2009R0479 — NL — 01.09.2014 — 002.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 479/2009 VAN DE RAAD

van 25 mei 2009

betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten

(Gecodificeerde versie)

(PB L 145, 10.6.2009, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

VERORDENING (EU) Nr. 679/2010 VAN DE RAAD van 26 juli 2010

  L 198

1

30.7.2010

►M2

VERORDENING (EU) Nr. 220/2014 VAN DE COMMISSIE van 7 maart 2014

  L 69

101

8.3.2014




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 479/2009 VAN DE RAAD

van 25 mei 2009

betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten

(Gecodificeerde versie)



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104, lid 14, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement ( 1 ),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank ( 2 )

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad van 22 november 1993 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten ( 3 ) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd ( 4 ). Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

De begrippen „overheid”, „tekort” en „investeringen” zijn in het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten omschreven door verwijzing naar het Europees Stelsel van Economische Rekeningen (ESER) ( 5 ), dat is vervangen door het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (hierna ►M2  „ESR 2010” ◄ genoemd). Nauwkeurige definities onder verwijzing naar de codes van het ►M2  ESR 2010 ◄ zijn nodig. Herziening van deze definities kan plaatsvinden in het kader van de noodzakelijke harmonisatie van de nationale statistieken of om andere redenen. Over elke herziening van het ESER moet door de Raad worden beslist overeenkomstig de bij het Verdrag vastgestelde bevoegdheids- en procedurevoorschriften.

(3)

Onder ►M2  ESR 2010 ◄ worden rentestromen die voortvloeien uit swaps en uit termijncontracten met rentevaststelling na afloop geclassificeerd in de financiële rekening en vereisen zij een specifieke behandeling met betrekking tot de gegevens die in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten worden verstrekt.

(4)

De in het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten gegeven definitie van het begrip „schuld” dient nader te worden omschreven onder verwijzing naar de codes van het ►M2  ESR 2010 ◄ .

(5)

De nominale waarde van de financiële derivaten zoals gedefinieerd in het ►M2  ESR 2010 ◄ , stemt niet overeen met de nominale waarde van de overige schuldinstrumenten. De financiële derivaten mogen om die reden geen deel uitmaken van de verplichtingen die de overheidsschuld vormen die voor de toepassing van het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten wordt gehanteerd. Bij de omrekening in nationale valuta van in vreemde valuta’s luidende verplichtingen ten aanzien waarvan overeenkomsten tot vaststelling van de wisselkoers zijn gesloten, moet met deze koers rekening worden gehouden.

(6)

Het ►M2  ESR 2010 ◄ geeft een gedetailleerde definitie van het bruto binnenlands product tegen marktprijzen, die geschikt is voor het berekenen van de in artikel 104 van het Verdrag bedoelde verhoudingen tussen, enerzijds, het overheidstekort en het bruto binnenlands product en, anderzijds, tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands product.

(7)

De geconsolideerde rentebetalingen van de overheid vormen een belangrijke indicator voor het toezicht op de ontwikkeling van de begrotingssituatie in de lidstaten. De rentebetalingen houden intrinsiek verband met de overheidsschuld. De overheidsschuld waarvan de lidstaten de Commissie in kennis moeten stellen, moet binnen de sector overheid geconsolideerd zijn. Er moet een onderlinge coherentie worden bewerkstelligd tussen het peil van de overheidsschuld en de rentebetalingen. In de methodologie van het ►M2  ESR 2010 ◄ (punt 1.58) wordt erkend dat voor sommige analyses geconsolideerde aggregaten relevanter zijn dan brutocijfers.

(8)

De Commissie moet krachtens het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten de in die procedure te gebruiken statistische gegevens verstrekken.

(9)

De rol van de Commissie in haar hoedanigheid van statistische instantie wordt daarbij vervuld door Eurostat, dat namens de Commissie optreedt. Eurostat is door de Commissie belast met de uitvoering van taken die zij moet vervullen bij de productie van communautaire statistieken en moet als zodanig zijn taken uitvoeren overeenkomstig de beginselen van onpartijdigheid, betrouwbaarheid, relevantie, kosteneffectiviteit, statistische geheimhouding en doorzichtigheid, zoals neergelegd in Besluit 97/281/EG van de Commissie van 21 april 1997 inzake de rol van Eurostat bij de productie van communautaire statistieken ( 6 ). De uitvoering door de nationale en communautaire statistische instanties van de Aanbeveling van de Commissie van 25 mei 2005 over de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire instanties zou het beginsel van professionele onafhankelijkheid, de toereikendheid van de middelen en de kwaliteit van de statistische gegevens ten goede komen.

