02013R0346 — NL — 01.03.2018 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) Nr. 346/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 april 2013

inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2017/1991 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 oktober 2017

  L 293

1

10.11.2017




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 346/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 april 2013

inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen

(Voor de EER relevante tekst)



HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

In deze verordening worden uniforme eisen en voorwaarden vastgelegd voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging die gebruik wensen te maken van de benaming „EuSEF” in verband met het op de markt aanbieden van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in de Unie, waardoor wordt bijgedragen tot de goede werking van de interne markt.

Tevens worden in deze verordening uniforme regels vastgelegd betreffende het op de markt aanbieden van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen aan in aanmerking komende beleggers in de hele Unie, betreffende de portefeuillesamenstelling van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, betreffende de in aanmerking komende beleggingsinstrumenten en -technieken die door in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen moeten worden gebruikt, alsmede regels voor de organisatie, het gedrag en de transparantie van beheerders die in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen op de markt aanbieden in de hele Unie.

Artikel 2

1.  Deze verordening is van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, onder a), die voldoen aan de volgende voorwaarden:

a) het totaal van de door hen beheerde activa overschrijdt niet de in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU bedoelde drempel;

b) zij zijn gevestigd in de Unie;

c) zij moeten zich laten registreren bij de bevoegde autoriteiten in hun lidstaat van herkomst, overeenkomstig artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU, en

d) zij beheren portefeuilles van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen.

▼M1

2.  De artikelen 3 tot en met 6, de artikelen 10 en 13, artikel 14, lid 1, onder d), e) en f), de artikelen 15 bis tot en met 20, artikel 21, lid 3, tweede alinea, en de artikelen 22 en 22 bis van deze verordening zijn van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU die portefeuilles van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen beheren en voornemens zijn de benaming „EuVECA” te gebruiken bij het op de markt aanbieden van deze fondsen in de Unie.

▼B

3.  Indien beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen externe beheerders zijn en in overeenstemming met artikel 15 zijn geregistreerd, mogen zij daarnaast ook instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) beheren, als zij daartoe gemachtigd zijn overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG.

Artikel 3

1.  Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„instelling voor collectieve belegging” : een abi als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

b)

„in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds” :

een instelling voor collectieve belegging die:

i) voornemens is binnen een in haar reglement of haar statuten vastgesteld tijdsbestek ten minste 70 % van het totaalbedrag van de kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal te beleggen in activa die in aanmerking komende beleggingen zijn, berekend op basis van de voor belegging beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten;

ii) niet meer dan 30 % van haar totale kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal gebruikt voor het verwerven van andere activa dan in aanmerking komende beleggingen, berekend op basis van de voor belegging beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten en aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten;

iii) gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat;

c)

„beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds” : een rechtspersoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheer van ten minste één in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds;

d)

„in aanmerking komende portefeuillemaatschappij” :

een onderneming die:

i) op het ogenblik dat het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds daarin belegt, niet tot de handel toegelaten is op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit (multilateral trading facility — MTF), als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punten 14) en 15), van Richtlijn 2004/39/EG;

▼M1

ii) als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten overeenkomstig haar statuten of elk statutair document of reglement waarbij de onderneming wordt opgericht, voor zover de onderneming:

 diensten of goederen levert met een sociale opbrengst;

 een productiemethode voor haar goederen of diensten gebruikt die haar sociale doelstelling belichaamt, of

 uitsluitend financiële steun verleent aan sociale ondernemingen zoals gedefinieerd onder de eerste twee streepjes;

▼B

iii) haar winst hoofdzakelijk gebruikt om haar sociale hoofddoel te realiseren in overeenstemming met haar statuten of elk ander statutair document of reglement waarbij de onderneming wordt opgericht en met de daarin vooraf bepaalde procedures en regels die de omstandigheden bepalen waarin winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars om ervoor te zorgen dat door zodanige uitkering van winst de primaire doelstelling niet wordt ondergraven;

iv) op verantwoorde en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, klanten en belanghebbenden die invloed ondervinden van haar bedrijfsactiviteiten;

v) gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat, of in een derde land, op voorwaarde dat dat derde land:

 niet is opgenomen in de lijst van niet-coöperatieve landen en gebieden van de Financiële Actiegroep ter voorkoming van witwassen van geld en financiering van terrorisme (Financial Action Task Force on Anti-Money Laundering and Terrorist Financing);

 een overeenkomst heeft gesloten met de lidstaat van herkomst van de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds naar voornemen zullen worden aangeboden, zodat gewaarborgd is dat het derde land volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake belasting op inkomen en vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten;

e)

„in aanmerking komende beleggingen” :

elk van de onderstaande instrumenten:

i) aandelen- of quasiaandeleninstrumenten die uitgegeven worden door:

 een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en die rechtstreeks door het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds bij de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden verworven,

 een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij in ruil voor gewone aandelen die door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij worden uitgegeven, of

 een onderneming waarvan de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij een dochteronderneming is waarin de betrokken onderneming een meerderheidsbelang heeft, en die door het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds is verworven in ruil voor een aandeleninstrument dat door de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij is uitgegeven;

ii) gesecuritiseerde en niet-gesecuritiseerde schuldinstrumenten, uitgegeven door een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;

iii) rechten van deelneming of aandelen van één of meerdere andere in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, op voorwaarde dat die in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen zelf niet meer dan 10 % van hun totale kapitaalinbreng en niet-gestort toegezegd kapitaal in in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen hebben belegd;

iv) gewaarborgde en ongewaarborgde leningen die door het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verstrekt zijn aan een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;

v) elk ander type van participatie in een in aanmerking komende portefeuillemaatschappij;

f)

