31984L0253

Achtste Richtlijn 84/253/EEG van de Raad van 10 april 1984 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag inzake de toelating van personen, belast met de wettelijke controle van boekhoudbescheiden

Publicatieblad Nr. L 126 van 12/05/1984 blz. 0020 - 0026
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 17 Deel 1 blz. 0073
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 17 Deel 1 blz. 0136
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 17 Deel 1 blz. 0073
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 17 Deel 1 blz. 0136


++++

ACHTSTE RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 10 april 1984

op de grondslag van artikel 54 , lid 3 , sub g ) , van het Verdrag inzake de toelating van personen , belast met de wettelijke controle van boekhoudbescheiden

( 84/253/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 54 , lid 3 , sub g ) ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat uit hoofde van Richtlijn 78/660/EEG ( 4 ) de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen moet worden gecontroleerd door een of meer tot die controle bevoegde personen en dat alleen de in artikel 11 van die richtlijn bedoelde vennootschappen daarvan kunnen worden vrijgesteld ;

Overwegende dat genoemde richtlijn is aangevuld bij Richtlijn 83/349/EEG ( 5 ) die betrekking heeft op de geconsolideerde jaarrekening ;

Overwegende dat het van belang is een harmonisatie tot stand te brengen van de vakbekwaamheid van de personen die bevoegd zijn de wettelijke controle van de boekhoudbescheiden te verrichten , en hun onafhankelijkheid en betrouwbaarheid te waarborgen ;

Overwegende dat de theoretische kennis die nodig is voor de wettelijke controle van de boekhoudbescheiden op een hoog peil dient te staan en dat dit hoge peil en het vermogen om die kennis in praktijk te brengen moeten worden aangetoond door het afleggen van een vakbekwaamheidsexamen ;

Overwegende dat de Lid-Staten de bevoegdheid moeten krijgen om personen toe te laten die niet voldoen aan alle eisen inzake de theoretische opleiding , maar wel kunnen bogen op langdurige beroepswerkzaamheden met voldoende ervaring op financieel , juridisch en boekhoudkundig gebied en het vakbekwaamheidsexamen met gunstig gevolg hebben afgelegd ;

Overwegende dat de Lid-Staten ook de mogelijkheid moeten krijgen om overgangsmaatregelen ten gunste van de beroepsbeoefenaren te treffen ;

Overwegende dat de Lid-Staten zowel natuurlijke personen als controlerende vennootschappen die rechtspersonen of andere vennootschappen of verenigingen kunnen zijn , kunnen toelaten ;

Overwegende dat natuurlijke personen die de wettelijke controle van de boekhoudbescheiden namens een controlerende vennootschap verrichten , aan de voorwaarden van deze richtlijn moeten voldoen ;

Overwegende dat een Lid-Staat personen kan toelaten die buiten die Staat vakbekwaamheid hebben verworven , gelijkwaardig aan die welke in de onderhavige richtlijn is voorgeschreven ;

Overwegende dat moet worden toegestaan dat een Lid-Staat die op het tijdstip van de aanneming van deze richtlijn categorieën natuurlijke personen kent die aan de in deze richtlijn gestelde voorwaarden voldoen , maar van wie het niveau van het vakbekwaamheidsexamen lager ligt dan dat van een examen ter afsluiting van een universitaire opleiding , die personen onder bepaalde voorwaarden en tot een latere coordinatie , speciaal kan blijven toestaan de wettelijke controle uit te oefenen van de boekhoudbescheiden van kleine vennootschappen of een klein geheel van groepen ondernemingen , wanneer deze Lid-Staat geen gebruik heeft gemaakt van de in de communautaire richtlijn geboden vrijstellingsmogelijkheden inzake het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening ;

Overwegende dat deze richtlijn noch de vrijheid van vestiging noch het vrij verrichten van diensten beoogt ten aanzien van de personen die belast zijn met de wettelijke controle van boekhoudbescheiden ;

Overwegende dat de erkenning van de voor deze controle aan onderdanen van andere Lid-Staten verleende toelatingen specifiek zal worden geregeld bij richtlijnen die betrekking hebben op de toegang tot en de uitoefening van activiteiten op financieel , economisch en boekhoudkundig gebied , alsmede op het vrij verrichten van diensten in die sectoren ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

