31994R1627

Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten

Publicatieblad Nr. L 171 van 06/07/1994 blz. 0007 - 0013
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 4 Deel 6 blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 4 Deel 6 blz. 0086


VERORDENING (EG) Nr. 1627/94 VAN DE RAAD van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat uit hoofde van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 3690/93 van de Raad van 20 december 1993 tot invoering van een communautair stelsel van regels voor de minimuminformatie die visvergunningen moeten bevatten (4) de Raad de bepalingen vaststelt voor de speciale visdocumenten voor communautaire vissersvaartuigen alsmede voor vaartuigen die de vlag van een derde Staat voeren en in de communautaire visserijzone vissen;

Overwegende dat de Raad overeenkomstig de artikelen 4 en 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (5) kan besluiten bepaalde voorwaarden vast te stellen voor de toegang van communautaire vissersvaartuigen tot de wateren en de visbestanden, wat met zich kan brengen dat er speciale visdocumenten nodig zijn;

Overwegende dat de Raad per geval over de meest geschikte definitie voor een tak van visserij dient te beslissen, waarbij eventueel onder meer de bestanden of groepen bestanden, de zones en/of het vistuig gepreciseerd worden met het oog op de invoering van een regeling van speciale visdocumenten voor die tak van visserij;

Overwegende, evenwel, dat het vooralsnog niet noodzakelijk is die speciale visdocumenten ook voor te schrijven voor kleine vaartuigen die hun activiteit uitsluitend uitoefenen in de territoriale wateren van de Lid-Staat die vlaggestaat is, omdat de met die vaartuigen uitgeoefende visserij eventueel met behulp van andere middelen gereglementeerd kan worden;

Overwegende dat het dienstig is in het kader van visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen de visserijactiviteiten van vaartuigen die de vlag van een derde land voeren en in de communautaire visserijzone vissen, te onderwerpen aan een visvergunning aangevuld met een speciaal visdocument;

Overwegende dat het dienstig is de procedures waarmee elke Lid-Staat de speciale visdocumenten die van toepassing zijn op de vaartuigen die zijn vlag voeren, afgeeft en beheert en de procedures waarmee de Commissie de visvergunningen aangevuld met de speciale visdocumenten die van toepassing zijn op vaartuigen die de vlag van een derde land voeren en in de communautaire visserijzone vissen, afgeeft en beheert, op communautair niveau vast te stellen;

Overwegende dat de Commissie de naleving van het Gemeenschapsrecht bij het beheer van de speciale visdocumenten door de Lid-Staat die vlaggestaat is, moet kunnen garanderen;

Overwegende dat het, om te zorgen voor een samenhangend beleid inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden, noodzakelijk is te voorzien in procedures voor de overdracht van de in de nationale visdocumenten vervatte informatie;

Overwegende dat de mogelijkheid om de in artikel 31, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (6) bedoelde sancties op te leggen, met inbegrip van de mogelijkheid om een visvergunning te schorsen of in te trekken, kan bijdragen tot een betere regeling van de exploitatie en dat het daarom van belang is dat de bevoegde instanties van de Lid-Staat onder de vlag waarvan het betrokken vaartuig vaart een procedure tot schorsing of intrekking van een speciaal visdocument moeten kunnen inleiden uit hoofde van een administratief besluit;

Overwegende dat het te dien einde noodzakelijk is uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor de informatieprocedures op het niveau van de Lid-Staten tussen de autoriteiten die bevoegd zijn voor de controle op de visserijactiviteiten en de autoriteiten van de Lid-Staat die vlaggestaat is die bevoegd zijn voor de vervolging van overtredingen;

Overwegende dat het ten behoeve van de controle op de visserijactiviteiten die aan speciale visdocumenten onderworpen zijn, noodzakelijk is algemene voorschriften vast te stellen met betrekking tot de samenwerking tussen de autoriteiten die bevoegd zijn voor de afgifte en het beheer van de speciale visdocumenten en die welke verantwoordelijk zijn voor de controle op de visserijactiviteiten;

Overwegende dat de bepalingen van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 en de bepalingen van artikel 37 van Verordening (EEG) nr. 2847/93, betreffende de vertrouwelijkheid van de gegevens, moeten worden toegepast op de gegevens die in het kader van deze verordening worden ingezameld; dat de Lid-Staten en de Commissie daartoe passende maatregelen dienen te treffen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Bij deze verordening worden de algemene bepalingen vastgesteld betreffende:

a) de speciale visdocumenten die van toepassing zijn op de visserijactiviteiten van de communautaire vissersvaartuigen die onderworpen zijn aan communautaire maatregelen in verband met de voorwaarden voor de toegang tot de wateren en de visbestanden, die overeenkomstig de artikelen 4 en 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 zijn vastgesteld. Telkens wanneer de Raad over dergelijke toegangsvoorwaarden beslist, gaat hij na of het wenselijk is speciale visdocumenten voor te schrijven;

b) de visvergunningen en de speciale visdocumenten die van toepassing zijn op vissersvaartuigen die de vlag van een derde land voeren en in het kader van een tussen de Europese Gemeenschap en dit land gesloten visserijovereenkomst in de communautaire visserijzone vissen;

c) de procedures voor de overdracht van de in de nationale visdocumenten vervatte informatie.

