02021R0695 — NL — 24.12.2025 — 002.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2021/695 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2024/795 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 februari 2024 |
L 795 |
1 |
29.2.2024 |
|
|
VERORDENING (EU) 2025/2653 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2025 |
L 2653 |
1 |
22.12.2025 |
|
|
VERORDENING (EU) 2025/2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 16 december 2025 |
L 2005 |
1 |
23.12.2025 |
|
VERORDENING (EU) 2021/695 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 28 april 2021
tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013
(Voor de EER relevante tekst)
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Deze verordening stelt de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode van 2021 tot en met 2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering vast.
Het programma wordt uitgevoerd door middel van:
het specifieke programma dat is vastgesteld bij Besluit (EU) 2021/764;
een financiële bijdrage aan het bij de EIT-Verordening opgerichte Europees Instituut voor innovatie en technologie;
het specifieke programma voor defensieonderzoek vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/697.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
„onderzoeksinfrastructuren”: faciliteiten die middelen en diensten ter beschikking stellen voor de onderzoeksgemeenschappen om op hun gebied onderzoek te verrichten en innovatie te bevorderen, met inbegrip van de bijbehorende personele middelen, belangrijke uitrusting of verzamelingen van instrumenten; aan kennis gerelateerde faciliteiten zoals verzamelingen, archieven of infrastructuren voor wetenschappelijke gegevens; computersystemen, communicatienetwerken en elke andere unieke infrastructuur die openstaat voor externe gebruikers en van wezenlijk belang is om excellentie in O&I te bereiken; zij kunnen, waar dienstig, voor andere doelen dan onderzoek worden aangewend, bijvoorbeeld voor het geven van onderwijs of voor openbare dienstverlening en het kan om faciliteiten op één locatie of op meerdere locaties of om virtuele faciliteiten gaan;
„strategie voor slimme specialisatie”: de nationale of regionale innovatiestrategieën waarin prioriteiten worden vastgesteld om een concurrentievoordeel op te bouwen door de sterke punten van O&I te ontwikkelen en aan te laten sluiten bij de behoeften van het bedrijfsleven om op samenhangende wijze in te spelen op opkomende mogelijkheden en marktontwikkelingen en tegelijkertijd dubbel werk en versnippering van initiatieven te voorkomen, met inbegrip van deze die de vorm aannemen van, of opgenomen zijn in, een nationaal of regionaal strategisch beleidskader voor O&I, en die aan de in de relevante bepalingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 vastgestelde randvoorwaarden voldoen;
„Europees partnerschap”: initiatief, voorbereid met vroegtijdige betrokkenheid van lidstaten en geassocieerde landen, waarbij de Unie zich er, samen met particuliere en/of publieke partners (bijvoorbeeld het bedrijfsleven, universiteiten, onderzoeksorganisaties, organen met een openbaredienstverleningstaak op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau of maatschappelijke organisaties, met inbegrip van stichtingen en ngo's) toe verbindt de ontwikkeling en uitvoering van een programma voor O&I-activiteiten, met inbegrip van die welke verband houden met de toepassing in de markt, de regelgeving of het beleid, gezamenlijk te ondersteunen;
„open toegang”: gratis aan de eindgebruiker verstrekte online toegang tot onderzoeksresultaten die voortvloeien uit acties in het kader van het programma, in overeenstemming met artikel 14 en artikel 39, lid 3;
„open wetenschap”: een benadering van het wetenschappelijke proces op basis van open samenwerking, instrumenten en kennisverspreiding, met inbegrip van de in artikel 14 vermelde elementen;
„missie”: een pakket van op excellentie gebaseerde en resultaatgerichte O&I-activiteiten over de grenzen van vakgebieden en sectoren heen, dat: i) binnen een vastgestelde termijn een meetbare doelstelling moet verwezenlijken die niet met individuele acties zou kunnen worden bereikt; ii) effect moet sorteren op de samenleving en de beleidsvorming via wetenschap en technologie, en iii) relevant moet zijn voor een groot deel van de Europese bevolking en een brede groep Europese burgers;
„precommerciële aanbesteding”: aanbesteding van onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten waarbij sprake is van een deling van de risico's en voordelen onder marktvoorwaarden, van een competitieve ontwikkeling in fasen en van een duidelijke scheiding tussen de aanbestede onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten en het gebruik van commerciële hoeveelheden eindproducten;
„overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen”: aanbestedingen waarbij de aanbestedende diensten als initiërende klant fungeren voor innovatieve goederen of diensten die nog niet op een grootschalige commerciële basis beschikbaar zijn, en waarbij conformiteitstests kunnen horen;
„toegangsrechten”: de rechten om resultaten of achtergrondinformatie te gebruiken onder de overeenkomstig deze verordening vastgestelde voorwaarden;
„achtergrondinformatie”: alle gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook, materieel of immaterieel, met inbegrip van de daaraan verbonden rechten zoals intellectuele-eigendomsrechten, die: i) reeds in het bezit van de begunstigden waren voordat zij zich bij een bepaalde actie aansloten, en ii) door de begunstigden in een schriftelijke overeenkomst als zodanig zijn aangemerkt indien dat nodig is voor het uitvoeren van de actie of voor het exploiteren van de resultaten ervan;
„verspreiding”: het openbaar maken van de resultaten met andere passende middelen dan die welke resulteren uit de bescherming of exploitatie van de resultaten, onder meer via wetenschappelijke publicaties via ongeacht welk kanaal;
„exploitatie”: het gebruik van resultaten bij andere O&I-activiteiten dan die welke onder de betrokken actie vallen, met inbegrip van commerciële exploitatie zoals het ontwikkelen, creëren, produceren en in de handel brengen van een product of werkwijze, het creëren en leveren van een dienst, of bij normalisatieactiviteiten;
„rechtvaardige en redelijke voorwaarden”: passende voorwaarden, met inbegrip van eventuele financiële voorwaarden of voorwaarden inzake royaltyvrije toegang, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het verzoek om toegang, bijvoorbeeld de feitelijke of potentiële waarde van de resultaten of achtergrondinformatie waartoe om toegang is verzocht en/of de omvang, de duur en andere kenmerken van de beoogde exploitatie;
„financieringsorgaan”: orgaan of organisatie, zoals bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van het Financieel Reglement, waaraan de Commissie begrotingsuitvoeringstaken in het kader van het programma heeft toevertrouwd;
„internationale Europese onderzoeksorganisatie”: een internationale organisatie waarvan het merendeel van de leden lidstaten of geassocieerde landen zijn, waarvan het hoofddoel de bevordering van de wetenschappelijke en technologische samenwerking in Europa is;
„juridische entiteit”: een natuurlijke persoon, of een rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het recht van de Unie, het nationale recht of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die de bekwaamheid bezit in eigen naam te handelen, rechten uit te oefenen en verplichtingen te hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 197, lid 2, punt c), van het Financieel Reglement;
„verbredingslanden” of „landen die minder presteren op het gebied van O&I”: landen waarin de juridische entiteiten gevestigd moeten zijn om in aanmerking te komen als coördinatoren binnen het onderdeel „Verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie” van het deel „Verbreden van de deelname aan en versterken van de EOR” van het programma; wat de lidstaten betreft, zijn deze landen Bulgarije, Cyprus, Estland, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Tsjechië, en wel voor de gehele looptijd van het programma; wat geassocieerde landen betreft, houdt het de lijst van in aanmerking komende landen in zoals vastgesteld op basis van een indicator en gepubliceerd in het werkprogramma. Juridische entiteiten uit de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU komen ook volledig in aanmerking als coördinatoren in het kader van dit onderdeel;
„juridische entiteit zonder winstoogmerk”: een juridische entiteit die op grond van haar rechtsvorm geen winstoogmerk heeft of een wettelijke of statutaire verplichting heeft geen winsten uit te keren aan haar aandeelhouders of afzonderlijke leden;
„kleine en middelgrote onderneming” of „kmo”: een kleine, middelgrote of micro-onderneming als omschreven in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie ( 1 );
„kleine midcap-onderneming”: entiteit die geen kmo is en die ten hoogste 499 werknemers telt, waarvan het aantal werkzame personen wordt berekend volgens de artikelen 3 tot en met 6 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;
„resultaten”: alle materiële of immateriële effecten van een bepaalde actie, bijvoorbeeld gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;
„onderzoeksresultaten”: door een bepaalde actie gegenereerde resultaten waartoe toegang kan worden verleend in de vorm van wetenschappelijke publicaties, gegevens of andere via engineering gerealiseerde resultaten en processen, zoals software, algoritmen, protocollen en elektronische notebooks;
„excellentiekeurmerk”: kwaliteitskeurmerk dat aantoont dat een naar aanleiding van een oproep tot het indienen van voorstellen ingediend voorstel alle in het werkprogramma vastgestelde drempelwaarden voor beoordeling haalde, maar bij gebrek aan beschikbare middelen voor die oproep tot het indienen van voorstellen in het werkprogramma niet zou kunnen worden gefinancierd en steun zou kunnen ontvangen uit andere Unie- of nationale financieringsbronnen;
„strategisch O&I-plan”: een uitvoeringshandeling met een strategie om de inhoud van het werkprogramma te verwezenlijken gedurende een periode van hoogstens vier jaar, volgend op een brede verplichte raadpleging van verschillende belanghebbenden en waarin de prioriteiten, geschikte soorten acties en uitvoeringsvormen worden vastgesteld;
„werkprogramma”: door de Commissie goedgekeurd document voor de uitvoering van het specifieke programma overeenkomstig artikel 14 van Besluit (EU) 2021/764, of een door een financieringsorgaan aangenomen document dat inhoudelijk en structureel gelijkwaardig is;
„overeenkomst”: een overeenkomst die wordt gesloten tussen de Commissie of het betreffende financieringsorgaan en een juridische entiteit die een innovatie- en marktintroductieactie uitvoert en die wordt ondersteund door gemengde Horizon Europa-financiering of gemengde EIC-financiering;
„terug te betalen voorschot”: deel van de gemengde Horizon Europa-financiering of gemengde EIC-financiering dat overeenkomt met een lening op grond van titel X van het Financieel Reglement, maar dat rechtstreeks en zonder winstoogmerk door de Unie wordt verstrekt, om de kosten van activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie te dekken, en dat door de begunstigde overeenkomstig de in de overeenkomst opgenomen voorwaarden aan de Unie moet worden terugbetaald;
„gerubriceerde informatie”: gerubriceerde informatie van de Europese Unie als omschreven in artikel 3 van Besluit (EU, Euratom) 2015/444, alsook gerubriceerde informatie van de lidstaten, gerubriceerde informatie van derde landen waarmee de EU een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten en gerubriceerde informatie van internationale organisaties waarmee de Unie een beveiligingsovereenkomst heeft gesloten;
„blendingverrichtingen”: een door de Uniebegroting ondersteunde actie, onder meer in het kader van een blendingfaciliteit of-platform als gedefinieerd in artikel 2, punt 6, van het Financieel Reglement, die niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de Uniebegroting combineert met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;
„gemengde Horizon Europa-financiering”: financiële steun aan een programma ter implementering van innovatie- en marktintroductieactie, bestaande uit een specifieke combinatie van een subsidie of terug te betalen voorschot en een belegging in eigen vermogen of elke andere terugbetaalbare vorm van steun;
„gemengde EIC-financiering”: door de EIC verstrekte directe financiële steun voor een innovatie- en marktintroductieactie, bestaande uit een specifieke combinatie van een subsidie of terug te betalen voorschot en een belegging in eigen vermogen of elke andere terugbetaalbare vorm van steun;
„onderzoeks- en innovatieactie”: een actie die hoofdzakelijk bestaat uit activiteiten die zijn gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennis of het verkennen van de haalbaarheid van nieuwe of verbeterde technologieën, producten, procedés, diensten of oplossingen. Hierbij kan het onder meer gaan om fundamenteel en toegepast onderzoek, technologische ontwikkeling en integratie, testen, demonstreren en valideren van een kleinschalig prototype in een laboratorium of gesimuleerde omgeving;
„innovatieactie”: een actie die hoofdzakelijk bestaat uit activiteiten met als rechtstreeks doel het creëren van plannen en regelingen of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, eventueel met inbegrip van prototyping, tests, demonstraties, proefprojecten, grootschalige productvalidatie en marktreplicatie;
„grensverleggende onderzoeksactie van de ERC”: een belangrijke door de hoofdonderzoeker geleide onderzoeksactie, met inbegrip van de conceptvalidaties door de ERC, die worden georganiseerd door een of meer door de Europese Onderzoeksraad (European Research Council — ERC) gefinancierde begunstigden;
„opleidings- en mobiliteitsactie”: een actie gericht op het verbeteren van de vaardigheden, kennis en loopbaanvooruitzichten van onderzoekers op basis van mobiliteit tussen landen en, in voorkomend geval, tussen sectoren of disciplines;
„medefinancieringsactie voor programma's”: een actie om meerjarige medefinanciering te verstrekken voor een activiteitenprogramma dat is vastgesteld of uitgevoerd door andere juridische entiteiten die O&I-programma's beheren of financieren dan financieringsorganen van de Unie; een dergelijk activiteitenprogramma kan ondersteuning bieden voor netwerkvorming en coördinatie, onderzoek, innovatie, proefprojecten, innovatie- en marktintroductieacties, opleidings- en mobiliteitsacties, bewustmaking en communicatie, verspreiding en exploitatie, en relevante financiële steun bieden, zoals subsidies, prijzen en aanbestedingen, evenals gemengde Horizon Europa-financiering of een combinatie hiervan. De medefinancieringsactie voor programma's kan rechtstreeks door die juridische entiteiten zelf worden uitgevoerd of door derden die namens hen optreden;
„precommerciële aanbestedingsactie”: een actie met het primaire doel precommerciële aanbestedingen te verrichten, die wordt uitgevoerd door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende instanties zijn;
„actie voor overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen”: een actie met het primaire doel gezamenlijke of gecoördineerde overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen te plaatsen, die worden uitgevoerd door begunstigden die aanbestedende diensten of aanbestedende instanties zijn;
„coördinatie- en ondersteuningsactie”: een actie die bijdraagt aan de doelstellingen van het programma, met uitzondering van O&I-activiteiten, behalve in het kader van het onderdeel „Verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie” van het deel „Verbreden van de deelname en versterken van de EOR”, en bottom-up coördinatie zonder medefinanciering van onderzoeksactiviteiten door de Unie waardoor juridische entiteiten uit de lidstaten en geassocieerde landen kunnen samenwerken om de EOR te versterken;
„aanmoedigingsprijs”: een prijs om investeringen in een bepaalde richting aan te moedigen door vóór de uitvoering van de werkzaamheden een doel vast te stellen;
„erkenningsprijs”: prijs om resultaten uit het verleden en excellent werk te belonen nadat dit is uitgevoerd;
„innovatie- en marktintroductieactie”: een actie die een innovatieactie omvat, en andere activiteiten die noodzakelijk zijn om een innovatie op de markt te introduceren, met inbegrip van het opschalen van bedrijven, waarbij gemengde Horizon Europa-financiering of gemengde EIC-financiering wordt verstrekt;
„indirecte acties”: O&I-activiteiten waaraan de Unie financiële steun verleent en die door deelnemers worden ondernomen;
„directe acties”: door de Commissie via het JRC ondernomen O&I-activiteiten;
„aanbesteding”: aanbesteding als omschreven in artikel 2, punt 49, van het Financieel Reglement;
„verbonden entiteit”: een entiteit als omschreven in artikel 187, lid 1, van het Financieel Reglement;
„innovatie-ecosysteem”: een ecosysteem dat op Unieniveau actoren of entiteiten samenbrengt en waarvan de functionele doelstelling is mogelijkheden te bieden voor technologische ontwikkeling en innovatie; daaronder vallen ook betrekkingen tussen materiële middelen (zoals fondsen, uitrusting en faciliteiten), institutionele entiteiten (zoals instellingen voor hoger onderwijs en ondersteunende diensten, onderzoeks- en technologie-organisaties, ondernemingen, verschaffers van durfkapitaal en financiële intermediairs) en nationale, regionale en lokale beleidsvormings- en financieringsentiteiten;
„projectgebaseerde vergoeding”: de vergoeding die samenhangt met de deelname van een persoon aan projecten, deel uitmaakt van de gangbare vergoedingsmethoden van de begunstigde en op een consistente wijze wordt uitbetaald.
