31989L0458

Richtlijn van de Raad van 18 juli 1989 tot wijziging, voor wat betreft de Europese emissienormen voor auto' s met een cilinderinhoud van minder dan 1,4 liter, van Richtlijn 70/220/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen (89/458/EEG)

Publicatieblad Nr. L 226 van 03/08/1989 blz. 0001 - 0003
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 19 blz. 0059
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 19 blz. 0059


RICHTLIJN VAN DE RAAD van 18 juli 1989 tot wijziging, voor wat betreft de Europese emissienormen voor auto's met een cilinderinhoud van minder dan 1,4 liter, van Richtlijn 70/220/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen tegen luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen (89/458/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100A,

Gezien het voorstel van de Comissie ( 1 ),

In samenwerking met het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal

Comité ( 3 ),

Overwegende dat er maatregelen dienen te worden vastgesteld om geleidelijk de interne markt tot stand te brengen over een periode die eindigt op 31 december 1992; dat de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen zal vormen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd;

Overwegende dat het eerste actieprogramma van de Europese Gemeenschappen inzake milieubescherming, dat op 22 november 1973 door de Raad is goedgekeurd, het verzoek bevat bij de bestrijding van de luchtverontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen en de reeds bestaande richtlijnen in die zin aan te passen;

Overwegende dat overeenkomstig het derde actieprogramma extra inspanningen moeten worden geleverd met het oog op een aanzienlijke verlaging van het huidige niveau van verontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen;

Overwegende dat in Richtlijn 70/220/EEG ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/436/EEG ( 5 ), grenswaarden zijn vastgesteld voor de emissies van koolmonoxide en onverbrande koolwaterstoffen die van dergelijke motoren afkomstig zijn; dat deze grenswaarden voor de eerste maal bij Richtlijn 74/290/EEG ( 6 ) zijn verlaagd en overeenkomstig Richtlijn 77/102/EEG ( 7 ) zijn aangevuld met toegelaten grenswaarden voor de emissie van stikstofoxiden; dat de grenswaarden voor deze drie soorten verontreinigingen achtereenvolgens zijn verlaagd bij de Richtlijnen 78/665/EEG ( 8 ), 83/351/EEG ( 9 ) en 88/76/EEG ( 10 ) en dat bij Richtlijn 88/436 /EEG grenswaarden voor de emissie van verontreinigende deeltjes door dieselmotoren zijn ingevoerd;

Overwegende dat uit het door de Commissie op dit terrein verrichte werk is gebleken dat de Gemeenschap de beschikking heeft over of momenteel bezig is met de perfectionering van technologieën, dank zij welke een verdere verlaging van de grenswaarden voor alle motoren ongeacht de cilinderinhoud mogelijk is;

Overwegende dat er een bijzondere inspanning moet worden geleverd om schone technologieën voor motorvoertuigen te bevorderen in het kader van het onderzoekprogramma voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën;

¹

¹

¹

¹

¹

¹

Overwegende dat het, voor een zo gunstig mogelijk effect van deze bepalingen op het Europese milieu en om terzelfder tijd de eenheid van de markt te waarborgen, noodzakelijk is strengere, op een totale harmonisatie gebaseerde Europese normen in te voeren, die ten minste even streng zijn als die van de Verenigde Staten van Amerika en die welke door het Europese Parlement zijn goedgekeurd; dat deze grenswaarden gebaseerd zijn op de huidige, bij Richtlijn 70/220/EEG vastgestelde testprocedures en opnieuw bezien moeten worden wanneer deze procedures worden aangevuld met tests die representatief zijn voor de rijomstandigheden buiten bebouwde gebieden;

Overwegende dat het, gezien de omvang van de verontreiniging door uitlaatgassen van motorvoertuigen en de bijdrage die deze leveren aan de gassen welke verantwoordelijk zijn voor het broeikaseffect, noodzakelijk is in het bijzonder de emissies van CO2 te stabiliseren en vervolgens te verminderen, overeenkomstig het besluit van de Beheersraad van de UNEP ( Programma van de Verenigde Naties voor het Milieu ) van 24 mei 1989, inzonderheid punt 11 d ),

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1 Bijlage I van Richtlijn 70/220/EEG wordt als volgt gewijzigd :

1 . in punt 5.2 .1.1.4, wordt de laatste regel van de tabel vervangen door :

"C< 1,400 19 5, -''

2 . in punt 7.1.1.1, wordt de laatste regel van de tabel vervangen door :

"C< 1,400 22 5,8 -''.

