31994R1500

Verordening (EG) nr. 1500/94 van de Raad van 21 juni 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

Publicatieblad Nr. L 162 van 30/06/1994 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 11 blz. 0132
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 11 blz. 0132


VERORDENING (EG) Nr. 1500/94 VAN DE RAAD van 21 juni 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1), inzonderheid op artikel 249,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat in artikel 20, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 is bepaald dat de preferentiële tariefmaatregelen, zowel die welke zijn opgenomen in de overeenkomsten die de Gemeenschap met bepaalde landen of groepen van landen heeft gesloten en die in een preferentiële tariefbehandeling voorzien, als die welke door de Gemeenschap ten gunste van bepaalde landen, groepen van landen of gebieden unilateraal zijn vastgesteld, evenals de autonome schorsingsmaatregelen die voor bepaalde goederen in verlaging of vrijstelling van de rechten bij invoer voorzien, uitsluitend op verzoek van de aangever worden toegepast en wanneer de betrokken goederen en aan de in deze maatregelen vervatte voorwaarden voldoen;

Overwegende dat de Gemeenschap in het kader van haar handelsbeleid moet kunnen beschikken over volledige statistische gegevens betreffende de omvang van het handelsverkeer waarop deze maatregelen van toepassing zijn;

Overwegende dat het voor de exploitatie van deze statistische gegevens noodzakelijk is dat alle Lid-Staten in vak 36 van het enig document dezelfde codering gebruiken;

Overwegende dat de Lid-Staten evenwel in de gelegenheid moeten worden gesteld hun douane-informaticasystemen aan te passen; dat te dien einde dient te worden voorzien in een overgangsperiode gedurende welke nationale codes kunnen worden gebruikt die met de communautaire codes compatibel zijn;

Overwegende dat het dienstig is te bepalen dat tegen 1 januari 1996 gegevens dienen te worden verzameld betreffende goederen waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd;

Overwegende dat bij het ontbreken van een advies van het Comité douanewetboek over de door de Commissie voorgelegde ontwerp-verordening, de Raad de te nemen maatregelen dient vast te stellen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen 37 en 38 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 (2) worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1995.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 21 juni 1994.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. MORAITIS

(1) PB nr. L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. L 253 van 11. 10. 1993, blz . 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 655/94 van de Commissie (PB nr. L 82 van 25. 3. 1994, blz. 15).

BIJLAGE

1. Bijlage 37 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt als volgt gewijzigd:

a) In titel I, punt B.2, wordt het getal "36" toegevoegd aan de minimumlijst van vakken die bij aangifte voor het vrije verkeer moeten worden ingevuld.

b) De tekst betreffende vak 36 in titel II, punt C, wordt vervangen door:

"36. Preferentie

De desbetreffende code vermelden.

Tot 1 januari 1996 kunnen de Lid-Staten andere dan de in bijlage 38 vermelde codes gebruiken, voor zover aan de hand daarvan de statistische gegevens met minstens dezelfde mate van nauwkeurigheid kunnen worden vastgelegd.".

2. In bijlage 38 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt de hiernavolgende tekst, betreffende vak 36, ingevoegd:

"Vak 36: Preferentie

De desbetreffende codes zijn:

1. Eerste cijfer van de code

"" ID="1">1> ID="2">Tariefregeling erga omnes (zonder certificaat betreffende het preferentiële karakter)"> ID="1">2> ID="2">Stelsel van algemene preferenties (APS)"> ID="1">3> ID="2">Andere tariefpreferenties (EUR.1, ATR of gelijkwaardig document)">

2. De twee volgende cijfers van de code

"" ID="1">00> ID="2">Geen van de hiernavolgende gevallen"> ID="1">10> ID="2">Schorsing van rechten"> ID="1">15> ID="2">Schorsing van rechten met bijzondere bestemming"> ID="1">18> ID="2">Schorsing van rechten met certificaat betreffende het bijzondere karakter van het produkt"> ID="1">20> ID="2">Tariefcontingent (1)"> ID="1">23> ID="2">Tariefcontingent met bijzondere bestemming (1)"> ID="1">25> ID="2">Tariefcontingent met certificaat betreffende het bijzondere karakter van het produkt (1)"> ID="1">28> ID="2">Tariefcontingent na passieve veredeling (1)"> ID="1">40> ID="2">Bijzondere bestemming voortvloeiend uit het gemeenschappelijk douanetarief"> ID="1">50> ID="2">Certificaat betreffende het bijzondere karakter van het produkt."">

(1) In het geval dat het aangevraagde tariefcontingent is uitgeput, kunnen de Lid-Staten bepalen dat de aanvraag geldt voor de toepassing van elke andere bestaande preferentie.".