Artikel 3
Doelstellingen van het programma
De specifieke doelstellingen van het programma zijn:
het ontwikkelen, promoten en bevorderen van wetenschappelijke excellentie, het ondersteunen van het creëren en verbreiden van hoogwaardige nieuwe fundamentele en toegepaste kennis, van vaardigheden, technologieën en oplossingen, het ondersteunen van opleiding en mobiliteit van onderzoekers, het aantrekken van talent op alle niveaus en het bijdragen tot de volledige benutting van de talentenpool van de Unie bij in het kader van het programma gesteunde acties;
het creëren van kennis, het vergroten van het effect van O&I op de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van de Unie, en het ondersteunen van de toegang tot en de toepassing van innovatieve oplossingen in het Europese bedrijfsleven, met name kmo's, en in de maatschappij voor het aanpakken van wereldwijde uitdagingen, met inbegrip van de doelstellingen inzake klimaatverandering en de SDG's;
het bevorderen van alle vormen van innovatie, het faciliteren van technologische ontwikkeling, demonstratie en kennis- en technologieoverdracht, en het uitbreiden van de introductie en exploitatie van innovatieve oplossingen;
het optimaliseren van de verwezenlijking van het programma om de impact en aantrekkingskracht van de EOR te versterken en te vergroten, het bevorderen van op excellentie gebaseerde deelname vanuit alle lidstaten, inclusief landen die minder presteren op het gebied van O&I, aan het programma en het faciliteren van samenwerkingsverbanden bij Europese O&I-activiteiten.
Artikel 4
Structuur van het programma
Voor het in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde specifieke programma en het EIT bestaat het programma uit de volgende onderdelen, die bijdragen aan de in artikel 3 vermelde algemene en specifieke doelstellingen:
pijler I — „Wetenschappelijke excellentie”, met de volgende componenten:
de ERC;
Marie Skłodowska-Curie-acties (MSCA);
onderzoeksinfrastructuren;
pijler II — „Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen”, met de volgende onderdelen, met aandacht voor het feit dat de sociale en de geesteswetenschappen een belangrijke rol vervullen in alle clusters:
cluster „Gezondheid”;
cluster „Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving”;
cluster „Civiele beveiliging voor de samenleving”;
cluster „Digitaal, industrie en ruimte”;
cluster „Klimaat, energie en mobiliteit”;
cluster „Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu”;
niet-nucleaire directe acties van het JRC;
pijler III — „Innovatief Europa”, met de volgende onderdelen:
de EIC;
Europese innovatie-ecosystemen;
het EIT;
deel „Verbreden van de deelname aan en versterken van de EOR”, met de volgende onderdelen:
verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie;
hervormen en versterken van het Europees O&I-systeem.
Artikel 5
Defensieonderzoek en -ontwikkeling
Activiteiten die worden verricht in het kader van het in artikel 1, lid 2, punt c), bedoelde specifieke programma en die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/697, richten zich exclusief op defensieonderzoek en -ontwikkeling, met doelstellingen en hoofdlijnen van activiteiten die tot doel hebben het concurrentievermogen, de efficiëntie en de innovatieve capaciteit van de Europese industriële en technologische defensiebasis te verbeteren.
Artikel 6
Strategische planning en uitvoering en vormen van Uniefinanciering
De Commissie verzekert de betrokkenheid van lidstaten in een vroeg stadium en pleegt uitgebreid overleg met het Europees Parlement en ter aanvulling ook met belanghebbenden en het grote publiek.
Strategische planning zorgt voor afstemming op andere relevante programma's van de Unie en samenhang met prioriteiten en toezeggingen van de Unie en vergroot complementariteit en synergieën met nationale en regionale financieringsprogramma's en -prioriteiten, waardoor de EOR wordt versterkt. Gebieden voor mogelijke missies en voor mogelijke geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen worden opgenomen in bijlage VI.
Een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de FTRI-procedure bezit alle onderstaande kenmerken:
het gaat om een bottom-up-oproep;
de subsidietoekenningstermijn is korter en bedraagt niet meer dan zes maanden;
er wordt alleen steun verleend aan kleine samenwerkingsconsortia die ten hoogste zes verschillende en onafhankelijke subsidiabele juridische entiteiten tellen;
per consortium bedraagt de financiële steun ten hoogste 2,5 miljoen EUR.
In het werkprogramma wordt vastgesteld voor welke oproepen tot het indienen van voorstellen de FTRI-procedure wordt gebruikt.
Artikel 7
Beginselen van het programma
Artikel 8
Missies
Missies:
worden uitgewerkt en uitgevoerd met de SDG's als uitgangspunt, zijn qua inhoud duidelijk gericht op O&I, hebben een duidelijke toegevoegde waarde voor de Unie, en dragen bij aan de verwezenlijking van de prioriteiten en toezeggingen van de Unie en van de in artikel 3 bedoelde doelstellingen van het programma;
beslaan gebieden van gemeenschappelijk Europees belang, zijn inclusief, moedigen brede betrokkenheid en actieve deelname van diverse soorten belanghebbenden uit de publieke en private sector aan, onder wie burgers en eindgebruikers, en leveren O&I-resultaten op die voor alle lidstaten voordelig kunnen zijn;
zijn ambitieus en inspirerend, en hebben derhalve een brede wetenschappelijke, technologische, maatschappelijke, economische of beleidsmatige relevantie en impact;
geven een duidelijke richting en duidelijke doelstellingen aan, zijn gericht, meetbaar en tijdsgebonden en worden duidelijk begroot;
worden op transparante wijze geselecteerd en zijn toegespitst op ambitieuze, op excellentie gebaseerde en resultaatgerichte maar realistische doelstellingen en onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieactiviteiten;
bezitten de nodige reikwijdte en schaal, zetten de nodige middelen in en creëren het nodige hefboomeffect op het vlak van aanvullende publieke en private middelen om de resultaten ervan laten slagen;
brengen activiteiten op gang over de verschillende disciplines heen (met inbegrip van de sociale en de geesteswetenschappen) en bestrijken activiteiten binnen een breed scala van TRL's, ook lagere niveaus;
staan open voor veelzijdige, bottom-upbenaderingen en -oplossingen, waarin rekening wordt gehouden met de menselijke en maatschappelijke behoeften, met erkenning van het belang van diverse bijdragen aan de verwezenlijking ervan;
halen op transparante wijze voordeel uit synergieën met andere Unieprogramma's en met nationale en waar toepasselijk regionale innovatie-ecosystemen.
Artikel 9
De Europese Innovatieraad
De EIC functioneert volgens de volgende beginselen:
duidelijke meerwaarde voor de Unie;
autonomie;
het vermogen om risico's te nemen;
efficiëntie;
doeltreffendheid;
transparantie;
verantwoordingsplicht.
Artikel 10
Europese partnerschappen
Delen van het programma kunnen worden uitgevoerd door middel van Europese partnerschappen. De betrokkenheid van de Unie bij Europese partnerschappen neemt een van de volgende vormen aan:
deelname aan Europese partnerschappen die worden opgezet op basis van memoranda van overeenstemming of contractuele regelingen tussen de Commissie en de in artikel 2, punt 3, bedoelde partners, waarin de doelstellingen van het Europese partnerschap, de daarmee verband houdende toezeggingen van de Unie en van de andere partners in verband met hun financiële bijdragen en/of bijdragen in natura van de partners, de belangrijkste prestatie- en impactindicatoren, de te leveren resultaten prestaties en de wijze van verslaglegging worden gespecificeerd. Hieronder valt onder meer de vaststelling van aanvullende O&I-activiteiten die worden uitgevoerd door de partners en door het programma (gezamenlijk geprogrammeerde Europese partnerschappen);
deelname en financiële bijdrage aan een programma voor O&I-activiteiten, met specificatie van de doelstellingen, de belangrijkste prestatie- en impactindicatoren en te leveren resultaten, op basis van de toezeggingen door de partners betreffende hun financiële bijdragen en/of bijdragen in natura en de integratie van hun relevante activiteiten door middel van een medefinancieringsactie voor programma's (gezamenlijk gefinancierde Europese partnerschappen);
deelname en financiële bijdrage aan O&I-programma's die worden opgezet door verscheidene lidstaten overeenkomstig artikel 185 VWEU of door op grond van artikel 187 VWEU in het leven geroepen organen, zoals gemeenschappelijke ondernemingen of door KIG's van het EIT overeenkomstig de EIT-verordening (geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen).
Geïnstitutionaliseerde partnerschappen worden alleen opgezet wanneer met andere delen van het programma, met inbegrip van andere vormen van Europese partnerschappen, de doelstellingen niet zouden worden verwezenlijkt of de noodzakelijke verwachte effecten niet zouden worden gegenereerd, en indien zij worden gerechtvaardigd door een langetermijnperspectief en een hoge mate van integratie. Europese partnerschappen overeenkomstig artikel 185 of artikel 187 VWEU voeren een centraal beheer van alle financiële bijdragen, behalve in terdege gemotiveerde gevallen. Bij centraal beheer van alle financiële bijdragen worden bijdragen op projectniveau van een deelnemende staat geleverd op basis van de financiering waarom in de voorstellen van in die deelnemende staat gevestigde juridische entiteiten wordt verzocht, tenzij tussen alle deelnemende staten anders is overeengekomen.
In de regels voor geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen worden onder meer de doelstellingen gespecificeerd, de belangrijkste prestatie- en impactindicatoren en de te behalen resultaten, alsmede de daarmee verband houdende verplichtingen voor financiële bijdragen en/of bijdragen in natura van de partners.
Europese partnerschappen:
worden opgezet voor het aanpakken van Europese of wereldwijde uitdagingen, maar alleen in gevallen waarin de doelstellingen van het programma doeltreffender zouden worden verwezenlijkt door een Europees partnerschap dan door de Unie alleen en beter dan met andere vormen van steun uit hoofde van het programma; een passend aandeel van de begroting van Horizon Europa zal worden toegewezen aan activiteiten van het programma die worden uitgevoerd door Europese partnerschappen; het grootste deel van de begroting in pijler II wordt toegewezen aan acties buiten de Europese partnerschappen;
stoelen op de beginselen van meerwaarde voor de Unie, transparantie en openheid, en van het leveren van impact in en voor Europa, een sterk hefboomeffect op een voldoende grote schaal, financiële toezeggingen voor de lange termijn door alle betrokken partijen, flexibiliteit in de uitvoering, samenhang, coördinatie en complementariteit met initiatieven op lokaal, regionaal, nationaal en Unieniveau en, indien relevant, internationale initiatieven of andere partnerschappen en missies;
volgen een duidelijke levenscyclusbenadering, worden in de tijd beperkt en omvatten de voorwaarden voor het geleidelijk beëindigen van de financiering uit het programma.
Artikel 11
Evaluatie van missie- en partnerschapsgebieden
Uiterlijk op 31 december 2023 evalueert de Commissie bijlage VI bij deze verordening in het kader van de algemene monitoring van het programma, met inbegrip van missies en geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen die zijn ingesteld op grond van artikel 185 of artikel 187 VWEU, en legt zij een verslag met de belangrijkste bevindingen voor aan het Europees Parlement en de Raad.
Artikel 12
Begroting
De indicatieve verdeling van het in lid 1 bedoelde bedrag voor het in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde specifieke programma en voor het EIT is als volgt:
23 546 000 000 EUR voor pijler I — „Wetenschappelijke excellentie” voor de periode van 2021 tot en met 2027, waarvan:
15 027 000 000 EUR voor de ERC;
6 333 000 000 EUR voor MSCA;
2 186 000 000 EUR voor onderzoeksinfrastructuren;
47 428 000 000 EUR voor pijler II — „Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen” voor de periode van 2021 tot en met 2027, waarvan:
6 893 000 000 EUR voor de cluster „Gezondheid”;
1 386 000 000 EUR voor de cluster „Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving”;
1 303 000 000 EUR voor de cluster „Civiele veiligheid voor de samenleving”;
13 462 000 000 EUR voor de cluster „Digitaal, industrie en ruimte”;
13 462 000 000 EUR voor de cluster „Klimaat, energie en mobiliteit”;
8 952 000 000 EUR voor de cluster „Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu”;
1 970 000 000 EUR voor de niet-nucleaire directe acties van het JRC;
11 937 000 000 EUR voor pijler III — „Innovatief Europa” voor de periode van 2021 tot en met 2027, waarvan:
8 752 000 000 EUR voor de EIC;
459 000 000 EUR voor Europese innovatie-ecosystemen;
2 726 000 000 EUR voor het EIT;
3 212 000 000 EUR voor het onderdeel „Verbreden van de deelname en versterken van de EOR” voor de periode van 2021 tot en met 2027, waarvan:
2 842 000 000 EUR voor „Verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie”;
370 000 000 EUR voor „Hervormen en versterken van het Europees O&I-systeem”.
De indicatieve verdeling van het in lid 3 genoemde bedrag is als volgt:
1 286 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor pijler I „Wetenschappelijke excellentie”, waarvan:
857 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor de ERC;
236 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor MSCA;
193 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor onderzoeksinfrastructuren;
1 286 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor pijler II „Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen”, waarvan:
686 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor de cluster „Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving”;
257 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor de cluster „Civiele veiligheid voor de samenleving”;
171 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor de cluster „Digitaal, industrie en ruimte”;
171 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor de cluster „Klimaat, energie en mobiliteit”;
270 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor pijler III — „Innovatief Europa”, waarvan:
60 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor Europese innovatie-ecosystemen;
210 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor het EIT;
159 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor het onderdeel „Verbreden van de deelname en versterken van de EOR”, waarvan:
99 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor „Verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie”;
60 000 000 EUR in constante prijzen van 2018 voor „Hervormen en versterken van het Europees O&I-systeem”.
Het in de leden 1 en 3 van dit artikel bedoelde bedrag voor het in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde specifieke programma en het EIT kan ook uitgaven dekken voor activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie en andere activiteiten, en uitgaven die nodig zijn voor het beheer en de uitvoering van het programma, met inbegrip van alle administratieve uitgaven, en de evaluatie van de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. De administratieve uitgaven voor indirecte acties mogen niet meer bedragen dan 5 % van het totale bedrag voor indirecte acties van het in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde specifieke programma en van het EIT. Daarnaast kan het in de leden 1 en 3 van dit artikel bedoelde bedrag voor het in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde specifieke programma en voor het EIT ook uitgaven dekken met betrekking tot:
voor zover zij verband houden met de doelstellingen van het programma, aan studies gerelateerde uitgaven, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties;
informatietechnologienetwerken voor informatieverwerking en -uitwisseling, daaronder begrepen institutionele informatietechnologie-instrumenten, en andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die nodig is voor het beheer van het programma.
Artikel 13
Middelen uit het herstelinstrument voor de Europese Unie
De indicatieve verdeling van de in artikel 2, lid 2, punt a), iv), van Verordening (EU) 2020/2094 genoemde bedragen is als volgt:
25 % voor de cluster „Gezondheid”;
25 % voor de cluster „Digitaal, industrie en ruimtevaart”;
25 % voor de cluster „Klimaat, energie en mobiliteit”;
25 % voor de EIC.
Artikel 14
Open wetenschap
Het programma moedigt open wetenschap aan, als een benadering van het wetenschappelijke proces op basis van samenwerking en kennisverspreiding, met name in overeenstemming met de volgende overeenkomstig artikel 39, lid 3, van deze verordening gewaarborgde beginselen:
open toegang tot wetenschappelijke publicaties die voortvloeien uit in het kader van het programma gefinancierd onderzoek;
open toegang tot onderzoeksgegevens, met inbegrip van de gegevens die de grondslag vormen voor wetenschappelijke publicaties overeenkomstig het beginsel „zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig”.
Artikel 15
Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering en overdrachten van middelen
In het werkprogramma omschreven oproepen tot het indienen van voorstellen krijgen het excellentiekeurmerk toegekend. Overeenkomstig de relevante bepaling van de verordening gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 en de relevante bepaling van de verordening strategische GLB-plan, kunnen het EFRO, het ESF+ of het Elfpo steun verlenen aan:
medegefinancierde acties die in het kader van het programma zijn geselecteerd, en
acties waaraan een excellentiekeur is toegekend, op voorwaarde dat zij voldoen aan alle volgende voorwaarden:
zij zijn beoordeeld in een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma;
zij voldoen aan de minimale kwaliteitseisen van die oproep tot het indienen van voorstellen, en
zij zijn uitsluitend vanwege budgettaire beperkingen niet gefinancierd in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen.