(10)

Ingevolge Besluit 97/281/EG van de Commissie is Eurostat namens de Commissie belast met de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens en voor het verstrekken van gegevens voor de procedure bij buitensporige tekorten.

(11)

De Commissie en de bureaus voor de statistiek van de lidstaten moeten doorlopend contact met elkaar onderhouden om de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende gegevens en van de volgens ►M2  ESR 2010 ◄ opgestelde onderliggende overheidsrekeningen per sector te waarborgen.

(12)

Gedetailleerde regels zijn nodig om de snelle en regelmatige kennisgeving door de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) van hun voorziene en feitelijke tekorten en van de omvang van hun schuld te organiseren.

(13)

Volgens artikel 104 C, leden 2 en 3, van het Verdrag moet de Commissie toezien op de ontwikkeling van de begrotingssituatie en de omvang van de overheidsschuld in de lidstaten en op basis van criteria met betrekking tot het overheidskort en de overheidsschuld nagaan of de hand wordt gehouden aan de begrotingsdiscipline. Indien een lidstaat niet aan deze of aan één van deze criteria voldoet, moet de Commissie alle relevante factoren in aanmerking nemen. De Commissie dient te onderzoeken of er gevaar is voor een buitensporig tekort in een lidstaat,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



HOOFDSTUK I

DEFINITIES

Artikel 1

1.   ►M2  Voor de toepassing van het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten en van deze verordening worden de termen in de leden 2 tot en met 6 gedefinieerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap (hierna „ESR 2010” genoemd). De tussen haakjes vermelde codes zijn die van het ESR 2010. ◄

2.  „Overheid”: de sector „overheid” (S.13), onderverdeeld in de subsectoren „centrale overheid” (S.1311), „deelstaatoverheid” (S.1312), „lagere overheid” (S.1313) en „wettelijke socialezekerheidsinstellingen” (S.1314), onder uitsluiting van commerciële transacties, zoals gedefinieerd in het ►M2  ESR 2010 ◄ .

De uitsluiting van commerciële transacties betekent dat de sector „overheid” (S.13) alleen de institutionele eenheden omvat die als hoofdfunctie niet-marktdiensten voortbrengen.

3.  „Overheidstekort (-overschot)”: het vorderingentekort (–) c.q. -overschot (+) ( ►M2  B.9 ◄ ) van de sector „overheid” (S.13) zoals gedefinieerd in het ►M2  ESR 2010 ◄ . De in het overheidstekort begrepen rente is de rente (2 ►M2  D.41 ◄ ) zoals gedefinieerd in het ►M2  ESR 2010 ◄ .

4.  „Overheidsinvesteringen”: de bruto-investeringen in vaste activa (P.51) van de sector „overheid” (S.13), zoals gedefinieerd in het ►M2  ESR 2010 ◄ .

5.  „Overheidsschuld”: de nominale waarde van alle aan het einde van het jaar uitstaande brutoverplichtingen van de sector „overheid” (S.13), met uitzondering van de verplichtingen waarvan de corresponderende financiële activa door de sector „overheid” (S.13) worden aangehouden.

▼M2

De overheidsschuld wordt gevormd door de verplichtingen van de overheid in de volgende rubrieken: chartaal geld en deposito's (AF.2), schuldbewijzen (AF.3) en leningen (AF.4), overeenkomstig de definities van het ESR 2010.

▼B

De nominale waarde van een aan het einde van het jaar uitstaande verplichting is de op het schuldbewijs afgedrukte waarde.

De nominale waarde van een aan een indexcijfer gekoppelde verplichting komt overeen met de op het schuldbewijs afgedrukte waarde, aangepast met de uit de indexering voortvloeiende wijziging van de waarde van de hoofdsom aan het einde van het jaar.

