31989R2389

Verordening (EEG) nr. 2389/89 van de Raad van 24 juli 1989 betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen

Publicatieblad Nr. L 232 van 09/08/1989 blz. 0001 - 0006
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 30 blz. 0051
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 30 blz. 0051


VERORDENING ( EEG ) Nr . 2389/89 VAN DE RAAD van 24 juli 1989 betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1236/89 ( 2 ), inzonderheid op artikel 13, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat, ingevolge het grote aantal opeenvolgende codificaties in de communautaire regelgeving voor de wijnsector, Verordening ( EEG ) nr . 347/79 van de Raad van 5 februari 1979 betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen ( 3 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3805/85 ( 4 ), duidelijkheidshalve dient te worden gecodificeerd onder aanpassing van de daarin voorkomende verwijzingen;

Overwegende dat in artikel 13, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 822/87 is bepaald dat de Raad de algemene voorschriften vaststelt betreffende de indeling van de wijnstoksoorten die in de Gemeenschap mogen worden geteeld; dat deze voorschriften met name de indeling dienen te behelzen, per administratieve eenheid of per deel van een administratieve eenheid, in aanbevolen, toegestane en voorlopig toegestane wijnstoksoorten;

Overwegende dat een dergelijke indeling bijzonder geschikt is om de wijnbouwers in de Gemeenschap tot kwaliteitsproduktie te brengen door hen te leiden in de keuze van hun wijnstokkenbestand; dat de indeling van de wijnstokrassen volgens de kwaliteit van de wijn die zij opleveren, een aansporing kan vormen voor het aanplanten van rassen die wijnen opleveren waarvan de goede kwaliteit wordt erkend en waarnaar de vraag op de markt vrij stabiel is of toeneemt; dat op deze wijze een indeling van de wijnstokrassen op lange termijn ertoe bijdraagt dat de vorming van structurele overschotten op de wijnmarkt wordt voorkomen; dat het gebruik van druiven die afkomstig zijn van in te delen rassen kan worden onderscheiden volgens de categorie van het

daaruit verkregen produkt, zoals tafelwijn, in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn, met inbegrip van

mousserende kwaliteitswijn, kwaliteitslikeurwijn en kwaliteitsparelwijn voortgebracht in een bepaald gebied, alsmede mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn, likeurwijn, parelwijn, wijn uit gedistilleerde dranken, druivesap en rozijnen en krenten;

Overwegende dat bij de indeling de wijnstokrassen dienen te worden onderscheiden naar het gebruik van de daaruit verkregen druiven; dat bij de indeling volgens de administratieve eenheden rekening dient te worden gehouden met de bijzondere produktieomstandigheden;

Overwegende dat de omstandigheid dat druiven van een bepaald wijnstokras soms ook worden gebruikt voor andere doeleinden dan die, welke zijn aangegeven in de indeling van het wijnstokras waarvan zij afkomstig zijn, en met name dat de vruchten van een ras dat tafeldruiven oplevert, voor de bereiding van wijn worden gebruikt, evenwel niet mag beletten dat dit ras wordt ingedeeld naar het gebruik dat daarvan hoofdzakelijk wordt gemaakt;

Overwegende dat de identificatie van de in de Gemeenschap geteelde wijnstokrassen absoluut noodzakelijk is voor de controle op de inachtneming van de communautaire en de nationale bepalingen inzake de teelt van wijnstokrassen; dat daarom alleen die wijnstokrassen in de indeling mogen worden opgenomen waarvan het teeltmateriaal in ten minste één Lid-Staat overeenkomstig de communautaire voorschriften voor goedkeuring of voor controle als standaardteeltmateriaal is toegelaten;

Overwegende dat van de wijndruiven opleverende rassen die thans in de Gemeenschap voor de produktie van wijn, bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie worden verbouwd, de door kruising van verschillende wijnstokrassen verkregen wijnstokrassen geen volledige voldoening hebben geschonken; dat zij derhalve niet bij de aanbevolen wijnstokrassen dienen te worden ingedeeld; dat het niet billijk is, de wijndruiven opleverende rassen die na 19 juli 1970 door kruising van verschillende wijnstokrassen worden verkregen en waarvan de geschiktheid voor de teelt bevredigend wordt bevonden, bij voorbaat van indeling in de aanbevolen rassen uit te sluiten; dat het evenwel wenselijk is geen onderscheid naar afstamming te maken, indien de rassen die wijndruiven opleveren als toegestane of voorlopig toegestane wijnstokrassen moeten worden ingedeeld;

