02019R0817 — NL — 28.01.2025 — 004.002
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2019/817 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 mei 2019 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2021/1152 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 7 juli 2021 |
L 249 |
15 |
14.7.2021 |
|
|
VERORDENING (EU) 2024/982 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 maart 2024 |
L 982 |
1 |
5.4.2024 |
|
|
VERORDENING (EU) 2025/12 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2024 |
L 12 |
1 |
8.1.2025 |
|
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2019/817 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 mei 2019
tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Onderwerp
Het kader bestaat onder meer uit de volgende interoperabiliteitscomponenten:
een Europees zoekportaal (European search portal — ESP);
een gezamenlijke dienst voor biometrische matching (biometric matching service — gezamenlijke BMS);
een gemeenschappelijk identiteitsregister (common identity repository — CIR);
een detector van meerdere identiteiten (multiple-identity detector — MID).
Artikel 2
Doelstellingen
Door de interoperabiliteit te waarborgen, dient deze verordening de volgende doelstellingen:
verhogen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van grenscontroles aan de buitengrenzen;
bijdragen tot het voorkomen en bestrijden van illegale immigratie;
bijdragen aan een hoog veiligheidsniveau in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de Unie, met inbegrip van handhaving van de openbare orde en veiligheid en vrijwaring van de veiligheid op het grondgebied van de lidstaten;
verbeteren van de uitvoering van het gemeenschappelijk visumbeleid;
verlenen van bijstand bij de behandeling van verzoeken om internationale bescherming;
bijdragen aan het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;
bieden van ondersteuning bij de identificatie van onbekende personen die niet in staat zijn zichzelf te legitimeren of van niet-geïdentificeerde stoffelijke overschotten bij natuurrampen, ongevallen of terroristische aanslagen.
De in lid 1 bedoelde doelstellingen worden bereikt door:
de correcte identificatie van personen te verzekeren;
bij te dragen tot de bestrijding van identiteitsfraude;
te zorgen voor gegevens van hogere kwaliteit en geharmoniseerde vereisten inzake de kwaliteit van gegevens die zijn opgeslagen in de Unie-informatiesystemen, met inachtneming van de gegevensbeschermingsvoorschriften waarin de rechtsinstrumenten voor de afzonderlijke systemen voorzien, en van de gegevensbeschermingsnormen en -beginselen;
de technische en operationele implementatie van bestaande Unie-informatiesystemen door de lidstaten te vergemakkelijken en te ondersteunen;
de gegevensbeveiliging en -beschermingsvoorwaarden voor de respectieve Unie-informatiesystemen strenger, eenvoudiger en uniformer te maken, zonder afbreuk te doen aan de bijzondere bescherming en waarborgen die op bepaalde gegevenscategorieën van toepassing zijn;
de voorwaarden voor de toegang van aangewezen autoriteiten tot het EES, VIS, Etias en Eurodac te stroomlijnen en te zorgen voor noodzakelijke en evenredige voorwaarden voor die toegang;
de doelstellingen van het EES, VIS, Etias, Eurodac, SIS en het ECRIS-TCN te ondersteunen.
Artikel 3
Toepassingsgebied
Artikel 4
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
„buitengrenzen” : de buitengrenzen in de zin van artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2016/399; |
|
2) |
„grenscontroles” : grenscontroles in de zin van artikel 2, punt 11, van Verordening (EU) 2016/399; |
|
3) |
„grensautoriteiten” : de grenswachter die overeenkomstig het nationale recht is aangewezen voor het verrichten van grenscontroles; |
|
4) |
„toezichthoudende autoriteiten” : de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteit en de in artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 bedoelde toezichthoudende autoriteit; |
|
5) |
„verificatie” : het proces waarbij reeksen gegevens worden vergeleken om vast te stellen of een beweerde identiteit correct is (één-op-éénvergelijking); |
|
6) |
„identificatie” : het proces waarbij de identiteit van een persoon wordt vastgesteld door middel van een zoekopdracht in een databank en vergelijking met meerdere reeksen gegevens (één-op-veelvergelijking); |
|
7) |
„alfanumerieke gegevens” : door letters, cijfers, speciale tekens, spaties en leestekens weergegeven gegevens; |
|
8) |
„identiteitsgegevens” : de in artikel 27, lid 3, onder a) tot en met e), bedoelde gegevens; |
|
9) |
„vingerafdrukgegevens” : beelden van vingerafdrukken en beelden van latente vingerafdrukken die vanwege hun uniciteit en de erin vervatte referentiepunten accurate en definitieve vergelijkingen met iemands identiteit mogelijk maken; |
|
10) |
„gezichtsopname” : een digitale afbeelding van het gezicht; |
|
11) |
„biometrische gegevens” : vingerafdrukgegevens of gezichtsopnames of beiden; |
|
12) |
„biometrische template” : een mathematische weergave die wordt verkregen door uit biometrische gegevens uitsluitend de kenmerken te extraheren die nodig zijn om identificaties en verificaties te verrichten; |
|
13) |
„reisdocument” : een paspoort of een ander gelijkwaardig document dat de houder ervan het recht geeft de buitengrenzen te overschrijden en waarin een visum kan worden aangebracht; |
|
14) |
„reisdocumentgegevens” : het type, het nummer en het land van uitgifte van het reisdocument, de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument verstrijkt, en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven; |
|
15) |
„Unie-informatiesystemen” : het EES, VIS, Etias, Eurodac, SIS en ECRIS-TCN; |
|
16) |
„Europol-gegevens” : persoonsgegevens die door Europol worden verwerkt voor de in artikel 18, lid 2, onder a), b) en c), van Verordening (EU) 2016/794 bedoelde doeleinden; |
|
17) |
„Interpol-databanken” : de Interpol-databank voor gestolen en verloren reisdocumenten (SLTD-databank) en de Interpol-databank voor reisdocumenten die voorkomen in Notices (TDAWN-databank); |
|
18) |
„match” : het bestaan van een verband dat aan het licht wordt gebracht door een automatische vergelijking tussen persoonsgegevens die in een informatiesysteem of databank zijn of worden geregistreerd; |
|
19) |
„politieautoriteit” : „bevoegde autoriteit” zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 7, van Richtlijn (EU) 2016/680; |
|
20) |
„aangewezen autoriteiten” : de aangewezen lidstatelijke autoriteiten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 26, van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 2, lid 1, onder e), van Besluit 2008/633/JBZ, en artikel 3, lid 1, punt 21, van Verordening (EU) 2018/1240; |
|
21) |
„terroristisch misdrijf” : een strafbaar feit naar nationaal recht dat overeenkomt met of gelijkwaardig is aan een van de in Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) bedoelde strafbare feiten; |
|
22) |
„ernstig strafbaar feit” : een strafbaar feit dat overeenkomt met of gelijkwaardig is aan een van de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad ( 3 ) bedoelde strafbare feiten, indien het naar nationaal recht strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van minstens drie jaar; |
|
23) |
„inreis-uitreissysteem” of EES : het inreis-uitreissysteem als ingesteld bij Verordening (EU) 2017/2226; |
|
24) |
„visuminformatiesysteem” of „VIS” : het Visuminformatiesysteem als ingesteld bij Verordening (EG) nr. 767/2008; |
|
25) |
„het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie” of „Etias” : het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie als ingesteld bij Verordening (EU) nr. 2018/1240; |
|
26) |
„Eurodac” : Eurodac als ingesteld bij Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ); |
|
27) |
„Schengeninformatiesysteem” of „SIS” : het Schengeninformatiesysteem als ingesteld bij Verordeningen (EU) 2018/1860, (EU) 2018/1861 en (EU) 2018/1862; |
|
28) |
„ECRIS-TCN” : het gecentraliseerde systeem voor de identificatie van lidstaten met informatie inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen, ingesteld bij Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ). |
Artikel 5
Non-discriminatie en grondrechten
De verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze verordening mag niet leiden tot discriminatie van personen op grond van onder meer geslacht, ras, huidskleur, etnische afstamming of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Bij de verwerking worden de menselijke waardigheid, integriteit en grondrechten ten volle gerespecteerd, met inbegrip van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan kinderen, ouderen, personen met een handicap en personen die internationale bescherming behoeven. Het belang van het kind komt op de eerste plaats.
HOOFDSTUK II
Het Europees zoekportaal
Artikel 6
Het Europees zoekportaal
Het ESP bestaat uit:
een centrale infrastructuur, waaronder een zoekportaal voor het gelijktijdig doorzoeken van het EES, VIS, Etias, Eurodac, SIS, ECRIS-TCN, alsmede van de Europol-gegevens en de Interpol-databanken;
een beveiligd communicatiekanaal tussen het ESP, de lidstaten en de Unie-agentschappen die gebruik mogen maken van het ESP;
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het ESP en het EES, VIS, Etias, Eurodac, centrale SIS, ECRIS-TCN, de Europol-gegevens en de Interpol-databanken, alsmede tussen het ESP en de centrale infrastructuren van het CIR en de MID;
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het ESP en de router die is opgezet bij Verordening (EU) 2024/982 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ).
Artikel 7
Gebruik van het Europees zoekportaal
Deze lidstatelijke autoriteiten en de Unie-agentschappen mogen het ESP en de door het ESP verstrekte gegevens alleen gebruiken voor de doelstellingen die zijn vastgelegd in de rechtsinstrumenten betreffende die Unie-informatiesystemen in Verordening (EU) 2016/794 en in deze verordening.
