21994A0103(63)

Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - Bijlage XIII - Vervoer - Lijst bedoeld in artikel 47

Publicatieblad Nr. L 001 van 03/01/1994 blz. 0422 - 0445


BIJLAGE XIII

VERVOER

Lijst bedoeld in artikel 47

INLEIDING

Wanneer de in deze bijlage genoemde besluiten begrippen bevatten of betrekking hebben op procedures die specifiek zijn voor de communautaire rechtsorde, zoals

- preambules,

- degenen tot wie de communautaire besluiten zijn gericht,

- verwijzingen naar gebieden of talen van de EG,

- verwijzingen naar rechten en verplichtingen van de Lid-Staten van de EG, hun verheidsorganen, ondernemingen of personen in relatie tot elkaar, en

- verwijzingen naar informatie- en kennisgevingsprocedures,

is Protocol 1 betreffende horizontale aanpassingen van toepassing, tenzij in deze bijlage anders is bepaald.

SECTORIËLE AANPASSINGEN

I. Wanneer in de in deze bijlage vermelde besluiten wordt verwezen naar het EEG-Verdrag, worden zij voor de toepassing van de Overeenkomst

a) met betrekking tot de volgende referenties als volgt gelezen:

- Artikel 55 EEG = Artikel 32 EER

- Artikel 56 EEG = Artikel 33 EER

- Artikel 57 EEG = Artikel 30 EER

- Artikel 58 EEG = Artikel 34 EER

- Artikel 77 EEG = Artikel 49 EER

- Artikel 79 EEG = Artikel 50 EER

- Artikel 85 EEG = Artikel 53 EER

- Artikel 86 EEG = Artikel 54 EER

- Artikel 92 EEG = Artikel 61 EER

- Artikel 93 EEG = Artikel 62 EER

- Artikel 214 EEG = Artikel 122 EER

b) met betrekking tot de volgende referenties als niet-relevant beschouwd:

- Artikel 75 EEG

- Artikel 83 EEG

- Artikel 94 EEG

- Artikel 95 EEG

- Artikel 99 EEG

- Artikel 172 EEG

- Artikel 192 EEG

- Artikel 207 EEG

- Artikel 209 EEG.

II. Voor de toepassing van de Overeenkomst wordt aan de lijsten in bijlage II, A.1 van Verordening (EEG) nr. 1108/70, artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 1191/69, artikel 1 van Beschikking 83/418/EEG, artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1192/69, artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2830/77, artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2183/78 en artikel 2 van Beschikking 82/529/EEG het volgende toegevoegd:

"- Österreichische Bundesbahnen

- Valtionrautatiet/Statsjärnvägarna

- Norges Statsbaner

- Statens Järnvägar

- Schweizerische Bundesbahnen/Chemins de fer fédéraux suisses/Ferrovie federali svizzere/Viafiers federalas svizras.".

III. Wanneer een in deze bijlage genoemd besluit voorziet in procedures voor het beslechten van geschillen tussen de Lid-Staten van de EG en er een geschil ontstaat tussen EVA-Staten, leggen deze het geschil ter beslechting voor aan de ter zake bevoegde EVA-instantie waarbij dezelfde procedures worden toegepast. Indien er een geschil ontstaat tussen een Lid-Staat van de EG en een EVA-Staat leggen de onderscheiden overeenkomstsluitende partijen het geschil ter beslechting voor aan het Gemengd Comité van de EER waarbij dezelfde procedures worden toegepast.

VERMELDE BESLUITEN

I. INLAND TRANSPORT

(i) Algemeen

1. 370 R 1108: Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juni 1970 betreffende de invoering van een boekhouding van de uitgaven voor de wegen voor het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 130, 15.6.1970, blz. 4), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 90).

- 373 D 0101(01): Besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 januari 1973 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Europese Gemeenschappen (PB nr. L 2, 1.1.1973, blz. 19).

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 92).

- 379 R 1384: Verordening (EEG) nr. 1384/79 van de Raad van 25 juni 1979 (PB nr. L 167, 5.7.1979, blz. 1).

- 381 R 3021: Verordening (EEG) nr. 3021/81 van de Raad van 19 oktober 1981 (PB nr. L 302, 23.10.1981, blz. 8).

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 161).

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan bijlage II van de verordening wordt het volgende toegevoegd:

A.1. SPOORWEGEN - Hoofdnetten

Zie sectoriële aanpassing II.

A.2. SPOORWEGEN - Netten voor het openbaar vervoer en aangesloten op het hoofdnet (met uitzondering van stadsnetten)

"Oostenrijk

1. Montafoner Bahn AG

2. Stubaitalbahn AG

3. Achenseebahn AG

4. Zillertaler Verkehrsbetriebe (AG)

5. Salzburger Stadtwerke Verkehrsbetriebe (SVB)

6. Bürmoos - Trimmelkamm AG

7. Lokalbahn Vöcklamarkt - Attersee AG

8. Lokalbahn Gmunden - Vorchdorf AG

9. Lokalbahn Lambach - Vochdorf - Eggenberg AG

10. Linzer Lokalbahn AG

11. Lokalbahn Neumarkt - Waizenkirchen - Peuerbach AG

12. Lambach - Haag

13. Steiermärkische Landesbahnen

14. GKB Graz-Köflacher Eisenbahn- und Bergbau-Ges.m.b.H.

15. Raab - Sopron - Ebenfurther Eisenbahn

16. AG der Wiener Lokalbahnen

Finland

Valtionrautatiet/Statsjärnvägarna

Noorwegen

Norges Statsbaner

Zweden

Nordmark-Klarälvens Järnväg (NKLJ)

Malmö-Limhamns-Järnväg (NLJ)

Växjö-Hultsfred-Västerviks Järnväg (VHVJ)

Johannesberg-Ljungaverks Järnväg (JLJ)

