02023R1115 — NL — 26.12.2024 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2023/1115 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 206) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2024/3234 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2024 |
L 3234 |
1 |
23.12.2024 |
|
VERORDENING (EU) 2023/1115 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 31 mei 2023
betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening voorziet in voorschriften betreffende het in de Unie in de handel brengen en het op de markt van de Unie aanbieden, alsmede de uitvoer uit de Unie van relevante producten, zoals opgenomen in bijlage I, die relevante grondstoffen, zijnde runderen, cacao, koffie, oliepalm, rubber, soja en hout, bevatten of daarmee zijn gevoederd of vervaardigd, teneinde:
de bijdrage van de Unie aan ontbossing en bosdegradatie wereldwijd tot een minimum te beperken, en aldus bij te dragen tot een vermindering van wereldwijde ontbossing;
de bijdrage van de Unie aan broeikasgasemissies en het wereldwijde biodiversiteitsverlies te verminderen.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
“relevante grondstoffen”: runderen, cacao, koffie, oliepalm, soja, rubber en hout;
“relevante producten”: in bijlage I opgenomen producten die relevante grondstoffen bevatten of daarmee zijn gevoederd of vervaardigd;
“ontbossing”: omzetting van bos naar landbouwgebruik, ongeacht of deze wordt veroorzaakt door de mens;
“bos”: gebieden van meer dan 0,5 hectare met bomen met een hoogte van meer dan vijf meter en een kroonbedekking van meer dan 10 %, of bomen die deze drempels op de groeiplaats kunnen bereiken, met uitzondering van gebieden die hoofdzakelijk voor agrarisch of stedelijk grondgebruik dienen;
“landbouwgebruik”: gebruik van grond voor landbouwdoeleinden, waaronder voor landbouwplantages en braaklegging van landbouwareaal, en voor veehouderij;
“landbouwplantage”: grond met boomopstanden in landbouwproductiesystemen, zoals fruitboomgaarden, oliepalmplantages, olijfboomgaarden en boslandbouwsystemen waarbij gewassen onder beschutting van bomen worden geteeld; hieronder vallen alle plantages van andere relevante grondstoffen dan hout; landbouwplantages vallen niet onder de definitie van “bos”;
“bosdegradatie”: structurele veranderingen in bosbedekking, in de vorm van omzetting van:
oerbossen of natuurlijk herstellende bossen naar bosplantages of naar andere beboste gronden, of
oerbossen naar aangeplante bossen;
“oerbos”: natuurlijk geregenereerd bos van inheemse boomsoorten, waar geen duidelijk zichtbare indicatie van menselijke activiteiten is en waar de ecologische processen niet significant verstoord zijn;
“natuurlijk regenererend bos”: bos dat voornamelijk bestaat uit bomen die door natuurlijke regeneratie zijn ontstaan; het omvat een of meer van wat volgt:
bos waarvoor het niet mogelijk is te bepalen of het aangeplant dan wel natuurlijk geregenereerd is;
bos met zowel natuurlijk geregenereerde inheemse boomsoorten als bomen die ontstaan zijn door aanplant of bezaaiing, en waarvan de natuurlijk geregenereerde bomen naar verwachting het grootste deel van de houtvoorraad bij volgroeidheid zullen uitmaken;
hakhout van bomen die door natuurlijke regeneratie zijn ontstaan;
natuurlijk geregenereerde bomen van geïntroduceerde soorten;
“aangeplant bos”: bos dat voornamelijk bestaat uit bomen die zijn ontstaan door aanplant en/of doelbewuste bezaaiing, op voorwaarde dat de aangeplante of gezaaide bomen bij volgroeidheid naar verwachting meer dan 50 % van de houtvoorraad zullen uitmaken. Het omvat hakhout van bomen die oorspronkelijk zijn aangeplant of gezaaid;
“bosplantage”: aangeplant bos dat intensief wordt beheerd en bij aanplant en volgroeidheid voldoet aan alle volgende criteria: één of twee boomsoorten, gelijke leeftijdsklasse en regelmatige boomafstand; hieronder vallen plantages met een korte omlooptijd voor hout, vezels en energie, met uitzondering van bossen die zijn aangeplant voor bescherming of het herstel van ecosystemen, en van bossen die zijn ontstaan door middel van aanplant of bezaaiing en bij volgroeidheid lijken of zullen lijken op natuurlijke herstellende bossen;
“andere beboste grond”: niet als “bos” aangemerkte grond groter dan 0,5 hectare met bomen met een hoogte van meer dan vijf meter en een kroonbedekking van 5 tot 10 %, of bomen die die drempels op de groeiplaats kunnen bereiken, of met een gecombineerde bedekking van ondergroei, struiken en bomen van meer dan 10 %, met uitzondering van grond die hoofdzakelijk voor agrarisch of stedelijk grondgebruik dient;
“ontbossingsvrij”:
de relevante producten bevatten, of zijn gevoederd of vervaardigd met relevante grondstoffen die zijn geproduceerd in gebieden waar na 31 december 2020 geen ontbossing heeft plaatsgevonden, en
in het geval van relevante producten die hout bevatten of ermee zijn vervaardigd, het hout is gekapt in bossen zonder bosdegradatie teweeg te brengen na 31 december 2020;
“geproduceerd”: geteeld, geoogst, verkregen uit of gefokt op relevante percelen of, wat runderen betreft, in etablissementen;
“marktdeelnemer”: een natuurlijk of rechtspersoon die in het kader van een handelsactiviteit relevante producten in de handel brengt of uitvoert;
“in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een relevante grondstof of een relevant product;
“handelaar”: een andere persoon in de toeleveringsketen dan de marktdeelnemer die in het kader van een handelsactiviteit relevante producten op de markt aanbiedt;
“op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een relevant product met het oog op distributie, verbruik of gebruik op de markt van de Unie;
“in het kader van een handelsactiviteit”: met het oog op verwerking, voor distributie aan commerciële of niet-commerciële consumenten, of voor gebruik in de onderneming van de marktdeelnemer of handelaar zelf;
“persoon”: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een vereniging van personen die geen rechtspersoonlijkheid bezit maar krachtens het Unierecht of het nationale recht wel als handelingsbekwaam is erkend;
“in de Unie gevestigd persoon”:
indien het een natuurlijke persoon betreft, elke persoon die zijn verblijfplaats heeft in de Unie;
indien het een rechtspersoon of een vereniging van personen betreft, elke persoon die zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of een vaste inrichting heeft in de Unie;
“gemachtigde vertegenwoordiger”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die, overeenkomstig artikel 6, schriftelijk door een marktdeelnemer of handelaar is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen in verband met de verplichtingen van de marktdeelnemer of handelaar uit hoofde van deze verordening;
“land van oorsprong”: een land of gebied zoals bedoeld in artikel 60 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
“land van productie”: het land of gebied waar de relevante grondstof of de bij de productie van een relevant product gebruikte of in een relevant product vervatte relevante grondstof is geproduceerd;
“niet-conforme producten”: relevante producten die niet voldoen aan artikel 3;
