21994A1223(16)

Multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994) - Bijlage 1 - Bijlage 1B - Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (WTO) WTO

Publicatieblad Nr. L 336 van 23/12/1994 blz. 0191 - 0212
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 38 blz. 0193
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 38 blz. 0193


ALGEMENE OVEREENKOMST BETREFFENDE DE HANDEL IN DIENSTEN

DE LEDEN,

ERKENNENDE dat de handel in diensten steeds belangrijker wordt voor de groei en ontwikkeling van de wereldeconomie;

GELEID door de wens een multilateraal kader van beginselen en regels voor de handel in diensten in te stellen, met het oog op de uitbreiding van deze handel onder voorwaarden van doorzichtigheid en geleidelijke liberalisering en als middel om de economische groei van alle handelspartners, alsmede de ontwikkeling van de ontwikkelingslanden te bevorderen;

GELEID door de wens de handel in diensten op korte termijn geleidelijk te liberaliseren door middel van achtereenvolgende multilaterale onderhandelingsronden die gericht zijn op de bevordering van de belangen van alle partijen op basis van wederzijds voordeel en op het bereiken van een globaal evenwicht tussen rechten en plichten, met inachtneming van de nationale beleidsdoelstellingen;

ERKENNENDE dat de Leden het recht hebben de verlening van diensten op hun grondgebied, nu en in de toekomst, aan regelingen te onderwerpen met het oog op nationale beleidsdoelstellingen en dat het, gezien de ongelijke mate van ontwikkeling van de voorschriften inzake dienstverlening in de onderscheiden landen, vooral de ontwikkelingslanden zijn die aan de uitoefening van dit recht behoefte hebben;

GELEID door de wens de ontwikkelingslanden steeds meer bij de handel in diensten te betrekken en de uitbreiding van hun dienstenexport te bevorderen, onder andere door een versterking van de capaciteit van hun binnenlandse dienstensector en een verbetering van de doelmatigheid en het concurrentievermogen van deze sector;

MET NAME REKENING HOUDEND met de ernstige moeilijkheden van de minstontwikkelde landen vanwege hun bijzondere economische situatie en hun behoeften op het gebied van ontwikkeling, handel en financiën,

KOMEN HIERBIJ HET VOLGENDE OVEREEN:

DEEL I TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel I

Toepassingsgebied en definities

1. Deze Overeenkomst is van toepassing op maatregelen van Leden die de handel in diensten raken.

2. De handel in diensten wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst gedefinieerd als de verlening van een dienst:

a) vanaf het grondgebied van een Lid naar het grondgebied van een ander Lid;

b) binnen het grondgebied van een Lid ten behoeve van de gebruiker van een dienst van een ander Lid;

c) door een dienstverlener van een Lid, via een commerciële aanwezigheid op het grondgebied van een ander Lid;

d) door een dienstverlener van een Lid, via de aanwezigheid van natuurlijke personen van een Lid op het grondgebied van een ander Lid.

3. Voor de toepassing van deze overeenkomst:

a) betekent "maatregelen van Leden" maatregelen genomen door:

i) centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en

ii) niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden.

Ieder Lid neemt voor de uitvoering van zijn verplichtingen en verbintenissen ingevolge deze Overeenkomst alle redelijke maatregelen waartoe hij bevoegd is om ervoor te zorgen dat deze op zijn grondgebied door regionale en lokale overheden en autoriteiten, alsmede niet-gouvernementele organisaties in acht worden genomen;

b) omvatten "diensten" alle diensten in iedere sector behalve de bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten;

c) betekent "een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst" iedere dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend.

DEEL II ALGEMENE VERPLICHTINGEN EN DISCIPLINES

Artikel II

Meestbegunstiging

1. Ten aanzien van alle maatregelen die onder deze Overeenkomst vallen, behandelt ieder Lid diensten en dienstverleners van een ander Lid terstond en onvoorwaardelijk niet ongunstiger dan soortgelijke diensten en dienstverleners uit enig ander land.

2. Een Lid mag een met lid 1 strijdige maatregel handhaven, mits een dergelijke maatregel is vermeld in de bijlage betreffende vrijstellingen van de toepassing van artikel II en aan de voorwaarden daarvan voldoet.

3. De bepalingen van deze Overeenkomst worden niet zodanig uitgelegd dat een Lid hierdoor wordt verhinderd aangrenzende landen voordelen toe te staan of te verlenen om het handelsverkeer dat beperkt is tot plaatselijk voortgebrachte en verbruikte diensten in naast elkaar liggende grenszones te vergemakkelijken.

Artikel III

Doorzichtigheid

1. Ieder Lid maakt alle relevante maatregelen van algemene gelding die met de werking van deze Overeenkomst verband houden of deze raken onmiddellijk bekend en uiterlijk op het moment van hun inwerkingtreding, behalve in noodsituaties. Ondertekent een Lid een internationale overeenkomst die verband houdt met de handel in diensten of deze raakt, dan wordt deze eveneens bekendgemaakt.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde bekendmaking niet praktisch uitvoerbaar is, wordt de informatie op een andere wijze ter beschikking van het publiek gesteld.

3. Ieder Lid stelt de Raad voor de Handel in Diensten onmiddellijk en ten minste één maal per jaar in kennis van de invoering van nieuwe, of de wijziging van bestaande wetten, regelingen of administratieve richtlijnen die met name van betekenis zijn voor de handel in diensten die onder een van zijn specifieke verbintenissen ingevolge deze Overeenkomst valt.

4. Ieder Lid beantwoordt terstond verzoeken van een ander Lid om specifieke informatie over iedere door hem genomen maatregel van algemene gelding of door hem gesloten internationale overeenkomst in de zin van lid 1. Tevens richt ieder Lid een of meer informatiepunten op ten einde, op verzoek, over al deze aangelegenheden, alsmede de aangelegenheden waarvoor de kennisgevingsplicht van lid 3 geldt, informatie aan andere Leden te verstrekken. Deze informatiepunten worden binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO (in deze Overeenkomst de "WTO-Overeenkomst" genoemd) opgericht. Voor een individueel Lid dat ontwikkelingsland is kan een zekere flexibiliteit worden overeengekomen wat de termijn voor de oprichting van informatiepunten betreft. Wetten en regelingen behoeven niet bij de informatiepunten te worden neergelegd.

5. Is een Lid van oordeel dat een door een ander Lid genomen maatregel de werking van deze Overeenkomst raakt, dan kan hij deze maatregel bij de Raad voor de Handel in Diensten aanmelden.

Artikel III bis

Bekendmaking van vertrouwelijke informatie

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst verplicht een Lid tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving belemmert, die anderszins met het openbaar belang in strijd is of die schadelijk is voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.

Artikel IV

Grotere deelname van de ontwikkelingslanden

1. De grotere deelname aan de wereldhandel van de Leden die ontwikkelingsland zijn wordt bevorderd door specifieke, uit onderhandelingen voortvloeiende verbintenissen van de verschillende Leden overeenkomstig de delen III en IV van deze Overeenkomst en die betrekking hebben op:

a) de versterking van de binnenlandse capaciteit van de dienstensector van de Leden die ontwikkelingsland zijn en de verbetering van de doelmatigheid en het concurrentievermogen van deze sector, onder andere door toegang tot technologie op commerciële basis;

b) de verbetering van hun toegang tot distributiekanalen en informatienetwerken; en

c) de liberalisering van de markttoegang in sectoren en vormen van dienstverlening waarvan de export voor hen van belang is.

2. Leden die ontwikkelde landen zijn, en voor zover mogelijk ook andere Leden, richten binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst contactpunten op ter verbetering van de toegang van dienstverleners van de Leden die ontwikkelingslanden zijn tot informatie over hun respectieve markten betreffende:

a) de commerciële en technische aspecten van dienstverlening;

b) de registratie, erkenning en verkrijging van beroepskwalificaties; en

c) de beschikbaarheid van dienstentechnologie.

3. Bij de toepassing van de leden 1 en 2 zal bijzondere prioriteit worden verleend aan de Leden die minstontwikkelde landen zijn. Met name zal rekening worden gehouden met de ernstige moeilijkheden van de minstontwikkelde landen bij het aanvaarden van uit de onderhandelingen voortvloeiende specifieke verbintenissen vanwege hun bijzondere economische situatie en hun behoeften op het gebied van ontwikkeling, handel en financiën.

Artikel V

Economische integratie

1. Deze Overeenkomst vormt voor geen enkel Lid een beletsel partij te zijn of te worden bij een overeenkomst tot liberalisering van de handel in diensten tussen de bij de Overeenkomst aangesloten partijen, op voorwaarde dat een dergelijke overeenkomst:

a) een brede sectorale toepassing heeft (1) en

b) voorziet in de afwezigheid of opheffing tussen partijen van nagenoeg alle vormen van discriminatie in de zin van artikel XVII in de onder a) bedoelde sectoren door middel van:

i) opheffing van bestaande discriminerende maatregelen, en/of

ii) een verbod nieuwe discriminerende maatregelen te nemen of maatregelen die een verdergaande discriminatie inhouden,

hetzij bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, hetzij op basis van een redelijk tijdschema, en met uitzondering van maatregelen die op grond van de artikelen XI, XII, XIV en XIV bis zijn toegestaan.

2. Om te beoordelen of aan de voorwaarden van lid 1, onder b), is voldaan, kan de verhouding tussen de overeenkomst en een breder proces van economische integratie of handelsliberalisering tussen de betrokken landen in aanmerking worden genomen.

