernemingen waren besteld, vanuit China waren geconsigneerd en dat delen van EG-oorsprong slechts voor een zeer beperkte mate werden gebruikt voor de assemblage van rijwielen op basis van deze stellen van delen. (15) Voor enkele uit China geconsigneerde delen legden deze twee assembleurs Chinese certificaten van oorsprong (formulier A) aan de douane voor, teneinde in aanmerking te komen voor preferentiële behandeling voor de Chinese goederen die onder het SAP vallen, terwijl de rest van de uit China geconsigneerde goederen werd aangegeven als zijnde van niet-Chinese oorsprong en deze derhalve aan het gewone derde-landenrecht was onderworpen. Met betrekking tot de delen die werden aangegeven als van niet-Chinese oorsprong zijnde - doch die vanuit China werden geconsigneerd - moet erop worden gewezen dat de assembleurs niet in staat waren de niet-Chinese oorsprong van deze delen te bewijzen. Hoewel deze twee ondernemingen verruimde termijnen hebben gekregen om authentieke stukken zoals certificaten van oorsprong, facturen van producenten en vervoerdocumenten te verzamelen, waren zij niet in staat bij de verificaties ter plekke voldoende bewijsmateriaal over te leggen om de oorsprong van de beweerde niet-Chinese delen te bewijzen, zoals dit door de leveranciers was aangegeven op hun facturen en bij de douane was aangegeven bij de invoer van deze delen. Uit de verificatie ten kantore van deze twee ondernemingen is gebleken dat zij volledige wielen hadden ingevoerd die in de Volksrepubliek China waren geassembleerd. Op de facturen van de leverancier verschenen deze wielen evenwel als buitenbanden, binnenbanden, velgen, naven, vrijwielen, enz. met verschillende oorsprong en waren zij dienovereenkomstig bij invoer bij de douane aangegeven als afzonderlijke delen met voor elk deel een specifieke oorsprong. De diensten van de Commissie konden derhalve niet anders concluderen dan dat bij gebrek aan bewijs van het tegendeel alle vanuit China geconsigneerde delen van Chinese oorsprong waren en dat onder deze omstandigheden 60 % of meer van de totale waarde van de delen die waren gebruikt voor de assemblage van rijwielen samengesteld uit deze delen, van Chinese oorsprong was. (16) Voorts werd gedurende verificatie ter plaatse vastgesteld dat de waarde van identieke delen van stellen die vanuit China waren geconsigneerd naar deze twee ondernemingen, per zending uiteenliep zonder duidelijke reden hiervoor. Dit "grillige prijsbepalen" heeft de nauwkeurige vaststelling van de waarde der betrokken delen in de weg gestaan. (17) Eén assembleur, die gedurende het onderzoektijdvak van ongeveer 75 % voor zijn rijwielproductie stellen uit China had besteld, kon aantonen dat hij voor de assemblage van de resterende 25 % van zijn productie meer dan 40 % delen van oorsprong uit andere landen dan China gebruikte. Aan het slot van het onderzoektijdvak (maart 1996) begon deze onderneming rijwielen te assembleren die voorheen als stellen uit China waren besteld, met gebruikmaking van delen van niet-Chinese oorsprong die rechtstreeks waren aangekocht bij de producenten of bij hun EG-dochterondernemingen (zie punt 10). Voor deze rijwielen was de assembleur uiteindelijk gedurende verificatie ter plekke in staat om aan te tonen dat de op deze wijze tussen maart en oktober 1996 geassembleerde modellen meer dan 40 % delen vanuit andere landen dan de Volksrepubliek China bevatten. De Commissiediensten hebben daarom bepaald dat deze assembleur, ofschoon 75 % van zijn productie gedurende het onderzoektijdvak meer dan 60 % delen van oorsprong uit de Volksrepubliek China bevatte, sedert maart 1996 zijn aandeel aan Chinese delen had verlaagd tot onder 60 % van de totale waarde aan delen van het geassembleerde product. v) De regel van de 25 % toegevoegde waarde op de ingebrachte delen (18) Voor alle vijf betrokken ondernemingen werd voor de toegevoegde waarde in de Europese Gemeenschap per model voor de ingebrachte delen geconstateerd dat deze slechts tussen 10 en 16 % van de kosten van vervaardiging van een volledig rijwiel schommelde, en derhalve duidelijk onder de in artikel 13, lid 2, onder b), van de basisverordening gestelde drempel van 