„relevante kosten” : alle vergoedingen, kosten en uitgaven die direct of indirect door de beleggers gedragen worden en die overeengekomen zijn tussen de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en de beleggers in het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds;

g)

„aandeel” : eigendomsbelang in een onderneming dat wordt vertegenwoordigd door een aandeel of andere vormen van deelneming in het kapitaal van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij dat aan de beleggers erin wordt uitgegeven;

h)

„quasiaandeel” : elk soort financieringsinstrument dat een combinatie van aandelen en schulden is, waarvan het rendement gekoppeld is aan de winsten of verliezen van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij en waarbij de terugbetaling van het instrument in geval van niet-nakoming niet volledig gewaarborgd is;

i)

„aanbieden (op de markt)” : een directe of indirecte aanbieding of plaatsing op initiatief van de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of in zijn naam van rechten van deelneming of aandelen van een door hem beheerd in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds aan respectievelijk bij beleggers die hun woonplaats of statutaire zetel in de Unie hebben;

j)

„toegezegd kapitaal” : elke verbintenis waardoor een belegger verplicht is, binnen het tijdsbestek dat in het reglement of de statuten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds is vastgesteld, een belang in dat fonds te verwerven of kapitaal daarin in te brengen;

▼M1

k)

„lidstaat van herkomst” : lidstaat waar de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zijn statutaire zetel heeft;

▼B

l)

„lidstaat van ontvangst” : lidstaat, die niet de lidstaat van herkomst is, waar de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in overeenstemming met deze verordening op de markt aanbiedt;

▼M1

m)

„bevoegde autoriteit” :

i) voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU;

ii) voor beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening: de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2011/61/EU;

iii) voor in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen: de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds gevestigd is;

▼M1

n)

„bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst”de autoriteit van een lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt wordt aangeboden.

▼B

Wat betreft punt c) van de eerste alinea, wordt, indien de rechtsvorm van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds intern beheer toestaat en indien het bestuursorgaan van het fonds ervoor kiest geen externe beheerder aan te stellen, het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zelf in overeenstemming met artikel 15 als de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds geregistreerd. Een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat als interne beheerder van een sociaalondernemerschapsfonds is geregistreerd, wordt niet als externe beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds van andere instellingen voor collectieve belegging geregistreerd.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot specificatie van de soorten diensten of goederen alsook de productiemethoden van diensten of goederen die een sociale doelstelling belichamen als bedoeld in lid 1, onder d), ii), van dit artikel, rekening houdend met de verschillende soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en de omstandigheden waarin winstuitkeringen aan eigenaars en beleggers kunnen plaatsvinden.



HOOFDSTUK II

VOORWAARDEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE BENAMING „EuSEF”

Artikel 4

Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die aan de eisen van dit hoofdstuk voldoen, hebben het recht de benaming „EuSEF” te gebruiken bij het op de markt aanbieden van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in de Unie.

Artikel 5

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen zien erop toe dat, wanneer zij andere activa dan in aanmerking komende beleggingen verwerven, niet meer dan 30 % van de totale kapitaalinbreng en het niet-gestort toegezegd kapitaal van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds gebruikt wordt voor het verwerven van dergelijke activa. De drempel van 30 % wordt berekend op basis van de voor beleggingen beschikbare bedragen na aftrek van alle relevante kosten. Aangehouden kasgeld en kasgeldequivalenten worden niet in aanmerking genomen bij het berekenen van deze drempel omdat kasgeld en kasgeldequivalenten niet als beleggingen dienen te worden beschouwd.

2.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen maken op het niveau van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds geen gebruik van methoden die de risicopositie van het fonds doen toenemen tot een niveau dat hoger is dan het toegezegd kapitaal, zoals het lenen van contanten of effecten, het innemen van posities in derivaten of enigerlei andere handeling.

3.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen mogen op het niveau van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds alleen leningen aangaan, schuldpapier uitgeven of waarborgen verstrekken indien dergelijke leningen, dergelijk schuldpapier of dergelijke waarborgen gedekt zijn door niet-gestort toegezegd kapitaal.

Artikel 6

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen bieden de rechten van deelneming en aandelen van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen uitsluitend aan aan beleggers die overeenkomstig afdeling I van bijlage II bij Richtlijn 2004/39/EG als professionele cliënten worden aangemerkt of die overeenkomstig afdeling II van bijlage II bij Richtlijn 2004/39/EG op verzoek als professionele cliënten mogen worden behandeld, of aan andere beleggers die:

a) zich ertoe verbinden een minimum van 100 000  EUR te beleggen, en

b) in een ander document dan de overeenkomst die met betrekking tot de verbintenis om te beleggen wordt afgesloten, schriftelijk verklaren dat ze zich bewust zijn van de risico's die aan de beoogde verbintenis verbonden zijn.

2.  Lid 1 is niet van toepassing op beleggingen van bestuursleden, directeuren of bij het beheer betrokken werknemers van een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds wanneer deze gedaan worden in de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die zij beheren.

Artikel 7

Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen zijn met betrekking tot de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die zij beheren, verplicht om:

a) bij de uitoefening van hun werkzaamheden eerlijk, billijk en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te handelen;

b) passende beleidsregels en procedures toe te passen om wanpraktijken te voorkomen waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze een invloed hebben op de belangen van de beleggers en de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

c) hun zakelijke activiteiten op zodanige wijze uit te oefenen dat het positieve maatschappelijke effect van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin belegd wordt, de belangen van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die zij beheren en van de beleggers daarin, en de integriteit van de markt worden bevorderd;

d) een hoge mate van zorgvuldigheid te betrachten bij het selecteren en continu monitoren van beleggingen in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en hun positieve maatschappelijke effect;

e) te beschikken over toereikende kennis van en inzicht in de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin zij beleggen;

f) hun beleggers billijk te behandelen;

g) erop toe te zien dat geen belegger een voorkeursbehandeling krijgt, tenzij deze voorkeursbehandeling in het reglement of de statuten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds is opgenomen.

