02014D0057(01) — NL — 31.12.2020 — 003.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

BESLUIT (EU) 2015/298 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 15 december 2014

inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/57)

(herschikking)

(PB L 053 van 25.2.2015, blz. 24)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

BESLUIT (EU) 2015/1195 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 2 juli 2015

  L 193

133

21.7.2015

►M2

BESLUIT (EU) 2019/2216 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 28 november 2019

  L 332

183

23.12.2019

►M3

BESLUIT (EU) 2020/1736 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 12 november 2020

  L 390

63

20.11.2020




▼B

BESLUIT (EU) 2015/298 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 15 december 2014

inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/57)

(herschikking)



Artikel 1

Definities

In dit besluit wordt bedoeld met:

a)

„NCB” : de nationale centrale bank van een eurogebiedlidstaat;

b)

„tegoeden binnen het Eurosysteem betreffende in omloop zijnde eurobankbiljetten” : de vorderingen en verplichtingen tussen een NCB en de ECB en tussen een NCB en de overige NCB's die voortvloeien uit de toepassing van artikel 4 van Besluit ECB/2010/29;

c)

„inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten” : de inkomsten die de ECB in verband met haar aandeel in in omloop zijnde eurobankbiljetten verkrijgt uit de rentevergoeding van haar vorderingen binnen het Eurosysteem op NCB's als gevolg van de toepassing van artikel 2 van Besluit ECB/2010/23;

▼M3

d)

„ECB-inkomsten uit effecten” : de netto-inkomsten uit aankopen door de ECB van effecten: i) krachtens het SMP overeenkomstig Besluit ECB/2010/5 ( 1 ); ii) krachtens het CBPP3 overeenkomstig Besluit (EU) 2020/187 van de Europese Centrale Bank (ECB/2020/8) ( 2 ); iii) krachtens het ABSPP overeenkomstig Besluit ECB/2014/45; iv) krachtens het programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op de secundaire markten (PSPP) overeenkomstig Besluit (EU) 2020/188 van de Europese Centrale Bank (ECB/2020/9) ( 3 ), en v) onder het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) overeenkomstig Besluit (EU) 2020/440 van de Europese Centrale Bank (ECB/2020/17) ( 4 ).

▼B

Artikel 2

Tussentijdse verdeling van de ECB-inkomsten uit eurobankbiljetten in omloop en de ECB-inkomsten uit effecten

1.  
De ECB-inkomsten uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en de ECB-inkomsten uit effecten zijn volledig verschuldigd aan de NCB's in hetzelfde boekjaar waarin de inkomsten worden verkregen, en worden onder de NCB's naar rato van hun gestorte aandelen in het geplaatste kapitaal van de ECB verdeeld.
2.  
Tenzij de Raad van bestuur anderszins besluit, verdeelt de ECB haar in de loop van elk boekjaar verkregen inkomsten uit eurobankbiljetten in omloop en haar inkomsten uit effecten in elk boekjaar op de laatste werkdag van januari van het volgende jaar.
3.  
Overeenkomstig enig besluit van de Raad van bestuur op basis van de ESCB-statuten kunnen de inkomsten van de ECB uit in omloop zijnde eurobankbiljetten worden verminderd met door de ECB in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten gemaakte kosten.

Artikel 3

Afwijking van artikel 2

▼M2

In afwijking van artikel 2 besluit de Raad van bestuur voor het einde van het boekjaar of de in dat artikel bedoelde ECB-inkomsten geheel of gedeeltelijk voor zover noodzakelijk ingehouden moeten worden om te waarborgen dat het bedrag van de verdeelde inkomsten niet hoger uitvalt dan de ECB-nettowinst van dat jaar. Elke beslissing van dien aard neemt de Raad van bestuur indien zij op basis van een door de directie opgestelde met redenen omklede raming verwacht dat de ECB over het gehele jaar genomen verlies zal lijden of een nettojaarwinst zal behalen die lager is dan haar in artikel 2 geraamde inkomsten. De Raad van bestuur kan voor het einde van het boekjaar besluiten de in dat artikel bedoelde ECB-inkomsten geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een voorziening voor financiële risico’s.

▼B

Artikel 4

Inwerkingtreding en intrekking

1.  
Dit besluit treedt op woensdag 31 december 2014 in werking.
2.  
Besluit ECB/2010/24 wordt met ingang van 31 december 2014 ingetrokken.
3.  
Verwijzingen naar Besluit ECB/2010/24 gelden als verwijzingen naar dit besluit.



( 1 ) Besluit ECB/2010/5 van 14 mei 2010 houdende vaststelling van een programma voor effectenmarkten (PB L 124 van 20.5.2010, blz. 8).

( 2 ) Besluit (EU) 2020/187 van de Europese Centrale Bank van 3 februari 2020 houdende de tenuitvoerlegging van het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (ECB/2020/8) (PB L 39 van 12.2.2020, blz. 6).

( 3 ) Besluit (EU) 2020/188 van de Europese Centrale Bank van 3 februari 2020 inzake een programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen op secundaire markten (ECB/2020/9) (PB L 39 van 12.2.2020, blz. 12).

( 4 ) Besluit (EU) 2020/440 van de Europese Centrale Bank van dinsdag 24 maart 2020 betreffende een tijdelijk pandemie-noodaankoopprogramma (ECB/2020/17) (PB L 91 van 25.3.2020, blz. 1).