02019L1995 — NL — 18.08.2020 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

RICHTLIJN (EU) 2019/1995 VAN DE RAAD

van 21 november 2019

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen

(PB L 310 van 2.12.2019, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT (EU) 2020/1109 VAN DE RAAD van 20 juli 2020

  L 244

3

29.7.2020




▼B

RICHTLIJN (EU) 2019/1995 VAN DE RAAD

van 21 november 2019

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen



Artikel 1

Richtlijn 2006/112/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) 

In titel V, hoofdstuk 1, afdeling 2, wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 36 ter

Indien een belastingplichtige geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd in overeenstemming met artikel 14 bis, wordt de verzending of het vervoer van de goederen toegerekend aan de levering die door die belastingplichtige wordt verricht.”;

2) 

Artikel 66 bis wordt vervangen door:

Artikel 66 bis

In afwijking van de artikelen 63, 64 en 65, vindt het belastbare feit van de levering van goederen door een belastingplichtige die geacht wordt die goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig artikel 14 bis en van de levering van goederen aan die belastingplichtige plaats, en wordt de btw verschuldigd op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.”;

3) 

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

Artikel 136 bis

Indien een belastingplichtige geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd in overeenstemming met artikel 14 bis, lid 2, verlenen de lidstaten vrijstelling voor de levering van die goederen aan die belastingplichtige.”;

4) 

In artikel 169 wordt punt b) vervangen door:

“b) 

door de belastingplichtige verrichte handelingen waarvoor overeenkomstig de artikelen 136 bis, 138, 142 en 144, de artikelen 146 tot en met 149, de artikelen 151, 152, 153 en 156, artikel 157, lid 1, punt b), de artikelen 158 tot en met 161 en artikel 164 vrijstelling is verleend;”;

5) 

In artikel 204, lid 1, wordt de derde alinea vervangen door:

“De lidstaten mogen de in de tweede alinea bedoelde mogelijkheid echter niet toepassen op een belastingplichtige in de zin van artikel 358 bis, punt 1, die gekozen heeft voor de bijzondere regeling voor diensten verricht door niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.”;

6) 

In artikel 272, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b) 

de belastingplichtigen die geen van de in de artikelen 20, 21, 22, 33, 36, 136 bis, 138 en 141 bedoelde handelingen verrichten;”;

7) 

In titel XII wordt de titel van hoofdstuk 6 vervangen door:

“Bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die diensten voor nietbelastingplichtigen, afstandsverkopen van goederen of bepaalde binnenlandse goederenleveringen verrichten”;

8) 

Het opschrift van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, wordt vervangen door:

“Bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor leveringen van goederen binnen een lidstaat door elektronische interfaces die die leveringen faciliteren, en voor diensten verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen”;

9) 

Artikel 369 bis wordt vervangen door:

Artikel 369 bis

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:

1) 

“niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige”: een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;

2) 

“lidstaat van identificatie”: de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft.

Indien de belastingplichtige niet in de Gemeenschap is gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt, waarin die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik maakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden.

Indien een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd en er geen vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt. Indien er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, vermeldt de belastingplichtige welke van deze lidstaten de lidstaat van identificatie is. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;

3) 

“lidstaat van verbruik”:

a) 

in het geval van de verrichting van een dienst, de lidstaat waar de dienst overeenkomstig titel V, hoofdstuk 3, wordt geacht plaats te vinden, of

b) 

in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer, of

c) 

in het geval van de levering van goederen door een belastingplichtige die deze levering faciliteert overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, deze lidstaat.”;

10) 

Artikel 369 ter wordt vervangen door:

Artikel 369 ter

De lidstaten staan de volgende belastingplichtigen toe van deze bijzondere regeling gebruik te maken:

a) 

een belastingplichtige die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht;

b) 

een belastingplichtige die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;

c) 

een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige.

Deze bijzondere regeling is van toepassing op alle aldus door de betrokken belastingplichtige in de Gemeenschap geleverde goederen of verrichte diensten.”;

11) 

In artikel 369 sexies wordt punt a) vervangen door:

“a) 

indien hij meldt dat hij niet langer leveringen van goederen of diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen;”;

12) 

Artikel 369 septies wordt vervangen door:

“Artikel 369 septies

De belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt, dient voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een btw-aangifte in bij de lidstaat van identificatie, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De btw-aangifte wordt vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft, ingediend.”;

13) 

In artikel 369 octies worden de leden 1, 2 en 3 vervangen door:

“1.  De btw-aangifte bevat het in artikel 369 quinquies bedoelde btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende gedurende het belastingtijdvak verrichte leveringen die onder deze bijzondere regeling vallen:

a) 

intracommunautaire afstandsverkoop van goederen;

b) 

goederenleveringen overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;

c) 

diensten.

De btw-aangifte bevat ook wijzigingen met betrekking tot voorgaande belastingtijdvakken, zoals bepaald in lid 4 van dit artikel.

2.  Wanneer goederen worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-aangifte ook het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige belasting, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder deze bijzondere regeling vallen, voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:

a) 

intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die niet via een belastingplichtige verlopen overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2;

b) 

intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en goederenleveringen door een belastingplichtige overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.

Met betrekking tot de in punt a) bedoelde leveringen bevat de btw-aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend.

Met betrekking tot de in punt b) bedoelde leveringen bevat de btw-aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend, indien beschikbaar.

De btw-aangifte bevat de in dit lid bedoelde informatie, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

3.  Indien de belastingplichtige die onder deze bijzondere regeling vallende diensten verricht één of meer andere vaste inrichtingen heeft dan die in de lidstaat van identificatie, van waaruit de diensten worden verricht, bevat de btw-aangifte eveneens, per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige belasting en de totale verschuldigde belasting over die leveringen, alsmede het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.”;

14) 

In artikel 369 novovicies wordt lid 2 vervangen door:

“2.  De lidstaten schrijven voor dat de in lid 1 bedoelde btw maandelijks verschuldigd is binnen de betalingstermijn die geldt voor de betaling van invoerrechten.”.

Artikel 2

1.   ►M1  De lidstaten dienen uiterlijk op 30 juni 2021 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 juli 2021. ◄

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.