02012R0932 — NL — 09.01.2017 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) Nr. 932/2012 VAN DE COMMISSIE

van 3 oktober 2012

houdende uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke droogtrommels

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 278 van 12.10.2012, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2016/2282 VAN DE COMMISSIE van 30 november 2016

  L 346

51

20.12.2016




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 932/2012 VAN DE COMMISSIE

van 3 oktober 2012

houdende uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke droogtrommels

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Bij deze verordening worden eisen vastgesteld inzake ecologisch ontwerp voor het in de handel brengen van op het elektriciteitsnet aangesloten en gasverwarmde huishoudelijke droogtrommels en huishoudelijke inbouwdroogtrommels, inclusief apparaten die voor niet-huishoudelijk gebruik worden verkocht.

2.  Deze verordening is niet van toepassing op huishoudelijke was-droogcombinaties en huishoudelijke centrifuges.

Artikel 2

Definities

Naast de definities in artikel 2 van Richtlijn 2009/125/EG zijn in het kader van deze verordening de volgende definities van toepassing:

1.

„huishoudelijke droogtrommel” : een apparaat waarin wasgoed wordt gedroogd in een roterende trommel waardoor verwarmde lucht wordt geblazen en dat hoofdzakelijk bestemd is voor niet-professionele doeleinden;

2.

„huishoudelijke inbouwdroogtrommel” : een huishoudelijke droogtrommel die moet worden geïnstalleerd in een kast, een daartoe bestemde nis in een muur of een soortgelijke locatie, waarbij afwerking van het meubilair vereist is;

3.

„huishoudelijke was-droogcombinatie” : een huishoudelijke wasmachine met zowel centrifuge- als droogfunctie, dit laatste meestal door verwarmen en roteren;

4.

„huishoudelijke centrifuge” : een apparaat waarin water uit het wasgoed wordt verwijderd door het te centrifugeren in een ronddraaiende trommel, en wordt afgevoerd door een automatische pomp, en dat hoofdzakelijk is bestemd voor niet-professionele doeleinden;

5.

„luchtafvoerdroogtrommel” : een droogtrommel die verse lucht inneemt en over het wasgoed voert en de resulterende vochtige lucht afvoert in de kamer of naar buiten;

6.

„condensdroogtrommel” : een droogtrommel die een inrichting bevat (welke gebruikmaakt van condensatie, dan wel van een ander methode) voor de verwijdering van het vocht uit de lucht dat voor het droogproces wordt gebruikt;

7.

„automatische droogtrommel” : een droogtrommel die het droogproces stopzet zodra een bepaald vochtigheidsgehalte van de lading wordt gedetecteerd, bijvoorbeeld via conductiviteit of temperatuurmeting;

8.

„niet-automatische droogtrommel” : een droogtrommel die het droogproces stopzet zodra een bepaalde, doorgaans met een timer ingestelde periode is verstreken, maar die ook handmatig kan worden uitgeschakeld;

9.

„programma” : een reeks vooraf bepaalde handelingen die door de fabrikant geschikt wordt geacht voor het drogen van bepaalde typen wasgoed;

10.

„cyclus” : een volledig droogproces, zoals gedefinieerd voor het geselecteerde programma;

11.

„programmaduur” : de tijd tussen het begin en het einde van het programma, de door de eindgebruiker geprogrammeerde startvertraging niet meegerekend;

12.

„nominale capaciteit” : het maximumgewicht in kilogram zoals vermeld door de fabrikant met intervallen van 0,5 kg droog wasgoed van een bepaald type, dat door een huishoudelijke droogtrommel kan worden verwerkt met het geselecteerde programma, voor zover de machine overeenkomstig de instructies van de fabrikant is geladen;

13.

„gedeeltelijke lading” : de helft van de nominale capaciteit van een huishoudelijke droogtrommel voor een bepaald programma;

14.

„condensatie-efficiëntie” : de verhouding tussen de massa van het vocht dat door een condensdroogtrommel wordt gecondenseerd en de massa van het vocht dat uit de lading is verwijderd aan het einde van de cyclus;

15.

