02021R0092 — NL — 29.01.2021 — 000.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) 2021/92 VAN DE RAAD

van 28 januari 2021

tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

(PB L 031 van 29.1.2021, blz. 31)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2021/406 VAN DE RAAD van 5 maart 2021

  L 81

1

9.3.2021




▼B

VERORDENING (EU) 2021/92 VAN DE RAAD

van 28 januari 2021

tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn



TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

1.  
Bij deze verordening worden de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie beschikbaar zijn.
2.  

De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

a) 

de vangstbeperkingen voor 2021 en, waar zulks in deze verordening is bepaald, voor 2022;

b) 

de beperkingen van de visserijinspanning voor 2021, met uitzondering van de in bijlage II vermelde beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing zijn van 1 februari 2021 tot en met 31 januari 2022;

c) 

de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2020 tot en met 30 november 2021 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.  

Deze verordening is van toepassing op de volgende vaartuigen:

a) 

vissersvaartuigen van de Unie;

b) 

vaartuigen van derde landen in de wateren van de Unie.

2.  

Deze verordening is tevens van toepassing op:

a) 

de recreatievisserij indien daar in de desbetreffende bepalingen van deze verordening uitdrukkelijk naar wordt verwezen, en

b) 

op de commerciële visserij vanaf de kust.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Daarnaast wordt verstaan onder:

a) 

“vaartuig van een derde land”: een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land;

b) 

“recreatievisserij”: niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de biologische rijkdommen van de zee worden geëxploiteerd voor recreatieve, toeristische of sportieve doeleinden;

c) 

“internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

d) 

“totaal toegestane vangst” (TAC):

i) 

in vormen van visserij die vallen onder de in artikel 15, leden 4 tot en met 7, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde vrijstelling van de aanlandingsverplichting: de hoeveelheid vis die elk jaar van elk bestand mag worden aangeland;

ii) 

in de overige vormen van visserij: de hoeveelheid vis die elk jaar van elk bestand mag worden gevangen;

e) 

“quotum”: een gedeelte van de TAC dat is toegewezen aan de Unie, aan een lidstaat of aan een derde land;

f) 

“analytische evaluaties”: kwantitatieve evaluatie van trends in een bepaald bestand, op basis van gegevens over de biologie en de exploitatie van dat bestand, die blijkens wetenschappelijke toetsing van voldoende kwaliteit zijn om wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten op te baseren;

g) 

“maaswijdte”: de maaswijdte van visnetten in de zin van artikel 6, punt 34, van Verordening (EU) 2019/1241;

h) 

“vissersvlootregister van de Unie”: het register dat door de Commissie is ingesteld overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

i) 

“visserijlogboek”: het logboek als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

j) 

“instrumentboei”: een boei die duidelijk is gemarkeerd met een uniek referentienummer waarmee de eigenaar kan worden geïdentificeerd en die is uitgerust met een satellietvolgsysteem om de positie ervan te monitoren;

k) 

“operationele boei”: een vooraf geactiveerde instrumentboei die is ingeschakeld en op een niet-verankerde visaantrekkende voorziening (fish aggregating device — FAD) of boomstam is uitgezet op zee, die posities of andere beschikbare informatie zoals echoloodpeilingen verstuurt.

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

a) 

voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea – Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) gespecificeerde geografische gebieden;

b) 

voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust;

c) 

voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

d) 

voor functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied 7: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

— 
53°30' N.B. 15°00' W.L.,
— 
53°30' N.B. 11°00' W.L.,
— 
51°30' N.B. 11°00' W.L.,
— 
51°30' N.B. 13°00' W.L.,
— 
51°00' N.B. 13°00' W.L.,
— 
51°00' N.B. 15°00' W.L.;
e) 

voor functionele eenheid 25 van ICES-sector 8c: het geografische zeegebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

— 
43°00' N.B. 9°00' W.L.,
— 
43°00' N.B. 10°00' W.L.,
— 
43°30' N.B. 10°00' W.L.,
— 
43°30' N.B. 9°00' W.L.,
— 
44°00' N.B. 9°00' W.L.,
— 
44°00' N.B. 8°00' W.L.,
— 
43°30' N.B. 8°00' W.L.;
f) 

voor functionele eenheid 26 van ICES-sector 9a: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

— 
43°00' N.B. 8°00' W.L.,
— 
43°00' N.B. 10°00' W.L.,
— 
42°00' N.B. 10°00' W.L.,
— 
42°00' N.B. 8°00' W.L.;
g) 

voor functionele eenheid 27 van ICES-sector 9a: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

— 
42°00' N.B. 8°00' W.L.,
— 
42°00' N.B. 10°00' W.L.,
— 
38°30' N.B. 10°00' W.L.,
— 
38°30' N.B. 9°00' W.L.,
— 
40°00' N.B. 9°00' W.L.,
— 
40°00' N.B. 8°00' W.L.;
h) 

voor functionele eenheid 30 van ICES-sector 9a: het geografische gebied onder de jurisdictie van Spanje in de Golf van Cádiz en in de aangrenzende wateren van 9a;

i) 

voor functionele eenheid 31 van ICES-sector 8c: het geografische zeegebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

— 
43°30' N.B. 6°00' W.L.,
— 
44°00' N.B. 6°00' W.L.,
— 
44°00' N.B. 2°00' W.L.,
— 
43°30' N.B. 2°00' W.L.;
j) 

voor de Golf van Cádiz: het geografische gebied van ICES-sector 9a ten oosten van 7° 23′ 48″ W.L.;

k) 

voor het CCAMLR-verdragsgebied: het geografische gebied als gedefinieerd in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad ( 2 );

l) 

voor de Cecaf-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries – Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) gespecificeerde geografische gebieden;

m) 

voor het IATTC-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica ( 4 );

n) 

voor het ICCAT-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen ( 5 );

o) 

voor het IOTC-bevoegdheidsgebied: het geografische gebied als omschreven in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan ( 6 );

p) 

voor de NAFO-zones: de geografische gebieden als gespecificeerd in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad ( 7 );

q) 

voor het Seafo-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan ( 8 );

r) 

voor het SIOFA-overeenkomstgebied: het geografische gebied als omschreven in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan ( 9 );

s) 

voor het SPRFMO-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden van de volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan ( 10 );

t) 

voor het WCPFC-verdragsgebied: het geografische gebied als omschreven in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan ( 11 );

u) 

voor de volle zee van de Beringzee: het geografische gebied van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijl van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zeeën van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten;

v) 

voor het overlappende gebied tussen de IATTC en de WCPFC: het geografische gebied dat wordt begrensd door:

— 
lengtegraad 150° W.L.,
— 
lengtegraad 130° W.L.,
— 
breedtegraad 4° Z.B.,
— 
breedtegraad 50° Z.B.



TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR UNIEVISSERSVAARTUIGEN



HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 5

TAC's en toewijzingen

1.  
De TAC's voor Unievissersvaartuigen in de wateren van de Unie of bepaalde wateren buiten de Unie en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede eventuele voorwaarden die er functioneel verband mee houden, zijn vastgesteld in bijlage I.
2.  
Unievissersvaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en de voorschriften in artikel 22 van en bijlage V, deel A, bij deze verordening en in Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad ( 12 ) en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie van de Faeröer, Groenland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.
3.  
Vissersvaartuigen van de Unie kunnen toestemming krijgen om, met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's, te vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie van het Verenigd Koninkrijk vallen, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 22 van deze verordening en Verordening (EU) 2017/2403 en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

Artikel 6

Door de lidstaten vast te stellen TAC's

1.  
Voor bepaalde visbestanden worden de TAC's door de betrokken lidstaat vastgesteld. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.
2.  

De door een lidstaat vast te stellen TAC's:

a) 

zijn consistent met de beginselen en voorschriften van het GVB, en met name met het beginsel van duurzame exploitatie van de bestanden, en

b) 

zijn zodanig gekozen dat:

i) 

indien er analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand met de hoogste waarschijnlijkheid overeenstemt met de MDO, of

ii) 

indien er geen of onvolledige analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand in lijn is met de voorzorgsbenadering voor het visserijbeheer.

3.  

Elke betrokken lidstaat verstrekt de Commissie uiterlijk op 15 maart 2021 de volgende gegevens:

a) 

de vastgestelde TAC's;

b) 

de door de lidstaat verzamelde en beoordeelde gegevens waarop de vastgestelde TAC's zijn gebaseerd;

c) 

nadere gegevens over hoe de vastgestelde TAC's aan lid 2 voldoen.

Artikel 7

Toepassing van voorlopige TAC's

1.  
Wanneer in een tabel met vangstmogelijkheden in bijlage IA of bijlage IB naar dit lid wordt verwezen, zijn de vangstmogelijkheden in die tabel van voorlopige aard en zijn ze van toepassing van 1 januari tot en met 31 maart 2021. Deze voorlopige vangstmogelijkheden laten de vaststelling van definitieve vangstmogelijkheden voor 2021, in overeenstemming met de resultaten van internationale onderhandelingen of raadplegingen, wetenschappelijk advies, de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de desbetreffende meerjarenplannen, onverlet.
2.  
Unievaartuigen mogen vissen op bestanden waarvoor voorlopige vangstmogelijkheden gelden als bedoeld in lid 1 in Uniewateren en internationale wateren en in wateren van derde landen die Unievaartuigen toegang tot hun wateren hebben verleend.

Artikel 8

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

1.  

Vangsten waarvoor de aanlandingsverplichting van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 niet geldt, mogen slechts aan boord worden gehouden of worden aangeland mits:

a) 

de vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt, of

b) 

zij deel uitmaken van een quotum van de Unie dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat quotum van de Unie nog niet is opgebruikt.

2.  
De in artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde bestanden van niet-doelsoorten die zich binnen biologisch veilige grenzen bevinden, worden in bijlage I bij deze verordening vastgesteld met het oog op de in dat artikel vastgestelde afwijking van de verplichting om vangsten in mindering te brengen op de betrokken quota.

Artikel 9

Quotumruilmechanisme voor TAC's voor onvermijdelijke bijvangsten ten aanzien van de aanlandingsverplichting

1.  
Om rekening te houden met de invoering van de aanlandingsverplichting en om quota beschikbaar te stellen voor de lidstaten zonder quotum voor bepaalde bijvangsten, geldt het in de leden 2 tot en met 5 ingestelde quotumruilmechanisme voor de in bijlage IA vermelde TAC's.
2.  
6 % van elk quotum van de voorlopige TAC's voor kabeljauw in de Keltische Zee, kabeljauw in het gebied ten westen van Schotland, wijting in de Ierse Zee en schol in ICES-sectoren 7h, 7j en 7k, en 3 % van elk quotum van de voorlopige TAC voor wijting in het gebied ten westen van Schotland, die aan elke lidstaat zijn toegewezen, worden opgenomen in een quotumruilsysteem, dat opengesteld wordt op 1 januari 2021. De lidstaten zonder quota hebben exclusieve toegang tot het quotumruilsysteem tot en met 31 maart 2021.
3.  
De hoeveelheden die uit het systeem worden gehaald, mogen niet worden geruild of overgedragen naar het volgende jaar. Na 31 maart 2021 worden ongebruikte hoeveelheden teruggegeven aan de lidstaten die in het begin aan het quotumruilsysteem hebben bijgedragen.
4.  
De quota die in ruil gegeven worden, komen bij voorkeur van een lijst met TAC's die iedere aan het systeem bijdragende lidstaat heeft vastgesteld, en die zijn opgenomen in het aanhangsel bij bijlage IA.
5.  
Er wordt, aan de hand van een marktkoers of een andere voor beide partijen aanvaardbare wisselkoers, voor gezorgd dat de in lid 4 bedoelde quota commercieel gelijkwaardig zijn. Bij ontstentenis van een alternatieve regeling wordt voor commerciële gelijkwaardigheid gezorgd op basis van de gemiddelde prijzen van de Unie van het voorgaande jaar, zoals bepaald door de Waarnemingspost voor de EU-markt voor visserij- en aquacultuurproducten.
6.  
Indien het voor de lidstaten niet mogelijk is om via het in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel beschreven quotumruilmechanisme hun onvermijdelijke bijvangsten in vergelijkbare mate te dekken, trachten de lidstaten het eens te worden over quota-uitwisselingen krachtens artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de geruilde quota commercieel gelijkwaardig zijn.

Artikel 10

Beperkingen van de visserij-inspanning in ICES-sector 7e

1.  
Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde perioden zijn de technische aspecten van de rechten en verplichtingen in verband met bijlage II voor het beheer van het tongbestand in ICES-sector 7e vastgesteld in bijlage II.
2.  
De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, aan een verzoekende lidstaat extra zeedagen toekennen bovenop de in bijlage II, punt 5, bedoelde zeedagen, gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in ICES-sector 7e aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van een verzoek van die lidstaat overeenkomstig die bijlage, punt 7.4. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
3.  
De Commissie kan, door middel van uitvoeringshandelingen, aan een verzoekende lidstaat maximaal drie extra dagen tussen 1 februari 2021 en 31 januari 2022 toekennen bovenop de in bijlage II, punt 5, bedoelde zeedagen, gedurende welke een vaartuig aanwezig mag zijn in ICES-sector 7e op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers als bedoeld die bijlage, punt 8.1. Een dergelijke toekenning geschiedt op basis van de door de lidstaat overeenkomstig bijlage II, punt 8.3, ingediende beschrijving en na raadpleging van het WTECV. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 58, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 11

Maatregelen inzake zeebaarsvisserij

1.  
Het is voor Unievissersvaartuigen en voor elke vorm van commerciële visserij vanaf de kust verboden om op zeebaars te vissen in ICES-sectoren 4b en 4c en in ICES-deelgebied 7. Het is tevens verboden om zeebaars die in die gebieden is gevangen, te houden, over te laden, te verplaatsen of aan te landen.
2.  

In afwijking van lid 1 mogen Unievissersvaartuigen in januari 2021 in ICES-sectoren 4b, 4c, 7d, 7e, 7f en 7h, vissen op zeebaars, en zeebaars die in die gebieden is gevangen, houden, overladen, verplaatsen of aanlanden met het volgende vistuig en binnen de volgende limieten:

a) 

bodemtrawls ( 13 ), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 520 kilogram per twee maanden en 5 % van het gewicht van de totale vangst mariene organismen aan boord die door dat vaartuig per visreis zijn gevangen;

b) 

zegens ( 14 ), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 520 kilogram per twee maanden en 5 % van het gewicht van de totale vangst mariene organismen aan boord die door dat vaartuig per visreis zijn gevangen;

c) 

haken en lijnen ( 15 ), maximaal 1,43 ton per vaartuig;

d) 

vaste kieuwnetten ( 16 ), voor onvermijdelijke bijvangsten van maximaal 0,35 ton per vaartuig.

De in de eerste alinea geformuleerde afwijkingen zijn van toepassing op Unievissersvaartuigen die vangsten van zeebaars hebben geregistreerd in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 september 2016: in punt c) voor geregistreerde vangsten met haken en lijnen, en in punt d) voor geregistreerde vangsten met vaste kieuwnetten. Wanneer een Unievissersvaartuig wordt vervangen, kunnen de lidstaten toestaan dat de afwijking geldt voor een ander vissersvaartuig, op voorwaarde dat het aantal Unievissersvaartuigen waarvoor de afwijking geldt en de totale vangstcapaciteit ervan niet toenemen.

3.  
De vangstbeperkingen van lid 2 zijn niet overdraagbaar tussen vaartuigen en, indien een maandelijkse beperking van toepassing is, tussen maanden. Voor Unievissersvaartuigen die in één kalendermaand meer dan één vistuig gebruiken, geldt de laagste van de vangstbeperkingen die in lid 2 voor de betrokken vistuigen zijn vastgesteld.

De lidstaten melden uiterlijk 15 dagen na het einde van elke maand aan de Commissie hoeveel zeebaars per vistuigtype is gevangen.

4.  
Frankrijk en Spanje zorgen ervoor dat de visserijsterfte van zeebaars in ICES-sectoren 8a en 8b ten gevolge van hun commerciële en recreatievisserij niet hoger is dan de FMDO-puntwaarde die overeenkomt met een totale vangst van 3 108 ton, zoals voorgeschreven in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2019/472.
5.  

Bij recreatievisserij, inclusief vanaf de kust, in ICES-sectoren 4b, 4c, 6a en 7a tot en met 7k:

a) 

is, wat zeebaars betreft, van 1 januari tot en met 28 februari alleen het vangen met hengel of handlijn en weer terugzetten toegestaan. Het is gedurende die periode verboden om zeebaars die in die gebieden is gevangen, te houden, te verplaatsen, over te laden of aan te landen;

b) 

mogen van 1 tot en met 31 maart maximaal twee zeebaarzen per visser per dag worden gevangen en gehouden; De minimummaat voor bijgehouden zeebaars bedraagt 42 cm.