AFDELING I

Toepassingsgebied

Artikel 1

1 . De in deze richtlijn vervatte coordinatiemaatregelen betreffen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende personen die belast zijn met :

a ) de wettelijke controle van de jaarrekening van vennootschappen en het onderzoek naar de overeenstemming tussen het jaarverslag en de jaarrekening , voor zover deze controle en dit onderzoek door het Gemeenschapsrecht worden voorgeschreven ;

b ) de wettelijke controle van de geconsolideerde jaarrekening van een geheel van ondernemingen en het onderzoek naar de overeenstemming van het geconsolideerde jaarverslag met deze geconsolideerde jaarrekening , voor zover deze controle en dit onderzoek door het Gemeenschapsrecht worden voorgeschreven .

2 . De in lid 1 bedoelde personen kunnen naar gelang van de wetgeving van iedere Lid-Staat , natuurlijke personen zijn dan wel rechtspersonen of andere vormen van vennootschappen of verenigingen ( controlerende vennootschappen in de zin van deze richtlijn ) .

AFDELING II

Bepalingen inzake de toelating

Artikel 2

1 . De wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken mag alleen worden verricht door toegelaten personen . Door de overheid van de Lid-Staten mogen slechts worden toegelaten :

a ) natuurlijke personen die ten minste aan de in de artikelen 3 tot en met 19 gestelde voorwaarden voldoen ;

b ) controlerende vennootschappen die ten minste aan de onderstaande voorwaarden voldoen :

i ) de natuurlijke personen die de wettelijke controle van de in artikel 1 bedoelde stukken namens de controlerende vennootschap verrichten , voldoen ten minste aan de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 19 ; de Lid-Staten mogen bepalen dat deze natuurlijke personen ook moeten zijn toegelaten ;

ii ) de meerderheid van de stemrechten is in het bezit van natuurlijke personen of controlerende vennootschappen die ten minste voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 19 , met uitzondering van artikel 11 , lid 1 , sub b ) ; de Lid-Staten mogen bepalen dat deze natuurlijke personen of controlerende vennootschappen ook moeten zijn toegelaten . De Lid-Staten die deze meerderheid niet voorschrijven op het tijdstip van de aanneming van de onderhavige richtlijn , behoeven deze bepaling echter niet toe te passen , op voorwaarde dat alle aandelen van de controlerende vennootschap op naam zijn gesteld en slechts mogen worden overgedragen met instemming van de controlerende vennootschap en/of , wanneer de Lid-Staat dit bepaalt , met goedkeuring van het bevoegde gezag ;

iii ) de meerderheid van de leden van het bestuurs - of leidinggevend orgaan van de controlerende vennootschap bestaat uit natuurlijke personen of uit controlerende vennootschappen die ten minste voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 19 ; de Lid-Staten mogen bepalen dat deze natuurlijke personen of controlerende vennootschappen ook moeten zijn toegelaten . Wanneer dit orgaan uit slechts twee leden bestaat , moet één hunner ten minste aan deze voorwaarden voldoen .

Onverminderd artikel 14 , lid 2 , moet de toelating van een controlerende vennootschap worden ingetrokken wanneer niet langer aan de sub b ) bedoelde voorwaarden wordt voldaan . De Lid-Staten kunnen evenwel een termijn van ten hoogste twee jaar stellen waarbinnen weer aan de sub b ) , ii ) en iii ) , bedoelde voorwaarden moet worden voldaan .

2 . Het bevoegde gezag van de Lid-Staten mag voor de toepassing van deze richtlijn een vereniging van beroepsbeoefenaren zijn , mits deze krachtens het nationale recht bevoegd is toelatingen in de zin van deze richtlijn te verlenen .

Artikel 3

Het bevoegde gezag van een Lid-Staat verleent slechts toelating aan betrouwbare personen die geen werkzaamheden uitoefenen welke krachtens het recht van die Lid-Staat onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken .

Artikel 4

Natuurlijke personen kunnen slechts worden toegelaten tot het verrichten van de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken , wanneer zij , na het niveau te hebben bereikt om tot een universiteit te worden toegelaten , een theoretische opleiding en een praktijkopleiding hebben gevolgd en met goed gevolg een door de Staat georganiseerd of erkend vakbekwaamheidsexamen hebben afgelegd waarvan het niveau overeenkomt met een afgesloten universitaire opleiding .