„uitstand” : een toestand waarbij de huishoudelijke droogtrommel is uitgeschakeld met bedieningsinstrumenten of schakelaars van het toestel die door de eindgebruiker tijdens het normale gebruik kunnen worden bediend om het laagste energieverbruik te bereiken, en die onbepaalde tijd kan duren terwijl de huishoudelijke droogtrommel is aangesloten op een energiebron en overeenkomstig de instructies van de fabrikant wordt gebruikt; wanneer er geen bedieningsinstrument aanwezig is, betekent „uitstand” de toestand die wordt bereikt nadat de huishoudelijke droogtrommel zelf is teruggekeerd naar een stationair energieverbruik;

16.

„sluimerstand” : de stand met het laagste energieverbruik, die gedurende onbepaalde tijd na het voltooien van het programma kan blijven voortduren zonder verdere tussenkomst door de eindgebruiker, behalve het uitladen van de huishoudelijke droogtrommel;

17.

„gelijkwaardige huishoudelijke droogtrommel” : een in de handel verkrijgbaar model van een huishoudelijke droogtrommel met dezelfde nominale capaciteit en technische en prestatiekenmerken, hetzelfde energieverbruik, dezelfde condensatie-efficiëntie (indien van toepassing), dezelfde standaardduur van het katoenprogramma en dezelfde geluidsemissie via de lucht gedurende het drogen als een ander model huishoudelijke droogtrommel dat door dezelfde fabrikant, maar met een ander codenummer, in de handel wordt gebracht;

18.

„standaard katoenprogramma” : de cyclus die een lading katoen met een initieel vochtgehalte van 60 % droogt tot het resterende vochtgehalte van de lading 0 % bedraagt.

Artikel 3

Eisen inzake ecologisch ontwerp

De generieke eisen inzake het ecologisch ontwerp van huishoudelijke droogtrommels zijn uiteengezet in punt 1 van bijlage I. De specifieke eisen inzake het ecologisch ontwerp van huishoudelijke droogtrommels zijn uiteengezet in punt 2 van bijlage I.

Er zijn geen eisen inzake ecologisch ontwerp nodig met betrekking tot andere parameters voor ecologisch ontwerp, als bedoeld in bijlage I, deel 1, van Richtlijn 2009/125/EG.

Artikel 4

Overeenstemmingsbeoordeling

1.  De overeenstemmingsbeoordelingsprocedure waarnaar in artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG wordt verwezen, is de in bijlage IV bij die richtlijn bedoelde interne ontwerpcontrole of het in bijlage V bij die richtlijn bedoelde beheersysteem.

2.  Om de overeenstemming te beoordelen overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2009/125/EG moet de technische documentatie een kopie bevatten van de in bijlage II bij deze verordening gespecificeerde berekening.

Wanneer de in de technische documentatie voor een bepaalde huishoudelijke droogtrommel opgenomen informatie verkregen is door berekening op basis van het ontwerp of door extrapolatie van andere gelijkwaardige huishoudelijke droogtrommels, of beide, worden in de technische documentatie nadere gegevens opgenomen inzake die berekeningen of extrapolaties, of beide, alsmede inzake de tests die de fabrikanten hebben uitgevoerd om de nauwkeurigheid van de uitgevoerde berekeningen te verifiëren. In dergelijke gevallen bevat de technische documentatie ook een lijst van alle andere gelijkwaardige modellen van huishoudelijke droogtrommels waarvoor de in de technische documentatie opgenomen informatie op dezelfde manier is verkregen.

Artikel 5

Controleprocedure met het oog op markttoezicht

De lidstaten passen de in bijlage III bij deze verordening beschreven controleprocedure toe wanneer zij de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG bedoelde controles met het oog op markttoezicht uitvoeren om na te gaan of huishoudelijke droogtrommels in overeenstemming zijn met de in bijlage I bij deze verordening uiteengezette eisen.

Artikel 6

Benchmarks

De indicatieve benchmarks voor de best presterende huishoudelijke droogtrommels die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening beschikbaar zijn op de markt, zijn gespecificeerd in bijlage IV.