3. a) Wanneer ontwikkelingslanden partij zijn bij een overeenkomst van de in lid 1 genoemde soort, wordt bij het onderzoek of aan de voorwaarden van lid 1, en met name die onder b), de nodige flexibiliteit in acht genomen, in overeenstemming met hun ontwikkelingsniveau, zowel in het algemeen als per afzonderlijke sector en subsector.

b) In afwijking van lid 6 kan, wanneer uitsluitend ontwikkelingslanden partij zijn bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst, een gunstiger behandeling worden toegekend aan rechtspersonen die eigendom zijn van of die bestuurd worden door natuurlijke personen van een van de partijen bij die overeenkomst.

4. Elke in lid 1 genoemde overeenkomst wordt opgesteld om de handel tussen de partijen bij die overeenkomst te vereenvoudigen en mag het algemene niveau van belemmeringen in de handel in diensten in de desbetreffende sectoren en subsectoren voor Leden die geen partij bij de overeenkomst zijn niet verhogen in vergelijking met de situatie vóór het bestaan van die overeenkomst.

5. Wanneer een Lid bij de sluiting, de uitbreiding of een belangrijke wijziging van een in lid 1 bedoelde overeenkomst voornemens is een specifieke verbintenis in strijd met de voorwaarden in de betrokken lijst in te trekken of te wijzigen, meldt het een dergelijke wijziging of intrekking minstens 90 dagen van tevoren aan, en is de procedure van artikel XXI, leden 2, 3 en 4, van toepassing.

6. Een dienstverlener van een ander Lid die een rechtspersoon is naar het recht van een partij bij een in lid 1 genoemde overeenkomst, heeft recht op de krachtens die overeenkomst toegekende behandeling, mits hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties op het grondgebied van de partijen bij die overeenkomst.

7. a) Leden die partij zijn bij een in lid 1 genoemde overeenkomst melden die overeenkomst en iedere uitbreiding of belangrijke wijziging daarvan onmiddellijk bij de Raad voor de Handel in Diensten aan. Ook verstrekken zij de Raad alle eventueel door hem gevraagde relevante informatie. De Raad kan een werkgroep instellen ten einde die overeenkomst, of de uitbreiding of wijziging van die overeenkomst te onderzoeken en de Raad verslag te doen over de verenigbaarheid ervan met dit artikel.

b) Leden die partij zijn bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst die op basis van een tijdschema wordt uitgevoerd, brengen de Raad voor de Handel in Diensten regelmatig verslag uit over de uitvoering van die overeenkomst. De Raad kan, indien hij dit noodzakelijk acht, een werkgroep instellen ten einde die verslagen te onderzoeken.

c) Op basis van de verslagen van de onder a) en b) bedoelde werkgroepen kan de Raad de door hem dienstig geachte aanbevelingen aan de partijen doen.

8. Een Lid dat partij bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst is, mag geen compensatie vragen voor handelsvoordelen die een ander Lid op grond van die overeenkomst kan verkrijgen.

Artikel V bis

Overeenkomsten inzake de integratie van arbeidsmarkten

Deze Overeenkomst vormt voor geen enkel Lid een beletsel partij te zijn bij een overeenkomst tot volledige integratie (2) van de arbeidsmarkten tussen partijen mits die overeenkomst:

a) burgers van partijen bij de overeenkomst vrijstelt van eisen inzake verblijfs- en werkvergunningen;

b) bij de Raad voor de Handel in Diensten wordt aangemeld.

Artikel VI

Binnenlandse regelingen

1. Ieder Lid ziet erop toe dat in de sectoren waarvoor specifieke verbintenissen worden aangegaan, alle maatregelen van algemene gelding die de handel in diensten raken op redelijke, objectieve en onpartijdige wijze worden toegepast.

2. a) Ieder Lid houdt de rechtbanken, scheidsgerechten, administratieve rechtbanken of procedures in stand of stelt deze zo snel als praktisch mogelijk is in die administratieve besluiten die de handel in diensten raken op verzoek van een betrokken dienstverlener terstond onderzoeken, en zo nodig, herzien. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, zien de Leden erop toe dat de procedures feitelijk in een objectieve en onpartijdige onderzoek voorzien.

b) Alinea a) wordt niet zodanig uitgelegd dat van een Lid wordt geëist dat deze rechtbanken of procedures instelt indien dit onverenigbaar is met zijn constitutionele structuur of de aard van zijn rechtsstelsel.

3. Indien de verlening van een dienst waarvoor een specifieke verbintenis is aangegaan van een vergunning afhankelijk is, delen de bevoegde autoriteiten van een Lid de aanvrager binnen een redelijke termijn na de indiening van de volgens nationale wetten en regels volledige aanvraag mede welk gevolg zij hieraan hebben gegeven. De bevoegde autoriteiten geven de aanvrager, op verzoek, zonder ongerechtvaardigde vertraging, informatie over de stand van zaken betreffende de aanvraag.

4. De Raad voor de Handel in Diensten stelt, eventueel via door hem in te stellen geëigende organen, alle disciplines op die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat maatregelen in verband met kwalificaties en procedures, technische normen en vergunningen geen onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen. Deze disciplines zijn erop gericht ervoor te zorgen dat deze eisen, onder andere,

a) gebaseerd zijn op objectieve en doorzichtige criteria, zoals bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen;

b) niet strenger zijn dan noodzakelijk is om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen;

c) in geval van vergunningsprocedures, op zich geen beperking voor de verlening van de dienst vormen.

5. a) In sectoren waarvoor een Lid specifieke verbintenissen is aangegaan, in afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomstig lid 4 voor deze sectoren opgestelde disciplines, past het Lid geen voorschriften op het gebied van vergunningen, kwalificaties en technische normen toe die de specifieke verbintenissen te niet doen of uithollen:

i) waardoor niet aan de in lid 4, onder a), b) of c), omschreven criteria wordt voldaan, en

ii) op een wijze die redelijkerwijs niet van dat Lid kon worden verwacht op het moment dat de specifieke verbintenissen voor die sectoren werden aangegaan.

b) Bij de beoordeling of een Lid overeenkomstig de verplichting van lid 5, onder a), handelt, wordt rekening gehouden met de door dat Lid toegepaste internationale normen van de bevoegde internationale organisaties (3).

6. In sectoren waarvoor specifieke verbintenissen ten aanzien van de diensten van deskundigen zijn aangegaan, ziet ieder Lid erop toe dat passende procedures bestaan om de bekwaamheid van deskundigen van een ander Lid te toetsen.

Artikel VII

Erkenning

1. Een Lid kan erkennen dat in een bepaald land genoten onderwijs, opgedane ervaring, vervulde voorwaarden of afgegeven vergunningen of certificaten geheel of gedeeltelijk voldoen aan door hem gehanteerde normen of criteria voor het verlenen van goedkeuring of voor het afgeven van vergunningen of certificaten aan dienstverleners, met inachtneming van het bepaalde in lid 3. Deze erkenning, die via harmonisatie of op andere wijze kan geschieden, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom worden verleend.

2. Een Lid dat partij bij een bestaande of toekomstige overeenkomst of regeling van de in lid 1 bedoelde soort is, biedt andere geïnteresseerde Leden passende mogelijkheden met hem over toetreding tot die overeenkomst of regeling of over vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen. Indien een Lid autonoom tot erkenning overgaat, geeft het elk ander Lid voldoende gelegenheid aan te tonen dat op het grondgebied van dat andere Lid genoten onderwijs, opgedane ervaring, verkregen vergunningen of certificaten dan wel vervulde voorwaarden erkend zouden moeten worden.

3. Een Lid gaat niet tot erkenning over op een wijze die een middel tot discriminatie tussen landen zou zijn bij de toepassing van zijn normen of criteria voor het verlenen van goedkeuring, of het afgeven van vergunningen of certificaten aan dienstverleners, dan wel een verkapte beperking van de handel.

4. Ieder Lid:

a) deelt de Raad voor de Handel in Diensten binnen 12 maanden na de datum waarop de WTO-Overeenkomst voor hem van kracht is geworden zijn bestaande erkenningsmaatregelen mede en geeft daarbij aan of die maatregelen op overeenkomsten of regelingen van de in lid 1 bedoelde soort gebaseerd zijn;

b) deelt de Raad voor de Handel in Diensten zo vroeg mogelijk vóór de opening van onderhandelingen over een overeenkomst of regeling van de in lid 1 bedoelde soort mede dat onderhandelingen zullen aanvangen, zodat elk ander Lid voldoende gelegenheid heeft om van zijn interesse aan de deelname aan de onderhandelingen blijk te geven voordat deze een essentiële fase ingaan;

c) deelt de Raad voor de Handel in Diensten terstond mede wanneer het nieuwe erkenningsmaatregelen aanneemt of bestaande aanmerkelijk wijzigt en geeft daarbij aan of de maatregelen op een overeenkomst of regeling van de in lid 1 bedoelde soort zijn gebaseerd.

5. Telkens wanneer dit gepast is, dient erkenning op grond van multilateraal overeengekomen criteria te geschieden. In daartoe geëigende gevallen werken de Leden met de bevoegde overheidsinstanties en niet-gouvernementele organisaties samen bij de opstelling en goedkeuring van gemeenschappelijke internationale normen en criteria voor erkenning en van gemeenschappelijke internationale normen voor de uitoefening van activiteiten en beroepen in verband met de dienstverlening.

Artikel VIII

Monopolies en exclusieve dienstverleners

1. Ieder Lid ziet erop toe dat een dienstverlener met een monopolie op zijn grondgebied, bij de verlening van een dienst op de markt waarop hij een monopolie heeft, niet handelt op een wijze die strijdig is met de verplichtingen van dat Lid ingevolge artikel II en zijn specifieke verbintenissen.