Artikel 5

Het in artikel 4 bedoelde vakbekwaamheidsexamen moet de garantie bieden dat de noodzakelijke theoretische kennis van de vakgebieden die voor de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken van belang zijn , aanwezig is en bij de uitoefening van deze controle in de praktijk kan worden gebracht .

Dit examen moet ten minste één schriftelijk gedeelte omvatten .

Artikel 6

De toetsing van de theoretische kennis die deel uitmaakt van het examen , moet met name op de volgende vakgebieden betrekking hebben :

a ) - accountantsonderzoek ,

- analyse en kritische beoordeling van jaarrekeningen ,

- algemene boekhouding ,

- geconsolideerde jaarrekeningen ,

- bedrijfsadministratie en management accounting ,

- interne controle ,

- normen voor de opstelling van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen alsmede methoden voor de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat ,

- rechtsvoorschriften alsmede gedrags - en beroepsregels betreffende de wettelijke controle van boekhoudbescheiden en de daarmee belaste controleurs ;

b ) en voor zover voor de controle van de rekeningen van belang :

- vennootschapsrecht ,

- faillissementsrecht en soortgelijke procedures ,

- belastingrecht ,

- burgerlijk en handelsrecht ,

- arbeidsrecht en recht van de sociale zekerheid ,

- informatie - en informaticasystemen ,

- bedrijfseconomie , algemene economie , geld - en kredietwezen ,

- wiskunde en statistiek ,

- grondbeginselen van financieel bedrijfsbeheer .

Artikel 7

1 . In afwijking van de artikelen 5 en 6 mogen de Lid-Staten bepalen dat personen die met goed gevolg een universitair of gelijkwaardig examen hebben afgelegd dan wel in het bezit zijn van een universitair of gelijkwaardig diploma voor een of meer van de in artikel 6 genoemde vakgebieden , worden vrijgesteld van de toetsing van de theoretische kennis van die vakgebieden waarop dat examen of diploma betrekking hebben .

2 . In afwijking van artikel 5 mogen de Lid-Staten bepalen dat houders van een universitair of gelijkwaardig diploma betreffende een of meer van de in artikel 6 genoemde vakgebieden , met betrekking tot die vakgebieden worden vrijgesteld van toetsing van het vermogen om de theoretische kennis in de praktijk toe te passen , indien daarvoor een praktijkopleiding is gevolgd , afgesloten met een door de Staat erkend examen of diploma .

Artikel 8

1 . Ter verkrijging van het op het examen te toetsen vermogen om de theoretische kennis in de praktijk toe te passen , moet een ten minste drie jaar durende praktijkopleiding worden gevolgd die in het bijzonder de controle van jaarrekeningen , geconsolideerde jaarrekeningen of soortgelijke financiële opstellingen omvat . Deze praktijkopleiding moet voor ten minste twee derde worden gevolgd bij een krachtens het recht van de Lid-Staat overeenkomstig deze richtlijn toegelaten persoon ; de Lid-Staten mogen evenwel toestaan dat de praktijkopleiding wordt gevolgd bij een krachtens het recht van een andere Lid-Staat overeenkomstig deze richtlijn toegelaten persoon .

2 . De Lid-Staten zien erop toe dat de gehele praktijkopleiding wordt gevolgd bij personen die voldoende waarborgen bieden voor de opleiding van de stagiair .

Artikel 9

De Lid-Staten mogen personen die niet aan de in artikel 4 gestelde eisen voldoen , toelaten tot de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken , mits zij aantonen dat zij :

a ) gedurende vijftien jaar beroepswerkzaamheden hebben verricht waardoor zij voldoende ervaring op financieel , juridisch en boekhoudkundig gebied verkregen kunnen hebben en met goed gevolg het in artikel 4 bedoelde vakbekwaamheidsexamen hebben afgelegd , ofwel

b ) gedurende zeven jaar op dat gebied beroepswerkzaamheden hebben verricht en bovendien de in artikel 8 bedoelde praktijkopleiding hebben gevolgd en met goed gevolg het in artikel 4 bedoelde vakbekwaamheidsexamen hebben afgelegd .