Zwitserland

1. Chemin de fer Vevey-Chexbres

2. Chemin de fer Pont-Brassus

3. Chemin de fer Orbe-Chavornay

4. Chemin de fer Régional du val-de-Travers

5. Chemin de fer du Jura

6. Chemin de fer Fribourgeois

7. Chemin de fer Martigny-Orsières

8. Berner Alpenbahn Gesellschaft

Bern-Lötschberg-Simplon

9. Bern-Neuenburg-Bahn

10. Gürbetal-Bern-Schwarzenburg-Bahn

11. Simmentalbahn, Spiez-Erlenbach-Zweisimmen

12. Sensetalbahn

13. Solothurn-Münster-Bahn

14. Emmental-Burgdorf-Thun-Bahn

15. Vereinigte Huttwil-Bahnen

16. Oensingen-Balsthal-Bahn

17. Wohlen-Meisterschwanden-Bahn

18. Sursee-Triengen-Bahn

19. Sihltal-Zürich-Uetliberg-Bahn

20. Schweizerische Südostbahn

21. Mittel-Thurgau-Bahn

22. Bodensee-Toggenburg-Bahn

23. Chemin de fer Nyon-St Cergue-Morez

24. Chemin de fer Bière-Apples-Morges

25. Chemin de fer Lausanne-Echallens-Berger

26. Chemin de fer Yverdon-Ste Croix

27. Chemin de fer des Montagnes Neuchâteloises

28. Chemins de fer Electriques Veveysans

29. Chemin de fer Montreux-Oberland Bernois

30. Chemin de fer Aigle-Leysin

31. Chemin de fer Aigle-Sépey-Diablerets

32. Chemin de fer Aigle-Ollon-Monthey-Champéry

33. Chemin de fer Bex-Villars-Bretaye

34. Chemin de fer Martigny-Châtelard

35. Berner Oberland-Bahnen

36. Meiringen-Innertkirchen-Bahn

37. Brig-Visp-Zermatt-Bahn

38. Furka-Oberalp-Bahn

39. Biel-Täuffelen-Ins-Bahn

40. Regionalverkehr Bern-Solothurn

41. Solothurn-Niederbipp-Bahn

42. Oberaargau-Jura-Bahnen

43. Baselland-Transport

44. Waldenburgerbahn

45. Wynental- und Suhrentalbahn

46. Bremgarten-Dietikon-Bahn

47. Luzern-Stans-Engelberg-Bahn

48. Ferrovie Autolinee Regionali Ticinesi

49. Ferrovia Lugano-Ponte Tresa

50. Forchbahn

51. Frauenfeld-Wil-Bahn

52. Appenzellerbahn

53. St. Gallen-Gals-Appenzell-Altstätten-Bahn

54. Trogenerbahn

St. Gallen-Speicher-Trogen

55. Rhätische Bahn/Viafier Retica"

B. LANDWEGEN

"Oostenrijk

1. Bundesautobahnen

2. Bundesstrassen

3. Landesstrassen

4. Gemeindestrassen

Finland

1. Päätiet/Huvudvägar

2. Muut maantiet/Övriga landsvägar

3. Paikallistiet/Bygdevägar

4. Kadut ja kaavatiet/Gator och planlagda vägar

IJsland

1. Pjó svegir

2. Sysluvegir

3. Pjó svegir í péttb´yli

4. Götur sveitarfélaga

Liechtenstein

1. Landesstrassen

2. Gemeindestrassen

Noorwegen

1. Riksveger

2. Fylkesveger

3. Kommunale veger

Zweden

1. Motorvägar

2. Motortrafikleder

3. Övriga väger

Zwitserland

1. Nationalstrassen/routes nationales/strade Nazionali

2. Kantonstrassen/routes cantonales/strade cantonali

3. Gemeindestrassen/routes communales/strade comunali".

2. 370 R 2598: Verordening (EEG) nr. 2598/70 van de Commissie van 18 december 1970 betreffende de vaststelling van de inhoud van de verschillende posten van de boekhoudkundige schema's bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juni 1970 (PB nr. L 278, 23.12.1970, blz. 1) gewijzigd bij:

- 378 R 2116: Verordening (EEG) nr. 2116/78 van de Commissie van 7 september 1978 (PB nr. L 246, 8.9.1978, blz. 7).

3. 371 R 0281: Verordening (EEG) nr. 281/71 van de Commissie van 9 februari 1971 tot vaststelling van de lijst van waterwegen van maritieme aard, bedoeld in artikel 3, sub e), van Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juni 1970 (PB nr. L 33, 10.2.1971, blz. 11), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 92)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 162).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"Finland

- Saimaan kanava/Saima kanal

- Saimaan vesistö/Saimens vattendrag

Zweden

- Trollhätte kanal en Göta älv

- Vänern

- Södertälje kanal

- Mälaren".

4. 369 R 1191: Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende het optreden van de Lid-Staten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 156, 28.6.1969, blz. 1), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 90)

- 373 D 0101(01): Besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 januari 1973 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Europese Gemeenschappen (PB nr. L 2, 1.1.1973, blz. 19).

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 92).

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 161).

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

- 391 R 1893: Verordening (EEG) nr. 1893/91 van de Raad van 20 juni 1991 (PB nr. L 169, 29.6.1991, blz. 1).

(ii) Infrastructuur

5. 378 D 0174: Beschikking 78/174/EEG van de Raad van 20 februari 1978 tot instelling van een overlegprocedure en tot oprichting van een comité voor de vervoersinfrastructuur (PB nr. L 54, 25.2.1978, blz. 16).

De bepalingen van de beschikking worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) in artikel 1, punt 2, artikel 2, lid 1, en artikel 5 worden de woorden "van communautair belang" vervangen door "van belang voor de partijen bij de EER-Overeenkomst".

b) artikel 1, lid 2, c), is niet van toepassing.

Regeling voor het betrekken van de EVA-Staten bij de werkzaamheden, in overeenstemming met artikel 101 van de Overeenkomst:

Een deskundige uit elke EVA-Staat mag meewerken aan het vervullen van de in deze Beschikking omschreven taken van het Comité voor de vervoersinfrastructuur. De Commissie van de EG dient de deelnemers op tijd de datum van de vergadering van het Comité mede te delen en in het bezit te stellen van de desbetreffende documenten.

(iii) Mededingingsregels

6. 360 R 0011: Verordening nr. 11 van de Raad ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden (PB nr. 52, 16.8.1960, blz. 1121/60), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 12)

- 384 R 3626: Verordening (EEG) nr. 3626/84 van de Raad van 19 december 1984 (PB nr. L 335, 22.12.1984, blz. 4).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Voor de toepassing van artikelen 11 tot en met 26 van deze Verordening zie Protocol 21.