Artikel 8
Profielen voor de gebruikers van het Europees zoekportaal
Om het gebruik van het ESP mogelijk te maken, maakt eu-LISA samen met de lidstaten in overeenstemming met de in lid 2 bedoelde technische details en toegangsrechten een profiel aan op basis van elke categorie van ESP-gebruikers en over de doeleinden van hun zoekopdrachten. Elk profiel bevat overeenkomstig het Unie- en nationale recht de volgende informatie:
de voor de zoekopdrachten gebruikte datavelden;
de Unie-informatiesystemen, Europol-gegevens en Interpol-databanken die moeten worden doorzocht, die kunnen worden doorzocht en die de gebruiker van een antwoord moeten voorzien;
de specifieke gegevens in de Unie-informatiesystemen, de Europol-gegevens en de Interpol-databanken die kunnen worden doorzocht;
de gegevenscategorieën die in elk antwoord kunnen worden verstrekt.
Artikel 9
Zoekopdrachten
Onverminderd artikel 20 wordt in het door het ESP verstrekte antwoord vermeld van welk Unie-informatiesysteem of van welke databank de gegevens deel uitmaken.
In het ESP wordt geen informatie verstrekt over gegevens in Unie-informatiesystemen, Europol-gegevens en de Interpol-databanken waartoe de gebruiker overeenkomstig het toepasselijke Unierecht en nationale recht geen toegang heeft.
Artikel 10
Bijhouden van logbestanden
Onverminderd artikel 46 van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 34 van Verordening (EG) nr. 767/2008, artikel 69 van Verordening (EU) 2018/1240 en de artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1861, houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het ESP. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:
de lidstaat die of het Unie-agentschap dat de zoekopdracht start en het gebruikte ESP-profiel;
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
de doorzochte Unie-informatiesystemen en Interpol-databanken.
Artikel 11
Vangnetprocedures voor wanneer het Europees zoekportaal om technische redenen niet kan worden gebruikt
HOOFDSTUK III
Gezamenlijke dienst voor biometrische matching
Artikel 12
Gezamenlijke dienst voor biometrische matching
De gezamenlijke BMS bestaat uit:
een centrale infrastructuur, die in de plaats komt van de centrale systemen van respectievelijk het EES, VIS, SIS, Eurodac en ECRIS-TCN, voor zover deze biometrische templates opslaat en het mogelijk maakt te zoeken met biometrische gegevens;
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen de gezamenlijke BMS, het centrale SIS en het CIR.
Artikel 13
Opslag van biometrische templates in de gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching
In de gezamenlijke BMS worden de biometrische templates opgeslagen die de dienst extraheert uit de volgende biometrische gegevens:
de gegevens bedoeld in artikel 16, lid 1, onder d), artikel 17, lid 1, onder b) en c), en artikel 18, lid 2, onder a), b) en c), van Verordening (EU) 2017/2226;
de gegevens bedoeld in artikel 9, punt 6, van Verordening (EG) nr. 767/2008;
de gegevens bedoeld in artikel 20, lid 2, onder w) en x), van Verordening (EU) 2018/1861, met uitzondering van gegevens over handpalmafdrukken;
de gegevens bedoeld in artikel 4, lid 1, onder u) en v), van Verordening (EU) 2018/1860, met uitzondering van gegevens over handpalmafdrukken.
De biometrische templates worden opgeslagen in de gezamenlijke BMS in logisch gescheiden vorm per Unie-informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn.
Artikel 14
Doorzoeken van biometrische gegevens met de gezamenlijke dienst voor biometrische matching
Het CIR en het SIS doorzoeken de in het CIR en het SIS opgeslagen biometrische gegevens aan de hand van de in de gezamenlijke BMS opgeslagen biometrische templates. Zoekopdrachten aan de hand van biometrische gegevens worden uitgevoerd overeenkomstig de doelstellingen vastgesteld in Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1860, (EU) 2018/1861, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816.
Artikel 15
Bewaring van gegevens in de gezamenlijke dienst voor biometrische matching
De termijn voor de opslag van de in artikel 13, leden 1 en 2, bedoelde gegevens in de gezamenlijke BMS stemt overeen met die voor de opslag van de overeenkomstige biometrische gegevens in het CIR of het SIS. De gegevens worden automatisch gewist uit de gezamenlijke BMS.
Artikel 16
Bijhouden van logbestanden
Onverminderd artikel 46 van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 34 van Verordening (EG) nr. 767/2008 en de artikelen 12 en 18 van Verordening (EU) 2018/1861 houdt eu-LISA logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de gezamenlijke BMS. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:
de lidstaat die of het Unie-agentschap dat de zoekopdracht start;
de geschiedenis van het aanmaken en opslaan van de biometrische templates;
de Unie-informatiesystemen die zijn doorzocht met de in de gezamenlijke BMS opgeslagen biometrische templates;
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
het soort biometrische gegevens dat is gebruikt om de zoekopdracht te starten;
de resultaten van de zoekopdracht en de datum en het tijdstip van het resultaat.
HOOFDSTUK IV
Gemeenschappelijk identiteitsregister
Artikel 17
Gemeenschappelijk identiteitsregister
Het CIR bestaat uit:
een centrale infrastructuur die in de plaats komt van de centrale systemen van respectievelijk het EES, VIS, Etias, Eurodac en ECRIS-TCN, voor zover de in artikel 18 bedoelde gegevens in deze centrale infrastructuur worden opgeslagen;
een beveiligd communicatiekanaal tussen het CIR, de lidstaten en de Unie-agentschappen die overeenkomstig het Unie- en het nationale recht gebruik mogen maken van het CIR;
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het CIR, EES, VIS, Etias, Eurodac, ECRIS-TCN en de centrale infrastructuur van het ESP, de gezamenlijke BMS en de MID.
Artikel 18
De gegevens van het gemeenschappelijke identiteitsregister
In het CIR worden de volgende gegevens – logisch gescheiden – opgeslagen per informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn:
de gegevens bedoeld in artikel 16, lid 1, onder a) tot en met d), artikel 17, lid 1, onder a), b) en c) en artikel 18, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226;
de gegevens bedoeld in artikel 9, punt 4, onder a) tot en met c), en de punten 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 767/2008;
de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a) en onder b) tot en met e), van Verordening (EU) 2018/1240;
Artikel 19
Toevoeging, wijziging en wissing van gegevens in het gemeenschappelijke identiteitsregister
Artikel 20
Toegang tot het gemeenschappelijke identiteitsregister met het oog op identificatie
Zoekopdrachten in het CIR worden uitgevoerd door een politieautoriteit van een lidstaat overeenkomstig de leden 2 en 5 en uitsluitend in één van de volgende omstandigheden:
als een politieautoriteit niet in staat is om een persoon te identificeren vanwege het ontbreken van een reisdocument of ander betrouwbaar document dat de identiteit van deze persoon aantoont;
als er twijfel bestaat over de door die persoon verstrekte identiteitsgegevens;
als er twijfel bestaat over de echtheid van het reisdocument of een ander door deze persoon verstrekt betrouwbare document;
als er twijfel bestaat over de identiteit van de houder van een reisdocument of een ander betrouwbare document, of
als een persoon niet in staat is of weigert om mee te werken.
Dergelijke zoekopdrachten zijn niet toegestaan bij kinderen jonger dan twaalf jaar, tenzij dit in het belang van het kind is.
Wanneer de biometrische gegevens van de persoon niet kunnen worden gebruikt of wanneer het zoeken aan de hand van die gegevens geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de identiteitsgegevens van de persoon in combinatie met reisdocumentgegevens, of aan de hand van de door die persoon verstrekte identiteitsgegevens.
Artikel 21
Toegang tot het gemeenschappelijke identiteitsregister met het oog op het detecteren van meerdere identiteiten
Artikel 22
Doorzoeken van het gemeenschappelijke identiteitsregister met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten
Het antwoord waarin wordt aangegeven dat in één van de in lid 1 bedoelde Unie-informatiesystemen gegevens over die persoon aanwezig zijn, wordt alleen gebruikt voor het indienen van een verzoek om volledige toegang overeenkomstig de voorwaarden en procedures die zijn vastgelegd in de respectieve rechtsinstrumenten betreffende die toegang.
In geval van een match of meerdere matches verzoekt de aangewezen autoriteit of Europol om volledige toegang tot ten minste een van de informatiesystemen die een match heeft opgeleverd.
Indien bij wijze van uitzondering niet om volledige toegang wordt verzocht, registreren de aangewezen autoriteiten de redenen voor de niet-indiening van het verzoek, hetgeen traceerbaar zal zijn naar het nationale dossier. Europol registreert de redenen hiervoor in het betreffende dossier.
Artikel 23
Bewaring van gegevens in het gemeenschappelijke identiteitsregister
Artikel 24
Bijhouden van logbestanden
eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen op grond van artikel 20 in het CIR. Deze logbestanden vermelden het volgende:
de lidstaat die of het Unie-agentschap dat de zoekopdracht start;
het doel van de toegang dat wordt beoogd door de gebruiker die een zoekopdracht via het CIR geeft;
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
het soort gegevens dat is gebruikt om de zoekopdracht te starten;
de resultaten van de zoekopdracht.
eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen op grond van artikel 21 in het CIR. Deze logbestanden vermelden het volgende:
de lidstaat die of het Unie-agentschap dat de zoekopdracht start;
het doel van de toegang dat wordt beoogd door de gebruiker die een zoekopdracht via het CIR geeft;
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
wanneer er een link is aangemaakt, de gegevens die zijn gebruikt om de zoekopdracht te starten en de resultaten van de zoekopdracht en het Unie-informatiesysteem waaruit de gegevens afkomstig zijn.
eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen op grond van artikel 22 in het CIR. Deze logbestanden vermelden het volgende:
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
de gegevens die zijn gebruikt om de zoekopdracht te starten;
de resultaten van de zoekopdracht;
de lidstaat die of het Unie-agentschap dat het CIR doorzoekt.