Artikel 16
Met het programma geassocieerde derde landen
Het programma staat open voor de associatie van de volgende derde landen (geassocieerde landen):
landen van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de EER, in overeenstemming met de in de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte vastgestelde voorwaarden;
toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad of in soortgelijke overeenkomsten, en in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad of in soortgelijke overeenkomsten, en in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;
derde landen en gebieden die aan elk van de volgende criteria voldoen:
ze beschikken over goede capaciteiten op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie;
ze hechten aan een op regels gebaseerde open markteconomie, met inbegrip van een rechtvaardige en billijke benadering inzake intellectuele-eigendomsrechten en eerbiediging van de mensenrechten, ondersteund door democratische instellingen;
ze bevorderen actief beleid ter verbetering van het economische en sociale welzijn van de burgers.
Het associëren van elk van de in lid 1, punt d), bedoelde derde landen met het programma is in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan een programma van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:
zorgt voor een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan de programma's van de Unie deelneemt;
de voorwaarden voor deelname aan de Unieprogramma's, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma's, en de administratieve kosten ervan vaststelt;
het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma van de Unie verleent;
de rechten van de Unie waarborgt om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen.
De in dit lid, eerste alinea, punt b), bedoelde bijdragen vormen bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement.
TITEL II
REGELS VOOR DEELNAME EN VERSPREIDING
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 17
Financieringsorganen en directe acties van het JRC
In terdege gemotiveerde gevallen kunnen financieringsorganen afwijken van de regels van deze titel, met uitzondering van de artikelen 18, 19 en 20, indien:
de basishandeling tot oprichting van het financieringsorgaan of tot toewijzing van begrotingsuitvoeringstaken aan het financieringsorgaan in een dergelijke afwijking voorziet, of
in het geval van in artikel 62, lid 1, punt c), ii), iii) of v), van het Financieel Reglement bedoelde financieringsorganen, indien de bijdrageovereenkomst daarin voorziet en indien de specifieke operationele behoeften ervan of de aard van de actie dat vereisen.
Artikel 18
Subsidiabele acties en ethische beginselen
De volgende onderzoeksterreinen komen niet voor financiering in aanmerking:
activiteiten die gericht zijn op het klonen van mensen voor voortplantingsdoeleinden;
activiteiten bedoeld om het genetisch erfgoed van mensen te wijzigen waardoor dergelijke wijzigingen erfelijk zouden kunnen worden ( 2 );
activiteiten bedoeld om uitsluitend ten behoeve van onderzoek of het verkrijgen van stamcellen, onder meer via overdracht van de celkern van somatische cellen, menselijke embryo's te produceren.
Artikel 19
Ethiek
Bijzondere aandacht wordt besteed aan het evenredigheidsbeginsel, het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit van personen, het recht op non-discriminatie en aan de noodzaak om het milieu te beschermen en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.
Juridische entiteiten die deelnemen aan een actie verstrekken:
een ethische zelfbeoordeling met daarin een opsomming en een gedetailleerde beschrijving van alle te verwachten ethische kwesties die verband houden met de doelstelling, de uitvoering en de te verwachten effecten van de te financieren activiteiten, met inbegrip van een bevestiging van de naleving van lid 1 en een beschrijving van hoe deze zal worden gewaarborgd;
een bevestiging dat de activiteiten in overeenstemming zullen zijn met „The European Code of Conduct for Research Integrity”, gepubliceerd door All European Academies, en dat geen van financiering uitgesloten activiteiten zullen worden verricht;
in het geval van buiten de Unie verrichte activiteiten, een bevestiging dat dezelfde activiteiten zouden zijn toegestaan in een lidstaat, en
in het geval van activiteiten waarbij menselijke embryonale stamcellen worden gebruikt, waar van toepassing, nadere bijzonderheden betreffende de toestemmings- en toezichtmaatregelen die de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten nemen, alsmede betreffende de ethische goedkeuringen die vóór de aanvang van de betrokken activiteiten moeten worden verkregen.
Ethische controles worden uitgevoerd met de hulp van ethische deskundigen.
Artikel 20
Beveiliging
HOOFDSTUK II
Subsidies
Artikel 21
Subsidies
Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.
Artikel 22
Voor deelname in aanmerking komende juridische entiteiten
Tenzij in terdege gemotiveerde gevallen en wanneer dat in het werkprogramma anders is bepaald, komen juridische entiteiten die een consortium vormen in aanmerking voor deelname aan acties uit hoofde van het programma, op voorwaarde dat het consortium onder meer bestaat uit:
minimaal één in een lidstaat gevestigde onafhankelijke juridische entiteit, en
minimaal twee andere onafhankelijke juridische entiteiten die elk in verschillende lidstaten of geassocieerde landen zijn gevestigd.
Artikel 23
Voor financiering in aanmerking komende juridische entiteiten
In een niet-geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteiten dragen de kosten van hun deelname. Een juridische entiteit die gevestigd is in niet-geassocieerde derde landen met lage tot middeninkomens en, bij wijze van uitzondering, andere niet-geassocieerde derde landen, komt echter in aanmerking voor financiering in het kader van een actie indien:
het derde land wordt genoemd in het door de Commissie vastgestelde werkprogramma, of
de Commissie of het betreffende financieringsorgaan van oordeel is dat de deelname van de betrokken juridische entiteit van wezenlijk belang is voor de uitvoering van de actie.
Artikel 24
Oproepen tot het indienen van voorstellen
Een oproep tot het indienen van voorstellen is niet vereist voor coördinatie- en ondersteuningsacties of medefinancieringsacties voor programma's die:
door het JRC of door in het werkprogramma genoemde juridische entiteiten moeten worden uitgevoerd;
overeenkomstig artikel 195, punt e), van het Financieel Reglement niet binnen het toepassingsgebied voor een oproep tot het indienen van voorstellen vallen.
Artikel 25
Gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen
De Commissie of het betreffende financieringsorgaan kan een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen uitschrijven met:
derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
internationale organisaties;
juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
In het geval van een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen voldoen de aanvragers aan de eisen uit hoofde van artikel 22 en worden gezamenlijke procedures voor de selectie en de evaluatie van voorstellen vastgesteld. Bij deze procedures wordt een evenwichtige groep van door alle partijen aangestelde deskundigen betrokken.
Artikel 26
Precommerciële aanbestedingen en overheidsopdrachten voor innovatieve oplossingen
De aanbestedingsprocedures:
zijn in overeenstemming met de mededingingsregels en met de beginselen van transparantie, non-discriminatie, gelijke behandeling, goed financieel beheer en evenredigheid;
kunnen voorzien in de gunning van meerdere overeenkomsten binnen een en dezelfde procedure („multiple sourcing”);
bepalen dat de overeenkomsten worden gegund aan de inschrijver(s) die de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt (bieden), waarbij de afwezigheid van belangenconflicten wordt gewaarborgd.
In het geval van precommerciële aanbestedingen kan, waar nodig en onverminderd de in punt a) genoemde beginselen, de aanbestedingsprocedure worden vereenvoudigd of versneld en kan in die procedure worden voorzien in specifieke voorwaarden, zoals de voorwaarde dat de plaats van uitvoering van de aanbestede activiteiten beperkt is tot het grondgebied van de lidstaten en van geassocieerde landen.
Artikel 27
Financiële draagkracht van aanvragers
Artikel 28
Toekennings- en selectiecriteria
Een voorstel wordt geëvalueerd aan de hand van de volgende toekenningscriteria:
excellentie;
impact;
kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering.
Artikel 29
Evaluatie
Voor EIC-activiteiten, missies, en in terdege gemotiveerde gevallen, als beschreven in het door de Commissie goedgekeurde werkprogramma, kan het evaluatiecomité deels, of, in het geval van coördinatie- en ondersteuningsacties, deels of volledig bestaan uit vertegenwoordigers van instellingen of organen van de Unie als bedoeld in artikel 150 van het Financieel Reglement.
Het evaluatieproces kan worden gevolgd door onafhankelijke waarnemers.
Waar van toepassing rangschikt het evaluatiecomité de voorstellen die de toepasselijke drempelwaarden hebben gehaald volgens:
de in het kader van de evaluatie behaalde scores;
de bijdrage ervan aan de verwezenlijking van specifieke beleidsdoelstellingen, met inbegrip van de samenstelling van een consistente projectenportefeuille, met name voor activiteiten van de Pathfinder en missies en in andere terdege gemotiveerde gevallen, als gedetailleerd beschreven in het door de Commissie goedgekeurde werkprogramma.
Voor EIC-activiteiten en missies en in andere terdege gemotiveerde gevallen, als gedetailleerd beschreven in het door de Commissie goedgekeurde werkprogramma, kan het evaluatiecomité tevens aanpassingen van een voorstel voorstellen, voor zover deze aanpassingen nodig zijn voor de coherentie van de portefeuillebenadering. Deze aanpassingen voldoen aan de voorwaarden voor deelname en aan het beginsel van gelijke behandeling. Het programmacomité zal van dergelijke gevallen in kennis worden gesteld.
Artikel 30
Procedure voor de toetsing van evaluaties, vragen en klachten
Een toetsingscomité voor evaluaties brengt advies uit over de procedurele aspecten van de evaluatie; dit comité wordt voorgezeten door en bestaat uit personeel van de Commissie of van het betreffende financieringsorgaan dat niet betrokken is geweest bij de evaluatie van de voorstellen. Het evaluatietoetsingscomité kan een van de volgende twee aanbevelingen doen:
het uitvoeren van een nieuwe evaluatie van het voorstel, in de eerste plaats door beoordelaars die niet bij de vorige evaluatie betrokken waren, of
een bekrachtiging van de oorspronkelijke evaluatie.
Artikel 31
Subsidietoekenningstermijn
In afwijking van artikel 194, lid 2, eerste alinea, van het Financieel Reglement zijn de volgende termijnen van toepassing:
voor het in kennis stellen van alle aanvragers van de uitkomst van de evaluatie van hun aanvraag, ten hoogste vijf maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;
voor het ondertekenen van de subsidieovereenkomsten met de aanvragers, ten hoogste acht maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen.
Artikel 32
Uitvoering van de subsidie
Artikel 33
Subsidieovereenkomsten
Artikel 34
Financieringspercentages
Maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie uit hoofde van het programma, kunnen worden vergoed, met uitzondering van:
innovatieacties, waarvoor maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten kunnen worden vergoed, met uitzondering van juridische entiteiten zonder winstoogmerk, waarvoor maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten kunnen worden vergoed;
medefinancieringsacties voor programma's waarvoor minimaal 30 %, en in specifieke en terdege gemotiveerde gevallen, maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten kunnen worden vergoed.
Artikel 35
Indirecte kosten
In voorkomend geval worden in eenheidskosten of vaste bedragen opgenomen indirecte kosten berekend aan de hand van het de eerste alinea bedoelde vaste percentage, met uitzondering van eenheidskosten voor intern gefactureerde goederen en diensten; deze worden berekend op basis van de werkelijke kosten, in overeenstemming met de gangbare kostenberekeningsmethode van de begunstigden.
Artikel 36
Subsidiabele kosten
Certificaten betreffende de financiële staten kunnen worden uitgereikt door een erkende externe controleur of, voor overheidsinstanties, door een bevoegde en onafhankelijke ambtenaar, overeenkomstig artikel 203, lid 4, van het Financieel Reglement.
Artikel 37
Systeem voor onderlinge verzekeringen
Hierbij wordt een systeem voor onderlinge verzekeringen („het systeem”) ingesteld ter vervanging en opvolging van het krachtens artikel 38 van Verordening (EU) nr. 1290/2013 ingestelde fonds. Het systeem dekt de risico's van het niet terugkrijgen van bedragen die de begunstigden verschuldigd zijn:
aan de Commissie op grond van Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 6 );
aan de Commissie en organen van de Unie op grond van „Horizon 2020”;
aan de Commissie en financieringsorganen op grond van het programma.
De dekking van het risico met betrekking tot de financieringsorganen als bedoeld in punt c) van de eerste alinea, kan worden toegepast via een in de toepasselijke overeenkomst vastgesteld systeem van indirecte dekking en rekening houdend met de aard van het financieringsorgaan.
Artikel 38
Eigendom en bescherming
Twee of meer begunstigden hebben resultaten gezamenlijk in eigendom indien:
zij die resultaten gezamenlijk hebben gegenereerd, en
het niet mogelijk is om:
de respectieve bijdrage van elk van de begunstigden vast te stellen, of
hun respectieve bijdragen van elkaar te scheiden bij het aanvragen, verkrijgen of handhaven van de bescherming ervan.
De gezamenlijke eigenaren komen schriftelijk de verdeling, en de voorwaarden voor de uitoefening, van het gezamenlijke eigendomsrecht overeen. Tenzij in de consortiumovereenkomst of de overeenkomst betreffende de gezamenlijke eigendom anders is overeengekomen, heeft elke gezamenlijke eigenaar het recht om niet-exclusieve licenties, zonder recht op sublicenties, aan derden te verlenen voor de exploitatie van de gezamenlijk in eigendom gehouden resultaten, indien de andere gezamenlijke eigenaren hiervan van tevoren in kennis worden gesteld en een eerlijke en redelijke vergoeding ontvangen. De gezamenlijke eigenaren kunnen schriftelijk een andere regeling dan gezamenlijke eigendom van toepassing verklaren.
Artikel 39
Exploitatie en verspreiding
In het werkprogramma kunnen aanvullende exploitatieverplichtingen worden opgelegd.
Wanneer ondanks het feit dat een begunstigde naar beste vermogen heeft getracht zijn resultaten direct of indirect te exploiteren, de resultaten niet binnen een bepaalde in de subsidieovereenkomst vastgestelde termijn worden geëxploiteerd, gebruikt de begunstigde een passend in de subsidieovereenkomst genoemd onlineplatform om partijen te vinden die geïnteresseerd zijn in de exploitatie van die resultaten. Mits dit gerechtvaardigd is, kan de begunstigde van deze verplichting worden ontheven.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verspreidingsverplichtingen, met vrijwaring van de economische en wetenschappelijke belangen van de Unie.
Open toegang tot onderzoeksgegevens is de algemene regel overeenkomstig de in de subsidieovereenkomst vastgestelde voorwaarden; uitzonderingen zijn evenwel mogelijk, volgens het beginsel „zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig”, rekening houdend met de rechtmatige belangen van de begunstigden, onder meer op het vlak van commerciële exploitatie, en eventuele andere beperkingen, zoals regels inzake gegevensbescherming, privacy en vertrouwelijkheid, bedrijfsgeheimen, mededingingsbelangen van de Unie, beveiligingsvoorschriften of intellectuele-eigendomsrechten.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende stimulansen of verplichtingen met het oog op de inachtneming van openwetenschapspraktijken.
In het werkprogramma kan worden voorzien in aanvullende verplichtingen, wanneer deze gerechtvaardigd zijn, inzake het gebruik van de EOSC voor de opslag van en de toegang tot onderzoeksgegevens.
Het plan wordt tijdens en na de actie door de begunstigden geactualiseerd ten behoeve van de exploitatie en de verspreiding van de resultaten, overeenkomstig de subsidieovereenkomst.
Artikel 40
Overdracht en licentieverlening
Tenzij voor welbepaalde derden, waaronder verbonden entiteiten, schriftelijk anders is overeengekomen, kunnen begunstigden tegen de overdracht van de eigendom van resultaten door een andere begunstigde bezwaar maken indien zij kunnen aantonen dat de overdracht negatieve gevolgen voor hun toegangsrechten zou hebben. In dat geval kan de overdracht pas plaatsvinden nadat overeenstemming tussen de betrokken begunstigden is bereikt. In de subsidieovereenkomst worden daarvoor termijnen vastgesteld.
Indien zulks gerechtvaardigd is, kan de Commissie of het betreffende financieringsorgaan in de subsidieovereenkomst het recht worden toegekend om bezwaar te maken tegen de overdracht van de eigendom van resultaten of tegen de verlening van een exclusieve licentie voor resultaten, indien:
de begunstigden die de resultaten hebben gegenereerd Uniefinanciering hebben ontvangen;
de overdracht plaatsvindt of de licentie wordt verleend aan een in een niet-geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteit, en
de overdracht of de licentieverlening niet strookt met het belang van de Unie.
Indien er voorzien is in het recht om bezwaar te maken, deelt de begunstigde van tevoren mede of hij voornemens is het eigendom van de resultaten over te dragen of een exclusieve licentie ten aanzien van de resultaten te verlenen. Er kan schriftelijk afstand worden gedaan van het recht om bezwaar te maken met betrekking tot een overdracht of een verlening van een exclusieve licentie aan welbepaalde juridische entiteiten, op voorwaarde dat er maatregelen zijn getroffen om de belangen van de Unie te beschermen.