Verplichtingen die in vreemde valuta’s luiden of via contractuele overeenkomsten van een vreemde valuta worden gewisseld in een of meer andere vreemde valuta’s worden in die andere vreemde valuta’s omgerekend tegen de in die overeenkomsten bepaalde koers en worden in de nationale valuta omgerekend tegen de representatieve marktkoers op de laatste werkdag van elk jaar.

Verplichtingen die in de nationale valuta luiden en via contractuele overeenkomsten worden gewisseld in een vreemde valuta, worden in die vreemde valuta omgerekend tegen de in die overeenkomsten bepaalde koers, en worden in de nationale valuta omgerekend tegen de representatieve marktkoers op de laatste werkdag van elk jaar.

Verplichtingen die in vreemde valuta’s luiden en via contractuele overeenkomsten worden gewisseld in nationale valuta worden in de nationale valuta omgerekend tegen de in die overeenkomsten bepaalde wisselkoers.

6.  „Bruto binnenlands product”: het bruto binnenlands product tegen marktprijzen (bbpmp) (B.1*g) zoals gedefinieerd is het ►M2  ESR 2010 ◄ .

Artikel 2

1.  De cijfers betreffende het voorziene overheidstekort en de voorziene overheidsschuld zijn de cijfers die de lidstaten voor het lopende jaar hebben opgesteld. Het zijn de meest recente officiële prognoses, rekening houdend met de meest recente begrotingsbesluiten en economische ontwikkelingen en vooruitzichten Zij moeten zo kort mogelijk voor de indieningstermijn worden opgesteld.

2.  De cijfers betreffende het feitelijke overheidstekort en de omvang van de feitelijke overheidsschuld zijn de geschatte, voorlopige, semidefinitieve of definitieve uitkomsten voor een voorbij jaar. De voorziene gegevens en de feitelijke gegevens moeten een consistente tijdreeks vormen wat de definities en de begrippen betreft.

▼M1

Artikel 2 bis

Onder „toegang” wordt verstaan dat desgevraagd relevante documenten en andere informatie moeten worden verstrekt, hetzij onmiddellijk hetzij zo spoedig mogelijk daarna gezien de tijd die het verzamelen van de gevraagde informatie vereist.

▼B



HOOFDSTUK II

REGELS EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE KENNISGEVING

Artikel 3

1.  De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) tweemaal per jaar in kennis van hun voorziene en feitelijke overheidstekorten en van de omvang van hun voorziene en feitelijke overheidsschuld, de eerste keer voor 1 april van het lopende jaar (jaar n), en de tweede keer voor 1 oktober van jaar n.

De lidstaten delen de Commissie (Eurostat) mee welke nationale instanties belast zijn met de kennisgeving in het kader van de buitensporigtekortprocedure.

2.  Voor 1 april van het jaar n:

a) stellen de lidstaten de Commissie (Eurostat) in kennis van hun voorziene overheidstekort voor het jaar n, hun meest recente schatting van het feitelijke overheidstekort voor het jaar n-1 en hun feitelijke overheidstekorten voor de jaren n-2, n-3 en n-4;

b) verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) tegelijkertijd de voorziene gegevens voor het jaar en de feitelijke gegevens voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4 van de desbetreffende begrotingstekorten van hun overheidsrekeningen, volgens de in de lidstaat meest gebruikelijke definitie, en de cijfers waarmee de overgang tussen het begrotingstekort van de overheidsrekeningen en hun overheidstekort voor subsector S.1311 wordt verklaard;

c) verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) tegelijkertijd de feitelijke gegevens voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4 van de desbetreffende werksaldi en de cijfers waarmee de overgang tussen de werksaldi van elke subsector van de overheid en het overheidstekort van de subsectoren S.1312, S.1313 en S.1314 wordt verklaard;

d) stellen de lidstaten de Commissie (Eurostat) in kennis van de voorziene omvang van hun overheidsschuld aan het eind van jaar n en van de omvang van hun feitelijke overheidsschuld voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4;

e) verstrekken de lidstaten de Commissie (Eurostat) tegelijkertijd voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4 de cijfers waarmee de bijdrage van het overheidstekort en van de andere relevante factoren aan de verandering van de omvang van hun overheidsschuld per subsector wordt verklaard.