Punt b) van de eerste alinea is niet van toepassing op vaste netten, aangezien gedurende de in dat punt genoemde periode geen zeebaars in vaste netten mag worden gevangen of gehouden.

6.  
Bij recreatievisserij in ICES-sectoren 8a en 8b, inclusief vanaf de kust, mogen per dag maximaal twee zeebaarzen per visser worden gevangen en gehouden. Dit lid is niet van toepassing op vaste netten, die niet mogen worden gebruikt om zeebaars te vangen of bij te houden.
7.  
De leden 5 en 6 laten strengere nationale maatregelen inzake recreatievisserij onverlet.

Artikel 12

Maatregelen inzake Europese-aalvisserij in wateren van de Unie van het ICES-gebied

Gerichte, incidentele en recreatievisserij op Europese aal is verboden in wateren van de Unie van het ICES-gebied en in brakke wateren zoals estuaria, kustlagunes en overgangswateren, gedurende een periode van drie opeenvolgende maanden, die elke betrokken lidstaat zelf moet bepalen en die tussen 1 augustus 2021 en 28 februari 2022 moet vallen. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 juni 2021 van de door hen bepaalde periode in kennis.

Artikel 13

Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.  

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening over de lidstaten verdeeld zonder afbreuk te doen aan:

a) 

de uitwisseling van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b) 

kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

c) 

nieuwe toewijzingen op grond van de artikelen 12 en 47 van Verordening (EU) 2017/2403 van de Raad;

d) 

het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

e) 

de overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingehouden hoeveelheden;

f) 

verlagingen en verminderingen op grond van de artikelen 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

g) 

overdrachten en uitwisselingen van quota op grond van artikel 23 van deze verordening.

2.  
Bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's of analytische TAC's zijn vastgesteld, zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening met het oog op het meerjarenbeheer van de TAC's en quota als bedoeld in Verordening (EG) nr. 847/96.
3.  
Tenzij anders vermeld in bijlage I bij deze verordening, is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor een voorzorgs-TAC is vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor een analytische TAC is vastgesteld.
4.  
De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de jaarflexibiliteit als vastgesteld in artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Artikel 14

Gesloten visseizoenen voor zandspieringen

De commerciële visserij op zandspieringen met bodemtrawls, zegens of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm is in de ICES-sectoren 2a en 3a en ICES-deelgebied 4 verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2021.

Artikel 15

Technische maatregelen voor kabeljauw en wijting in de Keltische Zee

1.  

De volgende maatregelen zijn van toepassing op vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls en zegens in ICES-sectoren 7f en 7g, het deel van ICES-sector 7h ten noorden van 49° 30' noorderbreedte en het deel van ICES-sector 7j ten noorden van 49° 30' noorderbreedte en ten oosten van lengtegraad 11° westerlengte:

a) 

Vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls of zegens gebruiken vistuig met de volgende maaswijdten:

i) 

maaswijdte in de kuil van 110 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 120 mm;

ii) 

T-90-kuil met maaswijdte van 100 mm;

iii) 

maaswijdte in de kuil van 120 mm;

iv) 

maaswijdte van 100 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 160 mm;

b) 

Naast de in punt a) bedoelde maatregelen, gebruiken vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten gemeten vóór de teruggooi ten minste voor 20 % uit schelvis bestaan, het volgende:

i) 

vistuig met ten minste een meter afstand tussen de vislijn en grondpees, of

ii) 

een middel dat volgens een evaluatie van de ICES of het WTECV minstens even selectief is gebleken bij het vermijden van kabeljauw, en is goedgekeurd door de Commissie.

2.  
De lidstaten kunnen vaartuigen die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten, gemeten vóór de teruggooi, voor minder dan 1,5 % uit kabeljauw bestaan, vrijstellen van de toepassing van lid 1, onder b), op voorwaarde dat vanaf 1 juli 2021 de waarnemersdekking op zee geleidelijk toeneemt tot ten minste 20 % van al hun visreizen.
3.  
Vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls en zegens mogen niet vissen in de ICES-sectoren 7f tot en met 7k en in het gebied ten westen van 5°W.L. in ICES-sector 7e, tenzij zij vissen met een maaswijdte in de kuil van minstens 100 mm. De voorgeschreven minimale maaswijdte in de kuil is echter niet van toepassing op vaartuigen waarvan de bijvangst van kabeljauw volgens de evaluatie van het WTECV niet hoger is dan 1,5 %, wanneer zij buiten de in lid 1 bedoelde gebieden vissen.
4.  
De in lid 3 bedoelde maatregelen zijn met ingang van 1 juni 2021 van toepassing op vaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls en zegens in de ICES-sectoren 7b en 7c. Vaartuigen van de Unie die in die gebieden vissen, mogen ook ander vistuig gebruiken dat volgens de evaluatie van het WTECV in gemengde demersale visserijvormen selectiviteitsmaatregelen oplevert die identiek zijn aan of beter dan die met een minimummaaswijdte van ten minste 100 mm voor de kuil, en dat is goedgekeurd door de Commissie.
5.  

In afwijking van lid 1, in ICES-sectoren 7f, 7g, het deel van ICES-sector 7h ten noorden van 49° 30' noorderbreedte en het deel van ICES-sector 7j ten noorden van 49° 30' noorderbreedte en ten oosten van 11° westerlengte:

a) 

vaartuigen die vissen met bodemtrawls of zegens waarvan de vangsten voor meer dan 30 % uit langoustines bestaan, gebruiken een van de volgende vistuigopties:

i) 

een paneel met vierkante mazen van 300 mm. Vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter mogen echter een paneel met vierkante mazen van 200 mm gebruiken;

ii) 

een Seltra-paneel;

iii) 

een sorteerrooster met een maximumafstand van 35 mm tussen de staven als vermeld in deel B van bijlage VI bij Verordening (EU) 2019/1241 of een gelijkwaardige selectiviteitsvoorziening;

iv) 

maaswijdte in de kuil van 100 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 100 mm;

v) 

een dubbele kuil waarbij de bovenste kuil uit T90-mazen van ten minste 90 mm bestaat en uitgerust is met een scheidingspaneel met een maximale maaswijdte van 300 mm;

b) 

vaartuigen die vissen met bodemtrawls of zegens waarvan de vangsten voor meer dan 55 % uit wijting bestaan of voor meer dan 55 % uit een combinatie van zeeduivel, heek en schartong, gebruiken een van de volgende vistuigopties:

i) 

maaswijdte in de kuil van 100 mm, met netpaneel met vierkante mazen van 100 mm;

ii) 

T-90-kuil met maaswijdte van 100 mm.

6.  
Overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 27, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1241, worden de vangstpercentages berekend als het aandeel, per levend gewicht, van de totale hoeveelheid biologische rijkdommen van de zee die na elke visreis wordt aangeland.

Artikel 16

Technische maatregelen in de Ierse Zee

De volgende maatregelen zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls of zegens in ICES-sector 7a (Ierse Zee):

a) 

vaartuigen die vissen met bodemtrawls of zegens met een maaswijdte in de kuil gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm en waarvan de vangsten voor meer dan 30 % uit langoustine bestaan, gebruiken een van de volgende vistuigopties:

i) 

een paneel met vierkante mazen van 300 mm. Vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter mogen echter een paneel met vierkante mazen van 200 mm gebruiken;

ii) 

een Seltra-paneel;

iii) 

een sorteerrooster met een afstand tussen de staven van 35 mm;

iv) 

een Netgrid van het CEFAS (Centre for Environment, Fisheries and Aquaculture Science);

v) 

een flipflaptrawl;

b) 

vaartuigen met een lengte over alles van 12 meter of meer die vissen met bodemtrawls of zegens waarvan de vangsten van schelvis, kabeljauw en roggen samen meer dan 10 % uitmaken, gebruiken een kuil met een maaswijdte van 120 mm;

c) 

vaartuigen met een lengte over alles van 12 meter of meer die vissen met bodemtrawls of zegens waarvan de vangsten van schelvis, kabeljauw en roggen samen minder dan 10 % uitmaken, passen een maaswijdte in de kuil van 100 mm met een paneel met vierkante mazen van 100 mm toe.

Het eerste lid, onder c), is niet van toepassing op vaartuigen waarvan de vangsten voor meer dan 30 % uit langoustine of voor meer dan 85 % uit wijde mantel (Aequipecten opercularis) bestaan.

Artikel 17

Technische maatregelen in het gebied ten westen van Schotland

De volgende maatregelen zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die vissen met bodemtrawls of zegens in de ICES-sectoren 6a en 5b, in de wateren van de Unie, ten oosten van 12°WL (ten westen van Schotland) op langoustines (Nephrops norvegicus):

a) 

de vaartuigen gebruiken een paneel met vierkante mazen (ongewijzigde positionering) van ten minste 300 mm voor vaartuigen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte in de kuil van minder dan 100 mm. Voor vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 m of met een motorvermogen van 200 kW of minder mag de lengte van het paneel in totaal echter 2 m en de maaswijdte in het paneel 200 mm bedragen;

b) 

vaartuigen waarvan de vangsten voor meer dan 30 % uit langoustine bestaan, gebruiken voor vaartuigen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte van 100-119 mm een paneel met vierkante mazen (ongewijzigde positionering) van ten minste 160 mm.

Artikel 18

Herstelmaatregelen voor kabeljauw in de Noordzee

1.  
De voor visserij, met uitzondering van de visserij met pelagisch vistuig (ringzegens en trawls) gesloten gebieden, en de perioden tijdens welke de sluitingen van toepassing zijn, zijn vermeld in bijlage IV.
2.  
Vaartuigen die met bodemtrawls en zegens met een maaswijdte van ten minste 70 mm in ICES-sectoren 4a en 4b of ten minste 90 mm in ICES-sector 3a vissen, en beuglijnen ( 17 ), mogen niet vissen in de Uniewateren van ICES-sector 4a, ten noorden van 58° 30' 00" N.B. en ten zuiden van 61° 30' 00" N.B. en in de Uniewateren van ICES-sectoren 3a.20 (Skagerrak), 4a en 4b, ten noorden van 57° 00' 00" N.B. en ten oosten van 5 00' 00" O.L.
3.  

In afwijking van lid 2 mogen de in lid 2 bedoelde vissersvaartuigen in dat lid bedoelde gebieden vissen mits zij aan ten minste een van de volgende criteria voldoen:

a) 

het percentage kabeljauwvangsten bedraagt niet meer dan 5 % van de totale vangsten per visreis; vaartuigen waarvan de kabeljauwvangsten in de periode 2017-2019 niet meer dan 5 % van hun totale vangsten hebben overschreden, worden geacht aan dit criterium te voldoen, mits zij hetzelfde vistuig blijven gebruiken als in die periode. Dit vermoeden kan worden weerlegd;

b) 

er wordt gebruikgemaakt van een gereguleerde en zeer selectieve bodemtrawl of zegen, hetgeen volgens een wetenschappelijke studie resulteert in een vermindering van de kabeljauwvangsten met ten minste 30 % in vergelijking met vaartuigen die vissen met gesleept vistuig waarvan de maaswijdte overeenkomt met de in bijlage V, deel B, punt 1.1, van Verordening (EU) 2019/1241 bepaalde basisnormen. Dergelijke studies kunnen door het WTECV worden geëvalueerd. Bij een negatieve evaluatie door het WTECV wordt dit vistuig niet meer aangemerkt als geldig voor gebruik in de in lid 2 van dit artikel bedoelde gebieden;

c) 

bij vaartuigen die werken met bodemtrawls en zegens met een maaswijdte van 100 mm en groter (TR1), wordt het volgende zeer selectieve vistuig gebruikt:

i) 

belly trawls met een maaswijdte van de buik van ten minste 600 mm;

ii) 

horizontale vislijn (0,6 m);

iii) 

horizontale zeeflap met een wijdmazig ontsnappingspaneel;

d) 

bij vaartuigen die werken met bodemtrawls en zegens met een maaswijdte van 70 mm en groter in ICES-sector 4a en 90 mm in ICES-sector 3a en minder dan 100 mm (TR2), wordt het volgende zeer selectieve vistuig gebruikt:

i) 

horizontaal sorteerrooster met een afstand van ten hoogste 50 mm tussen de staven voor het scheiden van platvis en rondvis, met een vrije uitlaat voor rondvis;

ii) 

Seltra-paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 300 mm;

iii) 

sorteerrooster met een afstand van ten hoogste 35 mm tussen de staven, met een vrije uitlaat voor de vis;

e) 

op de vaartuigen is een nationaal kabeljauwvermijdingsplan van toepassing om kabeljauwvangsten in stand te houden in lijn met de visserijsterfte die overeenkomt met de op wetenschappelijk advies gebaseerde vangstmogelijkheden door middel van ruimtelijke of technische maatregelen, of een combinatie daarvan. Dergelijke plannen worden uiterlijk twee maanden na de invoering ervan beoordeeld, in het geval van de lidstaten door het WTECV en in het geval van een derde land door de betrokken nationale wetenschappelijke instantie van dat derde land, en waar nodig herzien indien het doel van het nationaal kabeljauwvermijdingsplan volgens die beoordelingen niet wordt gehaald.

4.  
De lidstaten intensiveren de monitoring, de controle en het toezicht ten aanzien van de in lid 2 bedoelde vaartuigen, teneinde de naleving van de voorwaarden van lid 3, onder a) tot en met e), te controleren.
5.  
De in dit artikel bedoelde maatregelen zijn niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek worden verricht, mits dat onderzoek wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2019/1241.

Artikel 19

Herstelmaatregelen voor kabeljauw in het Kattegat

1.  

Unievaartuigen die in het Kattegat met bodemtrawls (vistuigcodes: OTB, OTT, OT, TBN, TBS, TB, TX en PTB) met een minimummaaswijdte van 70 mm vissen, gebruiken een van de volgende soorten selectief vistuig:

a) 

een sorteerrooster met een afstand van ten hoogste 35 mm tussen de staven, met een vrije uitlaat voor de vis;

b) 

een sorteerrooster met een afstand van ten hoogste 50 mm tussen de staven voor het scheiden van platvis en rondvis, met een vrije uitlaat voor rondvis;

c) 

een Seltra-paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 300 mm;

d) 

een gereglementeerd zeer selectief vistuig dat technische kenmerken heeft die er, volgens een door het WTECV geëvalueerde wetenschappelijke studie, voor zorgen dat minder dan 1,5 % van de vangsten uit kabeljauw bestaat, indien dit het enige vistuig aan boord is.

2.  
Als die vaartuigen van de Unie aan een project van een betrokken lidstaat deelnemen en over functionerende apparatuur voor volledig gedocumenteerde visserij beschikken, mogen zij gebruikmaken van vistuig overeenkomstig deel B van bijlage V bij Verordening (EU) 2019/1241. De betrokken lidstaten delen de Commissie de lijst van die vaartuigen mee.
3.  
De in dit artikel bedoelde maatregelen zijn niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek worden verricht, mits dat onderzoek wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2019/1241.

Artikel 20

Verboden soorten

1.  

Het is vissersvaartuigen van de Unie verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a) 

sterrog (Raja radiata) in wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3a en 7d en ICES-deelgebied 4;

b) 

roodbaars (Beryx splendens) in NAFO-deelgebied 6;

c) 

schubzwelghaai (Centrophorus squamosus) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

d) 

Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

e) 

zwarte haai (Dalatias licha) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

f) 

spitssnuitsnavelhaai (Deania calcea) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in de wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

g) 

vleet-soortencomplex (Dipturus batis) (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10;

h) 

grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps) in de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1 en 14;

i) 

ruwe haai (Galeorhinus galeus), wanneer wordt gevist met de beug in de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 en in wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-deelgebieden 1, 5, 6, 7, 8, 12 en 14;

j) 

haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren;

k) 

stekelrog (Raja clavata) in wateren van de Unie van ICES-sector 3a;

l) 

golfrog (Raja undulata) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 6 en 10;

m) 

walvishaai (Rhincodon typus) in alle wateren;

n) 

gewone gitaarrog (Rhinobatos rhinobatos) in de Middellandse Zee;

o) 

doornhaai (Squalus acanthias) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10, met uitzondering van de in bijlage IA vastgestelde vermijdingsprogramma's.

2.  
Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 vermelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 21

Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis en de visserijinspanning aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.