Overwegende dat er, aangezien tafeldruiven soms ook voor de bereiding van wijn worden gebruikt, aanleiding bestaat

om de indeling uit te breiden tot de wijnstokrassen die zijn toegelaten in het kader van de gemeenschappelijke kwali -

teitsnormen voor tafeldruiven vastgesteld bij Verordening nr . 58 van de Commissie met betrekking tot de vaststelling van gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voor de produkten van bijlage I B van Verordening nr . 23 houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit ( 5 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 920/89 ( 6 ); dat de geschiktheid van deze rassen voor het normaal gebruik ervan voor hun indeling bepalend is;

Overwegende dat het dienstig is, aangezien verschillende namen worden gebruikt om een zelfde wijnstokras aan te duiden, in het kader van de indeling een lijst met de bekende, in de handel gebruikte synoniemen op te stellen; dat bovendien een lijst van homoniemen nuttig kan zijn in gevallen waarin een zelfde naam wordt gebruikt om verschillende wijnstokrassen aan te duiden;

Overwegende dat de ervaring heeft uitgewezen dat het noodzakelijk is te voorzien in de mogelijkheid om de indeling van de wijnstokrassen te wijzigen door toevoeging van een ras aan de categorieën van aanbevolen, toegestane en voorlopig toegestane wijnstokrassen; dat voor een dergelijke toevoeging aan de indeling in sommige gevallen, en met name voor nieuwe rassen, dient te worden bepaald dat de geschiktheid van het ras voor de teelt zal worden vastgesteld op grond van de gegevens die door de betrokken Lid-Staat tijdens het onderzoek door middel van teeltproeven werden verkregen; dat het eveneens noodzakelijk is gebleken de mogelijkheid te openen wijnstokrassen waarvan de teelt geen volledige voldoening schenkt, in een lagere categorie in te delen; dat voor de categorie van toegestane wijnstokrassen, de op 31 mei 1974 niet in de indeling voorkomende wijnstokrassen na onderzoek van de geschiktheid ervan voor de teelt slechts voorlopig dienen te worden toegelaten en dat na een bepaalde observatieperiode over de indeling van het betrokken wijnstokras een definitieve beslissing dient te worden genomen;

Overwegende dat de voorwaarden voor de indeling van een wijnstokras uit de categorie van toegestane rassen in de hogere categorie van aanbevolen wijnstokrassen, alsmede de voorwaarden voor indeling in een lagere categorie, nader moeten worden omschreven;

Overwegende dat voor een als toegestaan wijnstokras ingedeeld ras dat in de hogere categorie van aanbevolen wijnstokrassen wordt ingedeeld voor dezelfde administratieve eenheid, de geschiktheid voor de teelt niet behoeft te worden onderzocht, daar zij reeds bekend is op grond van de ervaring en op grond van de door de betrokken Lid-Staat verzamelde gegevens;

Overwegende dat het voor controledoeleinden wenselijk is wijnstokrassen die voor veredeling zijn bestemd, in de indeling op te nemen; dat, gezien het beperkte aantal ervan, deze rassen, alsmede die welke druiven voor bijzonder gebruik opleveren, voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap kunnen worden ingedeeld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1 De indeling van de wijnstokrassen omvat alle wijnstokrassen van het geslacht Vitis, met inbegrip van die welke afkomstig

zijn van kruisingen tussen verschillende wijnstokrassen, die in de Gemeenschap mogen worden geteeld en die voor de produktie van druiven of van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken zijn bestemd .

Artikel 2 1 . De wijnstokrassen worden ingedeeld naar het normale gebruik van de daaruit verkregen druiven .