“verwaarloosbaar risico”: het risiconiveau dat van toepassing is op relevante grondstoffen en relevante producten, wanneer er, op basis van een volledige beoordeling van zowel de productspecifieke als de algemene informatie en, waar nodig, van de toepassing van de passende risicobeperkende maatregelen, geen reden tot bezorgdheid bestaat over de conformiteit van die grondstoffen of producten met artikel 3, punt a) of b);
“perceel”: een stuk land binnen één onroerend goed, zoals erkend door de wetgeving van het land van productie, dat voldoende homogeen is om op geaggregeerd niveau het aan de relevante grondstoffen die op dat stuk land worden geproduceerd verbonden risico op ontbossing en bosdegradatie te kunnen beoordelen;
“geolocatie”: de geografische locatie van een perceel, beschreven aan de hand van lengte- en breedtecoördinaten, uitgedrukt in ten minste één lengte- en één breedtecoördinaat, met ten minste zes decimalen; voor percelen van meer dan vier hectare die worden gebruikt voor de productie van andere relevante grondstoffen dan runderen, wordt dit verstrekt met behulp van polygonen met voldoende breedte- en lengtecoördinaten om de omtrek van elk perceel te beschrijven;
“etablissement”: ruimte, structuur of, in geval van landbouw in de open lucht, een omgeving of plaats waar vee wordt gehouden op tijdelijke of permanente basis;
“micro-, kleine en middelgrote ondernemingen” of “kmo’s”: micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van artikel 3 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 1 );
“concrete aanwijzing”: een voldoende met redenen onderbouwde claim op basis van objectieve en verifieerbare informatie betreffende non-conformiteit met deze verordening, waarvoor de tussenkomst van de bevoegde autoriteiten nodig kan zijn;
“bevoegde autoriteiten”: de overeenkomstig artikel 14, lid 1, aangewezen autoriteiten;
“douaneautoriteiten”: douaneautoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 5, punt 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013;
“douanegebied”: gebied zoals gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
“derde land”: een land of gebied buiten het douanegebied van de Unie;
“in het vrije verkeer brengen”: de procedure van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
“uitvoer”: de procedure van artikel 269 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
“relevante producten die de markt binnenkomen”: relevante producten uit derde landen die onder de douaneregeling “in het vrije verkeer brengen” zijn geplaatst, die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht en niet bestemd zijn voor particulier gebruik of verbruik binnen het douanegebied van de Unie;
“relevante producten die de markt verlaten”: relevante producten die onder de douaneregeling “uitvoer” zijn geplaatst;
“relevante wetgeving van het land van productie”: de wetten die van toepassing is in het land van productie inzake de juridische status van het productiegebied in termen van:
grondgebruiksrechten;
milieubescherming;
bosgerelateerde regels, waaronder met betrekking tot bosbeheer en behoud van biodiversiteit, indien rechtstreeks verband houdend met houtkap;
rechten van derden;
arbeidsrechten;
mensenrechten die worden beschermd uit hoofde van het internationaal recht;
het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC), zoals onder meer vastgesteld in de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken;
belastings-, corruptiebestrijdings-, handels- en douaneregelingen.
Artikel 3
Verbod
Relevante grondstoffen en relevante producten mogen niet in de handel worden gebracht, op de markt worden aangeboden of worden uitgevoerd, tenzij aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
zij zijn ontbossingsvrij;
zij zijn geproduceerd overeenkomstig de relevante wetgeving van het land van productie, en
zij gaan vergezeld van een zorgvuldigheidsverklaring.
HOOFDSTUK 2
VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS EN HANDELAREN
Artikel 4
Verplichtingen van marktdeelnemers
Marktdeelnemers mogen relevante producten niet in de handel brengen of uitvoeren indien een of meer van de volgende gevallen van toepassing zijn:
de relevante producten zijn niet-conform;
uit de zorgvuldigheidsprocedure is gebleken dat er een niet verwaarloosbaar risico bestaat dat de relevante producten niet-conform zijn;
de marktdeelnemer heeft niet kunnen voldoen aan de verplichtingen in de leden 1 en 2.
Artikel 5
Verplichtingen van handelaren
Kmo-handelaren verzamelen en bewaren de volgende informatie over de relevante producten die zij voornemens zijn op de markt aan te bieden:
de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk, het postadres, het e-mailadres en, indien beschikbaar, een internetadres van de marktdeelnemers of de handelaren die de relevante producten aan hen hebben geleverd, alsook de referentienummers van de aan die producten verbonden zorgvuldigheidsverklaringen;
de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk, het postadres, het e-mailadres en, indien beschikbaar, een internetadres van de marktdeelnemers of de handelaren aan wie zij de relevante producten hebben geleverd.
Artikel 6
Gemachtigde vertegenwoordigers
Artikel 7
Het in de handel brengen door in derde landen gevestigde marktdeelnemers
Wanneer een buiten de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon relevante producten in de handel brengt, wordt de eerste in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die dergelijke relevante producten op de markt aanbiedt, als marktdeelnemer in de zin van deze verordening beschouwd.
Artikel 8
Zorgvuldigheid
De zorgvuldigheid omvat het volgende:
de verzameling van de nodige informatie, gegevens en documenten om aan de in artikel 9 vastgestelde voorschriften te voldoen;
de in artikel 10 bedoelde risicobeoordelingsmaatregelen;
de in artikel 11 bedoelde risicobeperkende maatregelen.
Artikel 9
Informatievoorschriften
De marktdeelnemers verzamelen informatie, documentatie en gegevens waaruit blijkt dat de relevante producten in overeenstemming zijn met artikel 3. Daartoe verzamelt en organiseert de marktdeelnemer de volgende informatie, en bewaart hij deze gedurende vijf jaar na de datum van het in de handel brengen in of de uitvoer van de relevante producten, samen met bewijsmateriaal over elk relevant product:
een beschrijving, met inbegrip van de handelsnaam en het type van de relevante producten, alsmede, in het geval van relevante producten die hout bevatten of ermee zijn vervaardigd, de gebruikelijke benaming en de volledige wetenschappelijke benaming van de soort; de productbeschrijving omvat de lijst van de relevante grondstoffen of relevante producten die erin vervat zijn of voor de vervaardiging van die producten gebruikt zijn;
de hoeveelheid van de relevante producten; voor relevante producten die de markt binnenkomen of verlaten moet de hoeveelheid worden uitgedrukt in kilogram nettomassa en, indien van toepassing, in de bijzondere maatstaf die is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad ( 2 ), voor de vermelde code van het geharmoniseerd systeem, of, in alle andere gevallen, moet de hoeveelheid worden uitgedrukt in nettomassa of, indien van toepassing, volume, of aantal eenheden; een bijzondere maatstaf is van toepassing wanneer deze consequent is gedefinieerd voor alle mogelijke onderverdelingen onder de in de zorgvuldigheidsverklaring bedoelde code van het geharmoniseerd systeem.