HOOFDSTUK II

Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 22

Vismachtigingen

1.  
Het maximale aantal vismachtigingen voor vissersvaartuigen van de Unie in wateren van derde landen, indien van toepassing, is vastgesteld in bijlage V, deel A.
2.  
Indien een lidstaat quota in de in bijlage V, deel A, bij deze verordening genoemde visserijzones overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of “swap”), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage V, deel A, bij deze verordening vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone wordt echter niet overschreden.



HOOFDSTUK III

Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer



Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 23

Overdrachten en uitwisselingen van quota

1.  
Wanneer volgens de voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer (“ROVB”) overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen bij een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat (“de betrokken lidstaat”) met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen beginnen en, in voorkomend geval, aangeven volgens welke lijnen een geplande overdracht of uitwisseling van quota kan plaatsvinden.
2.  
De betrokken lidstaat brengt de mogelijke contouren van een geplande overdracht of uitwisseling van quota die hij met de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens maakt de Commissie aan de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB onverwijld kenbaar dat zij ermee instemt gebonden te zijn door de overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt daarna de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de ROVB overeenkomstig de voorschriften van die organisatie.
3.  
De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota.
4.  
De vangstmogelijkheden die in het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of overgedragen aan de betreffende verdragsluitende partij bij de ROVB, worden beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen dan wel in mindering worden gebracht op de toewijzing van de betreffende lidstaat, vanaf het tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst die met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken ROVB. Overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit van visserijactiviteiten wijzigt een dergelijke toewijzing de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan de lidstaten niet.
5.  
Dit artikel is van toepassing tot en met 31 januari 2022 voor overdrachten van quota van een verdragsluitende partij bij een ROVB naar de Unie en de daaropvolgende toewijzing ervan aan de lidstaten.



Afdeling 2

NEAFC-verdragsgebied

Artikel 24

Sluitingen voor roodbaars in de Irminger Zee

Alle visserijactiviteiten zijn verboden in het gebied dat wordt begrensd door de volgende coördinaten gemeten volgens het WGS84-systeem:



Breedtegraad

Lengtegraad

63 00'

-30 00'

61°30'

-27°35'

60°45'

-28°45'

62 00'

-31°35'

63 00'

-30 00'



Afdeling 3

ICCAT-verdragsgebied

Artikel 25

Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit

1.  
Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende vaartuigen van de Unie dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 1.
2.  
Het aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 2.
3.  
Het aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 3.
4.  
Het aantal vissersvaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee op blauwvintonijn mag vissen, deze aan boord mag houden en mag overladen, vervoeren of aanlanden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 4.
5.  
Het aantal tonnara's dat wordt gebruikt voor de visserij op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 5.
6.  
De totale capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn en de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, worden beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 6.
7.  
Het maximale aantal Unievissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort mag vissen overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad ( 18 ), wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 7, bij deze verordening.
8.  
Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie met een lengte van ten minste 20 meter die vissen op grootoogtonijn in het ICCAT-verdragsgebied, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 8.

Artikel 26

Recreatievisserij

In voorkomend geval kennen de lidstaten een specifiek aandeel van de hun in bijlage ID toegekende quota toe aan de recreatievisserij.

Artikel 27

Haaien

1.  
In elke vorm van visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).
2.  
Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.
3.  
In visserij in het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).
4.  
In elke vorm van visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).
5.  
In elke vorm van visserij geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).



Afdeling 4

CCAMLR-verdragsgebied

Artikel 28

Kennisgevingen inzake experimentele visserij op Antarctische ijsheek

De lidstaten mogen in 2021 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Antarctische ijsheek (Dissostichus spp.) in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie. Lidstaten die voornemens zijn om aan die experimentele visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat uiterlijk op 1 juni 2021 daarvan in kennis overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004.

Artikel 29

Beperkingen van de experimentele visserij op Antarctische ijsheek

1.  
De visserij op Antarctische ijsheek tijdens het visseizoen 2020-2021 is beperkt tot de in bijlage VII, tabel A, vermelde lidstaten, deelgebieden en aantal vaartuigen, voor de in tabel B van die bijlage vastgestelde soorten, TAC's en bijvangstbeperkingen.
2.  
Gerichte visserij op haaiensoorten voor andere doeleinden dan wetenschappelijk onderzoek is verboden. Bijvangsten van haaien, met name jonge exemplaren en drachtige vrouwtjes, die incidenteel zijn gevangen in de visserij op Antarctische ijsheek, worden levend vrijgelaten.
3.  
Indien van toepassing wordt de visserij in een klein onderzoeksvak (Small Scale Research Unit – SSRU) stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.
4.  
De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zo veel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangst- en visserij-inspanning te voorkomen. Visserijactiviteiten in FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a, voor zover toegestaan overeenkomstig artikel 28, zijn echter verboden op diepten van minder dan 550 meter.

Artikel 30

Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2020-2021

1.  
Lidstaten die voornemens zijn om in het visseizoen 2020-2021 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) te vissen, stellen de Commissie uiterlijk op 1 mei 2021 daarvan in kennis aan de hand van het in deel B van het aanhangsel van bijlage VII vastgestelde formulier. Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie legt de Commissie deze kennisgevingen uiterlijk op 30 mei 2021 aan het CCAMLR-secretariaat voor.
2.  
De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.
3.  
Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft uitsluitend kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de eerstbedoelde lidstaat zullen voeren.
4.  

De lidstaten mogen toestaan dat andere vaartuigen dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 aan het secretariaat van de CCAMLR gemelde vaartuigen deelnemen aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die vorm van visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte en verstrekken daarbij:

a) 

alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b) 

een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.  
De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat is geplaatst op een door de CCAMLR vastgestelde lijst van vissersvaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.



Afdeling 5

IOTC-bevoegdheidsgebied

Artikel 31

Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-bevoegdheidsgebied vissen

1.  
Het maximale aantal vissersvaartuigen van de Unie dat in het IOTC-bevoegdheidsgebied op tropische tonijn mag vissen, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, zijn vastgesteld in bijlage VIII, punt 1.
2.  
Het maximale aantal Unievissersvaartuigen dat in het IOTC-bevoegdheidsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) mag vissen, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, zijn vastgesteld in bijlage VIII, punt 2.
3.  
De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan een van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde vormen van visserij, toewijzen aan de andere vorm, mits zij de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.
4.  
De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het register van gemachtigde vaartuigen van de IOTC of in het register van andere ROVB’s voor tonijn. Voorts mogen vaartuigen die zijn geplaatst op de door een ROVB vastgestelde lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten, niet worden overgedragen.
5.  
De lidstaten mogen hun vangstcapaciteit slechts tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima verhogen als zij binnen de grenzen blijven die bepaald zijn in de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen.

Artikel 32

Niet-verankerde FAD's en bevoorradingsvaartuigen

1.  
Niet-verankerde FAD's worden uitgerust met instrumentboeien. Het gebruik van andere boeien, zoals radioboeien, is verboden.
2.  
Een ringzegenvaartuig mag op geen enkel moment meer dan 300 operationele boeien volgen.
3.  
Het maximale aantal instrumentboeien dat jaarlijks voor elk ringzegenvaartuig mag worden verworven is 500. Geen enkel ringzegenvaartuig beschikt op enig moment over meer dan 500 instrumentboeien (boeien in voorraad en operationele boeien).
4.  
Het maximale aantal bevoorradingsvaartuigen bedraagt twee bevoorradingsvaartuigen ter ondersteuning van niet minder dan vijf ringzegenvaartuigen, die alle de vlag van een lidstaat voeren. Deze bepaling is niet van toepassing op lidstaten met slechts één bevoorradingsvaartuig.
5.  
Eén ringzegenvaartuig wordt op geen enkel moment ondersteund door meer dan één bevoorradingsvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert.
6.  
De Unie registreert geen nieuwe of aanvullende bevoorradingsvaartuigen in het IOTC-register van gemachtigde vaartuigen.

Artikel 33

Haaien

1.  
In elke vorm van visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.
2.  
In elke vorm van visserij geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), behalve voor vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 24 m die uitsluitend betrokken zijn bij visserijactiviteiten in de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat waarvan ze de vlag voeren, mits hun vangst uitsluitend voor plaatselijk verbruik is bestemd.
3.  
Incidenteel gevangen vissen van de in de leden 1 en 2 vermelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 34

Roggen van het geslacht Mobula

1.  
Het is voor Unievissersvaartuigen verboden te vissen op roggen van het geslacht Mobula (familie Mobulidae, waartoe de geslachten Manta en Mobula behoren) en delen of volledige karkassen van roggen van het geslacht Mobula aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen, behalve voor vissersvaartuigen voor zelfvoorzieningsvisserij (waarbij de gevangen vis rechtstreeks door de families van de vissers wordt geconsumeerd).

In afwijking van de eerste alinea mogen roggen van het geslacht Mobula die onopzettelijk worden gevangen in het kader van ambachtelijke visserij (andere visserij dan met de beug of op het oppervlak, d.w.z. vaartuigen met ringzegens, hengels, kieuwnetten, handlijn of sleeplijn, die zijn ingeschreven in het IOTC-register van gemachtigde vaartuigen), alleen worden aangeland voor lokale consumptie.

2.  
Zodra vissersvaartuigen, met uitzondering van die voor zelfvoorzieningsvisserij, roggen van het geslacht Mobula waarnemen in het net, aan de haak of op het dek, zetten zij die, waar mogelijk, onmiddellijk levend en ongedeerd terug, en dit op zodanige wijze dat de gevangen exemplaren zo min mogelijk worden gedeerd.



Afdeling 6

SPRFMO-verdragsgebied

Artikel 35

Pelagische visserij

1.  
Alleen lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IH vastgestelde TAC's.
2.  
De in lid 1 bedoelde lidstaten beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2021 op pelagische bestanden vissen, tot de totale brutotonnage van de Unie van 78 600 in dat gebied.
3.  
De in bijlage IH vastgestelde vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten de Commissie de lijst sturen van vaartuigen die in het SPRFMO-verdragsgebied actief vissen of bij overlading zijn betrokken, alsmede gegevens van volgsystemen voor vissersvaartuigen, maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk op de vijfde dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben, met het doel die informatie aan het SPRFMO-secretariaat toe te zenden.

Artikel 36

Bodemvisserij

1.  
De lidstaten beperken hun bodemvisserijvangst of -inspanning in het SPRFMO-verdragsgebied in 2021 tot de delen van dat verdragsgebied waar in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 aan bodemvisserij is gedaan, maximaal tot de jaarlijkse gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode. Zij mogen alleen meer dan de in het kader van de geregistreerde activiteit gevangen hoeveelheid vissen als hun plan om meer dan de in het kader van de geregistreerde activiteit gevangen hoeveelheid te vissen wordt goedgekeurd door de SPRFMO.
2.  
Lidstaten zonder geregistreerde activiteit in het kader van de bodemvisserijvangst of -inspanning in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 mogen niet vissen, tenzij de SPRFMO hun plan om zonder geregistreerde activiteit te vissen goedkeurt.

Artikel 37

Experimentele visserij

1.  
De lidstaten mogen in 2021 alleen deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Antarctische ijsheek (Dissostichus spp.) in het SPRFMO-verdragsgebied indien de SPRFMO haar goedkeuring heeft gehecht aan hun aanvraag voor deze vorm van visserij, die onder meer een visserijoperatieplan bevat en de toezegging om een gegevensverzamelingsplan uit te voeren.
2.  
De visserijactiviteiten vinden uitsluitend plaats binnen de door de SPRFMO gespecificeerde onderzoeksonderdelen. Visserijactiviteiten zijn verboden op diepten van minder dan 750 en meer dan 2 000 meter.
3.  
De TAC is vastgesteld in bijlage IH. De visserijactiviteiten worden beperkt tot één reis met een maximumduur van 21 opeenvolgende dagen en tot ten hoogste 5 000 haken per beuglijn, met een maximum van 20 beuglijnen per onderzoeksonderdeel. De visserijactiviteiten worden stopgezet wanneer de TAC is bereikt of wanneer 100 lijnen zijn uitgezet en opgehaald, naargelang wat zich het eerst voordoet.



Afdeling 7

IATTC-verdragsgebied

Artikel 38

Ringzegenvisserij

1.  

De visserij met ringzegenvaartuigen op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:

a) 

van 29 juli 2021 00.00 uur tot en met 8 oktober 2021 24.00 uur, of van 9 november 2021 00.00 uur tot en met 19 januari 2022 24.00 uur, in het gebied dat wordt begrensd door:

— 
de kustlijnen van het Amerikaanse continent langs de Stille Oceaan,
— 
lengtegraad 150° W.L.,
— 
breedtegraad 40° N.B.,
— 
breedtegraad 40° Z.B.;
b) 

van 9 oktober 2021 00.00 uur tot en met 8 november 2021 24.00 uur in het gebied dat wordt begrensd door:

— 
lengtegraad 96° W.L.,
— 
lengtegraad 110° W.L.,
— 
breedtegraad 4° N.B.,
— 
breedtegraad 3° Z.B.
2.  
Voor elk van hun vaartuigen delen de betrokken lidstaten de Commissie vóór 1 april 2021 de in lid 1, onder a), bedoelde, door hen geselecteerde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1 omschreven gebieden gedurende de geselecteerde periode stop.
3.  
Ringzegenvaartuigen die in het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.
4.  

Lid 3 geldt niet in de volgende gevallen:

a) 

indien de vis anders dan vanwege de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of

b) 

indien er tijdens de laatste trek van een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn op te slaan.

Artikel 39

Niet-verankerde FAD's

1.  
Een ringzegenvaartuig zet op geen enkel ogenblik meer dan 450 FAD's actief in het IATTC-verdragsgebied in. Een FAD wordt als actief beschouwd als zij op zee wordt ingezet, haar locatie begint door te geven en wordt getraceerd door het vaartuig, de eigenaar of exploitant ervan. Een FAD wordt enkel aan boord van een ringzegenvaartuig geactiveerd.
2.  
Ringzegenvaartuigen mogen gedurende 15 dagen vóór de aanvang van de geselecteerde sluitingsperiode, als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder a), geen FAD's inzetten en halen het oorspronkelijk ingezette aantal FAD's terug binnen 15 dagen vóór de aanvang van de sluitingsperiode.
3.  
De lidstaten rapporteren op maandelijkse basis aan de Commissie dagelijkse informatie over alle actieve FAD's zoals voorgeschreven door de IATTC. De rapporten worden ingediend met een vertraging van ten minste 60 dagen, maar niet meer dan 75 dagen. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het IATTC-secretariaat.

Artikel 40

Vangstbeperkingen voor grootoogtonijn in de beugvisserij

De totale jaarlijkse vangsten grootoogtonijn door beugvisserijvaartuigen van elke lidstaat in het IATTC-verdragsgebied zijn vastgesteld in bijlage IL.

Artikel 41

Verbod op de visserij op oceanische witpunthaaien

1.  
Het is verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus) en delen of volledige karkassen van in dat gebied gevangen oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen.
2.  
Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 vermelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet door de vaartuigexploitant.
3.  

De vaartuigexploitant:

a) 

registreert het aantal teruggezette exemplaren, met vermelding van de toestand (levend of dood);

b) 

deelt de onder a) vermelde informatie mee aan de lidstaat waarvan hij onderdaan is. De lidstaten dienen de tijdens het vorige jaar verzamelde informatie uiterlijk op 31 januari in bij de Commissie.

Artikel 42

Verbod op de visserij op roggen van het geslacht Mobula

Het is voor Unievissersvaartuigen verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op roggen van het geslacht Mobula (familie Mobulidae, waartoe de geslachten Manta en Mobula behoren) en delen of volledige karkassen van in dat gebied gevangen roggen van het geslacht Mobula aan boord te houden, over te laden, aan te landen, op te slaan, voor verkoop aan te bieden of te verkopen. Zodra vissersvaartuigen van de Unie vaststellen dat roggen van het geslacht Mobula zijn gevangen, zetten zij die, waar mogelijk, onmiddellijk levend en ongedeerd terug.



Afdeling 8

Seafo-verdragsgebied

Artikel 43

Verbod op de visserij op diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het Seafo-verdragsgebied is verboden:

a) 

spookkathaai (Apristurus manis),

b) 

gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi),

c) 

kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus),

d) 

grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps),

e) 

gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus),

f) 

roggen (Rajidae),

g) 

fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus),

h) 

diepzeehaaien van de Selachimorpha-superorde,

i) 

doornhaai (Squalus acanthias).