2. Indien een dienstverlener met een monopolie van een Lid, direct of via een gelieerd bedrijf, concurreert voor de verlening van een dienst die niet onder zijn monopolierechten valt en waarvoor dat Lid specifieke verbintenissen is aangegaan, ziet dat Lid erop toe dat die dienstverlener geen misbruik van zijn monopoliepositie maakt om op zijn grondgebied in strijd met deze verbintenissen te handelen.

3. Op verzoek van een Lid dat redenen heeft om aan te nemen dat een dienstverlener met een monopolie van een ander Lid in strijd met lid 1 of lid 2 handelt, kan de Raad voor de Handel in Diensten het Lid dat deze dienstverlener heeft opgericht, in stand houdt of vergunning verleent, vragen specifieke inlichtingen over de desbetreffende transacties te verstrekken.

4. Indien een Lid na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst monopolierechten tot verlening van een onder zijn specifieke verbintenissen vallende dienst toekent, meldt dat Lid dit ten laatste drie maanden voor de voorgenomen datum van effectieve verlening van de monopolierechten bij de Raad voor de Handel in Diensten aan en zijn de bepalingen van artikel XXI, leden 2, 3 en 4, van toepassing.

5. Dit artikel is tevens van toepassing op exclusievere dienstverleners indien een Lid, formeel of feitelijk, a) een klein aantal dienstverleners opricht of daaraan vergunning verleent, en b) de mededinging tussen hen op zijn grondgebied aanmerkelijk verhindert.

Artikel IX

Handelspraktijken

1. De Leden erkennen dat bepaalde handelspraktijken van dienstverleners, andere dan die welke in artikel VIII zijn bedoeld, de mededinging en daarmee de handel in diensten kunnen beperken.

2. Ieder Lid treedt op verzoek van een ander Lid in overleg met het oog op uitbanning van de in lid 1 genoemde praktijken. Het aangezochte Lid behandelt dit verzoek diepgaand en met welwillendheid en werkt mee door middel van de verstrekking van algemeen beschikbare, niet-vertrouwelijke informatie die voor het betrokken geval van belang is. Het aangezochte Lid verstrekt tevens andere beschikbare informatie aan het verzoekende Lid, onder voorbehoud van zijn nationale recht en het sluiten van een bevredigende overeenkomst betreffende de eerbiediging van de vertrouwelijke aard van deze informatie door het verzoekende Lid.

Artikel X

Urgentie-vrijwaringsmaatregelen

1. Er worden multilaterale onderhandelingen gevoerd over urgentie-vrijwaringsmaatregelen die van het beginsel van non-discriminatie uitgaan. De resultaten van die onderhandelingen worden uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst van kracht.

2. In de periode die voorafgaat aan het van kracht worden van de resultaten van de in lid 1 genoemde onderhandelingen kan ieder Lid, in afwijking van artikel XXI, lid 1, de Raad voor de Handel in Diensten in kennis stellen van zijn voornemen een specifieke verbintenis een jaar na de inwerkingtreding te wijzigen of in te trekken, voor zover het Lid de Raad redenen kan opgeven voor het feit dat met de wijziging of intrekking niet tot het verstrijken van de in artikel XXI, lid 1, vermelde termijn van drie jaar kan worden gewacht.

3. Lid 1 vervalt drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst.

Artikel XI

Betalingen en overmakingen

1. Een Lid past geen beperkingen toe op internationale overmakingen en betalingen voor lopende transacties die verband houden met zijn specifieke verbintenissen, behoudens in de in artikel XII genoemde omstandigheden.

2. Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst doet afbreuk aan de rechten en plichten van de leden van het Internationale Monetaire Fonds die uit de Artikelen van Overeenkomst van dit Fonds voortvloeien, met inbegrip van wisselkoersmaatregelen overeenkomstig de Artikelen van Overeenkomst, voor zover een Lid geen beperkingen instelt op kapitaaltransacties op een wijze die in strijd is met zijn specifieke verbintenissen betreffende die transacties, behalve bij toepassing van artikel XII of op verzoek van het Fonds.

Artikel XII

Beperkingen ter bescherming van de betalingsbalans

1. In geval van ernstige problemen of dreigende ernstige problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie, mag een Lid beperkingen op de handel in diensten waarvoor het specifieke verplichtingen is aangegaan instellen of in stand houden, waaronder beperkingen op betalingen of overmakingen voor transacties die met die verbintenissen verband houden. Erkend wordt dat een bijzondere druk op de betalingsbalans van een Lid dat met economische ontwikkeling of economische omschakeling bezig is het instellen van beperkingen noodzakelijk kan maken om dit Lid, onder andere, in staat te stellen voldoende financiële reserves aan te houden om het programma voor economische ontwikkeling of economische omschakeling te kunnen uitvoeren.

2. De in lid 1 bedoelde beperkingen:

a) mogen niet discrimineren tussen de Leden;

b) zijn in overeenstemming met de Artikelen van Overeenkomst van het Internationale Monetaire Fonds;

c) brengen geen onnodig nadeel toe aan de commerciële, economische en financiële belangen van de andere Leden;

d) gaan niet verder dan gezien de in lid 1 beschreven omstandigheden noodzakelijk is;

e) zijn tijdelijk en worden geleidelijk opgeheven naarmate de in lid 1 omschreven situatie verbetert.

3. Bij de vaststelling van de beperkingen mogen de Leden voorrang geven aan de verlening van diensten die van groter belang zijn voor hun economische programma's of ontwikkelingsprogramma's. Deze beperkingen mogen evenwel niet worden vastgesteld of gehandhaafd ten behoeve van de bescherming van een bepaalde dienstensector.

4. Elke ingevolge lid 1 vastgestelde, gehandhaafde of gewijzigde beperking wordt terstond bij de Algemene Raad aangemeld.

5. a) Leden die de bepalingen van dit artikel toepassen plegen terstond overleg met de Commissie Betalingsbalansbeperkingen over de krachtens dit artikel aangenomen beperkingen.

b) De Ministeriële Conferentie stelt procedures (4) vast voor periodiek overleg ten einde het betrokken Lid alle nuttig geachte aanbevelingen te kunnen doen.

c) Bij dit overleg worden de betalingsbalanspositie van het betrokken Lid en de krachtens dit artikel vastgestelde of gehandhaafde beperkingen onderzocht, waarbij onder meer de volgende factoren in aanmerking worden genomen:

i) de aard en omvang van de problemen op het gebied van de betalingsbalans en de buitenlandse financiële positie;

ii) het buitenlandse economische milieu en het handelsmilieu van het Lid dat overleg pleegt;

iii) andere corrigerende maatregelen die eventueel genomen kunnen worden.

d) Het overleg heeft betrekking op de verenigbaarheid van een beperking met lid 2, met name met de geleidelijke opheffing van beperkingen in overeenstemming met lid 2, onder e).

e) Bij dit overleg worden alle bevindingen van statistische en andere gegevens die van het Internationale Monetaire Fonds afkomstig zijn met betrekking tot deviezen, monetaire reserves en betalingsbalansen aanvaard en de conclusies worden gebaseerd op het oordeel van het Fonds over de betalingsbalans en de externe financiële positie van het Lid dat overleg pleegt.

6. Wanneer een Lid dat niet bij het Internationale Monetaire Fonds is aangesloten de bepalingen van dit artikel wil toepassen, stelt de Ministeriële Conferentie een onderzoekprocedure en elke andere noodzakelijke procedure in.

Artikel XIII

Overheidsopdrachten

1. De artikelen II, XVI en XVII zijn niet van toepassing op wetten, voorschriften of eisen voor de verwerving door overheidsinstanties van diensten aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of het gebruik bij dienstverlening voor commerciële verkoop.

2. Binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst vinden multilaterale onderhandelingen plaats over overheidsopdrachten voor diensten die onder deze Overeenkomst vallen.

Artikel XIV

Algemene uitzonderingen

Onder voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen waar gelijksoortige omstandigheden heersen of tot een verkapte beperking van de handel in diensten, wordt geen bepaling in deze Overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of toepassen door een Lid van maatregelen:

a) die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde (5);

b) die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

c) die noodzakelijk zijn voor de handhaving van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

i) het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van dienstenovereenkomsten te compenseren;

ii) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en de bescherming van vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

iii) veiligheid;

d) die strijdig zijn met artikel XVII, mits het verschil in behandeling is bedoeld om directe belastingen op billijke of doeltreffende wijze (6) te kunnen opleggen of innen ten aanzien van diensten of dienstverleners van andere Leden;

e) die strijdig zijn met artikel II, mits het verschil in behandeling het gevolg is van een overeenkomst ter vermijding van dubbele belastingheffing of van bepalingen ter vermijding van dubbele belastingheffing in een internationale overeenkomst of regeling waaraan een Lid is gebonden.

Artikel XIV bis

Uitzonderingen met betrekking tot de staatsveiligheid

1. Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat zij:

a) een Lid verplicht gegevens te verstrekken waarvan openbaarmaking naar zijn oordeel tegen zijn wezenlijke veiligheidsbelangen indruist; of

b) een Lid belet maatregelen te nemen die het ter bescherming van de wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die

i) betrekking hebben op de verlening van diensten die direct of indirect de bevoorrading van een militaire inrichting als doel hebben;

ii) betrekking hebben op splijt- of fusiestoffen of grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd;

iii) in tijden van oorlog of van ernstige internationale spanningen worden genomen, of

c) een Lid belet maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge zijn verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.

2. De Raad voor de Handel in Diensten wordt zo volledig mogelijk op de hoogte gebracht van de op grond van lid 1, onder b) en c), genomen maatregelen en de beëindiging daarvan.