Artikel 8

1.  Indien een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds taken aan derden delegeert, blijft de beheerder onverminderd aansprakelijk jegens het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en de beleggers daarin. De beheerder delegeert niet in die mate taken dat hij in wezen niet langer als de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds kan worden en een brievenbusmaatschappij wordt.

2.  Overdracht van taken onder lid 1 mag de doeltreffendheid van het toezicht door de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds niet ondermijnen en mag met name niet verhinderen dat de beheerder handelt, of dat het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds wordt beheerd, in het beste belang van de beleggers daarin.

Artikel 9

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen onderkennen en vermijden belangenconflicten, en, indien deze niet kunnen worden vermeden, beheren en monitoren zij deze conflicten en maken zij deze overeenkomstig lid 4 onmiddellijk openbaar om te voorkomen dat de conflicten een negatief effect hebben op de belangen van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en de beleggers daarin, en om ervoor te zorgen dat de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die zij beheren op billijke wijze worden behandeld.

2.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen onderkennen in het bijzonder de belangenconflicten die kunnen ontstaan tussen:

a) beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, personen die het bedrijf van deze beheerders feitelijk uitvoeren, werknemers of alle personen die direct of indirect zeggenschap hebben over of onder de zeggenschap staan van deze beheerders en het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat wordt beheerd door deze beheerders, of de beleggers daarin;

b) een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of de beleggers daarin, en een ander in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat beheerd wordt door dezelfde beheerder, of de beleggers daarin;

c) het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of de beleggers daarin, en een instelling voor collectieve belegging of icbe die beheerd wordt door dezelfde beheerder, of de beleggers daarin.

3.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen treffen en handhaven doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen om te voldoen aan de in de leden 1 en 2 vastgelegde eisen.

4.  Belangenconflicten als bedoeld in lid 1 worden openbaar gemaakt wanneer de organisatorische regelingen die een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds heeft getroffen om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren en te monitoren, niet volstaan om met redelijke zekerheid ervoor te zorgen dat het risico dat de belangen van de beleggers worden geschaad, zal worden voorkomen. Een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds brengt de beleggers in duidelijke bewoordingen op de hoogte van de algemene aard of de oorzaken van belangenconflicten alvorens voor hen zaken te doen.

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

a) de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 2 van dit artikel;

b) de stappen die beheerders van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds moeten nemen op het gebied van structuren en organisatorische en administratieve procedures om belangenconflicten te onderkennen, te voorkomen, te beheren, te monitoren en openbaar te maken.

Artikel 10

1.  Beheerders van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds gebruiken voor elk door hen beheerd in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds procedures om te meten in hoeverre de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds belegt het positieve sociale effect bereiken waartoe zij zich verbinden. De beheerders zorgen ervoor dat deze procedures duidelijk en transparant zijn en indicatoren omvatten die, afhankelijk van de sociale doelstelling en de aard van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappij, uit één of meer van de volgende punten kunnen bestaan:

a) werkgelegenheid en arbeidsmarkten;

b) normen en rechten betreffende arbeidskwaliteit;

c) sociale inclusie en bescherming van specifieke groepen;

d) gelijke behandeling en gelijke kansen en non-discriminatie;

e) volksgezondheid en veiligheid;

f) toegang tot en gevolgen voor de stelsels inzake sociale bescherming en inzake gezondheid en onderwijs.

2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarin de nadere regels zijn gespecificeerd voor de procedures als bedoeld in lid 1 van dit artikel met betrekking tot verschillende in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen.

Artikel 11

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen hebben te allen tijde voldoende eigen vermogen en wenden te allen tijde toereikende en passende personele en technische middelen aan als nodig zijn voor het behoorlijke beheer van de door hen beheerde in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen.

▼M1

2.  Zowel intern beheerde in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen als externe beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen beschikken over een aanvangskapitaal van 50 000  EUR.

▼M1

3.  Het eigen vermogen bedraagt te allen tijde minstens een achtste van de overheadkosten van de beheerder gedurende het voorafgaande jaar. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan dat vereiste aanpassen indien er zich sinds het voorgaande jaar een materiële wijziging in de werkzaamheden van de beheerder heeft voorgedaan. Indien de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds geen volledig boekjaar heeft voltooid, bedraagt het vereiste een achtste van de overheadkosten die volgens zijn bedrijfsplan te verwachten zijn, tenzij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst eist dat dat plan wordt aangepast.

4.  Indien de waarde van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat door de beheerder wordt beheerd, hoger is dan 250 000 000  EUR, verschaft de beheerder een extra bedrag aan eigen vermogen. Dat extra bedrag is gelijk aan 0,02 % van het bedrag waarmee de totale waarde van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds 250 000 000  EUR te boven gaat.

5.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds toestaan niet te voorzien in maximaal 50 % van het in lid 4 bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien die beheerder voor hetzelfde bedrag een garantie geniet van een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel gelegen is in een lidstaat of in een derde land waar de kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst gelijkwaardig zijn aan die welke in het Unierecht zijn vastgesteld.

6.  Het eigen vermogen wordt belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet, en omvat geen speculatieve posities.

▼B

Artikel 12

1.  De regels voor de waardering van de activa worden vastgesteld in het reglement of de statuten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en garanderen een degelijk en transparant waarderingsproces.

2.  De gehanteerde waarderingsprocedures garanderen dat de activa behoorlijk worden gewaardeerd en dat de waarde van de activa ten minste jaarlijks wordt berekend.

