31986R3538

Verordening (EEG) nr. 3538/86 van de Commissie van 20 november 1986 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling die in de sector rundvlees is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3495/86 van de Raad

Publicatieblad Nr. L 326 van 21/11/1986 blz. 0021


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3538/86 VAN DE COMMISSIE

van 20 november 1986

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling die in de sector rundvlees is ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 3495/86 van de Raad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3495/86 van de Raad van 13 november 1986 tot opening, voor 1986, van een autonoom en uitzonderlijk tariefcontingent voor de invoer van vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit van de posten 02.01 A II a) en 02.01 A II b) van het gemeenschappelijk douanetarief (1), en met name op artikel 2,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3495/86 een tariefcontingent is geopend voor kwaliteitsrundvlees; dat de uitvoeringsbepalingen van deze regeling moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat de exporterende derde landen zich ertoe hebben verbonden om echtheidscertificaten voor deze produkten af te geven, waarmee de oorsprong van de produkten wordt gewaarborgd; dat het model van deze certificaten moet worden vastgesteld, alsmede moet worden voorzien in de wijzen van toepassing voor het gebruik ervan;

Overwegende dat het echtheidscertificaat moet worden afgegeven door een instantie in een derde land; dat deze instantie alle garanties moet bieden die nodig zijn om de goede werking van de betrokken regeling veilig te stellen;

Overwegende dat moet worden voorzien in de mededeling door de Lid-Staten van gegevens over de betrokken invoer;

Overwegende dat het Comité van beheer voor rundvlees geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Het bijzondere tariefcontingent voor rundvlees, vers, gekoeld of bevroren, als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3495/86 wordt als volgt verdeeld:

a) 2 000 ton gekoeld uitgebeend vlees, van post 02.01 A II a) 4 bb) van het gemeenschappelijk douanetarief, dat aan de volgende omschrijving voldoet:

»Deelstukken van rundvlees afkomstig van uitsluitend op grasland gehouden runderen, van 22 tot 24 maanden oud, met twee blijvende snijtanden en met een levend gewicht van niet meer dan 460 kg bij de slacht; deze deelstukken moeten van bijzondere of goede kwaliteit zijn, speciale deelstukken van runderen genoemd, en zij moeten als »Special boxed beef" in kartonnen dozen verpakt zijn; deze deelstukken mogen het merkteken »sc" (special cuts) dragen.";

b) 1 000 ton uitgebeend vlees, van de posten 02.01 A II a) 4 bb) en 02.01 A II b) 4 bb) 33 van het gemeenschappelijk douanetarief, dat aan de volgende omschrijving voldoet:

»Deelstukken van rundvlees afkomstig van uitsluitend op grasland gehouden runderen met een levend gewicht van niet meer dan 460 kg bij de slacht; deze deelstukken moeten van bijzondere of goede kwaliteit zijn, speciale deelstukken van runderen genoemd, en zij moeten als »Special boxed beef" in kartonnen dozen verpakt zijn; deze deelstukken mogen het merkteken »sc" (special cuts) dragen.";

c) 5 000 ton, uitgedrukt in gewicht van het produkt, uitgebeend vlees, van de posten 02.01 A II a) 4 bb) en 02.01 A II b) 4 bb) 33 van het gemeenschappelijk douanetarief, dat aan de volgende omschrijving voldoet:

»Deelstukken van rundvlees afkomstig van uitsluitend op grasland gehouden jonge ossen (novilhos) of vaarzen (novilhas), van 20 tot 24 maanden oud, waarvan het gebit zich bevindt in een ontwikkelingsstadium variërend van het uitvallen van de snijtanden van het melkgebit tot maximaal vier blijvende snijtanden; deze deelstukken moeten goed ontwikkeld zijn en moeten voldoen aan de volgende normen van het indelingsschema voor geslachte runderen:

vlees van in klasse B of R ingedeelde geslachte dieren met ronde tot rechte profielen en van vetklasse 2 of 3; deze deelstukken, voorzien van het merkteken »sc" (special cuts) of een etiket »sc" (special cuts) ten bewijze van hun hoge kwaliteit, moeten verpakt zijn in kartonnen dozen waarop de vermelding »kwaliteitsvlees" is aangebracht.".

Artikel 2

1. De heffing bij invoer wordt voor vlees als bedoeld in artikel 1 volledig geschorst indien een echtheidscertificaat wordt voorgelegd wanneer het vlees in het vrije verkeer wordt gebracht.

