31975L0129

Richtlijn 75/129/EEG van de Raad van 17 februari 1975 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de Lid- Staten inzake collectief ontslag

Publicatieblad Nr. L 048 van 22/02/1975 blz. 0029 - 0030
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0044
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0054
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0054
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 5 Deel 1 blz. 0185
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 5 Deel 1 blz. 0185


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 17 februari 1975

betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake collectief ontslag

( 75/129/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat het dienstig is de werknemers bij collectief ontslag meer bescherming te bieden waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een evenwichtige sociaal-economische ontwikkeling in de Gemeenschap ;

Overwegende dat er niettegenstaande een convergente ontwikkeling verschillen blijven bestaan tussen de in de Lid-Staten van de Gemeenschap geldende voorschriften wat betreft de modaliteiten en de procedure voor collectief ontslag , alsmede de maatregelen die de gevolgen van dit ontslag voor de werknemers kunnen verzachten ;

Overwegende dat deze verschillen rechtstreeks van invloed kunnen zijn op de werking van de gemeenschappelijke markt ;

Overwegende dat de resolutie van de Raad van 21 januari 1974 betreffende een sociaal actieprogramma ( 3 ) , voorziet in een richtlijn tot onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake collectief ontslag ;

Overwegende dat bijgevolg deze onderlinge aanpassing op de weg van de vooruitgang , in de zin van artikel 117 van het Verdrag , dient te worden bevorderd ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

AFDELING I

Definities en toepassingsgebied

Artikel 1

1 . Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder

a ) collectief ontslag : het ontslag door een werkgever om een of meer redenen die geen betrekking hebben op de persoon van de werknemer , wanneer , ter keuze van de Lid-Staten , het aantal ontslagen werknemers

- gedurende een periode van 30 dagen :

1 . ten minste 10 werknemers bedraagt in plaatselijke eenheden met gewoonlijk meer dan 20 , maar minder dan 100 werknemers ;

2 . ten minste 10 % bedraagt van de werknemers in plaatselijke eenheden met gewoonlijk ten minste 100 , maar minder dan 300 werknemers ;

3 . ten minste 30 bedraagt in plaatselijke eenheden met gewoonlijk ten minste 300 werknemers ;

- dan wel gedurende een periode van 90 dagen ten minste 20 bedraagt , ongeacht het aantal werknemers dat gewoonlijk in de desbetreffende plaatselijke eenheden werkzaam is :

b ) vertegenwoordigers van de werknemers : de vertegenwoordigers van de werknemers volgens het recht of het gebruik in de Lid-Staten .

2 . Deze richtlijn is niet van toepassing :

a ) op collectief ontslag in het kader van arbeidsovereenkomsten , gesloten voor een bepaalde tijd of voor een bepaald werk , behalve wanneer dit ontslag plaatsvindt voor het verstrijken van de tijd of voor de voltooiing van het werk ;

b ) op werknemers bij de overheid of plaatselijke eenheden van publiekrechtelijke aard ( of , in Lid-Staten die dit begrip niet kennen , gelijkwaardige lichamen ) ;

c ) op bemanningen van zeeschepen ;

d ) op werknemers die worden getroffen door het beëindigen van de werkzaamheden van de plaatselijke eenheid dat voortvloeit uit een rechterlijke beslissing .

AFDELING II

Raadplegingsprocedure

Artikel 2

1 . Wanneer de werkgever overweegt collectief ontslag te verlenen , is hij verplicht de vertegenwoordigers van de werknemers te raadplegen ten einde tot een akkoord te komen .

2 . De raadpleging moet ten minste betrekking hebben op de mogelijkheden om de collectieve ontslagen te voorkomen of in aantal te verminderen , alsook op de mogelijkheid om de gevolgen ervan te verzachten .