25 % lag. 3. Ondermijning van de corrigerende werking van het recht en bewijs van dumping i) Ondermijning (19) Teneinde vast te stellen of de corrigerende uitwerking van het anti-dumpingrecht in termen van verkoopprijzen was ondermijnd, werd een vergelijking gemaakt van de prijzen bij verkoop gedurende het onderzoektijdvak van in de Gemeenschap uit Chinese delen geassembleerde rijwielen gedurende het onderzoektijdvak door de samenwerkende assembleurs ("geassembleerde rijwielen") met de "dumpingvrije"-uitvoerprijzen van de Chinese rijwielen gedurende het oorspronkelijke onderzoektijdvak (dat wil zeggen de werkelijke prijzen bij uitvoer, na inklaring, vermeerderd met het anti-dumpingrecht). (20) De vergelijking tussen identieke of vergelijkbare groepen rijwielen werd exact volgens de methode van het oorspronkelijk onderzoek gemaakt. Voor elke groep werden gewogen gemiddelde prijzen vastgesteld terwijl er op deze prijzen aanpassingen werden aangebracht, teneinde er voor te zorgen dat de vergelijking op hetzelfde handelsniveau plaatsvond, op basis van dezelfde nettoprijs en met vergelijkbare afleveringsvoorwaarden. Vervolgens werd voor elke groep vastgesteld of de prijzen bij verkoop van geassembleerde rijwielen de dumpingvrije uitvoerprijzen van de Chinese rijwielen gedurende het oorspronkelijke onderzoektijdvak hadden onderboden. Teneinde een gemiddelde marge vast te stellen werd het totaal van de ondermijningsmarges voor die groepen waarvoor ondermijning was vastgesteld, uitgedrukt als een percentage van de totale dumpingvrije invoerwaarde (cif grens Gemeenschap) van Chinese rijwielen, zoals in het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld, voor alle groepen waarop de vergelijking betrekking had. Met betrekking tot de voor de vergelijking gebruikte groepen rijwielen werd van 77 % van het totaal verkochte volume van de betrokken assembleurs geconstateerd dat dit gelijkwaardige modellen betrof zoals die van het oorspronkelijke onderzoektijdvak, zodat deze derhalve voor de vergelijking werden gebruikt. Van meer dan 90 % van de voor de vergelijking gebruikte verkopen werd geconstateerd dat deze de dumpingvrije uitvoerprijzen in het oorspronkelijke onderzoektijdvak hebben onderboden. (21) Als geheel is uit de vergelijking gebleken dat de verkoopprijzen van geassembleerde rijwielen de dumpingvrije uitvoerprijzen van Chinese rijwielen in het oorspronkelijke onderzoektijdvak met gemiddeld 14,5 % hebben onderboden. (22) Het bestaan van ondermijning in termen van verkochte hoeveelheden vloeit rechtstreeks voort uit de bevinding dat het invoervolume van de Chinese rijwielen in het oorspronkelijke onderzoektijdvak, in termen van hoeveelheden, in aanzienlijke mate is vervangen door de invoer van afgewerkte rijwielframes van Chinese oorsprong, zoals is vastgesteld in punt 11. In dit verband zij erop gewezen dat vanwege de aanzienlijke mate van niet-samenwerking van de zijde van de assembleurs (zie punt 25) geen rechtstreekse informatie beschikbaar was over de totaal verkochte hoeveelheid in de Gemeenschap geassembleerde rijwielen. De Commissie heeft evenwel geconstateerd dat het volume rijwielen dat door het kleine aantal medewerkende assembleurs was verkocht alleen al in het onderzoektijdvak in feite 24 % van de verkopen van vergelijkbare Chinese rijwielen in het oorspronkelijke onderzoektijdvak beliep, terwijl deze medewerkende assembleurs 25 % voor hun rekening hadden genomen van de totale invoer van afgewerkte frames van Chinese oorsprong gedurende de periode van onderzoek naar ontwijking. Aldus leveren de cijfers die bij de medewerkende assembleurs beschikbaar zijn, alle steun aan de gevolgtrekking dat de verkopen van in de Gemeenschap uit Chinese delen geassembleerde rijwielen de invoer van volledig afgewerkte Chinese rijwielen in aanzienlijke mate hebben vervangen. (23) Gezien het voorafgaande wordt vastgesteld dat de verkopen van rijwielen die in de Gemeenschap zijn geassembleerd uit delen van oorsprong uit of geconsigneerd vanuit China, de corrigerende werking van de betrokken anti-dumpingmaatregelen hebben ondermijnd, zowel qua verkoopprijzen als qua hoeveelheden. ii) Bewijs van dumping (24) De