3.  Om te zorgen voor consistentie in de waardering van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen stelt ESMA richtsnoeren op met gemeenschappelijke beginselen inzake de behandeling van beleggingen in dergelijke ondernemingen, rekening houdend met hun hoofddoel om meetbare positieve sociale effecten te verwezenlijken en het feit dat zij hun winst op de eerste plaats gebruiken om dat doel te bereiken.

Artikel 13

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen stellen voor elk in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat zij beheren uiterlijk zes maanden na het einde van het boekjaar een jaarverslag beschikbaar aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. In dat verslag wordt een beschrijving gegeven van de samenstelling van de portefeuille van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en van de activiteiten van het voorafgaande jaar. Het bevat ook een opgave van de winsten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op het einde van de levensduur ervan en, indien van toepassing, een opgave van de uitgekeerde winsten tijdens zijn levensduur. Het bevat de gecontroleerde financiële rekeningen van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. Het jaarverslag wordt opgesteld overeenkomstig de bestaande verslagleggingsnormen en de voorwaarden die tussen de beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en de beleggers zijn overeengekomen. Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen verstrekken het verslag op verzoek aan beleggers. Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en beleggers kunnen onderling overeenkomen dat wederzijds additionele informatie wordt verstrekt.

2.  Het jaarverslag bevat ten minste het volgende:

a) in voorkomend geval details over de algehele sociale resultaten die door het beleggingsbeleid zijn gerealiseerd en de methode die is gebruikt om deze resultaten te meten;

b) een verklaring van alle overdrachten met betrekking tot in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen die hebben plaatsgevonden;

c) een beschrijving van het feit of er overdrachten met betrekking tot de andere activa van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds die niet zijn belegd in in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen hebben plaatsgevonden op basis van de criteria als bedoeld in artikel 14, lid 1, onder f);

d) een overzicht van de activiteiten die de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds heeft ondernomen met betrekking tot de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen als bedoeld in artikel 14, lid 1, onder l);

▼M1

e) informatie betreffende de aard, de waarde en het doel van de andere beleggingen dan de in aanmerking komende beleggingen als bedoeld in artikel 5, lid 1;

▼M1

f) een beschrijving van de wijze waarop bij de beleggingsaanpak van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen rekening is gehouden met milieu- en klimaatgerelateerde risico's.

▼B

3.  Ten minste eenmaal per jaar wordt een audit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds uitgevoerd. De audit dient te bevestigen dat geldmiddelen en activa worden aangehouden in naam van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en dat de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds een behoorlijke boekhouding en controlemaatregelen heeft ingesteld en heeft toegepast met betrekking tot het gebruik van mandaten of zeggenschap over de geldmiddelen en activa van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en de beleggers daarin.

4.  Ingeval de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verplicht is met betrekking tot het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds een jaarlijks financieel verslag openbaar te maken overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten ( 1 ), mag de informatie als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel afzonderlijk of als een bijkomend onderdeel van het jaarlijks financieel verslag worden verstrekt.

▼M1

5.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verstrekt alle uit hoofde van dit artikel verzamelde informatie tijdig aan de bevoegde autoriteit van elk betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, aan de bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat van ontvangst en aan ESMA, volgens de procedure als bedoeld in artikel 23.

▼B

Artikel 14

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen stellen, met betrekking tot de door hen beheerde in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, hun beleggers, voorafgaand aan de beleggingsbeslissing die deze beleggers nemen, op een duidelijke en begrijpelijke manier in kennis van het volgende:

a) de identiteit van deze beheerder en van alle andere dienstverleners waarmee deze beheerder een overeenkomst heeft afgesloten met betrekking tot hun beheer, en een beschrijving van hun taken;

▼M1

b) het bedrag aan eigen vermogen waarover deze beheerder beschikt om toereikende personele en technische middelen aan te houden die noodzakelijk zijn voor het behoorlijke beheer van zijn in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen;

▼B

c) een beschrijving van de beleggingsstrategie en -doelstellingen van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, met inbegrip van:

i) de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het voornemens is te beleggen;

ii) andere in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarin het wil beleggen;

iii) de soorten in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin een ander in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, als bedoeld onder ii), voornemens is te beleggen;

iv) de voorgenomen niet in aanmerking komende beleggingen;

v) de technieken die het wil aanwenden, en

vi) alle toepasselijke beleggingsbeperkingen;

d) het positieve sociale effect dat wordt nagestreefd met het beleggingsbeleid van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, in voorkomend geval inclusief prognoses van die resultaten in zoverre deze redelijk zijn, en informatie over prestaties in het verleden op dit vlak;

e) de methoden die zullen worden gebruikt om sociale effecten te meten;

f) een beschrijving van de andere activa dan in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen en het proces en de criteria die worden gebruikt om deze activa te selecteren, tenzij het om kasgeld of kasgeldequivalenten gaat;

g) een beschrijving van het risicoprofiel van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en van alle risico's die verbonden zijn aan de activa waarin het fonds kan beleggen of de beleggingstechnieken die kunnen worden aangewend;

h) een beschrijving van de waarderingsprocedure van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en van de prijsberekeningsmethode voor de waardering van de activa, inclusief de methoden die gebruikt worden voor de waardering van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen;

i) een beschrijving van de wijze waarop de vergoeding van de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds wordt berekend;

j) een beschrijving van alle relevante kosten en van de maximumbedragen ervan;

k) indien beschikbaar, de financiële prestaties uit het verleden van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds;

l) de bedrijfsondersteunende diensten en de andere ondersteunende activiteiten die de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verleent of verzorgt via derden om de ontwikkeling, de groei of anderszins de lopende operaties van de in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen waarin het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds belegt te bevorderen, of, wanneer deze diensten of activiteiten niet worden verstrekt, een verklaring van dit feit;

m) een beschrijving van de procedures op basis waarvan het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zijn beleggingsstrategie of beleggingsbeleid, of beide, kan wijzigen.

