2004R0773 — NL — 06.08.2015 — 004.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 773/2004 VAN DE COMMISSIE

van 7 april 2004

betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

 M1

VERORDENING (EG) Nr. 1792/2006 VAN DE COMMISSIE van 23 oktober 2006

  L 362

1

20.12.2006

►M2

VERORDENING (EG) Nr. 622/2008 VAN DE COMMISSIE van 30 juni 2008

  L 171

3

1.7.2008

►M3

VERORDENING (EU) Nr. 519/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 februari 2013

  L 158

74

10.6.2013

►M4

VERORDENING (EU) 2015/1348 VAN DE COMMISSIE van 3 augustus 2015

  L 208

3

5.8.2015




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 773/2004 VAN DE COMMISSIE

van 7 april 2004

betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag

(Voor de EER relevante tekst)



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag ( 1 ), en met name op artikel 33,

Na raadpleging van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1/2003 machtigt de Commissie bepaalde aspecten van de procedures tot toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag te regelen. Er moeten regels worden vastgesteld inzake de inleiding van de procedure door de Commissie, de behandeling van klachten en het horen van de betrokkenen.

(2)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2003 moeten de nationale rechterlijke instanties vermijden beslissingen te nemen die in strijd zouden kunnen zijn met beschikkingen die de Commissie in dezelfde zaak overweegt te geven. Overeenkomstig artikel 11, lid 6, van die verordening verliezen de nationale mededingingsautoriteiten hun bevoegdheid wanneer de Commissie een procedure begint die tot het geven van een beschikking op grond van hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1/2003 moet leiden. In dit verband is het belangrijk dat de rechterlijke instanties en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten ervan op de hoogte zijn dat de Commissie de procedure heeft ingeleid. De Commissie moet daarom haar besluiten tot inleiding van de procedure kunnen bekendmaken.

(3)

Alvorens mondelinge verklaringen af te nemen van natuurlijke of rechtspersonen die daarin toestemmen, moet de Commissie hen op de hoogte brengen van de rechtsgrond van het verhoor en van het vrijwillige karakter ervan. De ondervraagden moeten ook op de hoogte worden gebracht van het doel van het verhoor, alsmede van elke registratie die van dit verhoor kan worden gemaakt. Met het oog op de juistheid van de verklaringen moeten de ondervraagden ook in de gelegenheid worden gesteld om de geregistreerde verklaring te corrigeren. Wanneer in het kader van mondelinge verklaringen verkregen gegevens overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003 worden uitgewisseld, mogen die gegevens alleen als bewijs voor het opleggen van sancties ten aanzien van natuurlijke personen worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan.

(4)

Overeenkomstig artikel 23, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1/2003 kunnen geldboeten worden opgelegd aan ondernemingen en ondernemersverenigingen wanneer deze nalaten binnen de door de Commissie vastgestelde termijn een door een van hun personeelsleden tijdens een inspectie gegeven onjuist, onvolledig of misleidend antwoord te corrigeren. Daarom moet aan de betrokken onderneming een geregistreerde verklaring worden verstrekt van de gegeven toelichting en moet een procedure worden vastgesteld die deze onderneming de mogelijkheid biedt tot het corrigeren, wijzigen of aanvullen van toelichtingen die zijn gegeven door een personeelslid dat niet is of was gemachtigd om namens de onderneming toelichting te verschaffen. De door een personeelslid gegeven toelichtingen moeten in het dossier van de Commissie blijven zoals zij zijn geregistreerd tijdens de inspectie.

(5)

Klachten zijn een essentiële bron van informatie om inbreuken op de mededingingsregels op het spoor te komen. Het is belangrijk duidelijke en doeltreffende procedures vast te stellen voor de behandeling van klachten die bij de Commissie zijn ingediend.

(6)

Om ontvankelijk te zijn voor de toepassing van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 moet een klacht bepaalde specifieke gegevens bevatten.

(7)

Om klagers bij te staan bij het verstrekken van de nodige gegevens aan de Commissie, moet een formulier worden opgesteld. Het verstrekken van de in dat formulier verlangde gegevens moet een voorwaarde zijn om een klacht als klacht in de zin van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 te behandelen.

(8)

Natuurlijke of rechtspersonen die ervoor hebben gekozen een klacht in te dienen, moet de mogelijkheid worden geboden om nauw te worden betrokken bij de procedure die de Commissie heeft ingeleid met het oog op de vaststelling van een inbreuk. Zij mogen evenwel geen toegang hebben tot zakengeheimen of andere vertrouwelijke gegevens van andere partijen die bij de procedure zijn betrokken.

(9)

Klagers moeten in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt kenbaar te maken, indien de Commissie van oordeel is dat er onvoldoende gronden zijn om aan de klacht gevolg te geven. Wanneer de Commissie een klacht afwijst op grond van het feit dat een mededingingsautoriteit van een lidstaat deze klacht behandelt of reeds heeft behandeld, dient zij de klager mee te delen welke autoriteit het betreft.

(10)

Om de rechten van de verdediging van ondernemingen te eerbiedigen, moet de Commissie, alvorens een besluit te nemen, de betrokken partijen het recht verlenen om te worden gehoord.

