2013R0564 — NL — 19.11.2014 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 564/2013 VAN DE COMMISSIE

van 18 juni 2013

betreffende de aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen te betalen vergoedingen krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 167, 19.6.2013, p.17)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

 M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1155/2014 VAN DE COMMISSIE van 29 oktober 2014

  L 309

28

30.10.2014




▼B

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 564/2013 VAN DE COMMISSIE

van 18 juni 2013

betreffende de aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen te betalen vergoedingen krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden

(Voor de EER relevante tekst)



DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden ( 1 ), en met name artikel 80, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De structuur en het bedrag van de aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (hierna „het Agentschap” genoemd) verschuldigde vergoedingen en de betalingsvoorwaarden moeten worden vastgesteld.

(2)

Bij de vaststelling van de structuur en het bedrag van de vergoedingen moet rekening worden gehouden met het werk dat het Agentschap krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 moet verrichten. De vergoedingen moeten op een zodanig niveau worden vastgesteld dat de opbrengsten ervan, in combinatie met andere inkomstenbronnen van het Agentschap, toereikend zijn om de kosten van de verrichte diensten te dekken.

(3)

Uit hoofde van artikel 80, lid 3, onder d), van Verordening (EU) nr. 528/2012 moet bij de structuur en het bedrag van de vergoedingen rekening worden gehouden met de omstandigheid of de informatie gezamenlijk dan wel afzonderlijk wordt ingediend. Als verscheidene personen een gezamenlijke aanvraag tot goedkeuring of tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof indienen, moet slechts één vergoeding per aanvraag in rekening worden gebracht teneinde de vergoeding af te stemmen op de feitelijke werkbelasting van het Agentschap en de gezamenlijke indiening van informatie te bevorderen.

(4)

Om rekening te houden met de specifieke behoeften van in de Unie gevestigde kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen ( 2 ) (hierna „kmo’s” genoemd), moeten aan dergelijke ondernemingen lagere vergoedingen in rekening worden gebracht voor de goedkeuring, verlenging van goedkeuring of opname in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 van werkzame stoffen en de toelating of verlenging van toelating van biociden. Bij de bepaling van deze korting moet er rekening mee worden gehouden dat kmo’s een groot aandeel in de biocidensector hebben, dat van andere ondernemingen geen buitensporige vergoedingen mogen worden verlangd en dat moet worden gewaarborgd dat de werkzaamheden van het Agentschap volledig worden gefinancierd. Om ondernemingen te ontmoedigen aanvragen in te dienen voor producten die een werkzame stof bevatten die aan een van de vervangingscriteria van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldoet, alsook voor dergelijke werkzame stoffen, moeten de kortingen niet voor dergelijke biociden of werkzame stoffen gelden.

(5)

Gezien het werk dat het Agentschap moet verrichten voor de behandeling van een beroep overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) nr. 528/2012, is het passend overeenkomstig artikel 77, lid 1, van die verordening een vergoeding voor dergelijke beroepen in rekening te brengen. Om personen die terecht beroep instellen echter niet te straffen, is het aangewezen dergelijke vergoedingen terug te betalen ingeval het beroep gegrond blijkt.

(6)

Aangezien het Agentschap minder werk heeft aan aanvragen die voor of tijdens de validering worden verworpen, dan wel tijdens de beoordeling worden ingetrokken, is in die gevallen een gedeeltelijke terugbetaling van de vergoedingen aangewezen.

(7)

Om ondernemingen aan te moedigen aanvragen in te dienen tot goedkeuring van werkzame stoffen die geschikte alternatieven zijn voor goedgekeurde werkzame stoffen die aan een van de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 vermelde uitsluitingscriteria voldoen, is het aangewezen de vergoeding voor dergelijke aanvragen terug te betalen.

(8)

Bij de vaststelling van de vergoeding voor aanvragen tot opname van niet-zorgwekkende werkzame stoffen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 moet rekening worden gehouden met de geschatte omvang van het werk dat het Agentschap moet verrichten om dergelijke aanvragen te behandelen, alsook met het openbare belang van de toelating van producten die dergelijke stoffen bevatten.

