31990L0641

Richtlijn 90/641/Euratom van de Raad van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone

Publicatieblad Nr. L 349 van 13/12/1990 blz. 0021 - 0025
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 10 blz. 0013
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 10 blz. 0013


RICHTLIJN VAN DE RAAD van 4 december 1990 inzake de praktische bescherming van externe werkers die gevaar lopen aan ioniserende straling te worden blootgesteld tijdens hun werk in een gecontroleerde zone (90/641/Euratom)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op de artikelen 31 en 32,

Gezien het voorstel van de Commissie, dat overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag is ingediend na advies van een groep personen, aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité uit wetenschappelijke deskundigen van de Lid-Staten,

Gezien het advies van het Europese Parlement (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende dat de Gemeenschap krachtens artikel 2, onder b), van het Verdrag uniforme veiligheidsnormen moet vaststellen voor de gezondheidsbescherming van de bevolking en de werknemers en er volgens de in titel II, hoofdstuk III, van het Verdrag neergelegde regels op moet toezien dat deze worden toegepast;

Overwegende dat de Raad op 2 februari 1959 richtlijnen heeft vastgesteld ter vaststelling van de basisnormen voor de bescherming der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (3), gewijzigd bij Richtlijn 80/836/Euratom (4) en Richtlijn 84/467/Euratom (5);

Overwegende dat in titel VI van Richtlijn 80/836/Euratom de grondbeginselen zijn vastgelegd van de praktische bescherming van aan straling blootgestelde werkers;

Overwegende dat in artikel 40, lid 1, van die richtlijn is bepaald dat iedere Lid-Staat alle nodige maatregelen dient te nemen om op doeltreffende wijze de bescherming van de aan straling blootgestelde werkers te verzekeren;

Overwegende dat volgens de artikelen 20 en 23 van genoemde richtlijn de arbeidszones en de categorieën van aan straling blootgestelde werkers worden ingedeeld naar gelang van de mate van blootstelling;

Overwegende dat de werkers die in een gecontroleerde zone in de zin van de genoemde artikelen 20 en 23 werken, tot het personeel van de exploitant kunnen behoren of externe werkers kunnen zijn;

Overwegende dat artikel 3 van Richtlijn 80/836/Euratom betreffende de in artikel 2 van die richtlijn bedoelde werkzaamheden voorschrijft dat deze worden onderworpen aan een stelsel van verklaringen en voorafgaande vergunningen in de door iedere Lid-Staat bepaalde gevallen;

Overwegende dat externe werkers de kans lopen achtereenvolgens in verscheidene gecontroleerde zones in een zelfde Lid-Staat of in verschillende Lid-Staten aan ioniserende straling te worden blootgesteld en dat deze specifieke werkomstandigheden een passend systeem voor radiologisch toezicht noodzakelijk maken;

Overwegende dat een systeem voor radiologisch toezicht ten behoeve van externe werkers door middel van gemeenschappelijke bepalingen een gelijkwaardige bescherming moet garanderen als die welke geldt voor werknemers in vaste dienst van de exploitant;

Overwegende dat voorts, in afwachting van de instelling in de Gemeenschap van een uniform systeem, rekening dient te worden gehouden met de eventueel in de Lid-Staten bestaande systemen voor radiologisch toezicht ten behoeve van deze werkers;

Overwegende dat om de externe werkers optimaal te kunnen beschermen, de verplichtingen van de externe ondernemingen en van de exploitanten dienen te worden gepreciseerd, onverminderd de medewerking die de externe werkers zelf aan deze bescherming moeten verlenen;

Overwegende dat het stelsel van radiologische bescherming van externe werkers waar mogelijk ook moet gelden in het geval waarin een zelfstandige een externe onderneming vormt,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

TITEL I Doelstelling en definities

Artikel 1

Deze richtlijn heeft ten doel Richtlijn 80/836/Euratom aan te vullen en aldus de voorschriften voor de praktische bescherming van externe werkers die in een gecontroleerde zone werken, op communautair vlak te optimaliseren.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