2.  Alle informatie als bedoeld in lid 1 is eerlijk, duidelijk en niet misleidend. Zij wordt regelmatig bijgewerkt en wordt, indien nodig, herzien.

3.  Ingeval de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verplicht is met betrekking tot het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds een prospectus te publiceren overeenkomstig Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten ( 2 ) of overeenkomstig nationaal recht, mag de informatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel afzonderlijk of als een onderdeel van het prospectus worden verstrekt.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot specificatie van:

a) de inhoud van de informatie als bedoeld in lid 1, onder c) tot en met f) en onder l), van dit artikel;

b) de wijze waarop de informatie, als bedoeld in lid 1, onder c) tot en met f) en onder l), van dit artikel uniform kan worden voorgesteld om voor de hoogst mogelijke mate van vergelijkbaarheid te zorgen.



HOOFDSTUK III

TOEZICHT EN ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING

Artikel 15

1.  Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die voornemens zijn de benaming „EuSEF” te gebruiken voor het op de markt aanbieden van hun in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen stellen de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst in kennis van dit voornemen en verstrekken de volgende informatie:

a) de identiteit van de personen die de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen daadwerkelijk beheren;

b) de identiteit van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarvan de rechten van deelneming of aandelen op de markt worden aangeboden en hun beleggingsstrategieën;

c) informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II;

d) een lijst van lidstaten waar de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds van plan is elk in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt aan te bieden.

▼M1 —————

▼B

2.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst registreert de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds enkel indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a) de personen die de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen daadwerkelijk beheren, staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die door de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds gevolgd worden;

b) de vereiste informatie als bedoeld in lid 1 is volledig;

c) de regelingen waarvan overeenkomstig lid 1, onder c), kennis is gegeven, zijn geschikt om aan de eisen van hoofdstuk II te voldoen.

▼M1 —————

▼B

3.  De registratie krachtens dit artikel is geldig voor het gehele grondgebied van de Unie en stelt beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in staat in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in de hele Unie op de markt aan te bieden onder de benaming „EuSEF”.

▼M1

4.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de in lid 1 bedoelde beheerder ervan in kennis of hij is geregistreerd als beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat hij alle in dat lid bedoelde informatie heeft verstrekt.

5.  Een registratie overeenkomstig dit artikel vormt een registratie voor de toepassing van artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2011/61/EU met betrekking tot het beheer van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen.

6.  Een beheerder van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen als bedoeld in dit artikel stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van alle materiële wijzigingen in de voorwaarden voor zijn initiële registratie overeenkomstig dit artikel voordat die wijzigingen worden doorgevoerd.

Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst besluit beperkingen op te leggen of de in de eerste alinea bedoelde wijzigingen af te wijzen, deelt zij dat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van die wijzigingen mee aan de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. De bevoegde autoriteit kan deze termijn met maximaal één maand verlengen indien zij dit noodzakelijk acht gezien de specifieke omstandigheden van het geval en nadat zij de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds daarvan in kennis heeft gesteld. De wijzigingen kunnen worden doorgevoerd indien de betrokken bevoegde autoriteit de wijzigingen niet binnen de vastgestelde beoordelingstermijn afwijst.

7.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen tot nadere bepaling van de informatie die bij de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt en van de in lid 2 bedoelde voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

8.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten in de in lid 1 bedoelde registratieaanvraag en de in lid 2 bedoelde voorwaarden.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

9.  ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen (peer reviews) om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.

Artikel 15 bis

1.  Beheerders van instellingen voor collectieve belegging met een vergunning overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2011/61/EU dienen een aanvraag in tot registratie van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarvoor zij gebruik wensen te maken van de benaming „EuSEF”.

2.  De in lid 1 bedoelde registratieaanvraag wordt ingediend bij de bevoegde instantie van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en omvat de volgende gegevens:

a) het reglement of de statuten van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds;

b) informatie over de identiteit van de bewaarder;

c) de in artikel 15, lid 1, bedoelde informatie;

d) een lijst van de lidstaten waar de in lid 1 bedoelde beheerders in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen hebben gevestigd of voornemens zijn te vestigen.

Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea verwijst de informatie over de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de vereisten van hoofdstuk II naar de regelingen die zijn getroffen om te voldoen aan de artikelen 5, 6 en 10, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 1, onder d), e) en f).

3.  Indien de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds niet ook de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst is, vraagt de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds valt binnen het toepassingsgebied van de vergunning van de beheerder om abi's te beheren, en of aan de in artikel 15, lid 2, onder a), vastgestelde voorwaarden is voldaan.

De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst ook vragen om verduidelijking en informatie over de in lid 2 bedoelde documenten.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst antwoordt binnen één maand na de datum van ontvangst van het verzoek van de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds.

4.  In lid 1 bedoelde beheerders zijn niet verplicht informatie of documenten te verstrekken die zij reeds krachtens Richtlijn 2011/61/EU hebben verstrekt.

5.  Nadat zij de overeenkomstig lid 2 ontvangen documenten heeft beoordeeld en nadat zij in lid 3 bedoelde verduidelijking en informatie heeft ontvangen, registreert de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds elk fonds als een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds indien de beheerder van dat fonds voldoet aan de in artikel 15, lid 2, vastgestelde voorwaarden.

6.  De bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds stelt de in lid 1 bedoelde beheerder ervan in kennis of dat fonds is geregistreerd als een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds en dat uiterlijk twee maanden nadat die beheerder alle in lid 2 bedoelde documentatie heeft verstrekt.