Artikel 10

1 . De Lid-Staten mogen de tijdvakken waarin een theoretische opleiding op de in artikel 6 , bedoelde vakgebieden werd gevolgd , in mindering brengen op het in artikel 9 genoemde aantal jaren beroepswerkzaamheden , mits die opleiding is afgesloten met een met goed gevolg afgelegd examen dat door de Staat is erkend . Deze opleiding mag niet korter zijn dan een jaar en mag niet voor meer dan vier jaar op het aantal jaren beroepswerkzaamheid in mindering worden gebracht .

2 . De duur van de beroepswerkzaamheden en de praktijkopleiding mag niet korter zijn dan het theoretische onderwijsprogramma en de praktijkopleiding , voorgeschreven in artikel 4 .

Artikel 11

1 . Het bevoegde gezag van een Lid-Staat kan personen die hun bekwaamheid geheel of gedeeltelijk in een andere Staat hebben verworven , toelaten indien zij aan de twee volgende voorwaarden voldoen :

a ) hun vakbekwaamheid wordt door het bevoegde gezag gelijkwaardig geacht aan die welke krachtens het recht van de betrokken Lid-Staat overeenkomstig deze richtlijn is vereist ;

b ) zij moeten blijk hebben gegeven over de juridische kennis te beschikken die in de betrokken Lid-Staat vereist is voor de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken . De Lid-Staten hoeven dit bewijs evenwel niet verplicht te stellen indien zij de in een andere Staat verkregen juridische kennis voldoende achten .

2 . Artikel 3 is van toepassing .

Artikel 12

1 . Een Lid-Staat mag beroepsbeoefenaren die door het bevoegde gezag van de Lid-Staat individueel voor de toepassing van de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen zijn toegelaten , beschouwen als toegelaten overeenkomstig deze richtlijn .

2 . De toelating van een natuurlijke persoon tot een door de Staat erkende vereniging van beroepsbeoefenaren waaraan krachtens de wetgeving van deze Staat het recht verbonden is de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken te verrichten , kan worden beschouwd als een individuele toelating in de zin van lid 1 van het onderhavige artikel .

Artikel 13

Tot het tijdstip waarop de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing worden , kan een Lid-Staat beroepsbeoefenaren als toegelaten overeenkomstig deze richtlijn beschouwen , die , zonder individueel door het bevoegde gezag te zijn toegelaten , maar niettemin in die Lid-Staat dezelfde bekwaamheid bezitten als individueel toegelaten personen en op het tijdstip van de toelating de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken namens deze toegelaten personen uitoefenen .

Artikel 14

1 . Een Lid-Staat mag controlerende vennootschappen die voordat de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing worden , door het bevoegde gezag van de Lid-Staat individueel zijn toegelaten , beschouwen als toegelaten overeenkomstig deze richtlijn .

2 . Aan de voorwaarden van artikel 2 , lid 1 , sub b ) , ii ) en iii ) , dient uiterlijk te worden voldaan vijf jaar na de datum van toepassing van de bepalingen bedoeld in artikel 30 , lid 2 .

3 . Natuurlijke personen die totdat de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing worden , namens een controlerende vennootschap de controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken hebben uitgeoefend , kunnen vergunning krijgen om die controle na deze datum te blijven verrichten ook al voldoen zij niet aan alle voorwaarden van deze richtlijn .

Artikel 15

Tot een jaar nadat de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing zijn geworden , kunnen de beroepsbeoefenaren die niet individueel door het bevoegde gezag zijn toegelaten , maar die niettemin in een Lid-Staat bevoegd zijn om de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken uit te oefenen en deze controle tot die datum hebben verricht , door de betrokken Lid-Staat worden toegelaten overeenkomstig deze richtlijn .

Artikel 16

Tot een jaar nadat de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing zijn geworden , kunnen de Lid-Staten overgangsmaatregelen toepassen op beroepsbeoefenaren die na deze datum het recht behouden controle uit te oefenen op de jaarstukken van bepaalde , niet aan wettelijke controle onderworpen soorten vennootschappen , maar die dit , als gevolg van de invoering van nieuwe wettelijke controles , niet meer zouden mogen doen wanneer geen bijzondere maatregelen te hunnen behoeve zouden worden getroffen .