Afdeling 9

WCPFC-verdragsgebied

Artikel 44

Voorwaarden voor de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn

1.  
De lidstaten zorgen ervoor dat niet meer dan 403 visdagen worden toegekend aan ringzegenvaartuigen die in het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° N.B. en 20° Z.B. is gelegen, vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis).
2.  
Unievissersvaartuigen mogen niet gericht vissen op in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan voorkomende witte tonijn (Thunnus alalunga) in het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° Z.B.
3.  
De lidstaten zorgen ervoor dat de vangsten van grootoogtonijn (Thunnus obesus) door beugvisserijvaartuigen in 2021 niet meer bedragen dan de limieten die zijn vastgesteld in de tabel in bijlage IG.

Artikel 45

Beheer van de visserij met FAD's

1.  
In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied tussen 20° N.B. en 20° Z.B. is het voor ringzegenvaartuigen verboden tussen 1 juli 2021 00.00 uur en 30 september 2021 24.00 uur FAD's te gebruiken, te bedienen of op te stellen.
2.  
Naast het in lid 1 bepaalde verbod, is het in het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB is gelegen, verboden FAD's op te stellen tijdens twee bijkomende maanden: tussen 1 april 2021 00.00 uur en 31 mei 2021 24.00 uur of tussen 1 november 2021 00.00 uur en 31 december 2021 24.00 uur.
3.  

Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:

a) 

tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan;

b) 

indien de vis anders dan vanwege de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of

c) 

wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

4.  
De lidstaten zorgen ervoor dat geen enkel ringzegenvaartuig op ongeacht welk moment meer dan 350 FAD's met geactiveerde instrumentboeien op zee inzet. De boei wordt uitsluitend aan boord van een vaartuig geactiveerd.
5.  
Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord, laden deze over en landen deze aan.

Artikel 46

Beperking van het aantal Unievissersvaartuigen dat op zwaardvis mag vissen

Het maximale aantal Unievissersvaartuigen dat in de gebieden van het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° Z.B. op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, is vastgesteld in bijlage IX.

Artikel 47

Vangstbeperkingen voor zwaardvis in de beugvisserij ten zuiden van 20° Z.B.

De lidstaten zorgen ervoor dat vangsten van zwaardvis (Xiphias gladius) ten zuiden van 20° Z.B. door beugvisserijvaartuigen in 2021 de limiet in bijlage IG niet overschrijden. De lidstaten zien er tevens op toe dat de visserijinspanning voor zwaardvis niet als gevolg van die maatregel naar het gebied ten noorden van 20° Z.B. verschuift.

Artikel 48

Zijdehaaien en oceanische witpunthaaien

1.  

Het is verboden om delen of volledige karkassen van de volgende soorten in het WCPFC-verdragsgebied aan boord te houden, over te laden, aan te landen of op te slaan:

a) 

zijdehaaien (Carcharhinus falciformis),

b) 

oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).

2.  
Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 vermelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 49

Het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied

1.  
Vaartuigen die uitsluitend in het WCPFC-register zijn ingeschreven, passen de in deze afdeling vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het overlappende gebied tussen de IATTC en de WCPFC.
2.  
Vaartuigen die zowel in het WCPFC-register als in het IATTC-register zijn ingeschreven, en vaartuigen die uitsluitend in het IATTC-register zijn ingeschreven, passen de in artikel 38, lid 1, onder a), artikel 38, leden 2, 3 en 4, en de artikelen 39, 40 en 41 vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het overlappende gebied tussen de IATTC en de WCPFC.



Afdeling 10

Beringzee

Artikel 50

Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee

De visserij op Alaskapollak (Gadus chalcogrammus) in de volle zee van de Beringzee is verboden.



Afdeling 11

Siofa-overeenkomstgebied

Artikel 51

Beperkingen op de bodemvisserij

De lidstaten zorgen ervoor dat de onder hun vlag varende vissersvaartuigen die in het Siofa-overeenkomstgebied vissen:

a) 

hun jaarlijkse visserijinspanning en vangsten in de bodemvisserij beperken tot hun gemiddelde jaarlijkse niveau voor de jaren waarin hun vaartuigen in het Siofa-overeenkomstgebied actief waren gedurende een representatieve periode waarvoor bij de Commissie ingediende gegevens beschikbaar zijn;

b) 

de ruimtelijke spreiding van hun bodemvisserijinspanning, uitgezonderd methoden met lijnen en vallen, niet uitbreiden tot buiten de in de recente jaren beviste gebieden;

c) 

niet gemachtigd worden om te vissen in de tussentijds beschermde gebieden Atlantis Bank, Coral, Fools Flat, Middle of What, Walter's Shoal, zoals bepaald in bijlage IK, behalve indien lijnen en vallen worden gebruikt en mits tijdens de visserij in die gebieden te allen tijde een wetenschappelijk waarnemer aan boord is.



TITEL III

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN DE WATEREN VAN DE UNIE

Artikel 52

Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd

Vissersvaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen in de wateren van de Unie vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en de in deze verordening en in titel III van Verordening (EU) 2017/2403 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 53

Vissersvaartuigen die onder de vlag van het Verenigd Koninkrijk varen, in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd zijn en een vergunning hebben gekregen van een visserijautoriteit van het Verenigd Koninkrijk

Vissersvaartuigen die onder de vlag van het Verenigd Koninkrijk varen, in het Verenigd Koninkrijk zijn geregistreerd en een vergunning hebben gekregen van de visserijautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk, kunnen toestemming krijgen om in de wateren van de Unie te vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en onder de in deze verordening en in Verordening (EU) 2017/2403 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 54

Vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren

Voor vissersvaartuigen die de vlag van Venezuela voeren, gelden de voorwaarden van deze verordening en die van titel III van Verordening (EU) 2017/2403.

Artikel 55

Vismachtigingen

Het maximale aantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in de wateren van de Unie vissen, is vastgesteld in bijlage V, deel B.

Artikel 56

Voorwaarden voor het aanlanden van vangsten en bijvangsten

De in artikel 8 gespecificeerde voorwaarden zijn van toepassing op vangsten en bijvangsten van vaartuigen van derde landen die met de in artikel 55 bedoelde machtigingen vissen.

Artikel 57

Verboden soorten

1.  

Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten, wanneer die in de wateren van de Unie worden aangetroffen, te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a) 

sterrog (Raja radiata) in wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3a en 7d en ICES-deelgebied 4;

b) 

vleet-soortencomplex (Dipturus batis) (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 10;

c) 

ruwe haai (Galeorhinus galeus) wanneer wordt gevist met de beug in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 1, 4, 5, 6, 7, 8, 12 en 14;

d) 

zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitsnavelhaai (Deania calcea), schubzwelghaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps) en Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) in wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebieden 1, 4 en 14;

e) 

haringhaai (Lamna nasus) in wateren van de Unie;

f) 

stekelrog (Raja clavata) in wateren van de Unie van ICES-sector 3a;

g) 

golfrog (Raja undulata) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 6, 9 en 10;

h) 

gewone gitaarrog (Rhinobatos rhinobatos) in de Middellandse Zee;

i) 

walvishaai (Rhincodon typus) in alle wateren;

j) 

doornhaai (Squalus acanthias) in wateren van de Unie van ICES-deelgebieden 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10.

2.  
Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 vermelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.



TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 58

Comitéprocedure

1.  
De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde Comité voor de visserij en de aquacultuur. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  
Indien naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 59

Overgangsbepaling

De artikelen 11, 19, 20, 27, 33, 34, 41, 42, 43, 48, 50 en 57 blijven in 2022 mutatis mutandis van toepassing tot de inwerkingtreding van de verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2022.

De artikelen 15, 16 en 17 zijn van toepassing tot de datum waarop een overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1241 vastgestelde gedelegeerde handeling, waarbij bijlage VI bij die verordening door de invoering van overeenkomstige technische maatregelen voor de noordwestelijke wateren is gewijzigd, van toepassing wordt.

Artikel 60

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 11, leden 1, 2, 3 en 5, artikel 14 en artikel 18 zijn echter van toepassing van 1 januari tot en met 31 maart 2021.

De in de artikelen 28, 29 en 30 en bijlage VII vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor de in die bijlage vermelde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van 1 december 2020.

De bepalingen inzake beperkingen van de visserijinspanning in bijlage II zijn van toepassing van 1 februari 2021 tot en met 31 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

LIJST VAN BIJLAGEN



BIJLAGE I:

Naar soort en gebied uitgesplitste TAC’s voor vissersvaartuigen van de Unie in gebieden waar TAC’s gelden

BIJLAGE IA:

Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14, wateren van de Unie van Cecaf en wateren van Frans-Guyana

BIJLAGE IB:

Noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden 1, 2, 5, 12 en 14 en Groenlandse wateren van NAFO 1

BIJLAGE IC:

Noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan – NAFO-verdragsgebied

BIJLAGE ID:

ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE IE:

Zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan – Seafo-verdragsgebied

BIJLAGE IF:

Zuidelijke blauwvintonijn – verspreidingsgebieden

BIJLAGE IG:

WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE IH:

SPRFMO-verdragsgebied

BIJLAGE IJ:

IOTC-bevoegdheidsgebied

BIJLAGE IK:

SIOFA-overeenkomstgebied

BIJLAGE IL

IATTC-verdragsgebied

BIJLAGE II:

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de tongbestanden in het westelijke Kanaal in ICES-sector 7e

BIJLAGE III:

Beheersgebieden voor zandspieringen in de ICES-sectoren 2a en 3a en in ICES-deelgebied 4

BIJLAGE IV:

Seizoenssluitingen ter bescherming van paaiende kabeljauw

BIJLAGE V:

Vismachtigingen

BIJLAGE VI:

ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE VII:

CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE VIII:

IOTC-bevoegdheidsgebied

BIJLAGE IX:

WCPFC-verdragsgebied




BIJLAGE I

NAAR SOORT EN GEBIED UITGESPLITSTE TAC’S VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN GEBIEDEN WAAR TAC’S GELDEN

De tabellen in de bijlagen bevatten de TAC’s en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden.

Alle in de bijlagen vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34.

Tenzij anders bepaald, zijn de verwijzingen naar visserijzones in de bijlagen verwijzingen naar ICES-gebieden. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de wetenschappelijke naam van de vissoort. Voor regelgevingsdoeleinden worden de soorten uitsluitend middels hun wetenschappelijke naam geïdentificeerd; hun gewone namen worden alleen gemakshalve vermeld.

De bijlagen IA tot en met IL maken deel uit van bijlage I.

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende vergelijkende tabel van wetenschappelijke en gewone namen van de vissoorten:



Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Ammodytes spp.

SAN

Zandspieringen

Argentina silus

ARU

Grote zilvervis

Beryx spp.

ALF

Alfonsino’s

Brosme brosme

USK

Lom

Caproidae

BOR

Evervissen

Centrophorus squamosus

GUQ

Schubzwelghaai

Centroscymnus coelolepis

CYO

Portugese ijshaai

Chaceon spp.

GER

Rode diepzeekrabben

Chaenocephalus aceratus

SSI

Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari

ANI

IJsvis

Channichthys rhinoceratus

LIC

Langsnuitijsvis

Chionoecetes spp.

PCR

Pacifische sneeuwkrabben

Clupea harengus

HER

Haring

Coryphaenoides rupestris

RNG

Rondneusgrenadier

Dalatias licha

SCK

Zwarte haai

Deania calcea

DCA

Spitssnuitsnavelhaai

Dicentrarchus labrax

BSS

Zeebaars

Dipturus batis (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia)

RJB

Vleetsoorten-complex

Dissostichus eleginoides

TOP

Zwarte Patagonische ijsheek

Dissostichus mawsoni

TOA

Antarctische ijsheek

Dissostichus spp.

TOT

IJsheken

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Etmopterus princeps

ETR

Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

ETP

Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba

KRI

Antarctisch krill

Gadus morhua

COD

Kabeljauw

Galeorhinus galeus

GAG

Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus

WIT

Witje

Hippoglossoides platessoides

PLA

Lange schar

Hoplostethus atlanticus

ORY

Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus

SQI

Kortvinpijlinktvis

Lamna nasus

POR

Haringhaai

Lepidorhombus spp.

LEZ

Scharretongen

Leucoraja naevus

RJN

Grootoogrog

Limanda ferruginea

YEL

Geelstaartschar

Lophiidae

ANF

Zeeduivel

Macrourus spp.

GRV

Grenadiervissen

Makaira nigricans

BUM

Blauwe marlijn

Mallotus villosus

CAP

Lodde

Manta birostris

RMB

Reuzenmanta

Martialia hyadesi

SQS

Pijlinktvis

Melanogrammus aeglefinus

HAD

Schelvis

Merlangius merlangus

WHG

Wijting

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Micromesistius poutassou

WHB

Blauwe wijting

Microstomus kitt

LEM

Tongschar

Molva dypterygia

BLI

Blauwe leng

Molva molva

LIN

Leng

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Notothenia gibberifrons

NOG

Groene Zuidpoolkabeljauw

Notothenia rossii

NOR

Gemarmerde ijsvis

Notothenia squamifrons

NOS

Grijze Zuidpoolkabeljauw

Pandalus borealis

PRA

Noordse garnaal

Paralomis spp.

PAI

Krabben

Penaeus spp.

PEN

Peneïdegarnalen

Pleuronectes platessa

PLE

Schol

Pleuronectiformes

FLX

Platvis

Pollachius pollachius

POL

Witte koolvis

Pollachius virens

POK

Zwarte koolvis

Scophthalmus maximus

TUR

Tarbot

Pseudochaenichthys georgianus

SGI

Georgia-ijsvis

Pseudopentaceros spp.

EDW

Pseudopentaceros spp.

Raja alba

RJA

Witte rog

Raja brachyura

RJH

Blonde rog

Raja circularis

RJI

Zandrog

Raja clavata

RJC

Stekelrog

Raja fullonica

RJF

Kaardrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis

JAD

Noorse rog

Raja microocellata

RJE

Kleinoogrog

Raja montagui

RJM

Gevlekte rog

Raja radiata

RJR

Sterrog

Raja undulata

RJU

Golfrog

Rajiformes

SRX

Roggen

Reinhardtius hippoglossoides

GHL

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Sardina pilchardus

PIL

Sardine

Scomber scombrus

MAC

Makreel

Scophthalmus rhombus

BLL

Griet

Sebastes spp.

RED

Roodbaarzen

Solea solea

SOL

Tong

Solea spp.

SOO

Tongen

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Squalus acanthias

DGS

Doornhaai

Tetrapturus albidus

WHM

Witte marlijn

Thunnus alalunga

ALB

Witte tonijn

Thunnus maccoyii

SBF

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus

BET

Grootoogtonijn

Thunnus thynnus

BFT

Blauwvintonijn

Trachurus murphyi

CJM

Chileense horsmakreel

Trachurus spp.

JAX

Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii

NOP

Kever

Urophycis tenuis

HKW

Witte heek

Xiphias gladius

SWO

Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone Nederlandse namen en wetenschappelijke namen van de vissoorten wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:



Gewone naam

Drielettercode

Wetenschappelijke naam

Alfonsino’s

ALF

Beryx spp.

Ansjovis

ANE

Engraulis encrasicolus

Antarctisch krill

KRI

Euphausia superba

Antarctische ijsheek

TOA

Dissostichus mawsoni

Atlantische slijmkop

ORY

Hoplostethus atlanticus

Blauwe leng

BLI

Molva dypterygia

Blauwe marlijn

BUM

Makaira nigricans

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn

BFT

Thunnus thynnus

Blonde rog

RJH

Raja brachyura

Chileense horsmakreel

CJM

Trachurus murphyi

Doornhaai

DGS

Squalus acanthias

Evervissen

BOR

Caproidae

Geelstaartschar

YEL

Limanda ferruginea

Gemarmerde ijsvis

NOR

Notothenia rossii

Georgia-ijsvis

SGI

Pseudochaenichthys georgianus

Gevlekte rog

RJM

Raja montagui

Gladde lantaarnhaai

ETP

Etmopterus pusillus

Golfrog

RJU

Raja undulata

Grenadiervissen

GRV

Macrourus spp.

Griet

BLL

Scophthalmus rhombus

Grijze Zuidpoolkabeljauw

NOS

Notothenia squamifrons

Groene Zuidpoolkabeljauw

NOG

Notothenia gibberifrons

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

GHL

Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogrog

RJN

Leucoraja naevus

Grootoogtonijn

BET

Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai

ETR

Etmopterus princeps

Grote zilvervis

ARU

Argentina silus

Haring

HER

Clupea harengus

Haringhaai

POR

Lamna nasus

Heek

HKE

Merluccius merluccius

Horsmakrelen

JAX

Trachurus spp.

IJsheken

TOT

Dissostichus spp.