Artikel 41
Toegangsrechten
Begunstigden verlenen toegang tot:
hun resultaten, vrij van royalty's, aan iedere andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten;
hun achtergrondinformatie aan iedere andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zich van zijn eigen taken te kwijten, met inachtneming van de in lid 3 bedoelde beperkingen; deze toegangsrechten worden royaltyvrij verleend, tenzij de begunstigden iets anders zijn overeengekomen voordat zij zich bij de subsidieovereenkomst hebben aangesloten;
hun resultaten en, met inachtneming van de in lid 3 bedoelde beperkingen, hun achtergrondinformatie aan iedere andere begunstigde van de actie die deze nodig heeft om zijn eigen resultaten te exploiteren; deze toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
Tenzij door de begunstigden anders is overeengekomen, verlenen zij tevens toegang tot hun resultaten en, met inachtneming van de in lid 3 bedoelde beperkingen, tot hun achtergrondinformatie aan een juridische entiteit:
die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd land;
die onder directe of indirecte zeggenschap staat van een andere begunstigde of die onder dezelfde directe of indirecte zeggenschap staat als de betrokken begunstigde of die zelf de directe of indirecte zeggenschap over de betrokken begunstigde uitoefent, en
die deze toegang nodig heeft om de resultaten van de desbetreffende begunstigde te exploiteren, overeenkomstig de exploitatieverplichtingen van de begunstigde.
De toegangsrechten worden onder overeen te komen eerlijke en redelijke voorwaarden verleend.
Deze toegangsrechten hebben geen betrekking op de achtergrondinformatie van de begunstigden.
In het geval van acties in het kader van de cluster „Civiele beveiliging voor de samenleving”, verlenen begunstigden die Uniefinanciering hebben ontvangen ook aan de nationale autoriteiten van de lidstaten royaltyvrije toegang tot hun resultaten voor het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van hun beleid of programma's op dat gebied. De toegangsrechten hebben enkel betrekking op niet-commercieel en niet-competitief gebruik en zijn afhankelijk van een bilaterale overeenkomst waarin specifieke voorwaarden worden bepaald die ervoor zorgen dat deze toegangsrechten uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt en dat in de passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien. De lidstaat, de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie die of dat daartoe een verzoek indient, stelt alle lidstaten daarvan in kennis.
Artikel 42
Specifieke bepalingen
Artikel 43
Prijzen
De Commissie of het betreffende financieringsorgaan kan, indien gepast, wedstrijden organiseren met:
andere organen van de Unie;
derde landen, met inbegrip van de wetenschappelijke en technologische organisaties of agentschappen daarvan;
internationale organisaties, of
juridische entiteiten zonder winstoogmerk.
HOOFDSTUK III
Aanbestedingen
Artikel 44
Aanbestedingen
HOOFDSTUK IV
Blendingverrichtingen en gemengde financiering
Artikel 45
Blendingverrichtingen
Blendingverrichtingen in het kader van dit programma, worden uitgevoerd in overeenstemming met het InvestEU-programma en titel X van het Financieel Reglement.
Artikel 46
Gemengde Horizon Europa-financiering en gemengde EIC-financiering
Artikel 47
De Pathfinder
De Pathfinder wordt voornamelijk uitgevoerd via een openbare oproep tot het indienen van bottom-upvoorstellen met meerdere uiterste data voor indiening per jaar, en voorziet ook in wedstrijden voor de ontwikkeling van belangrijke strategische doelstellingen, waarbij een „deep tech”-benadering en radicale nieuwe concepten zullen worden gevraagd.
De lancering en de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen voor transitieactiviteiten van de Pathfinder worden bepaald met inachtneming van de in het werkprogramma vastgestelde doelstellingen en begroting met betrekking tot de actiepakketten in kwestie.
Aan ieder voorstel dat al is geselecteerd door middel van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de Pathfinder, en waar dit relevant is transitieactiviteiten van de Pathfinder, kunnen extra subsidies ten belope van een vast bedrag van maximaal 50 000 EUR worden toegekend om aanvullende activiteiten, waaronder dringende coördinatie- en ondersteuningsacties, te verrichten met het oog op het versterken van de gemeenschap van begunstigden van de portefeuille, zoals het beoordelen van potentiële spin-offs, potentiële marktcreërende innovaties of het opstellen van een businessplan. Het onder het specifieke programma opgerichte programmacomité wordt van dergelijke gevallen in kennis gesteld.
Artikel 48
De Accelerator
De Accelerator biedt de volgende soorten steun:
gemengde financieringssteun voor kmo's, waaronder start-ups en, in uitzonderlijke gevallen, kleine midcap-ondernemingen, die baanbrekende en disruptieve niet-bankabele innovatie verrichten;
uitsluitend in de vorm van subsidies verleende steun voor kmo's, waaronder start-ups, die ongeacht welke soort innovatie verrichten, gaande van stapsgewijze tot baanbrekende en disruptieve innovatie, en die tot doel hebben later op te schalen;
uitsluitend in de vorm van eigen vermogen verleende steun aan niet-bankabele kmo’s, waaronder start-ups, die werken aan baanbrekende en disruptieve niet-financierbare innovatie;
uitsluitend in de vorm van eigen vermogen verleende steun die noodzakelijk is voor schaalvergroting aan niet-bankabele kmo’s, met inbegrip van start-ups, en niet-bankabele kleine midcapondernemingen, met inbegrip van entiteiten die reeds steun hebben ontvangen overeenkomstig de punten a) tot en met c), die werken aan baanbrekende en disruptieve niet-financierbare innovatie op het gebied van de kritieke technologieën die worden bedoeld in artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ).
In afwijking van artikel 7, lid 1, kan de in de punten a), b) en c) van de tweede alinea van dit lid bedoelde steun ook betrekking hebben op potentiële toepassingen voor tweeërlei gebruik, terwijl het gebruik van civiele toepassingen wordt bevorderd.
In afwijking van artikel 7, lid 1, kan de in punt d) van de tweede alinea van dit lid bedoelde steun ook betrekking hebben op innovatie op het gebied van kritieke defensietechnologieën als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt a), iv), van de STEP-verordening, waarbij indien passend innovaties met potentieel voor tweeërlei gebruik worden bevorderd.
Uitsluitend in de vorm van subsidies verleende steun in het kader van de Accelerator wordt enkel onder de volgende cumulatieve voorwaarden verstrekt:
het project bevat informatie over de capaciteit en de bereidheid van de aanvrager om op te schalen;
de begunstigde is enkel een start-up of een kmo;
uitsluitend in de vorm van subsidies verleende steun in het kader van de Accelerator wordt tijdens de termijn van tenuitvoerlegging van het programma slechts éénmaal aan een begunstigde verstrekt, voor maximaal 2,5 miljoen EUR.
Bij het verlenen van eigenvermogenssteun streeft de EIC ernaar andere investeerders aan te trekken. Om niet-financierbare innovatie doeltreffend te ondersteunen, kan er echter eigenvermogenssteun worden verleend zonder andere investeerders aan te trekken, vooral voor, maar niet beperkt tot, baanbrekende en disruptieve niet-financierbare innovatie op het gebied van de technologieën die worden bedoeld in artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/795.
Met betrekking tot steun voor innovatie op het gebied van kritieke defensietechnologieën uit hoofde van lid 1, tweede alinea, punt d), van dit artikel is deelname beperkt tot juridische entiteiten die gevestigd zijn in de Unie, in Oekraïne of in een met Horizon Europa geassocieerd EER-lid. Juridische entiteiten die direct of indirect onder zeggenschap staan van een ander derde land dan Oekraïne of een met Horizon Europa geassocieerd EER-lid, of van juridische entiteiten van een dergelijk derde land, zijn uitgesloten van deelname.
In afwijking van de tweede alinea komt een juridische entiteit die gevestigd is in de Unie of in een met Horizon Europa geassocieerd EER-lid en die onder zeggenschap staat van een ander derde land dan Oekraïne of een met Horizon Europa geassocieerd EER-lid, of van een juridische entiteit van een ander derde land dan Oekraïne of een met Horizon Europa geassocieerd EER-lid, in aanmerking als begunstigde uit hoofde van lid 1 van dit artikel, mits aan de Commissie garanties ter beschikking worden gesteld. Dergelijke garanties worden goedgekeurd overeenkomstig de nationale procedures van de lidstaat of het met Horizon Europa geassocieerde EER-lid waar de juridische entiteit is gevestigd, bijvoorbeeld passende maatregelen op het gebied van screening, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ).
De garanties bieden de waarborg dat steun voor de juridische entiteit niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten die zijn bepaald in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op grond van titel V van het VEU, met inbegrip van eerbiediging van het beginsel van goede nabuurschapsbetrekkingen.
Met betrekking tot steun uit hoofde van lid 1, tweede alinea, punt a), b) of c), van dit artikel met potentiële toepassingen voor tweeërlei gebruik, kan in het werkprogramma worden bepaald dat het mogelijk is de deelname te beperken tot juridische entiteiten die alleen in lidstaten zijn gevestigd of tot juridische entiteiten die naast de lidstaten zijn gevestigd in bepaalde geassocieerde landen. Elke beperking van de deelname van juridische entiteiten gevestigd in geassocieerde EER-landen geschiedt overeenkomstig de voorwaarden van de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. Om naar behoren gemotiveerde en uitzonderlijke redenen kan het werkprogramma, ter bescherming van de strategische belangen van de Unie en haar lidstaten, tevens in de Unie of in geassocieerde landen gevestigde juridische entiteiten die direct of indirect onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of van juridische entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen, uitsluiten van individuele oproepen tot het indienen van voorstellen, of hun deelname onderwerpen aan in het programma opgenomen voorwaarden.
Het voorstel kan ofwel worden ingediend door de begunstigde ofwel, op voorwaarde van de voorafgaande toestemming van de begunstigde, door een of meer natuurlijke personen of juridische entiteiten die voornemens zijn die begunstigde op te richten of te ondersteunen. In dat laatste geval wordt de financieringsovereenkomst enkel met de begunstigde gesloten.
De ingediende voorstellen worden geëvalueerd aan de hand van de volgende gunningscriteria:
excellentie;
effect;
het risiconiveau van de actie dat investeringen zou belemmeren, de kwaliteit en doeltreffendheid van de uitvoering, en de behoefte aan Uniefinanciering.
Met instemming van de betrokken aanvragers kunnen de Commissie of de financieringsorganen die het programma uitvoeren (met inbegrip van KIG's van het EIT), een voorstel voor een innovatie- en marktintroductieactie dat al aan de in lid 5, punten a) en b), bedoelde toekenningscriteria voldoet onmiddellijk indienen voor evaluatie op basis van het in lid 5, punt c), bedoelde toekenningscriterium, met inachtneming van de volgende cumulatieve voorwaarden:
het voorstel vloeit voort uit een andere actie van dit programma die in het kader van Horizon 2020 wordt gefinancierd of, onder voorbehoud van een fase waarin een verkennend proefproject wordt gestart in het kader van het eerste werkprogramma, uit nationale en/of regionale programma's, te beginnen met het in kaart brengen van de vraag naar een dergelijke regeling, waarvan de gedetailleerde bepalingen in het specifieke programma als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt a), worden vastgesteld;
het voorstel is gebaseerd op een, binnen de twee voorgaande jaren uitgevoerde, projectevaluatie ter beoordeling van de excellentie en het effect van het voorstel, met inachtneming van voorwaarden en processen die nader worden beschreven in het werkprogramma.
Een excellentiekeurmerk kan worden toegekend mits aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
de begunstigde is een start-up, een kmo of een kleine midcap-onderneming;
het voorstel was subsidiabel en heeft de toepasselijke drempelwaarden gehaald voor de in lid 5, punten a) en b), bedoelde toekenningscriteria;
de activiteit zou subsidiabel zijn in het kader van een innovatieactie.
De Commissie kan een door onafhankelijke externe deskundigen geselecteerd voorstel verwerpen om gegronde redenen, waaronder niet-overeenstemming met de doelstellingen van het beleid van de Unie. Het programmacomité wordt van de redenen voor een dergelijke afwijzing in kennis gesteld.
Bij gemengde EIC-financiering kunnen activiteiten die overeenkomen met een innovatieactie worden opgestart en kan de eerste voorfinanciering van de subsidie of het terug te betalen voorschot worden uitbetaald vóór de uitvoering van andere onderdelen van de toegekende gemengde EIC-financiering. De uitvoering van deze onderdelen is afhankelijk van het bereiken van in de overeenkomst vastgestelde specifieke mijlpalen.
In uitzonderlijke gevallen, en op advies van het EIC-college, kan de Commissie, na een herziening van het project door onafhankelijke, externe, deskundigen, beslissen de steun in het kader van de Accelerator te verhogen. Het programmacomité wordt van dergelijke gevallen in kennis gesteld.
HOOFDSTUK V
Deskundigen
Artikel 49
Aanstelling van onafhankelijke externe deskundigen
In afwijking van artikel 237, lid 3, van het Financieel Reglement kan de Commissie of het betreffende financieringsorgaan, bij wijze van uitzondering en in terdege gemotiveerde gevallen, op transparante wijze een deskundige met geschikte vaardigheden buiten de databank om selecteren mits een eerdere oproep tot het indienen van blijken van belangstelling geen geschikte onafhankelijke externe deskundigen heeft opgeleverd.
Deze deskundigen verklaren dat zij onafhankelijk zijn en in staat zijn de doelstellingen van het programma te helpen verwezenlijken.
De Commissie of het betreffende financieringsorgaan zorgt ervoor dat een deskundige die met een belangenconflict wordt geconfronteerd ten aanzien van een aangelegenheid waarover hij dient te adviseren, geen evaluatie uitvoert of advies of bijstand verstrekt met betrekking tot genoemde aangelegenheid.
TITEL III
MONITORING, COMMUNICATIE, EVALUATIE EN CONTROLE VAN HET PROGRAMMA
Artikel 50
Monitoring en verslaglegging
De databank bevat:
tijdsgebonden indicatoren voor de jaarlijkse verslaglegging uit te brengen over de voortgang van het programma bij de verwezenlijking van de in artikel 3 vermelde doelstellingen, zoals vastgesteld in bijlage V op basis van effecttrajecten;
informatie over de mate van mainstreaming van de sociale en de geesteswetenschappen, de verhouding tussen lagere en hogere TRL's in gezamenlijk onderzoek, de vooruitgang inzake de deelname van verbredingslanden, de geografische samenstelling van consortia bij samenwerkingsprojecten, de salarisontwikkeling van onderzoekers, het gebruik van een indienings- en evaluatieprocedure in twee fasen, de maatregelen ter facilitering van samenwerkingsverbanden in Europees O&I, het gebruik van de toetsing van evaluaties en het aantal en de soorten klachten, de mate van mainstreaming van de klimaatproblematiek en daarmee gepaard gaande uitgaven, de deelname van kmo's, de deelname van de private sector, de deelname van mannen en vrouwen aan gefinancierde acties, evaluatiepanels, raden en adviesgroepen, de „excellentiekeurmerken”, de Europese partnerschappen alsook het medefinancieringspercentage, complementaire en cumulatieve financiering uit andere programma’s van de Unie, onderzoeksinfrastructuren, de subsidietoekenningstermijnen, de mate van internationale samenwerking, de betrokkenheid en deelname van burgers en maatschappelijke organisaties;
de hoogte van de uitgaven, uitgesplitst op projectniveau, om specifieke analyse mogelijk te maken, ook per actiegebied;
de mate van overinschrijving, in het bijzonder het aantal voorstellen en per oproep tot het indienen van voorstellen, de gemiddelde score van deze voorstellen en het aantal voorstellen boven en onder de kwaliteitsdrempels.
Artikel 51
Informatie, communicatie, publiciteit alsmede verspreiding en exploitatie
Artikel 52
Evaluatie van het programma
Artikel 53
Audits
Artikel 54
Bescherming van de financiële belangen van de Unie
Indien een derde land aan het programma deelneemt door middel van een op grond van een internationale overeenkomst of op basis van een ander rechtsinstrument vastgesteld besluit, verleent het derde land de nodige rechten en toegang aan de verantwoordelijke ordonnateur, OLAF en de Rekenkamer, zodat deze hun bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten dergelijke rechten het recht om onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren als bepaald in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013.