het land van productie en, in voorkomend geval, delen daarvan;
de geolocatie van alle percelen waar de relevante grondstoffen die het relevante product bevat of waarmee het is vervaardigd, zijn geproduceerd, alsmede de productiedatum of -tijdspanne; indien een relevant product relevante grondstoffen bevat die op verschillende percelen zijn geproduceerd of daarmee is vervaardigd, wordt de geolocatie van alle verschillende percelen vermeld; elke ontbossing of bosdegradatie op de betrokken percelen sluit automatisch alle relevante grondstoffen en relevante producten die van die percelen afkomstig zijn, uit van het in de handel brengen, het op de markt aanbieden of de uitvoer; voor relevante producten die rund bevatten of ermee zijn vervaardigd, en voor relevante producten die met relevante producten zijn gevoederd, verwijst de geolocatie naar alle etablissementen waar de runderen zijn gehouden; voor alle andere relevante producten van bijlage I verwijst de geolocatie naar de percelen.
naam, postadres en e-mailadres van de bedrijven, marktdeelnemers of handelaren die de relevante producten hebben geleverd;
naam, postadres en e-mailadres van de bedrijven of personen aan wie de relevante producten zijn geleverd;
toereikend afdoende en verifieerbare informatie waaruit blijkt dat de relevante producten ontbossingsvrij zijn;
toereikend afdoende en verifieerbare informatie waaruit blijkt dat de relevante grondstoffen zijn geproduceerd in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving van het land van productie, met inbegrip van regelingen tot verlening van het recht om het betrokken gebied te gebruiken voor de productie van de relevante grondstof.
Artikel 10
Risicobeoordeling
Bij de risicobeoordeling wordt met name rekening gehouden met de volgende criteria:
het overeenkomstig artikel 29 aan het betrokken land van productie, of delen daarvan, toegekende risico;
de aanwezigheid van bossen in het land van productie, of delen daarvan;
de aanwezigheid van inheemse volkeren in het land van productie, of delen daarvan;
overleg en samenwerking te goeder trouw met inheemse volken in het land van productie, of delen daarvan;
het bestaan van naar behoren met redenen onderbouwde claims van inheemse volken op basis van objectieve en verifieerbare informatie over het gebruik of de eigendom van het gebied dat voor de productie van de relevante grondstof wordt gebruikt;
de prevalentie van ontbossing of bosdegradatie in het land van productie, of delen daarvan;
de bron, betrouwbaarheid en geldigheid van de in artikel 9, lid 1, bedoelde informatie en de verwijzingen in die informatie naar andere beschikbare documentatie;
bezorgdheden over het land van productie en oorsprong, of delen daarvan, zoals de mate van corruptie, de prevalentie van vervalsing van documenten en gegevens, het gebrek aan wetshandhaving, schendingen van internationale mensenrechten, gewapende conflicten of door de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie opgelegde sancties;
de complexiteit van de relevante toeleveringsketen en het stadium van de verwerking van de relevante producten, met name moeilijkheden om relevante producten te koppelen aan het perceel waar de relevante grondstoffen zijn geproduceerd;
het risico op omzeiling van deze verordening of op vermenging met relevante producten van onbekende oorsprong of met producten die zijn geproduceerd in gebieden waar ontbossing of bosdegradatie heeft plaatsgevonden of plaatsvindt;
conclusies van de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie ter ondersteuning van de uitvoering van deze verordening, zoals gepubliceerd in het register van deskundigengroepen van de Commissie;
overeenkomstig artikel 31 ingediende concrete aanwijzingen en informatie over de mate waarin marktdeelnemers en handelaren in de desbetreffende toeleveringsketen deze verordening in het verleden niet hebben nageleefd;
alle informatie die erop wijst dat de relevante producten mogelijk niet conform zijn;
aanvullende informatie over de naleving van deze verordening, waaronder informatie over certificering of andere door derden gecontroleerde regelingen, met inbegrip van vrijwillige, door de Commissie erkende regelingen in het kader van artikel 30, lid 5, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ), op voorwaarde dat de informatie aan de in artikel 9 van deze verordening vastgestelde voorschriften voldoet.
Artikel 11
Risicobeperking
Behalve wanneer de overeenkomstig artikel 10 uitgevoerde risicobeoordeling aantoont dat er geen of een verwaarloosbaar risico bestaat dat de relevante producten niet conform zijn, stelt de marktdeelnemer vóór het in de handel brengen of het uitvoeren van de relevante producten passende risicobeperkende procedures en maatregelen vast om het risico tot nul of een verwaarloosbaar niveau te herleiden. Dergelijke procedures en maatregelen kunnen bestaan uit het volgende:
het eisen van aanvullende informatie, gegevens of documentatie;
het uitvoeren van onafhankelijke onderzoeken of audits;
het nemen van andere maatregelen met betrekking tot de informatievoorschriften in artikel 9.
Deze procedures en maatregelen kunnen ook het bieden van steun, via capaciteitsopbouw en investeringen, aan leveranciers van die marktdeelnemer omvatten, opdat deze en vooral de kleine landbouwbedrijven daaronder, deze verordening kunnen naleven.
De marktdeelnemers beschikken over adequate en evenredige beleidslijnen, controles en procedures om de vastgestelde non-conformiteitsrisico’s van relevante producten te beperken en doeltreffend te beheren. Die beleidslijnen, controles en procedures omvatten:
model-risicobeheerpraktijken, rapportage, bijhouden van registers, interne controle en nalevingsbeheer, ook de aanstelling van een toezichthouder op managementniveau voor niet-kmo-marktdeelnemers;
een onafhankelijke controlefunctie om de in punt a) bedoelde interne beleidslijnen, controles en procedures te controleren voor alle niet-kmo-marktdeelnemers.
Artikel 12
Vaststelling en onderhoud van stelsels van zorgvuldigheidseisen, rapportage en registers
Onverminderd gegevensbeschermingswetgeving van de Unie bevat de rapportering als bedoeld in lid 3 met betrekking tot relevante grondstoffen en relevante producten de volgende informatie betreffende relevante grondstoffen en relevante producten:
een overzicht van de in artikel 9, lid 1, punten a), b) en c), bedoelde informatie;
de conclusies van de krachtens artikel 10 uitgevoerde risicobeoordeling en de krachtens artikel 11 genomen maatregelen en een beschrijving van de gegevens en het bewijsmateriaal die zijn verkregen en gebruikt om het risico te beoordelen;
indien van toepassing, een beschrijving van het proces voor de raadpleging van inheemse volken, lokale gemeenschappen en andere houders van gewoonterechten, of van de maatschappelijke organisaties die in het gebied waar relevante grondstoffen en relevante producten worden geproduceerd aanwezig zijn.
