11992M/PRO/DK

Verdrag betreffende de Europese Unie - Protocol betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken

Publicatieblad Nr. C 191 van 29/07/1992 blz. 0089


PROTOCOL betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

GELEID DOOR DE WENS, in overeenstemming met de algemene doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, enkele thans bestaande bijzondere vraagstukken te regelen,

REKENING HOUDENDE met het feit dat de Deense Grondwet bepalingen bevat die kunnen impliceren dat vóór de deelneming van Denemarken aan de derde fase van de Economische en Monetaire Unie een referendum wordt gehouden,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepalingen, die als bijlage aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden gehecht:

1. De Deense Regering stelt de Raad in kennis van haar standpunt betreffende de deelneming aan de derde fase voordat de Raad overgaat tot zijn beoordeling overeenkomstig artikel 109 J, lid 2, van het Verdrag.

2. In geval van een kennisgeving dat Denemarken niet zal deelnemen aan de derde fase, geldt voor Denemarken een ontheffing. Deze ontheffing heeft ten gevolge dat alle artikelen en bepalingen van het Verdrag en de Statuten van het ESCB die betrekking hebben op een derogatie, op Denemarken van toepassing zijn.

3. In een dergelijk geval wordt Denemarken niet opgenomen onder de meerderheid van de Lid-Staten die voldoen aan de nodige voorwaarden bedoeld in artikel 109 J, lid 2, tweede streepje, en lid 3, eerste streepje, van het Verdrag.

4. Wat de intrekking van de ontheffing betreft, wordt de in artikel 109 K, lid 2, bedoelde procedure alleen ingeleid op verzoek van Denemarken.

5. In geval van intrekking van de ontheffingsstatus zijn de bepalingen van dit Protocol niet langer van toepassing.