2. Vaartuigen met een totale lengte van minder dan 10 meter die de vlag van een Lid-Staat voeren en hun activiteit uitsluitend uitoefenen in de territoriale wateren van de Lid-Staat die de vlaggestaat is, zijn vrijgesteld van de verplichting om een speciaal visdocument te hebben.

Artikel 2

1. In deze verordening wordt verstaan onder:

a) "speciaal visdocument": een voorafgaande machtiging tot het uitoefenen van de visserij die aan een communautair vissersvaartuig wordt verleend ter aanvulling van zijn visvergunning en hem in staat stelt overeenkomstig de door de Raad vastgestelde maatregelen in een bepaalde periode visserijactiviteiten uit te oefenen in een bepaalde zone en voor een bepaalde tak van visserij;

b) "visvergunning en speciaal visdocument van een vissersvaartuig dat de vlag van een derde land voert": een door de Commissie afgegeven verklaring behelzende de minimuminformatie betreffende de identificatie, de technische kenmerken en de uitrusting van het vaartuig, aangevuld met een voorafgaande machtiging die het vaartuig in staat stelt overeenkomstig de bepalingen van het Gemeenschapsrecht en de bepalingen van de visserijovereenkomst met het betrokken derde land visserijactiviteiten uit te oefenen in de communautaire visserijzone.

2. De Lid-Staten kunnen voor een andere benaming kiezen, op voorwaarde dat daaruit duidelijk blijkt dat het om een document in de zin van deze verordening gaat.

Artikel 3

1. Het speciale visdocument dat overeenkomstig artikel 7 wordt afgegeven, bevat ten minste de in bijlage I bedoelde informatie.

2. De visvergunning en het speciale visdocument die van toepassing zijn op vaartuigen die de vlag van een derde land voeren, moeten ten minste de informatie als bedoeld in bijlage II bevatten.

Artikel 4

1. De Lid-Staat die vlaggestaat is zorgt voor de afgifte en het beheer van de speciale visdocumenten van de vaartuigen die zijn vlag voeren, overeenkomstig de communautaire bepalingen, met inbegrip van de maatregelen als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

2. De Commissie zorgt namens de Gemeenschap voor de afgifte en het beheer van de visvergunningen en speciale visdocumenten van vaartuigen die de vlag van een derde land voeren, overeenkomstig de communautaire voorschriften en rekening houdend met de bepalingen in het kader van de visserijovereenkomsten met derde landen.

Artikel 5

1. De Lid-Staat die vlaggestaat is kan geen speciaal visdocument afgeven indien het betrokken vaartuig niet over een visvergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 3690/93 beschikt of indien de visvergunning geschorst of ingetrokken is overeenkomstig artikel 5 van die verordening.

2. Het speciale visdocument wordt ongeldig wanneer de visvergunning van het vaartuig definitief is ingetrokken; het wordt geschorst wanneer de visvergunning tijdelijk is ingetrokken.

Artikel 6

1. Alleen de in artikel 1, onder a) en b), bedoelde vaartuigen die over een geldig speciaal visdocument beschikken, mogen overeenkomstig de voorwaarden van dat speciale document vis van het in dat document genoemde bestand of de aldaar genoemde groep bestanden vangen, aan boord hebben, overladen op een ander vaartuig of lossen in een haven, evenwel uitgezonderd de ontheffingsbepalingen voor bijvangsten waarover de Raad per geval beslist.

2. Elk document is slechts geldig voor één vissersvaartuig.

3. De vissersvaartuigen mogen een aantal verschillende speciale visdocumenten hebben.

Communautaire vissersvaartuigen die vissen in de communautaire visserijzone en in volle zee

Artikel 7

1. De Lid-Staat die vlaggestaat is identificeert de vaartuigen die een visserijactiviteit mogen uitoefenen die onderworpen is aan voorwaarden inzake de toegang als bedoeld in artikel 1, onder a). Hij ziet erop toe dat deze vaartuigen voldoen aan de voorwaarden inzake de toegang als vastgesteld door de Raad en deelt de relevante informatie aan de Commissie mee.

2. De Commissie onderzoekt de door de Lid-Staat verstrekte informatie, gaat na of deze overeenstemt met de communautaire bepalingen en de uit hoofde van artikel 13 genomen besluiten en stelt de Lid-Staat binnen tien werkdagen op de hoogte van de uitkomst.