De logbestanden over deze toegang worden regelmatig, met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, geverifieerd door de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 of door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) 2016/794, om na te gaan of de procedures en voorwaarden als bedoeld in artikel 22, leden 1 en 2, van deze verordening in acht zijn genomen.
Voorts houden alle lidstaten voor toegang tot het CIR overeenkomstig artikel 22 de volgende logbestanden bij:
het referentiekenmerk van het nationale bestand;
het doel van de toegang;
volgens de nationale regels, het kenmerk van de functionaris die de zoekopdracht heeft verricht en van de functionaris die om de zoekopdracht heeft verzocht.
HOOFDSTUK V
Detector van meerdere identiteiten
Artikel 25
Detector van meerdere identiteiten
De MID bestaat uit:
een centrale infrastructuur, waarin links en verwijzingen naar Unie-informatiesystemen worden opgeslagen;
een beveiligde communicatie-infrastructuur om de MID te verbinden met het SIS en de centrale infrastructuur van het ESP en het CIR.
Artikel 26
Toegang tot de detector van meerdere identiteiten
Met het oog op de in artikel 29 bedoelde manuele verificatie van meerdere identiteiten wordt toegang tot de in artikel 34 bedoelde, in de MID opgeslagen gegevens verleend aan:
de bevoegde autoriteiten zoals aangewezen overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 bij het aanleggen of bijwerken van een persoonlijk dossier in het EES overeenkomstig artikel 14 van die verordening;
de visumautoriteiten bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 767/2008 bij het opstellen of bijwerken van een aanvraagdossier in het VIS overeenkomstig die verordening;
de centrale Etias-eenheid en de nationale Etias-eenheden bij het verrichten van de in de artikelen 22 en 26 van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde verwerking;
het Sirene-bureau van de lidstaat die een SIS-signalering overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 en Verordening (EU) 2018/1861 creëert of bijwerkt.
Artikel 27
Detectie van meerdere identiteiten
In het CIR en SIS wordt een detectie van meerdere identiteiten gestart wanneer:
een persoonlijk dossier wordt aangelegd of bijgewerkt in het EES overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2017/2226;
een aanvraagdossier wordt opgesteld of bijgewerkt in het VIS overeenkomstig Verordening (EG) nr. 767/2008;
een aanvraagdossier wordt aangemaakt of bijgewerkt in het Etias overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2018/1240;
een signalering van een persoon wordt gecreëerd of bijgewerkt in het SIS overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 2018/1860 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1861.
Naast de in lid 2 bedoelde procedure maken het CIR en het centrale SIS gebruik van het ESP om de in het centrale SIS, respectievelijk het CIR opgeslagen gegevens te doorzoeken aan de hand van de volgende gegevens:
achternaam (familienaam); voornaam of voornamen; geboortedatum, nationaliteit of nationaliteiten, geslacht; als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder a), artikel 17, lid 1, en artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226;
achternaam (familienaam); voornaam of voornamen; geboortedatum, geslacht, geboorteplaats en geboorteland, en nationaliteiten als bedoeld in artikel 9, punt 4, onder a) en a bis), van Verordening (EG) nr. 767/2008;
achternaam (familienaam); voornaam/voornamen; achternaam bij geboorte; alias(sen), geboortedatum, geboorteplaats, geslacht en huidige nationaliteit als bedoeld in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240;
achternamen; voornamen; naam/namen bij geboorte, voorheen gebruikte namen en aliassen; geboorteplaats, geboortedatum, geslacht en nationaliteiten als bedoeld in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861;
achternamen; voornamen; namen bij geboorte, voorheen gebruikte namen en aliassen; geboorteplaats, geboortedatum, geslacht en nationaliteiten als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2018/1860.
Artikel 28
Resultaten van de detectie van meerdere identiteiten
In het geval van meerdere matches wordt een link aangemaakt tussen alle gegevens die tot de match hebben geleid. Als de gegevens al gelinkt waren, wordt de bestaande link uitgebreid tot de gegevens die zijn gebruikt om de zoekopdracht te starten.
Artikel 29
Manuele verificatie van meerdere identiteiten en de verantwoordelijke autoriteiten
Onverminderd lid 2 is de voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten verantwoordelijke autoriteit:
de bevoegde autoriteit die is aangewezen overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 voor matches die zich voordoen bij het aanleggen of bijwerken van een persoonlijk dossier in het EES overeenkomstig die verordening;
de bevoegde visumautoriteiten bedoeld in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 767/2008 voor matches die zich voordoen bij het aanleggen of wijzigen van een aanvraagdossier in het VIS overeenkomstig die verordening;
de centrale Etias-eenheid en de nationale Etias-eenheden voor matches die zich voordoen bij het aanmaken of bijwerken van een aanvraagdossier overeenkomstig van Verordening (EU) 2018/1240;
het Sirene-bureau van de lidstaat voor matches die zich voordoen bij het creëren of bijwerken van een SIS-signalering overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1860 en Verordening (EU) 2018/1861.
De MID vermeldt in het identiteitsbevestigingsbestand welke autoriteit verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten.
De in het identiteitsbevestigingsbestand bedoelde voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten bevoegde autoriteit is het Sirene-bureau van de lidstaat die de signalering heeft gecreëerd wanneer er een link wordt aangemaakt met gegevens in een signalering:
van personen die worden gezocht met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering als bedoeld in artikel 26 van Verordening (EU) 2018/1862;
van vermiste of kwetsbare personen als bedoeld in artikel 32 van Verordening (EU) 2018/1862;
van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure als bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2018/1862;
van personen met het oog op onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EU) 2018/1862.
Die manuele verificatie van meerdere identiteiten wordt geïnitieerd in het bijzijn van de betrokkene, die de gelegenheid moet krijgen om de omstandigheden toe te lichten aan de verantwoordelijke autoriteit, die deze toelichting in aanmerking moet nemen.
In gevallen waarin de manuele verificatie van meerdere identiteiten plaatsvindt aan de grens, moet de verificatie zo mogelijk binnen twaalf uur na de aanmaak van een gele link overeenkomstig artikel 28, lid 4, geschieden.
Artikel 30
Gele link
Wanneer er nog geen de manuele verificatie van meerdere identiteiten is verricht, wordt een link tussen gegevens uit twee of meer Unie-informatiesystemen in de volgende gevallen ingedeeld als geel:
de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens maar vergelijkbare of verschillende identiteitsgegevens;
de gelinkte gegevens hebben verschillende identiteitsgegevens maar dezelfde reisdocumentgegevens, en ten minste een van de Unie-informatiesystemen bevat geen biometrische gegevens van de betrokkene;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde identiteitsgegevens maar verschillende biometrische gegevens;
de gelinkte gegevens hebben vergelijkbare of verschillende identiteitsgegevens, dezelfde reisdocumentgegevens, maar verschillende biometrische gegevens.
Artikel 31
Groene link
Een link tussen gegevens van twee of meer Unie-informatiesystemen wordt in de volgende gevallen ingedeeld als groen:
de gelinkte gegevens hebben verschillende biometrische gegevens maar dezelfde identiteitsgegevens en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten, naar twee verschillende personen;
de gelinkte gegevens hebben verschillende biometrische gegevens, hebben vergelijkbare of verschillende identiteitsgegevens, hebben dezelfde reisdocumentgegevens en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten naar twee verschillende personen;
de gelinkte gegevens hebben verschillende identiteitsgegevens, maar hebben dezelfde reisdocumentgegevens, ten minste een van de Unie-informatiesystemen bevat geen biometrische gegevens van de betrokkene en de gegevens verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten naar twee verschillende personen.
Artikel 32
Rode link
Een link tussen gegevens van twee of meer Unie-informatiesystemen wordt in de volgende gevallen ingedeeld als rood:
de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens maar hebben vergelijkbare of verschillende identiteitsgegevens, en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten op ongerechtvaardigde wijze naar dezelfde persoon;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde, vergelijkbare of verschillende identiteitsgegevens en dezelfde reisdocumentgegevens, maar verschillende biometrische gegevens en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten op ongerechtvaardigde wijze naar twee verschillende personen van wie minstens één gebruikmaakt van hetzelfde reisdocument;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde identiteitsgegevens maar verschillende biometrische gegevens en verschillende of geen reisdocumentgegevens, en verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten, op ongerechtvaardigde wijze naar twee verschillende personen;
de gelinkte gegevens hebben verschillende identiteitsgegevens en dezelfde reisdocumentgegevens, en ten minste een van de Unie-informatiesystemen bevat geen biometrische gegevens van de betrokkene, en de gelinkte gegevens verwijzen volgens de autoriteit die verantwoordelijk is voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten op ongerechtvaardigde wijze naar dezelfde persoon.