7.  De registratie overeenkomstig dit artikel is geldig op het volledige grondgebied van de Unie en houdt het recht in om die fondsen onder de benaming „EuSEF” in de hele Unie op de markt aan te bieden.

8.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 2 aan de bevoegde autoriteiten moet worden verstrekt.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

9.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen betreffende standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie aan de bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 2.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

10.  ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de registratieprocedures die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.

Artikel 15 ter

De lidstaten zorgen ervoor dat elke weigering tot registratie van een beheerder als bedoeld in artikel 15 of van een fonds als bedoeld in artikel 15 bis met redenen wordt omkleed, wordt meegedeeld aan de in die artikelen bedoelde beheerders en vatbaar is voor beroep bij een nationale rechterlijke, administratieve of andere instantie. Dat recht op beroep is ook van toepassing op registratie indien geen besluit over registratie is genomen binnen twee maanden nadat die beheerder alle vereiste informatie heeft verstrekt. De lidstaten kunnen vereisen dat een beheerder alle administratieve beroepsmogelijkheden waarin het nationale recht voorziet, uitput alvorens dat recht op beroep uit te oefenen.

▼B

Artikel 16

Beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst in kennis van hun voornemen:

a) een nieuw in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt aan te bieden, of

b) een bestaand in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt aan te bieden in een lidstaat die niet vermeld is in de lijst als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder d).

Artikel 17

▼M1

1.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA onmiddellijk in kennis van elke registratie of schrapping uit het register van een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, en van elke toevoeging aan of schrapping uit de lijst van lidstaten waar een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds voornemens is die fondsen op de markt aan te bieden.

Voor de toepassing van de eerste alinea stelt de bevoegde autoriteit van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds dat overeenkomstig artikel 15 bis geregistreerd is, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en ESMA in kennis van elke toevoeging aan of schrapping uit het register van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds, of van elke toevoeging aan of schrapping uit de lijst van lidstaten waar de beheerder van dat in aanmerking komend durfkapitaalfonds voornemens is dat fonds op de markt aan te bieden.

2.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst leggen de beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen geen verplichtingen of administratieve procedures op met betrekking tot het op de markt aanbieden van hun in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen, en verlangen evenmin een vergunning voorafgaand aan het op de markt aanbieden van die fondsen. Met dergelijke verplichtingen of administratieve procedures worden onder meer vergoedingen en andere kosten bedoeld.

▼B

3.  Om te zorgen voor een uniforme toepassing van dit artikel stelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot vaststelling van de vorm van de kennisgeving krachtens dit artikel.

4.  ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 16 februari 2014 voor aan de Commissie.

5.  Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de technische uitvoeringsnormen als bedoeld in lid 3 vast te stellen overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

▼M1

Artikel 17 bis

1.  Met het oog op het organiseren en verrichten van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 15, lid 9, en artikel 15 bis, lid 10, zorgt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of, indien het niet om dezelfde autoriteit gaat, de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds ervoor dat de definitieve informatie op basis waarvan de registratie werd verleend als bedoeld in artikel 15, leden 1 en 2, en artikel 15 bis, lid 2, na de registratie tijdig aan ESMA ter beschikking wordt gesteld. Die informatie wordt ter beschikking gesteld volgens de in artikel 23 bedoelde procedure.

2.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, kan ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om nader te bepalen welke informatie overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

3.  Om voor de uniforme toepassing van dit artikel te zorgen, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor standaardformulieren, templates en procedures voor de verstrekking van informatie die overeenkomstig lid 1 aan ESMA ter beschikking moet worden gesteld.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

▼M1

Artikel 18

1.  ESMA houdt een via internet publiekelijk toegankelijke centrale databank bij met alle beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die de benaming „EuSEF” gebruiken, en van de in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen waarvoor zij die benaming gebruiken, alsmede van de landen waar deze fondsen op de markt worden aangeboden.

2.  Op haar website plaatst ESMA links naar de relevante informatie over derde landen die voldoen aan het toepasselijke vereiste van artikel 3, lid 1, eerste alinea, onder d), v).

▼B

Artikel 19

1.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst oefent toezicht uit op het naleven van de in deze verordening vastgelegde eisen.

▼M1

1 bis  Wat beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft, is de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving en de toereikendheid van de regelingen en de organisatie van de beheerder, zodat die beheerder in staat is te voldoen aan de verplichtingen en voorschriften betreffende de samenstelling en het functioneren van alle in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen die hij beheert.

1 ter  Wat een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds dat wordt beheerd door een beheerder als bedoeld in artikel 2, lid 2, betreft, is de bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de voorschriften van de artikelen 5 en 6 en van artikel 14, lid 1, onder c) en i), door het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds. De bevoegde autoriteit van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door dat fonds van de in het reglement of de statuten van het fonds vastgestelde verplichtingen.

▼B

2.  Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds deze verordening op het grondgebied van die lidstaat overtreedt, brengt zij dit onmiddellijk ter kennis van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst neemt passende maatregelen.

3.  Indien de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds blijft handelen op een wijze die duidelijk in strijd is met deze verordening, ondanks de maatregelen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of omdat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst niet binnen een redelijke termijn optreedt, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, nadat zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst op de hoogte heeft gebracht, alle passende maatregelen treffen die nodig zijn om de beleggers te beschermen, met inbegrip van het opleggen van een verbod aan de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds zijn in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen nog langer op de markt aan te bieden op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst.

Artikel 20

De bevoegde autoriteiten beschikken overeenkomstig het nationale recht over alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies. In het bijzonder hebben zij de bevoegdheid om:

a) inzage te vragen in elk document in welke vorm ook en om een kopie ervan te ontvangen of te maken;

b) van de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds te vereisen onverwijld informatie te verstrekken;

c) van elke persoon die betrokken is bij de activiteiten van de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds informatie te vereisen;

d) ter plaatse inspecties uit te voeren, al dan niet met voorafgaande aankondiging;

e) passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds deze verordening blijft naleven;

f) een bevel uit te vaardigen om ervoor te zorgen dat een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds deze verordening naleeft en afziet van een herhaling van elk gedrag dat een schending van deze verordening kan vormen.