Artikel XV

Subsidies

1. De Leden erkennen dat subsidies, in bepaalde omstandigheden, de handel in diensten kunnen verstoren. De Leden treden met elkaar in onderhandeling ten einde de noodzakelijke multilaterale disciplines te ontwikkelen om deze handelsverstoring te voorkomen (7). Bij deze onderhandelingen wordt tevens de gegrondheid van compenserende procedures besproken, waarbij de rol van subsidies in het kader van ontwikkelingsprogramma's van ontwikkelingslanden wordt erkend en met de behoeften van de Leden, met name van de Leden die ontwikkelingsland zijn, aan flexibiliteit op dit gebied rekening wordt gehouden. Met het oog op deze onderhandelingen wisselen de Leden informatie uit over alle subsidies in verband met de handel in diensten die zij hun binnenlandse dienstverleners toekennen.

2. Elk Lid dat zich door een subsidie van een ander Lid benadeeld acht, kan om overleg over deze aangelegenheden met dat Lid verzoeken. Een dergelijk verzoek wordt in welwillende overweging genomen.

DEEL III SPECIFIEKE VERBINTENISSEN

Artikel XVI

Markttoegang

1. Wat markttoegang via de in artikel I genoemde vormen van dienstverlening betreft, geeft elk Lid diensten en dienstverleners van een ander Lid geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en in zijn Lijst opgenomen. (8).

2. In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de volgende maatregelen door een Lid niet gehandhaafd noch genomen, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor zijn gehele grondgebied, tenzij in zijn Lijst anders is bepaald:

a) beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners dan wel in de vorm van de eis van een onderzoek naar economische behoeften;

b) beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota dan wel de eis van een onderzoek naar economische behoeften;

c) beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar economische behoeften (9);

d) beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde dienstensector mag werken of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor, en zich rechtstreeks bezig houden met, de verlening van een specifieke dienst in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische behoeften;

e) maatregelen die het verlenen van diensten tot bepaalde rechtsvormen of joint-ventures beperken;

f) beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal in termen van een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.

Artikel XVII

Nationale behandeling

1. Wat de in zijn Lijst opgenomen sectoren aangaat, en onder voorbehoud van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, behandelt ieder Lid diensten en dienstverleners van andere Leden niet ongunstiger dan zijn eigen soortgelijke diensten en dienstverleners in verband met alle maatregelen die de dienstverlening raken (10).

2. Een Lid kan aan de verplichting van lid 1 voldoen door diensten en dienstverleners van de andere Leden hetzij formeel op gelijke wijze als de eigen soortgelijke diensten en dienstverleners te behandelen hetzij deze formeel een verschillende behandeling te geven.

3. Een formeel gelijke of een formeel verschillende behandeling wordt als ongunstiger beschouwd indien deze de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten en dienstverlening van het Lid ten opzichte van soortgelijke diensten of dienstverleners van een ander Lid.

Artikel XVIII

Bijkomende verbintenissen

De Leden kunnen over verbintenissen onderhandelen met betrekking tot maatregelen die de handel in diensten raken en op grond van artikel XVI of artikel XVIII niet in de Lijsten zijn opgenomen, met inbegrip van maatregelen op het gebied van kwalificaties, normen en vergunningen. Deze verbintenissen worden opgenomen in de Lijst van een Lid.

DEEL IV GELEIDELIJKE LIBERALISERING

Artikel XIX

Onderhandelingen over specifieke verbintenissen

1. Overeenkomstig de doelstellingen van deze Overeenkomst nemen de Leden aan achtereenvolgende onderhandelingsronden deel die uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst zullen aanvangen en daarna regelmatig zullen plaatsvinden ten einde de handel in diensten steeds meer te liberaliseren. Deze onderhandelingen zijn gericht op de beperking of afschaffing van maatregelen die van negatieve invloed zijn op de handel in diensten ten einde de markten daadwerkelijk toegankelijk te maken. Hierbij wordt gestreefd naar de bevordering van de belangen van alle deelnemers op basis van wederzijds voordeel en het bereiken van een globaal evenwicht tussen rechten en plichten.

2. Bij het liberaliseringsproces wordt rekening gehouden met de nationale beleidsdoelstellingen en het ontwikkelingsniveau van de individuele Leden, zowel globaal als per sector. Voor individuele Leden die ontwikkelingsland zijn wordt in de nodige flexibiliteit voorzien: zij behoeven minder sectoren open te stellen, minder soorten transacties te liberaliseren, zij mogen hun markten geleidelijk openstellen afhankelijk van hun ontwikkelingssituatie en de opening van hun markten voor buitenlandse dienstverleners afhankelijk stellen van voorwaarden die erop gericht zijn de in artikel IV genoemde doeleinden te bereiken.

3. Voor iedere ronde worden onderhandelingsrichtsnoeren en procedures vastgesteld. Bij de vaststelling van deze richtsnoeren gaat de Raad voor de Handel in Diensten over tot een evaluatie van de handel in diensten, in globale termen en op sectorale basis, door vergelijking met de doelstellingen van deze Overeenkomst, waaronder die van artikel IV, lid 1. In de onderhandelingsrichtsnoeren wordt bepaald op welke wijze de liberalisering wordt behandeld die Leden sinds de vorige onderhandelingen op autonome wijze hebben ondernomen, alsook, op grond van artikel IV, lid 3, wat de speciale behandeling inhoudt van de Leden die minstontwikkelde landen zijn.

4. Het proces van geleidelijke liberalisering wordt tijdens iedere ronde voortgezet door middel van bilaterale, plurilaterale of multilaterale onderhandelingen die gericht zijn op de verhoging van het algemene niveau van de verbintenissen die de Leden ingevolge deze Overeenkomst zijn aangegaan.

Artikel XX

Lijsten van specifieke verbintenissen

1. Ieder Lid stelt een lijst op van de specifieke verbintenissen die het op grond van deel III van deze Overeenkomst aangaat. Met betrekking tot de sectoren waarvoor dergelijke verbintenissen zijn aangegaan, wordt in iedere Lijst het volgende vermeld:

a) de voorwaarden voor en de beperkingen op de markttoegang;

b) de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;

c) de verplichtingen in verband met bijkomende verbintenissen;

d) indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen; en

e) de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.

2. Maatregelen die zowel met artikel XVI als artikel XVII strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel XVI. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel XVII beschouwd.

3. De Lijsten van specifieke verbintenissen worden als bijlage bij deze Overeenkomst gevoegd en vormen een onderdeel daarvan.

Artikel XXI

Wijziging van de Lijsten

1. a) Een Lid (in dit artikel "Lid dat een wijziging aanbrengt" genoemd) kan elke verbintenis die in zijn Lijst is opgenomen, na verloop van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van die verbintenis, steeds wijzigen of intrekken, in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.

b) Een Lid dat een wijziging aanbrengt meldt zijn voornemen een verbintenis krachtens dit artikel te wijzigen of in te trekken uiterlijk drie maanden voor de voorgenomen datum van uitvoering van de wijziging of intrekking bij de Raad voor de Handel in Diensten aan.

2. a) Loopt een Lid (hierna "getroffen Lid" genoemd) het risico dat de voordelen die hem op grond van deze Overeenkomst toekomen door een overeenkomstig lid 1, onder b), voorgenomen wijziging of intrekking worden aangetast, dan treedt het Lid dat een wijziging aanbrengt op verzoek van het getroffen Lid in onderhandeling om tot een akkoord te komen over een eventueel noodzakelijke compensatie. Bij deze onderhandelingen en in dit akkoord trachten de betrokken Leden een algemeen niveau van wederzijds voordelige verbintenissen te handhaven dat niet ongunstiger voor de handel is dan het niveau waarin de Lijsten van specifieke verbintenissen voorzagen voordat de onderhandelingen werden aangegaan.

b) Compensatie is op het meestbegunstigingsprincipe gebaseerd.

3. a) Indien voor het verstrijken van de voor onderhandelingen bepaalde periode geen akkoord is bereikt tussen het Lid dat een wijziging aanbrengt en het getroffen Lid, kan het getroffen Lid de zaak aan arbitrage onderwerpen. Elk getroffen Lid dat een eventueel recht op compensatie wil uitoefenen, moet aan de arbitrageprocedure deelnemen.

b) Wanneer geen enkel getroffen Lid om arbitrage heeft verzocht, is het Lid dat een wijziging aanbrengt vrij de voorgenomen wijziging of intrekking uit te voeren.

4. a) Het Lid dat een wijziging aanbrengt mag zijn verbintenis niet wijzigen of intrekken tot het overeenkomstig de uitspraak van de arbiter compensatie heeft verleend.

b) Wanneer het Lid dat een wijziging aanbrengt de door hem voorgenomen wijziging of intrekking uitvoert en zich niet naar de uitspraak van de arbiter voegt, mag elk getroffen Lid dat bij de arbitrage was betrokken substantieel gelijkwaardige voordelen overeenkomstig die uitspraak wijzigen of intrekken. In afwijking van artikel II mag deze wijziging of intrekking uitsluitend ten aanzien van het Lid dat een wijziging aanbrengt worden toegepast.

5. De Raad voor de Handel in Diensten stelt procedures voor correctie of wijziging van de Lijsten vast. Elk Lid dat op grond van dit artikel in zijn Lijst opgenomen verbintenissen heeft gewijzigd of ingetrokken, wijzigt zijn Lijst overeenkomstig deze procedures.

DEEL V INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel XXII

Overleg

1. Elk Lid neemt de eventuele opmerkingen van een ander Lid over aangelegenheden in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst in welwillende overweging en biedt voldoende gelegenheid voor overleg. Het Memorandum van Overeenstemming inzake de beslechting van geschillen (DSU) is op dit overleg van toepassing.

2. De Raad voor de Handel in Diensten of het Orgaan voor Geschillenbeslechting (DSB) kan op verzoek van een Lid in overleg treden met een of meer Leden over kwesties waarvoor bij het in lid 1 bedoelde overleg geen bevredigende oplossing kon worden gevonden.