Wanneer een lidstatelijke autoriteit of een Unie-agentschap met toegang tot het CIR of het SIS bewijs verkrijgt dat een rode link foutief in de MID is geregistreerd of dat de gegevens in de MID, het CIR of het SIS in strijd met deze verordening werden verwerkt, controleert die autoriteit of dat agentschap de relevante gegevens die zijn opgeslagen in het CIR of het SIS en, indien nodig:
stelt zij het relevante Sirene-bureau van de lidstaat die de SIS-signalering heeft gecreëerd onmiddellijk hiervan in kennis, als de link betrekking heeft op een van de in artikel 29, lid 2, bedoelde SIS-signaleringen
in alle andere gevallen corrigeert zij de link of verwijdert zij de link onmiddellijk uit de MID.
Indien een Sirene-bureau overeenkomstig punt a) van de eerste alinea is gecontacteerd, controleert het het door de lidstatelijke autoriteit of het Unie-agentschap verstrekte bewijs en corrigeert zij waar nodig de link of verwijdert zij deze onmiddellijk uit de MID.
De autoriteit van de lidstaat die dergelijk bewijs verkrijgt, stelt de voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten verantwoordelijke lidstaat onverwijld in kennis van een relevante correctie of verwijdering van een rode link.
Artikel 33
Witte link
Een link tussen gegevens van twee of meer Unie-informatiesystemen wordt in de volgende gevallen ingedeeld als wit:
de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens en dezelfde of vergelijkbare identiteitsgegevens;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde of vergelijkbare identiteitsgegevens, dezelfde reisdocumentgegevens en ten minste één informatiesysteem heeft geen biometrische gegevens van de betrokkene;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens, dezelfde reisdocumentgegevens en vergelijkbare identiteitsgegevens;
de gelinkte gegevens hebben dezelfde biometrische gegevens maar dezelfde of andere identiteitsgegevens, en verwijzen volgens de voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten verantwoordelijke autoriteit, op gerechtvaardigde wijze naar dezelfde persoon.
Artikel 34
Identiteitsbevestigingsbestand
Het identiteitsbevestigingsbestand bevat de volgende gegevens:
de links als bedoeld in de artikelen 30 tot en met 33;
een verwijzing naar de Unie-informatiesystemen waarin de gelinkte gegevens worden bewaard;
een uniek identificatienummer om de gegevens van de gelinkte bestanden op te vragen uit de desbetreffende Unie-informatiesystemen;
de voor de manuele verificatie van meerdere identiteiten verantwoordelijke autoriteit;
de datum waarop de link is aangemaakt of bijgewerkt.
Artikel 35
Bewaring van gegevens in de detector van meerdere identiteiten
De termijn voor opslag van de identiteitsbevestigingsbestanden en de desbetreffende gegevens, inclusief links, in de MID is niet langer dan die voor de opslag van de gelinkte gegevens die zijn opgeslagen in twee of meer Unie-informatiesystemen. Zij worden automatisch gewist uit de MID.
Artikel 36
Bijhouden van logbestanden
eu-LISA houdt logbestanden bij van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in de MID. In deze logbestanden wordt het volgende vermeld:
de lidstaat die de zoekopdracht start;
het doel waarvoor de gebruiker toegang heeft;
de datum en het tijdstip van de zoekopdracht;
het soort gegevens dat is gebruikt om de zoekopdracht te starten;
de referentie naar de gelinkte gegevens;
de geschiedenis van het identiteitsbevestigingsbestand.
HOOFDSTUK VI
Maatregelen ter ondersteuning van interoperabiliteit
Artikel 37
Gegevenskwaliteit
In het EES, VIS, Etias, SIS, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID mogen alleen gegevens worden ingevoerd die aan de minimumkwaliteitsnormen voldoen.
De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, het Europees Comité voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad ( 7 ).
Artikel 38
Universal Message Format
Artikel 39
Centraal register voor rapportage en statistieken
Aan de hand van in het CRRS opgenomen gegevens kunnen geen personen worden geïdentificeerd.
Het CRRS bestaat uit:
instrumenten die nodig zijn voor het anonimiseren van gegevens;
een centrale infrastructuur, bestaande uit een gegevensregister van anonieme gegevens;
een beveiligde communicatie-infrastructuur voor de verbinding van het CRRS met het EES, VIS, ETIAS en SIS en met de centrale infrastructuur van de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID.
HOOFDSTUK VII
Gegevensbescherming
Artikel 40
Verwerkingsverantwoordelijke
Met betrekking tot de verwerking van gegevens in de MID geldt dat:
het Europees Grens- en kustwachtagentschap met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door de centrale Etias-eenheid een verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel 3, punt 8, van Verordening (EU) 2018/1725;
de lidstatelijke autoriteiten die toevoegingen of wijzigingen aanbrengen aan de gegevens in het identiteitsbevestigingsbestand verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 3, punt 8, van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn en verantwoordelijk zijn voor de verwerking van de persoonsgegevens in de MID.
Artikel 41
Verwerker
Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID is eu-LISA de verwerker in de zin van artikel 3, punt 12, onder a), van Verordening (EU) 2018/1725.
Artikel 42
Beveiliging van de verwerking
Met name neemt eu-LISA passende maatregelen, waaronder de vaststelling van een veiligheidsplan, een bedrijfscontinuïteitsplan en een uitwijkplan, om:
de gegevens fysiek te beschermen, onder meer met noodplannen voor de bescherming van kritieke infrastructuur;
te voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot gegevensverwerkende apparatuur en installaties;
te voorkomen dat onbevoegden de gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen;
te voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden ingevoerd en dat opgeslagen persoonsgegevens onrechtmatig worden ingezien, gewijzigd of verwijderd;
te voorkomen dat gegevens onrechtmatig worden verwerkt, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd;
te voorkomen dat onbevoegden de systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;
te waarborgen dat personen die toestemming hebben voor toegang tot de interoperabiliteitscomponenten, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend door middel van persoonlijke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures;
te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke autoriteiten persoonsgegevens mogen worden doorgegeven door middel van datatransmissieapparatuur;
te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens wanneer, door wie en met welk doel in de interoperabiliteitscomponenten zijn verwerkt;
te voorkomen, in het bijzonder door middel van passende versleutelingstechnieken, dat bij de doorgifte van persoonsgegevens vanuit en naar de interoperabiliteitscomponenten of gedurende het transport van gegevensdragers de gegevens onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, gewijzigd of verwijderd;
ervoor te zorgen dat de normale werking van de gebruikte systemen in geval van storing kan worden hersteld;
te zorgen voor betrouwbaarheid door te garanderen dat eventuele functionele storingen in de interoperabiliteitscomponenten correct worden gesignaleerd;
de doelmatigheid van de in dit lid bedoelde beveiligingsmaatregelen te controleren, met betrekking tot de interne controle de nodige organisatorische maatregelen te nemen om te waarborgen dat deze verordening wordt nageleefd en die beveiligingsmaatregelen te beoordelen in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen.
Artikel 43
Beveiligingsincidenten
Onverminderd de artikelen 34 en 35 van Verordening (EU) 2018/1725 en artikel 34 van Verordening (EU) 2016/794 stellen de centrale Etias-eenheid en Europol de Commissie, eu-LISA en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming onverwijld in kennis van eventuele beveiligingsincidenten.
eu-LISA stelt de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming onverwijld in kennis van beveiligingsincidenten in verband met de centrale infrastructuur van de interoperabiliteitscomponenten.
Artikel 44
Interne monitoring
De lidstaten en de betrokken Unie-agentschappen zorgen ervoor dat elke autoriteit met recht op toegang tot de interoperabiliteitscomponenten de nodige maatregelen treft met het oog op de naleving van deze verordening en, indien nodig, samenwerkt met de toezichthoudende autoriteit.
De in artikel 40 bedoelde verwerkingsverantwoordelijke neemt de nodige maatregelen, waaronder frequente verificatie van de in de artikelen 10, 16, 24 en 36 bedoelde logbestanden, om na te gaan of de gegevens in overeenstemming met deze verordening worden verwerkt, en werkt indien nodig samen met de toezichthoudende autoriteiten en met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
Artikel 45
Sancties
De lidstaten zorgen ervoor dat misbruik, verwerking of uitwisseling van gegevens in strijd met deze verordening strafbaar wordt gesteld volgens het nationaal recht. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
Artikel 46
Aansprakelijkheid
Onverminderd het recht op schadevergoeding door en de aansprakelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EU) 2018/1725, geldt het volgende:
iedere persoon of lidstaat die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking of een andere met deze verordening strijdige handeling vanwege een lidstaat materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van die lidstaat schadevergoeding te ontvangen;
iedere persoon of lidstaat die als gevolg van een met deze verordening strijdige handeling vanwege Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu-LISA materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van het desbetreffende agentschap schadevergoeding te ontvangen.
De betrokken lidstaat, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of eu-LISA wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid op grond van de eerste alinea ontheven indien hij kan aantonen niet verantwoordelijk te zijn voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.
Artikel 47
Recht op informatie
Personen van wie gegevens in het EES, VIS of ETIAS worden opgeslagen, worden overeenkomstig lid 1 in kennis gesteld van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de toepassing van deze verordening, wanneer:
een persoonlijk dossier wordt aangelegd of bijgewerkt in het EES overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2017/2226;
een aanvraagdossier wordt opgesteld of bijgewerkt in het VIS overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 767/2008;
een aanvraagdossier wordt aangemaakt of bijgewerkt in het Etias overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2018/1240.