(11)

Voorts dient te worden voorzien in het horen van personen die geen klacht in de zin van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 hebben ingediend en die geen partijen zijn aan wie een mededeling van punten van bezwaar is gericht, maar die niettemin een voldoende belang kunnen aantonen. Consumentenverenigingen die verzoeken om te worden gehoord, zouden over het algemeen moeten worden geacht een voldoende belang te hebben, wanneer de procedure betrekking heeft op producten of diensten voor de eindgebruiker dan wel op producten of diensten die een rechtstreeks onderdeel vormen van dergelijke producten of diensten. Wanneer de Commissie zulks nuttig acht voor de procedure, moet zij ook andere personen kunnen uitnodigen hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en deel te nemen aan de hoorzitting met de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar heeft gericht. In voorkomend geval moet de Commissie deze personen ook kunnen uitnodigen hun standpunt uiteen te zetten tijdens deze hoorzitting.

(12)

Teneinde de hoorzitting doeltreffender te maken, moet de raadadviseur-auditeur kunnen toestaan dat de betrokken partijen, de klagers, de op de hoorzitting uitgenodigde andere personen, de diensten van de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten vragen stellen tijdens de hoorzitting.

(13)

Wanneer toegang tot het dossier wordt verleend, moet de Commissie zorg dragen voor de bescherming van zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens. De categorie „andere vertrouwelijke gegevens” omvat andere gegevens dan zakengeheimen, die als vertrouwelijk kan worden beschouwd voorzover de openbaarmaking ervan een onderneming of persoon aanzienlijk zou schaden. De Commissie moet ondernemingen of ondernemersverenigingen die documenten overleggen of hebben overgelegd dan wel verklaringen afleggen of hebben afgelegd, kunnen verzoeken aan te geven welke gegevens vertrouwelijk zijn.

(14)

Wanneer zakengeheimen of andere vertrouwelijke gegevens nodig zijn om het bewijs van een inbreuk te leveren, moet de Commissie voor elk individueel document beoordelen of de noodzaak tot openbaarmaking groter is dan de schade die zou kunnen voortvloeien uit deze openbaarmaking.

(15)

In het belang van de rechtszekerheid moet een minimumtermijn worden vastgesteld voor het indienen van de verschillende in deze verordening bedoelde stukken.

(16)

Deze verordening vervangt Verordening (EG) nr. 2842/98 van de Commissie van 22 december 1998 betreffende het horen van belanghebbenden en derden in bepaalde procedures op grond van de artikelen 85 en 86 van het EG-Verdrag ( 2 ), welke derhalve moet worden ingetrokken.

(17)

Bij deze verordening worden de procedureregels voor de vervoersector afgestemd op de algemene procedureregels voor alle sectoren. Verordening (EG) nr. 2843/98 van de Commissie van 22 december 1998 betreffende de vorm, inhoud en overige bijzonderheden van verzoeken en aanmeldingen uit hoofde van de Verordeningen (EEG) nr. 1017/68, (EEG) nr. 4056/86 en (EEG) nr. 3975/87 van de Raad houdende toepassing van de mededingingsregels op de vervoersector ( 3 ) moet derhalve worden ingetrokken.

(18)

Bij Verordening (EG) nr. 1/2003 werd het aanmeldings- en goedkeuringssysteem afgeschaft. Verordening (EG) nr. 3385/94 van de Commissie van 21 december 1994 betreffende vorm, inhoud en overige bijzonderheden van verzoeken en aanmeldingen uit hoofde van Verordening nr. 17 van de Raad ( 4 ) moet derhalve worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



HOOFDSTUK I

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de procedures die de Commissie voert met het oog op de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag.



HOOFDSTUK II

INLEIDING VAN DE PROCEDURE

Artikel 2

Inleiding van de procedure

▼M2

1.  De Commissie kan op elk tijdstip besluiten de procedure in te leiden met het oog op de vaststelling van een beschikking op grond van hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1/2003; dit besluit dient echter te worden genomen vóór de voorlopige beoordeling in de zin van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003, vóór de toezending van een mededeling van punten van bezwaar, vóór een verzoek aan de partijen hun belangstelling te laten blijken om schikkingsgesprekken te voeren, of vóór de publicatie van een bekendmaking in de zin van artikel 27, lid 4, van die verordening, naargelang van welke handeling het eerst plaatsvindt.

▼B

2.  De Commissie kan de inleiding van de procedure op passende wijze bekendmaken. Alvorens dat te doen, brengt zij de betrokken partijen daarvan op de hoogte.

3.  De Commissie kan haar onderzoeksbevoegdheden op grond van hoofdstuk V van Verordening (EG) nr. 1/2003 uitoefenen alvorens een procedure in te leiden.

4.  De Commissie kan een klacht in de zin van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 afwijzen zonder een procedure in te leiden.



HOOFDSTUK III

ONDERZOEKEN DOOR DE COMMISSIE

Artikel 3

Bevoegdheid tot het opnemen van verklaringen

1.  Wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1/2003 een persoon hoort die daarin toestemt, geeft zij bij aanvang van het verhoor de rechtsgrondslag en het doel van dat verhoor aan en verwijst zij naar het vrijwillige karakter ervan. Zij stelt de ondervraagde ook in kennis van haar voornemen om het verhoor te registreren.