3. Een Lid mag op grond van dit artikel of op grond van artikel XXIII geen beroep doen op artikel XVII ten aanzien van een maatregel van een ander Lid die onder het toepassingsgebied van een internationale overeenkomst valt die tussen hen is gesloten betreffende de vermijding van dubbele belastingheffing. In geval van onenigheid tussen Leden over de vraag of een maatregel onder het toepassingsgebied van een dergelijke overeenkomst valt, kan elk van beide Leden deze kwestie voor de Raad voor de Handel in Diensten brengen (11), die de kwestie aan arbitrage onderwerpt. De beslissing van de arbiter is definitief en bindend voor de Leden.

Artikel XXIII

Geschillenbeslechting en handhaving van de bepalingen van de Overeenkomst

1. Indien een Lid van oordeel is dat een ander Lid zijn verplichtingen of specifieke verbintenissen uit hoofde van deze Overeenkomst niet nakomt, kan het een beroep doen op de DSU om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

2. Het DSB kan een of meer Leden toestemming geven de nakoming van verplichtingen en specifieke verbintenissen jegens een of meer andere Leden overeenkomstig artikel 22 van de DSU op te schorten, indien het van oordeel is dat de omstandigheden ernstig genoeg zijn om een dergelijk handelen te rechtvaardigen.

3. Indien een Lid van oordeel is dat een voordeel waarvan het redelijkerwijs kon verwachten dat het hem krachtens een specifieke verbintenis van een ander Lid ingevolge deel III van deze Overeenkomst zou toekomen, wordt uitgehold of te niet gedaan door de toepassing van een maatregel die niet met de bepalingen van deze Overeenkomst in strijd is, kan het een beroep doen op de DSU. Indien het DSB vaststelt dat de maatregel een dergelijk voordeel heeft uitgehold of te niet gedaan, is het getroffen Lid gerechtigd tot een voor beide partijen bevredigende aanpassing op grond van artikel XXI, lid 2, die een wijziging of intrekking van de maatregel kan inhouden. Kan tussen de betrokken Leden geen overeenstemming worden bereikt, dan is artikel 22 van de DSU van toepassing.

Artikel XXIV

De Raad voor de Handel in Diensten

1. De Raad voor de Handel in Diensten vervult de taken die hem worden opgedragen ten einde de uitvoering en de doelstellingen van deze Overeenkomst te bevorderen. De Raad kan de suborganen oprichten die hij voor de doeltreffende vervulling van zijn taken nuttig acht.

2. Vertegenwoordigers van alle Leden kunnen zitting hebben in de Raad en, tenzij de Raad anders beslist, in de suborganen van de Raad.

3. De voorzitter van de Raad wordt door de Leden gekozen.

Artikel XXV

Technische samenwerking

1. De in artikel IV, lid 2, bedoelde contactpunten zijn toegankelijk voor dienstverleners van Leden die aan ondersteuning door dergelijke contactpunten behoefte hebben.

2. Technische bijstand aan ontwikkelingslanden wordt op multilateraal niveau door het Secretariaat verstrekt. Besluiten over technische bijstand worden door de Raad voor de Handel in Diensten genomen.

Artikel XXVI

Betrekkingen met andere internationale organisaties

De Algemene Raad stelt de nodige regels vast voor overleg en samenwerking met de Verenigde Naties en de gespecialiseerde agentschappen van de Verenigde Naties, alsmede andere intergouvernementele organisaties die zich met diensten bezighouden.

DEEL VI SLOTBEPALINGEN

Artikel XXVII

Weigering toekenning voordelen

Een Lid kan weigeren de voordelen van deze Overeenkomst toe te kennen:

a) voor de verlening van een dienst, indien het vaststelt dat deze dienst wordt verleend vanaf of op het grondgebied van een niet-Lid dan wel een Lid ten aanzien waarvan hij de WTO-Overeenkomst niet toepast;

b) voor de verlening van een zeevervoerdienst, wanneer het vaststelt dat de dienst wordt verleend:

i) door een vaartuig dat geregistreerd is volgens het recht van een niet-Lid of een Lid ten aanzien waarvan het de WTO-Overeenkomst niet toepast, en

ii) door een persoon van een niet-Lid of een Lid ten aanzien waarvan het de WTO-overeenkomst niet toepast die het vaartuig geheel of gedeeltelijk exploiteert en/of gebruikt;

c) aan een dienstverlener die een rechtspersoon is, indien het vaststelt dat deze geen dienstverlener van een ander Lid is dan wel dat deze een dienstverlener van een Lid is ten aanzien waarvan het de WTO-Overeenkomst niet toepast.

Artikel XXVIII

Definities

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

a) betekent "maatregel" elke maatregel van een Lid, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling, dan wel in enigerlei andere vorm;

b) omvat "verlening van een dienst" de produktie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst;

c) omvatten "maatregelen van de Leden die de handel in diensten raken" maatregelen met betrekking tot

i) de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst;

ii) de met een verlening van een dienst samenhangende toegang tot en het gebruik van diensten waarvan deze Leden eisen dat deze algemeen aan het publiek worden aangeboden;

iii) de aanwezigheid, commerciële aanwezigheid daarbij inbegrepen, van personen van een Lid ten behoeve van de verlening van een dienst op het grondgebied van een ander Lid;

d) betekent "commerciële aanwezigheid" elk soort zakelijke of beroepsmatige vestiging, waaronder die door middel van

i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of

ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordigingskantoor

op het grondgebied van een Lid met als doel een dienst te verlenen;

e) betekent "dienstensector"

i) in verband met een specifieke verbintenis, een of meer, dan wel alle, subsectoren van die dienstensector, als in de Lijst van een Lid omschreven;

ii) anders, de hele desbetreffende dienstensector, met inbegrip van alle subsectoren;

f) betekent "dienst van een ander Lid" een dienst die wordt verleend

i) vanaf of op het grondgebied van dat andere Lid, of in geval van zeevervoer, door een vaartuig dat volgens het recht van dat andere Lid is geregistreerd, of door een persoon van dat andere Lid die de dienst door middel van gehele of gedeeltelijke exploitatie en/of gebruik van een schip verleent; of

ii) in geval van verlening van een dienst via een commerciële aanwezigheid of de aanwezigheid van natuurlijke personen, door een dienstverlener van dat andere Lid;

g) betekent "dienstverlener" elke persoon die een dienst verleent (12);

h) betekent "dienstverlener met een monopolie" elke persoon, publiek of privaat, die op de desbetreffende markt op het grondgebied van een Lid door dat Lid formeel of feitelijk als de enige verlener van die dienst is erkend of opgericht;

i) betekent "consument van een dienst" elke persoon die een dienst ontvangt of gebruikt;

j) betekent "persoon" een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

k) betekent "natuurlijke persoon van een ander Lid" een natuurlijke persoon die op het grondgebied van dat andere of enig ander Lid woonachtig is en die naar het recht van dat andere Lid:

i) onderdaan van dat andere Lid is; of

ii) het recht heeft op het grondgebied van dat andere Lid een vaste woonplaats te hebben, indien dat Lid

1. geen onderdanen heeft; of

2. zijn vaste ingezetenen in belangrijke mate op dezelfde wijze als zijn onderdanen behandelt, met betrekking tot maatregelen die de handel in diensten raken en die bij de aanvaarding van of toetreding tot de WTO-Overeenkomst zijn aangemeld, met dien verstande dat geen Lid verplicht is deze vaste ingezetenen gunstiger te behandelen dan dat andere Lid. De aanmelding omvat de verbintenis dat het Lid voor deze vaste ingezetenen, in overeenstemming met zijn wetten en voorschriften, dezelfde verantwoordelijkheden op zich neemt als het andere Lid ten opzichte van zijn onderdanen heeft;

l) betekent "rechtspersoon" iedere juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren dan wel van de overheid, met inbegrip van elke kapitaalvennootschap, trust, personenvennootschap, joint-venture, eenmanszaak of associatie;

m) betekent "rechtspersoon van een ander Lid" een rechtspersoon die:

i) naar het recht van dat andere Lid opgericht of anderszins georganiseerd is, en die zich met belangrijke zakelijke transacties op het grondgebied van dat Lid of van enig ander Lid bezighoudt; of,

ii) in geval van dienstverlening door middel van een commerciële aanwezigheid, eigendom is van:

1. natuurlijke personen van dat Lid; of

2. de onder i) omschreven rechtspersonen van dat andere Lid;

of waarover deze personen zeggenschap hebben;

n) is een rechtspersoon

i) het "eigendom" van personen van een Lid indien meer dan 50 % van het aandelenkapitaal in het bezit is van personen van dat Lid die volledig over hun aandeel kunnen beschikken;

ii) een persoon waarover personen van een Lid "zeggenschap hebben" wanneer die personen bevoegd zijn een meerderheid van de bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon anderszins te sturen;

iii) "gelieerd" met een andere persoon wanneer de rechtspersoon zeggenschap heeft over die andere persoon of andersom, dan wel dat zij beiden onder zeggenschap staan van dezelfde persoon;

o) omvatten "directe belastingen" alle belastingen op het totale inkomen, het totale kapitaal, of onderdelen van inkomen of kapitaal, waaronder belastingen op winsten uit overdracht van eigendom, belastingen op onroerend goed, erfenissen en schenkingen, of belastingen op het totale bedrag aan door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsook belastingen op waardevermeerdering van kapitaal.

Artikel XXIX

Bijlagen

De bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een integrerend deel van deze Overeenkomst.