3.  Voor 1 oktober van het jaar n:

a) stellen de lidstaten de Commissie (Eurostat) in kennis van hun bijgewerkte voorziene overheidstekort voor het jaar n en van hun feitelijke overheidstekorten voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4, en voldoen zij aan de bepalingen van lid 2, onder b) en c);

b) stellen de lidstaten de Commissie (Eurostat) in kennis van de bijgewerkte voorziene omvang van hun overheidsschuld aan het eind van jaar n en de omvang van hun feitelijke overheidsschuld aan het eind van de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4, en voldoen zij aan de bepalingen van lid 2, onder e).

4.  De cijfers betreffende het voorziene overheidstekort die aan de Commissie (Eurostat) worden medegedeeld overeenkomstig de leden 2 en 3, worden uitgedrukt in nationale valuta en in begrotingsjaren.

De cijfers betreffende het feitelijke overheidstekort en de omvang van de feitelijke overheidsschuld die aan de Commissie (Eurostat) worden medegedeeld overeenkomstig de leden 2 en 3, worden uitgedrukt in nationale valuta en in kalenderjaren, met uitzondering van de meest recente schattingen voor het jaar n-1 die mogen worden uitgedrukt in begrotingsjaren.

Ingeval het begrotingsjaar verschilt van het kalenderjaar stellen de lidstaten de Commissie (Eurostat) tevens in kennis van de cijfers betreffende het feitelijke overheidstekort en de omvang van de feitelijke overheidsschuld voor de twee begrotingsjaren die voorafgaan aan het lopende begrotingsjaar.

Artikel 4

De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) volgens de bepalingen van artikel 3, leden 1, 2 en 3, de cijfers betreffende hun uitgaven voor overheidsinvesteringen en hun (geconsolideerde) rente-uitgaven.

Artikel 5

De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) binnen dezelfde termijnen als zijn vastgesteld in artikel 3, lid 1, een prognose van hun bruto binnenlands product voor het jaar n en de feitelijke omvang van hun bruto binnenlands product voor de jaren n-1, n-2, n-3 en n-4.

Artikel 6

1.  De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) in kennis van alle ingrijpende wijzigingen van de cijfers die zij eerder met betrekking tot hun feitelijke en voorziene overheidstekort en overheidsschuld hebben ingediend, zodra die cijfers beschikbaar komen.

2.  Ingrijpende wijzigingen van reeds ingediende cijfers betreffende het feitelijke overheidstekort en de feitelijke overheidsschuld worden goed gedocumenteerd. In elk geval moeten wijzigingen die ertoe leiden dat de in het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten genoemde referentiewaarden worden overschreden, dan wel wijzigingen die ertoe leiden dat een lidstaat de referentiewaarden niet langer overschrijdt, gemeld en goed gedocumenteerd worden.

Artikel 7

De lidstaten maken de cijfers over hun feitelijke overheidstekort en overheidsschuld en de andere gegevens betreffende de afgelopen jaren die zij overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 bij de Commissie (Eurostat) hebben ingediend, bekend.



HOOFDSTUK III

KWALITEIT VAN DE GEGEVENS

Artikel 8

1.  De Commissie (Eurostat) beoordeelt regelmatig de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende feitelijke gegevens en van de volgens het ►M2  ESR 2010 ◄ opgestelde onderliggende overheidsrekeningen per sector (hierna „overheidsrekeningen” genoemd). Kwaliteit van de feitelijke gegevens houdt in de inachtneming van de boekhoudregels en de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de statistische gegevens. Deze beoordeling wordt toegespitst op aspecten die in de lijsten van de lidstaten worden vermeld, zoals de afbakening van de overheidssector, de indeling van overheidstransacties en -schulden, en het moment van de registratie.

▼M1

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) zo spoedig mogelijk de relevante statistische informatie die wordt gevraagd met het oog op de beoordeling van de kwaliteit van de ingediende gegevens, onverminderd de bepalingen over statistische geheimhouding van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek ( 7 ).