(9)

Om ondernemingen te ontmoedigen aanvragen in te dienen tot goedkeuring of verlenging van goedkeuring van werkzame stoffen die aan een van de vervangingscriteria van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldoen, alsook tot toelating of verlenging van toelating van producten waarvoor een vergelijkende evaluatie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 528/2012 vereist is, en om bij te dragen tot de financiering van de vrijstellingen en kortingen waarin deze verordening voorziet, is het passend voor dergelijke aanvragen een hogere vergoeding vast te stellen.

(10)

Gezien het werk dat het Agentschap moet verrichten voor de behandeling van een verzoek om een advies betreffende de indeling van een wijziging overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 van de Commissie van 18 april 2013 betreffende wijzigingen in overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad toegelaten biociden ( 3 ), is het passend een vergoeding voor dergelijke verzoeken in rekening te brengen. Om echter zo veel mogelijk te voorkomen dat aanvragers die terecht verzoeken een wijziging als een kleine of administratieve wijziging in te delen worden gestraft, is het passend korting op de vergoeding voor de daaropvolgende wijzigingsaanvraag te verlenen indien het verzoek leidt tot een aanbeveling om de wijziging als een administratieve of kleine wijziging in te delen.

(11)

Gezien het werk dat het Agentschap moet verrichten voor de behandeling van indieningen voor opname in de lijst van relevante personen als bedoeld in artikel 95 van Verordening (EU) nr. 528/2012, is het passend een vergoeding voor dergelijke indieningen in rekening te brengen. De hoeveelheid werk die een dergelijke indiening oplevert, hangt sterk af van de vraag of de relevante persoon een verklaring van toegang dan wel een nieuw dossier indient; in het laatste geval moet het Agentschap namelijk controleren of het dossier beantwoordt aan bijlage II bij Verordening (EU) nr. 528/2012 dan wel, indien van toepassing, aan bijlage IIA bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden ( 4 ). De vergoeding moet rekening houden met dit verschil.

(12)

Gezien het werk dat het Agentschap moet verrichten voor de behandeling van een verzoek om vertrouwelijke behandeling overeenkomstig artikel 66, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012, is het passend een vergoeding voor dergelijke verzoeken in rekening te brengen.

(13)

Aangezien overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 ( 5 ), artikel 17 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 23 december 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen ( 6 ) en artikel 17 van de financiële regeling van het Europees Agentschap voor chemische stoffen van 24 september 2008 ( 7 ) de begroting van het Agentschap in euro wordt opgesteld, uitgevoerd en onderworpen aan rekening en verantwoording, is het passend uitsluitend vergoedingen in euro in rekening te brengen.

(14)

Uit hoofde van artikel 80, lid 3, onder f), van Verordening (EU) nr. 528/2012 moet bij de vaststelling van de termijnen voor de betaling van vergoedingen naar behoren rekening worden gehouden met de termijnen van de procedures van die verordening.

(15)

De in deze verordening vastgestelde vergoedingen moeten met passende tussenpozen worden aangepast aan de inflatie en aan de feitelijke kosten van de door het Agentschap verleende diensten. Bij die herzieningen moet rekening worden gehouden met de ervaring die het Agentschap opdoet met de behandeling van aanvragen uit hoofde van de verordening en de efficiëntiewinst die daardoor wordt geboekt.

(16)

Het in artikel 82, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bedoelde Permanent Comité voor biociden heeft geen advies uitgebracht over de in deze verordening vervatte maatregelen. Aangezien een uitvoeringshandeling noodzakelijk werd geacht, heeft de voorzitter de ontwerphandeling ter verdere bespreking aan het comité van beroep voorgelegd. Het comité van beroep heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



HOOFDSTUK I

VERGOEDINGEN

Artikel 1

Vergoeding voor werk in verband met werkzame stoffen

Het Agentschap brengt de in tabel 1 van bijlage I vermelde vergoedingen in rekening voor werkzaamheden die krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 moeten worden verricht in verband met de goedkeuring en de verlenging van goedkeuring van werkzame stoffen, alsook de opname daarvan in bijlage I bij die verordening.

Artikel 2

Vergoedingen voor werk in verband met toelatingen van de Unie voor biociden

Het Agentschap brengt de in tabel 1 van bijlage II vermelde vergoedingen in rekening voor werkzaamheden die krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 moeten worden verricht in verband met de toelating van de Unie voor biociden.