7. 368 R 1017: Verordening (EEG) nr. 1017/68 van de Raad van 19 juli 1968 houdende de toepassing van mededingingsregels op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 175, 23.7.1968, blz. 1) (1).

8. 369 R 1629: Verordening (EEG) nr. 1629/69 van de Commissie van 8 augustus 1969 betreffende vorm, inhoud en overige bijzonderheden van klachten overeenkomstig artikel 10, verzoeken overeenkomstig artikel 12 en aanmeldingen overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1017/68 van de Raad van 19 juli 1968 (PB nr. L 209, 21.8.1969, blz. 1) (2).

9. 369 R 1630: Verordening (EEG) nr. 1630/69 van de Commissie van 8 augustus 1969 over het horen van belanghebbenden en derden overeenkomstig artikel 26, de leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1017/68 van de Raad van 19 juli 1968 (PB nr. L 209, 21.8.1969, blz. 11).

10. 374 R 2988: Verordening (EEG) nr. 2988/74 van de Raad van 26 november 1974 inzake de verjaring van het recht van vervolging en van tenuitvoerlegging op het gebied van het vervoers- en het mededingingsrecht van de Europese Economische Gemeenschap (PB nr. L 319, 29.11.1974, blz. 1).

(iv) Steunmaatregelen van de staten

11. 370 R 1107: Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad van 4 juni 1970 betreffende de steunmaatregelen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 130, 15.6.1970, blz. 1), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 92)

- 375 R 1473: Verordening (EEG) nr. 1473/75 van de Raad van 20 mei 1975 (PB nr. L 152, 12.6.1975, blz. 1)

- 382 R 1658: Verordening (EEG) nr. 1658/82 van de Raad van 10 juni 1982 ter aanvulling van Verordening (EEG) nr. 1107/70 betreffende de steunmaatregelen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren met bepalingen inzake het gecombineerd vervoer (PB nr. L 184, 29.6.1982, blz. 1)

- 389 R 1100: Verordening (EEG) nr. 1100/89 van de Raad van 27 april 1989 (PB nr. L 116, 28.4.1989, blz. 24).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

In artikel 5 wordt "Commissie" vervangen door "de bevoegde autoriteit als omschreven in artikel 62 van de EER-Overeenkomst".

(v) Vereenvoudiging van de formaliteiten aan de grenzen

12. 389 R 4060: Verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de afschaffing van controles aan de grenzen van de Lid-Staten voor wegvervoer en binnenvaart (PB nr. L 390, 30.12.1989, blz. 18).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) Overeenkomstig artikel 17 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Oostenrijk inzake het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor (hieronder "de transito-overeenkomst" genoemd), mag Oostenrijk aan zijn grenzen controles verrichten om na te gaan of het ecopuntenstelsel, als bedoeld in artikel 16 van de transito-overeenkomst, wordt nageleefd.

Alle betrokken overeenkomstsluitende partijen mogen aan de grens controles verrichten om de naleving te controleren van de in artikel 16 van de transito-overeenkomst bedoelde contingenteringsregelingen die niet door het ecopuntenstelsel worden vervangen en van de contigenteringsregelingen die onder bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk enerzijds en Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland anderzijds vallen.

Alle andere controles dienen in overeenstemming met de Verordening te worden uitgevoerd.

b) Zwitserland mag aan de grenzen controles verrichten om de vergunningen te verifiëren die zijn afgegeven uit hoofde van bijlage 6 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Zwitserse Bondsstaat inzake het vervoer van goederen over de weg en per spoor.

Alle andere controles dienen in overeenstemming met de Verordening te worden uitgevoerd.

(vi) Gecombineerd vervoer

13. 375 L 0130: Richtlijn 75/130/EEG van de Raad van 17 februari 1975 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten (PB nr. L 48, 22.2.1975, blz. 31), gewijzigd bij:

- 379 L 0005: Richtlijn 79/5/EEG van de Raad van 19 december 1978 (PB nr. L 5, 9.1.1979, blz. 33)

- 382 L 0003: Richtlijn 82/3/EEG van de Raad van 21 december 1981 (PB nr. L 5, 9.1.1982, blz. 12)

- 382 L 0603: Richtlijn 82/603/EEG van de Raad van 28 juli 1982 (PB nr. L 247, 23.8.1982, blz. 6).

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 5.11.1985, blz. 163).

- 386 L 0544: Richtlijn 86/544/EEG van de Raad van 10 november 1986 (PB nr. L 320, 15.11.1986, blz. 33).

- 391 L 0224; Richtlijn 91/224/EEG van de Raad van 27 maart 1991 (PB nr. L 103, 23.4.1991, blz. 1).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 8, lid 3, dient het volgende te worden toegevoegd:

"- Oostenrijk:

Strassenverkehrsbeitrag

- Finland:

Moottoriajoneuvovero/Motorfordonsskatt

- Zweden:

Fordonsskatt."

Zwitserland zal een subsidieregeling handhaven voor het gecombineerd vervoer (op de datum van ondertekening van de Overeenkomst: Verordnung des Schweizerischen Bundesrates vom 29. Juni 1988 über die Förderung des kombinierten Verkehrs und des Transports begleiteter Motorfahrzeuge - Ordonnance sur la promotion du trafic combiné et du transport des vehicules à moteur accompagnés, du 29 juin 1988 - Ordinanza sul promovimento del traffico combinato e del trasporto di autoveicoli accompagnati, del 29 giugno 1988) in plaats van belastingrestitutie in te voeren.