2.  Het verhoor kan met alle middelen worden afgenomen, met inbegrip van telefoon of langs elektronische weg.

3.  De Commissie kan de verklaringen van de ondervraagden in om het even welke vorm registreren. Een kopie van elke registratie wordt ter goedkeuring aan de ondervraagde ter beschikking gesteld. Indien nodig bepaalt de Commissie de termijn waarbinnen de ondervraagde haar eventuele correcties kan meedelen die aan zijn verklaring moeten worden aangebracht.

Artikel 4

Mondelinge vragen tijdens inspecties

1.  Wanneer de door de Commissie gemachtigde functionarissen of andere begeleidende personen overeenkomstig artikel 20, lid 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 1/2003 vertegenwoordigers of personeelsleden van een onderneming of ondernemersvereniging om toelichting verzoeken, kan deze toelichting in om het even welke vorm worden geregistreerd.

2.  Een kopie van elke overeenkomstig lid 1 gemaakte registratie wordt na de inspectie ter beschikking gesteld van de betrokken onderneming of ondernemersvereniging.

3.  In het geval van een verzoek om toelichting aan een personeelslid van een onderneming of ondernemersvereniging dat door de onderneming of ondernemersvereniging niet is of was gemachtigd om namens de onderneming of ondernemersvereniging toelichting te verschaffen, stelt de Commissie een termijn vast waarbinnen deze onderneming of ondernemersvereniging de Commissie alle rechtzettingen, wijzigingen of aanvullingen kan meedelen die moeten worden aangebracht aan de door dat personeelslid verstrekte toelichtingen. De rechtzettingen, wijzigingen of aanvullingen worden bij de overeenkomstig lid 1 geregistreerde toelichtingen gevoegd.

▼M4

Artikel 4 bis

De clementieregeling van de Commissie

1.  De Commissie kan de eisen en de voorwaarden voor medewerking vaststellen waarop zij ondernemingen die partij zijn of waren bij geheime kartels, voor hun medewerking aan het opsporen van het kartel en het helpen vast te stellen van een inbreuk kan belonen met immuniteit tegen of een vermindering van de geldboeten die anders krachtens artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 zouden zijn opgelegd (de clementieregeling van de Commissie).

Immuniteit tegen geldboeten kan worden verleend aan de onderneming die als eerste bewijsmateriaal verschaft waarvan de Commissie meent dat dit haar in staat zal stellen om een gerichte inspectie uit te voeren of tot het bestaan van een inbreuk op artikel 101 van het Verdrag te concluderen met betrekking tot het beweerde kartel. Boetevermindering kan worden verleend aan ondernemingen die de Commissie voor de beweerde inbreuk bewijsmateriaal verschaffen dat aanzienlijke toegevoegde waarde heeft vergeleken met het bewijsmateriaal waarover de Commissie reeds beschikt.

De Commissie zal in het kader van haar clementieregeling alleen immuniteit tegen of een vermindering van geldboeten toekennen indien, aan het einde van de administratieve procedure, de onderneming heeft voldaan aan de eisen en voorwaarden inzake medewerking die in de clementieregeling zijn beschreven. Daarbij kan het onder meer gaan om het soort informatie en bewijsmateriaal dat de ondernemingen moeten indienen en de verdere medewerking die tijdens de administratieve procedure van de ondernemingen wordt verwacht.

2.  Om in aanmerking te komen voor immuniteit tegen of een vermindering van de geldboete die anders was opgelegd, brengen ondernemingen de Commissie vrijwillig op de hoogte van de kennis die zij hebben van een geheim kartel en van hun rol daarin, waarbij het ook kan gaan om vrijwillige uiteenzettingen van de kennis van vroegere of huidige medewerkers of vertegenwoordigers van de onderneming (clementieverklaringen van ondernemingen). Dit soort clementieverklaringen van ondernemingen worden specifiek opgesteld om bij de Commissie te worden ingediend met het oog op het verkrijgen van immuniteit tegen of vermindering van geldboeten op grond van de clementieregeling van de Commissie.

3.  De Commissie zal partijen, naast schriftelijke verklaringen, passende methoden aanbieden voor het verschaffen van clementieverklaringen van ondernemingen, met inbegrip van mondelinge verklaringen. Mondelinge ondernemingsverklaringen kunnen in de lokalen van de Commissie worden opgenomen en getranscribeerd. De onderneming krijgt de gelegenheid om de technische getrouwheid van de opname van haar mondelinge verklaring in de lokalen van de Commissie te controleren en, waar nodig, de inhoud van haar verklaring onverwijld te corrigeren. De regels uit deze verordening met betrekking tot clementieverklaringen van ondernemingen zijn op deze verklaringen van toepassing, ongeacht het medium waarop deze zijn opgeslagen. Reeds bestaande informatie, d.w.z. informatie die bestaat los van de procedures van de Commissie en die bij de Commissie wordt ingediend door een onderneming in het kader van haar verzoek om immuniteit tegen of een verlaging van een geldboete, maakt geen deel uit van een clementieverklaring van een onderneming.