Artikel 17

Artikel 3 is van toepassing op de artikelen 15 en 16 .

Artikel 18

1 . Tot zes jaar nadat de in artikel 30 , lid 2 , bedoelde bepalingen van toepassing zijn geworden , mogen de Lid-Staten overgangsmaatregelen treffen voor personen die op de datum van toepassing van deze bepalingen nog een beroeps - of praktijkopleiding volgen , doch na de voltooiing van hun opleiding niet aan de in deze richtlijn gestelde voorwaarden zouden voldoen en , uit dien hoofde niet de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken zouden mogen verrichten , waartoe zij zijn opgeleid .

2 . Artikel 3 is van toepassing .

Artikel 19

De in de artikelen 15 en 16 bedoelde beroepsbeoefenaren en de in artikel 18 bedoelde personen kunnen , in afwijking van artikel 4 , slechts worden toegelaten indien het bevoegde gezag hen bekwaam acht voor het uitoefenen van de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken en daarvoor gelijkwaardige bekwaamheid bezitten als de op grond van artikel 4 erkende personen .

Artikel 20

Een Lid-Staat die geen gebruik maakt van de in artikel 51 , lid 2 , van Richtlijn 78/660/EEG geboden mogelijkheid en waar op het tijdstip van de aanneming van deze richtlijn verscheidene categorieën natuurlijke personen op grond van de nationale wetgeving bevoegd zijn de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub a ) , van de onderhavige richtlijn bedoelde stukken uit te oefenen , kan tot een latere coordinatie van de wettelijke controle van boekhoudbescheiden , voor het uitoefenen van de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub a ) , bedoelde stukken van een vennootschap die twee van de drie in artikel 27 van Richtlijn 78/660/EEG vastgestelde criteria niet overschrijdt , een speciale toelating verlenen aan natuurlijke personen die uit eigen naam handelen en die :

a ) voldoen aan de in de artikelen 3 tot en met 19 van de onderhavige richtlijn gestelde voorwaarden ; in dit geval mag het niveau van het vakbekwaamheidsexamen evenwel lager zijn dan in artikel 4 van de onderhavige richtlijn vastgesteld is ;

b ) de wettelijke controle van deze vennootschap reeds verrichtten toen deze nog niet twee van de drie in artikel 11 van Richtlijn 78/660/EEG vastgestelde criteria had overschreden .

Indien de onderneming evenwel deel uitmaakt van een geheel van in een consolidatie op te nemen ondernemingen dat twee van de drie in artikel 27 van Richtlijn 78/660/EEG bedoelde criteria overschrijdt , hebben deze personen niet de bevoegdheid de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub a ) , van de onderhavige richtlijn bedoelde stukken van deze onderneming uit te oefenen .

Artikel 21

Een Lid-Staat die geen gebruik maakt van de in artikel 6 , lid 1 , van Richtlijn 83/349/EEG geboden mogelijkheid en waar op het tijdstip van de aanneming van de onderhavige richtlijn verscheidene categorieën natuurlijke personen op grond van de nationale wetgeving bevoegd zijn de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub b ) , van de onderhavige richtlijn bedoelde stukken uit te oefenen , kan tot een latere coordinatie van de wettelijke controle van boekhoudbescheiden aan een op grond van artikel 20 van de onderhavige richtlijn toegelaten persoon een speciale toelating verlenen tot het uitoefenen van de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub b ) , bedoelde stukken , indien , op de balansdatum van de moederonderneming , het geheel der in de consolidatie op te nemen ondernemingen blijkens hun laatst vastgestelde jaarrekening , twee van de drie in artikel 27 van Richtlijn 78/660/EEG bedoelde criteria niet overschrijdt , op voorwaarde dat deze persoon bevoegd is de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , sub a ) , van de onderhavige richtlijn bedoelde stukken van alle in de consolidatie opgenomen ondernemingen uit te oefenen .

Artikel 22

Een Lid-Staat die gebruik maakt van artikel 20 mag toestaan dat de in artikel 8 bedoelde praktijkopleiding van de betrokken personen wordt gevolgd bij een persoon die krachtens het recht van die Lid-Staat bevoegd is de in artikel 20 bedoelde wettelijke controle te verrichten .