II. WEGVERVOER

(i) Technische harmonisatie en veiligheid

14. 385 L 0003: Richtlijn 85/3/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende de gewichten, de afmetingen en sommige andere technische kenmerken van bepaalde wegvoertuigen (PB nr. L 2, 3.1.1985, blz. 14), gewijzigd bij:

- 386 L 0360: Richtlijn 86/360/EEG van de Raad van 24 juli 1986 (PB nr. L 217, 5.8.1986, blz. 19)

- 388 L 0218: Richtlijn 88/218/EG van de Raad van 11 april 1988 (PB nr. L 98, 15.4.1988, blz. 48)

- 389 L 0338: Richtlijn 89/338/EEG van de Raad van 27 april 1989 (PB nr. L 142, 25.5.1989, blz. 3)

- 389 L 0460: Richtlijn 89/460/EEG van de Raad van 18 juli 1989 tot wijziging van Richtlijn 85/3/EEG met het oog op de vaststelling van de datum waarop de aan Ierland en het Verenigd Koninkrijk toegestane afwijkingen verstrijken (PB nr. L 226, 3.8.1989, blz. 5)

- 389 L 0461: Richtlijn 89/461/EEG van 18 juli 1989 tot wijziging van Richtlijn 85/3/EEG ten einde een aantal toegestane maximale afmetingen van gelede voertuigen vast te stellen (PB nr. L 226, 3.8.1989, blz. 7)

- 391 L 0060: Richtlijn 91/60/EEG van de Raad van 4 februari 1991 tot wijziging van Richtlijn 85/3/EEG met het oog op de vaststelling van een aantal toegestane maximale afmetingen voor samenstellen (PB nr. L 37, 9.2.1991, blz. 37).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Oostenrijk mag zijn nationale wetgeving met betrekking tot het maximaal toegestane gewicht van motorvoertuigen en aanhangwagens, als vastgesteld in bijlage I, punten 2.2.1 en 2.2.2. van deze Richtlijn, blijven toepassen. Bepalingen waarbij het gebruik van voertuigen (afzonderlijk of als samenstel) die niet in overeenstemming zijn met deze nationale wetgeving, wordt toegestaan, zijn bijgevolg niet toepasselijk in Oostenrijk. Deze situatie wordt zes maanden vóór het verstrijken van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Oostenrijk inzake het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor gezamenlijk opnieuw bekeken.

Zwitserland mag zijn nationale wetgeving met betrekking tot het maximaal toegestane gewicht van motorvoertuigen en aanhangwagens, als vastgesteld in bijlage I, punten 2.2 en 2.3.3 van deze Richtlijn, blijven toepassen. Bepalingen waarbij het gebruik van voertuigen (afzonderlijk of als samenstel) die niet in overeenstemming zijn met deze nationale wetgeving wordt toegestaan, zijn bijgevolg niet toepasselijk in Zwitserland. Deze situatie wordt zes maanden vóór het verstrijken van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Zwitserse Bondsstaat betreffende het goederenvervoer over de weg en per spoor gezamenlijk opnieuw bekeken.

Alle andere bepalingen met betrekking tot de afmetingen en gewichten die onder deze Richtlijn vallen, worden door Oostenrijk en Zwitserland integraal ten uitvoer gelegd.

15. 386 L 0364: Richtlijn 86/364/EEG van de Raad van 24 juli 1986 betreffende het bewijs dat voertuigen voldoen aan Richtlijn 85/3/EEG betreffende de gewichten, de afmetingen en sommige andere kenmerken van bepaalde wegvoertuigen (PB nr. L 221, 7.8.1986, blz. 48).

16. 377 L 0143: Richtlijn 77/143/EEG van de Raad van 29 december 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (PB nr. L 47, 18.2.1977, blz. 47), gewijzigd bij:

- 388 l 0449: Richtlijn 88/449/EG van de Raad van 26 juli 1988 (PB nr. L 222, 12.8.1988, blz. 10), gerectificeerd in PB nr. L 261, 21.9.1988, blz. 28

- 391 L 0225: Richtlijn 91/225/EEG van de Raad van 27 maart 1991 (PB nr. L 103, 23.4.1991, blz. 3).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Tot 1 januari 1998 mag Zwitserland voor alle categorieën voertuigen die in bijlage I van de Richtlijn zijn genoemd een langer tijdsinterval handhaven tussen twee opeenvolgende verplichte technische controles.

17. 389 L 0459: Richtlijn 89/459/EEG van de Raad van 18 juli 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de diepte van de groeven in luchtbanden van bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB nr. L 226, 3.8.1989, blz. 4).

(ii) Belastingen

18. 368 L 0297: Richtlijn 68/297/EEG van de Raad van 19 juli 1968 betreffende de uniformisatie van de voorschriften ten aanzien van de toelating met vrijdom van recht van de zich in de reservoirs van bedrijfsautomobielen bevindende brandstof (PB nr. L 175, 23.7.1968, blz. 15), gewijzigd bij:

- 172 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 92)

- 385 L 0347: Richtlijn 85/347/EEG van de Raad van 8 juli 1985 (PB nr. L 183, 16.7.1985, blz. 22).

(iii) Sociale harmonisatie

19. 377 L 0796: Richtlijn 77/796/EEG van de Raad van 12 december 1977 inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels van ondernemer van goederenvervoer over de weg en ondernemer van personenvervoer over de weg en houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vrije vestiging van die vervoerondernemers (PB nr. L 334, 24.12.1977, blz. 37), gewijzigd bij:

- 389 L 0438: Richtlijn 89/438/EEG van de Raad van 21 juni 1989 (PB nr. L 212, 22.7.1989, blz. 101), gerectificeerd in PB nr. L 298, 17.10.1989, blz. 31.

20. 385 R 3820: Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB nr. L 370, 31.12.1985, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) het bepaalde in artikel 3 is niet van toepassing;

b) Zwitserland legt de bepalingen van artikel 5, lid 2, 6, lid 1, 7, leden 1 en 2, en 8, leden 1, 2 en 3, van de Verordening uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

21. 385 R 3821: Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB nr. L 370, 31.12.1985, blz. 8), gewijzigd bij:

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

a) tot uiterlijk 1 januari 1995 mag Oostenrijk voor voertuigen die uitsluitend in het binnenlands vervoer worden gebruikt vrijstelling verlenen van de in artikel 3, lid 1, van de Verordening vastgelegde verplichting om een controleapparaat te installeren;

b) tot uiterlijk 1 januari 1995 mag Zwitserland de uit meer dan één bestuurder bestaande bemanning vrijstellen van de in punt 4.3 van hoofdstuk III(c) van Bijlage I bij de Verordening vastgestelde verplichting om de onder punt 4.1 genoemde gegevens op twee afzonderlijke bladen te registreren.

