16.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 39/45


BESLUIT Nr. 1/2016 VAN HET SUBCOMITÉ DOUANE EU-REPUBLIEK MOLDAVIË

van 6 oktober 2016

tot vervanging van Protocol II bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking [2017/266]

HET SUBCOMITÉ DOUANE EU-REPUBLIEK MOLDAVIË,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (1), en met name artikel 38 van Protocol II bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 144, lid 2, van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (hierna „de overeenkomst” genoemd), wordt verwezen naar Protocol II bij de overeenkomst (hierna „protocol II” genoemd), dat de oorsprongsregels bevat en voorziet in cumulatie van oorsprong tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië.

(2)

De meeste bepalingen van de overeenkomst op het gebied van de handel en daarmee verband houdende aangelegenheden, met inbegrip van protocol II, zijn voorlopig toegepast sinds 1 september 2014.

(3)

Krachtens artikel 38 van protocol II kan het bij artikel 200 van de overeenkomst opgerichte Subcomité douane besluiten de bepalingen van dat protocol te wijzigen.

(4)

De Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (2) (hierna „de conventie” genoemd) strekt ertoe de protocollen inzake de oorsprongsregels die momenteel van kracht zijn tussen de landen van het pan-Euro-mediterrane gebied, door één rechtshandeling te vervangen.

(5)

De Unie heeft de conventie op 15 juni 2011 ondertekend. Het Gemengd Comité van de conventie heeft, met Besluit nr. 2 van 21 mei 2014 (3), bepaald dat de Republiek Moldavië wordt uitgenodigd om tot de conventie toe te treden.

(6)

De Unie en de Republiek Moldavië hebben hun akte van aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 31 juli 2015 bij de depositaris van de conventie neergelegd. Bijgevolg is op grond van artikel 10, lid 3, van de conventie de conventie voor de Unie en de Republiek Moldavië op respectievelijk 1 mei 2012 en 1 september 2015 in werking getreden.

(7)

Protocol II moet derhalve worden vervangen door een nieuw protocol dat naar de conventie verwijst,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Protocol II bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 december 2016.

Gedaan te Brussel, 6 oktober 2016.

Voor het Subcomité douane

De voorzitter

P. KOVACS

Secretarissen

O. ZIKUNA

N. CALENIC


(1)  PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.

(2)  PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.

(3)  PB L 217 van 23.7.2014, blz. 88.


BIJLAGE

„PROTOCOL II

BETREFFENDE DE DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG” EN REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 1

Toepasselijke regels van oorsprong

1.   Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1) (hierna „de conventie” genoemd), van toepassing.

2.   Alle verwijzingen naar de „desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie gelden als verwijzingen naar deze overeenkomst.

Artikel 2

Geschillenregeling

1.   Indien er een geschil ontstaat in verband met de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I van de conventie dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de controle heeft aangevraagd en de douaneautoriteit die de controle moet uitvoeren, wordt dit aan het Subcomité douane voorgelegd. De bepalingen betreffende het geschillenbeslechtingsmechanisme in hoofdstuk 14 (Beslechting van geschillen) van titel V (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van deze overeenkomst zijn niet van toepassing.

2.   In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel 3

Wijzigingen van het protocol

Het Subcomité douane kan besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel 4

Opzegging van de conventie

1.   Indien ofwel de Europese Unie ofwel de Republiek Moldavië de depositaris van de conventie schriftelijk te kennen geeft de conventie op grond van artikel 9 van de conventie te willen opzeggen, openen de Europese Unie en de Republiek Moldavië onmiddellijk onderhandelingen over oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst.

2.   Tot de inwerkingtreding van deze nieuw overeengekomen oorsprongsregels blijven op deze overeenkomst de op het moment van opzegging geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie van toepassing. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie evenwel zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië toestaan.

Artikel 5

Overgangsbepalingen — cumulatie

Niettegenstaande artikel 16, lid 5, en artikel 21, lid 3, van aanhangsel I van de conventie mag het bewijs van oorsprong een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring zijn indien bij de cumulatie alleen EVA-staten, de Faeröer, de Europese Unie, Turkije, de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces en de Republiek Moldavië zijn betrokken.”


(1)  PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.