12.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 212/72


Rectificatie van Besluit nr. 1/2004 (2004/480/EG) van het bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten opgerichte Gemengd Veterinair Comité van 29 april 2004 betreffende de wijziging van aanhangsel 5 van bijlage 11 van de overeenkomst

( Publicatieblad van de Europese Unie L 160 van 30 april 2004 )

Besluit nr. 1/2004 wordt als volgt gelezen:

BESLUIT Nr. 1/2004 VAN HET BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUCTEN OPGERICHTE GEMENGD VETERINAIR COMITÉ

van 28 april 2004

betreffende de wijziging van aanhangsel 5 van bijlage 11 van de overeenkomst

(2004/480/EG)

HET COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de handel in landbouwproducten (hierna „de landbouwovereenkomst” te noemen), en met name artikel 19, lid 3, van bijlage 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De landbouwovereenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden,

(2)

Bijlage 11, aanhangsel 5, hoofdstuk 1, paragraaf III, van de landbouwovereenkomst dient gewijzigd te worden ter vastlegging van een model van een certificaat voor dieren die bestemd zijn voor beweiding in grensgebieden,

BESLUIT:

Artikel 1

Paragraaf III van hoofdstuk 1 van aanhangsel 5 van bijlage 11 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de handel in landbouwproducten wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit, opgesteld in twee exemplaren, wordt ondertekend door de medevoorzitters of andere personen die gemachtigd zijn namens de partijen op te treden.

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste handtekening wordt gezet.

Ondertekend te Bern, 28 april 2004.

Namens de Zwitserse Bondsstaat

Hoofd van de delegatie

Hans WYSS

Ondertekend te Brussel, 27 april 2004.

Namens de Europese Commissie

Hoofd van de delegatie

Alejandro CHECCHI LANG

BIJLAGE

III.   Voorschriften voor dieren die bestemd zijn voor beweiding in grensgebieden

1.

Definities:

Beweiding: het overbrengen van dieren naar weiden in een grensgebied dat beperkt is tot 10 km aan beide kanten van de grens tussen een lidstaat en Zwitserland. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de desbetreffende bevoegde autoriteiten toestemming geven voor een grotere afstand aan beide kanten van de grens tussen Zwitserland en de Gemeenschap.

Dagelijkse beweiding: beweiding, waarbij dieren aan het einde van iedere dag naar het bedrijf van herkomst in een lidstaat of in Zwitserland worden teruggebracht.

2.

Voor de beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland zijn de bepalingen van Beschikking 2001/672/EG van de Commissie (1) van toepassing.

In het kader van deze bijlage geldt artikel 1 van Beschikking 2001/672/EG echter onder voorbehoud van de volgende aanpassingen:

„de periode van 1 mei tot en met 15 oktober” wordt vervangen door „het kalenderjaar”,

voor Zwitserland zijn de in artikel 1 van Beschikking 2001/672/EG bedoelde en in de bijbehorende bijlage vermelde gebiedsdelen:

ZWITSERLAND

Kanton Zürich

Kanton Bern

Kanton Luzern

Kanton Uri

Kanton Schwyz

Kanton Obwald

Kanton Nidwald

Kanton Glaris

Kanton Zug

Kanton Fribourg

Kanton Solothurn

Kanton Basel-Stadt

Kanton Basel-Land

Kanton Schaffhausen

Kanton Appenzell Ausserrhoden

Kanton Appenzell Innerrhoden

Kanton St. Gallen

Kanton Graubünden

Kanton Aargau

Kanton Thurgau

Kanton Ticino

Kanton Vaud

Kanton Valais (wallis)

Kanton Neuchâtel

Kanton Genève

Kanton Jura.

Krachtens de verordening inzake epizoötieën (OFE) van 27 juni 1995, laatstelijk gewijzigd op 9 april 2003 (RS 916.401), en met name krachtens artikel 7 van deze verordening (registratie), en de verordening van 18 augustus 1999 betreffende de databank voor verplaatsing van dieren, laatstelijk gewijzigd op 20 november 2002 (RS 916.404), en met name artikel 2 van deze verordening (inhoud van de databank), kent Zwitserland elk weiland een registratiecode toe, die in het nationale gegevensbestand voor runderen moet worden ingevoerd.