22. 376 L 0914: Richtlijn 76/914/EEG van de Raad van 16 december 1976 betreffende het minimumniveau van de opleiding van bestuurders in het wegvervoer (PB nr. L 357, 29.12.1976, blz. 36).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Zwitserland legt de bepalingen van de richtlijn uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

23. 388 L 0599: Richtlijn 88/599/EEG van de Raad van 23 november 1988 betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3820/85 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB nr. L 325, 29.11.1988, blz. 55).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Oostenrijk en Zwitserland leggen de bepalingen van de richtlijn uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

24. 389 L 0684: Richtlijn 89/684/EEG van de Raad van 21 december 1989 betreffende de beroepsopleiding van bepaalde bestuurders van voertuigen voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PB nr. L 398, 30.12.1989, blz. 33).

(iv) Toegang tot de markt (goederenvervoer)

25. 362 L 2005: Eerste Richtlijn van de Raad inzake de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor bepaalde soorten goederenvervoer over de weg tussen Lid-Staten (PB nr. 70, 6.8.1962, blz. 2005/62), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1972, blz. 92)

- 372 L 0426: Richtlijn 72/426/EEG van de Raad van 19 december 1972 (PB nr. L 291, 28.12.1972, blz. 155)

- 374 L 0149: Richtlijn 74/149/EEG van de Raad van 4 maart 1974 (PB nr. L 84, 28.3.1974, blz. 8)

- 377 L 0158: Richtlijn 77/158/EEG van de Raad van 14 februari 1977 (PB nr. L 48, 19.12.1977, blz. 30)

- 378 L 0175: Richtlijn 78/175/EEG van de Raad van 20 februari 1978 (PB nr. L 54, 25.2.1978, blz. 18)

- 380 L 0049: Richtlijn 80/49/EEG van de Raad van 20 december 1979 (PB nr. L 18, 24.1.1980, blz. 23)

- 382 L 0050: Richtlijn 82/50/EEG van de Raad van 19 januari 1982 (PB nr. L 27, 4.2.1982, blz 22)

- 383 L 0572: Richtlijn 83/572/EEG van de Raad van 26 oktober 1983 (PB nr. L 332, 28.11.1983, blz. 33)

- 384 L 0647: Richtlijn 84/647/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (PB nr. L 335, 22.12.1984, blz. 72).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de bepalingen van de richtlijn zijn uitsluitend van toepassing op het eigen vervoer.

b) de toepassing van deze richtlijn doet voor de duur van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Oostenrijk betreffende het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor geen afbreuk aan de bestaande wederzijdse rechten inzake toegang tot de markt als bedoeld in artikel 16 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Oostenrijk betreffende het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor en in de bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk enerzijds en Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland anderzijds, tenzij de betrokken partijen anders zijn overeengekomen.

26. 376 R 3164: Verordening (EEG) nr. 3164/76 van de Raad van 16 december 1976 inzake de toegang tot de markt voor het goederenvervoer over de weg (PB nr. L 357, 29.12.1976, blz. 1), gewijzigd bij:

- 388 R 1841: Verordening (EEG) nr. 1841/88 van de Raad van 21 juni 1988 (PB nr. L 163, 3.6.1988, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) alleen artikel 4 bis van de verordening is van toepassing op voorwaarde dat de in artikel 4 ter bedoelde uitvoeringsmaatregelen worden vastgesteld en deze in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Overeenkomst;

b) de toepassing van deze verordening doet voor de duur van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en de Republiek Oostenrijk betreffende het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor geen afbreuk aan de bestaande wederzijdse rechten inzake toegang tot de markt als bedoeld in artikel 16 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Oostenrijk betreffende het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor en in de bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk enerzijds en Finland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland anderzijds, tenzij de betrokken partijen anders zijn overeengekomen.

(v) Tarieven (goederenvervoer)

27. 389 R 4058: Verordening (EEG) nr. 4058/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de prijsvorming voor het goederenvervoer over de weg tussen de Lid-Staten (PB nr. L 390, 30.12.1989, blz. 1).

(vi) Toegang tot het beroep (goederenvervoer)

28. 374 L 0561: Richtlijn 74/561/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg (PB nr. L 308, 19.11.1974, blz. 18), gewijzigd bij:

- 389 L 0438: Richtlijn 89/438/EEG van de Raad van 21 juni 1989 (PB nr. L 212, 22.7.1989, blz. 101)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Zwitserland legt de bepalingen van de richtlijn uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

(vii) Gehuurde voertuigen (goederenvervoer)

29. 384 L 0647: Richtlijn 84/647/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (PB nr. L 335, 22.12.1984, blz. 72), gewijzigd bij:

- 390 L 0398: Richtlijn 90/398/EEG van de Raad van 24 juli 1990 (PB nr. L 202, 31.7.1990, blz. 46).

(viii) Toegang tot de markt (reizigersvervoer)

30. 366 R 0117: Verordening nr. 117/66/EEG van de Raad van 28 juli 1966 betreffende de invoering van gemeenschappelijke regels voor het internationale vervoer van personen over de weg met autobussen (PB nr. 147, 9.8.1966, blz. 2688/66).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Artikel 4, lid 2, is niet van toepassing.

31. 368 R 1016: Verordening (EEG) nr. 1016/68 van de Commissie van 9 juli 1968 betreffende de invoering van modellen van de controledocumenten, bedoeld in de artikelen 6 en 9 van Verordening nr. 117/66/EEG van de Raad (PB nr. L 173, 22.7.1968, blz. 8), gewijzigd bij:

- 382 R 2485: Verordening (EEG) nr. 2485/82 van de Commissie van 13 september 1982 (PB nr. L 265, 15.9.1982, blz. 5).

32. 372 R 0516: Verordening (EEG) nr. 516/72 van de Raad van 28 februari 1972 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor pendelvervoer met autobussen (autocars) tussen de Lid-Staten (PB nr. L 67, 20.3.1972, blz. 13), gewijzigd bij:

- 378 R 2778: Verordening (EEG) nr. 2778/78 van de Raad van 23 november 1978 (PB nr. L 333, 30.11.1978, blz. 4).