Statistische informatie zoals bedoeld in de eerste alinea, dient beperkt te zijn tot de informatie die strikt noodzakelijk is om te verifiëren in hoeverre aan de ESR-voorschriften is voldaan. Statistische informatie omvat in het bijzonder:

a) gegevens van de nationale rekeningen;

b) lijsten;

c) kennisgevingstabellen in het kader van de buitensporigtekortprocedure;

d) aanvullende vragenlijsten en verduidelijkingen in verband met de kennisgevingen.

De opmaak van de vragenlijsten wordt vastgesteld door de Commissie (Eurostat), na raadpleging van het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek (Comittee on Monetary, Financial and Balance of Payments Statistics) (hierna „CMFB” genoemd).

▼B

3.  De Commissie (Eurostat) brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende feitelijke gegevens. In het verslag wordt een algemene beoordeling gegeven van de door de lidstaten ingediende feitelijke gegevens, wat betreft de inachtneming van de boekhoudregels en de volledigheid, betrouwbaarheid, tijdigheid en consistentie van de ingediende gegevens.

Artikel 9

1.  De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) een gedetailleerde lijst van de methoden, procedures en bronnen die zij voor de opstelling van de gegevens over het feitelijke tekort en de feitelijke schuld en de onderliggende overheidsrekeningen gebruiken.

2.  De lijsten worden opgesteld volgens de richtsnoeren die de Commissie (Eurostat) in overleg met het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek heeft aangenomen.

3.  De lijsten worden bijgewerkt na elke herziening van de methoden, procedures en bronnen die de lidstaten voor de opstelling van hun statistische gegevens hebben vastgesteld.

4.  De lidstaten maken hun lijsten bekend.

5.  De in de leden 1, 2 en 3 genoemde kwesties kunnen bij de in artikel 11 bedoelde bezoeken aan de orde worden gesteld.

Artikel 10

1.  Bij twijfel over de correcte uitvoering van de ►M2  ESR 2010 ◄ boekhoudregels verzoekt de betrokken lidstaat de Commissie (Eurostat) om verduidelijking. De Commissie (Eurostat) stelt onverwijld een onderzoek in en deelt haar toelichting aan de betrokken lidstaat en in voorkomend geval het CMFB mee.

2.  Indien de Commissie of de betrokken lidstaat van oordeel is dat het gaat om complexe gevallen en kwesties van algemeen belang, neemt de Commissie (Eurostat) een besluit na raadpleging van het CMFB. De Commissie (Eurostat) maakt haar beslissingen en het advies van het CMFB bekend, onverminderd de bepalingen over statistische geheimhouding van Verordening (EG) nr. 322/97.

▼M1

Artikel 11

1.  De Commissie (Eurostat) staat voortdurend in contact met de bureaus voor de statistiek van de lidstaten. Zij legt daartoe regelmatig in alle lidstaten contactbezoeken en mogelijke methodologische bezoeken af.

2.  Bij het organiseren van contact- en methodologische bezoeken maakt de Commissie (Eurostat) haar voorlopige bevindingen voor commentaar aan de betrokken lidstaten over.

▼M1

Artikel 11 bis

De contactbezoeken zijn bedoeld om de overeenkomstig artikel 8 ingediende feitelijke gegevens te evalueren, om de methoden te onderzoeken, de in de lijsten omschreven statistische processen en bronnen te bespreken en om na te gaan of de boekhoudregels worden nageleefd. De contactbezoeken moeten worden benut om risico’s of potentiële problemen in verband met de kwaliteit van de ingediende gegevens aan het licht te brengen.

Artikel 11 ter

1.  De methodologische bezoeken zijn bedoeld om toezicht te houden op de processen en om de rekeningen die de ingediende gegevens staven, te controleren en om gedetailleerde conclusies te trekken over de kwaliteit van de ingediende gegevens, als omschreven in artikel 8, lid 1.

2.  Methodologische bezoeken vinden alleen plaats in uitzonderlijke gevallen wanneer duidelijk ernstige risico’s of problemen in verband met de kwaliteit van de gegevens aan het licht zijn gebracht.