▼B



HOOFDSTUK IV

BEHANDELING VAN KLACHTEN

Artikel 5

Ontvankelijkheid van klachten

1.  Om gerechtigd te zijn tot het indienen van een klacht in de zin van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003 moeten natuurlijke en rechtspersonen een rechtmatig belang aantonen.

Dergelijke klachten bevatten alle in formulier C in de bijlage verlangde gegevens. De Commissie kan ontheffing verlenen van deze verplichting met betrekking tot een deel van de in formulier C verlangde gegevens, met inbegrip van documenten.

2.  Drie papieren exemplaren alsmede, indien mogelijk, een elektronische versie van de klacht worden bij de Commissie ingediend. De klager dient eveneens een niet-vertrouwelijke versie van de klacht in, indien een deel van de klacht door hem als vertrouwelijk wordt aangemerkt.

3.  Klachten worden opgesteld in een van de officiële talen van de Gemeenschap.

Artikel 6

Deelname van klagers aan de procedure

▼M2

1.  Wanneer de Commissie de punten van bezwaar meedeelt met betrekking tot een zaak waarin zij een klacht heeft ontvangen, verschaft zij de klager een exemplaar van de niet-vertrouwelijke versie van de mededeling van punten van bezwaar, behalve in die gevallen waarin de schikkingsprocedure wordt toegepast; in dat geval stelt zij de klager schriftelijk in kennis van de aard en het onderwerp van de procedure. De Commissie stelt ook een termijn vast waarbinnen de klager schriftelijk zijn standpunt kenbaar kan maken.

▼B

2.  De Commissie kan, in voorkomend geval, de klagers in de gelegenheid stellen hun standpunt mondeling toe te lichten tijdens de hoorzitting met de partijen aan wie een mededeling van punten van bezwaar is gericht, indien de klagers in hun schriftelijke opmerkingen daarom verzoeken.

Artikel 7

Afwijzing van klachten

1.  Wanneer de Commissie op grond van de gegevens waarover zij beschikt, van mening is dat er onvoldoende gronden zijn om aan een klacht gevolg te geven, deelt zij de klager haar redenen hiervoor mee en stelt zij een termijn vast waarbinnen de klager schriftelijk zijn standpunt kenbaar kan maken. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met aanvullende schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

2.  Indien de klager zijn standpunt binnen de door de Commissie vastgestelde termijn kenbaar maakt en de schriftelijke opmerkingen van de klager niet tot een andere beoordeling van de klacht leiden, wijst de Commissie de klacht bij beschikking af.

3.  Indien de klager zijn standpunt niet kenbaar maakt binnen de door de Commissie vastgestelde termijn, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 8

Toegang tot informatie

1.  Wanneer de Commissie de klager in kennis heeft gesteld van haar voornemen een klacht overeenkomstig artikel 7, lid 1, af te wijzen, kan de klager verzoeken om toegang tot de documenten waarop de Commissie haar voorlopige beoordeling heeft gebaseerd. Daarbij mag de klager evenwel geen toegang hebben tot zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens van andere partijen die bij de procedure zijn betrokken.

▼M4 —————

▼B

Artikel 9

Afwijzing van klachten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1/2003

Wanneer de Commissie een klacht overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1/2003 afwijst, deelt zij de klager onverwijld mee welke nationale mededingingsautoriteit de zaak behandelt of reeds heeft behandeld.



HOOFDSTUK V

UITOEFENING VAN HET RECHT OM TE WORDEN GEHOORD

Artikel 10

Mededeling van punten van bezwaar en antwoord

▼M2

1.  De Commissie deelt de betrokken partijen de jegens hen aangevoerde bezwaren mee. De mededeling van punten van bezwaar wordt schriftelijk gericht aan elk van de partijen tegen wie bezwaren worden aangevoerd.

▼B

2.  Op het ogenblik dat de mededeling van punten van bezwaar de betrokken partijen ter kennis wordt gebracht, stelt de Commissie een termijn vast waarbinnen deze partijen haar schriftelijk hun standpunt kenbaar kunnen maken. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

3.  De partijen kunnen in hun schriftelijke opmerkingen alle feiten uiteenzetten waarvan zij kennis hebben en die dienstig kunnen zijn voor hun verdediging ten aanzien van de door de Commissie aangevoerde bezwaren. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. Zij verstrekken een papieren origineel alsmede een elektronische versie van hun opmerkingen en van de daarbij gevoegde stukken, of wanneer zij geen elektronische versie verstrekken, ►M3  31 ◄ papieren exemplaren van deze documenten. Zij kunnen voorstellen dat de Commissie personen hoort die de in hun opmerkingen uiteengezette feiten kunnen bevestigen.

▼M2

Artikel 10 bis

Schikkingsprocedure in kartelzaken

1.  Na de inleiding van de procedure op grond van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 kan de Commissie een termijn vaststellen waarbinnen de partijen schriftelijk kunnen aangeven dat zij bereid zijn schikkingsgesprekken te voeren, met als doel om eventueel verklaringen met het oog op een schikking in te dienen. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met antwoorden die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

Indien twee of meer partijen binnen dezelfde onderneming aangeven dat zij bereid zijn overeenkomstig de eerste alinea schikkingsgesprekken te voeren, dienen dezen gemeenschappelijke vertegenwoordigers aan te stellen, die zijn gemachtigd om namens hen met de Commissie deze gesprekken te voeren. Bij het vaststellen van de in de eerste alinea bedoelde termijn deelt de Commissie aan de betrokken partijen mee dat zij binnen dezelfde onderneming zijn geïdentificeerd, met het enkele doel hen in staat te stellen aan deze bepaling te voldoen.