33. 372 R 0517: Verordening (EEG) nr. 517/72 van de Raad van 28 februari 1972 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor het geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer met autobussen tussen de Lid-Staten (PB nr. L 67, 20.3.1972, blz. 19), gewijzigd bij:

- 377 R 3022: Verordening (EEG) nr. 3022/77 van de Raad van 20 december 1977 (PB nr. L 358, 31.12.1977, blz. 1)

- 378 R 1301: Verordening (EEG) nr. 1301/78 van de Raad van 12 juni 1978 (PB nr. L 158, 16.6.1978, blz. 1).

34. 372 R 1172: Verordening (EEG) nr. 1172/72 van de Commissie van 26 mei 1972 met betrekking tot de vaststelling van de documenten bedoeld in Verordening (EEG) nr. 517/72 van de Raad en in Verordening (EEG) nr. 516/72 van de Raad (PB nr. L 134, 12.6.1972, blz. 1), gewijzigd bij:

- 372 R 2778: Verordening (EEG) nr. 2778/72 van de Commissie van 20 december 1972 (PB nr. L 292, 29.12.1972, blz. 22)

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 92)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1995, blz. 162).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

In bijlage 1 dient voetnoot 1 als volgt te worden aangevuld: IJsland (IS), Liechtenstein (FL), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Zwitserland (CH), Finland (SF), Zweden (S).

(ix) Toegang tot het beroep (personenvervoer)

35. 374 L 0562: Richtlijn 74/562/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal personenvervoer over de weg (PB nr. L 308, 19.11.1974, blz. 23), gewijzigd bij:

- 389 L 0438: Richtlijn 89/438/EEG van de Raad van 21 juni 1989 (PB nr. L 212, 22.7.1989, blz. 101).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Oostenrijk legt de bepalingen van de richtlijn uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

36. 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

III. SPOORVERVOER

(i) Structuurbeleid

37. 375 D 0327: Beschikking 75/327/EEG van de Raad van 20 mei 1975 betreffende de sanering van de toestand bij de spoorwegondernemingen en de harmonisatie van de voorschriften voor de financiële betrekkingen tussen deze ondernemingen en de Staten (PB nr. L 152, 12.6.1975, blz. 3), gewijzigd bij:

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 92)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 163)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

De bepalingen van de beschikking worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) artikel 8 is niet van toepassing;

b) Oostenrijk past de bepalingen van deze beschikking uiterlijk vanaf 1 januari 1995 toe.

38. 383 D 0418: Beschikking 83/418/EEG van de Raad van 25 juli 1983 inzake de commerciële autonomie van de spoorwegen bij het beheer van hun internationale reizigers- en bagagevervoer (PB nr. L 237, 26.8.1983, blz. 32), gewijzigd bij:

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 65)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

39. 369 R 1192: Verordening (EEG) nr. 1192/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende de gemeenschappelijke regels voor de normalisatie van de rekeningstelsels van de spoorwegondernemingen (PB nr. L 156, 28.6.1969, blz. 8), gewijzigd bij:

- 1 72 B: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 73, 27.3.1979, blz. 90)

- 373 D 0101(01): Besluit van de Raad van 1 januari 1973 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe Lid-Staten tot de Europese Gemeenschappen (PB nr. L 2, 1.1.1973, blz. 19)

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 92)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 161)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

40. 377 R 2830: Verordening (EEG) nr. 2830/77 van de Raad van 12 december 1977 betreffende de maatregelen die nodig zijn om de boekhoudingen en de jaarrekeningen van de spoorwegondernemingen onderling vergelijkbaar te maken (PB nr. L 334, 24.12.1977, blz. 13), gewijzigd bij:

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 94)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 162)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

41. 378 R 2183: Verordening (EEG) nr. 2183/78 van de Raad van 19 september 1978 betreffende de vaststelling van uniforme beginselen voor de kostenberekening van de spoorwegondernemingen (PB nr. L 258, 21.9.1978, blz. 1), gewijzigd bij:

- 1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB nr. L 291, 19.11.1979, blz. 93)

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 162)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

(ii) Tarieven

42. 382 D 0529: Beschikking 82/529/EEG van de Raad van 19 juli 1982 betreffende de prijsvorming in het internationale goederenvervoer per spoor (PB nr. L 234, 9.8.1982, blz. 5), gewijzigd bij:

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 164)

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse éénwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

IV. VERVOER OVER DE BINNENWATEREN

(i) Toegang tot de markt

43. 385 R 2919: Verordening (EEG) nr. 2919/85 van de Raad van 17 oktober 1985 houdende vaststelling van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor het regime dat door de herziene Rijnvaartakte wordt gereserveerd voor de vaartuigen die tot de Rijnvaart behoren (PB nr. L 280, 22.10.1985, blz. 4).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de Commissie wordt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2 door de EVA-Staten ook in kennis gesteld van alle in dat artikel bedoelde mededelingen die de EVA-Staten aan de CCR zouden doen toekomen;

b) artikel 3 is niet van toepassing.

(ii) Structuurbeleid

44. 389 R 1101: Verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad van 27 april 1989 betreffende de structurele sanering van de binnenvaart (PB nr. L 116, 28.4.1989, blz. 25), gewijzigd bij:

- 390 R 3572: Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse eenwording, van een aantal richtlijnen, beschikkingen en verordeningen, betreffende het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 12).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Bij het nemen van de in artikel 6, lid 7, en artikel 8, leden 1 c) en 3 c) bedoelde besluiten houdt de Commissie op dezelfde wijze rekening met de standpunten van de EVA-Staten als met die van de Lid-Staten van de EG.

45. 389 R 1102: Verordening (EEG) nr. 1102/89 van de Commissie van 27 april 1989 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1101/89 van de Raad (PB nr. L 116, 28.4.1989, blz. 30), gewijzigd bij:

- 389 R 3685: Verordening (EEG) nr. 3685/89 van de Commissie van 8 december 1989 (PB nr. L 360, 9.12.1989, blz. 20)

- 391 R 0317: Verordening (EEG) nr. 317/91 van de Commissie van 8 februari 1991 (PB nr. L 37, 9.12.1991, blz. 27).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Bij het wijzigen van deze verordening, als bedoeld in artikel 12, lid 1, houdt de Commissie op dezelfde wijze rekening met de standpunten van de EVA-Staten als met die van de Lid-Staten van de EG.

