31984L0424

Richtlijn 84/424/EEG van de Raad van 3 september 1984 tot wijziging van Richtlijn 70/157/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichtingen van motorvoertuigen

Publicatieblad Nr. L 238 van 06/09/1984 blz. 0031 - 0033
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 13 blz. 0204
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0042
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 13 blz. 0204
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 16 blz. 0042


*****

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 3 september 1984

tot wijziging van Richtlijn 70/157/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichtingen van motorvoertuigen

(84/424/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat in de bijlage bij Richtlijn 70/157/EEG (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/334/EEG (5), de grenzen zijn vastgesteld voor het geluidsniveau van motorvoertuigen met of zonder carrosserie, op ten minste vier wielen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h, bestemd om aan het wegverkeer deel te nemen, met uitzondering van voertuigen die zich over rails bewegen, landbouwtrekkers en -machines en machines voor openbare werken;

Overwegende dat de bescherming van de bevolking in stadsgebieden tegen geluidsoverlast passende maatregelen vergt om het geluidsniveau van motorvoertuigen te verminderen en dat een dergelijke vermindering door de technische vooruitgang in de automobielfabricage mogelijk is geworden;

Overwegende dat daartoe bijlage I bij Richtlijn 70/157/EEG moet worden gewijzigd ten einde de in dB(A) uitgedrukte grenswaarden van het geluidsniveau voor alle in die bijlage genoemde voertuigcategorieën te verlagen;

Overwegende dat deze verlaging een belangrijke stap vooruit betekent voor de verbetering van het milieu; dat het echter gewenst is de desbetreffende bepalingen op een later tijdstip aan de hand van de uitkomsten van de werkzaamheden van de Commissie in het kader van een alomvattende benadering te herzien, waarbij gelijktijdig met alle belangrijke aspecten van de communautaire wetgeving op het gebied van motorvoertuigen rekening wordt gehouden, en met name die welke betrekking hebben op de veiligheid, de milieubescherming en de energiebesparing,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage I bij Richtlijn 70/157/EEG wordt punt 5.2.2.1 als volgt gelezen:

1.2,3 // »5.2.2.1. // Grenswaarden // // Het geluidsniveau, gemeten overeenkomstig de punten 5.2.2.2 tot en met 5.2.2.5 van deze bijlage, mag onderstaande waarden niet overschrijden: 1.2.3 // // // // // Categorie voertuigen // Grens- waarden (dB(A)) // // // // 5.2.2.1.1. // Voertuigen voor personenvervoer, met ten hoogste negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen // 77 // 5.2.2.1.2. // Voertuigen voor personenvervoer, met meer dan negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen, met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton // // 5.2.2.1.2.1. // - met een motorvermogen van minder dan 150 kW // 80 // 5.2.2.1.2.2. // - met een motorvermogen van ten minste 150 kW // 83 // 5.2.2.1.3. // Voertuigen voor personenvervoer, met meer dan negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen; voertuigen voor goederenvervoer // // 5.2.2.1.3.1. // - met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2 ton // 78 // 5.2.2.1.3.2. // - met een toegestane maximummassa van meer dan 2 ton, doch niet meer dan 3,5 ton // 79 // 5.2.2.1.4. // Voertuigen voor goederenvervoer, met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton // // 5.2.2.1.4.1. // - met een motorvermogen van minder dan 75 kW // 81 // 5.2.2.1.4.2. // - met een motorvermogen van ten minste 75 kW, doch minder dan 150 kW // 83 // 5.2.2.1.4.3. // - met een motorvermogen van ten minste 150 kW // 84 // // // 1.2,3 // // De grenswaarden worden evenwel: // // - met 1 dB(A) verhoogd voor voertuigen van de categorieën 5.2.2.1.1 en 5.2.2.1.3 met een dieselmotor met directe inspuiting; // // - voor voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 2 ton, die zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen, verhoogd met 1 dB(A) indien zij zijn uitgerust met een motor met vermogen van minder dan 150 kW, en verhoogd met 2 dB(A) indien zij zijn uitgerust met een motor van 150 kW of meer.".

Artikel 2

1. Met ingang van 1 januari 1985 mogen de Lid-Staten, om met het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting verband houdende redenen,

- noch voor een bepaald type motorvoertuig de EEG-goedkeuring, de afgifte van het in artikel 10, lid 1, derde streepje, van Richlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 80/1267/EEG (2), bedoelde document of de nationale goedkeuring weigeren,

- noch het voor de eerste maal in het verkeer brengen van motorvoertuigen verbieden,

indien het geluidsniveau en de uitlaatinrichting van dit type motorvoertuig of van de betreffende motorvoertuigen beantwoorden aan de voorschriften van Richtlijn 70/157/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn.

2. Met ingang van 1 oktober 1988 mogen de Lid-Staten:

- voor een type motorvoertuig waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet beantwoorden aan de voorschriften van Richtlijn 70/157/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, niet langer het in artikel 10, lid 1, derde streepje, van Richtlijn 70/156/EEG bedoelde document afgeven,

- voor een type motorvoertuig waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet beantwoorden aan de voorschriften van Richtlijn 70/157/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn, de nationale goedkeuring weigeren.

Voor voertuigen van de in artikel 1 omschreven categorie 5.2.2.1.3, die met een dieselmotor zijn uitgerust, en voor voertuigen van categorie 5.2.2.1.4 wordt 1 oktober 1988 als datum van ingang vervangen door 1 oktober 1989.

3. Met ingang van 1 oktober 1989 mogen de Lid-Staten het voor de eerste maal in het verkeer brengen van motorvoertuigen verbieden waarvan het geluidsniveau en de uitlaatinrichting niet beantwoorden aan de voorschriften van Richtlijn 70/157/EEG, zoals gewijzigd bij deze richtlijn.

Voor voertuigen van de in artikel 1 omschreven categorie 5.2.2.1.3, die met een dieselmotor zijn uitgerust, en voor voertuigen van categorie 5.2.2.1.4 wordt 1 oktober 1989 als datum van ingang vervangen door 1 oktober 1990.

Artikel 3

De Raad neemt, aan de hand van een rapport van de Commissie over mogelijke nieuwe maatregelen met betrekking tot de reglementering op het gebied van motorvoertuigen, uiterlijk op 31 december 1990 een besluit over een verdere herziening van de bepalingen van Richtlijn 70/157/EEG. Bij de opstelling van dat rapport wordt tevens met de veiligheids-, milieubeschermings- en energiebesparingsaspecten rekening gehouden.

Artikel 4

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1985 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 3 september 1984.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. BARRY

(1) PB nr. C 200 van 27. 7. 1983, blz. 5.

(2) PB nr. C 172 van 2. 7. 1984, blt. 157.

(3) PB nr. C 358 van 31. 12. 1983, blz. 4.

(4) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 16.

(5) PB nr. L 131 van 18. 5. 1981, blz. 6.

(1) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 1.

(2) PB nr. L 375 van 30. 12. 1980, blz. 34.