02019R1602 — NL — 15.04.2024 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1602 VAN DE COMMISSIE van 23 april 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt (PB L 250 van 30.9.2019, blz. 6) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2024/950 VAN DE COMMISSIE van 15 januari 2024 |
L 950 |
1 |
26.3.2024 |
|
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1602 VAN DE COMMISSIE
van 23 april 2019
tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt
(Voor de EER relevante tekst)
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Artikel 2
Definitie
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder “plaats van bestemming” de plaats waar de zending wordt geleverd voor de uiteindelijke lossing, zoals vermeld in het GGB, verstaan.
Artikel 3
Gevallen waarin het GGB zendingen tot hun plaats van bestemming moet vergezellen
Elke zending, ongeacht of deze al dan niet is gesplitst aan de grenscontrolepost of na het verlaten van de grenscontrolepost, maar vóór zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, gaat vergezeld van een GGB.
Artikel 4
Voorwaarden voor het GGB dat zendingen vergezelt die niet zijn gesplitst
Wanneer een zending niet is gesplitst vóór zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, zijn de volgende voorschriften van toepassing:
de voor een zending verantwoordelijke exploitant zorgt ervoor dat een kopie van het GGB, op papier of in elektronische vorm, de zending vergezelt tot de plaats van bestemming en totdat zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625;
de voor de zending verantwoordelijke exploitant vermeldt het referentienummer van het GGB in de bij de douaneautoriteiten ingediende douaneaangifte en houdt een kopie van dit GGB ter beschikking van de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 163 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
de douaneautoriteiten delen in het Imsoc de informatie mee over de in de douaneaangifte vermelde hoeveelheid van de zending en staan slechts toe dat de zending onder een douaneregeling wordt geplaatst als de totale hoeveelheid die in het GGB is vermeld, niet wordt overschreden. Dit voorschrift is niet van toepassing wanneer de zending onder de in artikel 210, punten a), b) en d), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde douaneregelingen moet worden geplaatst.
Artikel 5
Voorwaarden voor het GGB dat zendingen vergezelt die aan de grenscontrolepost zijn gesplitst
Wanneer een zending aan de grenscontrolepost moet worden gesplitst, zijn de volgende voorschriften van toepassing:
bij de voorafgaande kennisgeving overeenkomstig artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 geeft de voor de zending verantwoordelijke exploitant de grenscontrolepost aan als plaats van bestemming in het GGB voor de gehele zending;
na de voltooiing van het GGB voor de gehele zending door de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost overeenkomstig artikel 56, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625 verzoekt de voor de zending verantwoordelijke exploitant de zending te splitsen en dient hij voor elk deel van de gesplitste zending via het Imsoc een GGB in, waarin hij de hoeveelheid, het vervoermiddel en de plaats van bestemming voor het desbetreffende deel van de gesplitste zending vermeldt;
de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost voltooit de GGB's voor de afzonderlijke delen van de gesplitste zending overeenkomstig artikel 56, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625, op voorwaarde dat de som van de in die GGB's aangegeven hoeveelheden niet groter is dan de totale hoeveelheid die in het GGB voor de hele zending is vermeld;
de voor de zending verantwoordelijke exploitant zorgt ervoor dat een kopie van het GGB, op papier of in elektronische vorm, voor elk deel van de gesplitste zending het desbetreffende deel van de gesplitste zending vergezelt tot de hierin vermelde plaats van bestemming en totdat het voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625;
de voor de zending verantwoordelijke exploitant vermeldt het referentienummer van het GGB voor elk deel van de gesplitste zending in de bij de douaneautoriteiten ingediende douaneaangifte en houdt een kopie van dit GGB ter beschikking van de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 163 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
de douaneautoriteiten delen in het Imsoc de informatie mee over de in de douaneaangifte vermelde hoeveelheid van het desbetreffende deel van de gesplitste zending en staan slechts toe dat dit deel onder een douaneregeling wordt geplaatst als de totale hoeveelheid die in het GGB voor dat deel van de gesplitste zending is vermeld, niet wordt overschreden. Dit voorschrift is niet van toepassing wanneer de zending onder de in artikel 210, punten a), b) en d), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde douaneregelingen moet worden geplaatst.
In geval van een niet-conforme zending die aan de grenscontrolepost moet worden opgesplitst en wanneer de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost de exploitant gelast slechts voor een deel van de zending een of meer van de in artikel 66, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde acties te ondernemen, zijn de volgende voorschriften van toepassing:
na voltooiing van het GGB voor de gehele zending dient de voor de zending verantwoordelijke exploitant een GGB in voor elk deel van de gesplitste zending en geeft hij daarin de hoeveelheid, het vervoermiddel en de plaats van bestemming voor dat deel aan;
de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost voltooit de GGB's voor de afzonderlijke delen van de gesplitste zending overeenkomstig artikel 56, lid 5, van Verordening (EU) 2017/625, rekening houdend met de beslissing die is genomen voor elk deel van de gesplitste zending;
lid 1, onder d), e) en f), is van toepassing op elk deel van de gesplitste zending.
Artikel 6
Voorwaarden voor het GGB dat zendingen onder douanetoezicht vergezelt die zijn gesplitst nadat zij de grenscontrolepost hebben verlaten
Wanneer een zending moet worden gesplitst nadat zij de grenscontrolepost heeft verlaten en vóór zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, zijn de volgende voorschriften van toepassing:
de voor de zending verantwoordelijke exploitant zorgt ervoor dat een kopie van het GGB, op papier of in elektronische vorm, elk deel van de gesplitste zending vergezelt tot de plaats van bestemming en totdat zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625;
voor elk deel van de gesplitste zending vermeldt de voor de zending verantwoordelijke exploitant het referentienummer van het GGB in de bij de douaneautoriteiten ingediende douaneaangifte en houdt hij een kopie van dit GGB ter beschikking van de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 163 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
voor elk deel van de gesplitste zending delen de douaneautoriteiten in het Imsoc de informatie mee over de in de douaneaangifte vermelde hoeveelheid voor dat deel en staan zij slechts toe dat dit deel onder een douaneregeling wordt geplaatst als de totale hoeveelheid die in het GGB is vermeld, niet wordt overschreden. Dit voorschrift is niet van toepassing wanneer de zending onder de in artikel 210, punten a), b) en d), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde douaneregelingen moet worden geplaatst.
Artikel 7
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.
Artikel 4, punt c), artikel 5, lid 1, punt f), en artikel 6, punt c), zijn evenwel van toepassing vanaf de datum waarop de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde elektronische gegevensverwerkingstechnieken van de douane operationeel worden, of uiterlijk vanaf 3 maart 2025.
De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten in kennis van de datum waarop die elektronische gegevensverwerkingstechnieken operationeel worden.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.