Artikel 48
Recht van toegang tot en rectificatie en wissing van in de MID opgeslagen persoonsgegevens en beperking van de verwerking van persoonsgegevens
Artikel 49
Webportaal
Artikel 50
Mededeling van persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties en particulieren
Onverminderd artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1240, artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) 2016/794, artikel 41 van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 31 van Verordening (EG) nr. 767/2008, en onverminderd het bevragen van de Interpol-databanken door het ESP overeenkomstig artikel 9, lid 5, van deze verordening, in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk V van Verordening (EU) 2018/1725 en hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679, worden persoonsgegevens die worden opgeslagen in de interoperabiliteitscomponenten, die worden verwerkt door de interoperabiliteitscomponenten of waartoe deze componenten toegang hebben, niet doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen, internationale organisaties of particuliere partijen..
Artikel 51
Toezicht door de toezichthoudende autoriteiten
Jaarlijks worden het aantal verzoeken om rectificatie, wissing of beperking van verwerking van persoonsgegevens, het daaraan gegeven gevolg en het aantal rectificaties, wissingen en beperkingen van verwerking dat op verzoek van de betrokkenen is aangebracht, door de toezichthoudende autoriteiten bekendgemaakt.
Artikel 52
Audits door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat voor de doeleinden van deze verordening ten minste om de vier jaar een audit van de verrichtingen van eu-LISA, de centrale Etias-eenheid en Europol op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke internationale auditnormen. Een verslag over deze audit wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, eu-LISA, de Commissie, de lidstaten en het betrokken Unie-agentschap. Voordat de verslagen worden aangenomen, worden eu-LISA, de centrale Etias-eenheid en Europol in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.
eu-LISA, de centrale Etias-eenheid en Europol verstrekken de door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gevraagde informatie en verlenen de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming te allen tijde toegang tot alle documenten waarom zij verzoekt en tot hun in artikel 10, 16, 24 en 36 bedoelde logbestanden, alsook tot al hun gebouwen en terreinen.
Artikel 53
Samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
HOOFDSTUK VIII
Verantwoordelijkheden
Artikel 54
Verantwoordelijkheden van eu-LISA gedurende de ontwerp- en ontwikkelingsfase
Onverminderd artikel 56 heeft eu-LISA geen toegang tot de persoonsgegevens die via het ESP, de gezamenlijke BMS, het CIR of de MID worden verwerkt.
Het ontwerp van de fysieke architectuur van de interoperabiliteitscomponenten, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur alsook de technische specificaties en de evolutie daarvan met betrekking tot de centrale infrastructuur en de beveiligde communicatie-infrastructuur, wordt door eu-LISA bepaald en na een gunstig advies van de Commissie vastgesteld door de raad van bestuur. eu-LISA verricht ook de nodige aanpassingen van het EES, VIS, Etias of SIS als voortvloeiend uit de totstandbrenging van de interoperabiliteit en bedoeld in deze verordening.
eu-LISA ontwikkelt en implementeert de interoperabiliteitscomponenten zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de maatregelen bedoeld in artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 7, artikel 28, leden 5 en 7, artikel 37, lid 4, artikel 38, lid 3, artikel 39, lid 5, artikel 43, lid 5, en artikel 74, lid 10.
De ontwikkeling omvat de uitwerking en implementatie van de technische specificaties, het testen en het algemeen projectbeheer en de algehele projectcoördinatie.
Elke maand brengt de programmabestuursraad schriftelijk verslag uit over de voortgang van het project aan de raad van bestuur van eu-LISA. De programmabestuursraad heeft geen beslissingsbevoegdheid of mandaat om de leden van de raad van bestuur van eu-LISA te vertegenwoordigen.
De raad van bestuur van eu-LISA stelt het reglement van de programmabestuursraad op, dat met name regels bevat inzake:
het voorzitterschap;
de plaats van vergadering;
de voorbereiding van vergaderingen;
de toelating van deskundigen tot de vergaderingen;
communicatieplannen die ervoor zorgen dat de niet-deelnemende leden van de raad van bestuur volledig op de hoogte worden gehouden.
Het voorzitterschap wordt bekleed door een lidstaat die Unierechtelijk ten volle is gebonden door rechtsinstrumenten betreffende de ontwikkeling, de oprichting, de exploitatie en het gebruik van alle Unie-informatiesystemen en die deelneemt aan de interoperabiliteitscomponenten.
Alle door de leden van de programmabestuursraad gemaakte reis- en verblijfkosten worden betaald door eu-LISA en artikel 10 van het reglement van orde van eu-LISA is van overeenkomstige toepassing. Het secretariaat van de programmabestuursraad wordt verzorgd door eu-LISA.
Tot de ingebruikneming van de interoperabiliteitscomponenten komt de in artikel 75 bedoelde adviesgroep inzake interoperabiliteit op gezette tijden bijeen. Zij brengt na elke bijeenkomst verslag uit aan de programmabestuursraad. Zij ondersteunt de programmabestuursraad met technische deskundigheid en houdt de voortgang van de voorbereidingen van de lidstaten bij.
Artikel 55
Verantwoordelijkheden van eu-LISA na de ingebruikneming
Het technisch beheer van de interoperabiliteitscomponenten omvat alle taken en technische oplossingen die nodig zijn om de interoperabiliteitscomponenten zeven dagen per week en 24 uur per dag overeenkomstig deze verordening te laten functioneren en ononderbroken diensten te laten verlenen aan de lidstaten en de Unie-agentschappen. Het omvat de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn voor een bevredigende technische kwaliteit van de interoperabiliteitscomponenten, in het bijzonder wat betreft de tijd die nodig is voor raadpleging van de centrale infrastructuur overeenkomstig de technische specificaties.
Alle interoperabiliteitscomponenten worden zodanig ontwikkeld en beheerd dat een snelle, naadloze, efficiënte en gecontroleerde toegang tot en de volledige en ononderbroken beschikbaarheid van de componenten en de in de MID, de gezamenlijke BMS en het CIR opgeslagen gegevens is gewaarborgd, met een responstijd die beantwoordt aan de operationele behoeften van de autoriteit van de lidstaten en de Unie-agentschappen.
Onverminderd artikel 66 heeft eu-LISA geen toegang tot de persoonsgegevens die via het ESP, de gezamenlijke BMS, het CIR en de MID worden verwerkt.
Artikel 56
Verantwoordelijkheden van de lidstaten
Elke lidstaat is verantwoordelijk voor:
de aansluiting op de communicatie-infrastructuur van het ESP en het CIR;
de integratie van de bestaande nationale systemen en infrastructuur met het ESP, het CIR en de MID;
de organisatie, het beheer, de werking en het onderhoud van de bestaande nationale infrastructuur en de aansluiting daarvan op de interoperabiliteitscomponenten;
het beheer en de regelingen op grond waarvan de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde nationale autoriteiten overeenkomstig deze verordening toegang hebben tot het ESP, het CIR en de MID, en de opstelling en regelmatige bijwerking van een lijst van de betrokken personeelsleden en hun profiel;
de vaststelling van de in artikel 20, leden 5 en 6, bedoelde wettelijke maatregelen om toegang te krijgen tot het CIR voor identificatiedoeleinden;
de manuele verificatie van meerdere identiteiten als bedoeld in artikel 29;
de naleving van de krachtens het Unierecht vastgestelde vereisten inzake gegevenskwaliteit;
de naleving van de regels van elk Unie-informatiesysteem met betrekking tot de veiligheid en integriteit van persoonsgegevens;
het verhelpen van tekortkomingen die zijn geconstateerd in het evaluatieverslag van de Commissie over de gegevenskwaliteit als bedoeld in artikel 37, lid 5.
Artikel 57
Verantwoordelijkheden van de centrale Etias-eenheid
De centrale Etias-eenheid is verantwoordelijk voor:
de manuele verificatie van meerdere identiteiten uit hoofde van artikel 29;
het uitvoeren van een detectie van meerdere identiteiten aan de hand van de gegevens die zijn opgeslagen in het EES, VIS, Eurodac en SIS als bedoeld in artikel 69.
HOOFDSTUK IX
Wijzigingen van andere instrumenten van de Unie
Artikel 58
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 767/2008
Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt als volgt gewijzigd:
aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:
„Door identiteitsgegevens, reisdocumentgegevens en biometrische gegevens op te slaan in het bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad ( *1 ) ingestelde gemeenschappelijke identiteitsregister (CIR), draagt het VIS bij aan het vergemakkelijken en ondersteunen van de correcte identificatie van personen die in het VIS zijn geregistreerd onder de voorwaarden respectievelijk voor de uiteindelijke doelstellingen bedoeld in artikel 20 van die verordening.
aan artikel 4 worden de volgende punten toegevoegd:
|
„12) |
„VIS-gegevens” : alle gegevens die in het centrale systeem van het VIS en het CIR zijn opgeslagen overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 14; |
|
13) |
„identiteitsgegevens” : de gegevens als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder a) en a bis); |
|
14) |
„vingerafdrukgegevens” : de gegevens betreffende de vijf vingerafdrukken van de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger, de pink en de duim van de rechterhand en, indien aanwezig, van de linkerhand;”; |
in artikel 5 wordt het volgende lid ingevoegd:
Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door:
Artikel 9, punt 4, onder a), b) en c), worden vervangen door:
achternaam (familienaam); voornaam/voornamen; geboortedatum; geslacht;
achternaam bij de geboorte (vroegere familienaam/-namen); plaats en land van geboorte; huidige nationaliteit en nationaliteit bij de geboorte;
het type en nummer van het reisdocument of de reisdocumenten en de drielettercode van het land dat het reisdocument of de reisdocumenten heeft afgegeven;
de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument of de reisdocumenten verstrijkt;
de autoriteit die het reisdocument heeft afgegeven en de datum van afgifte;”.