3.  Voor de toepassing van deze verordening kan worden geoordeeld dat er ernstige risico’s of problemen in verband met de kwaliteit van de door een lidstaat ingediende gegevens bestaan wanneer:

a) er frequente en forse tekort- of schuldherzieningen zijn die niet duidelijk of afdoende worden toegelicht;

b) de betrokken lidstaat de Commissie (Eurostat) niet binnen de onderling overeengekomen termijn alle in het kader van de toelichtingsronden van de BTP-kennisgeving of naar aanleiding van een dialoogbezoek gevraagde statistieke informatie toezendt en geen duidelijke en afdoende reden voor de vertraging of non-respons heeft gegeven;

c) de betrokken lidstaat eenzijdig en zonder duidelijke toelichting de in de lijst vermelde bronnen en methoden voor het ramen van tekort en schuld van de overheid wijzigt met materiële gevolgen voor de ramingen;

d) er tussen de betrokken lidstaat en de Commissie (Eurostat) nog onopgeloste methodologische vraagstukken met waarschijnlijk materiële gevolgen voor de schuld of schuldstatistieken resteren die naar aanleiding van de toelichtingsronden of de vorige dialoogbezoeken zijn gerezen en hebben geleid tot een voorbehoud van de Commissie (Eurostat) in twee opeenvolgende BTP-kennisgevingen;

e) er persistente, ongebruikelijk hoge stock-flow adjustments zijn die niet duidelijk worden toegelicht.

4.  Met inachtneming van hoofdzakelijk de in lid 3 vermelde criteria besluit de Commissie (Eurostat), na kennisgeving aan het CMFB, tot het afleggen van een methodologisch bezoek.

5.  De Commissie verstrekt het Economisch en Financieel Comité volledige informatie over de onderliggende redenen voor de methodologische bezoeken.

▼B

Artikel 12

▼M1

1.  Van de lidstaten wordt verwacht dat zij op verzoek van de Commissie (Eurostat) en op vrijwillige basis ondersteuning door deskundigen op het gebied van de nationale rekeningen bieden, onder andere bij de voorbereiding en uitvoering van de methodologische bezoeken. Deze deskundigen brengen onafhankelijk advies uit. Een lijst van die deskundigen op het gebied van de nationale rekeningen wordt samengesteld op basis van voorstellen die de nationale autoriteiten die met de kennisgeving van buitensporige tekorten belast zijn, bij de Commissie (Eurostat) indienen.

De Commissie stelt regels en procedures vast voor de selectie van de deskundigen, met inachtneming van een passende spreiding van deskundigen over de lidstaten en een passende roulatie van deskundigen tussen de lidstaten, alsmede voor de organisatie van hun werkzaamheden en de nadere financiële bepalingen. De Commissie deelt met de lidstaten in de volledige kosten die door de lidstaten bij de ondersteuning door hun nationale deskundigen worden gemaakt.

2.  In het kader van de methodologische bezoeken heeft de Commissie (Eurostat) het recht op toegang tot de rekeningen van de centrale, deelstaat- en lagere overheidsorganen en van de wettelijke socialeverzekeringsinstellingen, waarbij de bestaande onderliggende gedetailleerde boekhoudkundige en budgettaire informatie wordt verstrekt.

In dat verband omvat boekhoudkundige en budgettaire informatie het volgende:

 transacties en balansen;

 relevante statistische enquêtes en vragenlijsten van de overheid en andere daarmee verband houdende informatie, zoals analysen;

 informatie van relevante nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten over de uitvoering van de begroting van alle subsectoren van de overheid;

 de rekeningen van buiten de begroting vallende organen, ondernemingen en non-profitinstellingen en andere soortgelijke organisaties die in de nationale rekeningen deel uitmaken van de overheidssector;

 de rekeningen van socialezekerheidsinstellingen.