dumping werd per onderneming berekend aan de hand van de populairste modellen van geassembleerde rijwielen (50 tot 100 % van hun omzet) (4). Deze modellen werden vergeleken met de eerder vastgestelde normale waarden (met Taiwan in het oorspronkelijke onderzoek als referentieland), en met gebruikmaking van dezelfde acht criteria, dat wil zeggen de categorie rijwiel, materiaal van het frame, aantal versnellingen, derailleurs, pedaalaandrijvingen, versnellingshandels, remsets en naven) op een zo redelijk mogelijke wijze. Gezien het feit dat de normale waarden voor de betrokken exporteurs op het niveau fob Taiwan waren vastgesteld, moesten de wederverkoopprijzen in de Europese Gemeenschap met dit niveau vergelijkbaar worden gemaakt. De feitelijke vergelijking is dus vastgesteld aan de hand van fob China fob Taiwan. Voor de betrokken ondernemingen werd een dumpingmarge van 16 tot 53 % geconstateerd. 4. Assemblageverrichtingen met niet-medewerking (25) Gezien de in punt 11 hierboven beschreven belangrijke wijziging van het handelspatroon en bij afwezigheid van medewerking van de zijde van vele ondernemingen, bestaat er geen reden om aan te nemen dat de niet-medewerkende ondernemingen in mindere mate dan de medewerkende ondernemingen de geldende anti-dumpingrechten hebben ontweken. Het anti-dumpingrecht zou derhalve niet alleen tot medewerkende bedrijven maar ook tot niet-medewerkende bedrijven moeten worden uitgebreid. Elke andere behandeling zou in feite een beloning aan de niet-medewerkende bedrijven verlenen, een tegenstrijdigheid die bij ontwijking nog onaanvaardbaarder is dan in een gewone dumpingzaak. De genomen maatregelen zullen evenwel op dergelijke wijze moeten worden vastgesteld dat zij alleen de invoer van delen betreffen die worden gebruikt bij assemblageverrichtingen door "ontwijkende" assembleurs. D. VOORGESTELDE MAATREGELEN 1. Aard van de maatregelen: Uitbreiding van het recht (26) In verband met het geconstateerde zal het geldende anti-dumpingrecht voor volledige rijwielen (30,6 %) tot bepaalde rijwieldelen moeten worden uitgebreid die van oorsprong zijn uit of worden geconsigneerd vanuit China, met uitzondering van delen waarvan wordt bewezen dat zij niet van Chinese oorsprong zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat de invoer van voorgemonteerde, voorbehandelde of voorgeverfde delen kenmerkend is voor assemblageverrichtingen. Het merendeel der EG-producenten behandelt of verft de delen die zij invoeren, en importeert geen subsassemblages van fietsen. Een goed voorbeeld is dat van de invoer van volledige wielen in tegenstelling tot de invoer van velgen en naven: EG-producenten importeren meer naven dan velgen. (27) Teneinde nu het gevaar te verkleinen dat een en ander van invloed is op invoer waarbij niet van ontwijking sprake is, in het bijzonder invoer van niet-essentiële delen, zou de uitbreiding van het recht tot de hoofdbestanddelen moeten worden beperkt (zie kolom I van de tabel hieronder), dat wil zeggen: - geverfde of geanodiseerde of gepolijste en/of gelakte frames (ook wanneer remmen en tandwielen zijn aangebracht); - geverfde of geanodiseerde of gepolijste en/of gelakte voorvorken (ook wanneer remmen zijn aangebracht); - volledige wielen (met of zonder binnenbanden, buitenbanden en kettingrad); - sturen (ingeval zij worden aangeboden met een boutsteel, rem en/of remhandel eraan vast); - tandwielen (dat wil zeggen derailleurs, pedaalaandrijvingen en vrijwieltandwielen); - remmen (dat wil zeggen andere remmen en remhandels). >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2. Inning van het recht op de geregistreerde invoer (28) Het volgens Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde recht bij invoer zou slechts mogen worden geïnd voor de in punt 27 hierboven beschreven delen. (29) Ondernemingen die zijn vrijgesteld van het overeenkomstig punt 32 hieronder uitgebreide anti-dumpingrecht, zouden eveneens van de inning van het recht op de met registratie gepaard gaande invoer moeten worden vrijgesteld. E. VRIJSTELLING VAN DE UITBREIDING VAN HET RECHT (30) In artikel 13, lid 4, van de basisverordening is bepaald dat producten van de maatregel worden