(iii) Toegang tot het beroep

46. 387 L 0540: Richtlijn 87/540/EEG van de Raad van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma's, certificaten en andere titels (PB nr. L 322, 12.11.1987, blz. 20).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Oostenrijk legt de richtlijn uiterlijk op 1 juli 1994 ten uitvoer. Zwitserland legt de richtlijn uiterlijk op 1 januari 1995 ten uitvoer.

(iv) Technische harmonisatie

47. 382 L 0714: Richtlijn 82/714/EEG van de Raad van 4 oktober 1982 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (PB nr. L 301, 28.10.1982, blz. 1).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

De lijst in bijlage I dient als volgt te worden aangevuld:

HOOFDSTUK I

Zone 2

"Zweden

Trollhätte kanal en Göta älv

Vänern

Södertälje kanal

Mälaren

Falsterbo kanal

Sotenkanalen."

HOOFDSTUK II

Zone 3

"Oostenrijk

Donau van de Oostenrijks-Duitse grens tot aan de Oostenrijks-Tsjechoslowaakse grens

Zweden

Göta kanal

Vättern

Zwitserland

Rijn van Rheinfelden tot aan de Zwitsers-Duitse grens."

HOOFDSTUK III

Zone 4

"Zweden

Alle overige rivieren, kanalen en meren, niet genoemd onder zones 1, 2 en 3."

48. 376 L 0135: Richtlijn 76/135/EEG van de Raad van 20 januari 1976 inzake de wederzijdse erkenning van scheepsattesten voor binnenschepen (PB nr. L 21, 29.1.1976, blz. 10), gewijzigd bij:

- 378 L 1016: Richtlijn 78/1016/EEG van de Raad van 23 november 1978 (PB nr. L 349, 13.12.1978, blz. 31).

49. 377 D 0527: Beschikking 77/527/EEG van de Commissie van 29 juli 1977 houdende opstelling van de lijst van de waterwegen waar maritieme omstandigheden kunnen heersen, met het oog op toepassing van Richtlijn 76/135/EEG van de Raad (PB nr. L 209, 17.8.1977, blz. 29), gewijzigd bij:

- 1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB nr. L 302, 15.11.1985, blz. 164).

De bepalingen van de beschikking worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

De lijst in de bijlage dient als volgt te worden aangevuld:

"SUOMI/FINLAND

Saimaan kanava/Saima Kanal

Saimaan vesistö/Saimens vattendrag

SVERIGE

Trollhätte kanal en Göta älv

Vänern

Mälaren

Södertälje kanal

Falsterbo kanal

Sotenkanalen."

V. ZEEVERVOER

Protocol 19 is van toepassing op de betrekkingen met derde landen op het gebied van het zeevervoer.

50. 386 R 4056: Verordening (EEG) nr. 4056/86 van de Raad van 22 december 1986 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag op het zeevervoer (PB nr. L 378, 31.12.1986, blz. 4) (3).

51. 388 R 4260: Verordening (EEG) nr. 4260/88 van de Commissie van 16 december 1988 betreffende de mededelingsverplichtingen, de klachten, de verzoeken en het horen van belanghebbenden en derden, zoals bedoeld in Verordening (EEG) nr. 4056/86 van de Raad (PB nr. L 376, 21.12.1988, blz. 1) (4).

52. 379 R 0954: Verordening (EEG) nr. 954/79 van de Raad van 15 mei 1979 betreffende de bekrachtiging door de Lid-Staten van of de toetreding van de Lid-Staten tot het Verdrag van de Verenigde Naties inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences (PB nr. L 121, 17.5.1979, blz. 1) (5).

53. 386 R 4055: Verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen (PB nr. L 378, 31.12.1986, blz. 1) gewijzigd bij:

- 390 R 3573: Verordening (EEG) nr. 3573/90 van de Raad van 4 december 1990 tot wijziging, in verband met de Duitse eenwording, van Verordening (EEG) nr. 4055/86 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen (PB nr. L 353, 17.12.1990, blz. 16).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) artikel 2 wordt vervangen door "Er mogen geen unilaterale nationale beperkingen worden gesteld aan het vervoer van bepaalde goederen dat geheel of gedeeltelijk gereserveerd is voor onder nationale vlag varende schepen";

b) met betrekking tot artikel 5, lid 1, is overeengekomen dat vrachtverdelingsregelingen in het bulkvervoer in toekomstige overeenkomsten met derde landen verboden zijn;

c) voor de toepassing van de artikelen 5, 6 en 7 is Protocol 19 bij de EER-Overeenkomst van toepassing.

54. 379 L 0115: Richtlijn/115/EEG van de Raad van 21 december 1978 inzake het loodsen van schepen door Noordzee-loodsen op de Noordzee en in het Kanaal (PB nr. L 33, 8.2.1979, blz. 32).

55. 379 L 0116: Richtlijn 79/116/EEG van de Raad van 21 december 1978 inzake de minimumeisen waaraan bepaalde tankers moeten voldoen bij het in- en uitvaren van de zeehavens van de Gemeenschap (PB nr. L 33, 8.2.1979, blz. 33), gewijzigd bij:

- 379 L 1034: Richtlijn 79/1034/EEG van de Raad van 6 december 1979 (PB nr. L 315, 11.12.1979, blz. 16).

56. 391 R 0613: Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad van 4 maart 1991 betreffende overdracht van schepen tussen nationale registers binnen de Gemeenschap (PB nr. L 68, 15.3.1991, blz. 1).

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten:

57. 386 R 4057: Verordening (EEG) nr. 4057/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende oneerlijke tariefpraktijken in het vervoer over zee (PB nr. L 378, 31.12.1986, blz. 14).

58. 386 R 4058: Verordening (EEG) nr. 4058/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende een gecoördineerd optreden ter vrijwaring van de vrije toegang tot lading in het vervoer over zee (PB nr. L 378, 31.12.1986, blz. 21).