- "gecontroleerde zone": een zone als omschreven in artikel 20 van Richtlijn 80/836/Euratom, die om redenen van bescherming tegen ioniserende straling aan een regeling is onderworpen en waarvan de toegang gereglementeerd is;

- "exploitant": elke natuurlijke of rechtspersoon die krachtens de nationale wetgeving verantwoordelijk is voor een gecontroleerde zone waar een werkzaamheid wordt uitgeoefend waarvoor een verklaring in de zin van artikel 3 van Richtlijn 80/836/Euratom vereist is;

- "externe onderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van de exploitant en zijn personeelsleden, die werkzaamheden van ongeacht welke aard in een gecontroleerde zone uitvoert;

- "externe werker": iedere werker van categorie A in de zin van artikel 23, eerste streepje, van Richtlijn 80/836/Euratom die in een gecontroleerde zone werkzaamheden van ongeacht welke aard uitvoert, ongeacht of hij, ook als stagiair, leerling of student in de zin van artikel 10 van die richtlijn, tijdelijk of vast werknemer van een externe onderneming is, dan wel zijn werkzaamheden als zelfstandige verricht;

- "radiologisch controlesysteem": maatregelen die ten doel hebben bij de werkzaamheden van externe werkers de nadere regels opgenomen in Richtlijn 80/836/Euratom, met name in titel VI, te doen toepassen;

- "werkzaamheden van een werker": een of meer prestaties, verricht door een externe werker in een gecontroleerde zone die onder de verantwoordelijkheid van een exploitant valt.

TITEL II Verplichtingen van de bevoegde instanties van de Lid-Staten

Artikel 3

Elke Lid-Staat past het overeenkomstig titel II, inzonderheid artikel 3, van Richtlijn 80/836/Euratom ingestelde stelsel van verklaringen of voorafgaande vergunningen toe op de uitoefening van de in artikel 2 van die richtlijn bedoelde werkzaamheden van externe ondernemingen.

Artikel 4

1. Elke Lid-Staat ziet erop toe dat het radiologisch controlesysteem aan de externe werkers een bescherming biedt die gelijkwaardig is aan die van de werkers die in vaste dienst zijn van de exploitant.

2. In afwachting van de invoering van een eenvormig systeem voor de radiologische bescherming van externe werkers op communautair niveau, zoals een geautomatiseerd netwerk, wordt gebruik gemaakt:

a) bij wijze van overgangsmaatregel, met inachtneming van de in bijlage I vermelde gemeenschappelijke bepalingen,

- of wel van een gecentraliseerd nationaal netwerk,

- of wel van de uitreiking van een individueel document voor radiologische controle aan elke externe werker, in welk geval bovendien de gemeenschappelijke bepalingen van bijlage II van toepassing zijn;

b) in het geval van externe werkers van over de grens en tot aan de datum waarop een systeem in de zin van lid 2 wordt ingevoerd, van het onder a) bedoelde individuele document.

TITEL III Verplichtingen van de externe onderneming en van de exploitant

Artikel 5

De externe onderneming ziet, hetzij rechtstreeks hetzij via overeenkomsten met de exploitant, toe op de bescherming tegen straling van haar werkers, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in de titels III tot en met VI van Richtlijn 80/836/Euratom; met name:

a) zorgt zij voor de inachtneming van de algemene beginselen en de dosisbeperkingen als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van genoemde richtlijn;

b) verstrekt zij op het gebied van de stralingsbescherming de informatie en de opleiding die worden bedoeld in artikel 24 van genoemde richtlijn;

c) waarborgt zij dat de werkers aan een bepaling van de blootstelling en een medische controle worden onderworpen, en wel overeenkomstig artikel 26 en de artikelen 28 tot en met 38 van genoemde richtlijn;

d) vergewist zij zich ervan dat in de netwerken en in de individuele documenten als bedoeld in artikel 4, lid 2, de radiologische gegevens van de individuele controle op blootstelling van elke werker in de zin van bijlage I, deel III, worden bijgehouden.

Artikel 6

1. De exploitant van een gecontroleerde zone waar externe werkers werkzaamheden uitvoeren, is rechtstreeks, dan wel via overeenkomsten, verantwoordelijk voor de praktische aspecten van hun bescherming tegen straling die rechtstreeks met de aard van de gecontroleerde zone en van de werkzaamheden verband houden.