vrijgesteld wanneer zij vergezeld gaan van een certificaat waarin wordt verklaard dat bij de invoer geen ontwijking heeft plaats gevonden. Wanneer gedurende het onderzoek naar ontwijking een goedkeuring wordt verleend, dient de inning van het recht voor de invoer die overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 703/96 was geregistreerd, niet plaats te vinden. (31) Voor het afgeven van certificaten is voorafgaande goedkeuring nodig van de Commissie, of van de Raad, indien zij worden verleend bij uitbreiding van de maatregel. Een vergunning kan alleen worden verleend na een diepgaand onderzoek van de feiten. (32) De Commissie heeft van de in punt 7 genoemde ondernemingen die de Commissie na de inleiding van het onderzoek hadden benaderd, verzoeken om dergelijke certificaten ontvangen. Deze verzoeken werden ontvangen vóór de in Verordening (EG) nr. 703/96 aan de partijen gestelde termijn om zich bekend te maken. De meeste van deze verzoekers zijn EG-producenten die in voorafgaande onderzoeken deel uitmaakten van de bedrijfstak van de Gemeenschap. De anderen die aan de oorspronkelijke procedure niet hadden deelgenomen, konden aan de hand van de, ter plekke geverifieerde, antwoorden op de vragenlijst als EG-producenten worden geïdentificeerd. Het anti-dumpingrecht op rijwielen uit China dient om die reden niet tot de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die in de verrichtingen van deze ondernemingen worden gebruikt, te worden uitgebreid. Bovendien werd het eveneens juist geacht om het anti-dumpingrecht op rijwielen uit China niet uit te breiden tot de delen die waren gebruikt bij de assemblageverrichtingen van de onderneming die sedert maart 1996 haar aandeel aan Chinese delen had verlaagd tot onder de 60 % (zie de punten 10 en 17), aangezien deze onderneming vanaf dat moment niet kon worden geacht het geldende anti-dumpingrecht te ontwijken. (33) Door de in punt 8 genoemde partijen, die de Commissie na de in Verordening (EG) nr. 703/96 gestelde termijn voor de partijen om zich bekend te maken, hadden benaderd, werden ook verzoeken ingediend. Er zij opgemerkt dat in artikel 13, lid 4, van de basisverordening geen termijn wordt gesteld voor het aanvragen van certificaten van niet-ontwijking. De Commissie heeft deze ondernemingen terstond na ontvangst van hun verzoeken vragenlijsten toegezonden. De Commissie is evenwel nog niet in staat geweest te verifiëren of deze partijen assembleurs dan wel importeurs zijn en/of de verrichtingen waarbij de ingevoerde goederen worden gebruikt, onder artikel 13, lid 2, van de basisverordening vallen. Voorts kan niet worden uitgesloten dat ter zake meer ondernemingen een certificaat van niet-ontwijking zullen aanvragen wanneer de maatregel eenmaal is uitgebreid. (34) Om er nu voor te zorgen dat ondanks een late aanvraag door de betrokken ondernemingen, de partijen die het recht niet ontwijken naar behoren van de uitbreiding van het recht tot de invoer van delen worden vrijgesteld, zou de goedkeuring van deze verordening het de Commissie niet onmogelijk moeten maken nog hangende of toekomstige aanvragen te onderzoeken, gericht op goedkeuring van de vrijstelling van de invoer van het uitgebreide recht. Ingeval een onderneming gedurende het onderzoek een niet-ontwijkingscertificaat heeft aangevraagd, zou een eventuele vrijstelling van kracht moeten worden met ingang van het tijdstip van inleiding van het onderhavige onderzoek naar ontwijking. Ingeval een onderneming na de uitbreiding van het recht om een certificaat verzoekt, zou een eventuele vrijstelling alleen van kracht worden met ingang van het tijdstip van de aanvrage. Eveneens moet er voor worden gezorgd dat wanneer er, na onderzoek van een verrichting, een ontwijkingspraktijk wordt aangetroffen, de verschuldigde uitgebreide rechten daadwerkelijk kunnen worden geïnd (zie punt 43). (35) De werking van het stelsel van toekenning van een vergunning en van de daaropvolgende uitgifte van certificaten is in artikel 13, lid 4, van de basisverordening niet volledig uiteengezet. In dit opzicht diene het volgende: (36) De toekenning van een vergunning hangt ervan af of de goederen niet worden gebruikt