31989R1855

VERORDENING (EEG) Nr. 1855/89 VAN DE RAAD van 14 juni 1989 betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen -

Publicatieblad Nr. L 186 van 30/06/1989 blz. 0008 - 0012


VERORDENING ( EEG ) Nr . 1855/89 VAN DE RAAD van 14 juni 1989 betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de wetgeving van het merendeel der Lid-Staten voorziet in de tijdelijke invoer die het mogelijk maakt dat bepaalde ingevoerde vervoermiddelen welke zich niet in een van de in artikel 9, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevinden, kunnen worden gebruikt zonder met rechten bij invoer te worden bezwaard wanneer zij bestemd zijn om weder te worden uitgevoerd; dat dergelijke regelingen eveneens voorkomen in verscheidene internationale multilaterale overeenkomsten waarbij alle of sommige Lid-Staten overeenkomstsluitende partij zijn; dat het, rekening houdende met de eisen van de douane-unie, wenselijk is een uniforme regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen vast te stellen;

Overwegende dat bij Verordening ( EEG ) nr . 3599/82 ( 4 ), gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1620/85 ( 5 ), een regeling tijdelijke invoer is ingesteld waarvan vervoermiddelen zijn uitgesloten;

Overwegende dat vervoermiddelen die niet aan de voorwaarden van de onderhavige verordening voldoen, echter wel onder genoemde regeling kunnen vallen;

Overwegende dat het noodzakelijk is de uniforme toepassing van de onderhavige verordening te waarborgen en te dien einde te voorzien in een communautaire procedure waardoor de wijze van toepassing kan worden vastgesteld; dat op dit gebied een nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand dient te worden gebracht in het kader van het Comité economische douaneregelingen, dat is ingesteld bij Verordening ( EEG ) nr . 1999/85 van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve veredeling ( 6 ),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

TITEL I

Algemeen

Artikel 1 1 . De regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen maakt het mogelijk om volgens de procedures en onder de voorwaarden, vastgesteld in deze verordening, met volledige vrijstelling van rechten bij invoer, vervoermiddelen in te voeren die bestemd zijn tijdelijk in het douanegebied van de Gemeenschap te verblijven en nadien weder te worden uitgevoerd .

2 . In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:

a ) "persoon '':

- een natuurlijk persoon, of

- een rechtspersoon, of

- wanneer deze mogelijkheid in de vigerende voorschriften bestaat, een vereniging van personen die als handelingsbevoegd wordt erkend, zonder dat zij het wettelijk statuut van rechtspersoon bezit;

b ) "buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon '':

zowel een natuurlijk persoon van wie de gewone verblijfplaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap ligt als een rechtspersoon van wie de zetel zich buiten dat gebied bevindt;

c ) "rechten bij invoer '': de rechten omschreven in artikel 1, lid 2, van Verordening ( EEG ) nr . 3599/82;

d ) "gebruik voor beroep of bedrijf '': het gebruik van een vervoermiddel voor de rechtstreekse uitoefening van een werkzaamheid tegen betaling of met winstoogmerk;

e ) "particulier gebruik '': elk ander gebruik dan voor beroep of bedrijf als omschreven onder d );

f )

"vervoermiddel '': elk middel dat wordt gebruikt voor vervoer van personen of goederen . Onder de term "vervoermiddel'' vallen de samen met het vervoermiddel ingevoerde reserveonderdelen, toebehoren en gewone uitrusting, met inbegrip van de benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen;

g )

"douaneautoriteit '': elke voor de toepassing van de douaneregeling bevoegde autoriteit, zelfs indien deze niet tot de douanedienst behoort .

Artikel 2 Onder de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden mogen vervoermiddelen tijdelijk worden ingevoerd zonder verdere formaliteiten na binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap .

In uitzonderlijke gevallen kan de douaneautoriteit de toekenning van de regeling tijdelijke invoer echter afhankelijk stellen van de vervulling van bijzondere formaliteiten .