▼M1

ESMA organiseert en verricht overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 collegiale toetsingen om de procedures met betrekking tot de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig deze verordening volgen, consistenter te maken.

▼B

Artikel 21

1.  De lidstaten bepalen de regels betreffende bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De vastgestelde bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en ontmoedigend.

2.  De lidstaten maken uiterlijk op ►M1  2 maart 2020 ◄ de regels als bedoeld in lid 1 bekend aan de Commissie en ESMA. Zij stellen de Commissie en ESMA onverwijld in kennis van alle verdere wijzigingen ervan.

▼M1

3.  Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 1, voldoen te allen tijde aan deze verordening en zijn ook aansprakelijk voor inbreuken op deze verordening, met inbegrip van verliezen of schade die daaruit voortvloeien.

Beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, voldoen te allen tijde aan Richtlijn 2011/61/EU. Zij zijn verantwoordelijk voor het verzekeren van de naleving van deze verordening en zijn aansprakelijk overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU. Die beheerders zijn ook aansprakelijk voor verliezen of schade die uit inbreuken op deze verordening voortvloeien.

▼B

Artikel 22

▼M1

1.  Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel neemt de bevoegde autoriteit de gepaste maatregelen als bedoeld in lid 2, voor zover van toepassing, indien de beheerder van het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds:

▼B

a) in strijd met artikel 5 de eisen die op de portefeuillesamenstelling van toepassing zijn, niet naleeft;

b) in strijd met artikel 6 de rechten van deelneming en aandelen van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds op de markt aanbiedt aan niet in aanmerking komende beleggers;

▼M1

c) de benaming „EuSEF” gebruikt zonder overeenkomstig artikel 15 geregistreerd te zijn, of het in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds niet overeenkomstig artikel 15 bis geregistreerd is;

▼B

d) de benaming „EuSEF” gebruikt voor het op de markt aanbieden van fondsen die niet in overeenstemming met artikel 3, lid 1, onder b), iii), gevestigd zijn;

▼M1

e) in strijd met artikel 15 of artikel 15 bis een registratie heeft verkregen via valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze;

▼B

f) in strijd met artikel 7, onder a), bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet eerlijk, billijk of met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid of toewijding te werk gaat;

g) in strijd met artikel 7, onder b), geen passend beleid en passende procedures toepast om wanpraktijken te voorkomen;

h) herhaaldelijk niet voldoet aan de eisen van artikel 13 betreffende het jaarverslag;

i) herhaaldelijk niet voldoet aan de verplichting om beleggers te informeren overeenkomstig artikel 14.

▼M1

2.  In de gevallen als bedoeld in lid 1 neemt de bevoegde autoriteit zo nodig de volgende maatregelen:

a) maatregelen om ervoor te zorgen dat de beheerder van een betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds de artikelen 5 en 6, artikel 7, onder a) en b), en de artikelen 13 tot en met 15 bis, naargelang het geval, naleeft;

b) een verbod voor de beheerder van het betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds om de benaming „EuSEF” te gebruiken en een schrapping van die beheerder, of van het betrokken in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds, uit het register.

3.  De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit stelt andere betrokken bevoegde autoriteiten, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder d), en ESMA onverwijld in kennis van de schrapping van een beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds of van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds uit het register.

4.  Het recht om een of meer in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in de Unie op de markt aan te bieden onder de benaming „EuSEF”, vervalt met onmiddellijke ingang vanaf de datum van de beslissing van de bevoegde autoriteit als bedoeld in lid 2, onder b).

▼M1

5.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of van de lidstaat van ontvangst, naargelang het geval, stelt ESMA onverwijld in kennis indien zij duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat de beheerder van een in aanmerking komend sociaalondernemerschapsfonds een of meer van de in lid 1, onder a) tot en met i), bedoelde inbreuken heeft gepleegd.

Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kan ESMA overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 aanbevelingen richten tot de betrokken bevoegde autoriteiten om een van de in lid 2 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen of van deze maatregelen af te zien.

Artikel 22 bis

De overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU aan de bevoegde autoriteiten verleende bevoegdheden, met inbegrip van de bevoegdheden met betrekking tot sancties, worden eveneens uitgeoefend ten aanzien van beheerders als bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze verordening.

▼B

Artikel 23

1.  De bevoegde autoriteiten en ESMA werken met elkaar samen voor het uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.  De bevoegde autoriteiten en ESMA wisselen alle informatie en documentatie uit die noodzakelijk is voor het uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1095/2010, met name om inbreuken op deze verordening vast te stellen en te verhelpen.

Artikel 24

1.  Alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de bevoegde autoriteiten of ESMA, alsook de auditors en deskundigen die door de bevoegde autoriteiten of door ESMA geïnstrueerd zijn, zijn gebonden door het beroepsgeheim. De vertrouwelijke informatie waarvan deze personen beroepshalve kennis krijgen, mag aan geen enkele persoon of autoriteit worden doorgegeven, behalve in summiere of geaggregeerde vorm zodanig dat beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, onverminderd gevallen die onder het strafrecht en de strafrechtelijke procedures uit hoofde van deze verordening vallen.

2.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten of ESMA wordt niet belet informatie uit te wisselen overeenkomstig deze verordening of ander Unierecht dat van toepassing is op beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen.

3.  Wanneer bevoegde autoriteiten of ESMA vertrouwelijke informatie ontvangen overeenkomstig lid 2, mogen zij deze enkel gebruiken in het kader van hun taken en bestuursrechtelijke en gerechtelijke procedures.