Artikel 13
Vereenvoudigde zorgvuldigheidsprocedure
HOOFDSTUK 3
VERPLICHTINGEN VAN DE LIDSTATEN EN VAN DE BEVOEGDE AUTORITEITEN ERVAN
Artikel 14
Bevoegde autoriteiten
Artikel 15
Technische bijstand, advies en informatie-uitwisseling
Artikel 16
Verplichting tot het uitvoeren van controles
Voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde controles stellen de bevoegde autoriteiten jaarlijkse plannen op, die minstens het volgende bevatten:
nationale risicocriteria, vastgesteld overeenkomstig lid 3, om te bepalen welke controles nodig zijn; zij bouwen voort op indicatieve risicocriteria op Unieniveau die de Commissie overeenkomstig lid 4 heeft vastgesteld, en zij bevatten systematisch risicocriteria met betrekking tot landen, of delen daarvan, die als hoog risico zijn aangemerkt;
de selectie van de te controleren marktdeelnemers en handelaren; deze selectie wordt gebaseerd op de in punt a) bedoelde nationale risicocriteria, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van informatie in het in artikel 33 bedoelde informatiesysteem en elektronische gegevensverwerkingstechnieken; voor elke te controleren marktdeelnemer of handelaar kunnen de bevoegde autoriteiten specifiek te controleren zorgvuldigheidsverklaringen identificeren.
Artikel 17
Relevante producten waarvoor onmiddellijke actie is vereist
Indien bevoegde autoriteiten de in lid 1 van dit artikel bedoelde situaties hebben bepaald, ook indien een marktdeelnemer een zorgvuldigheidsverklaring met betrekking tot de betrokken relevante producten heeft ingediend, identificeert het in artikel 33 bedoelde informatiesysteem het hoge risico op non-conformiteit met artikel 3 en stelt de bevoegde autoriteiten daarvan op de hoogte, die:
onmiddellijke voorlopige maatregelen op grond van artikel 23 nemen om het in de Unie in de handel brengen of het op de markt van de Unie aanbieden van die relevante producten op te schorten, of
zodra de in artikel 28, lid 1, bedoelde elektronische interface is geïnstalleerd, in het geval van relevante producten die de markt binnenkomen of verlaten, de douaneautoriteiten verzoeken het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van die relevante producten op grond van artikel 26, lid 7, op te schorten.
Artikel 18
Controle van marktdeelnemers en niet-kmo-handelaren
De controles van marktdeelnemers en niet-kmo-handelaren omvatten:
onderzoek van hun stelsel van zorgvuldigheidseisen, met inbegrip van de risicobeoordeling en de procedures tot vermindering van de risico’s, en onderzoek van documentatie en gegevens die het behoorlijk functioneren van het stelsel van zorgvuldigheidseisen aantonen;
onderzoek van documentatie en gegevens die aantonen dat een specifiek relevant product dat de marktdeelnemer in de handel heeft gebracht of voornemens is in de handel te brengen of uit te voeren, of dat de niet-kmo-handelaar op de markt heeft aangeboden of voornemens is aan te bieden, in overeenstemming is met deze verordening, onder meer door middel van risicobeperkende maatregelen, indien van toepassing, alsook onderzoek van de desbetreffende zorgvuldigheidsverklaringen.
De controles van marktdeelnemers en niet-kmo-handelaren, kunnen, indien nodig, met name indien de in lid 1 bedoelde onderzoeken vragen doen rijzen, ook het volgende omvatten:
onderzoek ter plaatse van relevante grondstoffen of producten om na te gaan of deze in overeenstemming zijn met de documentatie die voor het betrachten van zorgvuldigheid is gebruikt;
onderzoek van de krachtens artikel 24 genomen corrigerende maatregelen;
alle technische en wetenschappelijke middelen die geschikt zijn om de soort of de exacte plaats waar de relevante grondstof of het relevante product is geproduceerd, te bepalen, met inbegrip van anatomische, chemische en DNA-analyse;
alle technische en wetenschappelijke middelen die geschikt zijn om te bepalen of de relevante producten ontbossingsvrij zijn, met inbegrip van aardobservatiegegevens zoals gegevens van het Copernicus-programma en Copernicus-instrumenten of van andere openbaar of privaat beschikbare relevante bronnen, en
controles ter plaatse, met inbegrip van audits ter plaatse, in voorkomend geval ook in derde landen, mits deze daarmee instemmen, door middel van samenwerking met de overheden van die derde landen.
Artikel 19
Controles van kmo-handelaren
Artikel 20
Verhaal van kosten door bevoegde autoriteiten
Artikel 21
Samenwerking en uitwisseling van informatie
Artikel 22
Rapportage
Uiterlijk op 30 april van elk jaar stellen de lidstaten informatie beschikbaar aan het publiek en de Commissie over de toepassing van deze verordening in het voorgaande kalenderjaar. Die informatie omvat:
de controleplannen en de risicocriteria waarop deze plannen zijn gebaseerd;
het aantal en de resultaten van de controles van marktdeelnemers, niet-kmo-handelaren en andere handelaren, in verhouding tot het totale aantal marktdeelnemers, niet-kmo-handelaren en andere handelaren, met inbegrip van de soorten vastgestelde non-conformiteit;
de hoeveelheid van relevante producten die zijn gecontroleerd in verhouding tot de totale hoeveelheid relevante producten die in de handel zijn gebracht of zijn uitgevoerd en de landen van productie; voor relevante producten die de markt binnenkomen of deze verlaten moet de hoeveelheid worden uitgedrukt in kilogram nettomassa en, indien van toepassing, in de bijzondere maatstaf die is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, voor de vermelde code van het geharmoniseerd systeem, of, in alle andere gevallen, moet de hoeveelheid worden uitgedrukt in nettomassa of, indien van toepassing, het nettovolume of het aantal eenheden; een bijzondere maatstaf is van toepassing wanneer deze consequent is gedefinieerd voor alle mogelijke onderverdelingen onder de in de zorgvuldigheidsverklaring bedoelde code van het geharmoniseerd systeem;
in gevallen van non-conformiteit de corrigerende maatregel die is genomen krachtens artikel 24 en de sancties die zijn opgelegd overeenkomstig artikel 25;
het percentage krachtens artikel 16, lid 13, aangekondigde controles waarvan het gebruik door de bevoegde autoriteiten in hun controleverslagen moet worden gemotiveerd.
Artikel 23
Voorlopige maatregelen
De lidstaten bieden hun bevoegde autoriteiten de mogelijkheid om onmiddellijk voorlopige maatregelen te nemen, waaronder de inbeslagname van de relevante grondstoffen of relevante producten, of de opschorting van het in de handel brengen, het op de markt aanbieden of het uitvoeren van de relevante grondstoffen of relevante producten, indien er een eventuele non-conformiteit met deze verordening is vastgesteld op basis van een van de volgende elementen:
het onderzoek van bewijsmateriaal of andere relevante informatie, waaronder op grond van artikel 21 uitgewisselde informatie of overeenkomstig artikel 31 ingediende concrete aanwijzingen;
de in de artikelen 18 en 19 bedoelde controles;
de identificatie van risico’s door het in artikel 31 bedoelde informatiesysteem.