AFDELING III

Beroepsethiek en onafhankelijkheid

Artikel 23

De Lid-Staten bepalen dat de personen die toegelaten zijn tot de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken , deze controle uitoefenen met de voor het beroep vereiste nauwgezetheid .

Artikel 24

De Lid-Staten bepalen dat deze personen geen wettelijke controle mogen uitoefenen wanneer zij volgens het recht van de Lid-Staat die de wettelijke controle voorschrijft , niet onafhankelijk zijn .

Artikel 25

De artikelen 23 en 24 zijn eveneens van toepassing op natuurlijke personen die aan de in de artikelen 3 tot en met 19 gestelde voorwaarden voldoen en de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken uitoefenen namens een controlerende vennootschap .

Artikel 26

De Lid-Staten dragen er zorg voor dat tegen toegelaten personen passende sancties kunnen worden getroffen indien zij de controle niet overeenkomstig de artikelen 23 , 24 en 25 uitvoeren .

Artikel 27

De Lid-Staten dragen er zorg voor dat ten minste de aandeelhouders , vennoten en leden van erkende controlerende vennootschappen , alsmede diegenen die met het bestuur of de leiding van of het toezicht op deze controlerende vennootschappen zijn belast , voor zover deze personen zelf niet in een Lid-Staat aan de in de artikelen 3 tot en met 19 gestelde voorwaarden voldoen , geen zodanige bemoeienis met de vervulling van de controle hebben dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de onafhankelijkheid van de natuurlijke persoon die namens de controlerende vennootschap de controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken verricht .

AFDELING IV

Openbaarheid

Artikel 28

1 . De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de namen en adressen van alle natuurlijke personen en controlerende vennootschappen die zij tot de uitoefening van de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken hebben toegelaten , ter inzage liggen voor het publiek .

2 . Voorts dienen voor elke toegelaten controlerende vennootschap voor het publiek ter inzage te liggen :

a ) de namen en adressen van de in artikel 2 , lid 1 , sub b ) , i ) , bedoelde natuurlijke personen ;

b ) de namen en adressen van de aandeelhouders , vennoten of leden van de controlerende vennootschap ;

c ) de namen en adressen van degenen die met de leiding of het bestuur van de controlerende vennootschap zijn belast .

3 . Wanneer een natuurlijke persoon de wettelijke controle van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde stukken van een vennootschap mag uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 20 , 21 en 22 , is lid 1 van dit artikel van toepassing . Vermeld evenwel moet worden bij welke soort vennootschap of geheel van ondernemingen deze controle mag worden uitgeoefend .

AFDELING V

Slotbepalingen

Artikel 29

Het bij artikel 52 van Richtlijn 78/660/EEG ingestelde Contactcomité heeft eveneens tot taak :

a ) onverminderd de artikelen 169 en 170 van het Verdrag , een geharmoniseerde toepassing van deze richtlijn te bevorderen door regelmatig overleg over met name de concrete problemen die zich bij de toepassing daarvan voordoen ;

b ) zo nodig de Commissie te adviseren over aanvullingen op of wijzigingen van deze richtlijn .

Artikel 30

1 . De Lid-Staten doen voor 1 januari 1988 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde bepalingen pas met ingang van 1 januari 1990 van toepassing zijn .

3 . De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de voornaamste bepalingen van intern recht mede die zij op het door deze richtlijn bestreken gebied vaststellen .

4 . De Lid-Staten delen aan de Commissie eveneens de lijst van examens mede die zij overeenkomstig artikel 4 hebben georganiseerd of erkend .

Artikel 31

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Luxemburg , 10 april 1984 .

Voor de Raad

De Voorzitter

C . CHEYSSON

( 1 ) PB nr . C 112 van 13 . 5 . 1978 , blz . 6 ; PB nr . C 317 van 18 . 12 . 1975 , blz . 6 .

( 2 ) PB nr . C 140 van 5 . 6 . 1979 , blz . 154 .

( 3 ) PB nr . C 171 van 9 . 7 . 1979 , blz . 30 .

( 4 ) PB nr . L 222 van 14 . 8 . 1978 , blz . 11 .

( 5 ) PB nr . L 193 van 18 . 7 . 1983 , blz . 1 .