2. In het bijzonder dient de exploitant voor iedere werker die in een gecontroleerde zone werkzaamheden uitvoert:

a) erop toe te zien dat de werker medisch geschikt is bevonden voor het werk dat hem zal worden opgedragen;

b) zich ervan te vergewissen dat hij naast de basisopleiding op het gebied van stralingsbescherming als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), een specifieke opleiding heeft ontvangen in verband met de bijzonderheden van de gecontroleerde zone en het werk;

c) zich ervan te vergewissen dat hij beschikt over de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen;

d) er ook op toe te zien dat de blootstelling van de werker individueel gecontroleerd wordt volgens de aard van het werk en dat hij onderworpen wordt aan een eventueel noodzakelijke passende praktische dosimetrische controle;

e) er zorg voor te dragen dat de hand wordt gehouden aan de algemene beginselen en de limietdoses bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van Richtlijn 80/836/Euratom;

f) zich ermee te belasten dan wel alle noodzakelijke maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat na elke werkzaamheid de radiologische gegevens van de individuele controle van elke externe werker in de zin van bijlage I, deel III, worden bijgehouden.

TITEL IV Verplichtingen van de externe werkers

Artikel 7

Elke externe werker dient zoveel mogelijk zelf mee te werken aan de bescherming welke het in artikel 4 bedoelde radiologische controlesysteem hem beoogt te bieden.

TITEL V Slotbepalingen

Artikel 8

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1993 aan deze richtlijn te voldoen.

2. Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

3. De Lid-Staten stellen de Commissie van de ter uitvoering van deze richtlijn getroffen maatregelen in kennis.

Artikel 9

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 4 december 1990. Voor de Raad De Voorzitter G. DE MICHELIS

BIJLAGE I

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE NETWERKEN EN INDIVIDUELE DOCUMENTEN BEDOELD IN ARTIKEL 4, LID 2 DEEL I 1. Elk radiologisch controlesysteem van de Lid-Staten ten behoeve van de externe werkers bestaat uit de volgende drie afdelingen:

- gegevens over de identiteit van de externe werker,

- gegevens die vóór het werk moeten worden verstrekt,

- gegevens die na elk werk moeten worden verstrekt.

2. De bevoegde instanties van de Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om vervalsing, misbruik of onrechtmatige bewerking van het radiologisch controlesysteem te voorkomen.

3. De gegevens over de identiteit van de externe werker bevatten ook geslacht en geboortedatum.

DEEL II Vóór het werk moeten de volgende gegevens door de externe onderneming of door een daartoe gerechtigde instantie aan de exploitant of de bij hem werkende erkende arts worden verstrekt met behulp van het radiologisch controlesysteem:

- naam en adres van de externe onderneming;

- medische classificatie van de externe werker op grond van artikel 35 van Richtlijn 80/836/Euratom;

- datum van de laatste periodieke gezondheidskeuring;

- de resultaten van de individuele controle van de blootstelling van de externe werker.

DEEL III Na elk werk moet de exploitant de volgende gegevens in het radiologisch controlesysteem registreren of door de daartoe gerechtigde instantie laten registreren:

- periode waarin de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

- raming van de eventueel door de externe werker ontvangen effectieve dosis;

- in geval van niet-eenvormige blootstelling: raming van het dosisequivalent in de verschillende delen van het lichaam;

- in geval van interne besmetting: raming van de opgenomen activiteit of te verwachten dosis.

BIJLAGE II

BEPALINGEN TER AANVULLING VAN DE BEPALINGEN VAN BIJLAGE I BETREFFENDE HET INDIVIDUELE DOCUMENT VOOR RADIOLOGISCHE CONTROLE 1. Het door de bevoegde instanties van de Lid-Staten ten behoeve van de externe werkers uitgereikte individuele document voor radiologische controle is niet overdraagbaar.

2. Overeenkomstig de bepalingen van bijlage I, deel I, punt 2, worden de individuele documenten afgegeven door de bevoegde instanties van de Lid-Staten, die aan elk individueel document een identificatienummer toekennen.