Artikel 3

Andere vergoedingen

1.  Het Agentschap brengt de in bijlage III vermelde vergoedingen in rekening voor werkzaamheden die krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 moeten worden verricht in verband met de vaststelling van technische gelijkwaardigheid, aanvragen voor wederzijdse erkenning, verzoeken om opname in de lijst van relevante personen en verzoeken om vertrouwelijke behandeling van bij het Agentschap ingediende informatie.

2.  Het Agentschap brengt de in bijlage III vermelde vergoedingen in rekening voor elke biocide of biocidefamilie die door de Unie wordt toegelaten. De jaarlijkse vergoeding is verschuldigd één jaar na de datum waarop de vergunning van kracht wordt, en vervolgens telkens een jaar later. De vergoeding heeft betrekking op het voorgaande jaar.

Artikel 4

Vergoedingen voor beroepen tegen een besluit van het Agentschap overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) nr. 528/2012

1.  Het Agentschap brengt de in bijlage III vermelde vergoeding in rekening voor elk beroep tegen een besluit van het Agentschap overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) nr. 528/2012.

2.  Een beroep wordt pas geacht door de kamer van beroep te zijn ontvangen, wanneer het Agentschap de desbetreffende vergoeding heeft ontvangen.

3.  Wanneer de kamer van beroep het beroep niet-ontvankelijk acht, wordt de vergoeding niet terugbetaald.

4.  Het Agentschap betaalt de overeenkomstig lid 1 in rekening gebrachte vergoeding terug indien de uitvoerend directeur van het Agentschap een besluit herziet overeenkomstig artikel 93, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ) of indien de insteller van het beroep in het gelijk wordt gesteld.

Artikel 5

Terugbetalingsmogelijkheid voor alternatieven voor goedgekeurde werkzame stoffen die aan een van de uitsluitingscriteria voldoen

1.  Als een aanvrager bij het Agentschap een aanvraag tot goedkeuring indient voor een werkzame stof die een geschikt alternatief in de zin van artikel 5, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 kan zijn voor een goedgekeurde werkzame stof die aan een van de uitsluitingscriteria overeenkomstig artikel 5, lid 1, van die verordening voldoet, kan hij verzoeken om terugbetaling van de aan het Agentschap verschuldigde vergoeding.

2.  Na ontvangst van het advies van het Agentschap overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012, waarin ook een aanbeveling moet zijn opgenomen over de vraag of de werkzame stof een geschikt alternatief in de zin van artikel 5, lid 2, tweede alinea, van die verordening is, neemt de Commissie een besluit over het verzoek.

3.  Als de Commissie besluit dat de werkzame stof een geschikt alternatief is, stelt het Agentschap de aanvrager daarvan in kennis en betaalt het de in lid 1 bedoelde vergoeding volledig terug.



HOOFDSTUK II

STEUN VOOR KMO’s

Artikel 6

Erkenning van de kmo-status

1.  Alvorens bij het Agentschap een aanvraag tot goedkeuring, verlenging of opname in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 voor een werkzame stof in te dienen dan wel een aanvraag voor een toelating van de Unie voor een biocide of biocidefamilie, overeenkomstig respectievelijk artikel 7, lid 1, artikel 13, lid 1, artikel 28, lid 4, artikel 43, lid 1, en artikel 45, lid 1, van die verordening, waarin aanspraak wordt gemaakt op kmo-korting, dient de aspirant-aanvrager de relevante bewijsstukken bij het Agentschap in waaruit blijkt dat hij recht op die korting heeft op grond van de kmo-status in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG.

2.  In het geval van een aanvraag tot toelating, verlenging of opname in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 van een werkzame stof wordt dit bepaald voor de fabrikant van de werkzame stof die door de aspirant-aanvrager wordt vertegenwoordigd. In het geval van een aanvraag tot toelating of verlenging van toelating voor een biocide wordt dit bepaald voor de beoogde vergunninghouder.

3.  Het Agentschap publiceert een lijst van de relevante bewijsstukken die overeenkomstig lid 1 moeten worden ingediend.

4.  Binnen 45 dagen na ontvangst van alle relevante bewijsstukken als bedoeld in lid 1, besluit het Agentschap welke kmo-status eventueel wordt erkend.