3.

In het geval van beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland neemt de officiële dierenarts van het land van verzending de volgende maatregelen:

a)

hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad (2) bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;

b)

hij onderzoekt de dieren minder dan 48 uur vóór hun vertrek voor beweiding; de dieren moeten naar behoren geïdentificeerd zijn;

c)

geeft een certificaat af volgens het in punt 11 opgenomen model.

4.

De officiële dierenarts van het land van bestemming controleert de dieren bij aankomst in het land van bestemming en onderzoekt of zij voldoen aan de in deze bijlage vastgelegde voorschriften.

5.

Tijdens de gehele duur van de beweiding moeten de dieren onder douanetoezicht blijven.

6.

De eigenaar van de dieren moet:

a)

schriftelijk verklaren dat hij zich, net als elke eigenaar uit een lidstaat of Zwitserland, zal houden aan alle krachtens in deze bijlage voorgeschreven bepalingen en alle andere plaatselijke maatregelen;

b)

de uit de toepassing van deze bijlage voortvloeiende controlekosten betalen;

c)

zijn volledige medewerking geven aan de door de officiële autoriteiten van het land van verzending of bestemming vereiste douane- of veterinaire controle.

7.

Bij de terugkeer van de dieren aan het einde van het beweidingsseizoen of al van tevoren neemt de officiële dierenarts van het land waar het beweidingsgebied zich bevindt de volgende maatregelen:

a)

hij stelt op de datum van afgifte van het certificaat en uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van de dieren via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde geïnformatiseerde verbindingssysteem tussen veterinaire autoriteiten de bevoegde autoriteiten op de plaats van bestemming (lokale veterinaire dienst) in kennis van de verzending van de dieren;

b)

hij onderzoekt de dieren minder dan 48 uur vóór hun vertrek voor beweiding; de dieren moeten naar behoren geïdentificeerd zijn;

c)

geeft een certificaat af volgens het in punt 12 opgenomen model.

8.

Bij het uitbreken van ziekten worden in gezamenlijk overleg tussen de bevoegde veterinaire autoriteiten passende maatregelen genomen.

Bovenbedoelde autoriteiten zullen het vraagstuk van de eventuele kosten onderzoeken. Zo nodig wordt de kwestie aan het Gemengd Veterinair Comité voorgelegd.

9.

In afwijking van de in de punten 1 tot en met 8 vastgelegde bepalingen betreffende beweiding geldt voor de dagelijkse beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland het volgende:

a)

de dieren komen niet met dieren van een ander bedrijf in contact;

b)

de eigenaar van de dieren verplicht zich de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van ieder contact met dieren van een ander bedrijf;

c)

het onder punt 11 hieronder vastgelegde diergezondheidscertificaat dient ieder kalenderjaar bij de eerste invoer van de desbetreffende dieren in een lidstaat of Zwitserland aan de bevoegde veterinaire autoriteiten overgelegd te worden; dit certificaat moet de bevoegde veterinaire autoriteiten te allen tijde op verzoek kunnen worden overgelegd;

d)

de bepalingen van de punten 2 en 3 zijn alleen van toepassing op de eerste verzending van de dieren naar een lidstaat of naar Zwitserland in het desbetreffende kalenderjaar;

e)

de bepalingen van punt 7 zijn niet van toepassing;

f)

de eigenaar van de dieren verplicht zich de bevoegde veterinaire autoriteit in kennis te stellen van het einde van het beweidingsseizoen.

10.

In afwijking van de in aanhangsel 5, hoofdstuk 3, paragraaf VI, onder D, vastgelegde retributies worden de voor dagelijkse beweiding tussen de lidstaten en Zwitserland voorgeschreven retributies slechts eenmaal per kalenderjaar geheven.

11.

Model van het gezondheidscertificaat voor runderen die bestemd zijn voor beweiding in grensgebieden.

Image

Image

Image

Image

Image

Image

Image


(1)  PB L 235 van 4.9.2001, blz. 23.

(2)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/33/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 315 van 19.11.2003, blz. 14).