2.  Partijen die aan schikkingsgesprekken deelnemen, kunnen door de Commissie in kennis worden gesteld van:

a) de bezwaren die zij voornemens is jegens hen aan te voeren;

b) het bewijsmateriaal waarvan wordt gebruikgemaakt om de beoogde bezwaren vast te stellen;

c) niet-vertrouwelijke versies van ieder specifiek, toegankelijk document dat op dat tijdstip in het dossier van de zaak is opgenomen, voor zover een verzoek van een partij gerechtvaardigd is om die partij in staat te stellen haar positie ten aanzien van een bepaalde periode of enig ander specifiek aspect van het kartel te bepalen, en

d) de bandbreedte van mogelijke geldboeten.

Deze gegevens zijn vertrouwelijk, tenzij de Commissie vooraf uitdrukkelijk toestemming tot vrijgave heeft gegeven.

▼M4

Indien de schikkingsgesprekken vorderen, kan de Commissie een termijn vaststellen waarbinnen de partijen zich ertoe kunnen verbinden de schikkingsprocedure te volgen door verklaringen met het oog op een schikking in te dienen waarin de uitkomsten van de schikkingsgesprekken zijn weergegeven en waarin zij hun betrokkenheid bij een schending van artikel 101 van het Verdrag en hun aansprakelijkheid erkennen. Deze verklaringen met het oog op een schikking worden door de betrokken ondernemingen specifiek opgesteld als een formeel verzoek aan de Commissie om in hun zaak een besluit vast te stellen volgens de schikkingsprocedure. Voordat de Commissie een termijn vaststelt voor het indienen van verklaringen met het oog op een schikking, hebben de betrokken partijen het recht om, op hun verzoek, tijdig inzage te krijgen in de in de eerste alinea bedoelde gegevens. De Commissie is niet verplicht rekening te houden met verklaringen met het oog op een schikking die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

De Commissie zal partijen, naast schriftelijke verklaringen, passende methoden aanbieden voor het verschaffen van verklaringen met het oog op een schikking, met inbegrip van mondelinge verklaringen. Mondelinge verklaringen met het oog op een schikking kunnen in de lokalen van de Commissie worden opgenomen en getranscribeerd. De onderneming krijgt de gelegenheid om de technische getrouwheid van de opname van haar mondelinge verklaring in de lokalen van de Commissie te controleren en, waar nodig, de inhoud van haar verklaringen onverwijld te corrigeren. De regels uit deze verordening met betrekking tot verklaringen met het oog op een schikking zijn van toepassing op verklaringen met het oog op een schikking, ongeacht het medium waarop deze zijn opgeslagen.

▼M2

3.  Wanneer de inhoud van de door de partijen met het oog op een schikking gedane verklaringen in de aan de partijen kennisgegeven mededeling van punten van bezwaar is weergegeven, wordt door het schriftelijke antwoord van de betrokken partijen op de mededeling van punten van bezwaar, binnen een door de Commissie vast te stellen termijn, bevestigd dat de aan hen gerichte mededeling van punten van bezwaar de inhoud van hun met het oog op een schikking gedane verklaringen weergeeft. De Commissie kan daarop, na raadpleging van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1/2003, overgaan tot het geven van een beschikking op grond van de artikelen 7 en 23 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

4.  De Commissie kan op ieder tijdstip in de procedure besluiten om schikkingsgesprekken volledig stop te zetten in een bepaalde zaak of ten aanzien van één of meer van de betrokken partijen, indien zij van menig is dat procedurele voordelen in het gedrang komen.

▼B

Artikel 11

Recht om te worden gehoord

▼M2

1.  De Commissie biedt de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar richt, de mogelijkheid om te worden gehoord alvorens zij het in artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2003 bedoelde Adviescomité raadpleegt.

▼B

2.  De Commissie neemt in haar beschikkingen slechts de bezwaren in aanmerking ten aanzien waarvan de in lid 1 bedoelde partijen hun opmerkingen hebben kunnen maken.

▼M2

Artikel 12

1.  De Commissie stelt de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar richt, in de gelegenheid tijdens een hoorzitting hun standpunt toe te lichten, indien zij in hun schriftelijke opmerkingen daarom verzoeken.

2.  Bij het indienen van hun verklaringen met het oog op een schikking, bevestigen de partijen evenwel aan de Commissie dat zij alleen de gelegenheid moeten krijgen hun argumenten tijdens een hoorzitting uiteen te zetten wanneer door de mededeling van punten van bezwaar de inhoud van hun verklaringen met het oog op een schikking niet wordt weergegeven.

▼B

Artikel 13

Het horen van andere personen

1.  Indien andere natuurlijke of rechtspersonen dan de in de artikelen 5 en 11 bedoelde personen verzoeken om te worden gehoord en indien zij een voldoende belang aantonen, stelt de Commissie hen schriftelijk in kennis van de aard en het onderwerp van de procedure en stelt zij een termijn vast waarbinnen zij hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken.