Bijlage betreffende vrijstellingen van de toepassing van artikel II

Toepassingsgebied

1. In deze bijlage worden de voorwaarden omschreven waaronder een Lid bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van zijn verplichtingen krachtens artikel II, lid 1, wordt vrijgesteld.

2. Elk na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst gedaan verzoek om een nieuwe vrijstelling wordt overeenkomstig artikel IX, lid 3, van die Overeenkomst behandeld.

Herziening

3. De Raad voor de Handel in Diensten gaat over tot een herziening van alle vrijstellingen die voor een periode van meer dan vijf jaar zijn verleend. De eerste herziening vindt ten laatste vijf jaar na inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst plaats.

4. Bij deze herziening,

a) onderzoekt de Raad voor de Handel in Diensten of omstandigheden die tot de vrijstelling aanleiding hebben gegeven, nog bestaan; en

b) stelt hij de datum van een eventuele volgende herziening vast.

Beëindiging

5. De vrijstelling voor een Lid van zijn verplichtingen op grond van artikel II, lid 1, van de Overeenkomst betreffende een bepaalde maatregel eindigt op de in de vrijstelling bepaalde datum.

6. In beginsel duren vrijstellingen niet langer dan tien jaar. Zij worden bij elke latere handelsliberaliseringsronde besproken.

7. Aan het einde van de vrijstellingsperiode meldt een Lid de Raad voor de Handel in Diensten dat de onverenigbare maatregel in overeenstemming met artikel II, lid 1, is gebracht.

Lijsten van vrijstellingen van de toepassing van artikel II

(De overeengekomen lijsten van vrijstellingen op grond van artikel II, lid 2, worden bij het verdragsexemplaar van de WTO-Overeenkomst gevoegd.)

Bijlage betreffende het verkeer van natuurlijke personen die diensten verlenen die onder het toepassingsbied van de Overeenkomst vallen

1. Deze bijlage is van toepassing op natuurlijke personen die dienstverlener van een Lid zijn, en op natuurlijke personen van een Lid die in dienst zijn bij een dienstverlener van een Lid, ten behoeve van de verlening van een dienst.

2. De Overeenkomst is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van een Lid, noch op maatregelen aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

3. De Leden kunnen in overeenstemming met deel III en deel IV van de Overeenkomst onderhandelen over specifieke verbintenissen betreffende het verkeer van alle categorieën natuurlijke personen die diensten verlenen die onder het toepassingsgebied van de Overeenkomst vallen. Natuurlijke personen die onder een specifieke verbintenis vallen, mogen in overeenstemming met de voorwaarden van die verbintenis diensten verlenen.

4. Een Lid wordt door de Overeenkomst niet verhinderd maatregelen toe te passen tot regeling van de binnenkomst of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op zijn grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen ter bescherming van de integriteit van zijn grenzen, of ter verzekering van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over zijn grenzen, maar deze maatregelen mogen niet zo worden toegepast dat de voordelen die een Lid uit op grond van een specifieke verbintenis toekomen, daardoor worden uitgehold of teniet gedaan (13).

Bijlage betreffende luchtvervoerdiensten

1. Deze bijlage is van toepassing op maatregelen die de handel in al dan niet in een lijst opgenomen luchtvervoerdiensten, alsmede bijkomende diensten, raken. Bevestigd wordt dat een specifieke verbintenis of verplichting ingevolge deze Overeenkomst de verplichtingen van een Lid ingevolge bilaterale of multilaterale overeenkomsten die op de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst van kracht zijn niet beperken of aantasten.

2. De Overeenkomst, inclusief de daarbij behorende procedures voor geschillenbeslechting, is niet van toepassing op maatregelen betreffende:

a) verkeersrechten, ongeacht de wijze waarop ze zijn toegekend; of

b) diensten die rechtstreeks met de uitoefening van verkeersrechten verband houden,

met uitzondering van hetgeen in punt 3 van deze bijlage is bepaald.

3. De Overeenkomst is van toepassing op maatregelen betreffende:

a) reparatie en onderhoud van vliegtuigen;

b) verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

c) diensten in verband met geautomatiseerde boekingssystemen (CRS).

4. De procedures voor geschillenbeslechting van de Overeenkomst kunnen uitsluitend worden ingeroepen wanneer de betrokken Leden verplichtingen of specifieke verbintenissen zijn aangegaan en wanneer de mogelijkheden voor geschillenbeslechting op grond van andere bilaterale of multilaterale overeenkomsten zijn uitgeput.

5. De Raad voor de handel in diensten evalueert regelmatig, en ten minste iedere vijf jaar, de ontwikkelingen in de luchtvervoersector en de werking van deze bijlage ten einde de eventuele verdere toepassing van de Overeenkomst op deze sector te overwegen.

6. Definities:

a) "reparatie en onderhoud van vliegtuigen" betekent alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen vliegtuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van de zogenaamde gronddiensten;

b) "verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten" betekent de mogelijkheid voor de betrokken luchtvervoermaatschappij haar vervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten als marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder deze activiteiten.

c) "Geautomatiseerde boekingssystemen (CRS)" betekent dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en regels daarvoor, met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen uitgegeven.

d) "Verkeersrechten" betekent het recht tegen vergoeding geregelde of ongeregelde diensten te onderhouden en/of passagiers, vracht en post te vervoeren van, naar, binnen of over het grondgebied van een Lid, met inbegrip van het vliegen op luchthavens, het exploiteren van routes, de te vervoeren soorten vracht, het voorzien in capaciteit, de toe te passen tarieven en de daarvoor geldende voorwaarden, en criteria voor aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen, waaronder criteria als aantal, eigendom en zeggenschap.

Bijlage betreffende financiële diensten

1. Toepassingsgebied en definities

a) Deze bijlage is van toepassing op maatregelen die de verlening van financiële diensten raken. In deze bijlage betekent verlening van een financiële dienst de verlening van een dienst, zoals gedefinieerd in artikel I, lid 2, van de Overeenkomst.

b) Voor de toepassing van artikel I, lid 3, onder b), van de Overeenkomst betekent "een in de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst" het volgende:

i) activiteiten van een centrale bank, monetaire autoriteit of een andere openbare instantie ten behoeve van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;

ii) activiteiten in het kader van een wettelijk systeem van sociale zekerheid of algemene ouderdomsvoorziening; en

iii) andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten.

c) Wanneer een Lid toestaat dat een onder b), ii), of b), iii), van dit punt genoemde activiteit door zijn verleners van financiële diensten in concurrentie met een openbare instantie of een verlener van financiële diensten wordt verricht, valt deze activiteit onder "diensten" in de zin van artikel I, lid 3, onder b), van de Overeenkomst.

d) Artikel I, lid 3, onder c), van de Overeenkomst is niet van toepassing op diensten die niet onder deze bijlage vallen.

2. Binnenlandse regelingen

a) In afwijking van andere bepalingen van de Overeenkomst wordt een Lid niet verhinderd maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht te nemen, daarbij inbegrepen maatregelen ter bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen jegens wie een financiële dienstverlener een fiduciaire verplichting heeft, of ter verzekering van de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem. Wanneer deze maatregelen niet in overeenstemming met de bepalingen van de Overeenkomst zijn, mogen zij niet worden gebruikt als middel om aan de krachtens de Overeenkomst op een Lid rustende verbintenissen of verplichtingen te ontkomen.

b) Niets in de Overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat van een Lid bekendmaking kan worden geëist van gegevens over de zaken en rekeningen van individuele klanten of van vertrouwelijke informatie of informatie inzake eigendomsrechten die in het bezit van openbare instanties is.

3. Erkenning

a) Een Lid kan maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van elk ander land erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van het Lid betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom geschieden.

b) Een Lid, partij bij een onder a) genoemde, toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling, verleent andere belangstellende Leden voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met hem over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van regulering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een Lid autonoom tot erkenning overgaat, geeft het elk ander Lid voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.

c) Artikel VII, lid 4, onder b), is niet van toepassing wanneer een Lid voornemens is maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van een ander land te erkennen.

4. Geschillenbeslechting

Panels voor de beslechting van geschillen over voorzorgskwesties of andere financiële aangelegenheden beschikken over de benodigde deskundigheid betreffende de specifieke financiële dienst die voorwerp van geschil is.

5. Definities

Voor de toepassing van deze bijlage:

a) betekent een financiële dienst elke dienst van financiële aard, aangeboden door een financiële dienstverlener van een Lid. Financiële diensten omvatten alle verzekeringen en daarmee verwante diensten, alsmede bancaire en andere financiële diensten (verzekeringen uitgezonderd). Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

Verzekeringen en daaraan verwante diensten

i) Directe verzekeringen (waaronder medeverzekering)

A) levensverzekering

B) schadeverzekering;

ii) herverzekering en retrocessie;

iii) verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap;

iv) ondersteunende diensten bij verzekering, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims.

Bancaire en andere financiële diensten (verzekeringen uitgezonderd)

v) aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

vi) alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

vii) financiële leasing;

viii) alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder credit cards, betaalkaarten, debetkaarten, travellers cheques en bankwissels;

ix) garanties en verbintenissen;

x) transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de markt van niet-genoteerde fondsen of anderszins ten aanzien van:

A) geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten, depositocertificaten);

B) deviezen;

C) derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

D) wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder produkten als swaps, forward rate agreements;

E) verhandelbare effecten;

F) andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, edelmetaal inbegrepen;

xi) deelneming in uitgiften van alle soorten waardepapieren, daarbij inbegrepen garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten betreffende deze uitgiften;

xii) financiële bemiddeling;

xiii) beheer van activa, zoals het beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, deposito en fiduciaire diensten;

xiv) betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, daarbij inbegrepen waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

xv) verstrekking en doorgifte van financiële informatie en bewerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door verleners van andere financiële diensten;

xvi) advies-, bemiddelings- en andere ondersteunende financiële diensten, behorende bij alle onder v) tot en met xv) vermelde activiteiten, daarbij inbegrepen kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisatie en strategie.

b) betekent verlener van financiële diensten iedere natuurlijke of rechtspersoon van een Lid die financiële diensten wenst te verlenen of verleent, met dien verstande dat de term "verlener van financiële diensten" geen openbare instanties omvat.

c) betekent "openbare instantie":

i) een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een Lid, of een instantie onder bestuur of in eigendom van een Lid, die zich hoofdzakelijk bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of -activiteiten ten behoeve van overheidsdoeleinden, uitgezonderd een instantie die zich hoofdzakelijk bezighoudt met verlening van financiële diensten op commerciële basis; of

ii) een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld.

