29.1.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 23/79


BESLUIT Nr. 2/2016 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-ZWITSERLAND

van 3 december 2015

tot wijziging van Protocol 3 bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking [2016/121]

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de op 22 juli 1972 in Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (1) („de overeenkomst”), en met name artikel 11,

Gezien Protocol 3 bij de overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking („Protocol 3”),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 11 van de overeenkomst wordt verwezen naar Protocol 3 dat de oorsprongsregels bevat en voorziet in de cumulatie van oorsprong tussen de EU, Zwitserland (inclusief Liechtenstein), IJsland, Noorwegen, Turkije, de Faeröer en de deelnemers aan het Barcelonaproces (2).

(2)

Krachtens artikel 39 van Protocol 3 kan het bij artikel 29 van de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen.

(3)

De Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane oorsprongsregels (3) („de conventie”), is opgesteld om de protocollen inzake de oorsprongsregels die momenteel van kracht zijn tussen de landen van het pan-Euro-mediterrane gebied door één rechtshandeling te vervangen.

(4)

De EU en Zwitserland hebben de conventie op 15 juni 2011 ondertekend.

(5)

De EU en Zwitserland hebben hun akte van aanvaarding respectievelijk op 26 maart 2012 en 28 november 2011 bij de depositaris van de conventie neergelegd. Vervolgens is op grond van artikel 10, lid 3, de conventie voor de EU en Zwitserland op respectievelijk 1 mei 2012 en 1 januari 2012 in werking getreden.

(6)

De conventie heeft de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces en de Republiek Moldavië opgenomen in de pan-Euro-mediterrane zone voor oorsprongscumulatie.

(7)

Protocol 3 van de overeenkomst moet daarom worden aangepast om naar de conventie te verwijzen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Protocol 3 bij de overeenkomst betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 1 februari 2016.

Gedaan te Brussel, 3 december 2015.

Voor het Gemengd Comité,

De voorzitter

Luc DEVIGNE


(1)  PB L 300 van 31.12.1972, blz. 189.

(2)  Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, Syrië en Tunesië.

(3)  PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.


BIJLAGE

„PROTOCOL 3

betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden voor administratieve samenwerking

Artikel 1

Toepasselijke regels van oorsprong

Voor de toepassing van deze overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1) („de conventie”) van toepassing.

Alle verwijzingen naar de „desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie gelden als verwijzingen naar deze overeenkomst.

Artikel 2

Geschillenregeling

Indien er een geschil ontstaat in verband met de controleprocedures in artikel 32 van aanhangsel I van de conventie dat niet kan worden opgelost door de douaneautoriteit die de controle heeft aangevraagd en de douaneautoriteit die de controle moet uitvoeren, wordt het aan het Gemengd Comité voorgelegd.

In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.

Artikel 3

Wijzigingen van het protocol

Het Gemengd Comité kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel 4

Opzegging van de conventie

1.   Indien ofwel de EU ofwel Zwitserland de depositaris van de conventie schriftelijk te kennen geeft de conventie op grond van artikel 9 te willen opzeggen, onderhandelen de EU en Zwitserland onmiddellijk over oorsprongsregels voor de toepassing van deze overeenkomst.

2.   Tot de inwerkingtreding van deze nieuw overeengekomen oorsprongsregels blijven op deze overeenkomst de op het moment van opzegging geldende oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie van toepassing. Vanaf de opzegging worden de oorsprongsregels in aanhangsel I en, in voorkomend geval, de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie echter zo uitgelegd dat zij uitsluitend bilaterale cumulatie tussen de EU en Zwitserland toestaan.

Artikel 5

Overgangsbepalingen — cumulatie

Niettegenstaande artikel 16, lid 5, en artikel 21, lid 3, van aanhangsel I van de conventie, mag het bewijs van oorsprong een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een oorsprongsverklaring zijn indien bij de cumulatie alleen EVA-landen, de Faeröer, de EU, Turkije, de deelnemers aan het stabilisatie- en associatieproces en de Republiek Moldavië zijn betrokken.”


(1)  PB L 54 van 26.2.2013, blz. 4.