2 . In deze verordening wordt verstaan onder :

a ) ras dat wijndruiven oplevert : een wijnstokras dat normaal wordt geteeld voor de produktie van verse druiven, bestemd voor de bereiding van wijn voor rechtstreekse menselijke consumptie;

b ) ras dat tafeldruiven oplevert : een wijnstokras dat is toegelaten in het kader van de uit hoofde van Verordening ( EEG ) nr . 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit ( 7 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1119/89 ( 8 ), vastgestelde gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voor tafeldruiven en dat normaal wordt geteeld voor de produktie van druiven die zijn bestemd om vers te worden geconsumeerd;

c ) ras dat druiven oplevert voor bijzonder gebruik : een wijnstokras dat normaal wordt geteeld voor ander gebruik dan bedoeld onder a ) en b ), zoals :

- bereiding van gedistilleerde dranken uit wijn,

- bereiding van druivesap,

- produktie van druiven die normaal worden gebruikt in de conservenindustrie,

- produktie van druiven die moeten worden gedroogd;

d ) ras, bestemd voor veredeling : een wijnstokras dat voor de produktie van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken wordt geteeld en de delen van de plant onder de grond levert .

Artikel 3 1 . De wijndruivenrassen en de tafeldruivenrassen worden afzonderlijk ingedeeld voor elk der volgende administratieve eenheden of delen van administratieve eenheden :

- het Regierungsbezirk voor Duitsland,

- het departement voor Frankrijk,

- de provincie voor Italië,

- de nomos voor Griekenland,

- de provincie en het gebied voor Spanje,

- het gebied voor Portugal,

het gehele nationale grondgebied voor de overige Lid -

Staten .

2 . De rassen die druiven voor bijzonder gebruik opleveren en de voor veredeling bestemde rassen worden voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap ingedeeld . Op verzoek van een Lid-Staat kan evenwel een deel of het geheel van deze rassen voor een of meer administratieve eenheden van deze Lid-Staat worden ingedeeld .

Artikel 4 1 . Een ras dat wijndruiven oplevert, kan in verschillende administratieve eenheden of delen van administratieve eenheden worden ingedeeld .

2. Een ras kan bij uitzondering zowel bij de rassen die tafeldruiven opleveren als bij de rassen die wijndruiven opleveren worden ingedeeld .

3 . Een ras kan op verschillende wijze worden ingedeeld, naar gelang het wordt gebruikt voor de vervaardiging:

- van tafelwijn,

- van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn, met inbegrip van mousserende kwaliteitswijn, kwaliteits -

likeurwijn en kwaliteitsparelwijn, voortgebracht in een bepaald gebied,

- van mousserende wijn, mousserende kwaliteitswijn, likeurwijn of parelwijn, andere dan die bedoeld in het tweede streepje,

- van uit wijn gedistilleerde dranken,

- van druivesap,

- van rozijnen en krenten .

Artikel 5 1 . Per administratieve eenheid of deel van een administratieve eenheid, alsmede, in voorkomend geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap, worden de wijnstokrassen ingedeeld in een van de volgende categorieën : aanbevolen wijnstokrassen, toegestane wijnstokrassen en voorlopig toegestane wijnstokrassen .

2 . In de indeling worden slechts die wijnstokrassen opgenomen waarvan het teeltmateriaal in ten minste één Lid-Staat volgens de voorschriften van Richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken ( 9 ), voor goedkeuring of voor controle als standaardmateriaal is toegelaten .

Artikel 6 1 . Wat de rassen die wijndruiven opleveren betreft :

a ) behoren tot de aanbevolen wijnstokrassen de rassen die

- momenteel in de Gemeenschap worden geteeld en die tot de soort Vitis vinifera ( L .), behoren, of

- van kruisingen van verschillende wijnstokrassen stammen, waarvan de geschiktheid voor de teelt na 19 juli 1970 overeenkomstig artikel 12 bevredigend wordt bevonden,

en die normaal wijn van erkend goede kwaliteit opleveren,

b ) behoren tot de toegestane wijnstokrassen de rassen die normaal een behoorlijke en goed verkoopbare wijn opleveren, waarvan de kwaliteit redelijk is, maar toch minder goed dan die van onder a ) bedoelde wijn;

c ) behoren tot de voorlopig toegestane wijnstokrassen, de rassen

- die niet voldoen aan de onder a ) en b ) bedoelde criteria, maar die voor de betrokken administratieve eenheid of het betrokken deel van een administratieve eenheid toch een zeker economisch belang vertegenwoordigen, of

- die teeltgebreken vertonen .