Artikel 25

Bij verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten over een beoordeling, handeling of nalaten van een bevoegde autoriteit op gebieden waarvoor in deze verordening samenwerking of coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van meer dan één lidstaat is voorgeschreven, kunnen de bevoegde autoriteiten de zaak voorleggen aan ESMA, die kan optreden overeenkomstig de aan haar op grond van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden, voor zover het meningsverschil geen verband houdt met artikel 3, lid 1, onder b), i), of artikel 3, lid 1, onder d), i), van deze verordening.



HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.  De in artikel 3, lid 2, artikel 9, lid 5, artikel 10, lid 2, en artikel 14, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van 15 mei 2013. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 2, artikel 9, lid 5, artikel 10, lid 2, en artikel 14, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en aan de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 3, lid 2, artikel 9, lid 5, artikel 10, lid 2, en artikel 14, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en aan de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 27

1.  De Commissie evalueert deze verordening in overeenstemming met lid 2. De evaluatie omvat een algemeen onderzoek van de werking van de regels in deze verordening en de ervaring die is opgedaan bij het toepassen ervan, met inbegrip van:

a) de mate waarin beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen de benaming „EuSEF” in verschillende lidstaten zowel binnenlands als grensoverschrijdend hebben gebruikt;

b) de geografische en sectorale spreiding van de beleggingen die in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen hebben gedaan;

c) de geschiktheid van de in artikel 14 vermelde informatievereisten, met name de vraag of deze volstaan om beleggers in staat te stellen met kennis van zaken een beleggingsbeslissing te nemen;

d) het gebruik van de verschillende in aanmerking komende beleggingen door in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en de wijze waarop dit een impact heeft gehad op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie;

e) de vraag of het aangewezen is een Europees keurmerk voor „sociale ondernemingen” in te voeren;

f) de mogelijkheid om in een derde land gevestigde sociaalondernemerschapsfondsen toe te staan gebruik te maken van de benaming „EuSEF”, rekening houdend met de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de aanbeveling van de Commissie betreffende maatregelen om derde landen aan te moedigen minimumnormen voor goed bestuur in belastingzaken toe te passen;

g) de praktische toepassing van de criteria voor het aanwijzen van in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen, de impact hiervan op de ontwikkeling van sociale ondernemingen in de hele Unie en hun positieve maatschappelijke effect;

h) een analyse van de door beheerders van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen ingestelde procedures om het positieve sociale effect te meten dat door de in artikel 10 vermelde, in aanmerking komende portefeuillemaatschappijen is verwezenlijkt, en een beoordeling van de haalbaarheid van de invoering van geharmoniseerde normen om het sociale effect op het niveau van de Unie te kunnen meten op een wijze die aansluit bij het sociaal beleid van de Unie;

i) de mogelijkheid om het op de markt aanbieden van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen uit te breiden tot particuliere beleggers;

j) de vraag of het aangewezen is in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen op te nemen in de in aanmerking komende activa onder Richtlijn 2009/65/EG;

k) de vraag of het opportuun is deze verordening aan te vullen met een bewaardersstelsel;

l) een beoordeling van mogelijke fiscale hinderpalen voor sociaalondernemerschapsfondsen en een beoordeling van mogelijke fiscale prikkels ter aanmoediging van sociaal ondernemerschap in de Unie;

m) een evaluatie van eventuele hinderpalen die beleggingen in fondsen die gebruikmaken van de benaming „EuSEF” hebben belemmerd, met inbegrip van de invloed op institutionele beleggers van ander recht van de Unie van prudentiële aard.

2.  De in lid 1 bedoelde evaluatie wordt uitgevoerd:

a) uiterlijk ►M1  2 maart 2022 ◄ voor de punten a) tot en met e), en g) tot en met m), en

b) uiterlijk 22 juli 2015 voor punt f).

3.  In vervolg op de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van ESMA, legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

▼M1

4.  Tegelijk met de evaluatie overeenkomstig artikel 69 van Richtlijn 2011/61/EU onderzoekt de Commissie, met name met betrekking tot overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), van die richtlijn geregistreerde beheerders:

a) het beheer van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en de wenselijkheid van het aanbrengen van wijzigingen aan het rechtskader, met inbegrip van de optie van een beheerpaspoort, en

b) de geschiktheid van de definitie van „op de markt aanbieden” voor in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en het effect dat die definitie en de uiteenlopende nationale interpretaties ervan hebben op de exploitatie en levensvatbaarheid van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen en op de grensoverschrijdende distributie van deze fondsen.

Na die evaluatie legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor dat zo nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.

▼B

Artikel 28

1.  Uiterlijk 22 juli 2017 begint de Commissie met een evaluatie van de interactie tussen deze verordening en andere regels inzake instellingen voor collectieve belegging en de beheerders ervan, in het bijzonder die als vastgelegd in Richtlijn 2011/61/EU. Deze evaluatie gaat in op het toepassingsgebied van deze verordening. Daarbij worden gegevens verzameld om te beoordelen of het nodig is het toepassingsgebied uit te breiden om beheerders van sociaalondernemerschapsfondsen met een totaal aan beheerde activa dat de in artikel 2, lid 1, bepaalde drempel overschrijdt, in staat te stellen beheerder van in aanmerking komende sociaalondernemerschapsfondsen in overeenstemming met deze verordening te worden.

2.  In vervolg op de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van ESMA, legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Artikel 29

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 22 juli 2013, met uitzondering van artikel 3, lid 2, artikel 9, lid 5, artikel 10, lid 2, en artikel 14, lid 4, die van toepassing zijn met ingang van 15 mei 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.



( 1 ) PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

( 2 ) PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.