Indien nodig stellen de lidstaten de Commissie en de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten onmiddellijk van die maatregelen in kennis.
Artikel 24
Corrigerende maatregelen in geval van non-conformiteit
Voor de toepassing van lid 1 omvatten de door de marktdeelnemer of handelaar te nemen corrigerende maatregelen minstens een van de volgende maatregelen, naargelang het geval:
het corrigeren van formele non-conformiteit, met name met de voorschriften van hoofdstuk 2;
het voorkomen dat het relevante product in de handel wordt gebracht, op de markt wordt aangeboden of wordt uitgevoerd;
het onmiddellijk uit de handel nemen of terugroepen van het relevante product;
het doneren van het relevante product aan een liefdadigheidsdoel of voor doeleinden van algemeen belang of, indien dat niet mogelijk is, het verwijderen ervan overeenkomstig het Unierecht inzake afvalbeheer.
Artikel 25
Sancties
De in lid 1 bedoelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Die sancties omvatten:
boeten die evenredig zijn aan de milieuschade en aan de waarde van de betrokken relevante grondstoffen of relevante producten, waarbij het niveau van deze boeten zo wordt berekend dat wordt gewaarborgd dat aan de verantwoordelijke personen de economische voordelen die zij aan hun inbreuken te danken hebben, effectief worden ontnomen, en waarbij bij herhaling van een ernstige inbreuk de boeten geleidelijk worden verhoogd; in het geval van een rechtspersoon bedraagt het maximumbedrag van een dergelijke boete minstens 4 % van de totale jaaromzet in de hele Unie van de marktdeelnemer of handelaar in het boekjaar voorafgaand aan het besluit tot oplegging van een boete, berekend overeenkomstig de berekening van de totale omzet voor ondernemingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad ( 6 ); indien nodig moet dat maximumbedrag worden verhoogd om ervoor te zorgen dat de boete hoger is dan het potentiële economische voordeel;
inbeslagname van de betrokken relevante producten bij de marktdeelnemer en/of handelaar;
inbeslagname van inkomsten die de marktdeelnemer en/of handelaar heeft verworven uit een transactie met de betrokken relevante producten;
tijdelijke uitsluiting gedurende maximaal twaalf maanden van aanbestedingsprocedures en van toegang tot publieke financiering, met inbegrip van aanbestedingsprocedures, subsidies en concessies;
een tijdelijk verbod om relevante goederen en producten in de handel te brengen, op de markt aan te bieden of uit te voeren, in geval van een ernstige inbreuk of herhaalde inbreuken;
een verbod op het uitoefenen van het vereenvoudigde stelsel van zorgvuldigheidseisen van artikel 13 in geval van een ernstige inbreuk of van herhaalde inbreuken.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van definitieve oordelen tegen rechtspersonen inzake inbreuken op deze verordening en van de sancties die hen worden opgelegd binnen 30 dagen na de datum waarop het oordeel definitief wordt, en houden daarbij rekening met de toepasselijke gegevensbeschermingsregels. De Commissie publiceert op haar website een lijst met deze oordelen, die de volgende elementen bevat:
de naam van de rechtspersoon;
de datum van het definitieve oordeel;
een samenvatting van de activiteiten waarvoor is vastgesteld dat de rechtspersoon deze verordening heeft overtreden, en
de aard en, als het om een financiële sanctie gaat, het bedrag van de opgelegde sanctie.
HOOFDSTUK 4
PROCEDURES VOOR RELEVANTE PRODUCTEN DIE DE MARKT BINNENKOMEN OF VERLATEN
Artikel 26
Controles
Om rekening te houden met de naleving van deze verordening bij het toestaan van het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van een relevant product:
zijn, totdat de in artikel 28, lid 1, bedoelde elektronische interface is geïnstalleerd, de leden 6 tot en met 9 van dit artikel niet van toepassing en wisselen de douaneautoriteiten informatie uit en werken zij samen met de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 27, en houden zij, indien nodig, rekening met die informatie-uitwisseling en samenwerking wanneer zij toestaan dat relevante producten in het vrije verkeer worden gebracht of worden uitgevoerd;
zijn, zodra de in artikel 28, lid 1, bedoelde elektronische interface is geïnstalleerd, de leden 6 tot en met 9 van dit artikel van toepassing en vinden kennisgevingen en verzoeken uit hoofde van de leden 6 tot en met 9 van dit artikel plaats door middel van die elektronische interface.
Wanneer aan alle andere voorschriften en formaliteiten uit hoofde van het Unierecht of het nationale recht met betrekking tot het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer is voldaan, staan de douaneautoriteiten toe dat een relevant product dat de markt binnenkomt of verlaat, in het vrije verkeer wordt gebracht of wordt uitgevoerd in een van de volgende omstandigheden:
de in lid 6 van dit artikel bedoelde status geeft niet aan dat het relevante product krachtens artikel 17, lid 2, is aangemerkt als een relevant product dat moet worden gecontroleerd voordat dat product in de handel wordt gebracht, op de markt wordt aangeboden of wordt uitgevoerd;
indien het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer overeenkomstig lid 7 van dit artikel is opgeschort, en de bevoegde autoriteiten niet hebben verzocht de opschorting te handhaven overeenkomstig artikel 17, lid 3;
indien het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer overeenkomstig lid 7 is opgeschort en de bevoegde autoriteiten de douaneautoriteiten ervan in kennis hebben gesteld dat de opschorting van het in het vrije verkeer brengen of de uitvoer van de relevante producten kan worden opgeheven.
Artikel 27
Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen autoriteiten
Er wordt informatie met betrekking tot risico’s uitgewisseld tussen:
de douaneautoriteiten, overeenkomstig artikel 46, lid 5, van Verordening (EU) nr. 952/2013;
de douaneautoriteiten en de Commissie, overeenkomstig artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013;
de douaneautoriteiten en de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, overeenkomstig artikel 47, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013.
Artikel 28
Elektronische interface
De Commissie ontwikkelt een elektronische interface overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2022/2399 zodat:
marktdeelnemers en handelaren de verplichting tot het indienen van de zorgvuldigheidsverklaring van een relevante grondstof of relevant product op grond van artikel 4 van deze verordening kunnen naleven, door haar beschikbaar te stellen via de in artikel 8 van Verordening (EU) 2022/2399 bedoelde nationale éénloketomgeving voor de douane, en feedback daarover van de bevoegde autoriteiten kunnen ontvangen, en
de zorgvuldigheidsverklaring naar het in artikel 33 bedoelde informatiesysteem kan worden doorgestuurd.