2 . De beoordeling van de kwaliteit geschiedt in voorkomend geval aan de hand van de resultaten van het onderzoek naar de geschiktheid van de betreffende wijnstokrassen voor de teelt, alsmede van de resultaten van het analytische en het organoleptische onderzoek van de betreffende wijnen .

Artikel 7 Wat de rassen die tafeldruiven opleveren betreft :

a ) behoren tot de aanbevolen wijnstokrassen de rassen die worden geteeld voor de produktie van tafeldruiven waarnaar een grote vraag op de markt bestaat;

b ) behoren tot de toegestane wijnstokrassen de rassen :

- die druiven opleveren waarvan de kwaliteit redelijk is, maar toch minder goed dan die van de onder a ) bedoelde druiven, of

- die teeltgebreken vertonen;

c ) behoren tot de voorlopig toegestane wijnstokrassen de rassen :

- waarvan het wenselijk is de druiven van de markt te verwijderen wegens onvoldoende kwaliteit ervan, of

- die ernstige teeltgebreken vertonen .

Artikel 8 1 . Wat de rassen die druiven voor speciaal gebruik opleveren betreft :

a ) behoren tot de aanbevolen wijnstokrassen de rassen die behoren tot de soort Vitis vinifera ( L .) of die van kruisingen van verschillende wijnstokrassen stammen, voor zover zij normaal voor dat gebruik bijzonder geschikt zijn;

b ) behoren tot de toegestane wijnstokrassen de rassen :

- waarvan produkten worden verkregen waarvan de kwaliteit redelijk is, maar toch minder goed dan die van de produkten verkregen van de wijnstokrassen bedoeld onder a ), of

- waarvan de druiven in vergelijking met de onder a ) bedoelde wijnstokrassen voor bovenbedoeld gebruik onvoldoende geschikt zijn;

c ) behoren tot de voorlopig toegestane wijnstokrassen de rassen :

- die niet voldoen aan de onder a ) en b ) bedoelde criteria, maar die voor het grondgebied van de Gemeenschap, dan wel voor de betrokken administratieve eenheid of eenheden toch een zeker economisch belang vertegenwoordigen, of

- die teeltgebreken vertonen .

2 . De beoordeling van de kwaliteit geschiedt in voorkomend geval aan de hand van de resultaten van het onderzoek naar de geschiktheid van de desbetreffende wijnstokrassen voor de teelt, alsmede van de resultaten van het analytische en het organoleptische onderzoek van de desbetreffende eindprodukten.

Artikel 9 Wat de voor veredeling bestemde rassen betreft :

a ) behoren tot de aanbevolen wijnstokrassen de rassen die worden geteeld met het oog op het verkrijgen van teeltmateriaal voor wijnstokken en waarvan uit ervaring is gebleken dat de geschiktheid ervan voor de teelt bevredigend is;

b ) behoren tot de voorlopig toegestane wijnstokrassen de rassen die voor de teelt onvoldoende geschikt zijn .

Artikel 10 1 . Onverminderd artikel 5 quinquies, lid 3, van Richtlijn 68/193/EEG, wordt in het kader van de indeling een lijst opgesteld van de synoniemen van de wijnstokrassen die in de indeling zijn vermeld, voor zover deze synoniemen :

a ) in de handel worden gebruikt voor de benaming van wijn die van de betrokken wijnstokrassen afkomstig is en

b ) genoegzaam bekend zijn .

2 . Eveneens mag een lijst worden opgesteld van de homoniemen van de in lid 1 bedoelde wijnstokrassen .