IJsvis

ANI

Champsocephalus gunnari

Kaardrog

RJF

Raja fullonica

Kabeljauw

COD

Gadus morhua

Kever

NOP

Trisopterus esmarkii

Kleinoogrog

RJE

Raja microocellata

Kortvinpijlinktvis

SQI

Illex illecebrosus

Krabben

PAI

Paralomis spp.

Lange schar

PLA

Hippoglossoides platessoides

Langoustine

NEP

Nephrops norvegicus

Langsnuitijsvis

LIC

Channichthys rhinoceratus

Leng

LIN

Molva molva

Lodde

CAP

Mallotus villosus

Lom

USK

Brosme brosme

Makreel

MAC

Scomber scombrus

Noordse garnaal

PRA

Pandalus borealis

Noorse rog

JAD

Raja (Dipturus) nidarosiensis

Pacifische sneeuwkrabben

PCR

Chionoecetes spp.

Peneïdegarnalen

PEN

Penaeus spp.

Pijlinktvis

SQS

Martialia hyadesi

Platvis

FLX

Pleuronectiformes

Portugese ijshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

Pseudopentaceros spp.

EDW

Pseudopentaceros spp.

Reuzenmanta

RMB

Manta birostris

Rode diepzeekrabben

GER

Chaceon spp.

Roggen

SRX

Rajiformes

Rondneusgrenadier

RNG

Coryphaenoides rupestris

Roodbaarzen

RED

Sebastes spp.

Ruwe haai

GAG

Galeorhinus galeus

Sardine

PIL

Sardina pilchardus

Scharretongen

LEZ

Lepidorhombus spp.

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

Schol

PLE

Pleuronectes platessa

Schubzwelghaai

GUQ

Centrophorus squamosus

Scotiazee-ijsvis

SSI

Chaenocephalus aceratus

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calcea

Sprot

SPR

Sprattus sprattus

Stekelrog

RJC

Raja clavata

Sterrog

RJR

Raja radiata

Tarbot

TUR

Scophthalmus maximus

Tong

SOL

Solea solea

Tongen

SOO

Solea spp.

Tongschar

LEM

Microstomus kitt

Vleetsoorten-complex

RJB

Dipturus batis (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia)

Wijting

WHG

Merlangius merlangus

Witje

WIT

Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek

HKW

Urophycis tenuis

Witte koolvis

POL

Pollachius pollachius

Witte marlijn

WHM

Tetrapturus albidus

Witte rog

RJA

Raja alba

Witte tonijn

ALB

Thunnus alalunga

Zandrog

RJI

Raja circularis

Zandspieringen

SAN

Ammodytes spp.

Zeebaars

BSS

Dicentrarchus labrax

Zeeduivel

ANF

Lophiidae

Zuidelijke blauwvintonijn

SBF

Thunnus maccoyii

Zwaardvis

SWO

Xiphias gladius

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

Zwarte koolvis

POK

Pollachius virens

Zwarte Patagonische ijsheek

TOP

Dissostichus eleginoides




BIJLAGE IA

SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 EN 14, WATEREN VAN DE UNIE VAN CECAF EN WATEREN VAN FRANS-GUYANA



Soort:

Zandspieringen en bijvangsten

Ammodytes spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 2a, 3a en 4 (1)

Denemarken

0

(2)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland

0

(2)

Zweden

0

(2)

Unie

0

(2)

 

Verenigd Koninkrijk

0

(2)

 

 

TAC

0

 

 

(1)

Exclusief wateren binnen zes zeemijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.

(2)

Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en makreel (OT1/*2A3A4X). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en makreel en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen, als bepaald in bijlage III, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Gebied: wateren van de Unie van de beheersgebieden voor zandspieringen



 

1r

2r

3r

4

5r

6

7r

 

(SAN/234_1R)

(SAN/234_2R)

(SAN/234_3R)

(SAN/234_4)

(SAN/234_5R)

(SAN/234_6)

(SAN/234_7R)

Denemarken

0

0

0

0

0

0

0

Duitsland

0

0

0

0

0

0

0

Zweden

0

0

0

0

0

0

0

Unie

0

0

0

0

0

0

0

Verenigd Koninkrijk

0

0

0

0

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

0

0

0

0

0

0

0



Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1 en 2

(ARU/1/2.)

Duitsland

6

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2

 

Nederland

5

 

Unie

13

 

Verenigd Koninkrijk

10

 

 

TAC

23

 



Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie van 3a en 4

(ARU/3A4-C)

Denemarken

273

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

3

 

Frankrijk

2

 

Ierland

2

 

Nederland

13

 

Zweden

11

 

Unie

304

 

Verenigd Koninkrijk

5

 

 

TAC

309

 



Soort:

Grote zilvervis

Argentina silus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5, 6 en 7

(ARU/567.)

Duitsland

71

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2

 

Ierland

66

 

Nederland

742

 

Unie

881

 

Verenigd Koninkrijk

52

 

 

TAC

933

 



Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2 en 14

(USK/1214EI)

Duitsland

2

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2

(1)

Overige

1

(1)

Unie

5

(1)

Verenigd Koninkrijk

2

(1)

 

TAC

7

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (USK/1214EI_AMS).



Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie van 4

(USK/04-C.)

Denemarken

17

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

5

 

Frankrijk

12

 

Zweden

2

 

Overige

2

(1)

Unie

38

 

Verenigd Koninkrijk

26

 

 

TAC

64

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (USK/04-C_AMS).



Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5, 6 en 7

(USK/567EI.)

Duitsland

4

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

15

 

Frankrijk

176

 

Ierland

17

 

Overige

4

(1)

Unie

216

 

Noorwegen

731

(2) (3) (4) (5)

Verenigd Koninkrijk

85

 

 

TAC

1 032

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (USK/567EI_AMS).

(2)

Te vangen in de wateren van de Unie van 2a, 4, 5b, 6 en 7 (USK/*24X7C).

(3)

Bijzondere voorwaarde: waarvan een incidentele vangst van andere soorten tot 25 % per vaartuig in 5b, 6 en 7 te allen tijde is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale incidentele vangst van andere soorten in 5b, 6 en 7 mag niet meer bedragen dan de hieronder opgegeven hoeveelheid, in ton (OTH/*5B67-). De bijvangst van kabeljauw uit hoofde van deze bepaling mag in 6a niet meer bedragen dan 5 %.

750

 

 

(4)

Met inbegrip van leng. De volgende quota voor Noorwegen mogen in 5b, 6 en 7 alleen met beuglijnen worden gevangen:

 

 

 

 

 

Leng (LIN/*5B67-)

2 000

 

 

Lom (USK/*5B67-)

731

 

(5)

De lom- en lengquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid in ton:

500

 

 



Soort:

Lom

Brosme brosme

Gebied:

Noorse wateren van 4

(USK/04-N.)

België

0

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

41

 

Duitsland

0

 

Frankrijk

0

 

Nederland

0

 

Unie

41

 

Verenigd Koninkrijk

1

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

▼M1



Soort:

Evervissen

Caproidae

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 6, 7 en 8

(BOR/678-)

Denemarken

1 645

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Ierland

4 632

 

Unie

6 277

 

Verenigd Koninkrijk

426

 

 

TAC

6 703

 

▼B



Soort:

Haring (1)

Clupea harengus

Gebied:

3a

(HER/03A.)

Denemarken

2 577

(2)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

41

(2)

Zweden

2 696

(2)

Unie

5 314

(2)

Noorwegen

818

 

Faeröer

0

(3)

 

TAC

6 132

 

(1)

Vangsten van haring in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2)

Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in wateren van de Unie van 4 (HER/*04-C.).

(3)

Mag alleen worden gevangen in het Skagerrak (HER/*03AN.).



Soort:

Haring (1)

Clupea harengus

Gebied:

wateren van de Unie en Noorse wateren van 4 ten noorden van 53°30' N.B.

(HER/04AB.)

Denemarken

14 867

 

Analytische TAC

Artikel8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

9 851

 

Frankrijk

5 168

 

Nederland

12 929

 

Zweden

978

 

Unie

43 793

 

Faeröer

63

 

Noorwegen

27 913

(2)

Verenigd Koninkrijk

13 896

 

TAC

96 252

 

(1)

Vangsten van haring in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2)

Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel. Binnen de limieten van dit quotum mag niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheid, in ton, worden gevangen in de wateren van de Unie van 4a en 4b (HER/*4AB-C). Er wordt een extra hoeveelheid van maximaal 10 000 ton toegekend indien Noorwegen om een dergelijke verhoging verzoekt.

12 500

 

 

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag de Unie niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden vangen in de Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B. Er wordt een extra hoeveelheid van maximaal 2500 ton toegekend indien de Unie om een dergelijke verhoging verzoekt.

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B. (HER/*4N-S62)

 

 

 

Unie

12 500

 

 

 



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62°N.B.

(HER/4N-S62)

Zweden

237

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

237

 

 

TAC

96 252

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Haring (1)

Clupea harengus

Gebied:

3a

(HER/03A-BC)

Denemarken

1 423

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

13

 

Zweden

229

 

Unie

1 665

 

 

TAC

1 665

 

(1)

Uitsluitend voor vangsten van haring gevangen als bijvangst in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.



Soort:

Haring(1)

Clupea harengus

Gebied:

4, 7d en wateren van de Unie van 2a

(HER/2A47DX)

België

11

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

2 143

 

Duitsland

11

 

Frankrijk

11

 

Nederland

11

 

Zweden

11

 

Unie

2 198

 

Verenigd Koninkrijk

41

 

 

TAC

2 239

 

(1)

Uitsluitend voor vangsten van haring gevangen als bijvangst in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.



Soort:

Haring (1)

Clupea harengus

Gebied:

4c, 7d (2)

(HER/4CXB7D)

België

2 158

(3)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

200

(3)

Duitsland

133

(3)

Frankrijk

2 569

(3)

Nederland

4541

(3)

Unie

9 601

(3)

Verenigd Koninkrijk

988

(3)

 

TAC

96 252

 

(1)

Uitsluitend voor vangsten van haring in visserijen die gebruikmaken van vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2)

Uitgezonderd het Blackwater-bestand: bedoeld is het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuidwaarts gaat vanaf Landguard Point (51° 56' N.B., 1° 19,1' O.L.) tot 51° 33' N.B. en vandaar rechtwijzend westwaarts naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(3)

Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in 4b (HER/*04B.).



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b, 6b en 6aN (1)

(HER/5B6ANB)

Duitsland

97

(2)

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

19

(2)

Ierland

132

(2)

Nederland

97

(2)

Unie

345

(2)

Verenigd Koninkrijk

526

(2)

 

TAC

871

 

(1)

Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-gebied 6a ten oosten van 7° W.L. en ten noorden van 55° N.B., of ten westen van 7° W.L. en ten noorden van 56° N.B. met uitzondering van de Clyde.

(2)

Het is verboden gericht op haring te vissen in het deel van de onder deze TAC vallende ICES-gebieden dat tussen 56° N.B. en 57°30' N.B. ligt, met uitzondering van een gordel van zes zeemijl gemeten vanaf de basislijn van de territoriale zee van het Verenigd Koninkrijk.



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

6aS (1), 7b en 7c

(HER/6AS7BC)

Ierland

309

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Nederland

31

 

Unie

340

 

 

TAC

340

 

(1)

Bedoeld is het haringbestand in 6a ten zuiden van 56°00' N.B. en ten westen van 07°00' W.L.



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7a (1)

(HER/07A/MM)

Ierland

525

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

525

 

Verenigd Koninkrijk

1 491

 

 

TAC

2 016

 

(1)

Dit gebied wordt verminderd met de zone die wordt begrensd:

— in het noorden door de breedtegraad 52°30' N.B.,

— in het zuiden door de breedtegraad 52°00' N.B.,

— in het westen door de kust van Ierland,

— in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7e en 7f

(HER/7EF.)

Frankrijk

116

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

116

 

Verenigd Koninkrijk

116

 

 

TAC

232

 



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

7g (1), 7h (1), 7j (1) en 7k (1)

(HER/7G-K.)

Duitsland

3

(2)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

14

(2)

Ierland

188

(2)

Nederland

14

(2)

Unie

219

(2)

Verenigd Koninkrijk

0

(2)

 

TAC

219

(2)

(1)

Dit gebied wordt uitgebreid met de zone die wordt begrensd:

— in het noorden door de breedtegraad 52°30' N.B.,

— in het zuiden door de breedtegraad 52°00' N.B.,

— in het westen door de kust van Ierland,

— in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(2)

Dit quotum mag alleen worden toegewezen aan vaartuigen die overeenkomstig de beoordeling van de ICES deelnemen aan onderzoeksvisserij met het oog op het verzamelen van op de visserij gebaseerde gegevens voor dit bestand. Alvorens vangsten toe te staan, stellen de betrokken lidstaten de Commissie in kennis van de naam (namen) van het vaartuig (de vaartuigen).



Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

8

(ANE/08.)

Spanje

29 700

 

Analytische TAC

Frankrijk

3 300

 

Unie

33 000

 

 

TAC

33 000

 



Soort:

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

Gebied:

9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(ANE/9/3411)

Spanje

0

(1)

Voorzorgs-TAC

Portugal

0

(1)

Unie

0

(1)

 

TAC

0

(1)

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Skagerrak

(COD/03AN.)

België

1

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

421

 

Duitsland

11

 

Nederland

3

 

Zweden

74

 

Unie

510

 

 

TAC

526

 



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Kattegat

(COD/03AS.)

Denemarken

75

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland

2

(1)

Zweden

46

(1)

Unie

123

(1)

 

TAC

123

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

(COD/2A3AX4)

België

109

(1)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

625

 

Duitsland

396

 

Frankrijk

134

(1)

Nederland

353

(1)

Zweden

4

 

Unie

1 621

 

Noorwegen

626

(2)

Verenigd Koninkrijk

1 433

(1)

 

TAC

3 680

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in 7d (COD/*07D.).

(2)

Mag in de wateren van de Unie worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van 4 (COD/*04N-)

 

 

Unie

2 655

 

 

 



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(COD/4N-S62)

Zweden

96

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

96

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

6b; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b ten westen van 12°00' W.L. en van 12 en 14

(COD/5W6-14)

België

0

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

0

 

Frankrijk

2

 

Ierland

1

 

Unie

3

 

Verenigd Koninkrijk

3

 

 

TAC

6

 



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

6a; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b ten oosten van 12°00' W.L.

(COD/5BE6A)

België

1

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 9 van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

5

(1)

Frankrijk

51

(1)

Ierland

71

(1)

Unie

128

(1)

Verenigd Koninkrijk

193

(1)

 

TAC

321

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten van kabeljauw in visserijen op andere soorten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij op kabeljauw niet toegestaan.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7a

(COD/07A.)

België

1

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2

(1)

Ierland

43

(1)

Nederland

0

(1)

Unie

46

(1)

Verenigd Koninkrijk

19

(1)

 

TAC

65

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7b, 7c, 7e-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(COD/7XAD34)

België

5

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 9 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

74

(1)

Ierland

115

(1)

Nederland

0

(1)

Unie

194

(1)

Verenigd Koninkrijk

8

(1)

 

TAC

202

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten van kabeljauw in visserijen op andere soorten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij op kabeljauw niet toegestaan.



Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

7d

(COD/07D.)

België

9

(1)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

180

(1)

Nederland

5

(1)

Unie

194

(1)

Verenigd Koninkrijk

20

(1)

 

TAC

214

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in: 4; wateren van de Unie van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort (COD/*2A3X4).



Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(LEZ/2AC4-C)

België

2

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

2

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

12

 

Nederland

10

 

Unie

28

 

Verenigd Koninkrijk

703

 

 

TAC

731

 



Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b en 6; internationale wateren van 12 en 14

(LEZ/56-14)

Spanje

168

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

654

(1)

Ierland

191

 

Unie

1 013

 

Verenigd Koninkrijk

463

(1)

 

TAC

1 476

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in wateren van de Unie van 2a en 4 (LEZ/*2AC4C).



Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

7

(LEZ/07.)

België

127

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

1 405

(2)

Frankrijk

1 705

(2)

Ierland

775

(2)

Unie

4 012

 

Verenigd Koninkrijk

671

(2)

 

TAC

4 683

 

(1)

10 % van dit quotum mag worden gevangen in 8a, 8b, 8d en 8e (LEZ/*8ABDE) voor bijvangsten in de gerichte visserij op tong.

(2)

35 % van dit quotum mag worden gevangen in 8a, 8b, 8d en 8e (LEZ/*8ABDE).



Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(LEZ/8ABDE.)

Spanje

248

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

200

 

Unie

448

 

 

TAC

448

 



Soort:

Scharretongen

Lepidorhombus spp.