Artikel 3 De plaatsing van vervoermiddelen onder de regeling tijdelijke invoer is niet afhankelijk van het stellen van een zekerheid voor de betaling van een douaneschuld die kan ontstaan .

In uitzonderlijke gevallen kunnen de douaneautoriteiten voor deze plaatsing echter het stellen van een zekerheid eisen .

TITEL II

Vervoermiddelen voor wegvervoer

Artikel 4 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik worden gemaakt voor wegvoertuigen voor gebruik voor beroep of bedrijf .

2 . In de zin van dit artikel wordt onder "voertuigen'' verstaan alle wegvoertuigen, met inbegrip van aanhangwagens die eraan kunnen worden gekoppeld .

3 . Onverminderd lid 4 wordt voor het gebruik van de regeling tijdelijke invoer, als bedoeld in lid 1, als voorwaarde gesteld dat de voertuigen;

a ) worden ingevoerd door een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon, of voor zijn rekening,

b ) door deze persoon of voor zijn rekening voor beroep of bedrijf worden gebruikt, en

c ) buiten het douanegebied van de Gemeenschap op naam van een buiten dat gebied gevestigde persoon zijn ingeschreven . Indien de voertuigen niet zijn ingeschreven, wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld wanneer deze voertuigen toebehoren aan een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon,

d ) uitsluitend worden gebruikt voor vervoer dat begint of eindigt buiten het grondgebied van de Gemeenschap, met uitzondering van de volgens de procedure van artikel 21 vast te stellen gevallen .

4 . Wanneer een aanhangwagen aan een binnen het douanegebied van de Gemeenschap ingeschreven motorvoer -

tuig is gekoppeld, mag het gebruik van de regeling tijdelijke invoer worden toegestaan, zelfs indien niet aan de voorwaarden van lid 3, onder a ) en b ), is voldaan .

5 . Onder de in lid 3 genoemde voorwaarden mogen de in lid 1 bedoelde voertuigen binnen het douanegebied van de Gemeenschap verblijven gedurende de tijd die nodig is voor de verrichtingen waarvoor de tijdelijke invoer is gevraagd, zoals aanvoer, in - en uitstappen van passagiers, lossen en laden van goederen, vervoer en onderhoud .

Artikel 5 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik gemaakt worden voor wegvoertuigen voor particulier gebruik .

2 . In de zin van dit artikel wordt onder "voertuigen'' verstaan alle wegvoertuigen, met inbegrip van caravans en aanhangwagens die aan een motorvoertuig kunnen worden gekoppeld .

3 . Voor het gebruik van de in lid 1 bedoelde regeling tijdelijke invoer geldt als voorwaarde dat de voertuigen :

a ) worden ingevoerd door buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde personen;

b ) door die personen voor particulier gebruik worden aangewend, en

c ) buiten het douanegebied van de Gemeenschap op naam van een buiten dat gebied gevestigde persoon zijn ingeschreven . Indien de voertuigen niet zijn ingeschreven, wordt deze voorwaarde geacht te zijn vervuld wanneer deze voertuigen toebehoren aan een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon .

4 . In afwijking van lid 3 wordt het gebruik van de regeling eveneens toegestaan wanneer voertuigen die niet aan de voorwaarden van de artikelen 9 en 10 van het Verdrag voldoen, binnen het douanegebied van de Gemeenschap in een categorie "bijzondere kentekens'' zijn ingeschreven met het oog op wederuitvoer en hiervoor een kentekenplaat is toegekend die aan een buiten dat gebied gevestigde persoon is afgegeven .

5 . Het gebruik van de regeling tijdelijke invoer wordt tevens in de volgende gevallen toegepast :

a ) wanneer een voertuig voor particulier gebruik, ingeschreven in het land waar de gebruiker zijn gewone verblijfplaats heeft, wordt gebruikt voor de route die hij regelmatig binnen het douanegebied van de Gemeenschap aflegt om zich van zijn verblijfplaats naar de plaats van arbeid en terug te begeven . Voor dit gebruik van de regeling gelden geen andere tijdsbeperkingen;

b ) wanneer een student een voertuig voor particulier gebruik, ingeschreven in het land waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, gebruikt binnen het douanegebied van de Gemeenschap, waar hij uitsluitend verblijft om te studeren .