bij een assemblageverrichting die een vorm van ontwijking inhoudt overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de basisverordening. Daarom moet er, in het geval de assembleurs niet rechtstreeks invoeren, een procedure worden ontworpen waarmee het mogelijk wordt zeker te stellen of invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen al dan niet ten behoeve van ontwijking wordt benut. (37) Hiertoe dient gebruik te worden gemaakt van het bestaande mechanisme van douanetoezicht op het eindgebruik, en wel van artikel 82 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (5) (communautair douanewetboek) en de artikelen 291 en volgende van Verordening (EEG) nr. 2454/93 (6) (de toepassingsbepalingen). Dit mechanisme is dienovereenkomstig in het kader van de wetgeving ter bestrijding van ontwijking toe te passen op het afgeven van goedkeuring voor certificaten van niet-ontwijking, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening. (38) Het eindgebruik omwille waarvan de invoer in aanmerking zou komen voor vrijstelling van het anti-dumpingrecht wordt gedefinieerd onder verwijzing naar i) assemblageverrichtingen waarvan is geconstateerd dat deze geen ontwijking inhielden en ii) het gebruik van hoofdbestanddelen van rijwielen in kleine hoeveelheden door op kleine schaal opererende marktdeelnemers, met name voor vervangingsdoeleinden, waarvan wordt aangenomen dat deze geen ontwijking vormen. In laatstgenoemd geval zal de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen een vrij beperkt economisch belang hebben en zal het onwaarschijnlijk zijn dat daardoor de uitwerking van het bestaande recht zal worden ondermijnd in termen van hoeveelheden rijwielen die met behulp van dergelijke ingevoerde delen kunnen worden vervaardigd (artikel 13, lid 2, onder c), van de basisverordening). Teneinde het mogelijk te maken dat tussenpersonen die niet rechtstreeks hoofdbestanddelen van rijwielen invoeren deze delen van importeurs aankopen en deze wederverkopen voor assemblageverrichtingen die geen ontwijking inhouden, moet er op dergelijke transacties eveneens controle worden uitgeoefend in het kader van het systeem van toezicht op het eindgebruik. (39) Ten slotte moet het stelsel ook vrijstelling van het uitgebreide recht mogelijk maken ten behoeve van rechtstreekse invoer van niet met ontwijking gepaard gaande assemblageverrichtingen. (40) Voor de nodige flexibiliteit om het stelsel van vrijstelling waar nodig aan te passen, is het zinvol dat de uitvoeringsregels van het vrijstellingssysteem worden vastgelegd in een door de Commissie, na raadpleging van het Raadgevend Comité, vast te stellen verordening. (41) In dit verband en met het oog op hangende of toekomstige verzoeken, zou de Commissie ermee moeten worden belast binnen een dergelijk stelsel lijsten van ondernemingen op te stellen waarvan de vrijstelling van het uitgebreide recht is toegestaan. (42) Teneinde ertoe aan te sporen zich van ontwijkingspraktijken te onthouden, dient het beheer van het stelsel van vrijstelling de mogelijkheid te bieden de toestand te herzien voor de ondernemingen waar ontwijking was aangetroffen, doch die hun verrichtingen dusdanig hebben gewijzigd dat aan de omstandigheden van ontwijking niet langer wordt voldaan. Het moet eveneens mogelijk zijn om vrijstellingen die niet langer gerechtvaardigd zijn, in te trekken. Ten slotte zou voor elke nieuwe verrichting de mogelijkheid moeten bestaan een onderzoek door de Commissie aan te vragen met het oog op vrijstelling van het recht. Om deze redenen moeten alle vrijstellingen, met inbegrip van die voor de in punt 32 bedoelde ondernemingen, krachtens de Commissieverordening worden toegestaan. (43) Zonodig moet de mogelijkheid worden geboden om de invoer voorwaardelijk van het uitgebreide recht vrij te stellen terwijl de verrichtingen waarvoor zij bedoeld zijn, voorwerp van onderzoek zijn. Doch om ervoor te zorgen dat in het geval dat bij een verrichting ontwijking wordt geconstateerd, het uitgebreide recht daadwerkelijk kan worden geïnd, worden de douaneautoriteiten ertoe gemachtigd zo nodig een zekerheid te eisen. (44) Aangezien dit het eerste geval is waarin