HOOFDSTUK 5
LANDENBENCHMARKINGSYSTEEM EN SAMENWERKING MET DERDE LANDEN
Artikel 29
Beoordeling van landen
Bij deze verordening wordt een drieledig systeem vastgesteld voor de beoordeling van landen, of delen daarvan. Daartoe worden lidstaten en derde landen, of delen daarvan, in een van de volgende risicocategorieën ingedeeld:
“landen met een hoog risico”: landen, of delen daarvan, waarvoor de in lid 3 bedoelde beoordeling leidt tot de identificatie van een hoog risico op het produceren van relevante grondstoffen aldaar waarvoor de relevante producten niet voldoen aan artikel 3, punt a);
“landen met een laag risico”: landen, of delen daarvan, waarvoor in de in lid 3 bedoelde beoordeling wordt geconcludeerd dat er voldoende zekerheid is dat de productie van relevante grondstoffen waarvoor de relevante producten niet voldoen aan artikel 3, punt a), daar uitzonderlijk is;
landen met “standaardrisico”: landen, of delen daarvan, die noch tot de hoog-risicocategorie noch tot de laag-risicocategorie behoren.
De aanmerking van toewijzing aan landen, of delen daarvan, als laag risico of hoog risico krachtens lid 1 wordt gebaseerd op een objectieve en transparante beoordeling door de Commissie, waarbij rekening wordt gehouden met het meest recente wetenschappelijke bewijs en internationaal erkende bronnen. De aanmerking is hoofdzakelijk gebaseerd op de volgende beoordelingscriteria:
tempo van ontbossing en bosdegradatie;
tempo van uitbreiding van landbouwgrond voor relevante grondstoffen;
productietrends van relevante grondstoffen en relevante producten.
Bij de in lid 3 bedoelde beoordeling kan ook rekening worden gehouden met:
informatie die wordt ingediend door het betrokken land, de betrokken regionale autoriteiten, marktdeelnemers, ngo’s en derden, waaronder inheemse volken, lokale gemeenschappen en maatschappelijke organisaties, dat de emissies en verwijderingen door landbouw, bosbouw en landgebruik doeltreffend gedekt zijn in de nationaal bepaalde bijdrage aan het UNFCCC;
overeenkomsten en andere instrumenten tussen het betrokken land en de Unie en/of haar lidstaten om ontbossing en bosdegradatie aan te pakken en de overeenstemming van relevante grondstoffen en relevante producten met artikel 3 en de doeltreffende uitvoering daarvan te vergemakkelijken;
of het betrokken land nationale of subnationale wetgeving heeft, onder meer in overeenstemming met artikel 5 van de Overeenkomst van Parijs, en doeltreffende handhavingsmaatregelen neemt om ontbossing en bosdegradatie aan te pakken, en om activiteiten die leiden tot ontbossing en bosdegradatie te voorkomen en te bestraffen, en met name of het sancties toepast die streng genoeg zijn om de uit ontbossing of bosdegradatie voortvloeiende voordelen te ontnemen;
of het betrokken land relevante gegevens op transparante wijze beschikbaar stelt; en in voorkomend geval, het bestaan, de naleving of de doeltreffende handhaving van wetgeving ter bescherming van de mensenrechten, de rechten van inheemse volken, lokale gemeenschappen en andere houders van gewoonterechtelijke eigendomsrechten voor grond;
sancties op de in- of uitvoer van relevante grondstoffen en relevante producten, opgelegd door de Veiligheidsraad van de VN of de Raad van de Europese Unie.
De Commissie vermeldt in de kennisgeving het volgende:
de reden(en) van haar voornemen om de aangemerkte risicostatus van het land, of delen daarvan, te wijzigen;
de uitnodiging om de Commissie schriftelijk een antwoord te sturen met betrekking tot haar voornemen om de risicoclassificatie van het land, of delen daarvan, te wijzigen;
de gevolgen van de classificatie ervan als een land met een hoog of een laag risico.
Artikel 30
Samenwerking met derde landen
HOOFDSTUK 6
CONCRETE AANWIJZINGEN
Artikel 31
Concrete aanwijzingen van natuurlijke personen of rechtspersonen
Artikel 32
Toegang tot de rechter
HOOFDSTUK 7
INFORMATIESYSTEEM
Artikel 33
Informatiesysteem
Onverminderd de naleving van de verplichtingen van hoofdstukken 2 en 3, biedt het informatiesysteem ten minste de volgende functies:
registratie van marktdeelnemers en handelaren en hun gemachtigde vertegenwoordigers in de Unie; voor marktdeelnemers die relevante producten onder de douaneregeling “in het vrije verkeer brengen” of “uitvoer” plaatsen, wordt het krachtens artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013 vastgestelde registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (Economic Operators Registration and Identification Number — EORI-nummer) in hun registratieprofiel opgenomen;
registratie van zorgvuldigheidsverklaringen, met inbegrip van de mededeling aan de betrokken marktdeelnemer of handelaar van een referentienummer voor elke zorgvuldigheidsverklaring, ingediend via het informatiesysteem;
terbeschikkingstelling van het referentienummer van bestaande zorgvuldigheidsverklaringen op grond van artikel 4, leden 8 en 9;
waar mogelijk, de conversie van gegevens van relevante systemen ter identificatie van de geolocatie;
registratie van de resultaten van controles op zorgvuldigheidsverklaringen;
verbinding met douane via het éénloketsysteem van de Europese Unie voor de douane, overeenkomstig artikel 28, onder meer om de in artikel 26, leden 6 tot en met 9, bedoelde kennisgevingen en verzoeken toe te staan;
verstrekking van relevante informatie ter ondersteuning van de risicoprofilering voor het in artikel 16, lid 5, bedoelde controleplan, met inbegrip van de resultaten van controles, en risicoprofielen van marktdeelnemers, handelaren en relevante grondstoffen en relevante producten, met het oog op de identificatie, op basis van elektronische gegevensverwerkingstechnieken, van marktdeelnemers en handelaren die moeten worden gecontroleerd als bedoeld in artikel 16, lid 5, en van relevante producten die door de bevoegde autoriteiten moeten worden gecontroleerd;
facilitering van administratieve bijstand en samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en tussen de bevoegde autoriteiten en de Commissie, ter uitwisseling van informatie en gegevens;
ondersteuning van de communicatie tussen bevoegde autoriteiten en marktdeelnemers en handelaren met het oog op de uitvoering van deze verordening, onder meer, in voorkomend geval, met behulp van digitale aanbodbeheersingsinstrumenten.