3 . Ten einde de vertegenwoordigers van de werknemers in staat te stellen constructieve voorstellen te doen , dient de werkgever hun alle nuttige gegevens te verstrekken en , in elk geval , door middel van een schriftelijke mededeling , de redenen van het ontslag , het aantal voor ontslag in aanmerking komende werknemers , het aantal werknemers dat hij gewoonlijk in dienst heeft en de periode die wordt overwogen voor het doen plaatsvinden van de ontslagen .

De werkgever is verplicht de bevoegde overheidsinstantie een afschrift te doen toekomen van de in de eerste alinea vermelde schriftelijke mededeling .

AFDELING III

Procedure voor collectief ontslag

Artikel 3

1 . De werkgever is verplicht , van elk plan voor collectief ontslag schriftelijk kennis te geven aan de bevoegde overheidsinstantie .

Deze kennisgeving moet alle nuttige gegevens bevatten betreffende het plan voor collectief ontslag en de in artikel 2 bedoelde raadpleging van de vertegenwoordigers van de werknemers , met name de redenen van het ontslag , het aantal voor ontslag in aanmerking komende werknemers , het aantal werknemers dat gewoonlijk in dienst is en de periode die wordt overwogen voor het doen plaatsvinden van de ontslagen .

2 . De werkgever is verplicht aan de vertegenwoordigers van de werknemers een afschrift van de in lid 1 bedoelde kennisgeving te doen toekomen .

De vertegenwoordigers van de werknemers kunnen hun eventuele opmerkingen aan de bevoegde overheidsinstantie richten .

Artikel 4

1 . Het collectief ontslag waarvan het plan ter kennis van de bevoegde overheidsinstantie is gebracht , gaat niet eerder in dan 30 dagen na ontvangst van de in artikel 3 , lid 1 , bedoelde kennisgeving , onverminderd de geldende bepalingen betreffende de individuele rechten inzake de opzeggingstermijn .

De Lid-Staten kunnen de bevoegde overheidsinstantie de bevoegdheid verlenen om de in de eerste alinea bedoelde termijn te verkorten .

2 . De in lid 1 bedoelde termijn wordt door de bevoegde overheidsinstantie gebruikt om oplossingen te zoeken voor de problemen die uit het voorgenomen collectief ontslag voortvloeien .

3 . Voor zover de in lid 1 bedoelde oorspronkelijke termijn minder dan 60 dagen bedraagt , kunnen de Lid-Staten de bevoegde overheidsinstantie de bevoegdheid verlenen om de oorspronkelijke termijn te verlengen tot 60 dagen na de kennisgeving , wanneer voor de uit het overwogen collectief ontslag voortvloeiende problemen binnen de oorspronkelijke termijn geen oplossing dreigt te worden gevonden .

De Lid-Staten kunnen de bevoegde overheidsinstantie ruimerne bevoegdheden tot verlenging verlenen .

De werkgever dient onder opgave van redenen voor het verstrijken van de in lid 1 bedoelde oorspronkelijke termijn in kennis te worden gesteld van de verlenging .

AFDELING IV

Slotbepalingen

Artikel 5

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen of in te voeren die gunstiger zijn voor de werknemers .

Artikel 6

1 . Binnen een termijn van twee jaar volgende op de kennisgeving van deze richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen voor het volgen van deze richtlijn in werking treden ; zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten delen aan de Commissie de tekst mede van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij aannemen op het door deze richtlijn bestreken gebied .

Artikel 7

Binnen twee jaar na afloop van de in artikel 6 bedoelde termijn van twee jaar , verstrekken de Lid-Staten aan de Commissie alle nuttige gegevens ten einde haar in staat te stellen aan de Raad een verslag over de toepassing van deze richtlijn voor te leggen .

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 17 februari 1975 .

Voor de Raad

De Voorzitter

R . RYAN

( 1 ) PB nr . C 19 van 12 . 4 . 1973 , blz . 10 .

( 2 ) PB nr . C 100 van 22 . 11 . 1973 , blz . 11 .

( 3 ) PB nr . C 13 van 12 . 2 . 1974 , blz . 1 .