Artikel 55
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
TITEL IV
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 56
Intrekking
Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1291/2013 worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 57
Overgangsbepalingen
Artikel 58
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
HOOFDLIJNEN VAN ACTIVITEITEN
De in artikel 3 van deze verordening bedoelde algemene en specifieke doelstellingen worden nagestreefd binnen het gehele programma, via de in deze bijlage en in bijlage II van deze verordening, alsook in bijlage I bij Besluit (EU) 2021/764, beschreven actiegebieden en hoofdlijnen van activiteiten.
1. Pijler I „Wetenschappelijke excellentie”
Door middel van de volgende activiteiten moet deze pijler overeenkomstig artikel 4 wetenschappelijke excellentie bevorderen, de beste talenten aantrekken naar Europa, adequate steun aan beginnende onderzoekers bieden en ondersteuning verlenen voor de ontwikkeling en verspreiding van wetenschappelijke excellentie en hoogwaardige kennis, methoden, vaardigheden, technologieën en oplossingen voor wereldwijde sociale, ecologische en economische uitdagingen. Deze pijler moet ook een bijdrage leveren aan de andere in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen van het programma:
ERC: aanbieden van aantrekkelijke en flexibele financiering om getalenteerde en creatieve individuele onderzoekers, met de nadruk op beginnende onderzoekers, en hun teams in staat te stellen de meest veelbelovende richtingen op de wetenschappelijke grensgebieden te verkennen, ongeacht hun nationaliteit en land van herkomst en op basis van Uniebrede concurrentie waarbij alleen het criterium excellentie geldt.
Actiegebied: grensverleggende wetenschap;
MSCA: Onderzoekers van nieuwe kennis en vaardigheden voorzien door middel van mobiliteit en beschikbaarstelling in andere landen, sectoren en disciplines, bevorderen van systemen voor opleiding en loopbaanontwikkeling, en structureren en verbeteren van institutionele en nationale werving, met inachtneming van het Europees Handvest voor onderzoekers en de Gedragscode voor de rekrutering van onderzoekers; op deze manier leveren de MSCA overal in Europa een bijdrage aan de grondslagen van Europa's landschap van excellent onderzoek, stimuleren daardoor de werkgelegenheid, groei en investeringen, en helpen bij het vinden van oplossingen voor de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen.
Actiegebieden: Excellentie bevorderen door middel van de mobiliteit van onderzoekers over grenzen, sectoren en disciplines heen; nieuwe vaardigheden bevorderen door middel van excellente opleidingen voor onderzoekers; de human resources en de ontwikkeling van vaardigheden in de hele EOR versterken; synergie verbeteren en vergemakkelijken; de bewustmaking van het publiek bevorderen;
onderzoeksinfrastructuren: Europa toerusten met duurzame onderzoeksinfrastructuren van wereldklasse die open zijn en toegankelijk voor de beste onderzoekers uit Europa en daarbuiten. Het gebruik van bestaande onderzoeksinfrastructuren aanmoedigen, waaronder die welke worden gefinancierd uit fondsen in het kader van het cohesiebeleid van de Unie. Door dit alles onderzoeksinfrastructuren beter in staat te stellen om wetenschappelijke vooruitgang en innovatie te ondersteunen en open wetenschap en wetenschappelijke excellentie in overeenstemming met de FAIR-beginselen mogelijk te maken, naast activiteiten in verband met het beleid van de Unie en internationale samenwerking.
Actiegebieden: Het landschap van Europese onderzoeksinfrastructuren consolideren en ontwikkelen; onderzoeksinfrastructuren openen, integreren en onderling verbinden; het innovatiepotentieel van Europese onderzoeksinfrastructuren en activiteiten voor innovatie en opleiding; versterken van het Europees beleid inzake onderzoeksinfrastructuren en van de internationale samenwerking.
2. Pijler II „Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen”
Door middel van de volgende activiteiten moet deze pijler overeenkomstig artikel 4 het creëren en beter verspreiden van hoogwaardige nieuwe kennis, technologieën en duurzame oplossingen ondersteunen, het Europese industriële concurrentievermogen versterken, de impact van O&I bij het ontwikkelen, ondersteunen en uitvoeren van het beleid van de Unie verbeteren, en de toepassing van innovatieve oplossingen in het bedrijfsleven, met name in kmo's en start-ups, en in de samenleving ondersteunen om mondiale uitdagingen aan te pakken. Deze pijler moet ook een bijdrage leveren aan de andere in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen van het programma.
De sociale en de geesteswetenschappen moeten volledig worden geïntegreerd in alle clusters, met inbegrip van specifieke en gerichte activiteiten.
Om impact, flexibiliteit en synergieën te maximaliseren, moeten O&I-activiteiten worden georganiseerd in zes onderling door pan-Europese onderzoeksinfrastructuur verbonden clusters, die afzonderlijk en samen interdisciplinaire, sectoroverschrijdende, beleidsoverschrijdende en internationale samenwerking stimuleren. Pijler II van het programma heeft betrekking op activiteiten met een breed scala van TRL's, ook lagere TRL's.
Elke cluster draagt bij aan verschillende SDG's en veel SDG's worden ondersteund door meer dan één cluster.
De O&I-activiteiten worden verricht in een of meer van de volgende clusters:
cluster „Gezondheid”: Verbetering en bescherming van de gezondheid en het welzijn van burgers van alle leeftijden, door het genereren van nieuwe kennis, door het ontwikkelen van innovatieve oplossingen, door ervoor te zorgen dat waar dienstig een genderperspectief wordt opgenomen met het oog op preventie, diagnose, monitoring, behandeling en genezing van ziekten, en door gezondheidstechnologieën te ontwikkelen; beperking van gezondheidsrisico's; bescherming van de bevolking en bevordering van goede gezondheid en welzijn, ook op het werk; publieke gezondheidszorgstelsels kosteneffectiever, rechtvaardiger en duurzamer maken; armoedeziekten voorkomen en aanpakken, en participatie en zelfbeheer van patiënten ondersteunen en mogelijk maken.
Actiegebieden: Gezondheid gedurende de hele levensloop; gezondheidsbepalende sociale en milieufactoren; niet-overdraagbare en zeldzame ziekten; infectieziekten, met inbegrip van armoedeziekten en verwaarloosde ziekten; instrumenten, technologieën en digitale oplossingen voor gezondheid en zorg, met inbegrip van gepersonaliseerde geneeskunde; gezondheidszorgstelsels;
cluster „Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving”: Versterking van de democratische waarden, zoals de rechtsstaat en de fundamentele rechten; de bescherming van ons cultureel erfgoed; verkenning van het potentieel van de culturele en de creatieve sector en bevordering van sociaal-economische hervormingen die bijdragen aan inclusie en groei, met inbegrip van migratiebeheer en integratie van migranten.
Actiegebieden: Democratie en governance; cultuur, cultureel erfgoed en creativiteit; sociale en economische transformaties;
cluster „Civiele beveiliging voor de samenleving”: Een antwoord bieden op de uitdagingen als gevolg van de aanhoudende bedreigingen voor de veiligheid, met inbegrip van cybercriminaliteit, evenals natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.
Actiegebieden: Rampbestendige samenlevingen; bescherming en beveiliging; cyberbeveiliging;
cluster „Digitaal, industrie en ruimte”: versterken van capaciteiten en veiligstellen van de Europese soevereiniteit in cruciale ontsluitende technologieën voor digitalisering en productie, en op het gebied van ruimtetechnologie, over de gehele waardeketen; om een concurrerende, digitale, koolstofarme en circulaire industrie op te bouwen; zorgen voor een duurzame aanvoer van grondstoffen; geavanceerde materialen ontwikkelen en de basis leggen voor vooruitgang en innovatie in alle wereldwijde maatschappelijke uitdagingen.
Actiegebieden: Industriële technologieën; digitale sleuteltechnologieën, met inbegrip van kwantumtechnologieën; opkomende ontsluitende technologieën; geavanceerde materialen; kunstmatige intelligentie en robotica; internet van de volgende generatie; geavanceerde informatica en „big data”; circulaire industrie; koolstofarme en schone industrieën; ruimtevaart, met inbegrip van aardobservatie;
cluster „Klimaat, Energie en Mobiliteit”: Bestrijding van klimaatverandering door een beter inzicht in de oorzaken, evolutie, risico's, effecten en kansen te verkrijgen, door de energie- en de vervoerssector klimaat- en milieuvriendelijker, efficiënter, concurrerender, slimmer, veiliger en weerbaarder te maken, door het gebruik van hernieuwbare-energiebronnen en energie-efficiëntie te bevorderen, door de Unie beter bestand te maken tegen externe schokken en door het sociale gedrag in het licht van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen aan te passen.
Actiegebieden: Klimaatwetenschap en -oplossingen, energievoorziening, energiesystemen en -netwerken; gebouwen en industriële installaties in energietransitie; gemeenschappen en steden; industrieel concurrentievermogen op het gebied van vervoer; schoon, veilig en toegankelijk vervoer en dito mobiliteit; slimme mobiliteit, energieopslag;
cluster „Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu”: bescherming van het milieu, herstel, duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke en biologische hulpbronnen van land, binnenwateren en zee om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen, voedsel- en voedingszekerheid voor iedereen te verbeteren en de overgang naar een koolstofarme, hulpbronnenefficiënte en circulaire economie en duurzame bio-economie te bevorderen.
Actiegebieden: Milieuobservatie; biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen; landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden; zeeën, oceanen en binnenwateren; voedselsystemen; systemen voor bio-innovatie in de bio-economie van de Unie; circulaire systemen;
niet-nucleaire directe acties van het JRC: Genereren van hoogwaardige wetenschappelijke gegevens voor efficiënt en betaalbaar goed overheidsbeleid. Voor een verstandig ontwerp van nieuwe initiatieven en voorstellen voor rechtshandelingen van de Unie moet men beschikken over transparante, volledige en evenwichtige gegevens, en voor de uitvoering van het beleid zijn gegevens nodig zodat het kan worden gemeten en gemonitord. Het JRC voorziet het Uniebeleid van onafhankelijke wetenschappelijke en technische ondersteuning tijdens de gehele beleidscyclus. Het JRC spitst zijn onderzoek toe op de Uniebeleidsprioriteiten.
Actiegebieden: het versterken van de kennisbasis voor beleidsvoering; mondiale uitdagingen (gezondheid; cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving; civiele beveiliging voor de samenleving; digitaal, industrie en ruimtevaart; klimaat, energie en mobiliteit; levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu); innovatie, economische ontwikkeling, en concurrentievermogen; wetenschappelijke excellentie; territoriale ontwikkeling en ondersteuning van lidstaten en regio’s.
3. Pijler III „Innovatief Europa”
Door middel van de volgende activiteiten moet deze pijler overeenkomstig artikel 4 alle vormen van innovatie, met inbegrip van niet-technologische innovatie, in de eerste plaats in kmo's, met inbegrip van start-ups, bevorderen door het faciliteren van technologische ontwikkeling, demonstratie en overdracht van kennis, en de introductie van innovatieve oplossingen ondersteunen. Deze pijler moet ook een bijdrage leveren aan de andere in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen van het programma. De uitvoering van projecten in het kader van de EIC gebeurt hoofdzakelijk met twee instrumenten: de Pathfinder, die hoofdzakelijk middels gezamenlijk onderzoek wordt uitgevoerd, en de Accelerator.
EIC: voornamelijk gericht op baanbrekende en disruptieve innovatie, met een speciale focus op marktcreërende innovatie, zonder daarbij andere soorten innovatie, waaronder stapsgewijze innovatie, te vergeten.
Actiegebieden: de „Pathfinder” voor geavanceerd onderzoek, die toekomstige en opkomende baanbrekende, marktcreërende en/of „ deep tech ”-technologieën moet ondersteunen; de Accelerator, die de financieringskloof tussen late stadia van O&I-activiteiten en de overname door de markt moet overbruggen, om op een doeltreffende manier baanbrekende marktcreërende innovatie mogelijk te maken en bedrijven op te schalen waar de markt geen werkbare financiering biedt; aanvullende EIC-activiteiten, zoals prijzen en beurzen, en zakelijke diensten met meerwaarde.
Europese innovatie-ecosystemen
Actiegebieden: de activiteiten die met name onder meer betrekking hebben op het leggen van contact — waar nodig in samenwerking met het EIT — met de nationale en regionale spelers op het gebied van innovatie, en ondersteuning van de uitvoering van gezamenlijke grensoverschrijdende innovatieprogramma's door lidstaten, regio's en geassocieerde landen, gaande van de uitwisseling van praktijken en kennis in verband met de regelgeving inzake innovatie tot de verbetering van soft skills voor innovatie en tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten, waaronder open of gebruikersgedreven innovatie, om de doeltreffendheid van het Europese innovatiesysteem te vergroten. Dit moet worden uitgevoerd in synergie met onder meer de steun van het EFRO voor innovatieve ecosystemen en interregionale partnerschappen in verband met slimme specialisatie.
Het Europees Instituut voor innovatie en technologie
Actiegebieden (gedefinieerd in bijlage II): duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa; innovatie- en ondernemersvaardigheden in het perspectief van een leven lang leren, met inbegrip van het vergroten van de capaciteit van instellingen voor hoger onderwijs in heel Europa; nieuwe oplossingen gereedmaken voor de markt om mondiale uitdagingen aan te pakken; synergie en meerwaarde binnen het programma.
4. Deel „Verbreden van de deelname en versterken van de EOR”
Door middel van de volgende activiteiten moeten met dit deel de in artikel 3, lid 2, punt d), genoemde specifieke doelstellingen worden nagestreefd. Dit deel moet ook een bijdrage leveren aan de andere in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen van het programma. Dit deel moet het gehele programma ondersteunen, maar vooral activiteiten stimuleren die bijdragen tot het aantrekken van talent, het bevorderen van braincirculation en het voorkomen van braindrain, een meer op kennis gebaseerd, innovatief en gendergelijk Europa, dat voorop loopt in de wereldwijde concurrentiestrijd, dat grensoverschrijdende samenwerking stimuleert en aldus de nationale sterke punten en het nationale potentieel in heel Europa optimaliseert, in een goed presterende EOR, waarbinnen kennis en hooggeschoolde arbeidskrachten op evenwichtige wijze vrij circuleren, waar de resultaten van O&I op grote schaal worden verspreid onder en worden begrepen en vertrouwd door geïnformeerde burgers en de hele maatschappij ten goede komen, en waar het Uniebeleid, met name het O&I-beleid, gebaseerd is op hoogwaardige wetenschappelijke gegevens.
Dit deel moet tevens activiteiten ondersteunen die gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van voorstellen van juridische entiteiten uit landen die minder presteren op het gebied van O&I, zoals professionele voorafgaande controles van en adviezen over voorstellen, en op het stimuleren van de werkzaamheden van de nationale contactpunten ter ondersteuning van internationale netwerkactiviteiten, alsmede activiteiten ter ondersteuning van juridische entiteiten uit landen die minder presteren op het gebied van O&I bij de deelname aan reeds geselecteerde samenwerkingsprojecten waaraan deze landen nog niet deelnemen.
Actiegebieden: verbreden van de deelname en verspreiden van excellentie, onder meer via teamvorming, samenwerkingsverbanden, EOR-leerstoelen, Europese samenwerking inzake wetenschap en technologie (European Cooperation in Science and Technology — COST), excellentie-initiatieven en activiteiten ter stimulering van braincirculation; hervormen en versterken van het Europees O&I-systeem, onder meer door bijvoorbeeld ondersteuning van de hervorming van het nationaal O&I-beleid, het aanbieden van een aantrekkelijke loopbaanomgeving en het ondersteunen van gendergelijkheid en burgerwetenschap.
BIJLAGE II
EUROPEES INSTITUUT VOOR INNOVATIE EN TECHNOLOGIE (EIT)
Bij de uitvoering van de programma-activiteiten van het EIT geldt het volgende:
Motivering
Zoals duidelijk is aangegeven in het verslag van de groep op hoog niveau inzake het optimaal benutten van het effect van de O&I-programma's van de Unie (de Lamy-groep), is de aangewezen koers „educatie voor de toekomst en investeren in mensen die de verandering gaan doorvoeren”. De Europese instellingen voor hoger onderwijs worden in het bijzonder opgeroepen ondernemerschap te stimuleren, grenzen tussen vakgebieden te slechten en een vaste plaats te bieden aan sterke interdisciplinaire samenwerking tussen het bedrijfsleven en de academische wereld. Uit recente enquêtes blijkt dat de toegang tot talent veruit de belangrijkste factor is die een rol speelt bij de locatiekeuze van Europese start-ups. Onderwijs in ondernemerschap, opleidingskansen en de ontwikkeling van creatieve vaardigheden spelen een doorslaggevende rol bij het ontwikkelen tot toekomstige innovators en de ontwikkeling van de vaardigheden van bestaande innovators om hun ondernemingen succesvoller te maken. Toegang tot ondernemerstalent, toegang tot professionele diensten, kapitaal en markten op Unieniveau, en het samenbrengen van de belangrijkste partijen bij innovatie rond een gezamenlijk doel, vormen essentiële elementen van de bevordering van een innovatie-ecosysteem. De inspanningen in de hele Unie moeten worden gecoördineerd om een kritische massa van onderling verbonden ondernemingsclusters en ecosystemen in de hele Unie te creëren.