Artikel 59
Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/399
In artikel 8 wordt het volgende lid ingevoegd:
Overeenkomstig artikel 69, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 wordt deze alinea pas van toepassing wanneer de detector van meerdere identiteiten in gebruik wordt genomen overeenkomstig artikel 72, lid 4, van die verordening.
Artikel 60
Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/2226
Verordening (EU) 2017/2226 wordt als volgt gewijzigd:
aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:
Artikel 3,lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
punt 22 wordt vervangen door:
|
„22) |
„EES-gegevens” : alle gegevens die in het centrale systeem van het EES en het CIR zijn opgeslagen overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 20:”; |
het volgende punt wordt ingevoegd:
|
„22 bis) |
„identiteitsgegevens” : de gegevens bedoeld in artikel 16, lid 1, onder a), alsook de relevante gegevens als bedoeld in artikel 17, lid 1, en artikel 18, lid 1;”; |
de volgende punten worden toegevoegd:
|
„32) |
„ESP” : het Europees onderzoeksportaal zoals ingesteld bij artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
33) |
„CIR” : het gemeenschappelijke identiteitsregister zoals ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817.”; |
aan artikel 6, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
„j) een correcte identificatie van personen verzekeren.”;
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
het volgende punt wordt ingevoegd:
„a bis) de centrale infrastructuur van de CIR als bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening (EU) 2019/817;”;
punt f), wordt vervangen door:
„f) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het EES en de centrale infrastructuren van het ESP en het CIR.”;
het volgende lid wordt ingevoegd:
aan artikel 9 wordt het volgende lid toegevoegd:
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
lid 1 wordt vervangen door:
in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
het volgende lid wordt ingevoegd:
in lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:
in artikel 32 wordt het volgende lid ingevoegd:
in artikel 33 wordt het volgende lid ingevoegd:
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
in leden 1 en 2, worden de woorden „in het centrale systeem van het EES” vervangen door de woorden „in het CIR en het centrale systeem van het EES”;
in lid 5, worden de woorden „uit het centrale systeem van het EES” vervangen door de woorden „uit het centrale systeem van het EES en het CIR”;
in artikel 35 wordt lid 7 vervangen door:
in artikel 36 worden de woorden „van het centrale systeem van het EES” vervangen door de woorden „van het centrale systeem van het EES en het CIR”;
Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:
de eerste alinea van lid 3 wordt vervangen door:
aan artikel 46, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
„f) een verwijzing naar het gebruik van het Europese zoekportaal voor het doorzoeken van het EES als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2019/817.”;
Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
lid 2 wordt vervangen door:
aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:
„De dagelijkse statistieken worden opgeslagen in het centrale register voor rapportage en statistieken.”.
Artikel 61
Wijziging van Verordening (EU) 2018/1240
Verordening (EU) 2018/1240 wordt als volgt gewijzigd:
in artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd:
aan artikel 3, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:
|
„23) |
„CIR” : het gemeenschappelijke identiteitsregister ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
24) |
„ESP” : het Europees onderzoeksportaal ingesteld bij artikel 6, lid 1 van Verordening (EU) 2019/817; |
|
25) |
„centraal ETIAS-systeem” : het centrale systeem bedoeld in artikel 6, lid 2, onder a bis), samen met het CIR voor zover het CIR de in artikel 6, lid 2 bis, bedoelde gegevens bevat; |
|
26) |
„dentiteitsgegevens” : de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a), b) en c); |
|
27) |
„reisdocumentgegevens” : de gegevens bedoeld in artikel 17, lid 2, onder d) en e), en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven als bedoeld in artikel 19, lid 3, onder c).”; |
aan artikel 4 wordt het volgende punt toegevoegd:
„g) bijdragen tot de correcte identificatie van personen.”;
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
punt a) wordt vervangen door:
„a) een centraal systeem, waarin de in artikel 34 bedoelde Etias-observatielijst is opgenomen;”;
het volgende punt wordt ingevoegd:
„a bis) het CIR;”;
punt d) wordt vervangen door:
„d) een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de centrale infrastructuur van het ESP en het CIR;”;
het volgende lid wordt ingevoegd:
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
het volgende lid wordt ingevoegd:
lid 5 wordt vervangen door:
artikel 17, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:
punt a) wordt vervangen door:
„a) achternaam (familienaam), voornaam(-namen), achternaam bij geboorte; geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, huidige nationaliteit;”;
het volgende punt wordt ingevoegd:
„a bis) geboorteland, voornaam (-namen) van de ouders van de aanvrager;”;
In artikel 19, lid 4, wordt „artikel 17, lid 2, onder a)” vervangen door „artikel 17, lid 2, onder a) en a bis)”;
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:
in lid 4 wordt „artikel 17, lid 2, onder a), b), c), d), f), g), j), k) en m),” vervangen door „artikel 17, lid 2, onder a), a bis), b), c), d), f), g), j), k) en m)”;
in lid 5, wordt „artikel 17, lid 2, onder a), c), f), h) en i)” vervangen door „artikel 17, lid 2, onder a), a bis), c), f), h) en i)”;
in artikel 23 wordt lid 1 vervangen door:
Het centrale Etias-systeem geeft een zoekopdracht door het ESP te gebruiken om de relevante gegevens bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a), a bis), b) en d), te vergelijken met de gegevens in het SIS teneinde vast te stellen of ten aanzien van de aanvrager een van de volgende signaleringen is uitgevaardigd:
een signalering van vermiste personen;
een signalering van personen die worden gezocht met het oog op een gerechtelijke procedure;
een signalering van personen met het oog op discrete controles of gerichte controles.”
in artikel 52 wordt het volgende lid ingevoegd:
in artikel 53 wordt het volgende lid ingevoegd:
in artikel 65, lid 3, vijfde alinea, wordt „artikel 17, lid 2, onder a), b), d), e) en f)” vervangen door „artikel 17, lid 2, onder a), a bis), b), d), e) en f)”;
in artikel 69, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:
„ca) waar van toepassing, een verwijzing naar het gebruik van het ESP voor het doorzoeken van het centrale Etias-systeem als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2019/817”;
in artikel 73, lid 2, worden de woorden „centrale gegevensopslagplaats” vervangen door „centraal register voor rapportage en statistieken als bedoeld in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/817 voor zover dit gegevens bevat die overeenkomstig artikel 84 van deze verordening zijn verkregen uit het centrale Etias-systeem”;
in artikel 74, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:
in artikel 84, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:
aan artikel 84, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:
„De dagelijkse statistieken worden opgeslagen in het centrale register voor rapportage en statistieken als bedoeld in artikel 39 van Verordening (EU) 2019/817.”.
Artikel 62
Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1726
Verordening (EU) 2018/1726 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 12 wordt vervangen door:
„Artikel 12
Gegevenskwaliteit
Artikel 19, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
het volgende punt wordt ingevoegd:
„ee bis) verslagen vast te stellen over de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de interoperabiliteitscomponenten overeenkomstig artikel 78, lid 2, van Verordening (EU) 2019/817 en artikel 74, lid 2, van Verordening (EU) 2019/818.”;
punt ff) wordt vervangen door:
„ff) verslagen vast te stellen over de technische werking van SIS overeenkomstig artikel 60, lid 7, van Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad ( *7 ) en artikel 74, lid 8 van Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad ( *8 ), de technische werking van het VIS overeenkomstig artikel 50, lid 3, van Verordening (EG) nr. 767/2008 en artikel 17, lid 3, van Besluit 2008/633/JBZ, de technische werking van het EES overeenkomstig artikel 72, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2226, de technische werking van het Etias overeenkomstig artikel 92, lid 4, van Verordening (EU) 2018/2140 van het ECRIS-TCN en van de ECRIS-referentie-implementatie krachtens artikel 36, lid 8, van Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad ( *9 ) en de technische werking van de interoperabiliteitscomponenten overeenkomstig artikel 78, lid 3, van Verordening (EU) 2019/817 en artikel 74, lid 3, van Verordening (EU) 2019/818;
punt hh) wordt vervangen door:
„hh) formeel opmerkingen vast te stellen over de verslagen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming betreffende zijn audits op grond van artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1861, artikel 42, lid 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 en artikel 31, lid 2, van Verordening (EU) nr. 603/2013, artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 en artikel 67 van Verordening (EU) 2018/1240, artikel 29, lid 2, van Verordening (EU) 2019/816 en artikel 52 van Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 en ervoor te zorgen dat aan die audits het passende gevolg wordt gegeven;”;
punt mm) wordt vervangen door:
„(mm) erop toe te zien dat jaarlijks de lijst van bevoegde autoriteiten die gemachtigd zijn tot directe bevraging van de in SIS opgenomen gegevens wordt bekendgemaakt, overeenkomstig artikel 41, lid 8, van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 56, lid 7, van Verordening (EU) 2018/1862, alsmede de lijst van autoriteiten van de nationale systemen van SIS (N.SIS) en Sirene-bureaus overeenkomstig respectievelijk artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1861 en artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1862, alsook de lijst van bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226, de lijst van bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 87, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240, de lijst van centrale autoriteiten overeenkomstig artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) 2019/816 en de lijst van autoriteiten overeenkomstig artikel 71, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 en artikel 67, lid 1, van Verordening (EU) 2019/818.”;
Artikel 22, lid 4, wordt vervangen door:
Het Europees Grens- en kustwachtagentschap kan de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake SIS met betrekking tot de toepassing van Verordening (EU) 2016/1624 op de agenda staat.