6 . Onverminderd lid 5, onder a ), kunnen de in lid 1 bedoelde voertuigen in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven :

a ) gedurende een al dan niet onderbroken termijn van zes maanden per tijdvak van twaalf maanden;

b ) gedurende de duur van het verblijf van de student binnen het douanegebied van de Gemeenschap in de gevallen bedoeld in lid 5, onder b ).

7 . Lid 5, onder b ), en lid 6, onder b ), zijn mutatis mutandis van toepassing in geval van personen belast met een opdracht van een bepaalde duur .

Artikel 6 1 . Artikel 5 is mutatis mutandis van toepassing op rij - en trekdieren en hun bespanning, die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomem .

2 . De in lid 1 bedoelde dieren en bespanningen mogen gedurende een tijdvak van drie maanden in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven .

TITEL III

Vervoermiddelen voor spoorvervoer

Artikel 7 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik worden gemaakt voor vervoermiddelen voor spoorvervoer .

2 . In de zin van dit artikel wordt onder "vervoermiddelen voor spoorvervoer'' verstaan tractiematerieel, motortreinen en motorwagens en alle soorten voor personen - en goederenvervoer gebruikte wagons .

3 . Voor het gebruik van de in lid 1 bedoelde regeling tijdelijke invoer geldt als voorwaarde dat de vervoermiddelen voor spoorvervoer :

a ) toebehoren aan buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde personen;

b ) zijn ingeschreven bij een spoorwegnet buiten het douanegebied van de Gemeenschap .

4 . Vervoermiddelen voor spoorvervoer mogen gedurende een periode van twaalf maanden in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven .

TITEL IV

Vervoermiddelen voor luchtvervoer

Artikel 8 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik worden gemaakt voor vervoermiddelen voor luchtvervoer .

2 . De in lid 1 bedoelde vervoermiddelen mogen binnen het douanegebied van de Gemeenschap verblijven gedurende de tijd die nodig is voor de verrichtingen waarvoor de tijdelijke invoer wordt gevraagd, zoals aanvoer, in - en uitstappen van passagiers, lossen en laden van goederen, vervoer en onderhoud .

3 . Wanneer de in lid 1 bedoelde vervoermiddelen voor particulier luchtvervoer worden gebruikt, zijn de voorwaarden van artikel 5, lid 3, van toepassing .

4 . De in lid 3 bedoelde vervoermiddelen voor particulier luchtvervoer mogen gedurende een al dan niet onderbroken termijn van zes maanden per tijdvak van twaalf maanden binnen het douanegebied van de Gemeenschap verblijven .

TITEL V

Vervoermiddelen voor vervoer over zee of over de binnenwateren

Artikel 9 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik worden gemaakt voor vervoermiddelen voor vervoer over zee of over de binnenwateren .

2 . De in lid 1 bedoelde vervoermiddelen mogen binnen het douanegebied van de Gemeenschap blijven gedurende de tijd die nodig is voor de verrichtingen waarvoor de tijdelijke invoer wordt gevraagd, zoals aanvoer, ontschepen en inschepen van passagiers, laden en lossen van goederen, vervoer en onderhoud .

3 . Wanneer de in lid 1 bedoelde vervoermiddelen voor particulier vervoer over zee of over de binnenwateren worden gebruikt, zijn de voorwaarden van artikel 5, lid 3, van toepassing .

4 . De in lid 3 bedoelde vervoermiddelen mogen gedurende een al dan niet onderbroken termijn van zes maanden per tijdvak van twaalf maanden binnen het douanegebied van de Gemeenschap verblijven .

TITEL VI

Laadborden

Artikel 10 1 . Van de regeling tijdelijke invoer kan, overeenkomstig de artikelen 2 en 3, gebruik worden gemaakt voor laadborden .