Tweede bijlage betreffende financiële diensten

1. In afwijking van artikel II van de Overeenkomst en de punten 1 en 2 van de bijlage betreffende vrijstellingen van de toepassingen van artikel II kan een Lid, gedurende een periode van 60 dagen die vier maanden na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst aanvangt, in die bijlage de maatregelen betreffende financiële diensten opnemen die met artikel II, lid 1, van de Overeenkomst onverenigbaar zijn.

2. In afwijking van artikel XXI van de Overeenkomst kan een Lid, gedurende een periode van 60 dagen die vier maanden na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst aanvangt, alle in zijn Lijst opgenomen specifieke verbintenissen betreffende financiële diensten of een gedeelte daarvan uitbreiden, wijzigen of intrekken.

3. De Raad voor de Handel in Diensten stelt alle procedures vast die voor de toepassing van de punten 1 en 2 nodig zijn.

Bijlage betreffende onderhandelingen over zeevervoerdiensten

1. Artikel II en de bijlage betreffende vrijstellingen van de toepassing van artikel II, alsmede het vereiste om alle met de meestbegunstiging strijdige maatregelen die een Lid handhaaft in de bijlage op te nemen, treden voor de internationale scheepvaart, de ondersteunende diensten en wat de toegang tot en het gebruik van havenfaciliteiten betreft pas in werking op:

a) de overeenkomstig punt 4 van het Ministeriële besluit betreffende onderhandelingen over zeevervoerdiensten te bepalen datum van toepassing; of

b) mochten de onderhandelingen niet slagen, de in dit besluit aangeven datum van het eindrapport van de Onderhandelingsgroep Zeevervoerdiensten.

2. Punt 1 is niet van toepassing op specifieke verbintenissen betreffende zeevervoerdiensten die in een Lijst van een Lid zijn opgenomen.

3. Een Lid kan vanaf de afronding van de in punt 1 genoemde onderhandelingen en vóór de datum van toepassing, in afwijking van artikel XXI, al zijn specifieke verbintenissen voor deze sector of een gedeelte daarvan, wijzigen of intrekken, zonder compensatie aan te bieden.

Bijlage betreffende telecommunicatie

1. Doelstellingen

Gezien de bijzondere kenmerken van de sector telecommunicatiediensten en vooral de dubbele rol van deze sector als afzonderlijke economische activiteit en als fundamenteel transportmiddel ten behoeve van andere economische activiteiten zijn de Leden de volgende bijlage overeengekomen, ter uitbreiding van de bepalingen van de Overeenkomst aangaande maatregelen die de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten raken. Bijgevolg zijn in deze bijlage aantekeningen en aanvullende bepalingen op de Overeenkomst neergelegd.

2. Toepassingsgebied

a) Deze bijlage is van toepassing op alle maatregelen van een Lid die de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten raken (14).

b) Deze bijlage is niet van toepassing op maatregelen met betrekking tot de verspreiding van radio- of televisieprogramma's via de kabel of door middel van rechtstreekse uitzending.

c) Geen bepaling in deze bijlage wordt in die zin uitgelegd dat:

i) van een Lid wordt verlangd toe te staan dat een dienstverlener van een ander Lid telecommunicatienetwerken of -diensten instelt, ontwikkelt, verwerft, huurt, exploiteert of levert op andere wijze dan in de Lijst bepaald, of

ii) van een Lid wordt verlangd telecommunicatienetwerken of -diensten die niet aan het algemene publiek worden aangeboden, in te stellen, te ontwikkelen, te verwerven, te huren, te exploiteren of te leveren (dan wel dienstverleners binnen zijn rechtsgebied daartoe te verplichten).

3. Definities

Voor de toepassing van deze bijlage:

a) betekent "telecommunicatie" de transmissie en ontvangst van signalen via elektromagnetische middelen;

b) betekent "openbare telecommunicatiedienst" elke telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een Lid, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden. Deze diensten kunnen onder meer telegraaf-, telefoon-, telex- en datatransmissiediensten omvatten die gekenmerkt worden door de real-time-transmissie van door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie, zonder dat de vorm of inhoud van de informatie van de klant van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd;

c) betekent "openbaar telecommunicatienetwerk" de openbare telecommunicatie-infrastructuur waardoor telecommunicatie tussen twee bepaalde eindpunten van een netwerk mogelijk wordt gemaakt;

d) betekent "interne bedrijfscommunicatie" telecommunicatie waardoor een bedrijf intern of met zijn dochterondernemingen, filialen en, afhankelijk van de nationale wetten en regelingen van een Lid, met gelieerde bedrijven kan communiceren, en deze laatste onderling kunnen communiceren. Voor de toepassing van deze bepaling geldt de definitie die door ieder Lid van de begrippen "dochteronderneming", "filiaal" en, indien van toepassing, "gelieerd bedrijf" wordt gegeven. Diensten, op al dan niet commerciële basis verleend aan bedrijven die geen dochteronderneming, filiaal of gelieerd bedrijf zijn, of aangeboden aan klanten of potentiële klanten, vallen niet onder het begrip "interne bedrijfscommunicatie" van deze bijlage;

e) wordt iedere verwijzing naar een punt of alinea van deze Bijlage geacht betrekking te hebben op alle onderdelen daarvan.

4. Doorzichtigheid

Bij de toepassing van artikel III van de Overeenkomst ziet ieder Lid erop toe dat relevante informatie over voorwaarden betreffende de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten voor het publiek beschikbaar is, waaronder informatie over tarieven en andere aan de diensten verbonden voorwaarden; specificaties van technische interfaces met de netwerken en diensten; informatie over de organen die belast zijn met de opstelling en goedkeuring van normen voor toegang en gebruik; voorwaarden voor koppeling van eind- of andere apparatuur; en de eventuele vereisten inzake aanmelding, registratie of vergunningen.

5. Toegang tot en gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten

a) Ieder Lid ziet erop toe dat een dienstverlener van een ander Lid voor de verlening van een in zijn Lijst opgenomen dienst onder redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang heeft tot en gebruik kan maken van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten. Deze verplichting wordt, onder meer, door toepassing van de punten b) tot en met f) ten uitvoer gelegd (15).

b) Ieder Lid ziet erop toe dat dienstverleners van andere Leden toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van alle binnen of buiten de grenzen van dat Lid aangeboden openbare telecommunicatienetwerken en -diensten, particuliere huurlijnen inbegrepen, en zorgt er te dien einde voor, overeenkomstig de punten e) en f), dat het de verleners is toegestaan:

i) eind- of andere apparatuur met interfaces met het netwerk en noodzakelijk voor de verlening van hun diensten te kopen of te huren en aan te sluiten;

ii) particuliere huurlijnen of lijnen in particuliere eigendom te verbinden met openbare telecommunicatienetwerken en -diensten of met lijnen, gehuurd door of in eigendom van een andere dienstverlener; en

iii) exploitatieprotocollen van hun keuze te gebruiken voor de verlening van alle diensten, andere dan die welke noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat telecommunicatienetwerken en -diensten voor het algemene publiek beschikbaar zijn.

c) Ieder Lid ziet erop toe dat dienstverleners van andere Leden openbare telecommunicatienetwerken en -diensten kunnen gebruiken voor het binnenlandse en grensoverschrijdende verkeer van informatie, daarbij inbegrepen de interne bedrijfscommunicatie van deze dienstverleners, en voor toegang tot informatie in gegevensbestanden of tot informatie die op andere wijze in machine-leesbare vorm is opgeslagen op het grondgebied van dit Lid. Alle nieuwe of gewijzigde maatregelen van een Lid die ingrijpende consequenties hebben voor dit gebruik worden aangemeld en vormen het onderwerp van overleg, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst.

d) In afwijking van de vorige alinea kan een Lid de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en vertrouwelijkheid van berichten, mits deze maatregelen niet op zodanige wijze worden toegepast dat zij een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie dan wel een verkapte beperking van de handel in diensten vormen.

e) Ieder Lid ziet erop toe dat voor de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten uitsluitend voorwaarden worden gesteld die noodzakelijk zijn:

i) ter vrijwaring van de verantwoordelijkheid als openbare instantie van leveranciers van telecommunicatienetwerken en -diensten en met name hun bevoegdheid hun netwerken of diensten aan het algemene publiek ter beschikking te stellen;

ii) ter bescherming van de technische integriteit van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten; of

iii) om ervoor te zorgen dat dienstverleners van een ander Lid geen diensten verlenen, tenzij dit op grond van de Lijst van specifieke verbintenissen van het Lid is toegestaan.

f) Mits de voorwaarden voor toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten aan de in punt e) genoemde criteria voldoen, mogen zij het volgende omvatten:

i) beperkingen ter zake van wederverkoop en medegebruik van de diensten;

ii) de eis gespecificeerde technische interfaces te gebruiken, daarbij inbegrepen interface-protocollen, voor koppeling aan de netwerken en diensten;

iii) indien nodig, eisen met het oog op de interoperabiliteit van de diensten en ter bevordering van de in punt 7, onder a), omschreven doelstellingen;

iv) type-goedkeuring van eind- of andere apparatuur met interfaces met het netwerk en technische eisen voor de koppeling van die apparatuur aan de netwerken;

v) beperkingen ter zake van de koppeling van lijnen, in particuliere huur of eigendom, aan de netwerken, diensten of lijnen, gehuurd door of in eigendom van een andere dienstverlener; of

vi) aanmelding, registratie en verlening van vergunningen.

g) In afwijking van het bepaalde in de voorgaande punten van deze afdeling kan een Lid dat een ontwikkelingsland is, in overeenstemming met zijn ontwikkelingsniveau, redelijke voorwaarden stellen voor de toegang tot en het gebruik van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten indien dit nodig is voor de versterking van de binnenlandse telecommunicatie-infrastructuur en dienstencapaciteit, alsmede voor de vergroting van zijn deelname aan de internationale handel in telecommunicatiediensten. Deze voorwaarden worden in de Lijst van het Lid omschreven.