Europol kan de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake het VIS met betrekking tot de toepassing van Besluit 2008/633/JBZ op de agenda staat of wanneer een vraagstuk inzake Eurodac met betrekking tot de toepassing van Verordening (EU) nr. 603/2013 op de agenda staat.
Europol kan de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake het EES met betrekking tot de toepassing van Verordening (EU) 2017/2226 op de agenda staat of wanneer een vraagstuk inzake het Etias met betrekking tot Verordening (EU) 2018/1240 op de agenda staat.
Het Europees Grens- en kustwachtagentschap kan de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake het Etias met betrekking tot de toepassing van Verordening (EU) 2018/1240 op de agenda staat.
Eurojust, Europol en het Europees Openbaar Ministerie kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake Verordening (EU) 2019/816 op de agenda staat.
Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap kunnen de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bijwonen wanneer een vraagstuk inzake Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 op de agenda staat.
De raad van bestuur kan andere personen wier mening van belang kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.”.
in artikel 24, lid 3, wordt punt p) vervangen door:
„p) het onverminderd artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren vaststellen van vertrouwelijkheidsvoorschriften teneinde te voldoen aan artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1987/2006, artikel 17 van Besluit 2007/533/JBZ, artikel 26, lid 9, van Verordening (EG) nr. 767/2008 en artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) nr. 603/2013, artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2226, artikel 74, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240, artikel 11, lid 16, van Verordening (EU) 2019/816 en artikel 55, lid 2, van Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818;”;
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
in lid 1 wordt het volgende punt ingevoegd:
„d ter) de adviesgroep inzake interoperabiliteit;”;
lid 3 wordt vervangen door:
Europol kan ook een vertegenwoordiger benoemen in de VIS-adviesgroep, de Eurodac-adviesgroep en de adviesgroep-EES-Etias.
Het Europees Grens- en kustwachtagentschap kan ook een vertegenwoordiger in de adviesgroep EES-Etias benoemen.
Eurojust, Europol en het Europees Openbaar Ministerie kunnen ook een vertegenwoordiger in de adviesgroep voor het ECRIS-TCN benoemen.
Europol en Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap kunnen elk een vertegenwoordiger in de adviesgroep inzake interoperabiliteit benoemen.”.
Artikel 63
Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1861
Verordening (EU) 2018/1861 wordt als volgt gewijzigd:
in artikel 3 worden de volgende punten toegevoegd:
|
„22) |
„ESP” : het Europees zoekportaal ingesteld bij artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad ( *10 ); |
|
23) |
„gezamenlijke BMS” : de gezamenlijke dienst voor biometrische matching ingesteld bij artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
24) |
„CIR” : het gemeenschappelijke identiteitsregister ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817; |
|
25) |
„MID” : de detector van meerdere identiteiten ingesteld bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817. |
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
in lid 1 worden de punten b) en c) vervangen door:
een nationaal systeem (N.SIS) in elk van de lidstaten, bestaande uit de nationale datasystemen die in verbinding staan met het centrale SIS, en minstens één nationale of gedeelde N.SIS-back-up,
een communicatie-infrastructuur tussen CS-SIS, CS-SIS-back-up en de NI-SIS („communicatie-infrastructuur”) waarmee een versleuteld virtueel netwerk tot stand wordt gebracht dat specifiek bestemd is voor SIS-gegevens en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Sirene-bureaus, als bedoeld in artikel 7, lid 2, en
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen CS-SIS en de centrale infrastructuren van het ESP, de gezamenlijke BMS en de MID.”.
de volgende leden worden toegevoegd:
in artikel 7 wordt het volgende lid ingevoegd:
in artikel 12 wordt lid 1 vervangen door:
De lidstaten zorgen ervoor dat elke toegang tot persoonsgegevens via het ESP wordt vastgelegd in een logbestand met het oog op controle op de rechtmatigheid van de bevraging, monitoring van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring en de integriteit en beveiliging van de gegevens.”;
aan artikel 34, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
„g) het verifiëren van meerdere identiteiten en het bestrijden van identiteitsfraude overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2019/817.”;
in artikel 60 wordt lid 6 vervangen door:
eu-LISA geeft de Commissie en de in lid 5 van dit artikel bedoelde organen de mogelijkheid verslagen en statistieken op maat te verkrijgen. Op verzoek verleent eu-LISA de lidstaten, de Commissie, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang tot het centrale register voor verslagen en statistieken overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EU) 2019/817.”.
Artikel 64
Wijzigingen van Beschikking 2004/512/EG
Artikel 1, lid 2, van Beschikking 2004/512/EG wordt vervangen door:
Het Visuminformatiesysteem wordt gebaseerd op een gecentraliseerde architectuur en bestaat uit:
de centrale infrastructuur van het gemeenschappelijke identiteitsregister bedoeld in artikel 17, lid 2, onder a), van Verordening (UE) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad ( *11 ),
een centraal informatiesysteem, hierna „centraal visuminformatiesysteem” te noemen (CS-VIS),
een interface in elke lidstaat, hierna „nationale interface” te noemen (NI-VIS), die voor de verbinding met de bevoegde centrale nationale autoriteit van de betrokken lidstaat zorgt,
een communicatie-infrastructuur tussen het centrale visuminformatiesysteem en de nationale interfaces,
een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het CS-VIS,
een beveiligde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem van het VIS en de centrale infrastructuur van het Europees zoekportaal ingesteld bij artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817 en van het gemeenschappelijke identiteitsregister ingesteld bij artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) 2019/817.
Artikel 65
Wijzigingen in Beschikking 2008/633/JBZ
Besluit 2008/633/JBZ wordt als volgt gewijzigd:
in artikel 5 wordt het volgende lid ingevoegd:
in artikel 7 wordt het volgende lid ingevoegd:
HOOFDSTUK X
Slotbepalingen
Artikel 66
Verslagen en statistieken
De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde lidstatelijke autoriteiten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake het ESP raadplegen:
het aantal zoekopdrachten per ESP-gebruiker;
het aantal zoekopdrachten per Interpol-databank.
Het mag niet mogelijk zijn om personen te identificeren op basis van de gegevens.
De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde lidstatelijke autoriteiten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake het CIR raadplegen:
het aantal zoekopdrachten als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22;
nationaliteit, geslacht en geboortejaar van de betrokken persoon;
het soort reisdocument en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven;
het aantal met en zonder biometrische gegevens uitgevoerde zoekopdrachten.
Het mag niet mogelijk zijn om personen te identificeren op basis van de gegevens.
De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde lidstatelijke autoriteiten, van de Commissie en van eu-LISA mogen, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken, de volgende gegevens inzake de MID raadplegen:
het aantal met en zonder biometrische gegevens uitgevoerde zoekopdrachten;
het aantal en het type links en de Unie-informatiesystemen waartussen de links werden gelegd;
de periode gedurende welke een gele en rode link in het systeem werd gehandhaafd.
Het mag niet mogelijk zijn om personen te identificeren op basis van de gegevens.
Artikel 67
Overgangsperiode voor het gebruik van het Europees zoekportaal
Artikel 68
Overgangsperiode voor de toepassing van de bepalingen inzake de toegang tot het gemeenschappelijke identiteitsregister met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten
Artikel 22, de punten 8 en 9 van artikel 60, de punten 10 en 11 van artikel 61 en artikel 65 zijn van toepassing vanaf de datum van ingebruikneming van het CIR als bedoeld in artikel 72, lid 3.
Artikel 69
Overgangsperiode voor de detectie van meerdere identiteiten
Wanneer een zoekopdracht een of meer matches oplevert en de identiteitsgegevens in de gelinkte bestanden niet als vergelijkbaar kunnen worden beschouwd, wordt een gele link aangemaakt overeenkomstig artikel 30 en is de in artikel 29 bedoelde procedure van toepassing.
In het geval van meerdere matches wordt een link aangemaakt tussen alle gegevenselementen die tot de match hebben geleid.
Artikel 70
Kosten
De volgende kosten komen niet in aanmerking:
de dienst voor projectbeheer van de lidstaten (vergaderingen, missies, kantoren);
het hosten van nationale IT-systemen (ruimte, implementatie, elektriciteit, koeling);
exploitatie van nationale IT-systemen (exploitanten en contracten voor ondersteuning);
ontwerp, ontwikkeling, implementatie, exploitatie en onderhoud van nationale communicatienetwerken.
De door Europol gemaakte kosten, waaronder die welke verband houden met het CIR, worden door Europol gedragen.
Artikel 71
Kennisgevingen
Binnen drie maanden na de ingebruikneming van elke interoperabiliteitscomponent overeenkomstig artikel 72 wordt een geconsolideerde lijst van deze autoriteiten bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Wanneer de lijst wordt gewijzigd, maakt eu-LISA eenmaal per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie bekend.
Artikel 72
Ingebruikneming
De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop het ESP in gebruik wordt genomen, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 7, en artikel 43, lid 5, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van het ESP, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten en de Unie-agentschappen die gebruik kunnen maken van het ESP, heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;
eu-LISA heeft de technische en wettelijke regelingen om de in artikel 8, lid 1, bedoelde gegevens te verzamelen en door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden.