2 . In de zin van dit artikel wordt onder laadbord verstaan een inrichting met een platform waarop een bepaalde hoeveelheid goederen kan worden gegroepeerd tot een

ladingseenheid die met behulp van mechanische apparatuur kan worden vervoerd, behandeld of gestapeld . De inrichting bestaat ofwel uit twee door tussenbalken verbonden platformen, ofwel uit een platform dat op voetstukken rust, ofwel uit een speciaal platform dat in het luchtverkeer wordt gebruikt . De totale hoogte is zo klein mogelijk maar maakt in ieder geval behandeling op rollen of door middel van vorkheftrucks of laadbordtrucks mogelijk . De inrichting kan al dan niet van een bovenbouw zijn voorzien .

TITEL VII

Diverse bepalingen

Artikel 11 Het gebruik van de regeling tijdelijke invoer wordt toegestaan voor reserveonderdelen, toebehoren en gewone uitrus -

ting, met inbegrip van benodigdheden om goederen te stouwen, te borgen of te beschermen, die los van de vervoermiddelen waarvoor ze bestemd zijn worden ingevoerd .

Artikel 12 De vervoermiddelen bedoeld in de titels II, III, IV en V van deze verordening mogen niet worden uitgeleend, noch verhuurd, noch verpand, noch overgedragen, noch ter beschikking worden gesteld aan een persoon die zijn gewone verblijfplaats binnen het douanegebied van de Gemeenschap heeft .

Artikel 13 Volgens de procedure van artikel 21 kan in bijzondere gevallen worden toegestaan dat een persoon een vervoermiddel in het douanegebied van de Gemeenschap invoert en/of gebruikt in afwijking van deze verordening .

Artikel 14 Indien de omstandigheden zulks rechtvaardigen mag de douaneautoriteit, op verzoek van de belanghebbende, de in deze verordening genoemde termijnen verlengen .

Artikel 15 De gebruiker van de regeling tijdelijke invoer is gehouden zich te onderwerpen aan alle door de douaneautoriteit voorgeschreven toezicht - en controlemaatregelen .

Artikel 16 De douaneautoriteit mag de vergunning intrekken wanneer zij constateert dat de gebruiker van de regeling tijdelijke invoer een van de voorwaarden voor toekenning van die regeling niet in acht heeft genomen .

Artikel 17 1 . De regeling tijdelijke invoer wordt beëindigd wanneer het onder de regeling geplaatste vervoermiddel weder uit het douanegebied van de Gemeenschap wordt uitgevoerd of met het oog op latere wederuitvoer wordt geplaatst :

- in een vrije zone,

of onder de regeling :

- douane-entrepot,

- communautair douanevervoer ( externe procedure ) of een van de regelingen voor internationaal vervoer als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Verordening ( EEG ) nr . 222/77 van de Raad van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer ( 7 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1674/87 ( 8 ), voor zover gebruikmaking van laatstgenoemde regelingen bij de communautaire wetgeving is toegestaan,

- actieve veredeling,

of met instemming van de douaneautoriteit kosteloos aan de schatkist wordt afgestaan .

Wat laadborden of uit hoofde van een overeenkomst gezamenlijk gebruikte vervoermiddelen voor spoorvervoer betreft, wordt de regeling echter eveneens beëindigd wanneer laadborden met vrijwel dezelfde waarde of vervoermiddelen voor spoorvervoer van dezelfde soort als die welke onder de regeling tijdelijke invoer worden gebruikt, worden uitgevoerd of met het oog op hun latere uitvoer in een vrije zone worden gebracht of onder een van de in de eerste alinea bedoelde regelingen worden geplaatst .

2 . Wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen, mag de douaneautoriteit toestaan dat de onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste vervoermiddelen in het vrije verkeer worden gebracht of onder douanetoezicht worden vernietigd, hetzij onmiddellijk, hetzij nadat zij in een vrije zone of onder een van de in lid 1, eerste alinea, bedoelde regelingen zijn geplaatst .