Artikel 7

Herziening

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan, evalueert de Commissie deze verordening in het licht van de technologische vooruitgang en presenteert zij de resultaten van deze evaluatie aan het overlegforum inzake ecologisch ontwerp. Tijdens de evaluatie worden met name de in bijlage III vastgestelde controletoleranties en de efficiëntie van luchtafvoerdroogtrommels gecontroleerd.

Artikel 8

Inwerkingtreding en toepassing

1.  Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.  Zij is van toepassing met ingang van 1 november 2013.

Daarentegen zijn:

a) de in de punt 1.1 en 1.2 van bijlage I omschreven generieke eisen inzake ecologisch ontwerp van toepassing met ingang van 1 november 2014;

b) de in de punt 2 2 van bijlage I omschreven specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp van toepassing met ingang van 1 november 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I

Eisen inzake ecologisch ontwerp

1.    Generieke eisen inzake ecologisch ontwerp

1.1. Voor de berekening van het energieverbruik en van andere parameters van huishoudelijke droogtrommels, wordt de cyclus gebruikt die een lading katoen (met een initieel vochtgehalte van 60 %) droogt tot het resterende vochtgehalte 0 % bedraagt (hierna het „standaard katoenprogramma” genoemd). Die cyclus moet duidelijke staan aangegeven op de programmaselectie-inrichting van de huishoudelijke droogtrommel(s) of op het display daarvan, als dat er is, of op beide, moet worden aangeduid als „standaard katoenprogramma” of aangeduid door een uniform symbool of door een passende combinatie van beide, en moet zijn ingesteld als de standaardcyclus voor huishoudelijke droogtrommels die zijn uitgerust met een automatische programmaselectie of een functie voor het automatisch selecteren van een droogprogramma, dan wel voor de handhaving van de selectie van een programma. Wanneer het toestel een automatische droogtrommel is, is het „standaard katoenprogramma” automatisch.

1.2. De door de fabrikant verstrekte handleiding bevat:

a) informatie over het „standaard katoenprogramma”, met de specificatie dat dit geschikt is voor het drogen van normaal vochtig katoenen wasgoed en dat dit qua energieverbruik het meest efficiënte programma is voor het drogen van vochtig katoenen wasgoed;

b) een vermelding van het elektriciteitsverbruik in de uitstand en de sluimerstand;

c) indicatieve informatie over de programmaduur en het energieverbruik voor de voornaamste droogprogramma’s bij zowel volledige en wanneer van toepassing gedeeltelijke lading.

2.    Specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp

Huishoudelijke droogtrommels moeten voldoen aan de volgende eisen:

2.1. Met ingang van 1 november 2013:

 moet de energie-efficiëntie-index (EEI) minder bedragen dan 85;

 mag, voor huishoudelijke condensdroogtrommels, de gewogen condensatie-efficiëntie niet minder bedragen dan 60 %.

2.2. Met ingang van 1 november 2015:

 moet, voor huishoudelijke condensdroogtrommels, de energie-efficiëntie-index (EEI) minder bedragen dan 76;

 mag, voor huishoudelijke condensdroogtrommels, de gewogen condensatie-efficiëntie niet minder bedragen dan 70 %.

De energie-efficiëntie-index (EEI) en de gewogen condensatie-efficiëntie worden berekend overeenkomstig bijlage II.




BIJLAGE II

Methode voor de berekening van de energie-efficiëntie-index en de gewogen condensatie-efficiëntie

1.   BEREKENING VAN DE ENERGIE-EFFICIËNTIE-INDEX

Voor de berekening van de energie-efficiëntie-index (EEI) van een huishoudelijk droogtrommelmodel wordt het jaarlijkse energieverbruik van een huishoudelijke droogtrommel voor het standaard katoenprogramma bij volledige en gedeeltelijke lading vergeleken met het standaard jaarlijks energieverbruik ervan.

a) De energie-efficiëntie-index (EEI) wordt als volgt berekend, afgerond tot op één decimaal:

image

waarbij:

AEC = gewogen jaarlijks energieverbruik van de huishoudelijke droogtrommel;

SAEC = standaard jaarlijks energieverbruik van de huishoudelijke droogtrommel.