2.  De Commissie kan, in voorkomend geval, de in lid 1 bedoelde personen die in hun schriftelijke opmerkingen daarom verzoeken, in de gelegenheid stellen hun standpunt toe te lichten tijdens de hoorzitting met de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar heeft gericht.

3.  De Commissie kan andere personen uitnodigen hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, alsmede deel te nemen aan de hoorzitting met de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar heeft gericht. De Commissie kan deze personen ook uitnodigen hun standpunt uiteen te zetten tijdens deze hoorzitting.

Artikel 14

Verloop van de hoorzitting

1.  De hoorzitting wordt door de raadadviseur-auditeur in volle onafhankelijkheid geleid.

2.  De Commissie nodigt degenen die zij wil horen uit om op de door haar bepaalde datum deel te nemen aan de hoorzitting.

3.  De Commissie nodigt de mededingingsautoriteiten van de lidstaten uit om aan de hoorzitting deel te nemen. Zij kan ook functionarissen en ambtenaren van andere autoriteiten van de lidstaten uitnodigen.

4.  De opgeroepenen verschijnen in persoon of worden door hun wettelijke of statutair bevoegde vertegenwoordiger vertegenwoordigd. Ondernemingen en ondernemersverenigingen mogen ook worden vertegenwoordigd door een naar behoren gemachtigd lid van hun vast personeel.

5.  Degenen die door de Commissie worden gehoord, mogen zich laten bijstaan door hun advocaten of door een andere, door de raadadviseur-auditeur aanvaarde, gekwalificeerde persoon.

6.  De hoorzitting is niet openbaar. Eenieder kan afzonderlijk of in aanwezigheid van andere opgeroepenen worden gehoord, met inachtneming van het rechtmatige belang van de ondernemingen bij de bescherming van hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens.

7.  De raadadviseur-auditeur kan de partijen aan wie een mededeling van punten van bezwaar is gericht, de klagers, de op de hoorzitting uitgenodigde andere personen, de diensten van de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten toestaan vragen te stellen tijdens de hoorzitting.

8.  De verklaringen van eenieder die wordt gehoord, worden geregistreerd. Op verzoek wordt de registratie van de hoorzitting ter beschikking gesteld van de personen die aan de hoorzitting deelnamen. Er wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de partijen bij de bescherming van hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens.



HOOFDSTUK VI

TOEGANG TOT HET DOSSIER EN BEHANDELING VAN VERTROUWELIJKE GEGEVENS

▼M4

Artikel 15

Toegang tot het dossier

▼B

1.  Op verzoek verleent de Commissie de partijen aan wie zij een mededeling van punten van bezwaar heeft gericht, toegang tot het dossier. Toegang wordt verleend na toezending van de mededeling van punten van bezwaar.

▼M4

1 bis.  Na inleiding van de procedure van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en om de partijen die daartoe bereid zijn, in staat te stellen verklaringen met het oog op een schikking in te dienen, verleent de Commissie hun, op verzoek en op de in desbetreffende alinea's vastgestelde voorwaarden, inzage in de in artikel 10 bis, lid 2, bedoelde bewijsstukken en documenten. Met het oog daarop bevestigen de partijen bij het indienen van hun verklaringen met het oog op een schikking aan de Commissie dat zij na ontvangst van de mededeling van punten van bezwaar alleen overeenkomstig lid 1 toegang tot het dossier zullen vragen indien de inhoud van hun met het oog op een schikking gedane verklaringen niet in de mededeling van punten van bezwaar is weergegeven. Wanneer schikkingsgesprekken met één of meer van de partijen zijn afgebroken, krijgt die partij overeenkomstig lid 1 toegang tot het dossier wanneer een mededeling van punten van bezwaar tot haar wordt gericht.

▼M4

1 ter.  Tot een clementieverklaring van een onderneming in de zin van artikel 4 bis, lid 2, of een verklaring met het oog op een schikking in de zin van artikel 10 bis, lid 2, wordt overeenkomstig de leden 1 of 1 bis uitsluitend in de lokalen van de Commissie toegang verleend. De partijen en hun vertegenwoordigers maken van de clementieverklaringen van ondernemingen of van verklaringen met het oog op een schikking geen kopie met mechanische of elektronische middelen.

▼B

2.  Het recht van toegang tot het dossier geldt niet voor zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens, noch voor interne documenten van de Commissie of van de mededingingsautoriteiten van de lidstaten. Het recht van toegang tot het dossier geldt evenmin voor de briefwisseling tussen de Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten of tussen die autoriteiten, wanneer deze briefwisseling in het dossier van de Commissie is opgenomen.

3.  Niets in deze verordening belet de Commissie om de voor het bewijs van een inbreuk op de artikelen 81 of 82 van het Verdrag noodzakelijke gegevens openbaar te maken of te gebruiken.

▼M4 —————

▼B

Artikel 16

Identificatie en bescherming van vertrouwelijke gegevens

1.  Er wordt geen mededeling gedaan van noch toegang verleend tot gegevens, met inbegrip van documenten, die zakengeheimen of andere vertrouwelijke gegevens van een persoon bevatten.