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(LEZ/8C3411)

Spanje

1 912

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

96

 

Portugal

64

 

Unie

2 072

 

 

TAC

2 158

 



Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(ANF/2AC4-C)

België

125

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

275

(1)

Duitsland

134

(1)

Frankrijk

26

(1)

Nederland

94

(1)

Zweden

3

(1)

Unie

657

(1)

Verenigd Koninkrijk

2 865

(1)

 

 

TAC

3 522

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 10 % worden gevangen in: 6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14 (ANF/*56-14).



Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

Noorse wateren van 4

(ANF/04-N.)

België

13

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

326

 

Duitsland

5

 

Nederland

5

 

Unie

349

 

Verenigd Koninkrijk

76

 

 

TAC

Niet van toepassing

 



Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(ANF/56-14)

België

72

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

82

(1)

Spanje

77

 

Frankrijk

881

(1)

Ierland

199

 

Nederland

69

(1)

Unie

1 380

 

Verenigd Koninkrijk

613

(1)

 

TAC

1 993

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in wateren van de Unie van 2a en 4 (ANF/*2AC4C).

▼M1



Soort:

Zeeduivels

Lophiidae

Gebied:

7

(ANF/07.)

België

1 468

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

164

(1)

Spanje

583

(1)

Frankrijk

9 419

(1)

Ierland

1 204

(1)

Nederland

190

(1)

Unie

13 028

(1)

Verenigd Koninkrijk

2 857

(1)

 

TAC

15 885

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 10 % in 8a, 8b, 8d en 8e worden gevangen (ANF/*8ABDE)

▼B



Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(ANF/8ABDE.)

Spanje

343

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

1 909

 

Unie

2 252

 

 

TAC

2 252

 



Soort:

Zeeduivel

Lophiidae

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(ANF/8C3411)

Spanje

2 934

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

3

 

Portugal

584

 

Unie

3 521

 

 

TAC

3 672

 



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

3a

(HAD/03A.)

België

3

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

442

 

Duitsland

28

 

Nederland

1

 

Zweden

52

 

Unie

526

 

 

TAC

548

 



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a

(HAD/2AC4.)

België

52

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

354

 

Duitsland

225

 

Frankrijk

393

 

Nederland

39

 

Zweden

36

 

Unie

1 099

 

Noorwegen

1 975

 

Verenigd Koninkrijk

5 840

 

 

TAC

8 914

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van 4 (HAD/*04N-)

 

 

 

Unie

5 161

 

 

 



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(HAD/4N-S62)

Zweden

177

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

177

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 6b, 12 en 14

(HAD/6B1214)

België

6

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

7

 

Frankrijk

289

 

Ierland

206

 

Unie

508

 

Verenigd Koninkrijk

2 111

 

 

TAC

2 619

 



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b en 6a

(HAD/5BC6A.)

België

1

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

1

(1)

Frankrijk

55

(1)

Ierland

163

(1)

Unie

220

 

Verenigd Koninkrijk

774

(1)

 

TAC

994

 

(1)

Niet meer dan 10 % van dit quotum mag worden gevangen in 4; wateren van de Unie van 2a (HAD/*2AC4.).



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

7b-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(HAD/7X7A34)

België

30

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

1 810

 

Ierland

603

 

Unie

2 443

 

Verenigd Koninkrijk

272

 

 

TAC

2 715

 



Soort:

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Gebied:

7a

(HAD/07A.)

België

13

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

57

 

Ierland

342

 

Unie

412

 

Verenigd Koninkrijk

378

 

 

TAC

790

 



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

3a

(WHG/03A.)

Denemarken

292

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Nederland

1

 

Zweden

31

 

Unie

324

 

 

TAC

415

 



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a

(WHG/2AC4.)

België

82

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

356

 

Duitsland

93

 

Frankrijk

535

 

Nederland

206

 

Zweden

1

 

Unie

1 273

 

Noorwegen

304

(1)

Verenigd Koninkrijk

2 573

 

 

TAC

4 290

 

(1)

Mag in de wateren van de Unie worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van 4 (WHG/*04N-)

 

 

Unie

2 700

 

 

 



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(WHG/56-14)

Duitsland

1

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 9 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

14

(1)

Ierland

68

(1)

Unie

83

(1)

Verenigd Koninkrijk

151

(1)

 

TAC

234

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten van wijting in visserijen op andere soorten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij op wijting niet toegestaan.



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

7a

(WHG/07A.)

België

1

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 9 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

6

(1)

Ierland

104

(1)

Nederland

0

(1)

Unie

111

(1)

Verenigd Koninkrijk

70

(1)

 

TAC

181

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten van wijting in visserijen op andere soorten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij op wijting niet toegestaan.

▼M1



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

7b, 7c, 7d, 7e, 7f, 7 g, 7h, 7j en 7k

(WHG/7X7A-C)

België

37

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2 258

 

Ierland

1 629

 

Nederland

18

 

Unie

3 942

 

Verenigd Koninkrijk

404

 

 

TAC

4 346

 

▼B



Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

8

(WHG/08.)

Spanje

880

 

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

1 321

 

Unie

2 201

 

 

TAC

2 276

 



Soort:

Wijting en witte koolvis

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(W/P/4N-S62)

Zweden

48

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

48

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

3a

(HKE/03A.)

Denemarken

784

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Zweden

67

(1)

Unie

851

 

 

TAC

851

 

(1)

Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar wateren van de Unie van 2a en 4. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.



Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(HKE/2AC4-C)

België

14

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

570

(1)

Duitsland

65

(1)

Frankrijk

126

(1)

Nederland

33

(1)

Unie

808

(1)

Verenigd Koninkrijk

178

(1)

 

TAC

986

 

(1)

Niet meer dan 10 % van dit quotum mag worden gebruikt voor bijvangsten in 3a (HKE/*03A.).



Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

6 en 7; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(HKE/571214)

België

146

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

4 667

 

Frankrijk

7 207

(1)

Ierland

873

 

Nederland

94

(1)

Unie

12 987

 

Verenigd Koninkrijk

2 845

(1)

 

TAC

15 832

 

(1)

Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar wateren van de Unie van 2a en 4. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

8a, 8b, 8d en 8e (HKE/*8ABDE)

 

 

België

19

 

 

 

Spanje

753

 

 

 

Frankrijk

753

 

 

 

Ierland

94

 

 

 

Nederland

10

 

 

 

Unie

1 629

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

424

 

 

 



Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(HKE/8ABDE.)

België

5

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

3 249

 

Frankrijk

7 296

 

Nederland

10

(1)

Unie

10 560

 

 

TAC

10 560

 

(1)

Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar 4 en wateren van de Unie van 2a. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

6 en 7; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14 (HKE/*57-14)

België

1

 

 

 

Spanje

941

 

 

 

Frankrijk

1 694

 

 

 

Nederland

3

 

 

 

Unie

2 639

 

 

 



Soort:

Heek

Merluccius merluccius

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(HKE/8C3411)

Spanje

5 320

 

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

511

 

Portugal

2 483

 

Unie

8 314

 

 

TAC

8 517

 



Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

Noorse wateren van 2 en 4

(WHB/24-N.)

Denemarken

0

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

0

 

Verenigd Koninkrijk

0

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

▼M1



Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14

(WHB/1X14)

Denemarken

34 892

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

13 566

(1)

Spanje

29 581

(1) (2)

Frankrijk

24 282

(1)

Ierland

27 019

(1)

Nederland

42 546

(1)

Portugal

2 748

(1) (2)

Zweden

8 631

(1)

Unie

183 265

(1) (3)

Noorwegen

69 930

 

Faeröer

7 000

 

Verenigd Koninkrijk

45 274

(1)

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

Bijzondere voorwaarde: met inachtneming van een totale toegangslimiet van 24 375  ton voor de Unie mogen lidstaten ten hoogste het volgende percentage van hun quota in de wateren van de Faeröer vangen (WHB/*05-F.): 14,3 %.

(2)

Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar 8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie gemeld.

(3)

Bijzondere voorwaarde: van de Uniequota in de wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 (WHB/*NZJM1) en in 8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (WHB/*NZJM2), mag de volgende hoeveelheid worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen:

133 566



Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(WHB/8C3411)

Spanje

25 065

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Portugal

6 266

 

Unie

31 331

(1)

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

Bijzondere voorwaarde: van de Uniequota in de wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8a, 8b, 8d, 8e, 12 en 14 (WHB/*NZJM1) en in 8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (WHB/*NZJM2), mag de volgende hoeveelheid worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen:.

133 566



Soort:

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

Gebied:

wateren van de Unie van 2, 4a, 5, 6 ten noorden van 56° 30′ N.B. en 7 ten westen van 12° W.L.

(WHB/24A567)

Noorwegen

133 566

(1) (2)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Faeröer

26 250

(3) (4)

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

In mindering te brengen op de door Noorwegen vastgestelde quota.

(2)

Bijzondere voorwaarde: de vangst in 4a bedraagt niet meer dan de volgende hoeveelheid (WHB/*04A-C):

28 000

Deze vangstbeperking in 4a stemt overeen met het volgende percentage van de toegangslimiet van Noorwegen:

18 %

(3)

Te verrekenen met de door de Faeröer vastgestelde quota.

(4)

Bijzondere voorwaarde: mag ook worden gevangen in 6b (WHB/*06B-C). De vangst in 4a bedraagt niet meer dan de volgende hoeveelheid (WHB/*04A-C):

6 563

▼B



Soort:

Tongschar en witje

Microstomus kitt en

Glyptocephalus cynoglossus

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(L/W/2AC4-C)

België

92

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

253

 

Duitsland

33

 

Frankrijk

69

 

Nederland

211

 

Zweden

3

 

Unie

661

 

Verenigd Koninkrijk

1 036

 

 

TAC

1 697

 



Soort:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5b, 6 en 7

(BLI/5B67-)

Duitsland

28

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Estland

4

 

Spanje

89

 

Frankrijk

2 032

 

Ierland

8

 

Litouwen

2

 

Polen

1

 

Overige

8

(1)

Unie

2 172

 

Noorwegen

63

(2)

Faeröer

38

(3)

Verenigd Koninkrijk

517

 

 

TAC

2 790

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (BLI/5B67_AMS).

(2)

Te vangen in de wateren van de Unie van 2a, 4, 5b, 6 en 7 (BLI/*24X7C).

(3)

Bijvangsten van rondneusgrenadier en zwarte haarstaart worden op dit quotum in mindering gebracht. Te vangen in wateren van de Unie van 6a ten noorden van 56°30' N.B. en 6b. Deze bepaling geldt niet voor vangsten die onder de aanlandingsverplichting vallen.



Soort:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied:

internationale wateren van 12

(BLI/12INT-)

Estland

0

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

33

(1)

Frankrijk

1

(1)

Litouwen

0

(1)

Overige

0

(1)

Unie

34

(1)

Verenigd Koninkrijk

0

(1)

 

TAC

34

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (BLI/12INT_AMS).



Soort:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 2 en 4

(BLI/24-)

Denemarken

1

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

1

 

Ierland

1

 

Frankrijk

4

 

Overige

1

(1)

Unie

8

 

Verenigd Koninkrijk

2

 

 

TAC

10

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (BLI/24_AMS).



Soort:

Blauwe leng

Molva dypterygia

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 3a

(BLI/03A-)

Denemarken

1

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

0

 

Zweden

1

 

Unie

2

 

 

TAC

2

 



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1 en 2

(LIN/1/2.)

Denemarken

7

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

7

 

Frankrijk

7

 

Overige

3

(1)

Unie

24

 

Verenigd Koninkrijk

7

 

 

TAC

31

 

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (LIN/1/2_AMS).



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

wateren van de Unie van 3a

(LIN/03A-C.)

België

3

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

25

 

Duitsland

3

 

Zweden

10

 

Unie

41

 

Verenigd Koninkrijk

3

 

 

TAC

44

 



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

wateren van de Unie van 4

(LIN/04-C.)

België

7

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

106

(1)

Duitsland

66

(1)

Frankrijk

59

 

Nederland

2

 

Zweden

5

(1)

Unie

245

 

Verenigd Koninkrijk

815

(1)

 

TAC

1060

 

(1)

hiervan mag tot 25 % maar niet meer dan 75 ton worden gevangen in wateren van de Unie van 3a (LIN/*03A-C).



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 5

(LIN/05EI.)

België

2

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

2

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

2

 

Unie

8

 

Verenigd Koninkrijk

2

 

 

TAC

10

 



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 6, 7, 8, 9, 10, 12 en 14

(LIN/6X14.)

België

12

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

2

(1)

Duitsland

42

(1)

Ierland

225

 

Spanje

840

 

Frankrijk

896

(1)

Portugal

2

 

Unie

2 019

 

Noorwegen

2 000

(2) (3) (4)

 

Faeröer

50

(5) (6)

 

Verenigd Koninkrijk

1 032

(1)

 

TAC

5 101

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 35 % worden gevangen in: wateren van de Unie van 4 (LIN/*04-C.).

(2)

Bijzondere voorwaarde: waarvan een incidentele vangst van andere soorten tot 25 % per vaartuig in 5b, 6 en 7 te allen tijde is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale incidentele vangst van andere soorten in 5b, 6 en 7 mag niet meer bedragen dan de hieronder opgegeven hoeveelheid, in ton (OTH/*6X14.). De bijvangst van kabeljauw uit hoofde van deze bepaling mag in 6a niet meer bedragen dan 5 %.

750

 

 

 

(3)

Inclusief lom. De volgende quota voor Noorwegen mogen in 5b, 6 en 7 alleen met beuglijnen worden gevangen:

 

 

 

 

 

 

Leng (LIN/*5B67-)

2000

 

 

 

Lom (USK/*5B67-)

731

 

 

(4)

De leng- en lomquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid, in ton:

500

 

 

(5)

Inclusief lom. Te vangen in 6b en 6a ten noorden van 56°30' N.B. (LIN/*6BAN.).

(6)

Bijzondere voorwaarde: waarvan een incidentele vangst van andere soorten tot 20 % per vaartuig in 6a en 6b te allen tijde is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale incidentele vangst van andere soorten in 6a en 6b mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in ton (OTH/*6AB.):

19



Soort:

Leng

Molva molva

Gebied:

Noorse wateren van 4

(LIN/04-N.)

België

2

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

297

 

Duitsland

8

 

Frankrijk

3

 

Nederland

1

 

Unie

311

 

Verenigd Koninkrijk

27

 

 

TAC

Niet van toepassing

 



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

3a

(NEP/03A.)

Denemarken

9 084

 

Analytische TAC

Duitsland

26

 

Zweden

3 250

 

Unie

12 360

 

 

TAC

12 360

 



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(NEP/2AC4-C)

België

301

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

301

 

Duitsland

5

 

Frankrijk

9

 

Nederland

155

 

Unie

771

 

Verenigd Koninkrijk

4 981

 

 

TAC

5 752

 



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

Noorse wateren van 4

(NEP/04-N.)

Denemarken

142

 

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

0

 

Unie

142

 

Verenigd Koninkrijk

8

 

 

TAC

Niet van toepassing

 



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b

(NEP/5BC6.)

Spanje

8

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

32

 

Ierland

54

 

Unie

94

 

Verenigd Koninkrijk

3 881

 

 

TAC

3 975

 

▼M1



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

7

(NEP/07.)

Spanje

252

(1)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

1 022

(1)

Ierland

1 550

(1)

Unie

2 824

(1)

Verenigd Koninkrijk

1 379

(1)

 

TAC

4 203

(1)

(1)

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied 7 (NEP/*07U16):

Spanje

437

Frankrijk

274

Ierland

526

Unie

1 237

Verenigd Koninkrijk

213

▼B



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(NEP/8ABDE.)

Spanje

239

 

Analytische TAC

Frankrijk

3 745

 

Unie

3 984

 

 

TAC

3 984

 



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

8c

(NEP/08C.)

Spanje

2,4

(1)

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

0,0

(1)

Unie

2,4

(1)

 

TAC

2,4

(1)

(1)

Uitsluitend voor vangsten in het kader van onderzoeksvisserij voor het verzamelen van gegevens over de vangsten per inspanningseenheid (CPUE) door vaartuigen met waarnemers aan boord:

– 1,7 ton in functionele eenheid 25 tijdens vijf reizen per maand in augustus en september;

– 0,7 ton in functionele eenheid 31 tijdens zeven dagen in juli.



Soort:

Langoustine

Nephrops norvegicus

Gebied:

9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(NEP/9/3411)

Spanje

94

(1)

Voorzorgs-TAC

Portugal

280

(1)

Unie

374

(1) (2)

 

TAC

374

(1) (2)

(1)

Waarvan niet meer dan 6 % mag worden gevangen in de functionele eenheden 26 en 27 van ICES-sector 9a (NEP/*9U267).