De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om de methodologische bezoeken te vergemakkelijken. Deze bezoeken kunnen plaatsvinden bij nationale autoriteiten die belast zijn met de kennisgeving in het kader van de buitensporigtekortprocedure, alsmede bij diensten die direct of indirect bij de opstelling van overheidsrekeningen en gegevens over de schuld betrokken zijn. In beide gevallen verlenen de nationale instanties voor de statistiek als nationale coördinatoren overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 de Commissie (Eurostat) bijstand bij het organiseren en coördineren van de bezoeken. De lidstaten zien erop toe dat deze nationale autoriteiten en diensten en, zo nodig, de nationale autoriteiten die in de praktijk belast zijn met de controle van de overheidsrekeningen, de ambtenaren van de Commissie of andere deskundigen bedoeld in lid 1, de voor de uitvoering van hun taken benodigde bijstand verlenen, onder meer door hun documenten tot staving van de ingediende feitelijke gegevens over het tekort en de schuld en de onderliggende overheidsrekeningen beschikbaar te stellen. Geheime bestanden van het nationale statistische systeem en andere geheime gegevens worden alleen aan de Commissie (Eurostat) verstrekt, ten behoeve van de kwaliteitsbeoordeling. Deskundigen op het gebied van nationale boekhouding die de Commissie (Eurostat) in het kader van de methodologische bezoeken bijstaan, verklaren schriftelijk de geheimhouding in acht te zullen nemen, alvorens toegang tot die geheime bestanden of gegevens te verkrijgen.

▼B

3.  De Commissie (Eurostat) ziet erop toe dat haar ambtenaren en de nationale deskundigen die aan deze bezoeken deelnemen aan alle eisen inzake vakbekwaamheid, professionele onafhankelijkheid en inachtneming van de geheimhouding voldoen.

Artikel 13

De Commissie (Eurostat) brengt verslag uit aan het Economisch en Financieel Comité over de resultaten van de contact- en methodologische bezoeken, met inbegrip van eventuele opmerkingen van de betrokken lidstaat over die resultaten. Die verslagen, tezamen met de eventuele opmerkingen van de betrokken lidstaat worden, nadat ze zijn toegezonden aan het Economisch en Financieel Comité, openbaar gemaakt, onverminderd de bepalingen over statistische geheimhouding van Verordening (EG) nr. 322/97.



HOOFDSTUK IV

DOOR DE COMMISSIE (EUROSTAT) VERSTREKTE GEGEVENS

Artikel 14

1.  De Commissie (Eurostat) verstrekt de gegevens over het feitelijke overheidstekort en de feitelijke overheidsschuld en de onderliggende overheidsrekeningen met het oog op de toepassing van het Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten binnen drie weken na de in artikel 3, lid 1 genoemde indieningstermijnen of na een herziening, zoals bedoeld in artikel 6, lid 1. De gegevens worden verstrekt door ze bekend te maken.

2.  De Commissie (Eurostat) stelt de verstrekking van de gegevens van de lidstaten over hun feitelijke overheidstekort en overheidsschuld en de onderliggende overheidsrekeningen niet uit omdat een lidstaat zijn gegevens niet heeft ingediend.

Artikel 15

1.  De Commissie (Eurostat) kan een voorbehoud maken ten aanzien van de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende feitelijke gegevens. De Commissie (Eurostat) deelt de betrokken lidstaat en de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité uiterlijk drie werkdagen voor de geplande datum van bekendmaking mee welk voorbehoud zij beoogt te maken en bekend te maken. Indien de kwestie na bekendmaking van de gegevens en het voorbehoud wordt opgelost, wordt onmiddellijk daarna bekendgemaakt dat het voorbehoud is ingetrokken.

2.  Indien er aanwijzingen zijn dat de door de lidstaten ingediende feitelijke gegevens niet in overeenstemming zijn met de eisen van artikel 8, lid 1, van deze verordening, kan de Commissie (Eurostat) deze gegevens wijzigen en de gewijzigde gegevens en een motivering voor de wijziging verstrekken. De Commissie (Eurostat) deelt de betrokken lidstaat en de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité uiterlijk drie werkdagen voor de geplande datum van bekendmaking de gewijzigde gegevens en de motivering voor de wijziging mee.



HOOFDSTUK V

ALGEMENE BEPALINGEN

▼M1

Artikel 16

1.  De lidstaten zien erop toe dat de bij de Commissie (Eurostat) ingediende feitelijke gegevens in overeenstemming met de beginselen van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 223/2009 zijn. De nationale bureaus voor de statistiek hebben hierbij tot taak erop toe te zien dat de ingediende gegevens in overeenstemming zijn met artikel 1 van de onderhavige verordening en de onderliggende boekhoudregels van het ►M2  ESR 2010 ◄ . De lidstaten zien erop toe dat de nationale bureaus voor de statistiek toegang verkrijgen tot alle relevante informatie die zij nodig hebben om deze taken uit te voeren.