Artikel 2 1 . Met ingang van 1 januari 1990 mogen de Lid-Staten om redenen in verband met de luchtverontreiniging door uitlaatgassen van een motor met een cilinderinhoud van minder dan 1 400 cm =:

- voor een type motorvoertuig de EEG-goedkeuring, de afgifte van het in artikel 10, lid 1, laatste streepje, van Richtlijn 70/156/EEG ( 11 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/403/EEG ( 12 ), bedoelde document of de nationale goedkeuring niet weigeren,

- het voor de eerste maal in het verkeer brengen van motorvoertuigen niet verbieden,

indien de emissies van dit type motorvoertuig of van deze voertuigen voldoen aan Richtlijn 70/220/EEG, als laatstelijk gewijzigd bij deze richtlijn.

2 . Met ingang van 1 juli 1992, voor wat betreft typen motorvoertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van minder dan 1 400 cm =.

- mogen de Lid-Staten niet langer het in artikel 10, lid 1, laatste streepje, van Richtlijn 70/156/EEG bedoelde document afgeven voor een type motorvoertuig,

- moeten de Lid-Staten de nationale goedkeuring weigeren van een type motorvoertuig,

indien de emissies daarvan niet voldoen aan de bijlagen van Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij de onderhavige richtlijn .

3 . Voor wat betreft voertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van minder van 1 400 cm= verbieden de Lid-Staten met ingang van 31 december 1992 het voor de eerste maal in het verkeer brengen van voertuigen waarvan de emissies niet voldoen aan de bijlagen van Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij de onderhavige richtlijn .

Artikel 3 De Lid-Staten kunnen fiscale stimulansen vaststellen voor voertuigen die onder deze richtlijn vallen . Deze stimulansen moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van het Verdrag en voorts voldoen aan de volgende voorwaarden :

- zij gelden voor alle in de betrokken Lid-Staat geproduceerde alsmede geïmporteerde voertuigen die bestemd zijn voor de afzet op de markt van die Lid-Staat en die zodanig zijn uitgerust dat vervroegd kan worden voldaan aan de Europese normen die in 1992 in acht moeten worden genomen;

- zij vervallen bij de in artikel 2, lid 3, vastgestelde verplichte inwerkingtreding van emissienormen voor nieuwe voertuigen;

- het bedrag van de stimulansen voor elk type voertuig moet beduidend lager liggen dan de werkelijke kosten van de inrichtingen die op het voertuig zijn aangebracht voor het in acht nemen van de vastgestelde normen, vermeerderd met de montagekosten .

De Commissie wordt op een zodanig tijdstip op de hoogte gesteld van plannen voor het invoeren of wijzigen van de in de eerste alinea bedoelde fiscale stimulansen dat zij tijdig opmerkingen ter zake kan maken .

Artikel 4 De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1990 aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

Artikel 5 Uiterlijk eind 1990 besluit de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen

- de regeling voor voertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van 1 400 cm= en meer aan te passen aan de in deze richtlijn vastgestelde data en normen, op basis van een verbeterde Europese testprocedure, die onder andere een test inhoudt die representatief is voor de rijomstandigheden buiten bebouwde gebieden,

- in het kader van de verbeterde Europese testprocedure de bij deze richtlijn voor voertuigen met een motor met een cilinderinhoud van minder dan 1 400 cm= vastgestelde grenswaarden te transponeren .

Artikel 6 De Raad neemt, op basis van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de resultaten van de momenteel aan de gang zijnde werkzaamheden betreffende

het broeikaseffect, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over maatregelen ter beperking van CO2-emissies door motorvoertuigen .

Artikel 7 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel, 18 juli 1989 .

Voor de Raad

De Voorzitter

R . DUMAS

( 1 ) PB nr . C 56 van 27 . 2 . 1988, blz . 9, en PB nr . C 134 van 31 . 5 . 1989, blz . 8 .

( 2 ) PB nr . C 262 van 10 . 10 . 1988, blz . 89, en PB nr . C 120 van 16 . 5 . 1989 .

( 3 ) PB nr . C 208 van 8 . 8 . 1988, blz . 7(4 ) PB nr . L 76 van 6 . 4 . 1970, blz . 1.(5 ) PB nr . L 214 van 6 . 8 . 1988, blz . 1.(6 ) PB nr . L 159 van 15 . 6 . 1974, blz . 61.(7 ) PB nr . L 32 van 3 . 2 . 1977, blz . 32.(8) PB nr . L 223 van 14 . 8 . 1978, blz . 48.(9 ) PB nr . L 197 van 20 . 7 . 1983, blz . 1 .

( 10 ) PB nr . L 36 van 9 . 2 . 1988, blz . 1.(11 ) PB nr . L 42 van 23 . 2 . 1970, blz . 1 .

( 12 ) PB nr . L 220 van 8 . 8 . 1987, blz . 44 .