De Raad kan in voorkomend geval op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid tot een andere termijn besluiten in het kader van een specifieke toepassing van de regeling voor speciale visdocumenten.

3. De Lid-Staat die vlaggestaat is kan het speciale visdocument na ontvangst van de informatie van de kant van de Commissie of na het verstrijken van de termijn van lid 2 afgeven.

4. Om de op communautair niveau overeenkomstig de artikelen 4 en 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 vastgestelde maatregelen voor de instandhoudig en het beheer van de visbestanden te doen naleven, moet de Lid-Staat die vlaggestaat is passende maatregelen nemen, eventueel ook door het speciale visdocument geheel of gedeeltelijk te wijzigen of te schorsen; hij stelt de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 8

1. Wanneer de Lid-Staat die vlaggestaat is op grond van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 nationale bepalingen tot instelling van een nationaal visdocument heeft vastgesteld waarbij de hem overeenkomstig artikel 8 van voornoemde verordening toegewezen vangstmogelijkheden individueel onder de vaartuigen worden verdeeld, deelt hij de Commissie jaarlijks de informatie mede betreffende de vaartuigen die overeenkomstig deze bepalingen in een bepaalde tak van de visserij actief mogen zijn.

2. Indien de Lid-Staten op grond van artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 een specifiek nationaal stelsel van visdocumenten hebben ingevoerd, verstrekken zij de Commissie jaarlijks de lijst met de informatie die in de aanvraag voor de betrokken visdocumenten is vermeld, alsmede de gegevens betreffende de totale daarmee corresponderende visserij-inspanning.

Vissersvaartuigen die de vlag van een derde land voeren en in de communautaire visserijzone vissen

Artikel 9

1. Overeenkomstig de maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden die door de Raad zijn vastgesteld voor vaartuigen die de vlag van een derde land voeren, dienen de bevoegde instanties van het derde land bij de Commissie aanvragen voor visvergunningen en speciale visdocumenten in voor de vaartuigen die hun vlag voeren en die in aanmerking komen om in de communautaire visserijzone de visserij te beoefenen in het kader van de door de Gemeenschap aan dat land toegewezen vangstmogelijkheden.

2. De Commissie onderzoekt deze aanvragen en geeft de visvergunningen en speciale visdocumenten af overeenkomstig de door de Raad vastgestelde maatregelen en met inachtneming van de in de visserijovereenkomst vastgestelde bepalingen.

3. De Commissie stelt de door de Lid-Staten aangewezen bevoegde controle-instanties in kennis van de afgegeven visvergunningen en speciale visdocumenten.

Artikel 10

1. De Lid-Staten geven de Commissie onverwijld kennis van elke overtreding die wordt vastgesteld met betrekking tot een vaartuig dat de vlag van een derde land voert.

2. Naar aanleiding van de in lid 1 bedoelde kennisgeving kan de Commissie de voor dit vaartuig overeenkomstig artikel 9 afgegeven visvergunning en speciale visdocumenten schorsen of intrekken, of besluiten aan dit vaartuig geen visvergunning en speciaal visdocument meer te verlenen. Het besluit van de Commissie wordt ter kennis gebracht van de betrokken derde vlaggestaat.

3. De Commissie stelt de controle-instanties van de betrokken Lid-Staten onverwijld in kennis van de maatregelen die zij op grond van lid 2 heeft genomen.

Algemene bepalingen

Artikel 11

De Lid-Staat die vlaggestaat is, voert alle gegevens betreffende de speciale visdocumenten die hij aan vaartuigen die zijn vlag voeren, heeft afgegeven overeenkomstig artikel 7 van deze verordening, voor zover die gegevens niet uit hoofde van Verordening (EG) nr. 109/94 van de Commissie van 19 januari 1994 betreffende het communautaire gegevensbestand van vissersvaartuigen (7) zijn ingezameld, in de in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 3690/93 bedoelde gegevensbestanden in teneinde de in artikel 14 bedoelde samenwerking doelmatiger te maken.

Artikel 12

De Lid-Staten wijzen de voor de afgifte van de in de artikelen 7 en 9 bedoelde speciale visdocumenten bevoegde instanties aan en stellen passende maatregelen vast om te garanderen dat dit stelsel doeltreffend functioneert. Zij delen de naam en het adres van deze instanties mee aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie. Zij stellen de Commissie uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de getroffen maatregelen en delen wijzigingen zo snel mogelijk mee.