(2)

Binnen de limieten van de bovenstaande TAC mag in functionele eenheid 30 van ICES-sector 9a (NEP/*9U30) niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheid: 65



Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

3a

(PRA/03A.)

Denemarken

531

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Zweden

286

 

Unie

817

 

 

TAC

1 529

 



Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(PRA/2AC4-C)

Denemarken

45

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Nederland

0

 

Zweden

2

 

Unie

47

 

Verenigd Koninkrijk

13

 

 

TAC

60

 



Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(PRA/4N-S62)

Denemarken

50

 

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Zweden

31

(1)

Unie

81

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Peneïdegarnalen

Penaeus spp.

Gebied:

wateren van Frans-Guyana

(PEN/FGU.)

Frankrijk

Nog vast te stellen

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

Unie

Nog vast te stellen

(1) (2)

 

TAC

Nog vast te stellen

(1) (2)

(1)

Vissen op garnalen van de soorten Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m.

(2)

Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als het quotum van Frankrijk.



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

Skagerrak

(PLE/03AN.)

België

26

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

3 308

 

Duitsland

17

 

Nederland

636

 

Zweden

177

 

Unie

4 164

 

 

TAC

4 912

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

Kattegat

(PLE/03AS.)

Denemarken

369

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

4

 

Zweden

41

 

Unie

414

 

 

TAC

719

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

4; wateren van de Unie van 2a; het gedeelte van 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

(PLE/2A3AX4)

België

1 381

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

4 487

 

Duitsland

1 294

 

Frankrijk

259

 

Nederland

8 627

 

Unie

16 048

 

Noorwegen

2 570

(1)

Verenigd Koninkrijk

6 385

 

 

TAC

36 713

 

(1)

Waarvan niet meer dan 75 ton mag worden gevangen in het Skagerrak (PLE/*03AN.).

 

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van 4 (PLE/*04N-)

 

 

Unie

14 010

 

 

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b;

internationale wateren van 12 en 14

(PLE/56-14)

Frankrijk

2

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Ierland

65

 

Unie

67

 

Verenigd Koninkrijk

97

 

 

TAC

164

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

7a

(PLE/07A.)

België

29

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

13

 

Ierland

361

 

Nederland

9

 

Unie

412

 

Verenigd Koninkrijk

287

 

 

TAC

699

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

7b en 7c

(PLE/7BC.)

Frankrijk

4

 

Voorzorgs-TAC

Ierland

15

 

Unie

19

 

 

TAC

19

 

▼M1



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

7d en 7e

(PLE/7DE.)

België

674

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2 247

 

Unie

2 921

 

Verenigd Koninkrijk

1 198

 

 

TAC

4 119

 

▼B



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

7f en 7g

(PLE/7FG.)

België

117

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

211

 

Ierland

64

 

Unie

392

 

Verenigd Koninkrijk

110

 

 

TAC

502

 



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

7h, 7j en 7k

(PLE/7HJK.)

België

1

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 9 van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

2

(1)

Ierland

8

(1)

Nederland

4

(1)

Unie

15

(1)

Verenigd Koninkrijk

2

(1)

 

TAC

17

(1)

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten van schol in visserijen op andere soorten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij op schol niet toegestaan.



Soort:

Schol

Pleuronectes platessa

Gebied:

8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(PLE/8/3411)

Spanje

26

 

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

103

 

Portugal

26

 

Unie

155

 

 

TAC

155

 



Soort:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(POL/56-14)

Spanje

1

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

29

 

Ierland

9

 

Unie

39

 

Verenigd Koninkrijk

22

 

 

TAC

61

 



Soort:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied:

7

(POL/07.)

België

95

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

6

(1)

Frankrijk

2 178

(1)

Ierland

232

(1)

Unie

2 511

(1)

Verenigd Koninkrijk

530

(1)

 

TAC

3 041

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 2 % worden gevangen in: 8a, 8b, 8d en 8e (POL/*8ABDE).



Soort:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied:

8a, 8b, 8d en 8e

(POL/8ABDE.)

Spanje

252

 

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

1 230

 

Unie

1 482

 

 

TAC

1 482

 



Soort:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied:

8c

(POL/08C.)

Spanje

149

 

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

17

 

Unie

166

 

 

TAC

166

 



Soort:

Witte koolvis

Pollachius pollachius

Gebied:

9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(POL/9/3411)

Spanje

196

(1)

Voorzorgs-TAC

Portugal

7

(1) (2)

Unie

203

(1)

 

TAC

203

(2)

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 8c (POL/*08C.).

(2)

Boven op deze TAC mag Portugal een hoeveelheid witte koolvis van maximaal 98 ton vangen (POL/93411P).



Soort:

Zwarte koolvis

Pollachius virens

Gebied:

3a en 4; wateren van de Unie van 2a

(POK/2C3A4)

België

7

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

823

 

Duitsland

2 079

 

Frankrijk

4 892

 

Nederland

21

 

Zweden

113

 

Unie

7 935

 

Noorwegen

10 426

(1)

Verenigd Koninkrijk

1 594

 

 

TAC

19 955

 

(1)

Mag alleen in de wateren van de Unie van 4 en in 3a worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.



Soort:

Zwarte koolvis

Pollachius virens

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b, 12 en 14

(POK/56-14)

Duitsland

88

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

870

 

Ierland

100

 

Unie

1 058

 

Noorwegen

235

(1)

Verenigd Koninkrijk

778

 

 

TAC

2 071

 

(1)

Te vangen ten noorden van 56°30' N.B. (POK/*5614N).



Soort:

Zwarte koolvis

Pollachius virens

Gebied:

Noorse wateren ten zuiden van 62° N.B.

(POK/4N-S62)

Zweden

220

(1)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

220

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.



Soort:

Zwarte koolvis

Pollachius virens

Gebied:

7, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(POK/7/3411)

België

2

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

311

 

Ierland

373

 

Unie

686

 

Verenigd Koninkrijk

109

 

 

TAC

795

 



Soort:

Tarbot en griet

Scophthalmus maximus en Scophthalmus rhombus

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(T/B/2AC4-C)

België

119

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

255

 

Duitsland

65

 

Frankrijk

31

 

Nederland

902

 

Zweden

2

 

Unie

1 374

 

Verenigd Koninkrijk

251

 

 

TAC

1625

 



Soort:

Roggen

Rajiformes

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(SRX/2AC4-C)

België

73

(1) (2) (3) (4)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

3

(1) (2) (3)

Duitsland

4

(1) (2) (3)

Frankrijk

12

(1) (2) (3) (4)

Nederland

62

(1) (2) (3) (4)

Unie

154

(1) (3)

Verenigd Koninkrijk

281

(1) (2) (3) (4)

 

TAC

435

(3)

(1)

Vangsten van blonde rog (Raja brachyura) in de wateren van de Unie van 4 (RJH/04-C.), grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/2AC4-C), stekelrog (Raja clavata) (RJC/2AC4-C) en gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) worden afzonderlijk gemeld.

(2)

Bijvangstquotum. Deze soorten mogen per visreis niet meer dan 25 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten uitmaken. Deze voorwaarde geldt enkel voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 m. Deze bepaling geldt niet voor vangsten die vallen onder de aanlandingsverplichting als vastgesteld in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(3)

Dit is niet van toepassing op blonde rog (Raja brachyura) in de wateren van de Unie van 2a en kleinoogrog (Raja microocellata) in de wateren van de Unie van 2a en 4. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze soorten.

(4)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 10 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 7d (SRX/*07D2.), onverminderd de verbodsbepalingen die in de artikelen 20 en 57 van deze verordening voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgesteld. Vangsten van blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D2.), grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D2.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D2.) en gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D2.) worden afzonderlijk gemeld. Deze bijzondere voorwaarde geldt niet voor kleinoogrog (Raja microocellata) en golfrog (Raja undulata).



Soort:

Roggen

Rajiformes

Gebied:

wateren van de Unie van 3a

(SRX/03A-C.)

Denemarken

9

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Zweden

3

(1)

Unie

12

(1)

 

TAC

12

 

(1)

Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/03A-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/03A-C.) en gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/03A-C.) worden afzonderlijk gemeld.



Soort:

Roggen

Rajiformes

Gebied:

wateren van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k

(SRX/67AKXD)

België

230

(1) (2) (3) (4)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Estland

1

(1) (2) (3) (4)

Frankrijk

1 032

(1) (2) (3) (4)

Duitsland

3

(1) (2) (3) (4)

Ierland

332

(1) (2) (3) (4)

Litouwen

5

(1) (2) (3) (4)

Nederland

1

(1) (2) (3) (4)

Portugal

6

(1) (2) (3) (4)

Spanje

278

(1) (2) (3) (4)

Unie

1 888

(1) (2) (3) (4)

Verenigd Koninkrijk

658

(1) (2) (3) (4)

 

TAC

2 546

(3) (4)

(1)

Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/67AKXD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/67AKXD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), zandrog (Raja circularis) (RJI/67AKXD) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/67AKXD) worden afzonderlijk gemeld.

(2)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 7d (SRX/*07D.), onverminderd de verbodsbepalingen die in de artikelen 20 en 57 van deze verordening voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgesteld. Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D.), zandrog (Raja circularis) (RJI/*07D.) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/*07D.) worden afzonderlijk gemeld. Deze bijzondere voorwaarde geldt niet voor kleinoogrog (Raja microocellata) en golfrog (Raja undulata).

(3)

Dit is niet van toepassing op kleinoogrog (Raja microocellata), behalve in de wateren van de Unie van 7f en 7g. Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze soorten. Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de wateren van de Unie van 7f en 7g (RJE/7FG.) niet meer kleinoogrog worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Soort:

Kleinoogrog

Raja microocellata

Gebied:

wateren van de Unie van 7f en 7g

(RJE/7FG.)

België

4

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Estland

0

Frankrijk

20

Duitsland

0

Ierland

6

Litouwen

0

Nederland

0

Portugal

0

Spanje

5

Unie

35

Verenigd Koninkrijk

13

 

 

TAC

48

 

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 7d; deze hoeveelheid wordt gemeld onder de volgende code: (RJE/*07D.). Deze bijzondere voorwaarde geldt onverminderd de verbodsbepalingen die in de artikelen 20 en 57 van deze verordening voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgesteld.

(4)

Dit is niet van toepassing op golfrog (Raja undulata).



Soort:

Roggen

Rajiformes

Gebied:

wateren van de Unie van 7d

(SRX/07D.)

België

33

(1) (2) (3) (4)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

278

(1) (2) (3) (4)

Nederland

2

(1) (2) (3) (4)

Unie

313

(1) (2) (3) (4)

Verenigd Koninkrijk

56

(1) (2) (3) (4)

 

TAC

369

(4)

(1)

Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/07D.) en kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/07D.) worden afzonderlijk gemeld.

(2)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k (SRX/*67AKD). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*67AKD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*67AKD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*67AKD) en gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*67AKD) worden afzonderlijk gemeld. Deze bijzondere voorwaarde geldt niet voor kleinoogrog (Raja microocellata) en golfrog (Raja undulata).

(3)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 10 % worden gevangen in de wateren van de Unie van 2a en 4 (SRX/*2AC4C). Vangsten van blonde rog (Raja brachyura) in de wateren van de Unie van 4 (RJH/*04-C.), grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*2AC4C), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*2AC4C) en gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*2AC4C) worden afzonderlijk gemeld. Deze bijzondere voorwaarde geldt niet voor kleinoogrog (Raja microocellata).

(4)

Dit is niet van toepassing op golfrog (Raja undulata).

▼M1



Soort:

Golfrog

Raja undulata

Gebied:

7d en 7e

(RJU/7DE.)

België

13

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Estland

0

(1)

Frankrijk

63

(1)

Duitsland

0

(1)

Ierland

16

(1)

Litouwen

0

(1)

Nederland

0

(1)

Portugal

0

(1)

Spanje

14

(1)

Unie

106

(1)

Verenigd Koninkrijk

35

(1)

 

TAC

141

(1)

(1)

Op deze soort wordt niet gericht gevist in de gebieden waarvoor deze TAC geldt. Deze soort mag alleen worden aangeland in gehele staat of van de ingewanden ontdaan. De vorige bepalingen gelden onverminderd de verbodsbepalingen die in de artikelen 20 en 57 van deze verordening voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgesteld.

▼B



Soort:

Roggen

Rajiformes

Gebied:

wateren van de Unie van 8 en 9

(SRX/89-C.)

België

3

(1) (2)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

451

(1) (2)

Portugal

366

(1) (2)

Spanje

368

(1) (2)

Unie

1 188

(1) (2)

Verenigd Koninkrijk

3

(1) (2)

 

TAC

1 191

(2)

(1)

Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/89-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/89-C.) en stekelrog (Raja clavata) (RJC/89-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(2)

Dit is niet van toepassing op golfrog (Raja undulata). Op deze soort wordt niet gericht gevist in de gebieden waarvoor deze TAC geldt. In gevallen waarin de aanlandingsverplichting niet geldt, mag bijvangst van golfrog in de deelgebieden 8 en 9 alleen worden aangeland in gehele staat of van de ingewanden ontdaan. De vangsten overschrijden de quota in de onderstaande tabel niet. Deze bepalingen gelden onverminderd de verbodsbepalingen die in de artikelen 20 en 57 van deze verordening voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgesteld. De bijvangst van golfrog wordt afzonderlijk gerapporteerd onder de in onderstaande tabellen vermelde codes. Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer golfrog worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Soort:

Golfrog

Raja undulata

Gebied:

wateren van de Unie van 8

(RJU/8-C.)

België

0

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

3

Portugal

3

Spanje

3

Unie

9

Verenigd Koninkrijk

0

 

 

TAC

9

 

 

Soort:

Golfrog

Raja undulata

Gebied:

wateren van de Unie van 9

(RJU/9-C.)

België

0

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

5

Portugal

4

Spanje

4

Unie

13

Verenigd Koninkrijk

0

 

 

TAC

13

 



Soort:

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b en 6

(GHL/2A-C46)

Denemarken

4

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

6

 

Estland

4

 

Spanje

4

 

Frankrijk

58

 

Ierland

4

 

Litouwen

4

 

Polen

4

 

Unie

88

 

Noorwegen

313

(1)

Verenigd Koninkrijk

228

 

 

TAC

629

 

(1)

Te vangen in de wateren van de Unie van 2a en 6. In 6 mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C).

▼M1



Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Gebied:

3a en 4; wateren van de Unie van 2a, 3b, 3c en de deelsectoren 22-32

(MAC/2A34.)

België

407

(1) (2)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

13 999

(1) (2)

Duitsland

424

(1) (2)

Frankrijk

1 281

(1) (2)

Nederland

1 289

(1) (2)

Zweden

3 821

(1) (2) (3)

Unie

21 221

(1) (2)

Noorwegen

133 741

(4)

Verenigd Koninkrijk

1 194

(1) (2)

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag ook in de twee onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

 

Noorse wateren van 2a (MAC/*02AN-)

Wateren van de Faeröer (MAC/*FRO1)

België

55

56

Denemarken

1 887

1 929

Duitsland

57

59

Frankrijk

173

176

Nederland

174

178

Zweden

515

527

Unie

2 860

2 925

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

161

165

(2)

Mag ook in de Noorse wateren van 4a worden gevangen (MAC/*4AN.).

(3)

Bijzondere voorwaarde: inclusief de volgende hoeveelheid in ton in Noorse wateren van 2a en 4a (MAC/*2A4AN):

190

Indien overeenkomstig deze bijzondere voorwaarde wordt gevist, worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

(4)

In mindering te brengen op het Noorse TAC-aandeel (toegangsquotum). Deze hoeveelheid omvat het volgende Noorse aandeel in de Noordzee-TAC:

38 778

Dit quotum mag uitsluitend in 4a worden gevangen (MAC/*04A.), behalve de volgende hoeveelheid (in ton), die mag worden gevangen in 3a (MAC/*03A.):

2 100

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de volgende gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:



 

3a

3a en 4bc

4b

4c

6, internationale wateren van 2a, van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december

 

(MAC/*03A.)

(MAC/*3A4BC)

(MAC/*04B.)

(MAC/*04C.)

(MAC/*2A6.)