5.  De erkenning van de kmo-status van een onderneming blijft gedurende twee jaar geldig voor aanvragen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 528/2012.

6.  Tegen een besluit van het Agentschap krachtens lid 4 kan overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) nr. 528/2012 beroep worden ingesteld.

Artikel 7

Korting op vergoedingen

1.  In de Unie gevestigde kmo’s krijgen de in tabel 2 van bijlage I en tabel 2 van bijlage II vermelde korting op de vergoedingen die zij aan het Agentschap verschuldigd zijn.

2.  In het geval van aanvragen tot goedkeuring, verlenging van goedkeuring of opname in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 voor werkzame stoffen wordt alleen korting gegeven als de werkzame stof niet in aanmerking komt om te worden vervangen.

3.  In het geval van aanvragen tot toelating of verlenging van toelating voor biociden wordt alleen korting gegeven als het product geen werkzame stof bevat die in aanmerking komt om te worden vervangen.



HOOFDSTUK III

BETALINGEN

Artikel 8

Wijze van betaling

1.  De in deze verordening vastgestelde vergoedingen worden in euro betaald.

2.  De betalingen worden pas verricht nadat het Agentschap een factuur heeft verstrekt.

3.  In afwijking van lid 2 worden betalingen die krachtens artikel 4 verschuldigd zijn, verricht op het moment waarop beroep wordt ingesteld.

4.  Betaling vindt plaats door overschrijving naar de bankrekening van het Agentschap.

Artikel 9

Identificatie van de betaling

1.  Bij elke betaling, met uitzondering van de in artikel 8, lid 3, bedoelde betalingen, wordt als betalingskenmerk het factuurnummer vermeld.

2.  Bij de in artikel 8, lid 3, bedoelde betalingen wordt als betalingskenmerk de identiteit van de indiener(s) van het beroep vermeld en, indien beschikbaar, het nummer van het besluit waartegen beroep wordt ingesteld.

3.  Indien niet kan worden vastgesteld waarvoor de betaling is gedaan, stelt het Agentschap een termijn vast waarbinnen de betaler schriftelijk moet meedelen wat het doel van de betaling is. Indien binnen die termijn niet aan het Agentschap wordt meegedeeld waartoe de betaling dient, wordt de betaling als ongeldig beschouwd en wordt het betrokken bedrag aan de betaler terugbetaald.

Artikel 10

Betaaldatum

1.  De vergoedingen worden betaald binnen 30 dagen nadat het Agentschap de factuur heeft verzonden, tenzij een andere termijn is aangegeven.

2.  De datum waarop het volledige bedrag van de betaling op een bankrekening van het Agentschap is bijgeschreven, wordt geacht de datum te zijn waarop de betaling is gedaan.

3.  De betaling wordt geacht tijdig te zijn gedaan als voldoende bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat de betaler binnen de desbetreffende termijn opdracht tot overschrijving naar de op de factuur vermelde bankrekening heeft gegeven. Een bevestiging van de opdracht tot overschrijving, afgegeven door een financiële instelling, wordt als voldoende bewijs beschouwd.

Artikel 11

Onvoldoende betaling

1.  Een betalingstermijn wordt pas geacht te zijn nageleefd als het volledige bedrag van de vergoeding tijdig is voldaan.

2.  Indien een factuur betrekking heeft op een groep transacties, kan het Agentschap indien te weinig betaald is, het betaalde bedrag aan een of meer van die transacties toewijzen. De criteria voor het toewijzen van betalingen worden door de raad van bestuur van het Agentschap vastgesteld.

Artikel 12

Terugbetaling van te veel betaalde bedragen

1.  De regels voor de terugbetaling aan de betaler van te veel betaalde bedragen voor vergoedingen worden vastgesteld door de uitvoerend directeur van het Agentschap en op de website van het Agentschap bekendgemaakt.

Indien echter het te veel betaalde bedrag minder dan 200 EUR bedraagt en de betrokkene niet uitdrukkelijk om terugbetaling heeft verzocht, wordt het te veel betaalde bedrag niet terugbetaald.

2.  Te veel betaalde bedragen die niet zijn terugbetaald, kunnen niet dienen voor toekomstige betalingen aan het Agentschap.

