31993D0628

93/628/EEG: BESCHIKKING VAN DE RAAD van 29 oktober 1993 betreffende de totstandbrenging van een transeuropees netwerk voor gecombineerd vervoer

Publicatieblad Nr. L 305 van 10/12/1993 blz. 0001 - 0010
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 7 Deel 5 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 7 Deel 5 blz. 0044


BESCHIKKING VAN DE RAAD van 29 oktober 1993 betreffende de totstandbrenging van een transeuropees netwerk voor gecombineerd vervoer (93/628/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 75 en artikel 84, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat het gecombineerd vervoer moet bijdragen tot de voor het welslagen van de interne markt en de samenhang van de Gemeenschap vereiste snelle ontwikkeling van het goederenverkeer door middel van de onderlinge verbinding en de interoperabiliteit van de verschillende vervoersnetwerken alsmede tot de ontwikkeling van de minst vervuilende wijzen van vervoer en tot minder verkeersdrukte op de wegen;

Overwegende dat in dit verband met name rekening moet worden gehouden met de noodzaak de insulaire, niet aan zee grenzende en perifere regio's met de centrale regio's van de Gemeenschap te verbinden;

Overwegende dat door een ruimer gebruik van gecombineerd vervoer aantastingen van het milieu kunnen worden afgezwakt;

Overwegende dat de ontwikkeling van het gecombineerd vervoer in de bredere context van het multimodale vervoer dient te worden geplaatst, waarbij met de door de binnenwateren en het vervoer over zee geboden mogelijkheden rekening wordt gehouden;

Overwegende dat de spoor- en binnenwaterverbindingen die bestemd worden om een in 2005 bruikbaar communautair netwerk te vormen, toegankelijk dienen te zijn voor genormaliseerde laadeenheden die voor verplaatsing binnen de Gemeenschap worden toegelaten;

Overwegende dat voor de spoedige verwezenlijking en volledige exploitatie van dit communautaire netwerk tal van werken dienen te worden uitgevoerd;

Overwegende dat bepaalde werken bijzonder dringend zijn; dat derhalve met de eerste fase van de verwezenlijking van het netwerk ten spoedigste dient te worden aangevangen, waarbij de werkzaamheden met betrekking tot volgende fasen evenwel dienen te worden voortgezet;

Overwegende dat het spoorwegnet van een aantal Lid-Staten niet op korte termijn voor genormaliseerde spoorwagons kan worden opengesteld; dat aan de behoeften van deze Staten voldaan moet kunnen worden door middel van daartoe geschikte spoorwagons;

Overwegende dat de beleidsplannen betreffende netwerken voor de vervoersinfrastruktuur een indicatief en evolutief karakter hebben en geleidelijk naar een multimodaal vervoersstelsel tenderen;

Overwegende dat de voorstellen die de Commissie later aan de Raad zal voorleggen tot vaststelling in de sector vervoersinfrastructuur van een geheel van richtsnoeren betreffende de transeuropese netwerken, de criteria zullen bevatten op basis waarvan de maatregelen of projecten die deel uitmaken van de diverse netwerken gekozen zullen worden;

Overwegende dat met het oog op een eventuele bijdrage van de Gemeenschap aan de financiering van de in deze beschikking bedoelde projecten, in het kader van de specifieke financiële instrumenten voor de vervoersinfrastructuur, voorzien moet worden in een kosten/batenanalyse van de projecten waarin rekening wordt gehouden met de economische, sociale en milieuvoordelen van deze projecten,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het transeuropese basisnetwerk voor gecombineerd vervoer bestaat uit spoor- en binnenwaterverbindingen die, met de daarop aansluitende begin- en/of eindtrajecten over de weg, voor het lange-afstandsgoederenvervoer van groot belang zijn en waarmee alle Lid-Staten kunnen worden aangedaan.

De installaties waarmee de overslag tussen het vervoer per spoor, over de binnenwateren, over de weg en over zee wordt bewerkstelligd, maken deel uit van het netwerk.

De spoor- en binnenwaterverbindingen waaruit het netwerk bestaat, zijn weergegeven op de kaarten in de bijlagen I en II.

2. Voor zover mogelijk en met name rekening houdend met de financiële mogelijkheden van de Lid-Staten zouden de hierna vermelde projecten van communautair belang voltooid moeten worden of, als dat niet haalbaar is, op weg naar voltooiing moeten zijn overeenkomstig het volgende schema:

- zes jaar voor de in artikel 2, lid 1, genoemde projecten,

- twaalf jaar voor de in artikel 2, lid 2, genoemde projecten.