b) Het standaard jaarlijks energieverbruik (SAEC ) wordt als volgt berekend in kWh/jaar, afgerond tot op twee decimalen:

 voor alle huishoudelijke droogtrommels zonder luchtafvoer:

 
image

 voor huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommels:

 
image

waarbij:

c = de nominale capaciteit van de huishoudelijke droogtrommel voor het standaard katoenprogramma;

Tt = de gewogen programmaduur voor het standaard katoenprogramma.

c) Het gewogen jaarlijks energieverbruik (AEC ) wordt als volgt berekend in kWh/jaar, afgerond tot op twee decimalen:

i) 
image

waarbij:

Et = gewogen energieverbruik, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

Po = elektriciteitsverbruik in „uitstand” voor het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in W en afgerond tot op twee decimalen;

Pl = elektriciteitsverbruik in „sluimerstand” voor het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in W en afgerond tot op twee decimalen;

Tt = gewogen programmmaduur, in minuten, afgerond tot op de dichtstbijzijnde minuut;

160 = het totale aantal droogcycli per jaar.

ii) Wanneer de huishoudelijke droogtrommel is uitgerust met een systeem voor stroomverbruikregeling en de huishoudelijke droogtrommel na afloop van het programma automatisch overgaat in de „uitstand”, wordt bij de berekening van het gewogen energieverbruik per jaar (AEC ) de effectieve duur van de „sluimerstand” meegewogen, overeenkomstig onderstaande formule:

image

waarbij:

Tl = duur van de „sluimerstand” voor het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in minuten en afgerond tot op de dichtstbijzijnde minuut.

d) De gewogen programmaduur (Tt ) voor het standaard katoenprogramma wordt als volgt berekend, in minuten en afgerond tot op de dichtstbijzijnde minuut:

image

waarbij:

Tdry = programmaduur voor het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in minuten en afgerond tot op de dichtstbijzijnde minuut;

Tdry½ = programmaduur voor het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading, in minuten en afgerond tot op de dichtstbijzijnde minuut.

e) Het gewogen energieverbruik (Et ) wordt als volgt berekend, in kWh en afgerond tot op twee decimalen:

image

waarbij:

Edry = energieverbruik van het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

Edry½ = energieverbruik van het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen.

f) Voor gasverwarmde huishoudelijke droogtrommels wordt het energieverbruik voor het standaard katoenprogramma bij volledige en gedeeltelijke lading als volgt berekend, in kWh en afgerond tot op twee decimalen:

image

image

waarbij:

Egdry = gasverbruik van het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

Egdry½ = gasverbruik van het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

Egdry,a = supplementair elektriciteitsverbruik van het standaard katoenprogramma bij volledige lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

Egdry½,a = supplementair elektriciteitsverbruik van het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading, in kWh en afgerond tot op twee decimalen;

fg = 2,5.

2.   BEREKENING VAN DE GEWOGEN CONDENSATIE-EFFICIËNTIE

De condensatie-efficiëntie van een programma is de verhouding tussen de massa van het vocht dat wordt gecondenseerd en in het reservoir van de huishoudelijke condensdroogtrommel wordt verzameld en de massa van het vocht dat door het programma uit de lading is verwijderd, waarbij die laatste het verschil is tussen de massa van de vochtige testlading vóór het drogen en de massa van de testlading na het drogen. Voor de berekening van de gewogen condensatie-efficiëntie, wordt de gemiddelde condensatie-efficiëntie voor het standaard katoenprogramma met zowel volledige als gedeeltelijke lading gebruikt.

De gewogen condensatie-efficiëntie (Ct ) van een programma wordt als volgt berekend, als percentage en afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele procentpunt:

image

waarbij:

Cdry = gemiddelde condensatie-efficiëntie van het standaard katoenprogramma bij volledige lading;

Cdry½ = gemiddelde condensatie-efficiëntie van het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading.

De gemiddelde condensatie-efficiëntie C wordt berekend met gebruikmaking van de bij tests gemeten condensatie-efficiënties, uitgedrukt als een percentage:

image

waarbij:

n = het aantal tests, waarbij minimaal vier geldige tests voor het geselecteerde programma;

j = het nummer van de test;

Wwj = de massa van het water dat is verzameld in het condensorreservoir gedurende test j;

Wi = de massa van de vochtige testlading vóór het drogen;

Wf = de massa van de testlading na het drogen.