2.  Degenen die overeenkomstig artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 1, artikel 10, lid 2, en artikel 13, leden 1 en 3, hun standpunt kenbaar maken of later in dezelfde procedure aan de Commissie nadere informatie verstrekken, geven met opgave van redenen duidelijk aan welke elementen zij als vertrouwelijk beschouwen, en verstrekken de Commissie binnen de door haar vastgestelde termijn om hun standpunten kenbaar te maken een afzonderlijke, niet-vertrouwelijke versie.

3.  Onverminderd lid 2, kan de Commissie ondernemingen en ondernemersverenigingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2003 documenten overleggen dan wel verklaringen afleggen, verzoeken om de documenten of delen van documenten aan te duiden welke huns inziens aan hen toebehorende zakengeheimen of andere vertrouwelijke gegevens bevatten alsmede om de ondernemingen aan te duiden ten aanzien waarvan deze documenten als vertrouwelijk moeten worden beschouwd. De Commissie kan ondernemingen of ondernemersverenigingen eveneens verzoeken aan te geven welke delen van een mededeling van punten van bezwaar, van een overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003 opgestelde samenvatting van de zaak, dan wel van een beschikking of besluit van de Commissie, volgens hen zakengeheimen bevatten.

De Commissie kan een termijn vaststellen waarbinnen ondernemingen en ondernemersverenigingen:

a) hun aanspraak op vertrouwelijkheid met betrekking tot elk individueel document of deel van een document, elke verklaring of deel van een verklaring dienen te staven;

b) de Commissie een niet-vertrouwelijke versie van de documenten of verklaringen dienen te verstrekken, waarin de vertrouwelijke passages zijn geschrapt;

c) een beknopte omschrijving van alle geschrapte gegevens dienen te verstrekken.

4.  Indien ondernemingen of ondernemersverenigingen niet voldoen aan de leden 2 en 3, mag de Commissie ervan uitgaan dat de betrokken documenten of verklaringen geen vertrouwelijke gegevens bevatten.

▼M4



HOOFDSTUK VI bis

BEPERKINGEN OP HET GEBRUIK VAN TIJDENS DE PROCEDURE VOOR DE COMMISSIE VERKREGEN INFORMATIE

Artikel 16 bis

1.  Overeenkomstig deze verordening verkregen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag.

2.  Tot clementieverklaringen van ondernemingen in de zin van artikel 4 bis, lid 2, of tot verklaringen met het oog op een schikking in de zin van artikel 10 bis, lid 2, wordt uitsluitend toegang verleend met het oog op de uitoefening van de rechten van verdediging in procedures voor de Commissie. Informatie uit deze verklaringen mag door de partij die toegang tot het dossier heeft gekregen, alleen worden gebruikt wanneer dat noodzakelijk is voor het uitoefenen van haar rechten van verdediging in procedures:

a) waarin de rechtscolleges van de Europese Unie besluiten van de Commissie toetsen, of

b) voor nationale rechterlijke instanties in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarin toegang werd verleend en waarbij het gaat om:

i) de verdeling over karteldeelnemers van een geldboete die hun hoofdelijk is opgelegd door de Commissie, of

ii) de toetsing van een besluit waarin een mededingingsautoriteit van een lidstaat een inbreuk op artikel 101 VWEU heeft vastgesteld.

3.  De volgende categorieën informatie die op grond van deze verordening is verkregen, worden in procedures voor nationale rechterlijke instanties pas gebruikt nadat de Commissie haar procedure ten aanzien van alle partijen in het onderzoek heeft afgesloten door het vaststellen van een besluit op grond van artikel 7, 9 of 10 van Verordening (EG) nr. 1/2003 óf nadat zij haar administratieve procedure anderszins heeft afgerond:

a) informatie die door andere natuurlijke personen of rechtspersonen specifiek voor de procedure van de Commissie is voorbereid, en

b) informatie die de Commissie in de loop van haar procedure heeft opgesteld en aan de partijen heeft toegezonden.

▼B



HOOFDSTUK VII

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 17

Termijnen

▼M2

1.  De Commissie houdt bij de vaststelling van de in artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 3, artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 1, artikel 10, lid 2, artikel 10 bis, leden 1, 2 en 3, en artikel 16, lid 3, bedoelde termijnen zowel rekening met de tijd die nodig is voor het opstellen van de stukken, als met het spoedeisende karakter van de zaak.

▼B

2.  De in artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 1, en artikel 10, lid 2, bedoelde termijnen bedragen ten minste vier weken. Voor procedures ingeleid met het oog op de vaststelling van voorlopige maatregelen op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1/2003, kan de termijn evenwel worden verkort tot één week.

▼M2

3.  De in artikel 4, lid 3, artikel 10 bis, leden 1 en 2, en artikel 16, lid 3, bedoelde termijnen bedragen ten minste twee weken. De in artikel 3, lid 3, bedoelde termijn bedraagt ten minste twee weken, behalve voor verklaringen met het oog op een schikking, waarvoor correcties binnen één week plaatsvinden. De in artikel 10 bis, lid 3, bedoelde termijn bedraagt ten minste twee weken.

▼B

4.  In voorkomend geval en op met redenen omkleed verzoek dat vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn wordt ingediend, kunnen de termijnen worden verlengd.