Artikel 2

1. De werken voor de eerste fase van de totstandbrenging van het netwerk hebben betrekking op de aanpassing van de navolgende spoorwegverbindingen aan het profiel en de voorwaarden die vereist zijn voor het vervoer van containers en wissellaadbakken die voldoen aan de voorschriften van Richtlijn 85/3/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende de gewichten, de afmetingen en sommige andere technische kenmerken van bepaalde wegvoertuigen (4):

1. Taulov-Noord-Jutland

2. Hamburg-Padborg-Taulov-Kopenhagen

3. Hamburg-Berlijn

4. Hannover-Berlijn

5. Neurenberg-Berlijn

6. Berlijn-Dresden

7. Frankfort-Wuerzburg

8. Betuwelijn (Rotterdam-Ruhrgebied) en in Nederland de verbindingen met Hengelo en Venlo

9. Rotterdam-Antwerpen/Zeebrugge-Brussel-Luxemburg-Bettembourg

10. Antwerpen-Aken

11. Rotterdam-Antwerpen-Brussel-Aulnoye

12. Aken-Luik-Erquelinnes

13. Lissabon-Madrid-Barcelona

14. Lissabon-Burgos

15. Port Bou-Barcelona-Valencia-Murcia

16. Madrid-Almería/Algeciras

17. Le Havre-Parijs

18. Dijon-Modane

19. Parijs-Straatsburg

20. Kehl-Dijon

21. Nancy-Avignon

22. Marseille-Genua

23. Avignon-Narbonne

24. Parijs-Dijon

25. Parijs-Hendaye

26. Aulnoye-Metz

27. Tarvisio-Udine-Bologna

28. Brennerpas-Bologna

29. Udine-Triëst

30. Iselle-Turijn/Milaan-Bologna

31. Modane-Turijn-Milaan

32. Chiasso-Milaan

33. Verono-Triëst

34. La Spezia-Fidenza

35. Livorno-Florence

36. Patras-Athene

37. Athene-Larissa (Volos)-Thessaloniki-noordgrens (voormalig Joegoslavië en Bulgarije).

2. Om het met deze beschikking beoogde netwerk naderhand te kunnen voltooien, dienen op de navolgende, op de kaart in bijlage III weergegeven spoorwegverbindingen nog nader te bepalen aanpassingswerkzaamheden te worden uitgevoerd:

1. Madrid-Albaceta-Valencia

2. Madrid-Irùn-Frankrijk

3. Bologna-Bari/Brindsi-Griekenland

4. Igoumenitsa-Patras

5. Patras-Athene

6. Athene-Larissa (Volos)-Thessaloniki-noordgrens (voormalig Joegoslavië, Bulgarije en Albanië)

7. Igoumenitsa-Volos

8. Igoumenitsa-Thessaloniki

9. Thessaloniki-Alexandroupolis-Ormenio (grenzen Griekenland/Turkije-Griekenland/Bulgarije)

10. Bologna-Napels

11. Napels-Reggio Calabria-Messina-Palermo/Catania

12. Genua-Livorno-Rome

13. Civitavecchia-Olbia-Sassari-Cagliari

14. Antwerpen-Ruhrgebied

15. Hengelo-Osnabrueck

16. Venlo-Keulen

17. Berlijn-Frankfort/Oder-grens: Duitsland/Polen

18. Berlijn-Stralsund

19. Dresden-grens: Duitsland/Tsjechische Republiek

20. Dresden-Goerlitz-grens: Duitsland/Polen.

Artikel 3

Bijzondere aandacht moet worden besteed niet alleen aan de in artikel 2 genoemde projecten maar ook aan de projecten voor overslaginstallaties (vaste en mobiele uitrusting) en aan de ingebruikneming van adequaat rollend materieel voor de snelle ontwikkeling van gecombineerd-vervoerverbindingen wanneer de aard van de infrastructuur dat noodzakelijk maakt.

Artikel 4

Het beleidsplan voor het netwerk is indicatief. Het heeft tot doel acties van Lid-Staten en, in voorkomend geval, van de Gemeenschap, aan te moedigen die gericht zijn op de uitvoering van projecten die deel uitmaken van het netwerk, ten einde de samenhang en de interoperabiliteit ervan te waarborgen.

Met deze beschikking wordt niet vooruitgelopen op de financiële verplichtingen van de Lid-Staten of de Gemeenschap.

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Zij is van toepassing tot en met 30 juni 1995.

Onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden neemt de Raad een nieuwe regeling inzake transeuropese netwerken in de sector vervoersinfrastructuur aan, die in de richting van een multimodale benadering gaat en uiterlijk op 1 juli 1995 in werking treedt.

De voorstellen van de Commissie terzake zullen vergezeld gaan van een verslag over de toepassing van deze beschikking.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 1993.

Voor de Raad

De Voorzitter

R. URBAIN

(1) PB nr. C 282 van 30. 10. 1992, blz. 12.(2) Advies uitgebracht op 26 oktober 1993 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).(3) PB nr. C 19 van 25. 1. 1993, blz. 29.(4) PB nr. L 2 van 3. 1. 1985, blz. 14. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/7/EEG (PB nr. L 57 van 2. 3. 1992, blz. 29).

PARARTIMA I ANEXO I / BILAG I / ANHANG I / / ANNEX I / ANNEXE I / ALLEGATO I / BIJLAGE I / ANEXO I

PARARTIMA I ANEXO I / BILAG I / ANHANG I / / ANNEX I / ANNEXE I / ALLEGATO I / BIJLAGE I / ANEXO I

PARARTIMA II ANEXO II / BILAG II / ANHANG II / / ANNEX II / ANNEXE II / ALLEGATO II / BIJLAGE II / ANEXO II

PARARTIMA III ANEXO III / BILAG III / ANHANG III / / ANNEX III / ANNEXE III / ALLEGATO III / BIJLAGE III / ANEXO III