Artikel 13

Terugbetaling van bedragen voor aanvragen die voor of tijdens de validering worden verworpen dan wel tijdens de beoordeling worden ingetrokken

1.  Het Agentschap betaalt 90 % van de geïnde vergoeding terug wanneer een aanvraag tot goedkeuring van een werkzame stof of een aanvraag tot toelating van een biocide, ingediend overeenkomstig respectievelijk artikel 7, lid 1, en artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012, of een aanvraag voor een kleine of grote wijziging van een product, voor of tijdens de valideringsfase wordt verworpen.

2.  Het Agentschap betaalt 75 % van de geïnde vergoeding terug wanneer een aanvraag tot goedkeuring van een werkzame stof of een aanvraag tot toelating van een biocide, ingediend overeenkomstig artikel 7, lid 1, respectievelijk artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012, of een aanvraag voor een kleine of grote wijziging van een product, wordt ingetrokken voordat de beoordelende bevoegde autoriteit haar evaluatierapport bij het Agentschap heeft ingediend.

De geïnde vergoeding wordt niet terugbetaald indien een aanvraag wordt ingetrokken nadat de beoordelende bevoegde autoriteit haar evaluatierapport bij het Agentschap heeft ingediend.

3.  De regels voor de terugbetaling van het resterende bedrag aan de betaler worden vastgesteld door de uitvoerend directeur van het Agentschap en op de website van het Agentschap bekendgemaakt.



HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Vergoeding van rapporteurs

Leden van het Comité voor biociden die als rapporteur optreden, worden vergoed door middel van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 80, lid 2, betaald worden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die als beoordelende bevoegde autoriteit optreden.

Artikel 15

Vergoedingen

1.  Het Agentschap kan, op voorwaarde dat de Commissie hierover een gunstig advies uitbrengt, bij besluit van zijn raad van bestuur vergoedingen vaststellen voor de administratieve of technische diensten die het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 op verzoek van een partij verleent om de implementatie te vergemakkelijken. De uitvoerend directeur van het Agentschap kan besluiten geen vergoeding in rekening te brengen aan internationale organisaties of landen die het Agentschap om bijstand verzoeken.

2.  De vergoedingen worden zodanig vastgesteld dat de kosten van de door het Agentschap verleende diensten worden gedekt en mogen niet hoger zijn dan nodig is om die kosten te dekken.

3.  De vergoeding wordt betaald binnen 30 kalenderdagen nadat het Agentschap de factuur heeft verzonden.

Artikel 16

Voorlopige schatting

Bij de schatting van de totale ontvangsten en uitgaven voor het volgende financiële jaar overeenkomstig artikel 96, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 verstrekt de raad van bestuur van het Agentschap ( 9 ) een specifieke voorlopige schatting van de ontvangsten uit vergoedingen voor activiteiten waarmee het Agentschap overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 is belast, die losstaat van de ontvangsten uit de subsidie van de Unie.

Artikel 17

Aanpassing

De in deze verordening vastgestelde vergoedingen worden elk jaar door de Commissie aangepast aan het inflatiepercentage dat wordt gemeten met behulp van het Europese indexcijfer van de consumptieprijzen dat door Eurostat wordt bekendgemaakt. De eerste aanpassing vindt uiterlijk op 1 januari 2015 plaats.

De Commissie toetst deze verordening ook voortdurend aan nieuwe gegevens die van belang zijn voor de aannamen waarop de schatting van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap is gebaseerd. Uiterlijk 1 januari 2015 evalueert de Commissie deze verordening teneinde haar zo nodig te wijzigen, met name gelet op de middelen die het Agentschap nodig heeft en de middelen die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten nodig hebben voor diensten van soortgelijke aard. Bij de aanpassing wordt rekening gehouden met de effecten op kmo’s en worden zo nodig de kortingspercentages voor kmo’s aangepast.