2. Van het echtheidscertificaat wordt een origineel en ten minste één kopie opgesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage I. Het formaat van dit formulier is ca. 210 × 297 mm. Het papier moet ten minste 40 gram per m2 wegen en moet van witte kleur zijn.

3. De formulieren worden gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Gemeenschap; bovendien kunnen zij worden gedrukt en ingevuld in de officiële taal of één van de officiële talen van het land van uitvoer.

Op de achterzijde van het formulier moet de in artikel 1, lid 1, bedoelde omschrijving die van toepassing is op het vlees dat zijn oorsprong heeft in het land van uitvoer, worden vermeld.

4. Het origineel en de kopieën worden met de schrijfmachine of met de hand ingevuld. Indien zij met de hand worden ingevuld, moeten drukletters worden gebruikt.

5. De echtheidscertificaten worden geïndividualiseerd door een volgnummer dat wordt toegekend door de in artikel 4 bedoelde instantie van afgifte. Het origineel en de kopieën hebben hetzelfde volgnummer.

Artikel 3

1. Het echtheidscertificaat is geldig tot drie maanden na de datum van afgifte.

Het origineel van dit certificaat en een kopie worden aan de douaneautoriteiten voorgelegd wanneer het produkt waarop het certificaat betrekking heeft, in het vrije verkeer wordt gebracht.

Het certificaat afgegeven tijdens het jaar 1986 mag echter niet worden voorgelegd na 28 februari 1987.

2. De in lid 1 bedoelde kopie van het echtheidscertificaat wordt door de douaneautoriteiten van de Lid-Staat, waarin het produkt in het vrije verkeer is gebracht, toegezonden aan de autoriteiten die door deze Lid-Staat zijn aangewezen om de in artikel 6, lid 1, bedoelde mededelingen te verstrekken.

Artikel 4

1. Een echtheidscertificaat is slechts geldig indien het, zoals in de bijlagen I en II is aangegeven, naar behoren is ingevuld en geviseerd door een instantie van afgifte die vermeld is in de lijst van bijlage II.

2. Een echtheidscertificaat is naar behoren geviseerd wanneer de plaats en datum van afgifte op het certificaat zijn vermeld en het is voorzien van het stempel van de instantie van afgifte en de handtekening van de persoon of de personen die het mogen ondertekenen.

Het stempel op het origineel van het echtheidscertificaat en op de kopieën ervan kan worden vervangen door een gedrukt zegel.

Artikel 5

1. Een instantie van afgifte die vermeld is in de lijst van bijlage II:

a) moet als zodanig zijn erkend door het exporterende land;

b) moet zich ertoe verbinden de op de echtheidscertificaten aangebrachte vermeldingen te verifiëren;

c) moet zich ertoe verbinden de Commissie en de Lid-Staten desgevraagd alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn ter beoordeling van de op de echtheidscertificaten aangebrachte vermeldingen.

2. De lijst wordt herzien wanneer niet meer wordt voldaan aan de in lid 1, sub a), vermelde voorwaarde of wanneer een instantie van afgifte één van zijn verplichtingen niet nakomt.

Artikel 6

1. De Lid-Staten delen de Commissie voor elk tijdvak van tien dagen, ten laatste veertien dagen na afloop van het betrokken tijdvak, de hoeveelheid in artikel 1 bedoelde produkten mede die in het vrije verkeer werd gebracht, onderverdeeld per land van oorsprong en per tariefpost.

2. Als tijdvak van tien dagen, in de betekenis van deze verordening, worden aangemerkt:

- de eerste tot en met de tiende dag van de maand,

- de elfde tot en met de twintigste dag van de maand,

- de eenentwintigste tot en met de laatste dag van de maand.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 20 november 1986.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 323 van 18. 11. 1986, blz. 3.

BIJLAGE II

LIJST VAN DE INSTANTIES VAN DE EXPORTERENDE LANDEN DIE ECHTHEIDSCERTIFICATEN MOGEN AFGEVEN

- JUNTA NACIONAL DE CARNES

voor vlees van oorsprong uit Argentië dat voldoet aan de definitie van artikel 1, sub a);

- INSTITUTO NACIONAL DE CARNES (INAC)

voor vlees van oorsprong uit Urugay dat voldoet aan de definitie van artikel 1, sub b);

- SECRETARIA DE INSPECÇÃO DO PRODUTO ANIMAL (SIPA)

voor vlees van oorsprong uit Brazilië dat voldoet aan de definitie van artikel 1, sub c).