31995R0301

VERORDENING (EG) Nr. 301/95 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 1995 tot vaststelling, voor de Lid-Staten en voor het verkoopseizoen 1994 van het inkomensverlies, het premiebedrag per ooi en per geit en de betaling van de bijzondere steun voor de schapen- en geitenhouderij in bepaalde probleemgebieden in de Gemeenschap

Publicatieblad Nr. L 035 van 15/02/1995 blz. 0011 - 0012


VERORDENING (EG) Nr. 301/95 VAN DE COMMISSIE van 14 februari 1995 tot vaststelling, voor de Lid-Staten en voor het verkoopseizoen 1994 van het inkomensverlies, het premiebedrag per ooi en per geit en de betaling van de bijzondere steun voor de schapen- en geitenhouderij in bepaalde probleemgebieden in de Gemeenschap

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad van 25 september 1989 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (2), en met name op artikel 5, lid 6,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1601/92 van de Raad van 15 juni 1992 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Canarische eilanden (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1974/93 van de Commissie (4), en met name op artikel 13,

Overwegende dat artikel 5, leden 1 en 5, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 in de toekenning van een premie voorziet om een eventueel inkomensverlies van de producenten van schapevlees en, in sommige gebieden, van geitevlees, te compenseren; dat die gebieden zijn bepaald in bijlage I van genoemde verordening en in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1065/86 van de Commissie van 11 april 1986 tot vaststelling van de berggebieden waarin de premie aan geitevleesproducenten wordt toegekend (5), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3519/86 (6);

Overwegende dat overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 de Lid-Staten bij de Verordeningen (EG) nr. 1640/94 (7) en (EG) nr. 1765/94 (8) van de Commissie gemachtigd werden een eerste respectievelijk tweede voorschot aan de schape- en geitevleesproducenten uit te betalen; dat derhalve het voor het verkoopseizoen 1994 te betalen definitieve premiebedrag moet worden vastgesteld;

Overwegende dat op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 het bedrag van de voor het verkoopseizoen 1994 aan de producenten van zware lammeren uit te betalen premie wordt berekend door het inkomensverlies te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die de gemiddelde jaarlijkse produktie van vlees van zware lammeren per betrokken ooi aangeeft, uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht; dat overeenkomstig genoemde verordening de premie per ooi voor de producenten van lichte lammeren en de premie per geit voor het verkoopseizoen 1994 moeten worden vastgesteld op 80 % van de premie voor de producenten van zware lammeren;

Overwegende dat op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3013/89 de premie moet worden verlaagd met het bedrag dat wordt verkregen door op de basisprijs de in lid 2 van dat artikel bedoelde coëfficiënt toe te passen; dat die coëfficiënt is vastgesteld op 7 % bij Verordening (EEG) nr. 2069/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3013/89 (9);

Overwegende dat het dienstig is te voorzien dat de steun vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 1323/90 van de Raad van 14 mei 1990 tot vaststelling van een bijzondere steun voor de schapen- en geitenhouderij in bepaalde probleemgebieden van de Gemeenschap (10), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 363/93 (11), of het saldo ervan voortvloeiende uit de toepassing van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1640/94 voor een bepaalde datum en onder welke voorwaarden moet worden toegekend;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1601/92 met ingang van 1 juli 1992 geldende specifieke maatregelen ten behoeve van de landbouwproduktie op de Canarische eilanden zijn vastgesteld; dat deze maatregelen met name voorzien in de verlening van een aanvullende premie aan de producenten van lichte lammeren en geiten, onder dezelfde voorwaarden als zijn vastgesteld voor de verlening van de in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3013/89 bedoelde premie; dat Spanje, overeenkomstig deze voorwaarden, de aanvullende premie mag verlenen:

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer "schapen en geiten",

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Tussen de basisprijs, verminderd met het effect van de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 bedoelde coëfficiënt, en de marktprijs in de Gemeenschap tijdens het verkoopseizoen 1994 wordt een verschil geconstateerd van 111,189 ecu per 100 kg.

Artikel 2

De in artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 bedoelde coëfficiënt wordt vastgesteld op 16 kg.

Artikel 3

1. Het premiebedrag per ooi bedraagt voor het verkoopseizoen 1994:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Het premiebedrag per geit en per regio in de gebieden bepaald in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3013/89 en in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1065/86, bedraagt voor het verkoopseizoen 1994:

(in ecu)

Premiebedrag per geit

14,232

Artikel 4

De bijzondere steun voor producenten van schape- en geitevlees in de probleemgebieden, die de Lid-Staten op grond van artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1323/90 mogen betalen met inachtneming van de in artikel 5, lid 7 en lid 8, tweede alinea, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 aangegeven grenzen en percentages, of eventueel het saldo van die steun indien artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1640/94 wordt toegepast, moet vóór 15 oktober 1995 worden betaald. De representatieve koers is die van de laatste dag van het verkoopseizoen 1994.

Artikel 5

Voor de toepassing van artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1601/92 wordt de aanvullende premie voor het verkoopseizoen 1994 ten behoeve van de op de Canarische eilanden gevestigde producenten van lichte lammeren en geiten, met inachtneming van de in artikel 5, lid 7 en lid 8, tweede alinea, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 aangegeven grenzen en percentages, vastgesteld op:

- 5,258 ecu per ooi voor de in artikel 5, lid 3, van die verordening bedoelde producenten;

- 5,258 ecu per geit voor de in artikel 5, lid 5, van die verordening bedoelde producenten.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 februari 1995.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 289 van 7. 10. 1989, blz. 1.

(2) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105.

(3) PB nr. L 173 van 27. 6. 1992, blz. 13.

(4) PB nr. L 180 van 23. 7. 1993, blz. 26.

(5) PB nr. L 97 van 12. 4. 1986, blz. 25.

(6) PB nr. L 325 van 20. 11. 1986, blz. 17.

(7) PB nr. L 172 van 7. 7. 1994, blz. 10.

(8) PB nr. L 183 van 19. 7. 1994, blz. 31.

(9) PB nr. L 215 van 30. 7. 1992, blz. 59.

(10) PB nr. L 132 van 23. 5. 1990, blz. 17.

(11) PB nr. L 42 van 19. 2. 1993, blz. 1.