6. Technische samenwerking

a) De Leden erkennen dat een efficiënte, geavanceerde telecommunicatie-infrastructuur in de landen, met name in ontwikkelingslanden, van wezenlijk belang is voor de expansie van hun handel in diensten. Met het oog hierop hechten de Leden hun goedkeuring aan en stimuleren zij de deelname, voor zover maar enigszins praktisch mogelijk, van ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, hun leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten, alsmede van andere instanties, aan ontwikkelingsprogramma's van internationale en regionale organisaties, waaronder de Internationale Telecommunicatie-unie, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties en de Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

b) De Leden stimuleren en ondersteunen samenwerking op het gebied van telecommunicatie tussen ontwikkelingslanden op internationaal, regionaal en subregionaal niveau.

c) De Leden stellen, in samenwerking met de betrokken internationale organisaties, voor zover praktisch mogelijk, informatie betreffende telecommunicatiediensten, ontwikkelingen op telecommunicatiegebied en informatietechnologie ter beschikking van de ontwikkelingslanden ten einde deze bij de versterking van hun binnenlandse telecommunicatiedienstensector te helpen.

d) De Leden schenken speciale aandacht aan de mogelijkheden voor de minstontwikkelde landen buitenlandse verleners van telecommunicatiediensten aan te moedigen een bijdrage te leveren aan de overdracht van technologie, opleiding en andere activiteiten waardoor de ontwikkeling van hun telecommunicatie-infrastructuur en de expansie van hun handel in telecommunicatiediensten worden ondersteund.

7. Verhouding tot internationale organisaties en internationale overeenkomsten

a) De Leden erkennen het belang van internationale normen voor de wereldwijde compatibiliteit en interoperabiliteit van telecommunicatie-netwerken en -diensten, en verbinden zich tot bevordering van deze normen via de werkzaamheden, van de betrokken internationale organen, daarbij inbegrepen de Internationale Telecommunicatie-unie en de Internationale Organisatie voor normalisatie.

b) De Leden erkennen de rol van intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties en overeenkomsten met het oog op het doeltreffend functioneren van binnenlandse en wereldwijde telecommunicatie-diensten, met name van de Internationale Telecommunicatie-unie. Indien van toepassing, stellen de Leden de nodige regelingen op voor overleg met deze organisaties over aangelegenheden die uit de tenuitvoerlegging van deze bijlage voortvloeien.

Bijlage betreffende onderhandelingen over basistelecommunicatie

1. Artikel II en de bijlage betreffende vrijstellingen van de toepassing van artikel II, alsmede de verplichting iedere door een Lid gehandhaafde en met de meestbegunstiging strijdige maatregel in de bijlage op te nemen, treden wat basistelecommunicatie betreft eerst in werking op:

a) de krachtens punt 5 van het Ministerieel besluit betreffende onderhandelingen over basistelecommunicatie vast te stellen datum van toepassing; of

b) indien de onderhandelingen niet slagen, de in dat besluit genoemde datum van het eindrapport van de Onderhandelingsgroep Basistelecommunicatie.

2. Punt 1 is niet van toepassing op specifieke verbintenissen op het gebied van basistelecommunicatie die in de Lijst van een Lid zijn opgenomen.

(1) Deze voorwaarde moet worden uitgelegd in termen van aantal sectoren, betrokken handelsvolume en dienstverleningsvormen. Om aan deze voorwaarde te voldoen, mag de overeenkomst niet bepalen dat een vorm van dienstverlening bij voorbaat is uitgesloten.

(2) Het kenmerk van een dergelijke integratieovereenkomst is dat de burgers van betrokken partijen vrije toegang hebben tot de arbeidsmarkten van de partijen, en dat daarin ook bepalingen zijn opgenomen inzake lonen, andere arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid.

(3) Onder "bevoegde internationale organisaties" worden de internationale organen bedoeld waarvan de bevoegde organen van ten minste alle Leden van de WTO lid kunnen worden.

(4) De procedures op grond van lid 5 zijn dezelfde procedures als die van de GATT 1994.

(5) De uitzondering betreffende de openbare orde mag slechts worden ingeroepen in geval van een daadwerkelijke en voldoende ernstige bedreiging van fundamentele maatschappelijke belangen.

(6) Maatregelen die bedoeld zijn om directe belastingen op billijke en doeltreffende wijze te kunnen opleggen en innen omvatten maatregelen die een Lid op grond van zijn belastingstelsel neemt en die:

i) van toepassing zijn op dienstverleners die niet-ingezetenen zijn, gezien het feit dat de fiscale verplichtingen van niet-ingezetenen worden vastgesteld op grond van belastbare feiten die op het grondgebied van het Lid hun oorsprong vinden of geschieden; of

ii) van toepassing zijn op niet-ingezetenen om belastingen op het grondgebied van het Lid te kunnen opleggen en innen; of

iii) van toepassing zijn op niet-ingezetenen of ingezetenen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking, uitvoeringsbepalingen daarbij inbegrepen; of

iv) van toepassing zijn op gebruikers van diensten die op of vanaf het grondgebied van een ander Lid worden verleend om ervoor te zorgen dat door die gebruiker verschuldigde belastingen die hun bron op het grondgebied van het Lid hebben, opgelegd of geïnd kunnen worden; of

v) een onderscheid maken tussen dienstverleners die belastingplichtig zijn ter zake van wereldwijd belastbare feiten en andere dienstverleners, gezien het verschil in de aard van de heffingsgrondslag tussen hen; of

vi) inkomen, winst, voordeel, verlies, aftrek of krediet van ingezeten personen of filialen, dan wel tussen gelieerde personen of filialen van dezelfde persoon vaststellen, toewijzen of omslaan, om de belastinggrondslag van het Lid te behouden.

De belastingvoorwaarden of -concepten van artikel XIV, onder d), en deze voetnoot worden vastgesteld volgens de belastingdefinities en -concepten, dan wel gelijkwaardige of soortgelijke definities en concepten van het nationale recht van het Lid dat de maatregel neemt.

(7) In een toekomstig werkprogramma zal worden bepaald hoe en binnen welke termijn over deze multilaterale disciplines zal worden onderhandeld.

(8) Als een Lid een verbintenis betreffende markttoegang aangaat in verband met de verlening van een dienst door middel van de in artikel I, lid 2, onder a), genoemde verleningsvormen en grensoverschrijdend kapitaalverkeer een wezenlijk onderdeel van deze dienst uitmaakt, is dit Lid daardoor gehouden dit kapitaalverkeer toe te laten. Als een Lid een verbintenis betreffende markttoegang aangaat in verband met de verlening van een dienst door middel van de in artikel I, lid 2, onder c), genoemde verleningsvormen, is het Lid daardoor gehouden de daarmee verband houdende overmakingen van kapitaal naar zijn grondgebied toe te laten.

(9) Lid 2, onder c), is niet van toepassing op maatregelen van een Lid die de input voor de verlening van een dienst beperken.

(10) De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een Lid verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

(11) Wat betreft de overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing die op de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst reeds bestaan, kan een dergelijke kwestie alleen met instemming van beide partijen bij die overeenkomst voor de Raad voor de Handel in Diensten worden gebracht.

(12) Wanneer de dienst niet direct door een rechtspersoon wordt verleend maar via andere vormen van commerciële aanwezigheid, zoals een filiaal of vertegenwoordigingskantoor, wordt de dienstverlener (d.w.z. de rechtspersoon) niettemin via deze aanwezigheid behandeld op de wijze die in de Overeenkomst voor dienstverleners is voorzien. Deze behandeling wordt uitgebreid tot de aanwezigheid via welke de dienst wordt verleend en behoeft niet te worden uitgebreid tot andere onderdelen van de verlener die buiten het grondgebied waar de dienst wordt verleend, gevestigd zijn.

(13) Het loutere feit dat voor natuurlijke personen van bepaalde Leden wel, en voor natuurlijke personen van andere Leden geen visum wordt geëist, wordt niet beschouwd als het uithollen of teniet doen van de voordelen die uit een specifieke verbintenis voortvloeien.

(14) Dit punt moet in die zin worden uitgelegd dat ieder Lid erop toeziet dat de verplichtingen van deze bijlage jegens leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten worden nagekomen en alle maatregelen neemt die daarvoor noodzakelijk zijn.

(15) De uitdrukking "niet-discriminerend" verwijst naar de behandeling als meestbegunstigde natie en de nationale behandeling als in de Overeenkomst gedefinieerd en verwijst ook naar het sectorspecifieke gebruik van de term in de zin van "voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die onder soortgelijke omstandigheden aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken en -diensten worden opgelegd".