Artikel 11 1 . Een wijnstokras dat voor een administratieve eenheid of een deel daarvan of, in voorkomend geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap niet in de indeling voorkomt,

a ) wordt slechts aan de categorieën van aanbevolen of toegestane wijnstokrassen toegevoegd :

- voor de rassen die wijndruiven opleveren en die welke tafeldruiven opleveren, op voorwaarde dat het betrokken ras reeds ten minste vijf jaar in de indeling is opgenomen voor een administratieve eenheid of een deel van een administratieve eenheid grenzend aan de administratieve eenheid of een deel van de administratieve eenheid waarvoor de toelating tot de indeling wordt overwogen;

- voor de rassen bestemd voor veredeling, op voorwaarde dat het betrokken ras op zijn geschiktheid voor de teelt is onderzocht en indien de geschiktheid voor de teelt als bevredigend is erkend;

b ) wordt slechts voorlopig aan de categorie van de toegestane wijnstokrassen toegevoegd indien dat ras op zijn geschiktheid voor de teelt is onderzocht, en indien de geschiktheid voor de teelt als bevredigend is erkend, maar de resultaten van dit onderzoek nog geen definitieve beoordeling ten aanzien van de indeling van het betrokken ras mogelijk maken .

2 . Een wijnstokras kan voor dezelfde administratieve eenheid of hetzelfde deel van een administratieve eenheid of, in voorkomend geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap, slechts in een andere categorie worden ingedeeld :

a ) door indeling in de hogere categorie van aanbevolen wijnstokrassen :

- voor een ras dat reeds op 31 mei 1974 behoorde tot de categorie van toegestane wijnstokrassen voor de administratieve eenheid of het deel daarvan waarvoor toevoeging wordt gevraagd of, in voorkomend geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap;

- voor een na 31 mei 1974 aan de indeling toegevoegd ras dat ten minste vijf jaren heeft behoord tot de categorie van toegestane wijnstokrassen voor de administratieve eenheid of het deel daarvan waarvoor toevoeging wordt gevraagd of, in voorkomend geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap;

b ) door indeling in een lagere categorie indien :

- de ervaring heeft geleerd dat het betrokken ras niet aan de eisen voor de categorie waarin het is opgenomen, voldoet,

of

- de kwaliteit van de uit dat ras verkregen produkten zulks noodzakelijk maakt,

of

- de met wijnstokken van het betrokken ras beplante oppervlakte zeer gering is en verder afneemt .

3 . Een wijnstokras wordt uit de indeling geschrapt indien zijn geschiktheid voor de teelt onbevredigend wordt geacht .

4 . In het in lid 1, onder b ), bedoelde geval, wordt bij de indeling melding gemaakt van het voorlopige karakter van de toevoeging . Ten vroegste vijf jaar en uiterlijk zeven jaar na de voorlopige toevoeging aan de categorie van toegestane wijnstokrassen wordt op de grondslag van de opgedane ervaring en rekening houdend met het krachtens artikel 12 uitgevoerde onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt besloten of het betrokken wijnstokras :

- definitief in de categorie van toegestane wijnstokrassen blijft ingedeeld,

- in de categorie van aanbevolen wijnstokrassen wordt opgenomen,

- in de categorie van voorlopig toegestane wijnstokrassen wordt opgenomen,

of

- uit de indeling wordt geschrapt .

Indien na zeven jaar geen besluit is genomen, wordt het betrokken ras geacht uit de indeling te zijn geschrapt .

5 . Een onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt is niet noodzakelijk voor de toevoeging van een toegestaan wijnstokras aan de categorie van de aanbevolen wijnstokrassen voor dezelfde administratieve eenheid of hetzelfde deel van een administratieve eenheid of, naar gelang van het geval, voor het grondgebied van de Gemeenschap, indien de geschiktheid voor de teelt op afdoende wijze kan worden aangetoond .

6 . De indeling van een wijnstokras in de lagere categorie van voorlopig toegestane wijnstokrassen brengt mede dat vanaf de datum waarop deze wijziging van kracht wordt, het betrokken ras niet meer mag worden aangeplant, noch geënt, noch overgeënt .

7 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name de in lid 4, eerste alinea, bedoelde besluiten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening ( EEG ) nr . 822/87 .

Artikel 12 1 . De geschiktheid van een wijnstokras voor de teelt wordt geconstateerd op basis van gegevens welke door de betrokken Lid-Staat zijn verzameld tijdens een onderzoek door middel van teeltproeven in de betrokken administratieve eenheden of delen daarvan, in aangrenzende administratieve eenheden, dan wel, naar gelang van het geval, in de gehele Gemeenschap .