anti-dumpingmaatregelen worden uitgebreid en waar vrijstellingen overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening worden verleend, zal de Commissie het stelsel van vrijstelling voortdurend evalueren om het zo nodig aan te passen teneinde rekening te houden met de ervaring die zij met de werking van dit systeem heeft opgedaan. F. PROCEDURE (45) De belanghebbende partijen werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen aan de hand waarvan de Commissie voornemens was voor te stellen het geldende definitieve anti-dumpingrecht uit te breiden tot de betrokken delen; zij kregen de gelegenheid hierop te reageren. Tevens zijn de belanghebbende partijen in kennis gesteld van de voornaamste kenmerken van het stelsel van vrijstelling dat zal worden vastgesteld (zie punt 37), HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 "Hoofdbestanddelen van rijwielen" in de zin van deze verordening zijn: - geverfde, of geanodiseerde, of gepolijste en/of gelakte frames van rijwielen, thans in te delen onder GN-code ex 8714 91 10, - geverfde, of geanodiseerde, of gepolijste en/of gelakte voorvorken van rijwielen, thans in te delen onder GN-code ex 8714 91 30, - derailleurs (GN-code 8714 99 50), - pedaalaandrijvingen (GN-code 8714 96 30), en - vrijwieltandwielen (GN-code 8714 93 90), al dan niet in stellen aangeboden, - andere remmen (GN-code 8714 94 30), en - remhandels (GN-code ex 8714 94 90), al dan niet in sets aangeboden, - volledige wielen, al dan niet met binnenbanden, buitenbanden en kettingrad, thans in te delen onder GN-code ex 8714 99 90, en - sturen, thans in te delen onder GN-code 8714 99 10, al dan niet aangeboden met een boutsteel, rem en/of versnellingshandel daaraan vast. Artikel 2 1. Het bij Verordening (EG) nr. 2474/93 ingestelde definitieve anti-dumpingrecht op de invoer van rijwielen van GN-code 8712 00 en van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt hierbij uitgebreid tot de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China. 2. Hoofdbestanddelen van rijwielen die vanuit de Volksrepubliek China worden geconsigneerd, worden aangemerkt als van oorsprong uit dat land, tenzij door het voorleggen van een certificaat van oorsprong, afgegeven overeenkomstig de in de Gemeenschap van kracht zijnde bepalingen van oorsprong, kan worden bewezen dat de betrokken delen van oorsprong zijn uit een ander welbepaald land. Ingeval hoofdbestanddelen van rijwielen vanuit een ander land dan de Volksrepubliek China worden geconsigneerd, kunnen de douaneautoriteiten eisen dat een certificaat van oorsprong wordt voorgelegd dat is afgegeven overeenkomstig de in de Gemeenschap van kracht zijnde bepalingen van oorsprong, en waarbij wordt verklaard dat de betrokken delen van oorsprong zijn uit een ander land dan de Volksrepubliek China. 3. Het bij lid 1 uitgebreide recht wordt geïnd op de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, geregistreerd overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 703/96 en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96. 4. Tenzij anders wordt bepaald, zijn de geldende bepalingen in verband met douanerechten van toepassing. Artikel 3 1. De Commissie stelt, na raadpleging van het Raadgevend Comité, bij verordening de nodige maatregelen vast om goedkeuring te geven voor de vrijstelling van de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die geen ontwijking van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 ingestelde anti-dumpingrecht inhoudt, van het bij artikel 2 uitgebreide recht. 2. In het bijzonder zullen in de verordening van de Commissie voorschriften worden gegeven voor: - de goedkeuring van de vrijstelling en het toezicht op de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die gebruikt worden door ondernemingen waarvan de assemblageverrichtingen niet met ontwijking gepaard gaan, - de goedkeuring van de vrijstelling en het toezicht op invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen, in het bijzonder door tussenpersonen, of met betrekking tot invoer voor gebruik in kleine hoeveelheden door kleinschalige bedrijven, - de regels met betrekking tot de werking van dergelijke vrijstellingen, overeenkomstig de ter zake geldende douanebepalingen, en - de uitwisseling van gegevens tussen douaneautoriteiten en de Commissie betreffende de werking van dergelijke vrijstellingen. 