Artikel 18

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Vergoedingen voor werkzame stoffen



Tabel 1

Standaardvergoedingen

Algemene beschrijving van de taak; desbetreffende bepaling van Verordening (EU) nr. 528/2012

Specifieke voorwaarde of omschrijving van de taak

Vergoeding (EUR)

Goedkeuring van een werkzame stof; artikel 7, lid 2

Vergoeding voor de eerste productsoort waarvoor de werkzame stof wordt goedgekeurd

120 000

Aanvullende vergoeding per aanvullende productsoort

40 000

Aanvullende vergoeding per productsoort (voor zowel de eerste productsoort als een eventuele aanvullende productsoort) indien de werkzame stof overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 528/2012 in aanmerking komt om te worden vervangen

20 000

Vergoeding voor de wijziging van een goedkeuring, met uitzondering van de toevoeging van een productsoort

20 000

Verlenging van een goedkeuring; artikel 13, lid 3

Vergoeding voor de eerste productsoort waarvoor de verlenging van die werkzame stof wordt gevraagd

15 000

Aanvullende vergoeding per aanvullende productsoort

1 500

Aanvullende vergoeding voor de eerste productsoort waarvoor de verlenging van die werkzame stof wordt gevraagd indien overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een volledige beoordeling noodzakelijk wordt geacht

25 000

Aanvullende vergoeding per aanvullende productsoort indien overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een volledige beoordeling noodzakelijk wordt geacht

2 500

Aanvullende vergoeding per productsoort (voor zowel de eerste productsoort als een eventuele aanvullende productsoort) indien de werkzame stof overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 528/2012 in aanmerking komt om te worden vervangen

20 000

Opname van een werkzame stof in bijlage I; artikel 28

Vergoeding voor de eerste opname van een werkzame stof in bijlage I

10 000

Vergoeding voor de wijziging van een opname van een werkzame stof in bijlage I

2 000

Kennisgeving overeenkomstig artikel 3 bis van Verordening (EG) nr. 1451/2007.

Vergoeding per combinatie van stof en productsoort.

De vergoeding voor de kennisgeving wordt afgetrokken van de latere aanvraag overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 528/2012.

10 000



Tabel 2

Korting op de vergoedingen voor aanvragen tot goedkeuring, verlenging van goedkeuring en opname in bijlage I van werkzame stoffen als de fabrikant van die stof een in de Unie gevestigde kmo is, behalve wanneer de werkzame stof in aanmerking komt om te worden vervangen

Soort onderneming

Korting (% van de standaardvergoeding)

Micro-onderneming

60

Kleine onderneming

40

Middelgrote onderneming

20




BIJLAGE II

Vergoedingen voor een toelating van de Unie voor biociden



Tabel 1

Standaardvergoedingen

Algemene beschrijving van de taak; desbetreffende bepaling van Verordening (EU) nr. 528/2012

Specifieke voorwaarde of omschrijving van de taak

Vergoeding (EUR)

Verlening van toelating van de Unie, één product; artikel 43, lid 2

Vergoeding per product dat niet identiek is aan een van de representatieve producten die/het representatieve product dat met het oog op de goedkeuring van de stof is/zijn beoordeeld

80 000

 

Vergoeding per product dat identiek is aan een van de representatieve producten die/het representatieve product dat met het oog op de goedkeuring van de stof is/zijn beoordeeld

40 000

 

Aanvullende vergoeding per product wanneer een vergelijkende evaluatie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 528/2012 vereist is

40 000

 

Aanvullende vergoeding per product wanneer de verlangde toelating overeenkomstig artikel 55, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voorlopig is

10 000

Verlening van toelating van de Unie, biocidefamilie; artikel 43, lid 2

Vergoeding per familie

150 000

 

Aanvullende vergoeding per familie wanneer een vergelijkende evaluatie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 528/2012 vereist is

60 000

 

Aanvullende vergoeding per familie wanneer de verlangde toelating overeenkomstig artikel 55, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voorlopig is

15 000

Kennisgeving aan het Agentschap van een aanvullend product binnen een biocidefamilie; artikel 17, lid 6

Vergoeding per aanvullend product

2 000

Toelating van de Unie voor een zelfde biocide; artikel 17, lid 7

Vergoeding per product dat een „zelfde product” is in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 van de Commissie van 6 mei 2013 tot vaststelling van de procedure voor de toelating van dezelfde biociden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1)

2 000

Grote wijziging van een toegelaten biocide of biocidefamilie; artikel 50, lid 2

Vergoeding per aanvraag

40 000

Kleine wijziging van een toegelaten biocide of biocidefamilie; artikel 50, lid 2

Vergoeding per aanvraag

15 000

Administratieve wijziging van een toegelaten biocide of biocidefamilie; artikel 50, lid 2

Vergoeding per kennisgeving

2 000

Aanbeveling over de indeling van een wijziging van een toegelaten biocide of biocidefamilie; artikel 50, lid 2

Vergoeding per verzoek overeenkomstig Verordening (EU) nr. 354/2013.