De geschiktheid van een wijnstokras voor de teelt kan slechts als bevredigend worden erkend, indien dit ras, in vergelijking met de andere wijnstokrassen die voor ten minste één administratieve eenheid of deel daarvan in de indeling zijn opgenomen, door het geheel van de kwaliteitskenmerken voor de teelt, onderscheidenlijk voor de gebruiksmogelijkheden van de ermee geteelde druiven of het ermee voortgebrachte teeltmateriaal, een duidelijke verbetering vormt .

2 . Na raadpleging van het Comité van beheer voor wijn kan de Commissie aan de betrokken Lid-Staat een aanvullend onderzoek vragen naar de geschiktheid van het betrokken ras voor de teelt .

3 . De in lid 1 bedoelde constatering geschiedt volgens

de procedure van artikel 83 van Verordening ( EEG )

nr . 822/87 .

De uitvoeringsbepalingen van het onderhavige artikel, en met name de maatregelen met betrekking tot het onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt, worden volgens dezelfde procedure vastgesteld .

Artikel 13 1 . Aanplant, ook ter vervanging van ontbrekende planten, enting ter plaatse en overenting

- van niet in de indeling opgenomen wijnstokrassen,

- van voorlopig toegestane wijnstokrassen,

zijn verboden .

2 . De Lid-Staten kunnen evenwel afwijkingen van lid 1, eerste streepje, toestaan voor de volgende doeleinden :

- onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt van een wijnstokras dat niet voor de betrokken administratieve eenheid of een deel daarvan, of voor het grondgebied van de Gemeenschap in de indeling is opgenomen,

- wetenschappelijk onderzoek,

- selectie - of kruisingsproeven,

- produktie van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken dat uitsluitend voor uitvoer naar derde landen is bestemd, onder voorwaarde van een passende controle van de produktie .

De betrokken Lid-Staten doen de Commissie mededeling

a ) van de lijst van de wijnstokrassen waarop de eerste alinea, vierde streepje, van toepassing is, alsmede

b ) van de bepalingen die zij toepassen om de controle op deze produktie te verzekeren .

Zij delen de Commissie elk jaar vóór 1 oktober de wijzigingen mede die in de genoemde lijst moeten worden aangebracht .

3 . Indien een Lid -Staat de in lid 2 bedoelde afwijkingen toestaat, draagt hij zorg voor een jaarlijkse systematische controle van de wijnstokken waarvan de aanplant werd toegestaan, en ziet hij erop toe dat het teeltmateriaal niet voor andere dan de bovengenoemde doeleinden wordt verspreid . Individuele teeltcontracten worden afgesloten tussen de door de Lid-Staten aan te wijzen instanties en de natuurlijke personen of rechtspersonen of groepen van personen die het voornemen hebben een wijnstokras te telen dat voor de betrokken administratieve eenheid of een deel daarvan niet in de indeling is opgenomen, of dat niet in de indeling voor het grondgebied van de Gemeenschap is opgenomen .

4 . De produkten afkomstig van een wijnstokras ten aanzien waarvan onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt, wetenschappelijk onderzoek of selectie - of kruisingsproeven, zoals bedoeld in lid 2, worden verricht, worden gelijkgesteld met de produkten die van toegestane wijnstokrassen afkomstig zijn .

Artikel 14 1 . Verordening ( EEG ) nr . 347/79 wordt ingetrokken .

2 . Verwijzingen naar de krachtens lid 1 ingetrokken verordening moeten worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige verordening .

Artikel 15 Deze verordening treedt in werking op 1 september 1989 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 24 juli 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

H . NALLET

( 1 ) PB nr. L 84 van 27 . 3 . 1987, blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 128 van 11 . 5 . 1989, blz . 31 .

( 3 ) PB nr . L 54 van 5 . 3 . 1979, blz . 75 .

( 4 ) PB nr . L 367 van 31 . 12 . 1985, blz . 39.(5 ) PB nr . 56 van 7 . 7 . 1962, blz . 1606/62 .

( 6 ) PB nr . L 97 van 11 . 4 . 1989, blz . 19.(7 ) PB nr . L 118 van 20 . 5 . 1972, blz . 1 .

( 8 ) PB nr . L 118 van 29 . 4 . 1989, blz . 12.(9 ) PB nr . L 93 van 17 . 4 . 1968, blz . 15 .