2.  De lidstaten treffen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de instellingen en ambtenaren die zijn belast met de indiening van de feitelijke gegevens bij de Commissie (Eurostat) en van de onderliggende overheidsrekeningen, verantwoording moeten afleggen en handelen in overeenstemming met de beginselen van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 223/2009.

▼B

Artikel 17

In geval van herziening van het ►M2  ESR 2010 ◄ of van aanpassing van de methoden ervan, waarover door het Europees Parlement en de Raad of door de Commissie wordt beslist overeenkomstig de bij het Verdrag en bij Verordening (EG) nr. 2223/96 vastgestelde bevoegdheids- en procedurevoorschriften, neemt de Commissie in de artikelen 1 en 3 van de onderhavige verordening de nieuwe verwijzingen naar het ►M2  ESR 2010 ◄ op.

Artikel 18

Verordening (EG) nr. 3605/93 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage II.

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE I



Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad

(PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7)

Verordening (EG) nr. 475/2000 van de Raad

(PB L 58 van 3.3.2000, blz. 1)

Verordening (EG) nr. 351/2002 van de Commissie

(PB L 55 van 26.2.2002, blz. 23)

Verordening (EG) nr. 2103/2005 van de Raad

(PB L 337 van 22.12.2005, blz. 1)




BIJLAGE II



CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) nr. 3605/93

De onderhavige verordening

Afdeling 1

Hoofdstuk I

Artikel 1, leden 1 tot en met 5

Artikel 1, leden 1 tot en met 5

Artikel 2

Artikel 1, lid 6

Artikel 3

Artikel 2

Afdeling 2

Hoofdstuk II

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 1

Artikel 4, lid 2, eerste tot en met vijfde streepje

Artikel 3, lid 2, onder a) tot en met e)

Artikel 4, lid 3, eerste en tweede streepje

Artikel 3, lid 3, onder a) en b)

Artikel 4, lid 4

Artikel 3, lid 4

Artikel 5

Artikel 4

Artikel 6

Artikel 5

Artikel 7

Artikel 6

Artikel 8

Artikel 7

Afdeling 2 A

Hoofdstuk III

Artikel 8 A, lid 1

Artikel 8, lid 1

Artikel 8 A, lid 2, eerste alinea

Artikel 8, lid 2, eerste alinea

Artikel 8 A, lid 2, tweede alinea, eerste tot en met vierde streepje

Artikel 8, lid 2, tweede alinea, onder a) tot en met d)

Artikel 8 A, lid 2, derde alinea

Artikel 8, lid 2, derde alinea

Artikel 8 A, lid 3

Artikel 8, lid 3

Artikel 8 B

Artikel 9

Artikel 8 C

Artikel 10

Artikel 8 D, eerste alinea, eerste en tweede zin

Artikel 11, lid 1

Artikel 8 D, eerste alinea, derde zin

Artikel 11, lid 3, derde alinea

Artikel 8 D, tweede alinea, eerste en tweede zin

Artikel 11, lid 2

Artikel 8 D, tweede alinea, derde zin

Artikel 11, lid 3, tweede alinea

Artikel 8 D, tweede alinea, vierde zin

Artikel 11, lid 3, eerste alinea

Artikel 8 D, derde alinea

Artikel 11, lid 4

Artikel 8 E

Artikel 12

Artikel 8 F

Artikel 13

Afdeling 2 B

Hoofdstuk IV

Artikel 8 G

Artikel 14

Artikel 8 H

Artikel 15

Afdeling 2 C

Hoofdstuk V

Artikel 8 I

Artikel 16

Artikel 8 J

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Bijlage I

Bijlage II



( 1 ) Advies van 21 oktober 2008 (nog niet in het PB bekendgemaakt).

( 2 ) PB C 88 van 9.4.2008, blz. 1.

( 3 ) PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7.

( 4 ) Zie bijlage I.

( 5 ) PB L 310 van 30.11.1996, blz. 1.

( 6 ) PB L 112 van 29.4.1997, blz. 56.

( 7 ) PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164.