Op dit ogenblik is het EIT het grootste geïntegreerde innovatie-ecosysteem van Europa, dat partners samenbrengt uit het bedrijfsleven, onderzoek, onderwijs en daarbuiten. Het EIT blijft steun verlenen aan zijn KIG's, zijnde grootschalige Europese partnerschappen die specifieke wereldwijde uitdagingen aanpakken, en de omringende innovatie-ecosystemen blijven versterken. Het doet dat door de integratie van onderwijs, O&I van het hoogste niveau te stimuleren en zo een klimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor innovatie en door een nieuwe generatie van ondernemers te helpen en te steunen en de oprichting van innovatieve bedrijven te stimuleren in nauwe synergie en complementariteit met de EIC.
In heel Europa zijn nog inspanningen nodig om ecosystemen te ontwikkelen waarin onderzoekers, innovators, industriële ondernemingen en overheden eenvoudig kunnen samenwerken. Door een aantal oorzaken werken de innovatie-ecosystemen namelijk nog niet optimaal:
de interactie tussen de partijen bij innovatie wordt nog altijd belemmerd door barrières van organisatorische, regelgevende en culturele aard;
de inspanningen om de innovatie-ecosystemen te versterken moeten beter worden gecoördineerd en een scherpe focus op specifieke doelstellingen en effecten hebben.
Om toekomstige maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden, de kansen van nieuwe technologieën te benutten en bij te dragen tot milieuvriendelijke en duurzame economische groei, banen, concurrentievermogen en het welzijn van de burgers in Europa, moet de innovatiecapaciteit van Europa verder worden versterkt door: versterking van bestaande en bevordering van de creatie van nieuwe omgevingen die stimulerend zijn voor samenwerking en innovatie, vergroting van het innoverend vermogen van de universiteits- en onderzoekssector, ondersteuning van een nieuwe generatie ondernemers, bevordering van de oprichting en ontwikkeling van innovatieve ondernemingen en vergroting van de zichtbaarheid en de erkenning van door de Unie gefinancierde O&I-activiteiten, met name de EIT-financiering, bij het grote publiek.
Door de aard en de omvang van de uitdagingen waarvoor men bij innovatie wordt gesteld, is het nodig partijen en middelen op Europese schaal met elkaar te verbinden en te mobiliseren door grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen. De muren tussen vakgebieden en tussen verschillende waardeketens moeten worden geslecht en er moet een gunstig klimaat worden geschapen waarin kennis en deskundigheid kunnen worden uitgewisseld en ondernemingstalenten kunnen worden ontwikkeld en aangetrokken. De strategische innovatieagenda van het EIT moet zorgen voor coherentie met de uitdagingen in het kader van het programma, en complementariteit met de EIC.
Actiegebieden
Duurzame innovatie-ecosystemen in heel Europa
In overeenstemming met de EIT-verordening en de strategische innovatieagenda van het EIT speelt het EIT een grotere rol bij de versterking van duurzame, op uitdagingen gebaseerde innovatie-ecosystemen in heel Europa. Daarbij blijft het EIT hoofdzakelijk gebruik maken van zijn KIG's, de grootschalige Europese partnerschappen die specifieke maatschappelijke uitdagingen aanpakken. Het blijft de omringende innovatie-ecosystemen versterken door ze open te stellen en door de integratie van onderzoek, innovatie en onderwijs te bevorderen. Voorts breidt het EIT zijn regionaal innovatieprogramma (RIS) uit om innovatie-ecosystemen in heel Europa te versterken. Het EIT werkt met innovatie-ecosystemen die veelbelovend zijn vanwege hun strategie, thematische afstemming en beoogde impact, in nauwe synergie met de strategieën en platforms voor slimme specialisatie:
Hoofdlijnen
versterking van de doeltreffendheid en de openheid voor nieuwe partners van de bestaande KIG's, waardoor ze op lange termijn zelfvoorzienend kunnen worden, en analyse van de behoefte aan oprichting van nieuwe KIG's om mondiale uitdagingen aan te pakken. De specifieke thematische gebieden worden bepaald in de strategische innovatieagenda van het EIT, rekening houdend met de strategische planning;
regio's in landen waarnaar in de strategische innovatieagenda van het EIT wordt verwezen, sneller op weg helpen naar excellente prestaties, waar nodig in nauwe samenwerking met de structuurfondsen en andere relevante programma's van de Unie.
Innovatie- en ondernemersvaardigheden in het perspectief van een leven lang leren, met inbegrip van het vergroten van de capaciteit van instellingen voor hoger onderwijs in heel Europa
De onderwijsactiviteiten van het EIT worden versterkt om innovatie en ondernemerschap te bevorderen door doelgericht onderwijs en doelgerichte opleidingen. Er komt meer nadruk te liggen op de ontwikkeling van menselijk kapitaal, door uitbreiding van de bestaande onderwijsprogramma's van KIG's van het EIT om studenten en professionals hoogwaardige onderwijsprogramma's op basis van innovatie, creativiteit en ondernemerschap te blijven bieden, die in het bijzonder passen in de industriële en vaardighedenstrategie van de Unie. Daarbij kan het gaan om onderzoekers en innovators die ondersteund worden in het kader van andere delen van het programma, in het bijzonder MSCA. Het EIT verleent ook steun voor de modernisering van instellingen voor hoger onderwijs in heel Europa en de opname ervan in innovatie-ecosystemen, door bevordering en vergroting van hun ondernemerschapspotentieel en de ondernemerschapscapaciteiten en door de instellingen voor hoger onderwijs aan te moedigen beter te anticiperen op de nieuwe vaardigheidsbehoeften.
Hoofdlijnen
ontwikkeling van innovatieve onderwijsprogramma's die rekening houden met de toekomstige behoeften van de samenleving en de industrie en van horizontale programma's die aan studenten, ondernemers en professionals in heel Europa en daarbuiten worden aangeboden, en waarin specialistische en sectorspecifieke kennis wordt gecombineerd met innovatie- en ondernemersvaardigheden, zoals vaardigheden op hightechgebied die verband houden met digitale en duurzame sleuteltechnologieën;
versterking en uitbreiding van het EIT-merk om op basis van partnerschappen tussen verschillende instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en bedrijven de zichtbaarheid en de erkenning van EIT-onderwijsprogramma's te vergroten en de algemene kwaliteit ervan te verbeteren door aanbieding van onderwijsprogramma's die gebaseerd zijn op „al doende leren” en doelgericht onderwijs in ondernemerschap, alsook mobiliteit tussen landen, organisaties en sectoren;
ontwikkeling van de innovatie- en ondernemerschapscapaciteiten van het hoger onderwijs door een koppeling tot stand te brengen tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven en zo een hefboomwerking te geven aan de in de EIT-gemeenschap aanwezige deskundigheid en deze te bevorderen;
versterking van de rol van de alumnigemeenschap van het EIT als rolmodel voor nieuwe studenten en sterk instrument voor de communicatie over het effect van het EIT.
Nieuwe oplossingen voor de markt om mondiale uitdagingen aan te pakken
Het EIT stimuleert ondernemers, innovators, onderzoekers, docenten, studenten en andere partijen bij innovatie met inachtneming van gendermainstreaming en stelt hen in staat in multidisciplinaire teams samen te werken aan de ontwikkeling van ideeën en de omzetting van die ideeën in zowel stapsgewijze als disruptieve innovaties, en beloont hen daarvoor. De activiteiten berusten op een grensoverschrijdende „open innovatie”-benadering, waarbij de nadruk zal liggen op de activiteiten van de kennisdriehoek die tot succes kunnen leiden (zo kunnen de ontwikkelaars van het project betere toegang krijgen tot afgestudeerden met specifieke kwalificaties, lead users, start-ups met innovatieve ideeën, bedrijven in het buitenland met relevante aanvullende middelen enz.).
Hoofdlijnen
ondersteuning van de ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en marktkansen, waarbij de actoren van de kennisdriehoek samenwerken om oplossingen te vinden voor wereldwijde uitdagingen;
volledige integratie van de gehele innovatiewaardeketen: van student tot ondernemer, van idee tot product, van laboratorium tot klant. Dit omvat steun voor start-ups en scale-ups;
verlening van hoogwaardige diensten en ondersteuning aan innovatieve ondernemingen, met inbegrip van technische bijstand om producten of diensten te perfectioneren, inhoudelijke mentoring, ondersteuning om beoogde klanten aan te trekken en kapitaal te verwerven, teneinde snel de markt te bereiken en het groeiproces te versnellen.
Synergie en toegevoegde waarde binnen het programma
Het EIT probeert nog meer synergie en complementariteit tussen bestaande KIG's en met andere actoren en initiatieven op Unie- en wereldniveau te benutten, en zijn netwerk van samenwerkende organisaties op zowel strategisch als operationeel niveau uitbreiden, waarbij overlapping moet worden voorkomen.
Hoofdlijnen
nauwe samenwerking met de EIC en het InvestEU-programma bij de stroomlijning van de steun aan innovatieve ondernemingen in de opstart- en opschaalfase (d.w.z. financiering en diensten), in het bijzonder via de KIG's;
planning en uitvoering van EIT-activiteiten om maximale synergie en complementariteit te bereiken met andere delen van het programma;
overleg met de lidstaten, op zowel nationaal als regionaal niveau, instelling van een gestructureerde dialoog en coördinatie van de inspanningen om synergie met de nationale en regionale initiatieven, waaronder de strategieën voor slimme specialisatie, mogelijk te maken, eventueel mede door middel van de tenuitvoerlegging van de Europese innovatie-ecosystemen, teneinde beste praktijken en geleerde lessen te signaleren, uit te wisselen en te verspreiden;
uitwisseling en verspreiding van innovatieve praktijken en geleerde lessen in heel Europa en daarbuiten, om bij te dragen tot het innovatiebeleid in Europa, in coördinatie met andere onderdelen van het programma;
levering van input voor de besprekingen over het innovatiebeleid en bijdragen tot de opstelling en uitvoering van de Uniebeleidsprioriteiten door voortdurend samen te werken met alle betrokken diensten van de Commissie, andere Unieprogramma's en de belanghebbenden daarbij, en nader onderzoek van de mogelijkheden in het kader van beleidsuitvoeringsinitiatieven;
benutting van synergie met andere Unieprogramma's, met inbegrip van programma's die de ontwikkeling van menselijk kapitaal en innovatie ondersteunen (zoals COST, ESF+, EFRO, Erasmus+, Creatief Europa en Cosme Plus/interne markt, het InvestEU-programma);
opbouw van strategische allianties met de belangrijkste partijen bij innovatie op internationaal en Unieniveau, en ondersteuning van KIG's bij het aangaan van samenwerkingsverbanden en allianties met belangrijke partners van de kennisdriehoek uit derde landen, teneinde nieuwe markten te openen voor door KIG's gesteunde oplossingen en financiering en talenten uit andere landen aan te trekken. De deelname van derde landen moet worden bevorderd, rekening houdend met de beginselen van wederkerigheid en wederzijdse voordelen.
BIJLAGE III
EUROPESE PARTNERSCHAPPEN
Europese partnerschappen worden geselecteerd, uitgevoerd, gemonitord, geëvalueerd, afgebouwd en vernieuwd aan de hand van de volgende criteria:
Selectie
Aantonen dat het Europees partnerschap doeltreffender is bij de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen van het programma door de betrokkenheid en de inzet van partners, met name door duidelijke effecten voor de Unie en haar burgers teweeg te brengen, vooral met het oog op het aanpakken van mondiale uitdagingen en de verwezenlijking van O&I-doelstellingen, het veiligstellen van het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de Unie en het bijdragen tot de versterking van de EOR en, waar van toepassing, internationale verplichtingen.
In geval van geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen op grond van artikel 185 VWEU is de deelname van ten minste 40 % van de lidstaten verplicht:
coherentie en synergie van het Europees Partnerschap binnen het O&I-landschap in de Unie waarbij de regels van het programma zo strikt mogelijk gevolgd worden;
transparantie en openheid van het Europees partnerschap met betrekking tot de vastlegging van prioriteiten en doelstellingen inzake verwachte resultaten en effecten, en betreffende de betrokkenheid van partners en belanghebbenden uit de hele waardeketen, uit diverse sectoren, met diverse achtergronden en van diverse disciplines, met inbegrip van internationale, voor zover dit relevant is en niet van invloed op het Europees concurrentievermogen; duidelijke regelingen voor de promotie van de deelname van kmo's en voor de verspreiding en exploitatie van resultaten, met name door kmo's, en ook door intermediaire organisaties;
demonstratie vooraf van de additionaliteit en het richtingseffect van het Europees Partnerschap, met inbegrip van een gemeenschappelijke strategische visie inzake het doel van het Europees partnerschap. Deze visie omvat met name het volgende:
omschrijving van meetbare verwachte prestaties, resultaten en effecten binnen specifieke termijnen, met inbegrip van de cruciale economische en/of maatschappelijke waarde voor de Unie;
demonstratie van de verwachte kwalitatieve en significante kwantitatieve hefboomeffecten, met inbegrip van een methode voor het meten van kernprestatie-indicatoren;
werkwijzen om uitvoeringsflexibiliteit te verzekeren en om zich aan te passen aan veranderend beleid, maatschappelijke en/of economische behoeften of wetenschappelijke vooruitgang, om het beleid tussen het regionale, nationale en Unieniveau coherenter te maken;
exitstrategieën en maatregelen om geleidelijk uit het programma te stappen;
vooraf aantonen dat de partners een inzet op lange termijn hebben, met inbegrip van een minimumaandeel van publieke en/of particuliere investeringen.
Bij geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen op grond van artikel 185 of 187 VWEU, zijn de bijdragen — financieel of in natura — van andere partners dan de Unie ten minste gelijk aan 50 % en kunnen zij oplopen tot 75 % van de geaggregeerde budgettaire vastleggingen van het partnerschap. Voor elk dergelijk geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap zal een deel van de bijdragen van andere partners dan de Unie de vorm van een financiële bijdrage hebben. Voor andere partners dan de Unie en deelnemende staten moeten de bijdragen hoofdzakelijk bestemd zijn voor het dekken van de administratieve kosten, de coördinatie en ondersteuning en andere activiteiten buiten de concurrentiesfeer.
Uitvoering:
systematische aanpak die garandeert dat de lidstaten er al in een vroeg stadium en op een actieve manier bij betrokken worden en dat het Europees partnerschap de verwachte effecten zal hebben via de flexibele uitvoering van gezamenlijke acties met grote meerwaarde voor de Unie die ook verder gaan dan gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen voor O&I-activiteiten, met inbegrip van die welke verband houden met de toepassing in de markt, de regelgeving of het beleid;
passende maatregelen die zorgen voor constante openheid van het initiatief en de transparantie tijdens de uitvoering, met name voor het stellen van prioriteiten en voor deelname aan oproepen tot het indienen van voorstellen, informatie over de werking van de governance, zichtbaarheid van de Unie, communicatie- en begeleidingsmaatregelen, verspreiding en exploitatie van resultaten, met inbegrip van een duidelijke strategie voor open toegang voor de gebruikers in de hele waardeketen; passende maatregelen om kmo's te informeren en hun deelname te bevorderen;
coördinatie of gezamenlijke activiteiten met andere betreffende initiatieven voor O&I, om een optimale mate van onderlinge koppeling te waarborgen en voor doeltreffende synergieën te zorgen, onder meer om mogelijke implementatieproblemen op nationaal niveau te verhelpen en om de kosteneffectiviteit te verhogen;
toezeggingen voor bijdragen — financieel en/of in natura — van iedere partner in overeenstemming met nationale bepalingen, tijdens de looptijd van het initiatief;
in het geval van een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap, toegang voor de Commissie tot de resultaten en andere actiegerelateerde informatie, met het oog op de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van het beleid en de programma's van de Unie.