Artikel 13

1. Na een kennisgeving overeenkomstig het bepaalde in artikel 33, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 of overeenkomstig de bepalingen voor de toepassing van een internationale inspectieregeling, leiden de bevoegde instanties van de Lid-Staat die vlaggestaat is, zo nodig, overeenkomstig het recht van die Staat de procedures in die, naar gelang van de ernst van de overtreding, kunnen leiden tot:

- geldboetes,

- inbeslagneming van verboden vistuig en verboden vangsten,

- conservatoir beslag op het vaartuig,

- tijdelijke stillegging van het vaartuig,

- schorsing van het speciale visdocument,

- intrekking van het speciale visdocument,

waarij rekening wordt gehouden met de eventuele sancties die zijn getroffen door de bevoegde instanties die de overtreding hebben geconstateerd.

2. De bepalingen ter uitvoering van lid 1, met name om de Lid-Staten die vlaggestaat zijn in staat te stellen dit artikel op billijke en doorzichtige wijze toe te passen, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

Artikel 14

1. De Lid-Staten die vlaggestaat zijn en de Lid-Staten die verantwoordelijk zijn voor de controle in de wateren die onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallen, werken samen om te garanderen dat de in het speciale visdocument vermelde voorwaarden in acht worden genomen.

2. Daartoe stelt de Lid-Staat die vlaggestaat is de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de controle in kennis van de volgende gegevens:

a) op het tijdstip van afgifte, de gegevens met betrekking tot de speciale visdocumenten die hij heeft afgegeven aan de vaartuigen die in aanmerking komen om de visserij in de betrokken zeewateren te beoefenen;

b) gedurende het visseizoen, op verzoek van de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de controle, onverwijld gegevens over de geldigheid van een speciaal visdocument in het bezit van een vaartuig dat zijn activiteit in de betrokken zeewateren beoefent, en op eigen initiatief gegevens over de speciale visdocumenten waarvan de geldigheidsduur is verstreken.

3. Op verzoek van de Commissie of van de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de controle, deelt de Lid-Staat die vlaggestaat is, de in lid 2, onder b), bedoelde gegevens onverwijld aan de Commissie mee.

Artikel 15

Het bepaalde in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 en in artikel 37 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is van toepassing op de uit hoofde van de onderhavige verordening verkregen gegevens.

Artikel 16

De uitvoeringsbepalingen van de artikelen 7, 8 en 10 worden overeenkomstig de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 vastgesteld.

Artikel 17

Uiterlijk op 31 december 1994 neemt de Raad een besluit over de door de Commissie voorgestelde bepalingen betreffende de toepassing van de regeling inzake speciale visdocumenten voor vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren en in de wateren van een derde land vissen in het kader van een tussen de Gemeenschap en dat land gesloten visserijovereenkomst, rekening houdend met de juridische gevolgen van de toepassing van deze regeling voor de wetgeving van de Lid-Staten.

Artikel 18

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1995.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 27 juni 1994.

Voor de Raad

De Voorzitter

C. SIMITIS

(1) PB nr. C 310 van 16. 11. 1993, blz. 13.

(2) PB nr. C 20 van 24. 1. 1994, blz. 540.

(3) PB nr. C 34 van 2. 2. 1994, blz. 73.

(4) PB nr. L 341 van 31. 12. 1993, blz. 93.

(5) PB nr. L 389 van 31. 12. 1992, blz. 1.

(6) PB nr. L 261 van 20. 10. 1993, blz. 1.

(7) PB nr. L 19 van 22. 1. 1994, blz. 5.

BIJLAGE I

BIJLAGE II

MINIMUMINFORMATIE DIE MOET WORDEN VERSTREKT IN VISVERGUNNINGEN EN SPECIALE VISDOKUMENTEN VOOR VAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN EEN DERDE LAND VOEREN VISVERGUNNING

I. Identificatie

A. Vaartuig

1. Naam van het vaartuig:

2. Land waarvan het vaartuig de vlag voert:

3. Haven van registratie:

4. Registratienummer:

5. Op het vaartuig aangebrachte kentekens:

6. Internationale radioroepnaam:

B. Exploitant

1. Naam van de eigenaar(s) of de reder(s):

Adres:

2. Naam (namen) van de charteraar(s):

Adres:

(voor een rechtspersoon of vereniging, naam (namen) van de vertegenwoordiger(s))

II. Technische kenmerken en uitrusting

1. Vaartuigtype:

2. Types van het belangrijkste vistuig:

1.

2.

3.

4.

3. Motorvermogen:

4. Lengte - over alles of

- tussen de loodlijnen of

- andere norm (1)

5. Tonnage - "Oslo" of

- "London" of

- andere normen

SPECIALE VISDOKUMENTEN

III. Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij

1. Vismethode:

2. Visserijzone:

3. Vissoorten waarop mag worden gevist:

4. Datum van afgifte:

5. Geldigheidsduur van het speciale visdocument:

6. Andere voorwaarden:

(1) Alleen voor schepen waarvan de totale lengte minder dan 10 meter bedraagt.