▼M1




BIJLAGE III

Controle op de naleving van productvoorschriften door de markttoezichtautoriteiten

De in deze bijlage vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de gemeten parameters door de autoriteiten van de lidstaten; zij mogen door de fabrikant of de importeur niet worden gebruikt als een toegestane tolerantie voor de vaststelling van de in de technische documentatie opgenomen waarden of om deze waarden te interpreteren om ervoor te zorgen dat naleving wordt bereikt of om op welke manier dan ook betere prestaties naar buiten te brengen.

Wanneer de autoriteiten van de lidstaten aan de hand van de in deze verordening vervatte eisen, overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2009/125/EG, controleren of een productmodel aan de in deze bijlage vervatte eisen voldoet, passen de autoriteiten van de lidstaten de volgende procedure toe:

(1) De autoriteiten van de lidstaat controleren één eenheid van het model.

(2) Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als:

a) de waarden in de technische documentatie als bedoeld in punt 2 van bijlage IV bij Richtlijn 2009/125/EG (opgegeven waarden) en, indien van toepassing, de waarden die worden gebruikt voor de berekening van deze waarden, niet gunstiger zijn voor de fabrikant of de importeur dan de resultaten van de metingen die worden uitgevoerd overeenkomstig punt 2, onder g), en

b) de opgegeven waarden aan de in deze verordening vastgestelde eisen voldoen en de door de fabrikant of de importeur bekendgemaakte, vereiste productinformatie geen waarden bevat die gunstiger zijn voor de fabrikant of de importeur dan de opgegeven waarden, en

c) de vastgestelde waarden (de waarden voor de betrokken parameters zoals gemeten bij tests en de waarden die op basis van deze metingen worden berekend), aan de respectieve, in tabel 1 vastgestelde controletoleranties voldoen wanneer de autoriteiten van de lidstaat de eenheid van het model testen.

(3) Als de in punt 2, onder a) of b), bedoelde resultaten niet worden behaald, worden het model en alle modellen die in de door de fabrikant of de importeur toegepaste technische documentatie op een lijst van equivalente modellen droogtrommels voor huishoudelijk gebruik zijn geplaatst, geacht niet aan deze verordening te voldoen.

(4) Als het in punt 2, onder c), bedoelde resultaat niet wordt behaald, selecteren de autoriteiten van de lidstaat drie extra te testen eenheden van hetzelfde model. Als alternatief mogen de drie aanvullende geselecteerde eenheden van één of meer verschillende modellen zijn die in de technische documentatie van de fabrikant of de importeur op een lijst van equivalente modellen zijn geplaatst.

(5) Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als voor deze drie eenheden het rekenkundig gemiddelde van de vastgestelde waarden aan de in tabel 1 vastgestelde respectieve controletoleranties voldoet.

(6) Als het in punt 5 bedoelde resultaat niet wordt behaald, worden het model en alle modellen die in de door de fabrikant of de importeur toegepaste technische documentatie op een lijst van equivalente modellen huishoudelijke droogtrommels zijn geplaatst, geacht niet aan deze verordening te voldoen.

(7) Zodra het besluit van niet-overeenstemming van het model overeenkomstig de punten 3 en 6 is genomen, verstrekken de autoriteiten van de lidstaat alle relevante informatie aan de autoriteiten van de overige lidstaten en aan de Commissie.

De autoriteiten van de lidstaten passen meetmethoden toe, waarbij rekening wordt gehouden met de algemeen erkende, meest recente, betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare meetmethoden, met inbegrip van methoden die zijn vastgesteld in documenten waarvan de referentienummers met dat doel in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt. De autoriteiten van de lidstaten gebruiken de in bijlage II vastgestelde meet- en berekeningsmethoden.

De autoriteiten van de lidstaten passen uitsluitend de controletoleranties toe die in tabel 1 zijn vastgesteld, en gebruiken uitsluitend de in de punten 1 tot en met 7 beschreven procedure voor de in deze bijlage bedoelde eisen. Er worden geen andere toleranties, zoals die welke zijn opgenomen in geharmoniseerde normen of in een andere meetmethode, toegepast.