59. 383 D 0573: Beschikking 83/573/EEG van de Raad van 26 oktober 1983 betreffende tegenmaatregelen op het gebied van de internationale koopvaardij (PB nr. L 332, 28.11.1983, blz. 37).

VERMELDE BESLUITEN

VI. BURGERLUCHTVAART

(i) Mededingingsregels

60. 387 R 3975: Verordening (EEG) nr. 3975/87 van de Raad van 14 december 1987 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de mededingingsregels op ondernemingen in de sector luchtvervoer (PB nr. L 374, 31.12.1987, blz. 1) (6).

61. 388 R 4261: Verordening (EEG) nr. 4261/88 van de Commissie van 16 december 1988 betreffende de klachten en verzoeken en het horen van belanghebbenden en derden, zoals bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3975/87 van de Raad (PB nr. L 376, 31.12.1988, blz. 10) (7).

(ii) Toegang tot de markt

62. 390 R 2343: Verordening (EEG) nr. 2343/90 van de Raad van 24 juli 1990 betreffende de toegang van luchtvaartmaatschappijen tot geregelde intracommunautaire luchtdiensten en de verdeling van de passagierscapaciteit tussen luchtvaartmaatschappijen op geregelde luchtdiensten tussen Lid-Staten (PB nr. L 217, 11.8.1990, blz. 8).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

De lijst in bijlage II van de verordening wordt als volgt aangevuld:

">RUIMTE VOOR DE TABEL>

"

63. 389 R 2299: Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad van 24 juli 1989 betreffende gedragsregels voor geautomatiseerde boekingssystemen (PB nr. L 220, 29.7.1989, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

Voor de toepassing van de artikelen 7 en 11 tot en met 20 van deze verordening zie Protocol 21.

64. 391 R 0294: Verordening (EEG) nr. 294/91 van de Raad van 4 februari 1991 inzake het onderhouden van luchtvrachtdiensten tussen Lid-Staten (PB nr. L 36, 8.2.1991, blz. 1).

(iii) Tarieven

65. 390 R 2342: Verordening (EEG) nr. 2342/90 van de Raad van 24 juli 1990 betreffende de tarieven voor geregelde luchtdiensten (PB nr. L 217, 11.8.1990, blz. 1).

(iv) Technische harmonisatie en veiligheid

66. 380 L 1266: Richtlijn 80/1266/EEG van de Raad van 16 december 1980 inzake de toekomstige samenwerking en onderlinge bijstand van de Lid-Staten op het gebied van het onderzoek naar de oorzaken van luchtvaartongevallen (PB nr. L 375, 31.12.1980, blz. 32).

(v) Overlegprocedure

67. 380 D 0050: Beschikking 80/50/EEG van de Raad van 20 december 1979 houdende instelling van een overlegprocedure inzake de betrekkingen tussen de Lid-Staten en derde landen op het gebied van het luchtvervoer en inzake de acties op dit gebied in internationale organisaties (PB nr. L 18, 24.1.1980, blz. 24).

(vi) Sociale harmonisatie

68. 391 R 0295: Verordening (EEG) nr. 295/91 van de Raad van 4 februari 1991 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor compensatie bij instapweigering in het geregeld luchtvervoer (PB nr. L 36, 8.2.1991, blz. 5).

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten:

69. C/257/88/blz. 6: Bekendmaking van de Commissie betreffende procedures voor mededelingen aan de Commissie op grond van de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 2671/88 van de Commissie van 26 juli 1988 betreffende de toepassing van het Verdrag op groepen overeenkomsten tussen ondernemingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de gezamenlijke planning en coördinatie van de capaciteit, het delen van opbrengsten, het tariefoverleg met betrekking tot geregelde luchtdiensten en het toekennen van landings- en starttijden op luchthavens (PB nr. C 257, 4.10.1988, blz. 6).

70. C/119/89/blz. 6: Mededeling van de Commissie over de toepassing van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 2671/88 van de Commissie van 26 juli 1988 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de gezamenlijke planning en coördinatie van de capaciteit, het delen van opbrengsten, het tariefoverleg met betrekking tot geregelde luchtdiensten en het toekennen van landings- en starttijden op luchthaven (PB nr. C 119, 13.5.1989, blz. 6).

71. 361 Y 0722(01): Aanbeveling van de Commissie van 14 juni 1961 gericht tot de Lid-Staten inzake de toepassing van Verordening nr. 11 ter uitvoering van artikel 79, lid 3, van het Verdrag, betreffende de opheffing van discriminaties inzake vrachtprijzen en vervoervoorwaarden (PB nr. 50, 22.7.1961, blz. 975/61).

72. 485 Y 1231(01): Resolutie 85/C348/01 van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, ter verbetering van de toepassing van de sociale Verordeningen op het stuk van het wegvervoer (PB nr. C 348, 31.12.1985, blz. 1).

73. 384 X 0646: Aanbeveling 84/646/EEG van de Raad van 19 december 1984 gericht tot de nationale spoorwegondernemingen van de Lid-Staten voor een intensievere samenwerking bij het internationale reizigers- en goederenvervoer (PB nr. L 333, 21.12.1984, blz. 63).

74. 382 X 0922: Aanbeveling 82/922/EEG van de Commissie van 17 december 1982 aan de nationale spoorwegondernemingen betreffende de uitwerking van een systeem van internationale diensten van hoge kwaliteit voor het reizigersverkeer (PB nr. L 381, 31.12.1982, blz. 38).

75. 371 Y 0119(01): Resolutie van de Raad van 7 december 1970 nopens de samenwerking tussen de spoorwegondernemingen (PB nr. C 5, 19.1.1971, blz. 1).

(1) Uitsluitend ter informatie vermeld. Voor toepassing zie Bijlage XIV.

(2) Uitsluitend ter informatie vermeld. Voor toepassing zie Protocol 21.

(3) Uitsluitend ter informatie vermeld. Voor toepassing zie bijlage XIV.

(4) Uitsluitend ter informatie vermeld. Voor toepassing zie Protocol 21.

(5) Uitsluitend ter informatie vermeld. Voor toepassing zie bijlage XIV.

(6) Uitsluitend vermeld ter informatie. Voor toepassing zie Protocol 21.