Het ESP bevraagt de Interpol-databanken pas nadat de technische regelingen het mogelijk maken artikel 9, lid 5, na te leven. Elke onmogelijkheid om artikel 9, lid 5, na te leven, leidt ertoe dat het ESP de Interpol-databanken niet bevraagt, maar de ingebruikneming van het ESP loopt daardoor geen vertraging op.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop de gezamenlijke BMS in gebruik wordt genomen, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 13, lid 5, en artikel 43, lid 5, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de gezamenlijke BMS, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;
eu-LISA heeft de technische en wettelijke regelingen om de in artikel 13 bedoelde gegevens te verzamelen en door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden;
eu-LISA heeft verklaard dat de in lid 5, onder b), bedoelde test met succes is afgesloten.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop het CIR in gebruik wordt genomen, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 43, lid 5, en artikel 78, lid 10, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van het CIR, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;
eu-LISA heeft de technische en wettelijke regelingen om de in artikel 18 bedoelde gegevens te verzamelen en door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden;
eu-LISA heeft verklaard dat de in lid 5, onder b), bedoelde test met succes is afgesloten.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop de MID in gebruik wordt genomen, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 28, leden 5 en 7, artikel 32, lid 5, artikel 33, lid 6, artikel 43, lid 5, en artikel 49, lid 6, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de MID, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten en de centrale Etias-eenheid heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;
eu-LISA heeft de technische en wettelijke regelingen om de in artikel 34 bedoelde gegevens te verzamelen en door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden;
de centrale Etias-eenheid heeft de Commissie in kennis gesteld overeenkomstig artikel 71, lid 3;
eu-LISA heeft verklaard dat de in lid 1, onder b), lid 2, onder b), lid 3, onder b) en lid 5, onder b) bedoelde tests met succes zijn afgesloten.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de datum vast vanaf wanneer de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit en de minimumkwaliteitsnormen moeten worden gebruikt, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 37, lid 4, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit en de minimumkwaliteitsnormen, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de datum vast waarop het CRRS in gebruik wordt genomen, zodra aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de in artikel 39, lid 5, en artikel 43, lid 5, bedoelde maatregelen zijn goedgekeurd;
eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van het CRRS, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten;
eu-LISA heeft de technische en wettelijke regelingen om de in artikel 39 bedoelde gegevens te verzamelen en door te geven, gevalideerd en ter kennisgeving aan de Commissie gezonden.
De Commissie stelt in de eerste alinea bedoelde datum vast binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling.
Artikel 73
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 74
Comitéprocedure
Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 75
Adviesgroep
eu-LISA richt een adviesgroep inzake interoperabiliteit op. Tijdens de fase waarin de interoperabiliteitscomponenten worden ontworpen en ontwikkeld, is artikel 54, leden 4, 5 en 6, van toepassing.
Artikel 76
Opleiding
eu-LISA vervult taken met betrekking tot opleiding over het technische gebruik van de interoperabiliteitscomponenten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2018/1726.
De lidstatelijke autoriteiten en de Unie-agentschappen verstrekken hun personeelsleden die gemachtigd zijn om gegevens met gebruikmaking van de interoperabiliteitscomponenten te verwerken, een passend opleidingsprogramma over gegevensbeveiliging, gegevenskwaliteit en gegevensbescherming, de gegevensverwerkingsprocedures en de informatieverplichtingen uit hoofde van de artikelen 32, lid 4, 33, lid 4, en 47.
Waar passend worden op Unieniveau gemeenschappelijke opleidingscursussen over deze onderwerpen georganiseerd, ter verbetering van de samenwerking en de uitwisseling van beste praktijken tussen de personeelsleden van de lidstatelijke autoriteiten en de Unie-agentschappen die gemachtigd zijn om gegevens met gebruikmaking van de interoperabiliteitscomponenten te verwerken. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan het proces voor de detectie van meerdere identiteiten, met inbegrip van de manuele verificatie van meerdere identiteiten en de daarmee verbonden noodzaak om passende waarborgen voor de grondrechten te handhaven.
Artikel 77
Praktische handleiding
De Commissie stelt, in nauwe samenwerking met de lidstaten, eu-LISA en andere betrokken Unie-agentschappen, een praktische handleiding ter beschikking voor de implementatie en het beheer van de interoperabiliteitscomponenten. De praktische handleiding bevat technische en operationele richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken. De praktische handleiding wordt door de Commissie in de vorm van een aanbeveling goedgekeurd.
Artikel 78
Monitoring en evaluatie
Eén jaar na elk verslag van eu-LISA stelt de Commissie een algemene evaluatie van de interoperabiliteitscomponenten op, met inbegrip van:
een beoordeling van de toepassing van deze verordening;
een toetsing van de bereikte resultaten aan de doelstellingen van deze verordening, en een beoordeling van de gevolgen ervan voor de grondrechten, waaronder met name een beoordeling van de gevolgen van de interoperabiliteitscomponenten voor het recht op non-discriminatie;
een beoordeling van de werking van het webportaal, met inbegrip van cijfers over het gebruik van het webportaal en het aantal afgehandelde verzoeken;
een beoordeling van de onverminderde geldigheid van de uitgangspunten voor de interoperabiliteitscomponenten;
een beoordeling van de beveiliging van de interoperabiliteitscomponenten;
een beoordeling van het gebruik van het CIR voor identificatiedoeleinden;
een beoordeling van het gebruik van het CIR met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;
een beoordeling van alle mogelijke gevolgen, met inbegrip van disproportionele gevolgen voor de verkeersstroom aan grensdoorlaatposten en gevolgen voor de algemene begroting van de Unie;
een beoordeling van het bevragen van de Interpol-databanken via het ESP, met inbegrip van informatie over het aantal matches dat de Interpol-databanken hebben opgeleverd en informatie over eventueel geconstateerde problemen.
In de algemene evaluatie overeenkomstig de eerste alinea van het eerste lid worden zo nodig aanbevelingen opgenomen. De Commissie legt de evaluatie voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.
Elke lidstaat en Europol stellen met inachtneming van de nationaalrechtelijke bepalingen inzake de bekendmaking van gevoelige informatie en onverminderd de beperkingen die nodig zijn om de veiligheid en de openbare orde te handhaven, criminaliteit te voorkomen en te waarborgen dat geen enkel nationaal onderzoek in gevaar wordt gebracht, jaarlijkse verslagen op over de doeltreffendheid van de toegang tot in het CIR opgeslagen gegevens met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, en nemen daarin informatie en statistieken op over:
de exacte doelen van de raadpleging, met inbegrip van de soorten terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten;
de gegronde redenen voor een gegrond vermoeden dat een verdachte, overtreder of slachtoffer onder Verordening (EU) 2017/2226, Verordening (EG) nr. 767/2008 of Verordening (EU) 2018/1240 valt;
het aantal verzoeken om toegang tot het CIR met het oog het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;
het aantal en de soorten gevallen die hebben geleid tot succesvolle identificaties;
de noodzaak en het gebruik van de uitzonderingen voor dringende gevallen, met inbegrip van de gevallen waarin dat dringend karakter niet werd aanvaard bij de verificatie achteraf door het centrale toegangspunt.
De door de lidstaten en Europol opgestelde jaarlijkse verslagen worden aan de Commissie toegezonden vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Artikel 79
Inwerkingtreding en toepasselijkheid
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot het ESP zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 1, bepaalde datum.
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot de gezamenlijke BMS zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 2, bepaalde datum.
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot het CIR zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 3, bepaalde datum.
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot de MID zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 4, bepaalde datum.
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit en de minimumkwaliteitsnormen zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 5, bepaalde datum
De bepalingen van deze verordening met betrekking tot het CRRS zijn van toepassing vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 72, lid 6, bepaalde datum.
De artikelen 6, 12, 17, 25, 38, 42, 54, 56, 57, 70, 71, 73, 74, 75, 77 en 78, lid 1, zijn van toepassing vanaf 11 juni 2019.
Deze verordening is met betrekking tot Eurodac van toepassing vanaf de datum waarop de herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van toepassing wordt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.
( 1 ) Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (zie bladzijde 85 van dit Publicatieblad).
( 2 ) Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).
( 3 ) Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).
( 4 ) Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de instelling van „Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend en betreffende verzoeken van rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1077/2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 1).
( 5 ) Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot invoering van een gecentraliseerd systeem voor de vaststelling welke lidstaten over informatie beschikken inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen (ECRIS-TCN) ter aanvulling en ondersteuning van het Europees Strafregisterinformatiesysteem en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 2018/1726 (zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).
( 6 ) Verordening (EU) 2024/982 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende de geautomatiseerde gegevensbevraging en -uitwisseling ten behoeve van politiële samenwerking en tot wijziging van de Besluiten 2008/615/JBZ en 2008/616/JBZ van de Raad en de Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad (de Prüm II-verordening) (PB L, 2024/982, 5.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/982/oj).
( 7 ) Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1).
( 8 ) Verordening (EU) 2025/12 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 betreffende de verzameling en de doorgifte van advance passenger information met het oog op het versterken en vergemakkelijken van de controles aan de buitengrenzen, tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726 en (EU) 2019/817, en tot intrekking van Richtlijn 2004/82/EG van de Raad (PB L, 2025/12, ELI: 8.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/12/oj).
( *1 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”
( *2 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”.
( *3 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”;
( *4 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”;
( *5 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).
( *6 ) Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 85).”.
( *7 ) Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14).
( *8 ) Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 56).
( *9 ) Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot invoering van een gecentraliseerd systeem voor de vaststelling welke lidstaten over informatie beschikken inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen (ECRIS-TCN) ter aanvulling en ondersteuning van het Europees Strafregisterinformatiesysteem en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 2018/1726 (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 1).”;
( *10 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”;
( *11 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”.
( *12 ) Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (PB L 135 van 22 mei 2019, blz. 27).”;
( 9 ) Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).