Monitoring:
een monitoringsysteem in overeenstemming met artikel 50, om de vorderingen bij het bereiken van de specifieke beleidsdoelstellingen, de te leveren prestaties en cruciale prestatie-indicatoren te meten, teneinde een beoordeling in de loop van de tijd van de resultaten, de effecten en potentiële behoeften aan corrigerende maatregelen mogelijk te maken;
periodieke specifieke verslaglegging over kwantitatieve en kwalitatieve hefboomeffecten, met inbegrip van toegezegde en effectief geleverde financiële bijdragen en bijdragen in natura, de zichtbaarheid en de positionering in de internationale context, invloed op O&I in verband met risico's van investeringen van de particuliere sector;
precieze informatie betreffende het evaluatieproces en de resultaten van alle oproepen tot het indienen van voorstellen binnen Europese partnerschappen, die tijdig beschikbaar en toegankelijk moet zijn in een gemeenschappelijke gegevensbank.
Evaluatie, geleidelijke beëindiging en vernieuwing:
evaluatie van de resultaten op Unie- en nationaal niveau in relatie tot de gedefinieerde doelstellingen en cruciale prestatie-indicatoren, als input voor de evaluatie van het programma, zoals vastgesteld in artikel 52, met inbegrip van een beoordeling van de doeltreffendste beleidsmaatregelen voor eventuele toekomstige maatregelen, en de positionering van een eventuele verlenging van een Europees partnerschap in het landschap van de Europese partnerschappen en de beleidsprioriteiten ervan;
in geval van niet-verlenging, passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de geleidelijke beëindiging van de programmafinanciering volgens de voorwaarden en het tijdschema verloopt die vooraf met de wettelijk gebonden partners zijn overeengekomen, ongeacht de eventuele verdere transnationale financiering door nationale of andere programma's van de Unie en ongeacht particuliere investeringen en lopende projecten.
BIJLAGE IV
SYNERGIE MET ANDERE PROGRAMMA’S VAN DE UNIE
Synergie met andere programma’s van de Unie ontstaat door complementariteit tussen programmaontwerp en -doelstellingen en door verenigbaarheid van de financieringsregels en -processen op uitvoeringsniveau.
Financiering in het kader van het programma wordt alleen gebruikt voor activiteiten op het gebied van O&I. Strategische planning moet zorgen voor onderlinge afstemming van de prioriteiten voor de verschillende programma's van de Unie en voor coherente financieringsopties in de verschillende stadia van de O&I-cyclus. Missies en Europese partnerschappen profiteren onder meer van synergie met andere financieringsprogramma's en beleidsmaatregelen van de Unie.
De introductie van in het programma ontwikkelde onderzoeksresultaten en innovatieve oplossingen moet worden gefaciliteerd door de ondersteuning van andere programma's van de Unie, met name door middel van verspreidings- en exploitatiestrategieën, kennisoverdracht, complementaire en cumulatieve financieringsbronnen en flankerende beleidsmaatregelen. Voor de financiering van O&I-activiteiten moet gebruik worden gemaakt van geharmoniseerde regels die zijn ontworpen om voor Uniemeerwaarde te zorgen, overlappingen met andere programma's van de Unie te voorkomen en maximale efficiëntie en administratieve vereenvoudiging na te streven.
In de onderstaande punten wordt nader aangegeven hoe de synergie tussen het kaderprogramma en de verschillende programma's van de Unie moet worden ingezet:
Synergie met het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) moet ervoor zorgen dat:
de O&I-behoeften van de landbouwsector en van plattelandsgebieden in de Unie worden geïnventariseerd, bijvoorbeeld binnen het „Europees Innovatiepartnerschap „Productiviteit en duurzaamheid van de landbouw””, en in aanmerking worden genomen in zowel de strategische planning van het programma als de werkprogramma's;
het GLB optimaal gebruik maakt van de resultaten van O&I en het gebruik, de uitvoering en de marktintroductie van innovatieve oplossingen bevordert, met inbegrip van de oplossingen die voortvloeien uit projecten die worden gefinancierd door de kaderprogramma's voor O&I, uit het Innovatiepartnerschap „Productiviteit en duurzaamheid van de landbouw” en uit relevante KIG's van het EIT;
het Elfpo de opname en verspreiding van kennis en oplossingen die voortvloeien uit de resultaten van het programma ondersteunt, hetgeen leidt tot een dynamischere landbouwsector en nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden.
Synergie met het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA) moet ervoor zorgen dat:
het programma en het EFMZVA nauw verbonden zijn aangezien de behoeften van de Unie aan O&I op het gebied van marien en geïntegreerd maritiem beleid worden omgezet door middel van de strategische planning van het programma;
het EFMZVA de uitrol ondersteunt van nieuwe technologieën en innovatieve producten, processen en diensten, in het bijzonder die welke voortvloeien uit het programma op het gebied van marien en geïntegreerd maritiem beleid; het EFMZVA ook het verzamelen, verwerken en monitoren van gegevens in het veld bevordert en relevante resultaten van door het programma ondersteunde acties verspreidt, die op hun beurt bijdragen tot de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het geïntegreerd maritiem beleid van de EU, de internationale oceaangovernance en internationale verplichtingen.
Synergie met het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) moet ervoor zorgen dat:
met het oog op het versterken van de EOR en het leveren van een bijdrage aan de SDG's, regelingen voor alternatieve en cumulatieve financiering uit het EFRO en het programma activiteiten ondersteunen die een brug slaan tussen met name strategieën voor slimme specialisatie en excellentie in O&I, met inbegrip van gezamenlijke transregionale/transnationale programma's en pan-Europese onderzoeksinfrastructuren;
het EFRO zich onder meer richt op het ontwikkelen en versterken van regionale en lokale ecosystemen voor O&I, netwerken en industriële transformatie, met inbegrip van steun voor de opbouw van O&I-capaciteit, voor de benutting van resultaten en voor de uitrol van nieuwe technologieën en innovatieve en klimaatvriendelijke oplossingen uit de kaderprogramma's voor O&I in het kader van het EFRO.
Synergie met het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) moet ervoor zorgen dat:
door middel van nationale of regionale programma's het ESF+ de door het programma ondersteunde innovatieve onderwijsprogramma's kan mainstreamen en opschalen, om mensen de vaardigheden en competenties te geven die nodig zijn voor de veranderende behoeften van de arbeidsmarkt;
regelingen voor alternatieve en gecombineerde financiering uit het ESF+ kunnen worden gebruikt voor het ondersteunen van activiteiten van het programma die de ontwikkeling van menselijk kapitaal op het gebied van O&I bevorderen, met als doel de EOR te versterken;
het ESF+ innovatieve technologieën en nieuwe bedrijfsmodellen en oplossingen mainstreamt, met name die welke voortkomen uit het programma, om zodoende bij te dragen aan innovatieve, efficiënte en houdbare gezondheidszorgstelsels en voor de Europese burgers de toegang tot een betere en veiligere gezondheidszorg te vergemakkelijken.
Synergie met het programma EU4Health moet ervoor zorgen dat:
middels de strategische planning van het programma de Uniebehoeften aan O&I op het gebied van gezondheid worden geïnventariseerd en vastgesteld;
het EU4Health-programma bijdraagt tot een optimaal gebruik van onderzoeksresultaten, met name die welke voortvloeien uit het programma.
Synergie met de Connecting Europe Facility (CEF) moet ervoor zorgen dat:
door middel van de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I op het gebied van vervoer en energie en in de digitale sector in de Unie worden geïnventariseerd en vastgesteld;
de CEF de grootschalige uitrol en introductie van innovatieve nieuwe technologieën en oplossingen op het gebied van vervoer, energie en digitale infrastructuur ondersteunt, in het bijzonder die welke voortkomen uit de kaderprogramma's voor O&I;
de uitwisseling van informatie en gegevens tussen het programma en de CEF-projecten wordt bevorderd, bijvoorbeeld door de aandacht te vestigen op technologieën uit het programma die in hoge mate klaar zijn om op de markt te worden gebracht, en verder kunnen worden ingezet via de CEF.
Synergie met het programma Digitaal Europa (DEP) moet ervoor zorgen dat:
gezien diverse door het onderhavige programma en het programma Digitaal Europa bestreken thematische gebieden convergeren, de aard van de te ondersteunen acties, de verwachte resultaten en hun interventielogica verschillend en complementair zijn;
door middel van de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I in verband met digitale aspecten ervan worden geïnventariseerd en vastgesteld; dit omvat bijvoorbeeld O&I voor high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, „distributed ledger”-technologie, kwantumtechnologie, de combinatie van digitale en andere ontsluitende technologieën en niet-technologische innovaties; ondersteuning van het opschalen van ondernemingen die baanbrekende innovaties introduceren (waarvan er vele digitale en fysieke technologieën combineren), en ondersteuning van digitale onderzoeksinfrastructuren;
het programma Digitaal Europa (Digital Europe Programme — DEP) is toegespitst op grootschalige opbouw van digitale capaciteit en infrastructuur voor bijvoorbeeld high performance computing, kunstmatige intelligentie, cyberbeveiliging, „distributed ledger”-technologie, kwantumtechnologie en geavanceerde digitale vaardigheden die zijn gericht op de brede acceptatie en introductie in heel de Unie van kritische bestaande of geteste innovatieve digitale oplossingen binnen een Uniekader op gebieden van algemeen belang (zoals gezondheidszorg, openbaar bestuur, justitie en onderwijs) of tekortkoming van de markt (zoals de digitalisering van het bedrijfsleven, met name kmo's); het DEP wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door middel van met de lidstaten gecoördineerde, strategische investeringen, met name via gezamenlijke overheidsopdrachten, in digitale capaciteit die in heel de Unie wordt gedeeld en in Uniebrede maatregelen ter ondersteuning van interoperabiliteit en normalisatie als onderdeel van de ontwikkeling van een digitale eengemaakte markt;
de capaciteiten en infrastructuren van het programma Digitaal Europa worden beschikbaar gesteld aan de O&I-gemeenschap, ook voor activiteiten die uit hoofde van het programma worden ondersteund, met inbegrip van tests, experimenten en demonstraties in alle sectoren en disciplines;
nieuwe digitale technologieën die zijn ontwikkeld via het programma geleidelijk door het DEP moeten worden overgenomen en ingezet;
de initiatieven van het programma voor de ontwikkeling van onderwijsprogramma's voor de verwerving van vaardigheden en competenties, waaronder die welke worden gerealiseerd in de relevante KIG's van het EIT, worden aangevuld met door het DEP ondersteunde capaciteitsopbouw op het gebied van geavanceerde digitale vaardigheden;
voor beide programma's er krachtige coördinatiemechanismen voor strategische programmering, operationele procedures en governancestructuren bestaan.
Synergie met het programma voor de eengemaakte markt moet ervoor zorgen dat:
het programma voor de eengemaakte markt is gericht op de tekortkomingen van de markt die gevolgen hebben voor kmo's en bevordert ondernemerschap en de oprichting en groei van ondernemingen, en er volledige complementariteit bestaat tussen het programma voor de eengemaakte markt en het optreden van zowel het EIT als de EIC voor innovatieve ondernemingen, en op het gebied van de ondersteunende diensten voor kmo's, in het bijzonder indien de markt geen werkbare financiering biedt;
via het Enterprise Europe Network en andere bestaande ondersteunende structuren voor kmo's (bijvoorbeeld nationale contactpunten, innovatiebureaus, digitale-innovatiehubs, competentiecentra en incubatoren) ondersteunende diensten in het kader van het programma, met inbegrip van de EIC, kunnen worden verleend.
Synergie met het programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) moet ervoor zorgen dat:
door de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I om problemen op het gebied van milieu, klimaat en energie in de Unie aan te pakken, worden geïnventariseerd en vastgesteld;
LIFE blijft functioneren als katalysator voor de uitvoering van milieu-, klimaat- en toepasselijke energiebeleidsmaatregelen en -wetgeving van de Unie, onder meer door de resultaten van O&I uit het programma over te nemen en toe te passen, en zal bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan op nationaal, interregionaal en regionaal niveau, waar dat kan helpen bij de aanpak van problemen op het vlak van milieu, klimaat of de overgang naar schone energie. Met name blijft LIFE impulsen geven aan synergieën met het programma door bij de evaluatie een bonus toe te kennen aan voorstellen waarin de resultaten van het programma zijn verwerkt;
standaardactieprojecten van het LIFE-programma ondersteuning verlenen aan het ontwikkelen, testen of demonstreren van geschikte technologieën of methoden voor de uitvoering van het milieu- en klimaatbeleid van de Unie, die vervolgens op grote schaal kunnen worden ingezet, gefinancierd uit andere bronnen, waaronder het programma. Zowel het EIT als de EIC kan ondersteuning verlenen aan de opschaling en exploitatie van nieuwe baanbrekende ideeën die kunnen voortvloeien uit de uitvoering van LIFE-projecten.
Synergie met Erasmus+ moet ervoor zorgen dat:
er gecombineerde middelen uit het programma, met inbegrip van het EIT, en Erasmus+ worden gebruikt ter ondersteuning van activiteiten die de Europese hogeronderwijsinstellingen moeten versterken, moderniseren en transformeren. Waar passend vult het programma de steun van Erasmus+ voor het initiatief „Europese Universiteiten” aan in de onderzoeksdimensie daarvan, als onderdeel van de ontwikkeling van nieuwe gezamenlijke en geïntegreerde duurzame langetermijnstrategieën inzake onderwijs, O&I op basis van transdisciplinaire en sectoroverschrijdende benaderingen om van de kennisdriehoek een realiteit te maken. De activiteiten van het EIT kunnen een aanvulling vormen op de strategieën die in het kader van het initiatief „Europese Universiteiten” zullen worden uitgevoerd;
het programma en Erasmus+ de integratie van onderwijs en onderzoek bevorderen door hogeronderwijsinstellingen bij te staan bij het concipiëren en opzetten van gemeenschappelijke strategieën en netwerken voor onderwijs, O&I, door onderwijssystemen, docenten en trainers te laten deelhebben aan de recentste onderzoeksbevindingen en -praktijken en middels het bieden van een actieve onderzoekservaring aan alle studenten en al het hogeronderwijspersoneel en vooral aan onderzoekers, en om andere activiteiten te ondersteunen die hoger onderwijs en O&I integreren.
Synergie met het ruimtevaartprogramma van de Unie moet ervoor zorgen dat:
als onderdeel van de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I van het ruimtevaartprogramma van de Unie en van alle schakels van de ruimtevaartsector in de Unie worden geïnventariseerd en vastgesteld; via het programma uitgevoerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van ruimtevaart worden met betrekking tot aanbestedingen en subsidiabiliteit van juridische entiteiten in voorkomend geval overeenkomstig het ruimtevaartprogramma van de Unie uitgevoerd;
ruimtevaartgegevens en -diensten die als publiek goed door het ruimtevaartprogramma van de Unie beschikbaar worden gesteld, worden gebruikt om door middel van O&I baanbrekende oplossingen te ontwikkelen, met inbegrip van het programma, met name voor duurzame levensmiddelen en natuurlijke hulpbronnen, monitoring van klimaat, atmosfeer, bodem, kust- en zeemilieu, slimme steden, geconnecteerde en geautomatiseerde mobiliteit, veiligheid en rampenbeheersing;
de DIAS-diensten (Data and Information Access Services) van Copernicus bijdragen aan de EOSC en aldus de toegang vergemakkelijken tot Copernicus-gegevens voor onderzoekers, wetenschappers en innovatoren; de onderzoeksinfrastructuren, en met name de netwerken voor observatie ter plaatse zijn van essentieel belang voor de observatie-infrastructuur ter plaatse die de Copernicus-diensten ondersteunen, en zij profiteren op hun beurt van informatie die door de Copernicus-diensten wordt geproduceerd.
Synergie met het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) en het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) moet ervoor zorgen dat:
door de strategische planning van het programma, in overeenstemming met de SDG's, de behoeften aan O&I inzake NDICI en IPA III worden geïnventariseerd;
in de O&I-activiteiten van het programma, met deelname van derde landen, en gerichte internationale samenwerkingsacties wordt gestreefd naar afstemming en samenhang met parallelle marktintroductie- en capaciteitsopbouwactiviteiten in het kader van NDICI en IPA III, op basis van een gezamenlijke vaststelling van behoeften en van actieterreinen.
Synergie met het Fonds voor interne veiligheid en het instrument voor grensbeheer in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer moet ervoor zorgen dat:
door de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I op het gebied van veiligheid en geïntegreerd grensbeheer worden geïnventariseerd en vastgesteld;
het Fonds voor interne veiligheid en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer de introductie van innovatieve nieuwe technologieën en oplossingen ondersteunen, met name die welke voortkomen uit de kaderprogramma's voor O&I op het gebied van veiligheidsonderzoek.