Artikel 18

Intrekkingen

De Verordeningen (EG) nr. 2842/98, (EG) nr. 2843/98 en (EG) nr. 3385/94 worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 19

Overgangsbepalingen

De overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 2842/98 en (EG) nr. 2843/98 verrichte procedurehandelingen blijven met het oog op de toepassing van de onderhavige verordening effect sorteren.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt op 1 mei 2004 in werking.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

FORMULIER C

KLACHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 7 VAN VERORDENING (EG) NR. 1/2003

I.   Informatie over de klager en de onderneming(en) of ondernemersvereniging waartegen de klacht is gericht

1.

Gelieve volledige gegevens te verstrekken over de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die de klacht indient. Indien de klager een onderneming is gelieve de ondernemingengroep te vermelden waartoe zij behoort en een beknopt overzicht te geven van de aard en de reikwijdte van haar zakelijke activiteiten. Gelieve een contactpersoon op te geven (met telefoonnummer, post- en e-mailadres) bij wie aanvullende inlichtingen kunnen worden verkregen.

2.

Gelieve de ondernemingen(en) of ondernemersvereniging te vermelden waartegen de klacht is gericht, en in voorkomend geval alle beschikbare informatie te verstrekken over de ondernemingengroep waartoe deze onderneming(en) behoort/behoren en over de aard en de reikwijdte van de zakelijke activiteiten ervan. Gelieve de positie van de klager ten opzichte van de onderneming(en) of ondernemersvereniging waartegen de klacht is gericht, te vermelden (bv. klant, concurrent).

II.   Gegevens over de vermeende inbreuk en feitenmateriaal

3.

Gelieve uitvoerig de feiten uiteen te zetten waaruit volgens u een inbreuk op artikel 81 of 82 van het Verdrag en/of artikel 53 of 54 van de EER-overeenkomst blijkt. Vermeld met name de aard van de producten (goederen of diensten) die worden beïnvloed door de vermeende inbreuken en zet zonodig de zakelijke betrekkingen ten aanzien van deze producten uiteen. Gelieve alle beschikbare gegevens te verstrekken over de overeenkomsten of gedragingen van de ondernemingen of ondernemersverenigingen waarop deze klacht betrekking heeft. Vermeld, voorzover mogelijk, de relatieve marktpositie van de ondernemingen waartegen de klacht is gericht.

4.

Gelieve alle documentatie waarover u beschikt en die op de in de klacht uiteengezette feiten betrekking heeft of hiermee rechtstreeks verband houdt (zoals de tekst van overeenkomsten, notulen van onderhandelingen of vergaderingen, transactievoorwaarden, bedrijfsdocumenten, circulaires, briefwisseling, verslagen van telefoongesprekken…) in te dienen. Vermeld de namen en adressen van de personen die de in de klacht uiteengezette feiten kunnen staven, en met name van personen die nadeel ondervinden van de vermeende inbreuk. Gelieve statistische of andere gegevens waarover u beschikt en die verband houden met de uiteengezette feiten over te leggen, in het bijzonder wanneer zij betrekking hebben op marktontwikkelingen (bv. informatie met betrekking tot prijzen en prijsontwikkelingen, belemmeringen voor de toegang van nieuwe leveranciers tot de markt, enz.).

5.

Gelieve uw standpunt uiteen te zetten over de geografische reikwijdte van de vermeende inbreuk en, ingeval dit niet duidelijk is, uit te leggen in hoeverre de handel tussen de lidstaten of tussen de Gemeenschap en één of meer EVA-staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst door het gedrag waarop de klacht betrekking heeft, ongunstig kan worden beïnvloed.

III.   Met de klacht beoogde vaststelling door de Commissie en rechtmatig belang

6.

Gelieve uiteen te zetten welke vaststelling of maatregel u als resultaat van het door de Commissie gegeven gevolg voor ogen staat.

7.

Gelieve uiteen te zetten waarom u aanspraak maakt op een rechtmatig belang als klager overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1/2003. Verklaar met name op welke wijze u nadeel ondervindt van het gedrag waarop de klacht betrekking heeft en leg uit hoe volgens u een optreden van de Commissie de situatie zou kunnen verhelpen.

IV.   Bij de nationale mededingingsautoriteiten of de nationale rechter ingestelde procedures

8.

Gelieve volledige informatie te verstrekken over de vraag of u, met betrekking tot dezelfde of nauw verwante onderwerpen, een andere mededingingsautoriteit heeft benaderd en/of een rechtszaak aanhangig heeft gemaakt bij een nationale rechter. Zo ja, gelieve volledige gegevens te verstrekken over de administratieve of gerechtelijke autoriteit waarmee contact is opgenomen en de stukken die aan deze autoriteit zijn voorgelegd.

Verklaring dat de op dit formulier en de in bijlagen vervatte inlichtingen volledig te goeder trouw zijn verstrekt.

Datum en handtekening



( 1 ) PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 411/2004 (PB L 68 van 6.3.2004, blz. 1).

( 2 ) PB L 354 van 30.12.1998, blz. 18.

( 3 ) PB L 354 van 30.12.1998, blz. 22.

( 4 ) PB L 377 van 31.12.1994, blz. 28.