HOOFDSTUK 8
EVALUATIE
Artikel 34
Evaluatie
Uiterlijk op 30 juni 2028 en vervolgens ten minste om de vijf jaar voert de Commissie een volledige evaluatie van deze verordening uit en brengt zij dienaangaande verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, waarbij zij tegelijk, indien nodig, een wetgevingsvoorstel indient. Het eerste verslag bevat met name, op basis van specifieke studies, een evaluatie van:
de noodzaak en de haalbaarheid van aanvullende instrumenten ter facilitering van de handel, en dan met name voor zwaar door deze verordening getroffen MOL’s en landen, of delen daarvan, die zijn aangemerkt als standaard- of hoog risico, ter ondersteuning van de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening;
het effect van deze verordening op landbouwers, met name kleine landbouwbedrijven, inheemse volken en lokale gemeenschappen, en de eventuele behoefte aan aanvullende steun voor de overgang naar duurzame toeleveringsketens en voor kleine landbouwbedrijven om te voldoen aan de voorschriften van deze verordening;
eventuele uitbreiding van de definitie van bosdegradatie, waartoe een diepgaande analyse wordt uitgevoerd en rekening wordt gehouden met de in de internationale besprekingen over deze kwestie geboekte vooruitgang;
de in artikel 2, punt 28, bedoelde drempel voor het verplichte gebruik van polygonen, rekening houdend met het effect ervan op de bestrijding van ontbossing en bosdegradatie;
patroonveranderingen bij de handel in de relevante grondstoffen en relevante producten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen indien die patroonveranderingen op omzeiling kunnen wijzen;
een beoordeling in hoeverre de verrichte controles doeltreffend geholpen hebben ervoor te zorgen dat relevante grondstoffen en relevante producten die op de markt worden aangeboden of worden uitgevoerd, aan artikel 3 voldoen.
HOOFDSTUK 9
SLOTBEPALINGEN
Artikel 35
Uitoefening van de delegatie
Artikel 36
Comitéprocedure
Artikel 37
Intrekking
Artikel 38
Inwerkingtreding en datum van toepassing
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
Relevante grondstoffen en relevante producten als bedoeld in artikel 1
De volgende tabel geeft een overzicht van goederen die zijn ingedeeld in de gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87, als bedoeld in artikel 1 van deze verordening.
Behalve voor bijproducten van een productieproces, indien bij dat proces materiaal werd gebruikt dat geen afvalstof was in de zin van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG, is deze verordening niet van toepassing op goederen die volledig zijn vervaardigd uit materiaal dat zijn levenscyclus heeft voltooid en anders als afvalstof zou zijn verwijderd in de zin van artikel 3, lid 1, van die richtlijn.
|
Relevante grondstof |
Relevante producten |
|
Runderen |
0102 21 , 0102 29 Levende runderen ex 02 01 Vlees van runderen, vers of gekoeld ex 02 02 Vlees van runderen, bevroren ex 0206 10 Eetbare slachtafvallen van runderen, vers of gekoeld ex 0206 22 Eetbare levers van runderen, bevroren ex 0206 29 Eetbare slachtafvallen van runderen (met uitzondering van tongen en levers), bevroren ex 1602 50 Andere bereidingen en conserven van vlees, van slachtafvallen of van bloed, van runderen ex 41 01 Huiden en vellen van runderen (vers, gezouten, gedroogd, gekalkt, gepekeld (“pickled”) of anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, niet tot perkament verwerkt of verder bewerkt), ook indien onthaard of gesplit ex 41 04 Gelooide onthaarde huiden en vellen en niet-afgewerkt leder (“crust”), ook indien gesplit, maar niet verder bewerkt ex 41 07 Leder dat na het looien of het drogen verder is bewerkt, alsmede tot perkament verwerkte huiden en vellen, van runderen, onthaard, ook indien gesplit, andere dan de producten bedoeld bij post 4114 |
|
Cacao |
1801 Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand 1802 Cacaodoppen, cacaoschillen, cacaovliezen en andere afvallen van cacao 1803 Cacaopasta, ook indien ontvet 1804 Cacaoboter, cacaovet en cacao-olie 1805 Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen 1806 Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten |
|
Koffie |
0901 Koffie, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen, ook indien gebrand; bolsters en schillen, van koffie; koffiesurrogaten die koffie bevatten, ongeacht de mengverhouding |
|
Oliepalm |
1207 10 Palmnoten en palmpitten 1511 Palmolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd 1513 21 Ruwe palmpitten- en babassunotenolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd 1513 29 Palmpitten- en babassunotenolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd (met uitzondering van ruwe olie) 2306 60 Perskoeken en andere vaste afvallen van palmnoten of van palmpitten, verkregen bij de winning van palmnoot- of palmpitvetten of -oliën, ook indien fijngemaakt of in pellets ex 2905 45 Glycerol, met een zuiverheid van 95 % (berekend op het gewicht van het droge product) 2915 70 Palmitinezuur en stearinezuur, alsmede zouten en esters daarvan 2915 90 Verzadigde eenwaardige acyclische carbonzuren, daarvan afgeleide anhydriden, halogeniden, peroxiden en peroxyzuren; halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan (met uitzondering van mierenzuur, azijnzuur, mono-, di- en trichloorazijnzuur, propionzuur, butaanzuur, pentaanzuur, palmitinezuur, stearinezuur, alsmede zouten en esters daarvan en azijnzuuranhydride) 3823 11 Industrieel stearinezuur 3823 12 Industrieel oliezuur 3823 19 Vetzuren, industrieel, eenwaardig; bij raffinage verkregen acid-oils (met uitzondering van stearinezuur, oliezuur en tallvetzuren) 3823 70 Industriële vetalcoholen |
|
Rubber |
4001 Natuurlijke rubber, balata, gutta-percha, guyayule-rubber, chicle en dergelijke natuurlijke gommen; in primaire vormen of in platen, vellen of strippen ex 40 05 Bereide rubber, niet gevulkaniseerd, in primaire vormen of in platen, vellen of strippen ex 40 06 Niet-gevulkaniseerde rubber in andere vormen (bijv. staven, buizen en profielen) en artikelen daarvan (bijv. schijven en ringen) ex 40 07 Draad en koord, van gevulkaniseerde rubber ex 40 08 Platen, vellen, strippen, staven en profielen, van niet-geharde gevulkaniseerde rubber ex 40 10 Drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden, van gevulkaniseerde rubber ex 40 11 Nieuwe luchtbanden van rubber ex 40 12 Gebruikte of van een nieuw loopvlak voorziene luchtbanden van rubber; massieve of halfmassieve banden, loopvlakken voor banden en velglinten, van rubber ex 40 13 Binnenbanden van rubber ex 40 15 Kleding en kledingtoebehoren (met inbegrip van handschoenen, met of zonder vingers), voor alle doeleinden, van gevulkaniseerde rubber anders dan geharde rubber ex 40 16 Andere artikelen van niet-geharde gevulkaniseerde rubber, niet elders gespecificeerd in hoofdstuk 40 ex 40 17 Geharde rubber (bijvoorbeeld eboniet) in ongeacht welke vorm, resten en afval daaronder begrepen; werken van geharde rubber |
|
Soja |
1201 Sojabonen, ook indien gebroken 1208 10 Meel van sojabonen 1507 Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd 2304 Perskoeken en andere vaste afvallen, verkregen bij de winning van sojaolie, ook indien fijngemaakt of in pellets |
|
Hout |
