31988R1314

Verordening (EEG) nr. 1314/88 van de Raad van 26 april 1988 betreffende de voor 1988 geldende invoerregeling voor de produkten van de codes 0714 10 90 en 0714 90 10 van de gecombineerde nomenclatuur, van oorsprong uit bepaalde derde landen die geen partij zijn bij de GATT, de Volksrepubliek China uitgezonderd

Publicatieblad Nr. L 123 van 17/05/1988 blz. 0001 - 0001


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1314/88 VAN DE RAAD

van 26 april 1988

betreffende de voor 1988 geldende invoerregeling voor de produkten van de codes 0714 10 90 en 0714 90 10 van de gecombineerde nomenclatuur, van oorsprong uit bepaalde derde landen die geen partij zijn bij de GATT, de Volksrepubliek China uitgezonderd

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Raad bij Verordening (EEG) nr. 430/87 (1) voor 1987, 1988, 1989 en, naar gelang het geval, voor 1990 de invoerregeling heeft vastgesteld voor de produkten van de GN-codes 0714 10 90 en 0714 90 10 (post 07.06 A van het gemeenschappelijk douanetarief), van oorsprong uit derde landen; dat voor de produkten die worden ingevoerd uit de in artikel 1, onder e), van vorengenoemde verordening bedoelde derde landen die geen partij zijn bij de GATT, de Volksrepubliek China uitgezonderd, de hoeveelheden waarop deze regeling betrekking heeft, uitsluitend voor 1987 zijn vastgesteld;

Overwegende dat de hoeveelheden voor 1988 vastgesteld dienen te worden, rekening houdend enerzijds met de maatregelen die de Gemeenschap ter stabilisering van de landbouwmarkten zal moeten nemen en anderzijds met de noodzaak de handelsstromen met die landen in stand te houden zonder dat dit tot een verstoring van het evenwicht op de interne markt voor graanprodukten leidt;

Overwegende dat de invoeraanvragen voor de bedoelde produkten betrekking kunnen hebben op hoeveelheden die omvangrijker zijn dan het toegekende quotum; dat het daarbij in sommige gevallen om beperkte hoeveelheden gaat waarvoor in het verleden is gebleken dat zij in feite meestal bestemd zijn voor andere toepassingen dan de diervoeding; dat derhalve, om de desbetreffende aanvragen niet volledig uit te sluiten, dient te worden bepaald dat voor de invoer van de bedoelde produkten in het kader van de betrokken regeling de kwantitatieve beperkingen die zijn vastgesteld voor voor de diervoeding bestemde produkten, niet van toepassing zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de produkten van de GN-codes 0714 10 90 en 0714 90 10 geldt de invoerheffing van ten hoogste 6 % ad valorem voor 1988 slechts voor 30 000 ton van oorsprong uit de in artikel 1, onder e), van Verordening (EEG) nr. 430/87 bedoelde derde landen die geen partij zijn bij de GATT, de Volksrepubliek China uitgezonderd.

De in de eerste alinea genoemde kwantitatieve beperking geldt echter niet voor de invoer van produkten die voor rechtstreekse menselijke consumptie zijn bestemd.

Artikel 2

De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1097/88 (3), de uitvoeringsbepalingen van deze verordening vast en bepaalt voor welke produkten artikel 1, tweede alinea, geldt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 26 april 1988.

Voor de Raad

De Voorzitter

H.-D. GENSCHER

(1) PB nr. L 43 van 13. 2. 1987, blz. 9.

(2) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.

(3) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 7.