Tabel 1

Controletoleranties

Parameters

Controletoleranties

Gewogen jaarlijks energieverbruik (AEC)

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde van AEC met niet meer dan 6 % overschrijden.

Gewogen energieverbruik (Et)

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde van Et met niet meer dan 6 % overschrijden.

Gewogen condensatie-efficiëntie (Ct)

De vastgestelde waarde mag niet meer dan 6 % lager zijn dan de opgegeven waarde van Ct.

Gewogen programmaduur (Tt)

De vastgestelde waarden mogen de opgegeven waarden van Tt met niet meer dan 6 % overschrijden.

Opgenomen vermogen in de uitstand en de sluimerstand (P o en P l)

De vastgestelde waarden van het opgenomen vermogen P o en P l van meer dan 1,00 W mogen de opgegeven waarden van P o en P l met niet meer dan 6 % overschrijden. De vastgestelde waarden van het opgenomen vermogen P o en P l van maximaal 1,00 W mogen de opgegeven waarden van P o en P l met niet meer dan 0,10 W overschrijden.

Duur van de sluimerstand (Tl)

De vastgestelde waarde mag de opgegeven waarde van Tl met niet meer dan 6 % overschrijden.

▼B




BIJLAGE IV

Benchmarks

Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening wordt de beste beschikbare technologie op de markt voor huishoudelijke droogtrommels, wat betreft energieverbruik en geluidsemissie via de lucht gedurende drogen met gebruikmaking van het standaard katoenprogramma, als volgt bepaald:

1. Huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommels met een nominale capaciteit van 3 kg:

a) energieverbruik: 1,89 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 247 kWh/jaar ( *1 );

b) geluidsemissie via de lucht: 69 dB.

2. Huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommel met een nominale capaciteit van 5 kg:

a) energieverbruik: 2,70 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 347 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.

3. Gasverwarmde huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommels met een nominale capaciteit van 5 kg:

a) gasenergieverbruik: 3,25 kWhGas/cyclus equivalent aan 1,3 kWh voor de standaard katoencyclus bij volledige lading. Jaarlijks energieverbruik niet beschikbaar;

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.

4. Huishoudelijke condensdroogtrommel met een nominale capaciteit van 5 kg:

a) energieverbruik: 3,10 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 396 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.

5. Huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommel met een nominale capaciteit van 6 kg:

a) energieverbruik: 3,84 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 487 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: 67 dB.

6. Huishoudelijke condensdroogtrommel met een nominale capaciteit van 6 kg:

a) energieverbruik: 1,58 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 209 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.

7. Huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommel met een nominale capaciteit van 7 kg:

a) energieverbruik: 3,9 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 495 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: 65 dB.

8. Gasverwarmde huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommels met een nominale capaciteit van 7 kg:

a) gasenergieverbruik: 3,4 kWhGas/cyclus equivalent aan 1,36 kWh voor de standaard katoencyclus bij volledige lading. Jaarlijks energieverbruik niet beschikbaar;

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.

9. Huishoudelijke condensdroogtrommel met een nominale capaciteit van 7 kg:

a) energieverbruik: 1,6 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 211 kWh/jaar (*1) ;

b) geluidsemissie via de lucht: 65 dB.

10. Huishoudelijke luchtafvoerdroogtrommel met een nominale capaciteit van 8 kg:

a) energieverbruik: 4,1 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 520 kWh/jaar (*);

b) geluidsemissie via de lucht: 65 dB.

11. Huishoudelijke condensdroogtrommel met een nominale capaciteit van 8 kg:

a) energieverbruik: 2,30 kWh/cyclus voor de standaard katoencyclus bij volledige lading gelijk aan ongeveer 297 kWh/jaar (*);

b) geluidsemissie via de lucht: niet beschikbaar.



( *1 ) Berekend uitgaand van 160 droogcycli per jaar met een energieverbruik voor het standaard katoenprogramma bij gedeeltelijke lading gelijk aan 60 % van het energieverbruik bij volledige lading, en een extra jaarlijks energieverbruik in de energiebesparende standen van 13,5 kWh.