Synergie met het InvestEU-programma moet ervoor zorgen dat:
het programma gemengde Horizon Europa-financiering en gemengde EIC-financiering biedt voor innovatoren met een hoog risiconiveau en voor wie de markt geen toereikende, werkbare financiering biedt; tegelijkertijd biedt het programma ondersteuning voor de daadwerkelijke verschaffing en het beheer van het particuliere deel van de gemengde financiering via fondsen en intermediairs die worden ondersteund door het InvestEU-programma en andere;
financieringsinstrumenten voor O&I en kmo's worden samengebracht in het InvestEU-programma, met name via een specifiek O&I-venster, en door middel van producten die worden ingezet in het kader van het kmo-venster, om zo de doelstellingen van beide programma's te helpen verwezenlijken en de beide programma's nauw aan elkaar te koppelen zodat ze elkaar aanvullen;
het programma passende ondersteuning biedt om zo nodig te helpen bij het heroriënteren naar het InvestEU-programma van bankabele projecten die niet geschikt zijn voor EIC-financiering.
Synergie met het Innovatiefonds van het emissiehandelssysteem (het „Innovatiefonds”) moet ervoor zorgen dat:
het Innovatiefonds specifiek gericht is op innovatie op het gebied van koolstofarme technologieën en processen, inclusief milieuveilige koolstofafvang en -benutting die wezenlijk bijdragen aan mitigatie van klimaatverandering, alsmede op producten ter vervanging van koolstofintensieve producten, en op het helpen stimuleren van het opzetten en runnen van projecten die zijn gericht op milieuveilige afvang en geologische opslag van CO2, op innovatieve hernieuwbare energie en op technologieën voor energieopslag, alsmede op het mogelijk maken en stimuleren van „groenere” producten;
het programma de ontwikkeling en demonstratie van technologieën financiert, met inbegrip van baanbrekende oplossingen, die kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van de Uniedoelstellingen op het gebied van klimaatneutraliteit, energie en industriële transformatie, met name via de activiteiten binnen de pijlers II en III;
het Innovatiefonds, indien aan de selectie- en toekenningscriteria ervan wordt voldaan, ondersteuning kan bieden aan de demonstratiefase van in aanmerking komende projecten die mogelijkerwijze ondersteuning hebben ontvangen uit het programma en de beide programma's worden nauw aan elkaar gekoppeld zodat ze elkaar aanvullen.
Synergie met het mechanisme voor een rechtvaardige transitie moet ervoor zorgen dat:
O&I-behoeften worden vastgesteld middels de strategische planning van het programma, ter ondersteuning van een rechtvaardige en eerlijke transitie naar klimaatneutraliteit;
de benutting en introductie van innovatieve en klimaatvriendelijke oplossingen worden gestimuleerd, met name als die uit het programma voortvloeien.
Synergie met het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding moet ervoor zorgen dat:
het programma en het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding algemene acties ontwikkelen ter ondersteuning van onderwijs en opleiding (met inbegrip van de MSCA), met als doel relevante vaardigheden in Europa in stand te houden en te ontwikkelen;
het programma en het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding gezamenlijke onderzoeksactiviteiten ontwikkelen die zijn gericht op horizontale aspecten van het veilige en beveiligde gebruik van niet-energetische toepassingen van ioniserende straling in sectoren als geneeskunde, industrie, landbouw, ruimtevaart, klimaatverandering, veiligheid en paraatheid bij noodsituaties en op de bijdrage van nucleaire wetenschap.
Potentiële synergie met het Europees Defensiefonds moet ten goede komen aan civiel en defensieonderzoek, ter voorkoming van onnodige overlappingen en overeenkomstig artikel 5 en artikel 7, lid 1.
Er wordt gestreefd naar synergie met het programma Creatief Europa door tijdens de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I op het gebied van cultureel en creatief beleid te inventariseren.
Synergie met de faciliteit voor herstel en veerkracht moet ervoor zorgen dat:
door de strategische planning van het programma de behoeften aan O&I worden geïnventariseerd om ertoe bij te dragen dat de economieën en de samenleving van de lidstaten veerkrachtiger worden en beter worden voorbereid op de toekomst;
er ondersteuning geboden wordt voor het benutten en introduceren van innovatieve oplossingen, met name als die uit het programma voortvloeien.
BIJLAGE V
INDICATOREN VAN DE KERNEFFECTTRAJECTEN
De effecttrajecten en de daarmee samenhangende indicatoren van de kerneffecttrajecten geven structuur aan de monitoring van de vooruitgang van het programma bij het bereiken van de doelstellingen als bedoeld in artikel 3. De effecttrajecten zijn tijdsgebonden en weerspiegelen drie complementaire effectcategorieën die de niet-lineaire aard van O&I-investeringen weerspiegelen: wetenschappelijk, maatschappelijk en technologisch of economisch. Voor elk van deze effectcategorieën wordt aan de hand van vervangende indicatoren verslag uitgebracht over de vorderingen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de korte, middellange en langere termijn, en ook rekening wordt gehouden met de termijn na het beëindigen van het programma, met mogelijkheden voor uitsplitsingen, ook tussen lidstaten en geassocieerde landen. Deze indicatoren worden samengesteld aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve methodieken. Individuele programmadelen dragen in uiteenlopende mate en via verschillende mechanismen aan deze indicatoren bij. Zo nodig kunnen er ook aanvullende indicatoren worden gebruikt om de verschillende delen te monitoren.
De microgegevens achter de indicatoren van de kerneffecttrajecten worden verzameld voor alle onderdelen van het programma en voor alle uitvoeringsmechanismen op een centraal beheerde en geharmoniseerde wijze en op het passende niveau van granulariteit met minimale rapportagelast voor de begunstigden.
Naast de gegevens over de indicatoren van de kerneffecttrajecten, worden er ook gegevens verzameld over de geoptimaliseerde verwezenlijking van het programma wat betreft het versterken van de EOR, het bevorderen van op excellentie gebaseerde deelname vanuit alle lidstaten aan het programma en het faciliteren van samenwerkingsverbanden in Europees O&I en wordt er in bijna-realtime verslaglegging over gedaan als onderdeel van de in artikel 50 bedoelde gegevens over uitvoering en beheer. Dit omvat het monitoren van samenwerkingsverbanden, van netwerkanalyses, van gegevens over voorstellen, toepassingen, deelnames, projecten, kandidaten en deelnemers (waaronder gegevens over het type organisatie, zoals maatschappelijke organisaties, kmo's en de particuliere sector), land (zoals een specifieke classificatie voor landengroepen zoals lidstaten, geassocieerde landen en derde landen), geslacht, rol in het project, wetenschappelijke discipline of sector, met inbegrip van de sociale en de geesteswetenschappen), en de monitoring van de mate van mainstreaming van de klimaatproblematiek en daarmee gepaard gaande uitgaven.
Indicatoren van de wetenschappelijke effecttrajecten
Het programma zal naar verwachting wetenschappelijk effect hebben door het scheppen van hoogwaardige nieuwe kennis, het versterken van menselijk potentieel op het gebied van O&I, en het bevorderen van de verbreiding van kennis en open wetenschap. De vorderingen bij het bereiken van dit effect worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende drie kerneffecttrajecten.
Tabel 1
|
Een wetenschappelijk effect bereiken |
Korte termijn |
Middellange termijn |
Lange termijn |
|
Creëren van kwalitatief hoogwaardige nieuwe kennis |
Publicaties — Aantal uit het programma voortkomende wetenschappelijke publicaties met peer review |
Citaties — Naar onderzoeksgebied gewogen citatie-index van uit het programma voortkomende publicaties met peer review |
Wetenschap van wereldklasse — Aantal en aandeel van publicaties met peer review die voortkomen uit door het programma gefinancierde projecten die essentiële bijdragen aan wetenschappelijke gebieden vormen |
|
Versterking van menselijk kapitaal in O&I |
Vaardigheden — Aantal onderzoekers betrokken bij bijscholingsactiviteiten (opleiding, mentoring/coaching, mobiliteit en toegang tot O&I-infrastructuur) in door het programma gefinancierde projecten |
Loopbanen — Aantal en aandeel van bijgeschoolde bij het programma betrokken onderzoekers met toegenomen individuele invloed in hun O&I-gebied |
Arbeidsomstandigheden — Aantal en aandeel van bijgeschoolde bij het programma betrokken onderzoekers met betere arbeidsomstandigheden, inclusief de salarissen van onderzoekers |
|
Bevordering van verspreiding van kennis en Open wetenschap |
Gedeelde kennis — Aandeel uit het programma voortkomende outputs van onderzoek (open data/ publicatie/ software, enz.) gedeeld via open kennisinfrastructuren |
Verspreiding van kennis — Aandeel van uit het programma voortkomende actief gebruikte/aangehaalde onderzoeksoutputs waartoe open toegang bestaat |
Nieuwe samenwerkingsverbanden — Aandeel van begunstigden van het programma die nieuwe vakgebied-/sectoroverschrijdende samenwerkingsverbanden met gebruikers van hun vrij toegankelijke uit het programma voortkomende onderzoeksoutputs zijn aangegaan |
Indicatoren van de maatschappelijke effecttrajecten
Het programma zal naar verwachting maatschappelijke effecten hebben door via O&I de beleidsprioriteiten van de Unie en de mondiale uitdagingen, waaronder de SDG's, aan te pakken, volgens de beginselen van de Agenda 2030 en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, en zal daarbij voordelen en effect creëren dankzij de O&I-missies en Europese partnerschappen en door de toepassing van innovatie in de samenleving te versterken, en daardoor uiteindelijk bij te dragen aan het welzijn van de burgers. De vorderingen bij het bereiken van dit effect worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende drie kerneffecttrajecten.
Tabel 2
|
Een maatschappelijk effect bereiken |
Korte termijn |
Middellange termijn |
Lange termijn |
|
Beleidsprioriteiten van de Unie en mondiale uitdagingen aanpakken via O&I |
Resultaten — Aantal en aandeel van resultaten gericht op het aanpakken van vastgestelde Uniebeleidsprioriteiten en mondiale uitdagingen (waaronder SDG's) (multidimensionaal: voor elke vastgestelde prioriteit) Met inbegrip van: aantal en aandeel van klimaatrelevante resultaten ter verwezenlijking van de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs |
Oplossingen — Aantal en aandeel van innovaties en wetenschappelijke resultaten gericht op het aanpakken van vastgestelde Uniebeleidsprioriteiten en mondiale uitdagingen (waaronder SDG's) (multidimensionaal: voor elke vastgestelde prioriteit) Met inbegrip van: aantal en aandeel van klimaatrelevante innovaties en wetenschappelijke resultaten ter verwezenlijking van de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs |
Voordelen — Geaggregeerde geraamde effecten van gebruik/exploitatie van door het programma gefinancierde resultaten, voor aanpak van vastgestelde Uniebeleidsprioriteiten en mondiale uitdagingen (waaronder SDG's), inclusief bijdrage aan de beleids- en wetgevingscyclus (zoals normen en standaarden) (multidimensionaal: voor elke vastgestelde prioriteit) Met inbegrip van: geaggregeerde geraamde effecten van gebruik/exploitatie van door het programma gefinancierde klimaatrelevante resultaten ter verwezenlijking van de toezeggingen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs, inclusief bijdrage aan de beleids- en wetgevingscyclus (zoals normen en standaarden) |
|
Creëren van voordelen en effecten via O&I-missies |
Resultaten van O&I-missies — Resultaten in specifieke O&I-missies (multidimensionaal: voor elke vastgestelde missie) |
Resultaten van O&I-missies — Resultaten in specifieke O&I-missies (multidimensionaal: voor elke vastgestelde missie) |
Bereikte doelstellingen van O&I-missies — Bereikte doelstellingen in specifieke O&I-missies (multidimensionaal: voor elke vastgestelde missie) |
|
Versterken van de toepassing van O&I in de samenleving |
Cocreatie — Aantal en aandeel van door het programma gefinancierde projecten waarin Unieburgers en eindgebruikers bijdragen aan cocreatie van O&I-inhoud |
Betrokkenheid — Aantal en aandeel van deelnemende juridische entiteiten met mechanismen om burgers en eindgebruikers te betrekken na afloop van door het programma gefinancierde programma-projecten |
Toepassing O&I in samenleving — Toepassing en bekendwording van uit hoofde van het programma gegenereerde gezamenlijk voortgebrachte wetenschappelijke resultaten en innovatieve oplossingen |
Indicatoren van de effecttrajecten op technisch en economisch gebied
Het programma zal naar verwachting effecten op technologisch en economisch gebied hebben, met name binnen de Unie, door beïnvloeding van de oprichting en groei van ondernemingen, met name kmo's, waaronder start-ups, het scheppen van directe en indirecte werkgelegenheid, met name binnen de Unie, en door het hefboomeffect op de investeringen voor O&I. De vorderingen bij het bereiken van dit effect worden gemonitord door middel van vervangende indicatoren die zijn vastgesteld langs de volgende drie kerneffecttrajecten.
Tabel 3
|
Een effect op technologisch/economisch gebied bereiken |
Korte termijn |
Middellange termijn |
Lange termijn |
|
Het genereren van groei door innovatie |
Innovatieve resultaten — Aantal uit het programma voortkomende innovatieve producten, processen of methodes (naar type innovatie) & aanvragen voor intellectuele-eigendomsrechten (IER) |
Innovaties Aantal uit door het programma gefinancierde projecten voortkomende innovaties (naar type innovatie) met inbegrip van toegekende IER's |
Economische groei Creatie, groei & marktaandeel van ondernemingen die in het programmainnovaties hebben ontwikkeld |
|
Meer en betere banen scheppen |
Ondersteunde werkgelegenheid — Aantal gecreëerde voltijdequivalent (vte)-banen, en gehandhaafde banen in deelnemende juridische entiteiten voor het door het programma gefinancierde project (per type baan) |
Duurzame werkgelegenheid Toename van vte-banen in deelnemende juridische entiteiten die het door het programma gefinancierde project volgen (per type baan) |
Totale werkgelegenheid Aantal directe en indirecte banen gecreëerd of gehandhaafd dankzij verspreiding van resultaten uit het programma (per type baan) |
|
Aantrekken van investeringen in O&I |
Co-investering — Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd met de oorspronkelijke investering uit het programma |
Opschaling — Bedrag publieke & particuliere investeringen gemobiliseerd om resultaten uit het programma te exploiteren of op te schalen (inclusief buitenlandse directe investeringen) |
Bijdrage aan „3%-doelstelling” — Vooruitgang van de Unie bij bereiken investeringsdoelstelling van 3 % bbp dankzij het programma |
BIJLAGE VI
GEBIEDEN VOOR MOGELIJKE MISSIES EN GEBIEDEN VOOR MOGELIJKE GEÏNSTITUTIONALISEERDE EUROPESE PARTNERSCHAPPEN OP GROND VAN ARTIKEL 185 OF ARTIKEL 187 VWEU
Overeenkomstig de artikelen 8 en 12 van deze verordening zijn de gebieden voor mogelijke missies en mogelijke Europese partnerschappen op grond van artikel 185 of artikel 187 VWEU in deze bijlage opgenomen.
Gebieden voor mogelijke missies:
Iedere missie voldoet aan de in artikel 8, lid 4, van deze verordening neergelegde beginselen.
Gebieden voor mogelijke geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen op grond van artikel 185 of artikel 187 VWEU
De beoordeling van de noodzaak van een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap op de bovengenoemde partnerschapsgebieden kan resulteren in een wetgevingsvoorstelconform het initiatiefrecht van de Commissie. Een andere mogelijkheid is dat een partnerschapsgebied het voorwerp kan zijn van een Europees partnerschap, overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt a) of b), van deze verordening, of kan worden geïmplementeerd door middel van oproepen tot het indienen van andere voorstellen in het kader van dit programma.
Aangezien de gebieden voor geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen ruime thematische gebieden dekken, kunnen zij op basis van de geraamde behoeften worden geïmplementeerd door meer dan één Europees partnerschap.
( 1 ) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
( 2 ) Onderzoek in verband met de behandeling van kanker van de gonaden kan worden gefinancierd.
( 3 ) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
( 4 ) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
( 5 ) De procedure zal worden toegelicht in een document dat voor de start van het evaluatieproces wordt bekendgemaakt.
( 6 ) Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1).
( 7 ) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
( 8 ) Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa („STEP”) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (PB L, 2024/795, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj).
( 9 ) Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PB L 79 I van 21.3.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/452/oj).
( 10 ) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
( 11 ) Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
( 12 ) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).