3. Onverminderd de toepassing van de bepalingen met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving, zijn de leden 1 en 2 eveneens van toepassing wanneer een vergunning krachtens artikel 16 is ingetrokken .

4 . De na reparatie of onderhoud vervangen delen dienen een van de in de leden 1 en 2 genoemde bestemmingen te krijgen .

5 . Onverminderd de toepassing van de bepalingen inzake inbreuk op de douanewetgeving en de wetgeving inzake vrijstellingen, worden, wanneer onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste vervoermiddelen in het vrije verkeer worden gebracht, of in andere gevallen waarin een douaneschuld ontstaat overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 2144/87 van de Raad van 13 juli 1987 inzake de douaneschuld ( 9 ), de

rechten bij invoer geheven op basis van de voor deze vervoermiddelen bij hun plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer geldende belastingelementen, ongeacht of het in het vrije verkeer brengen onmiddellijk plaatsvindt dan wel nadat de vervoermiddelen hetzij in een vrije zone, onder een van de in lid 1 bedoelde regelingen zijn geplaatst .

In het geval van resten en afvallen die ontstaan bij de vernietiging van de in lid 4 bedoelde delen, wordt bij de vaststelling van het bedrag van de douaneschuld evenwel het in artikel 3, onder f ), van Verordening ( EEG ) nr . 2144/87 bedoelde tijdstip in aanmerking genomen .

TITEL VIII

Slotbepalingen

Artikel 18 1 . De bepalingen van deze verordening doen geen afbreuk aan de bepalingen op vervoergebied, met name betreffende de voorwaarden voor toegang tot de vervoermarkt en uitoefening van vervoeractiviteiten .

2 . Onverminderd lid 1 wordt de regeling tijdelijke invoer voor de in deze verordening bedoelde vervoermiddelen toegestaan zonder invoerverbod of -beperking, op voorwaarde dat zij weder worden uitgevoerd .

3 . De bepalingen van deze verordening vormen geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van bescherming van de industriële en commerciële eigendom .

Artikel 19 Zolang er geen communautaire bepalingen op het betrokken gebied zijn vastgesteld, vormt deze verordening geen beletsel voor de toepassing door de Lid-Staten van :

a ) soepeler maatregelen waarin wordt voorzien door vigerende overeenkomsten,

b ) bijzondere vrijstellingen die overeenkomstig artikel 136 van Verordening ( EEG ) nr . 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstelling ( 10 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 4235/88 ( 11 ), ten aanzien van op het gebied van een Lid-Staat gestationeerde strijdkrachten zijn vastgesteld .

Artikel 20 Het Comité economische douaneregelingen kan ieder vraagstuk in verband met de toepassing van deze verordening onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld .

Artikel 21 De voor de toepassing van deze verordening vereiste bepalingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31, leden 1 en 2, van Verordening ( EEG ) nr . 1999/85.

Artikel 22 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing een jaar na de inwerkingtreding van de uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig de procedure van artikel 21 worden vastgesteld .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

P . SOLBES

( 1 ) PB nr . C 4 van 7 . 1 . 1984, blz . 3 .

( 2 ) PB nr . C 104 van 16 . 4 . 1984, blz . 116 .

( 3 ) PB nr . C 248 van 17 . 9 . 1984, blz . 6 .

( 4 ) PB nr . L 376 van 31 . 12 . 1982, blz . 1 .

( 5 ) PB nr . L 155 van 14 . 6 . 1985, blz . 54 .

( 6 ) PB nr . L 188 van 20 . 7 . 1985, blz . 1 .( 7 ) PB nr . L 38 van 9 . 2 . 1977, blz . 1 .

( 8 ) PB nr . L 157 van 17 . 6 . 1987, blz . 1 .

( 9 ) PB nr . L 201 van 22 . 7 . 1987, blz . 15 .( 10 ) PB nr . L 105 van 23 . 4 . 1983, blz . 1 .

( 11 ) PB nr . L 373 van 31 . 12 . 1988, blz . 1 .