4401 Brandhout, in de vorm van ronde of andere blokken, rijshout, takkenbossen en dergelijke; hout in plakjes, spanen of kleine stukjes; zaagsel, resten en afval, van hout, ook indien geperst tot blokken, briketten, pellets of dergelijke vormen 4402 Houtskool (met inbegrip van houtskool uit schalen van vruchten of van noten), ook indien samengeperst 4403 Hout, onbewerkt, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd 4404 Hoephout; gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd; hout, ruw bewerkt of afgerond, doch niet gedraaid, noch gebogen, noch op andere wijze bewerkt, voor wandelstokken, voor paraplu’s, voor gereedschapsstelen en dergelijke; spaanhout en hout in repen, linten en dergelijke 4405 Houtwol; houtmeel 4406 Houten dwarsliggers en wisselhouten 4407 Hout, overlangs gezaagd of afgestoken, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden, met een dikte van meer dan 6 mm 4408 Fineerplaten (die verkregen door het snijden van gelaagd hout daaronder begrepen), platen voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor op dergelijke wijze gelaagd hout, alsmede ander hout, overlangs gezaagd, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd, met verbinding aan de randen of in de lengte verbonden, met een dikte van niet meer dan 6 mm 4409 Hout (niet-ineengezette plankjes voor parketvloeren daaronder begrepen), waarvan ten minste een zijde of uiteinde over de gehele lengte is geprofileerd (geploegd, van sponningen voorzien, afgerond met V-verbinding of dergelijke), ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden 4410 Spaanplaat, zogenoemde oriented strand board (OSB) en dergelijke plaat (bijvoorbeeld zogenoemde waferboard), van hout of van andere houtachtige stoffen, ook indien samengeperst met harsen of met andere organische bindmiddelen 4411 Vezelplaat van houtvezels of van andere houtachtige vezels, ook indien gebonden met harsen of met andere organische bindmiddelen 4412 Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout 4413 Verdicht hout, in blokken, in planken, in stroken of in profielen 4414 Houten lijsten voor schilderijen, voor foto’s, voor spiegels en dergelijke 4415 Pakkisten, kratten, trommels en dergelijke verpakkingsmiddelen van hout; kabelhaspels van hout; laadborden, laadkisten en andere laadplateaus, van hout; opzetranden voor laadborden, van hout (niet verpakkingsmateriaal dat uitsluitend wordt gebruikt als verpakkingsmateriaal om een ander in de handel gebracht product te ondersteunen, beschermen of dragen.) 4416 Vaten, kuipen, tobben en ander kuiperswerk, alsmede delen daarvan, van hout, duighout daaronder begrepen 4417 Gereedschap, alsmede monturen en stelen voor gereedschap, borstelhouten, borstel- en bezemstelen, van hout; schoenleesten en schoenspanners, van hout 4418 Schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken, daaronder begrepen panelen met cellenstructuur, ineengezette panelen voor vloerbedekking en dakspanen (“shingles” en “shakes”), van hout 4419 Tafel- en keukengerei van hout 4420 Inlegwerk van hout; koffertjes, kistjes en etuis, voor juwelen of voor goudsmidswerk, alsmede dergelijke artikelen, van hout; beeldjes en andere siervoorwerpen, van hout; meubelmakerswerk van hout, ander dan dat bedoeld bij hoofdstuk 94 4421 Andere houtwaren Houtpulp en papier van de hoofdstukken 47 en 48 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van producten op basis van bamboe en door terugwinning (uit resten en afval) verkregen producten ex 49 Artikelen van de uitgeverij, van de pers of van een andere grafische industrie; geschreven of getypte teksten en plannen, van papier ex 94 01 Stoelen, banken en andere zitmeubelen (andere dan die bedoeld bij post 9402 ), ook indien zij tot bed kunnen worden omgevormd, alsmede delen daarvan, van hout 9403 30 , 9403 40 , 9403 50 , 9403 60 en 9403 91 Meubelen van hout, en delen daarvan 9406 10 Geprefabriceerde bouwwerken van hout |
BIJLAGE II
Zorgvuldigheidsverklaring
Informatie die moet worden opgenomen in de zorgvuldigheidsverklaring overeenkomstig artikel 4, lid 2:
Naam, adres en, in het geval van relevante grondstoffen en relevante producten die de markt binnenkomen of verlaten, het EORI-nummer van de marktdeelnemer (Economic Operators Registration and Identification Number) overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013.
Code van het geharmoniseerde systeem, beschrijving (vrije tekst), met inbegrip van de handelsnaam en in voorkomend geval de volledige wetenschappelijke naam, alsmede de hoeveelheid van het relevante product dat de marktdeelnemer voornemens is in de handel te brengen of uit te voeren. Voor relevante producten die de markt binnenkomen of verlaten, moet de hoeveelheid worden uitgedrukt in kilogram nettomassa en, indien van toepassing, in de bijzondere maatstaf die is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, voor de vermelde code van het geharmoniseerd systeem of, in alle andere gevallen, uitgedrukt in nettomassa met vermelding van een percentuele schatting of afwijking of, indien van toepassing, het nettovolume of het aantal eenheden. Een bijzondere maatstaf is van toepassing wanneer deze consequent is gedefinieerd voor alle mogelijke onderverdelingen onder de in de zorgvuldigheidsverklaring bedoelde code van het geharmoniseerd systeem.
Land van productie en de geolocatie van alle percelen waar de relevante grondstoffen zijn geproduceerd. Voor relevante producten die rund bevatten of ermee zijn vervaardigd, en voor relevante producten die met relevante producten zijn gevoederd, verwijst de geolocatie naar alle etablissementen waar de runderen zijn gehouden. Indien het relevante product grondstoffen bevat die op verschillende percelen zijn geproduceerd of daarmee is vervaardigd, wordt overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt d), de geolocatie van alle percelen vermeld.
Voor marktdeelnemers die verwijzen naar een bestaande zorgvuldigheidsverklaring op grond van artikel 4, leden 8 en 9, het referentienummer van die zorgvuldigheidsverklaring.
De tekst: “Door deze zorgvuldigheidsverklaring in te dienen, bevestigt de marktdeelnemer dat zorgvuldigheid overeenkomstig Verordening (EU) 2023/1115 is betracht en dat geen of slechts een verwaarloosbaar risico is vastgesteld dat de relevante producten niet in overeenstemming zijn met artikel 3, punt a) of b), van die verordening.”.
Handtekening volgens het volgende model:
“Ondertekend voor en namens:
Datum:
Naam en functie: Handtekening:”.
( 1 ) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
( 2 ) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).
( 3 ) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).
( 4 ) Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).
( 5 ) Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28).
( 6 ) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”) (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).
( 7 ) Verordening (EU) 2022/2399 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 tot instelling van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 (PB L 317 van 9.12.2022, blz. 1).
( 8 ) Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).
( 9 ) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).