3. Tevens zullen in de verordening van de Commissie voorschriften worden gegeven voor: a) onderzoek naar de vraag of aan de voorwaarden voor niet-ontwijking is voldaan, in het bijzonder in geval van verzoeken met betrekking tot: - assemblageverrichtingen door partijen die zich gedurende het onderzoek, doch na de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 703/96 gestelde termijn bekend hebben gemaakt, - assemblageverrichtingen van partijen die hoofdbestanddelen van rijwielen voor de vervaardiging of assemblage van rijwielen pas begonnen te gebruiken na het onderzoektijdvak dat op 31 maart 1996 verstreek, - assemblageverrichtingen waarvan werd geconstateerd dat deze gedurende het onderzoek met ontwijking gepaard gingen, - andere assemblageverrichtingen waarbij hoofdbestanddelen voor de vervaardiging of assemblage van rijwielen werden gebruikt door partijen die zich gedurende het onderzoek niet bekend hadden gemaakt, en b) de nodige procedurele bepalingen voor een dergelijk onderzoek, en in het bijzonder de voorwaarden waaronder toekomstige verzoeken voor een onderzoek zullen worden aanvaard. Hiertoe zullen in de verordening van de Commissie, ingeval hoofdbestanddelen van rijwielen voor vrij verkeer worden aangegeven voor een assemblageverrichting waarvoor een onderzoek door de Commissie hangende is, eveneens bepalingen worden gegeven, inhoudende: - dat de betaling van de douaneschuld uit hoofde van het anti-dumpingrecht dat ingevolge artikel 2 is uitgebreid of moet worden geïnd mag worden opgeschort, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek door de Commissie, - dat ingeval bij onderzoek van de verrichting wordt geconstateerd dat deze niet met ontwijking gepaard gaat, de ingevolge artikel 2 ontstane douaneschuld te niet mag worden gedaan, en - dat in andere gevallen de opschorting van de douaneschuld mag worden opgeheven. Tevens kan de Commissie in haar verordening voorschrijven dat douaneautoriteiten het stellen van een zekerheid kunnen verlangen wanneer dit nodig is om de betaling van de douaneschuld te verzekeren ingeval de schorsing wordt opgeheven. 4. Na een onderzoek uit hoofde van lid 3 kan de Commissie, indien dit gerechtvaardigd is, na overleg met het Raadgevend Comité, besluiten tot goedkeuring van de vrijstelling van de betrokken verrichting van de uitbreiding van de maatregelen overeenkomstig artikel 2. 5. Goedkeuringen van vrijstellingen, verleend ingevolge de verordening van de Commissie, hebben terugwerkende kracht tot aan het tijdstip van de inleiding van het onderhavige onderzoek naar ontwijking, mits de betrokken partij zich gedurende dit onderzoek bekend heeft gemaakt. De terugwerkende kracht geldt in andere gevallen tot aan de datum van het verzoek om goedkeuring. 6. In de verordening van de Commissie wordt ook bepaald dat, wanneer dit gerechtvaardigd is en nadat overleg met het Raadgevend Comité is gepleegd, de vrijstelling wordt ingetrokken. Artikel 4 De douaneautoriteiten wordt hierbij opgedragen niet verder te gaan met registratie overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 703/96 en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 van frames, vorken, velgen en naven van rijwielen, van onderscheidenlijk de GN-codes 8714 91 10, 8714 91 30, 8714 92 10 en 8714 93 10. Artikel 5 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 10 januari 1997. Voor de Raad De Voorzitter J. VAN AARTSEN (1) PB nr. L 56 van 6. 3. 1996, blz. 1. (2) PB nr. L 98 van 19. 4. 1996, blz. 3. (3) PB nr. L 228 van 9. 9. 1993, blz. 1. (4) Voor één van de ondernemingen was de vergelijking gebaseerd op de omzet van de aan niet-geassocieerde ondernemingen verkochte geassembleerde modellen sinds deze onderneming er niet in slaagde de Commissie voldoende nauwkeurige informatie te verstrekken om op een betrouwbare wijze desbetreffende transacties in verband te brengen met uiteindelijke verkopen. (5) PB nr. L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1. (6) PB nr. L 253 van 11. 10. 1993, blz. 1.