Denemarken

0

2 891

0

0

8 399

Frankrijk

0

343

0

0

0

Nederland

0

343

0

0

0

Zweden

0

0

273

7

2 179

Verenigd Koninkrijk

0

343

0

0

0

Noorwegen

2 100

0

0

0

0



Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Gebied:

6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 2a, 12 en 14

(MAC/2CX14-)

Duitsland

17 562

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

19

(1)

Estland

146

(1)

Frankrijk

11 709

(1)

Ierland

58 539

(1)

Letland

108

(1)

Litouwen

108

(1)

Nederland

25 610

(1)

Polen

1 237

(1)

Unie

115 038

(1)

Noorwegen

12 369

(2) (3)

Faeröer

26 142

(4)

Verenigd Koninkrijk

160 985

(1)

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 25 % beschikbaar worden gemaakt voor uitwisselingen die kunnen worden gevangen door Spanje, Frankrijk en Portugal in 8c, 9 en 10 en de wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (MAC/*8C910).

(2)

Mag worden gevangen in 2a, 6a ten noorden van 56° 30′ N.B., 4a, 7d, 7e, 7f en 7h (MAC/*AX7H).

(3)

Noorwegen mag de onderstaande hoeveelheid van de toegangslimiet (MAC/* N5630), uitgedrukt in ton, vangen ten noorden van 56°30′ N.B. De niet onder voetnoot 2 verrekende hoeveelheden worden in mindering gebracht op de door Noorwegen vastgestelde vangstbeperking.

28 659

(4)

Deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van de Faeröer (toegangsquotum). Mag alleen worden gevangen in 6a ten noorden van 56° 30′ N.B. (MAC/*6AN56). Van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december mag dit quotum echter ook worden gevangen in 2a en in 4a ten noorden van 59° N.B. (EU-zone) (MAC/*24N59).

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:



 

wateren van de Unie van 2a; wateren van de Unie en Noorse wateren van 4a. Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december

Noorse wateren van 2a

Wateren van de Faeröer

 

(MAC/*4A-EN)

(MAC/*2AN-)

(MAC/*FRO2)

Duitsland

10 599

1 428

1 461

Frankrijk

7 067

951

974

Ierland

35 330

4 762

4 871

Nederland

15 457

2 082

2 131

Unie

68 453

9 223

9 437

Verenigd Koninkrijk

97 162

13 097

13 395



Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Gebied:

8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(MAC/8C3411)

Spanje

24 990

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

166

(1)

Portugal

5 165

(1)

Unie

30 321

 

 

TAC

Niet van toepassing

(1)

Bijzondere voorwaarde: de hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in 8a, 8b en 8d worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in 8a, 8b en 8d worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

8b (MAC/*08B.)



Spanje

2 099

Frankrijk

14

Portugal

433

▼B



Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Gebied:

Noorse wateren van 2a en 4a

(MAC/2A4A-N)

Denemarken

9 394

 

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

9 394

 

 

TAC

Niet van toepassing

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

3a; wateren van de Unie van de deelsectoren 22-24

(SOL/3ABC24)

Denemarken

500

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

29

(1)

Nederland

48

(1)

Zweden

19

 

Unie

596

 

 

TAC

596

 

(1)

Dit quotum mag alleen in de wateren van de Unie van 3a en van de deelsectoren 22-24 worden gevangen.

▼M1



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(SOL/24-C.)

België

731

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

334

 

Duitsland

585

 

Frankrijk

146

 

Nederland

6 597

 

Unie

8 393

 

Noorwegen

5

(1)

Verenigd Koninkrijk

376

 

 

TAC

8 774

 

(1)

Mag alleen worden gevangen in de wateren van de Unie van 4 (SOL/*04-C.).

▼B



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(SOL/56-14)

Ierland

12

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

12

 

Verenigd Koninkrijk

3

 

 

TAC

15

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7a

(SOL/07A.)

België

53

 

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

1

 

Ierland

19

 

Nederland

17

 

Unie

90

 

Verenigd Koninkrijk

24

 

 

TAC

114

 

▼M1



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7b en 7c

(SOL/7BC.)

Frankrijk

6

 

Voorzorgs-TAC

Ierland

28

 

Unie

34

 

 

TAC

34

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7d

(SOL/07D.)

België

339

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

678

 

Unie

1 017

 

Verenigd Koninkrijk

242

 

 

TAC

1 259

 

▼B



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7e

(SOL/07E.)

België

13

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

139

 

Unie

152

 

Verenigd Koninkrijk

218

 

 

TAC

370

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7f en 7g

(SOL/7FG.)

België

258

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

26

 

Ierland

13

 

Unie

297

 

Verenigd Koninkrijk

116

 

 

TAC

413

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

7h, 7j en 7k

(SOL/7HJK.)

België

7

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

14

 

Ierland

37

 

Nederland

11

 

Unie

69

 

Verenigd Koninkrijk

14

 

 

TAC

83

 



Soort:

Tong

Solea solea

Gebied:

8a en 8b

(SOL/8AB.)

België

42

 

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Spanje

8

 

Frankrijk

3 116

 

Nederland

233

 

Unie

3 399

 

 

TAC

3 483

 



Soort:

Tongen

Solea spp.

Gebied:

8c, 8d, 8e, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

(SOO/8CDE34)

Spanje

258

 

Voorzorgs-TAC

Portugal

428

 

Unie

686

 

 

TAC

686

 



Soort:

Sprot en geassocieerde bijvangsten

Sprattus sprattus

Gebied:

3a

(SPR/03A.)

Denemarken

0

(1) (2)

Analytische TAC

Duitsland

0

(1) (2)

Zweden

0

(1) (2)

Unie

0

(1) (2)

 

TAC

0

(2)

(1)

Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en schelvis (OTH/*03A.). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en schelvis en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(2)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022.



Soort:

Sprot en geassocieerde bijvangsten

Sprattus sprattus

Gebied:

wateren van de Unie van 2a en 4

(SPR/2AC4-C)

België

0

(1) (2)

Analytische TAC

Denemarken

0

(1) (2)

Duitsland

0

(1) (2)

Frankrijk

0

(1) (2)

Nederland

0

(1) (2)

Zweden

0

(1) (2) (3)

Unie

0

(1) (2)

Noorwegen

0

(1)

Faeröer

0

(1) (4)

Verenigd Koninkrijk

0

(1) (2)

 

TAC

0

(1)

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022.

(2)

Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting (OTH/*2AC4C). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(3)

Inclusief zandspieringen.

(4)

Mag tot 4 % bijvangsten van haring bevatten.



Soort:

Sprot

Sprattus sprattus

Gebied:

7d en 7e

(SPR/7DE.)

België

2

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

122

 

Duitsland

2

 

Frankrijk

26

 

Nederland

26

 

Unie

178

 

Verenigd Koninkrijk

198

 

 

TAC

376

 



Soort:

Doornhaai

Squalus acanthias

Gebied:

wateren van de Unie en internationale wateren van 1, 5, 6, 7, 8, 12 en 14

(DGS/15X14)

België

5

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

1

(1)

Spanje

3

(1)

Frankrijk

21

(1)

Ierland

13

(1)

Nederland

0

(1)

Portugal

0

(1)

Unie

43

(1)

Verenigd Koninkrijk

25

(1)

 

TAC

68

(1)

(1)

In de gebieden waarvoor deze TAC geldt, mag niet gericht op doornhaai worden gevist. Exemplaren die incidenteel worden gevangen in visserijen waarin doornhaai niet onder de aanlandingsverplichting valt, moeten ongedeerd worden gelaten, en onmiddellijk worden teruggezet, overeenkomstig de artikelen 20 en 57 van deze verordening. In afwijking van artikel 14 mag een vaartuig dat deelneemt aan het door het WTECV positief beoordeelde programma ter vermijding van bijvangsten, per maand niet meer dan 2 ton doornhaai die dood is op het moment dat het vistuig aan boord wordt gehesen, aanlanden. De lidstaten die deelnemen aan het programma ter vermijding van bijvangsten, moeten ervoor zorgen dat de totale hoeveelheden doornhaai die jaarlijks op grond van deze afwijking worden aangeland, niet hoger zijn dan de hierboven vermelde hoeveelheden. Alvorens enige aanlanding toe te staan, stellen zij de Commissie in kennis van de lijst van deelnemende vaartuigen. De lidstaten wisselen informatie uit over de gebieden waar bijvangsten worden vermeden.



Soort:

Horsmakrelen en geassocieerde bijvangsten

Trachurus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 4b, 4c en 7d

(JAX/4BC7D)

België

3

(1)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

1 328

(1)

Duitsland

117

(1) (2)

Spanje

25

(1)

Frankrijk

110

(1) (2)

Ierland

84

(1)

Nederland

799

(1) (2)

Portugal

3

(1)

Zweden

19

(1)

Unie

2 488

 

Noorwegen

638

(3)

Verenigd Koninkrijk

316

(1) (2)

 

TAC

3 442

 

(1)

Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel (OTH/*4BC7D). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(2)

Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum in sector 7d wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor het volgende gebied: wateren van de Unie van 2a, 4a, 6, 7a-c,7e-k, 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14 (JAX/*7D-EU).

(3)

Mag worden gevangen in de wateren van de Unie van 4a, maar mag niet worden gevangen in de wateren van de Unie van 7d (JAX/*04-C.).

▼M1



Soort:

Horsmakrelen en geassocieerde bijvangsten

Trachurus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van 2a, 4a; 6, 7a-c,7e-k, 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14

(JAX/2A-14)

Denemarken

5 457

(1) (3)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

4 258

(1) (2) (3)

Spanje

5 808

(3) (5)

Frankrijk

2 191

(1) (2) (3) (5)

Ierland

14 181

(1) (3)

Nederland

17 085

(1) (2) (3)

Portugal

559

(3) (5)

Zweden

540

(1) (3)

Unie

50 079

(3)

Faeröer

1 280

(4)

Verenigd Koninkrijk

5 135

(1) (2) (3)

 

TAC

56 494

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni in de wateren van de Unie van 2a of 4a wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor de wateren van de Unie van 4b, 4c en 7d (JAX/*2A4AC).

(2)

Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in 7d (JAX/*07D.). Onder deze bijzondere voorwaarde en overeenkomstig voetnoot 3 worden bijvangsten van evervissen en wijting afzonderlijk gerapporteerd onder de volgende code: (OTH/*07D.).

(3)

Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel (OTH/*2A-14). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(4)

Beperkt tot 4a, 6a (uitsluitend ten noorden van 56° 30′ N.B.), 7e, 7f en 7h.

(5)

Bijzondere voorwaarde: tot 80 % van dit quotum mag worden gevangen in 8c (JAX/*08C2.). Onder deze bijzondere voorwaarde en overeenkomstig voetnoot 3 worden bijvangsten van evervissen en wijting afzonderlijk gerapporteerd onder de volgende code: (OTH/*08C2).

▼B



Soort:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied:

8c

(JAX/08C.)

Spanje

2 504

(1)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Frankrijk

44

 

Portugal

248

(1)

Unie

2 796

 

 

TAC

2 796

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: tot 10 % van dit quotum mag worden gevangen in 9 (JAX/*09.).



Soort:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied:

9

(JAX/09.)

Spanje

31 834

(1)

Analytische TAC

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Portugal

91 211

(1)

Unie

123 045

 

 

TAC

128 627

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: tot 10 % van dit quotum mag worden gevangen in 8c (JAX/*08C.).



Soort:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied:

10; wateren van de Unie van Cecaf(1)

(JAX/X34PRT)

Portugal

Nog vast te stellen

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

Unie

Nog vast te stellen

(2)

 

TAC

Nog vast te stellen

(2)

(1)

Wateren grenzend aan de Azoren.

(2)

Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als het quotum van Portugal.



Soort:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van Cecaf(1)

(JAX/341PRT)

Portugal

Nog vast te stellen

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

Unie

Nog vast te stellen

(2)

 

TAC

Nog vast te stellen

(2)

(1)

Wateren grenzend aan Madeira.

(2)

Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als het quotum van Portugal.



Soort:

Horsmakrelen

Trachurus spp.

Gebied:

wateren van de Unie van Cecaf(1)

(JAX/341SPN)

Spanje

Nog vast te stellen

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 6 van deze verordening is van toepassing.

Unie

Nog vast te stellen

(2)

 

TAC

Nog vast te stellen

(2)

(1)

Wateren grenzend aan de Canarische eilanden.

(2)

Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als het quotum van Spanje.



Soort:

Kever en geassocieerde bijvangsten

Trisopterus esmarkii

Gebied:

3a; wateren van de Unie van 2a en 4

(NOP/2A3A4_Q1)

Jaar

2021

 

 

 

 

 

 

Denemarken

5 620

(1) (3)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

1

(1) (2) (3)

Nederland

4

(1) (2) (3)

Unie

5 625

(1) (3)

Noorwegen

p.m.

(4)

Faeröer

p.m.

(5)

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van schelvis en wijting (OT2/*2A3A4_Q1). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van schelvis en wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(2)

Het quotum mag alleen worden gevangen in de wateren van de Unie van de ICES-gebieden 2a, 3a en 4.

(3)

Het quotum van de Unie mag alleen worden gevangen van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021.

(4)

Er moet een sorteerrooster worden gebruikt.

(5)

Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. Met inbegrip van maximaal 15 % onvermijdelijke bijvangsten (NOP/*2A3A4) die op dit quotum in mindering moeten worden gebracht.



Soort:

Industriële vis

Gebied:

Noorse wateren van 4

(I/F/04-N.)

Zweden

200

(1) (2)

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Unie

200

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

(2)

Bijzondere voorwaarde: waarvan niet meer dan de volgende hoeveelheid horsmakrelen (JAX/*04-N.):

100

 

 



Soort:

Andere soorten

Gebied:

wateren van de Unie van 5b, 6 en 7

(OTH/5B67-C)

Unie

Niet van toepassing

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Noorwegen

70

(1)

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Uitsluitend vangsten met beuglijnen.



Soort:

Andere soorten

Gebied:

Noorse wateren van 4

(OTH/04-N.)

België

15

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

1 375

 

Duitsland

155

 

Frankrijk

64

 

Nederland

110

 

Zweden

Niet van toepassing

(1)

Unie

1 719

(2)

Verenigd Koninkrijk

1 031

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor “andere soorten”.

(2)

Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg.



Soort:

Andere soorten

Gebied:

wateren van de Unie van 2a, 4 en 6a ten noorden van 56°30' N.B.

(OTH/2A46AN)

Unie

niet van toepassing

 

Voorzorgs-TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Noorwegen

1 688

(1) (2)

Faeröer

38

(3)

 

TAC

Niet van toepassing

 

(1)

Beperkt tot 2a en 4 (OTH/*2A4-C).

(2)

Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg.

(3)

Te vangen in 4 en 6a ten noorden van 56°30' N.B. (OTH/*46AN).




Aanhangsel

De in artikel 9, lid 4, genoemde TAC's zijn de volgende:

Voor België: tong in 7a; tong in 7f en 7g; tong in 7e; tong in 8a en 8b; scharretongen in 7; schelvis in 7b-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1; langoustine in 7; kabeljauw in 7a; schol in 7f en 7g; schol in 7h, 7j en 7k; roggen in 6a, 6b, 7a-c en 7e-k.
Voor Frankrijk: makreel in 3a en 4; wateren van de Unie van 2a, 3b, 3c en de deelsectoren 22-32; haring in 4, 7d en wateren van de Unie van 2a; horsmakrelen in wateren van de Unie van 4b, 4c en 7d; wijting in 7b-k; schelvis in 7b-k, 8, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1; tong in 7f en 7g; wijting in 8; zeebrasem in wateren van de Unie en internationale wateren van 6, 7 en 8; evervissen in wateren van de Unie en internationale wateren van 6, 7 en 8; makreel in 6, 7, 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 2a, 12 en 14; roggen in wateren van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k; roggen in wateren van de Unie van 7d, roggen in wateren van de Unie van 8 en 9; golfrog in wateren van de Unie van 7d en 7e.
Voor Ierland: zeeduivel in 6; wateren van de Unie en internationale wateren van 5b; internationale wateren van 12 en 14; zeeduivel in 7; langoustine in functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied 7.




BIJLAGE IB

NOORDOOSTELIJK DEEL VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND, ICES-DEELGEBIEDEN 1, 2, 5, 12 EN 14 EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 1

▼M1



Soort:

Haring

Clupea harengus

Gebied:

wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, Noorse wateren en internationale wateren van 1 en 2

(HER/1/2-)

België

10

(1)

Analytische TAC

Artikel 7, lid 1, van deze verordening is van toepassing.

Denemarken

9 965

(1)

Duitsland

1 745

(1)

Spanje

33

(1)

Frankrijk

430

(1)

Ierland

2 580

(1)

Nederland

3 566

(1)

Polen

504

(1)

Portugal

33

(1)

Finland

154

(1)

Zweden

3 692

(1)

Unie

22 713