31996R1125

Verordening (EG) nr. 1125/96 van de Commissie van 24 juni 1996 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 97/95 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad wat betreft de minimumprijs en het compensatiebedrag die aan de aardappeltelers moeten worden betaald, en van Verordening (EG) nr. 1868/94 van de Raad tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de produktie van aardappelzetmeel

Publicatieblad Nr. L 150 van 25/06/1996 blz. 0001 - 0002


VERORDENING (EG) Nr. 1125/96 VAN DE COMMISSIE van 24 juni 1996 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 97/95 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad wat betreft de minimumprijs en het compensatiebedrag die aan de aardappeltelers moeten worden betaald, en van Verordening (EG) nr. 1868/94 van de Raad tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de produktie van aardappelzetmeel

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 923/96 van de Commissie (2), en met name op artikel 8, lid 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1868/94 van de Raad van 27 juli 1994 tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de produktie van aardappelzetmeel (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 206/96 (4), en met name op artikel 8,

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 97/95 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 206/96, de uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld van Verordening (EEG) nr. 1766/92 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen, wat betreft de minimumprijs en het compensatiebedrag die aan de aardappeltelers moeten worden betaald, en van Verordening (EG) nr. 1868/94 tot vaststelling van een contingenteringsregeling voor de produktie van aardappelzetmeel;

Overwegende dat in Verordening (EG) nr. 97/95 onder andere is bepaald dat de aan het aardappelmeelbedrijf geleverde aardappelen een zetmeelgehalte van minstens 13 % moeten hebben; dat dit gehalte echter in Verordening (EG) nr. 2953/95 van de Commissie van 20 december 1995 tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 1995/1996, van het minimumzetmeelgehalte voor aardappelen voor de zetmeelproduktie in bepaalde Lid-Staten (6), op grond van de volgens artikel 6, lid 2, tweede alinea van Verordening (EG) nr. 97/95 mogelijke uitzondering op 12,8 % is vastgesteld voor Oostenrijk, Frankrijk, Nederland, Duitsland en Denemarken;

Overwegende dat het op grond van de ervaring dienstig lijkt deze uitzondering permanent in Verordening (EG) nr. 97/95 op te nemen door de aardappelmeelbedrijven toe te staan partijen aardappelen met een zetmeelgehalte van minder dan 13 % te aanvaarden, voor zover de hoeveelheid zetmeel die daaruit kan worden vervaardigd niet meer bedraagt dan 1 % van hun subcontingent; dat artikel 13 moet worden aangevuld met de sancties die gelden bij aanvaarding van partijen met een zetmeelgehalte beneden het voorgeschreven minimumgehalte;

Overwegende dat de definitie van aardappelen in artikel 1, onder f), moet worden aangepast;

Overwegende dat de voorwaarden voor de toekenning van het compensatiebedrag en voor de toekenning van de premie nader moeten worden bepaald door aanvulling van respectievelijk artikel 7 en artikel 11;

Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 97/95 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1 wordt punt f) vervangen door:

"f) aardappelen: aardappelen bestemd voor de vervaardiging van aardappelzetmeel, als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1766/92, waarvan het zetmeelgehalte, behoudens toepassing van artikel 6, lid 2, tweede alinea, ten minste 13 % bedraagt;".

2. In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Het zetmeelgehalte van de aanvaarde partijen aardappelen mag niet minder bedragen dan 13 %.

Aardappelmeelbedrijven mogen echter partijen aardappelen met een zetmeelgehalte van minder dan 13 % aanvaarden, voor zover de hoeveelheid zetmeel die daaruit kan worden vervaardigd niet meer bedraagt dan 1 % van hun subcontingent. Voor die partijen wordt dezelfde minimumprijs betaald als voor die met een zetmeelgehalte van 13 %.".

3. In artikel 7, lid 1, wordt aan het einde van de eerste alinea de volgende zin ingevoegd:

"Behalve bij toepassing van artikel 6, lid 2, tweede alinea, wordt geen premie toegekend voor zetmeel van aardappelen die niet van gezonde handelskwaliteit zijn of voor zetmeel van aardappelen met een zetmeelgehalte van minder dan 13 %.".

4. Na artikel 7 wordt het volgende artikel 7 bis ingevoegd:

"Artikel 7 bis

Het compensatiebedrag wordt op grond van de hoeveelheid en het zetmeelgehalte van de geleverde aardappelen berekend en overeenkomstig bijlage II aan de telers betaald voor aardappelen van gezonde handelskwaliteit. Voor aardappelen die niet van gezonde handelskwaliteit zijn of waarvan het zetmeelgehalte lager is dan 13 %, wordt geen compensatiebedrag betaald, behalve bij toepassing van artikel 6, lid 2, tweede alinea.".

5. In artikel 11 wordt lid 1, onder b), vervangen door:

"b) voor de premie als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1868/94 de voorwaarde:

- dat het aardappelmeelbedrijf het bewijs levert dat het het bedoelde zetmeel in het betrokken verkoopseizoen heeft geproduceerd, en

- dat het aardappelmeelbedrijf bewijst dat het aan de telers een prijs heeft betaald die niet lager is dan de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1766/92 bedoelde prijs franco fabriek, voor alle in de Gemeenschap geteelde en voor de vervaardiging van het zetmeel gebruikte aardappelen, en

- dat het aardappelmeelbedrijf bewijst dat het zetmeel vervaardigd is uit aardappelen die in het kader van de in artikel 4 bedoelde teeltcontracten zijn geteeld.".

6. In artikel 13, lid 4, eerste streepje wordt "overschrijdingspercentage" vervangen door "geconstateerde percentage".

7. In artikel 13 wordt na lid 4 het onderstaande lid ingevoegd:

"4 bis. Als, in strijd met het bepaalde in artikel 6, lid 2, de hoeveelheid zetmeel die uit aanvaarde partijen aardappelen met een zetmeelgehalte van 13 % vervaardigd kan worden

- groter is dan 1 % van het subcontingent van het aardappelmeelbedrijf, wordt voor de hoeveelheid boven de 1 % geen premie toegekend; bovendien wordt de premie voor het subcontingent gekort met tienmaal het geconstateerde overschrijdingspercentage;

- groter is dan 11 % van het subcontingent van het aardappelmeelbedrijf, wordt voor het betrokken verkoopseizoen geen premie toegekend; bovendien wordt het aardappelmeelbedrijf dan voor het volgende verkoopseizoen uitgesloten van de premie.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1996.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 24 juni 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.

(2) PB nr. L 126 van 24. 5. 1996, blz. 37.

(3) PB nr. L 197 van 30. 7. 1994, blz. 1.

(4) PB nr. L 27 van 3. 2. 1996, blz. 7.

(5) PB nr. L 16 van 24. 1. 1995, blz. 3.

(6) PB nr. L 308 van 21. 12. 1995, blz. 44.