Als de aanbeveling luidt dat de wijziging als een administratieve of kleine wijziging moet worden ingedeeld, wordt de vergoeding voor het verzoek afgetrokken van de latere aanvraag of kennisgeving overeenkomstig Verordening (EU) nr. 354/2013.

2 000

Verlenging van toelating van de Unie, één product; artikel 45, lid 3

Vergoeding per product

5 000

 

Aanvullende vergoeding per product indien overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een volledige beoordeling noodzakelijk wordt geacht

15 000

 

Aanvullende vergoeding per product wanneer een vergelijkende evaluatie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 528/2012 vereist is

40 000

Verlenging van toelating van de Unie, biocidefamilie; artikel 45, lid 3

Vergoeding per biocidefamilie

7 500

 

Aanvullende vergoeding per biocidefamilie indien overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een volledige beoordeling noodzakelijk wordt geacht

22 500

 

Aanvullende vergoeding per biocidefamilie wanneer een vergelijkende evaluatie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) nr. 528/2012 vereist is

60 000

(1)   PB L 125 van 7.5.2013, blz. 4.



Tabel 2

Korting op de vergoedingen voor aanvragen tot verlening of verlenging van een toelating van de Unie voor biociden of biocidefamilies als de beoogde vergunninghouder een in de Unie gevestigde kmo is, behalve wanneer het product een werkzame stof bevat die in aanmerking komt om te worden vervangen

Soort onderneming

Korting (% van de standaardvergoeding)

Micro-onderneming

30

Kleine onderneming

20

Middelgrote onderneming

10




BIJLAGE III



Andere vergoedingen

Algemene beschrijving van de taak; desbetreffende bepaling van Verordening (EU) nr. 528/2012

Specifieke voorwaarde of omschrijving van de taak

Vergoeding (EUR)

Technische gelijkwaardigheid; artikel 54, lid 3

Vergoeding wanneer het verschil tussen de bronnen van de werkzame stof alleen bestaat in een gewijzigde productielocatie en de aanvraag uitsluitend op analytische gegevens is gebaseerd

5 000

Vergoeding wanneer het verschil tussen de bronnen van de werkzame stof verder gaat dan een gewijzigde productielocatie en de aanvraag uitsluitend op analytische gegevens is gebaseerd

20 000

Vergoeding wanneer niet aan de vorige voorwaarden wordt voldaan

40 000

Jaarlijkse vergoeding voor door de Unie toegelaten biociden; artikel 80, lid 1, onder a)

Vergoeding per toelating van de Unie voor een biocide

10 000

Vergoeding per toelating van de Unie voor een biocidefamilie

20 000

Vergoeding voor aanvragen voor wederzijdse erkenning; artikel 80, lid 1, onder a)

Vergoeding per product of biocidefamilie die bij een aanvraag voor wederzijdse erkenning betrokken is, per lidstaat waar wederzijdse erkenning wordt aangevraagd

700

Beroep; artikel 77, lid 1

Vergoeding per beroep

2 500

Indiening voor opname in de lijst van relevante personen; artikel 95

Vergoeding per indiening van een verklaring van toegang tot een dossier dat door het Agentschap of een beoordelende bevoegde autoriteit reeds volledig is bevonden

2 000

Vergoeding per indiening van een verklaring van toegang tot een deel van een dossier dat door het Agentschap of een beoordelende bevoegde autoriteit reeds volledig is bevonden, gecombineerd met aanvullende gegevens

20 000

Vergoeding per indiening van een nieuw dossier

40 000

Verzoeken die krachtens artikel 66, lid 4, bij het Agentschap worden ingediend

Vergoeding per informatieonderdeel waarvoor om vertrouwelijkheid wordt verzocht

1 000



( 1 ) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

( 2 ) PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

( 3 ) PB L 109 van 19.4.2013, blz. 4.

( 4 ) PB L 123 van 24.2.1998, blz. 1.

( 5 ) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

( 6 ) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

( 7 ) MB/53/2008 final.

( 8 ) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

( 9 ) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.